Uitspraak ECLI:NL:RVS:2020:405

Deze uitspraak heeft betrekking op het rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht en is gepubliceerd door de Raad voor de Rechtspraak op 10-02-2020. De uitspraak is gedaan door Raad van State op 10-02-2020, deze uitspraak is bekend onder de European Case Law Identifier (ECLI) ECLI:NL:RVS:2020:405, het zaaknummer waarop deze uitspraak betrekking heeft is 201902287/1/V1


Bron: Rechtspraak

nl
ECLI:NL:RVS:2020:405:DOC

201902287/1/V1.Datum uitspraak: 10 februari 2020AFDELINGBESTUURSRECHTSPRAAKUitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:[de vreemdeling],appellante,tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Haarlem, van 12 maart 2019 in zaak nr. 18/8552 in het geding tussen:de vreemdelingende staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.ProcesverloopBij besluit van 18 januari 2018 heeft de staatssecretaris een aanvraag om de vreemdeling een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen.Bij besluit van 5 november 2018 heeft de staatssecretaris het daartegen door de vreemdeling gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.Bij uitspraak van 12 maart 2019 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard.Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. M. Issa, advocaat te Amsterdam, hoger beroep ingesteld.Overwegingen1.    Het hoger beroep richt zich niet tegen de uitspraak van de rechtbank. De vreemdeling legt namelijk niet uit waarom de uitspraak van de rechtbank volgens haar niet juist is. Daarom kan de Afdeling geen inhoudelijk oordeel geven over het hoger beroep (artikel 85 van de Vw 2000).2.    Het hoger beroep is niet-ontvankelijk. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.BeslissingDe Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.Aldus vastgesteld door mr. E. Steendijk, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. M.J.C. Beerse, griffier.w.g. Steendijk    w.g. Beerselid van de enkelvoudige kamer    griffierUitgesproken in het openbaar op 10 februari 2020154-938.