Uitspraak ECLI:NL:RVS:2019:757

Deze uitspraak heeft betrekking op het rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht en is gepubliceerd door de Raad voor de Rechtspraak op 12-03-2019. De uitspraak is gedaan door Raad van State op 11-03-2019, deze uitspraak is bekend onder de European Case Law Identifier (ECLI) ECLI:NL:RVS:2019:757, het zaaknummer waarop deze uitspraak betrekking heeft is 201901740/2/V1


Bron: Rechtspraak

nl
ECLI:NL:RVS:2019:757:DOC

201901740/2/V1.Datum uitspraak: 11 maart 2019AFDELINGBESTUURSRECHTSPRAAKUitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van die wet, hangende het hoger beroep van:de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,verzoeker,tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Zwolle, van 5 februari 2019 in zaak nr. 18/7020 in het geding tussen:[referent] (lees: referent en [de vreemdeling]; hierna: de vreemdeling)ende staatssecretaris.ProcesverloopBij besluit van 27 maart 2018 heeft de staatssecretaris een aanvraag om de vreemdeling een machtiging tot voorlopig verblijf (hierna: mvv) te verlenen, afgewezen.Bij besluit van 7 september 2018 heeft de staatssecretaris het daartegen door referent en de vreemdeling gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.Bij uitspraak van 5 februari 2019 heeft de rechtbank het daartegen door referent en de vreemdeling ingestelde beroep gegrond verklaard, dat besluit vernietigd en bepaald dat de staatssecretaris binnen twee weken na de dag van verzending van de uitspraak een nieuw besluit op het gemaakte bezwaar neemt met inachtneming van de uitspraak.Tegen deze uitspraak heeft de staatssecretaris hoger beroep ingesteld.Voorts heeft hij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.Overwegingen1.    Het verzoek strekt ertoe dat bij wijze van voorlopige voorziening wordt bepaald dat de staatssecretaris in afwachting van de uitspraak op zijn hoger beroep geen uitvoering hoeft te geven aan de uitspraak van de rechtbank.2.    Gelet op de belangen die de staatssecretaris en referent en de vreemdeling naar voren hebben gebracht, ziet de voorzieningenrechter geen aanleiding een voorlopige voorziening te treffen. Daarbij neemt de voorzieningenrechter in aanmerking dat de aangevallen uitspraak er niet toe strekt dat de staatssecretaris de gevraagde mvv moet verlenen. Uitvoering van de uitspraak leidt dus niet tot gevolgen die zich slechts bezwaarlijk laten herstellen. Verder neemt de voorzieningenrechter in aanmerking dat uitvoering van de uitspraak van de staatssecretaris geen onevenredige inspanning vergt.3.    Het verzoek moet als kennelijk ongegrond worden afgewezen.4.    Van voor vergoeding in aanmerking komende proceskosten is niet gebleken.BeslissingDe voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:wijst het verzoek af.Aldus vastgesteld door mr. G. van der Wiel, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. J.J. Schuurman, griffier.w.g. Van der Wiel    w.g. Schuurmanvoorzieningenrechter    griffierUitgesproken in het openbaar op 11 maart 2019282-887.