Uitspraak ECLI:NL:RVS:2019:376

Deze uitspraak heeft betrekking op het rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht en is gepubliceerd door de Raad voor de Rechtspraak op 07-02-2019. De uitspraak is gedaan door Raad van State op 06-02-2019, deze uitspraak is bekend onder de European Case Law Identifier (ECLI) ECLI:NL:RVS:2019:376, het zaaknummer waarop deze uitspraak betrekking heeft is 201900489/1/V3


Bron: Rechtspraak

nl
ECLI:NL:RVS:2019:376:DOC

201900489/1/V3.Datum uitspraak: 6 februari 2019
AFDELINGBESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:
[de vreemdeling],appellant,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 11 januari 2019 in zaak nr. NL18.25066 in het geding tussen:
de vreemdeling
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.
Procesverloop
Bij besluit van 25 december 2018 is aan de vreemdeling een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.
Bij uitspraak van 11 januari 2019 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep gegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. F.W. Verbaas, advocaat te Alkmaar, hoger beroep ingesteld.
Vervolgens is het onderzoek gesloten.
Overwegingen
1.    Wat de vreemdeling met zijn hoger beroep kennelijk nastreeft, is bereikt, aangezien de vrijheidsontnemende maatregel op 7 januari 2019 is opgeheven, hem door de staatssecretaris een volledige schadevergoeding is aangeboden en de rechtbank de staatssecretaris in de proceskosten heeft veroordeeld.
    Voor het oordeel dat de vreemdeling niettemin nog belang heeft bij de beoordeling van het hoger beroep, bestaat geen grond.
2.    Het hoger beroep is kennelijk niet-ontvankelijk.
3.    Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.
Aldus vastgesteld door mr. N. Verheij, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. M.T. Annen, griffier.
w.g. Verheij    w.g. Annenlid van de enkelvoudige kamer    griffier
Uitgesproken in het openbaar op 6 februari 2019
765.