Uitspraak ECLI:NL:RVS:2020:861

Deze uitspraak heeft betrekking op het rechtsgebied Bestuursrecht en is gepubliceerd door de Raad voor de Rechtspraak op 25-03-2020. De uitspraak is gedaan door Raad van State op 25-03-2020, deze uitspraak is bekend onder de European Case Law Identifier (ECLI) ECLI:NL:RVS:2020:861, het zaaknummer waarop deze uitspraak betrekking heeft is 201904359/1/A1


Bron: Rechtspraak

nl
ECLI:NL:RVS:2020:861:DOC

201904359/1/A1.Datum uitspraak: 25 maart 2020AFDELINGBESTUURSRECHTSPRAAKUitspraak op het hoger beroep van:[appellant A] en [appellant B] (hierna samen en in enkelvoud: [appellant]), wonend te Eijsden,tegen de uitspraak van de rechtbank Limburg van 18 april 2019 in zaak nr. 18/1223 in het geding tussen:[appellant]enhet college van burgemeester en wethouders van Eijsden-Margraten.ProcesverloopBij besluit van 3 november 2017 heeft het college aan de gemeente Eijsden-Margraten een omgevingsvergunning verleend voor het aanleggen van een nieuwe uitweg op het perceel [locatie 1] te Eijsden (hierna: het perceel).Bij besluit van 17 april 2018 heeft het college het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.Bij uitspraak van 18 april 2019 heeft de rechtbank het door [appellant] daartegen ingestelde beroep gegrond verklaard, het besluit van 17 april 2018 vernietigd en bepaald dat de rechtsgevolgen van dat besluit in stand blijven. Deze uitspraak is aangehecht.Tegen deze uitspraak heeft [appellant] hoger beroep ingesteld.Het college heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.[belanghebbenden] hebben een schriftelijke uiteenzetting gegeven.De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 29 januari 2020, waar [appellant], bijgestaan door mr. S.J.H.G.M. Schils, advocaat te Urmond, en het college, vertegenwoordigd door mr. J.J.E.H.M. Reijnders, zijn verschenen. Voorts zijn als partij gehoord [belanghebbenden], bijgestaan door mr. D.W.C. van Ooijen, advocaat te Eindhoven.OverwegingenInleiding1.    [belanghebbenden] zijn eigenaren van het perceel. Aan de zijde van het perceel waar de uitweg wordt aangelegd grenst het perceel aan het perceel [locatie 2] dat in eigendom toebehoort aan [appellant]. [appellant] wil dat de uitweg aan de andere kant van het perceel wordt aangelegd. Volgens hem doet een uitweg op de vergunde locatie afbreuk aan de ruimtelijke belevingswaarde van het omliggende gebied.2.    De relevante regelgeving is opgenomen in een bijlage die deel uitmaakt van deze uitspraak.Beoordeling hoger beroep3.    Bij de beoordeling of een omgevingsvergunning voor het maken van de uitweg kon worden verleend, heeft het college gekeken naar de Beleidsregels Vergunning Uitweg. Volgens artikel 3 van die beleidsregels wordt een vergunning voor een uitweg in ieder geval geweigerd indien de gevraagde uitweg sterk afbreuk doet aan de ruimtelijke belevingswaarde van het gebied waarin de uitweg ligt. In artikel 3 van die beleidsregels staat dat de ruimtelijke beleving soms wordt verwoord in een beeldkwaliteitsplan. Het college heeft zich op het standpunt gesteld dat de gevraagde uitweg niet sterk afbreuk doet aan de ruimtelijke belevingswaarde van het gebied en heeft de gevraagde vergunning daarom verleend. De rechtbank heeft het besluit van 17 april 2018 vernietigd, omdat het college de aanvraag voor de omgevingsvergunning niet heeft getoetst aan het Beeldkwaliteitsplan Poelveld. Omdat volgens de rechtbank het Beeldkwaliteitsplan geen eisen stelt aan de positie van uitwegen in relatie tot hun omgeving en de uitweg niet sterk afbreuk doet aan de ruimtelijke belevingswaarde van het gebied, heeft de rechtbank de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit van 17 april 2018 in stand gelaten.4.    [appellant] betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat het Beeldkwaliteitsplan Poelveld geen eisen stelt aan de positie van uitwegen in relatie tot hun omgeving. Hij voert aan dat diverse deelgebieden onderdeel zijn van het Beeldkwaliteitsplan, waaronder Beeldkwaliteitsplan Deelgebied 2, kavels Boterbloem. Uit het Beeldkwaliteitsplan Deelgebied 2 volgt dat voor ieder cluster van percelen een kavelpaspoort is gemaakt waarop gegevens over de ligging, kavelinrichting, maatvoering en bouwgrenzen zijn aangegeven. Het kavelpaspoort is een bijlage van het Beeldkwaliteitsplan Deelgebied 2 en daarop zijn de inritten van de betrokken kavels ingetekend. In het geval van het perceel is de inrit vanaf de weg gezien aan de rechterzijde ingetekend en niet aan de nu vergunde linkerzijde, aldus [appellant]. Voorts stelt [appellant] zich onder verwijzing naar een rapport van Kubiek Ruimtelijke Plannen van 29 mei 2019 op het standpunt dat de uitweg op de vergunde locatie afbreuk doet aan de ruimtelijke belevingswaarde van het omliggende gebied.4.1.    De door [appellant] aangehaalde documenten "Beeldkwaliteitsplan Deelgebied 2" en het "kavelpaspoort" worden aangehaald op de website van de projectontwikkelaar, maar worden in het Beeldkwaliteitsplan zelf niet als onderdeel of bijlage van dat plan genoemd. Op pagina 97 van het Beeldkwaliteitsplan staat onder het kopje "Informatiefase" wel dat voor particuliere bouwers de stedenbouwkundige eisen en randvoorwaarden samen met de overige gegevens worden samengevat in een "kavelpaspoort", maar daaruit volgt niet dat het "kavelpaspoort" zoals dat uiteindelijk tot stand is gekomen, onderdeel uitmaakt van het Beeldkwaliteitsplan. Het "Beeldkwaliteitsplan Deelgebied 2" en het "kavelpaspoort" maken dus geen onderdeel uit van het toetsingskader van de aanvraag om een vergunning voor de uitweg.4.2.    Vervolgens is de vraag of het Beeldkwaliteitsplan zelf eisen stelt aan de locatie van uitwegen. In het Beeldkwaliteitsplan wordt op pagina 41 vermeld dat de locatie van de garages vooraf is bepaald, maar over de plek van de gebouwde garage gaat deze zaak niet. Die gaat over de uitweg en over de locatie van uitwegen wordt niets vermeld in het Beeldkwaliteitsplan. Uit de tekst van het Beeldkwaliteitsplan blijkt verder niet dat het de bedoeling was om met het bepalen van de locatie van de garages indirect ook de locaties voor uitwegen vast te stellen. Daarom heeft de rechtbank terecht overwogen dat het Beeldkwaliteitsplan wel eisen stelt aan bebouwing, zoals garages, maar geen eisen bevat over de positie van uitwegen in relatie tot hun omgeving.4.3.    Dan blijft de vraag over of de uitweg sterk afbreuk doet aan de ruimtelijke belevingswaarde van het gebied waarin hij ligt, zoals dat is bedoeld in artikel 3, aanhef en onder a, van de Beleidsregels Vergunning Uitweg. In de schriftelijke uiteenzetting en ter zitting heeft het college nader toegelicht dat er op deze locatie geen onderbreking is van de groenstructuur, omdat er aanvankelijk een parkeervak was op de plek van de uitweg. Verder heeft het toegelicht dat de huizen in de straat verschillen qua kleur, materiaalgebruik, grootte en vorm en dat niet alle garages aan dezelfde zijde van de woning zijn gebouwd. Ook heeft het college opgemerkt dat de hele voortuin zou kunnen worden bestraat en niet alleen de linker- of rechterzijde voor een uitweg.    Gelet op deze toelichting heeft de rechtbank terecht geoordeeld dat het college zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat de uitweg niet sterk afbreuk doet aan de ruimtelijke belevingswaarde van het omliggende gebied. Het advies van Kubiek Ruimtelijke Plannen van 29 mei 2019 leidt niet tot een ander oordeel, alleen al omdat er in dat advies ten onrechte van wordt uitgegaan dat het Beeldkwaliteitsplan criteria bevat voor de ligging van uitwegen. Ook richt het advies zich met name op de locatie van de garage, maar zoals hiervoor al is overwogen, gaat deze zaak daar niet over.     Het betoog faalt.Slotoverwegingen5.    Het hoger beroep is ongegrond. De uitspraak van de rechtbank dient te worden bevestigd, voor zover aangevallen.6.    Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.BeslissingDe Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:bevestigt de uitspraak van de rechtbank, voor zover aangevallen.Aldus vastgesteld door mr. D.A. Verburg, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. J.A.A. van Roessel, griffier.Het lid van de enkelvoudige kamer is verhinderd de uitspraak te ondertekenen.w.g. Van RoesselgriffierUitgesproken in het openbaar op 25 maart 2020457-935. BIJLAGE Wet algemene bepalingen omgevingsrechtArtikel 2.21. Voor zover ingevolge een bepaling in een provinciale of gemeentelijke verordening een vergunning of ontheffing is vereist om:[…]e. een uitweg te maken, te hebben of te veranderen of het gebruik daarvan te veranderen,[…]geldt een zodanige bepaling als een verbod om een project voor zover dat geheel of gedeeltelijk uit die activiteiten bestaat, uit te voeren zonder omgevingsvergunning.[…]Algemene plaatselijke verordening gemeente Eijsden-Margraten 2015Artikel 2.121. Het is verboden zonder vergunning van het college:a. een uitweg te maken naar de weg;b. van de weg gebruik te maken voor het hebben van een uitweg;c. veranderingen te brengen in een bestaande uitweg naar de weg.2. Voor de toepassing van het eerste lid wordt onder weg verstaan hetgeen artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994 daaronder verstaat.3. De vergunning kan worden geweigerd in het belang van:a. de bruikbaarheid van de weg;b. het veilig en doelmatig gebruik van de weg;c. de bescherming van het uiterlijk aanzien van de omgeving;d. de bescherming van groenvoorzieningen in de gemeente.[…]Beleidsregels Vergunning UitwegArtikel 3Een uitwegvergunning wordt in het belang van de bescherming van het uiterlijk aanzien van de omgeving in ieder geval geweigerd indien door het maken of veranderen van de uitweg:a. de gevraagde uitweg sterk afbreuk doet aan de ruimtelijke belevingswaarde van het gebied waarin zij is gelegen.De bescherming van het uiterlijk aanzien heeft betrekking op de bestaande situatie die in zijn huidige verschijningsvorm dient te worden beschermd of verbeterd. Het uiterlijk van de omgeving is een stedenbouwkundig criterium ten behoeve van de ruimtelijke beleving. Deze ruimtelijke beleving heeft betrekking op de ruimte in een straat die van ‘gevel tot gevel’ loopt en wordt soms binnen een bestemmingsplan verwoord in een beeldkwaliteitsplan. Zo’n beeldkwaliteitsplan stelt voorwaarden aan de mogelijkheden voor de invulling van de ruimte. Binnen bestemmingsplannen - en met name in het onderdeel beeldkwaliteitsplannen - wordt soms aangegeven of uitwegen wel of niet zijn toegestaan. Soms worden uitwegen gepland op gronden met een groenbestemming. Naast bestemmingsplannen en beeldkwaliteitsplannen kan ook een beschermd stads- of dorpsgezicht en een cultuur historisch waardevol gebied bepalend zijn voor het al dan niet toestaan van een uitweg.b. de uitweg bij een woonhuis breder is dan 4,5 meter;c. er meer dan een uitweg bij een woonhuis aanwezig is, tenzij dit perceel breder is dan 25 meter bij een erftoegangsweg of 50 meter bij een gebiedsontsluitingsweg.