Uitspraak ECLI:NL:RVS:2019:3687

Deze uitspraak heeft betrekking op het rechtsgebied Bestuursrecht en is gepubliceerd door de Raad voor de Rechtspraak op 01-11-2019. De uitspraak is gedaan door Raad van State op 01-11-2019, deze uitspraak is bekend onder de European Case Law Identifier (ECLI) ECLI:NL:RVS:2019:3687, het zaaknummer waarop deze uitspraak betrekking heeft is 201902283/2/A3


Bron: Rechtspraak

nl
ECLI:NL:RVS:2019:3687:DOC

201902283/2/A3.Datum beslissing: 1 november 2019AFDELINGBESTUURSRECHTSPRAAKBeslissing op grond van artikel 8:29, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht in het hoger beroep van:[appellante], gevestigd te Utrecht,tegen de uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland van 14 februari 2019 in zaak nr. 18/2903 in het geding tussen:[appellante]ende burgemeester van Utrecht.Procesverloop[appellante] heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland van 14 februari 2019 in zaak nr. 18/2903. Het gaat in deze zaak om de sluiting van het pand aan de [locatie] te Utrecht voor de duur van twaalf maanden.De burgemeester heeft één gedingstuk overgelegd en met verwijzing naar artikel 8:29 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) medegedeeld dat uitsluitend de Afdeling hiervan kennis zal mogen nemen.Het betreft het een bestuurlijke rapportage van 23 november 2017 van de politie Midden-Nederland.Overwegingen1.    De burgemeester heeft de Afdeling wegens het bestaan van gewichtige redenen verzocht te bepalen dat alleen de Afdeling hiervan kennis zal nemen. Ter motivering van zijn verzoek heeft hij aangevoerd dat de bestuurlijke rapportage gegevens bevat als bedoeld in artikel 1, aanhef en onder a, van de Wet politiegegevens (hierna: Wpg). Het zou namelijk grotendeels gaan om gegevens die herleidbaar zijn tot personen en die in het kader van de uitoefening van de politietaak worden verwerkt, dan wel om gegevens die verweven zijn met de vermelde politiegegevens. Naar zijn oordeel staan de artikelen 7 en 16 van de Wpg in de weg aan verstrekking van deze gegevens. Voorts heeft de politie recent bericht dat er nog een opsporingsbelang aanwezig is vanwege een lopende strafrechtelijke procedure, aldus de burgemeester. Er zijn volgens de burgemeester dus gewichtige redenen in de zin van artikel 8:29 van de Algemene wet bestuursrecht.2.    Gelet op artikel 8:29, derde lid, van de Awb beslist de Afdeling of de weigering dan wel beperking van de kennisneming van een stuk gerechtvaardigd is. Deze beslissing vergt een afweging van belangen. Enerzijds speelt hierbij het belang dat partijen gelijkelijk beschikken over de voor het hoger beroep relevante informatie en het belang dat de bestuursrechter beschikt over alle informatie die nodig is om de zaak op een juiste en zorgvuldige wijze af te doen. Daartegenover staat dat de kennisneming door partijen van bepaalde gegevens het algemeen belang, het belang van één of meer partijen en/of het belang van derden onevenredig kan schaden.3.    Vooropgesteld zij dat het feit dat in een stuk politiegegevens zijn opgenomen niet zonder meer betekent dat er gewichtige redenen zijn als bedoeld in artikel 8:29 van de Awb (vergelijk de uitspraak van 31 januari 2019, ECLI:NL:RVS:2019:287). Dat laat onverlet dat aan het feit dat sprake is van politiegegevens bij de beoordeling van een verzoek als bedoeld in artikel 8:29 en de daarbij te maken belangenafweging betekenis toekomt. Ingevolge artikel 1, aanhef en onder a, van de Wpg wordt onder politiegegeven verstaan elk gegeven betreffende een geïdentificeerde of identificeerbare natuurlijke persoon dat in het kader van de uitoefening van de politietaak wordt verwerkt. De Afdeling heeft kennis genomen van de bestuurlijke rapportage. Zij stelt vast dat de bestuurlijke rapportage, die in het kader van de uitoefening van de politietaak is opgemaakt, behalve die van [eigenaar] van [appellante], de opsteller van de rapportage en twee officieren van justitie, geen namen bevat van personen dan wel gegevens die herleidbaar zijn tot een bepaalde persoon. Van politiegegevens in de zin van de Wpg is daarom geen sprake, zodat reeds hierom hetgeen de burgemeester heeft aangevoerd over de aanwezigheid van politiegegevens geen grond vormt voor inwilliging van zijn verzoek om beperking van de kennisneming van de bestuurlijke rapportage.4.    De Afdeling stelt ten aanzien van de in de bestuurlijke rapportage vermelde gegevens vast dat het belang van de opsporing van strafbare feiten in geding is. De burgemeester heeft aangevoerd dat de in de bestuurlijke rapportage vermelde gegevens verband houden met een lopende strafrechtelijke procedure. Naar het oordeel van de Afdeling weegt het belang van de opsporing van strafbare feiten in dit geval zwaarder dan het belang dat [appellante] kennis neemt van de bestuurlijke rapportage. Daarbij neemt de Afdeling in aanmerking dat de burgemeester in de besluitvorming de dragende bevindingen uit de bestuurlijke rapportage heeft vermeld.5.    De Afdeling acht gelet op het voorgaande het verzoek tot beperkte kennisneming gerechtvaardigd.BeslissingDe Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:wijst het verzoek toe;Aldus vastgesteld door mr. E.J. Daalder, lid van de enkelvoudige geheimhoudingskamer, in tegenwoordigheid van mr. B. Ley-Nell, griffier.w.g. Daalder    w.g. Ley-Nelllid van de enkelvoudige geheimhoudingskamer    griffierUitgesproken in het openbaar op 1 november 2019