Uitspraak ECLI:NL:RVS:2020:33

Deze uitspraak heeft betrekking op het rechtsgebied Bestuursrecht en is gepubliceerd door de Raad voor de Rechtspraak op 08-01-2020. De uitspraak is gedaan door Raad van State op 08-01-2020, deze uitspraak is bekend onder de European Case Law Identifier (ECLI) ECLI:NL:RVS:2020:33, het zaaknummer waarop deze uitspraak betrekking heeft is 201907092/5/R3


Bron: Rechtspraak

nl
ECLI:NL:RVS:2020:33:DOC

201907092/5/R3.Datum uitspraak: 8 januari 2020AFDELINGBESTUURSRECHTSPRAAKUitspraak in het geding tussen:[appellant] en anderen, wonend te Rotterdam,ende raad van de gemeente Rotterdam,verweerder.ProcesverloopBij besluit van 9 juli 2019 heeft de raad het bestemmingsplan "Zestienhoven" vastgesteld.Tegen dit besluit hebben [appellant] en anderen beroep ingesteld.[appellant] en anderen hebben nadere stukken ingediend.De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 13 december 2019, waar [appellant] en anderen, vertegenwoordigd door mr. R.J.G. Bäcker, advocaat te ’s-Gravenhage is verschenen.Overwegingen1.    Het op deze zaak betrekking hebbend wettelijk kader is opgenomen in de bijlage bij deze uitspraak.2.    Blijkens de bekendmaking ving de terinzagelegging van het vastgestelde plan aan op 9 augustus 2019. De beroepstermijn is derhalve aangevangen op 10 augustus 2019 en geëindigd op 20 september 2019.3.    De Afdeling heeft een kopie van het faxexemplaar van het beroepschrift een eerste maal ontvangen op 23 september 2019, door middel van afgifte daarvan namens de gemachtigde aan de receptie van de Raad van State. Op 24 september 2019 heeft de Raad van State het per aangetekende post verzonden exemplaar van het beroepschrift ontvangen.4.    De gemachtigde van [appellant] en anderen stelt dat hij het beroepschrift op 20 september 2019 per faxbericht aan de Afdeling heeft verzonden en dat, nu zijn kantoor gebruik maakt van digitale verzending van faxen, het gegeven dat het beroepschrift niet per fax door de Afdeling is ontvangen moet zijn gelegen in falende fax-apparatuur bij de Afdeling. De gemachtigde heeft ter zitting van de Afdeling verklaard dat op 20 september 2019 meerdere malen is getracht het beroepschrift te faxen aan de Raad van State.4.1.    Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (bijvoorbeeld de uitspraak van 1 juni 2011, ECLI:NL:RVS:2011:BQ6794) draagt bij verzending per fax de afzender in beginsel het risico van verzending. De gevolgen van een mislukte poging tot verzending komen voor zijn risico. Het is aan de indiener om de ontvangst van het stuk aannemelijk te maken. Uit het verzendrapport dat door de gemachtigde van appellanten is overgelegd, blijkt dat op 20 september 2019 getracht is te faxen naar het faxnummer van de Raad van State, dat die faxopdracht is afgebroken en dat er nul pagina's zijn verzonden. Ter zitting van de Afdeling is aan de hand van een faxjournaal vastgesteld dat er op 20 september 2019 door de Raad van State van de kant van appellanten geen faxbericht met het beroepschrift is ontvangen. Van falende fax-apparatuur of storingen in de fax-apparatuur van de Raad van State op 20 september 2019 is niet gebleken. Appellanten hebben met overlegging van de kopie van het faxexemplaar van het beroepschrift niet aannemelijk gemaakt dat zij het per faxbericht verzonden beroepschrift tijdig hebben ingediend.5.    Bij de Afdeling is op 24 september 2019 een aangetekend verzonden beroepschrift ontvangen, vergezeld van een envelop waaruit blijkt dat aangetekende verzending niet is geëffectueerd omdat het adres fout dan wel onvolledig was. Ten aanzien van het beroepschrift dat per aangetekende post is verzonden, is door de gemachtigde van appellanten ter zitting van de Afdeling verklaard dat dit stuk op 20 september ter post is aangeboden, maar dat dit poststuk op 23 september 2019 is geretourneerd aan het kantoor van gemachtigde. Het beroepschrift is direct daarna nogmaals per aangetekende post verzonden, aldus de gemachtigde.5.1.     Mede gelet op de verklaringen van de gemachtigde van appellanten ter zitting van de Afdeling stelt de Afdeling vast dat de verzending van het door de Afdeling op 24 september 2019 ontvangen beroepschrift is aangevangen met de terpostbezorging daarvan op 23 september 2019. Het per aangetekende post verzonden beroepschrift is derhalve buiten de voor het instellen van beroep geldende termijn ter post bezorgd. In dit geval mist artikel 6:9, tweede lid, van de Awb toepassing.6.    De ter zitting van de Afdeling ingenomen stelling door de gemachtigde van appellanten, dat de termijnoverschrijding verschoonbaar is geweest, nu gemachtigde een professionele partij is waar zich niet eerder dergelijke problemen als thans aan de orde hebben voorgedaan en door hem op 20 september 2019 op verschillende wijzen is getracht het beroepschrift binnen de geldende beroepstermijn in te dienen, zijn geen omstandigheden als bedoeld in artikel 6:11 van de Awb. Dit artikel ziet immers op overmachtssituaties. De hoedanigheid van de gemachtigde en diens poging op diverse wijzen het beroepschrift in te dienen, levert geen overmachtssituatie op.7.    De conclusie is dat het beroepschrift buiten de termijn voor het instellen van beroep door de Afdeling is ingediend en dat er geen gegrond redenen zijn aangevoerd om dit verschoonbaar te kunnen achten. Het beroep van [appellant] en anderen is derhalve niet-ontvankelijk.8.    Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.BeslissingDe Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:verklaart het beroep niet-ontvankelijk.Aldus vastgesteld door mr. W.D.M. van Diepenbeek, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. E.K. van Leening, griffier.w.g. Van Diepenbeek    w.g. Van Leeninglid van de enkelvoudige kamer    griffierUitgesproken in het openbaar op 8 januari 2020513.BIJLAGEAlgemene wet bestuursrechtHoofdstuk 6. Algemene bepalingen over bezwaar en beroepAfdeling 6.2. Overige algemene bepalingenArtikel 6:7De termijn voor het indienen van een bezwaar- of beroepschrift bedraagt zes weken.Artikel 6:81. De termijn vangt aan met ingang van de dag na die waarop het besluit op de voorgeschreven wijze is bekendgemaakt.Artikel 6:91. Een bezwaar- of beroepschrift is tijdig ingediend indien het voor het einde van de termijn is ontvangen.2. Bij verzending per post is een bezwaar- of beroepschrift tijdig ingediend indien het voor het einde van de termijn ter post is bezorgd, mits het niet later dan een week na afloop van de termijn is ontvangen.Artikel 6:11Ten aanzien van een na afloop van de termijn ingediend bezwaar- of beroepschrift blijft niet-ontvankelijkverklaring op grond daarvan achterwege indien redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest.