Uitspraak ECLI:NL:RVS:2019:4030

Deze uitspraak heeft betrekking op het rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht en is gepubliceerd door de Raad voor de Rechtspraak op 29-11-2019. De uitspraak is gedaan door Raad van State op 28-11-2019, deze uitspraak is bekend onder de European Case Law Identifier (ECLI) ECLI:NL:RVS:2019:4030, het zaaknummer waarop deze uitspraak betrekking heeft is 201908099/1/V2 en 201908099/2/V2


Bron: Rechtspraak

nl
ECLI:NL:RVS:2019:4030:DOC

201908099/1/V2 en 201908099/2/V2.Datum uitspraak: 28 november 2019AFDELINGBESTUURSRECHTSPRAAKUitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) en, met toepassing van artikel 92 van de Vw 2000, op het hoger beroep van:[de vreemdeling],appellant,tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 1 november 2019 in zaak nr. NL19.23922 in het geding tussen:de vreemdelingende staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.ProcesverloopBij besluit van 8 oktober 2019 heeft de staatssecretaris een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.Bij uitspraak van 1 november 2019 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard.Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. A.A. Hardoar, advocaat te Amsterdam, hoger beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.Overwegingen1.    Het hoger beroep richt zich niet tegen de uitspraak van de rechtbank. De vreemdeling legt namelijk niet uit waarom de uitspraak van de rechtbank volgens hem niet juist is. Daarom kan de Afdeling geen inhoudelijk oordeel geven over het hoger beroep (artikel 85 van de Vw 2000).2.    Het hoger beroep is niet-ontvankelijk. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt daarom afgewezen. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.BeslissingDe voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:I.    verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk;II.    wijst het verzoek af.Aldus vastgesteld door mr. N. Verheij, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. G.A. van de Sluis, griffier.w.g. Verheij    w.g. Van de Sluisvoorzieningenrechter    griffierUitgesproken in het openbaar op 28 november 2019802.