Uitspraak ECLI:NL:RVS:2019:3410

Deze uitspraak heeft betrekking op het rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht en is gepubliceerd door de Raad voor de Rechtspraak op 09-10-2019. De uitspraak is gedaan door Raad van State op 09-10-2019, deze uitspraak is bekend onder de European Case Law Identifier (ECLI) ECLI:NL:RVS:2019:3410, het zaaknummer waarop deze uitspraak betrekking heeft is 201902300/1/V3


Bron: Rechtspraak

nl
ECLI:NL:RVS:2019:3410:DOC

201902300/1/V3.Datum uitspraak: 9 oktober 2019AFDELINGBESTUURSRECHTSPRAAKUitspraak op het hoger beroep van:[de vreemdeling],tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Zwolle, van 14 maart 2019 in zaak nr. NL19.4735 in het geding tussen:de vreemdelingende staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.ProcesverloopBij besluit van 28 februari 2019 is de vreemdeling in vreemdelingenbewaring gesteld.Bij uitspraak van 14 maart 2019 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. M.J.A. Rinkes, advocaat te Arnhem, hoger beroep ingesteld.De Afdeling heeft de Raad voor de rechtspraak krachtens artikel 8:45, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) verzocht schriftelijke inlichtingen te geven. De Afdeling heeft die op 14 augustus 2019 ontvangen en partijen in de gelegenheid gesteld daarop te reageren. De vreemdeling heeft van die mogelijkheid gebruik gemaakt.De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 2 september 2019, waar de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. M.J.A. Rinkes, advocaat te Arnhem, en de staatssecretaris, vertegenwoordigd door mr. F. Gerritsen, zijn verschenen. Namens de Raad voor de rechtspraak is mr. J.H.M. Hesseling, bijgestaan door mr. I.M. van der Heijden, advocaat te Den Haag, verschenen.OverwegingenInleiding1.    In de uitspraak van 30 april 2019, ECLI:NL:RVS:2019:1390, heeft de Afdeling overwogen dat het Zaakverloopregister op www.rechtspraak.nl voor anderen dan partijen (belangstellenden) niet kan worden aangemerkt als een toereikende wijze van openbaarmaking van uitspraken (artikel 8:78 van de Awb). De rechtbank Den Haag heeft vervolgens gelegenheid gekregen haar werkwijze aan te passen zodat belangstellenden die niet over het zaaknummer beschikken, ook eenvoudig de tekst van een specifieke uitspraak kunnen verkrijgen.Voordat de Afdeling bovengenoemde uitspraak deed, had de rechtbank haar werkwijze aangepast. Met ingang van 8 februari 2019 is een nieuw uitsprakenregister beschikbaar gesteld op www.rechtspraak.nl. In deze zaak heeft de rechtbank op 14 maart 2019 uitspraak gedaan met gebruikmaking van die aangepaste werkwijze.In deze uitspraak toetst de Afdeling of de rechtbank de uitspraak met de aangepaste werkwijze op toereikende wijze openbaar heeft gemaakt. Deze uitspraak heeft ook betekenis voor de andere zittingsplaatsen van de rechtbank Den Haag die uitspraken openbaar maken door middel van het nieuwe uitsprakenregister.Grieven2.    In zijn grieven klaagt de vreemdeling dat de uitspraak van de rechtbank voor vernietiging in aanmerking komt omdat die niet rechtsgeldig is ondertekend en niet in het openbaar is gedaan.Digitale ondertekening van de uitspraak van de rechtbank3.    De in de grieven opgeworpen rechtsvraag over de digitale ondertekening van de uitspraak van de rechtbank heeft de Afdeling bij uitspraak van 30 april 2019, ECLI:NL:RVS:2019:1400, beantwoord. Die overwegingen zijn hier ook van toepassing. Hieruit vloeit voort dat de klacht terecht is voorgedragen. Hoewel de rechter heeft verklaard de uitspraak op de eigen mobiele werkplek te hebben ondertekend, heeft de griffier verklaard van een andere werkplek gebruik te hebben gemaakt. De grief leidt in zoverre echter niet tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank, omdat de rechter en griffier hebben verklaard dat zij de uitspraak hebben ondertekend en dat de tekst van de uitspraak ten tijde van de ondertekening identiek is aan de tekst van de uitspraak die is opgenomen in het digitaal dossier.Openbaarmaking; het uitsprakenregister asiel & bewaring4.    De Raad voor de rechtspraak heeft de aangepaste werkwijze die de zittingsplaatsen van de rechtbank Den Haag hanteren voor het openbaar maken van uitspraken in zijn brief van 14 augustus 2019 en ter zitting als volgt toegelicht. Met ingang van 8 februari 2019 is op www.rechtspraak.nl het "uitsprakenregister asiel & bewaring" beschikbaar gesteld. In dit register kan een bezoeker een zittingsplaats van de rechtbank Den Haag en een datum of datumbereik selecteren, waarna een lijst met gegevens van gedane uitspraken in asiel- en bewaringszaken wordt weergegeven. Die gegevens zijn de uitspraakdatum, de zittingsplaats, het zaaknummer en de zaakstand, waarbij onder zaakstand alleen wordt vermeld of in de zaak uitspraak is gedaan. Het dictum of de (geanonimiseerde) tekst van de uitspraak is niet in dit register opgenomen. De Raad voor de rechtspraak stelt zich op het standpunt dat de aangepaste werkwijze voldoet aan de eisen van artikel 8:78 van de Awb. Hij heeft daarbij opgemerkt dat de wetsgeschiedenis vermeldt dat de rechtspraak destijds voornemens was om de openbaarheid van uitspraken vorm te geven door per gerecht dagelijks een lijst van gedane uitspraken op te stellen en op www.rechtspraak.nl te plaatsen, onder vermelding van de uitspraakdatum en het zaaknummer (Kamerstukken II 2014/15, 34 059, nr. 3). Verder kan een afschrift van een niet op www.rechtspraak.nl gepubliceerde uitspraak onder vermelding van die gegevens tegen betaling worden opgevraagd (artikel 8:79, tweede lid, van de Awb). Met het uitsprakenregister asiel & bewaring heeft de rechtspraak dit voornemen volgens de Raad voor de rechtspraak verwezenlijkt.4.1.    Zoals in de wetsgeschiedenis is vermeld, zijn verschillende wijzen van openbaarmaking toelaatbaar. De mensenrechtenverdragen vereisen niet dat uitspraken publiekelijk worden voorgelezen. Het uitgangspunt is dat een ieder toegang kan verkrijgen tot de volledige tekst van uitspraken. Gelet hierop is de werkwijze van de rechtbank, die enerzijds bestaat uit het opnemen van gegevens van de uitspraak in het uitsprakenregister asiel & bewaring en anderzijds uit het openstellen van de mogelijkheid om een afschrift op te vragen van een niet-gepubliceerde uitspraak, slechts in overeenstemming met artikel 8:78 van de Awb wanneer die een ieder in staat stelt toegang te verkrijgen tot de volledige tekst van uitspraken. De werkwijze van de rechtbank moet iemand die op zoek is naar een bepaalde uitspraak of uitspraken over een bepaald onderwerp in staat stellen om die uitspraak of uitspraken eenvoudig te verkrijgen.4.2.    Zoals de Afdeling heeft overwogen in de uitspraak van 30 april 2019, ECLI:NL:RVS:2019:1390, kunnen de vreemdeling en zijn gemachtigde kennisnemen van de uitspraak van de rechtbank door in te loggen in Mijn Rechtspraak, nadat zij van de plaatsing van de uitspraak een notificatie hebben ontvangen. De staatssecretaris kan dat via een digitale systeemkoppeling. Dit is met de aangepaste werkwijze niet gewijzigd. Zoals blijkt uit de inlichtingen die de Raad voor de rechtspraak in zijn brief van 14 augustus 2019 en ter zitting heeft gegeven ligt dit voor belangstellenden anders. Terwijl de gegevens in het Zaakverloopregister alleen toegankelijk zijn met kennis van een zaaknummer, is voor inzage in de gegevens in het uitsprakenregister asiel & bewaring slechts de opgave van een zittingsplaats en een datumbereik vereist. Verder is er voor belangstellenden met de aangepaste werkwijze echter niets gewijzigd. Het uitsprakenregister asiel & bewaring bevat namelijk dezelfde gegevens als het Zaakverloopregister, te weten de uitspraakdatum, de zittingsplaats, het zaaknummer en de zaakstand. Als zaakstand staat steeds alleen ingevuld ‘uitspraak’. Zolang het uitsprakenregister asiel & bewaring geen inhoudelijke informatie bevat over de uitspraken, kunnen belangstellenden die op zoek zijn naar een specifieke uitspraak of uitspraken over een specifiek onderwerp niet op basis van dit register gericht afschriften van uitspraken opvragen bij de rechtbank. Van die belangstellenden kan niet worden gevergd dat zij, om een bepaalde uitspraak of uitspraken te vinden, eerst controleren of de in het uitsprakenregister asiel & bewaring weergegeven uitspraken op www.rechtspraak.nl staan. Op die website wordt immers slechts een zeer gering percentage van alle uitspraken gepubliceerd, met als gevolg dat de betreffende uitspraak of uitspraken daarop in de regel niet zullen worden aangetroffen. Dit maakt dat die belangstellenden vervolgens alsnog ongericht alle uitspraken die in een bepaalde periode of op een bepaalde dag zijn gedaan moeten opvragen bij de rechtbank. Daarmee wordt niet voldaan aan de eis dat een belangstellende in staat wordt gesteld die bepaalde uitspraak eenvoudig te verkrijgen. Gelet hierop kan ook het uitsprakenregister asiel & bewaring niet worden aangemerkt als een toereikende wijze van openbaarmaking van uitspraken van de bestuursrechter.4.3.    Zoals de Raad voor de rechtspraak ter zitting heeft erkend zou integrale publicatie van alle uitspraken op www.rechtspraak.nl het geconstateerde gebrek grotendeels ondervangen. Dit is echter volgens de Raad voor de rechtspraak niet op korte termijn te realiseren. Uitspraken in asiel- en bewaringszaken worden namelijk uit privacyoverwegingen geanonimiseerd gepubliceerd. Het arbeidsintensieve proces van anonimisering in combinatie met het grote aantal uitspraken maakt integrale publicatie van alle uitspraken op dit moment onmogelijk. De Raad voor de rechtspraak heeft verklaard wel te streven naar integrale publicatie van alle uitspraken. Een belangstellende die op zoek is naar een specifieke uitspraak, kan zich daarnaast wenden tot de griffie van de rechtbank. Tot slot heeft de Raad voor de rechtspraak verklaard dat als de Afdeling oordeelt dat de aangepaste werkwijze niet voldoet, het voornemen bestaat om terug te keren naar de oude manier van uitspraken doen. Die oude manier houdt in dat uitsprakenzittingen worden gehouden, met een zittingslijst waarop staat in welke zaken uitspraak zal worden gedaan. Van deze zittingen wordt proces-verbaal opgemaakt, zodat kan worden nagegaan in welke zaken uitspraak is gedaan.4.4.    Zolang een vorm van digitale openbaarmaking die ook voor belangstellenden toereikend is, ontbreekt, acht de Afdeling de voorgenomen  terugkeer naar het houden van uitsprakenzittingen een adequate maatregel om te voldoen aan de eisen die gelden voor de openbaarmaking van uitspraken. Het proces-verbaal van dergelijke zittingen, met daarin onder andere het zaaknummer en de namen van partijen, en de desbetreffende uitspraken dienen door belangstellenden bij de griffie kosteloos te kunnen worden ingezien. Dit voornemen dient zo spoedig mogelijk, maar in ieder geval binnen acht weken na vandaag gerealiseerd te worden.Betekenis voor deze zaak4.5.    De klacht is gelet op het voorgaande terecht voorgedragen, maar deze grief leidt ook niet tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. De Afdeling zal ook in deze zaak aan het geconstateerde gebrek geen gevolgen verbinden. De vreemdeling was namelijk tijdig op de hoogte van de inhoud van de uitspraak zodat hijzelf in zoverre niet is benadeeld. Verder is het uitsprakenregister asiel & bewaring al voor de uitspraak van 30 april 2019 in gebruik genomen, zodat de rechtbank toen nog niet kon beoordelen of dit register voldeed aan de in die uitspraak opgenomen eisen. Zoals de Afdeling heeft overwogen in die uitspraak moet de rechtbank de gelegenheid krijgen haar werkwijze naar aanleiding van die uitspraak aan te passen.5.    Het hoger beroep is ongegrond. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd. De staatssecretaris moet de proceskosten vergoeden.BeslissingDe Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:I.    bevestigt de aangevallen uitspraak;II.    veroordeelt de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid tot vergoeding van bij de vreemdeling in verband met de behandeling van het hoger beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 1.280,00 (zegge: twaalfhonderdtachtig euro), geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.Aldus vastgesteld door mr. B.J. van Ettekoven, voorzitter, en mr. N. Verheij en mr. R.J. Koopman, leden, in tegenwoordigheid van mr. A.M. van Meurs-Heuvel, griffier.w.g. Van Ettekoven    w.g. Van Meurs-Heuvelvoorzitter    griffierUitgesproken in het openbaar op 9 oktober 201947-873.