Uitspraak ECLI:NL:RVS:2019:2774

Deze uitspraak heeft betrekking op het rechtsgebied Bestuursrecht en is gepubliceerd door de Raad voor de Rechtspraak op 14-08-2019. De uitspraak is gedaan door Raad van State op 14-08-2019, deze uitspraak is bekend onder de European Case Law Identifier (ECLI) ECLI:NL:RVS:2019:2774, het zaaknummer waarop deze uitspraak betrekking heeft is 201808163/1/R1


Bron: Rechtspraak

nl
ECLI:NL:RVS:2019:2774:DOC

201808163/1/R1.Datum uitspraak: 14 augustus 2019AFDELINGBESTUURSRECHTSPRAAKTussenuitspraak met toepassing van artikel 8:51d van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) in het geding tussen:Revco B.V., gevestigd te Deil, gemeente West Betuwe,appellante,ende raad van de gemeente Geldermalsen, thans gemeente West Betuwe,verweerder.ProcesverloopBij besluit van 24 april 2018 heeft de raad het bestemmingsplan "Deil 2018" (hierna: het plan) vastgesteld.Tegen dit besluit heeft Revco B.V. beroep ingesteld.De raad heeft een verweerschrift ingediend.De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 4 juli 2019, waar de raad, vertegenwoordigd door P.E.A. Broekmans, is verschenen.OverwegingenInleiding1.    Ingevolge artikel 8:51d van de Awb, voor zover hier van belang, kan de Afdeling het bestuursorgaan opdragen een gebrek in het bestreden besluit te herstellen of te laten herstellen.2.    Het plan heeft betrekking op de kern Deil. Het plan is volgens de toelichting gericht op het behouden en beheren van de bestaande ruimtelijke en planologische situatie. Het plan neemt in hoofdzaak de bestaande bouw- en gebruikrechten over van het voorheen geldende bestemmingsplan.3.    Revco B.V. is eigenaar van het gebouw aan de Appelhof 2, waar zij voorheen een groothandel in machines exploiteerde. Binnen het plan heeft het perceel Appelhof 2 de bestemming "Bedrijventerrein". Binnen die bestemming is een bedrijfswoning uitsluitend toegestaan ter plaatse van de functieaanduiding "bedrijfswoning". Die functieaanduiding ontbreekt op het perceel Appelhof 2. Revco B.V. keert zich daarom tegen deze bestemming.Toetsingskader4.    Bij de vaststelling van een bestemmingsplan moet de raad bestemmingen aanwijzen en regels geven die de raad uit een oogpunt van een goede ruimtelijke ordening nodig acht. De raad heeft daarbij beleidsruimte en moet de betrokken belangen afwegen. De Afdeling beoordeelt aan de hand van de beroepsgronden of het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan in overeenstemming is met het recht. De Afdeling stelt niet zelf vast of het plan in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening, maar beoordeelt aan de hand van die gronden of de raad zich in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat het plan strekt ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening.Bespreking beroepsgronden5.    Revco B.V. voert aan dat de raad ten onrechte niet het gebruik van de voormalige bedrijfswoning op de eerste verdieping positief heeft bestemd. Er was ten tijde van de vaststelling van het plan sprake van een concreet initiatief voor het opnieuw in gebruik nemen van het bedrijfspand, met bedrijfswoning, dat tijdig bij de raad kenbaar is gemaakt. Het argument van de raad dat het planologisch mogelijk maken van de woning niet past binnen het beleid van de gemeente, berust volgens Revco B.V. niet op een beleidsdocument.     5.1.    De raad stelt zich op het standpunt dat er sprake was van een concreet initiatief dat tijdig bij de raad kenbaar is gemaakt. Het planologisch mogelijk maken van een extra bedrijfswoning op het bedrijventerrein Appelhof past volgens de raad echter niet binnen het ruimtelijk beleid van de gemeente. De raad beroept zich voor de onderbouwing van dat standpunt onder meer op de "Beleidsnotitie bedrijventerreinen 2011-2030" (hierna: de beleidsnotitie). Uit met name pagina 27 van de beleidsnotitie volgt volgens de raad dat op het bedrijventerrein Appelhof geen nieuwe bedrijfswoningen mogelijk worden gemaakt. De raad beroept zich verder op de overgelegde informatienota met als onderwerp "Evaluatie woningbouwprogramma 2016 en Uitvoeringsprogramma Woningbouw 2017-2019" (hierna: de informatienota). Het gemeentelijk woningbouwprogramma staat tot 2025 987 nieuwe woningen toe op concrete locaties binnen de gemeente Geldermalsen. Volgens de raad is er geen noodzaak voor een bedrijfswoning aan Appelhof 2.5.2.    Artikel 1, lid 1.15, van de planregels luidt:"bedrijfswoning:een woning in of bij een gebouw of op een terrein, kennelijk slechts bedoeld voor (het huishouden van) een persoon, wiens huisvesting daar gelet op de bestemming van het gebouw of het terrein noodzakelijk is;"    Artikel 5, lid 5.1.2, onder b, luidt:"Bedrijfswoning:Per bedrijf is maximaal één bedrijfswoning toegestaan met een inhoud van maximaal 600 m³ dan wel de bestaande inhoud indien deze meer bedraagt, met dien verstande dat bedrijfswoningen uitsluitend zijn toegestaan ter plaatse van de aanduiding "bedrijfswoning"."Artikel 6, lid 6.2.5, van de planregels van het voorheen geldende bestemmingsplan "Deil 2006" luidde:"Bedrijfswoningen zijn uitsluitend toegestaan binnen de op de kaart aangegeven hoofdgebouwen. Per hoofdgebouw is maximaal één bedrijfswoning toegestaan, met dien verstande dat indien op de plankaart het aantal bedrijfswoningen is opgenomen dit aantal van toepassing is voor het betreffende hoofdgebouw."    Artikel 6, lid 6.4, in samenhang met artikel 6, lid 6.4.3, luidde:"Burgemeester en wethouders kunnen, met inachtneming van de algemene beschrijving in hoofdlijnen zoals opgenomen in Artikel 3, vrijstelling verlenen:[…] van het bepaalde in 6.2.5, teneinde nieuwe bedrijfswoningen toe te staan, mits:a. geen belemmering plaatsvindt van de bedrijfsvoering van nabijgelegen bedrijven;b. hiertegen uit milieukundig oogpunt geen bezwaar bestaat; dit betekent in ieder geval dat binnen de 50 dB(A)-contouren van wegen, geen geluidgevoelige objecten in de zin van de Wet geluidhinder mogen worden opgericht;"5.3.    In het stelsel van de Wet ruimtelijke ordening is een bestemmingsplan het ruimtelijke instrument waarin de wenselijke toekomstige ontwikkeling van een gebied wordt neergelegd. De raad dient bij de vaststelling van een bestemmingsplan rekening te houden met een particulier initiatief betreffende ruimtelijke ontwikkelingen, voor zover dat initiatief voldoende concreet is, tijdig kenbaar is gemaakt en ten tijde van de vaststelling van het plan op basis van de op dat moment bekende gegevens de ruimtelijke aanvaardbaarheid daarvan kan worden beoordeeld.    De raad is in de nota van zienswijzen en het verweerschrift ingegaan op de wens van Revco B.V. om een gedeelte van het gebouw tot bedrijfswoning te bestemmen. De raad heeft zich op het standpunt gesteld dat het mede bestemmen van het gebouw tot bedrijfswoning niet past binnen het ruimtelijk beleid van de gemeente. Uit de door de raad genoemde beleidsstukken volgt echter niet dat het planologisch mogelijk maken van een bedrijfswoning niet past binnen het gemeentelijk beleid.    In dat kader is van belang dat het op grond van artikel 6, lid 6.4, in samenhang met artikel 6, lid 6.4.3, van de planregels van het voorheen geldende bestemmingsplan "Deil 2006" mogelijk was om vrijstelling te verlenen voor nieuwe bedrijfswoningen. Deze vrijstellingsmogelijkheid is ook genoemd op pagina 44 van de beleidsnotitie. Verder staat in de in paragraaf 5.8 van de beleidsnotitie opgenomen tabel op pagina 28 dat het bedrijventerrein Appelhof in de toekomst de functie "gemengd, kleinschalig" zal blijven behouden. Niet staat vermeld dat een bedrijfswoning op dit bedrijventerrein is uitgesloten noch dat het voornemen bestaat om in de toekomst een ander beleid ten aanzien van bedrijfswoningen op dit bedrijventerrein te voeren. Dat is bijvoorbeeld anders bij het in dezelfde tabel genoemde bedrijventerrein "Hondsgemet Geldermalsen", waar onder "STRAKS" staat vermeld "geen wonen". Een dergelijk uitdrukkelijk verbod wordt in de beleidsnotitie niet genoemd voor het bedrijventerrein Appelhof.    De informatienota heeft betrekking op de woningbehoefte in het algemeen. De informatienota vermeldt niets over de mogelijkheid tot het realiseren van nieuwe bedrijfswoningen.    De Afdeling acht het besluit op dit punt onvoldoende gemotiveerd en dus in strijd met artikel 3:46 van de Awb. Gelet op het voorgaande komt de Afdeling niet meer toe aan de beoordeling van de vraag of een  bedrijfswoning aan de Appelhof 2 noodzakelijk is in de zin van artikel 1, lid 1.15, van de planregels.       Het betoog slaagt.6.    Revco B.V. heeft zich in het beroepschrift voor het overige beperkt tot het verwijzen naar de inhoud van de zienswijze. In de overwegingen van het bestreden besluit is ingegaan op deze zienswijze. Revco B.V. heeft in het beroepschrift geen redenen aangevoerd waarom de weerlegging van de desbetreffende zienswijze in het bestreden besluit onjuist zou zijn.Conclusie7.    Met het oog op een spoedige beslechting van het geschil zal de Afdeling de raad opdragen om binnen 20 weken na verzending van deze uitspraak met inachtneming van rechtsoverweging 5.3 dit gebrek te herstellen. De Afdeling draagt de raad op alsnog te motiveren waaromhet planologisch mogelijk maken van een bedrijfswoning aan Appelhof 2 in strijd is met het gemeentelijk beleid of anderszins in strijd is met een goede ruimtelijke ordening dan wel een nieuw besluit vast te stellen. Bij de voorbereiding van een eventueel nieuw besluit hoeft geen toepassing te worden gegeven aan afdeling 3.4 van de Awb.8.    In de einduitspraak zal worden beslist over de vergoeding van de proceskosten en het betaalde griffierecht.BeslissingDe Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:draagt de raad van de gemeente West Betuwe op:- om binnen 20 weken na de verzending van deze uitspraak met inachtneming van hetgeen onder 7 is overwogen een gewijzigde motivering vast te stellen of een nieuw besluit te nemen;- de Afdeling en de andere partijen de uitkomst mede te delen en een eventueel nieuw besluit op de wettelijk voorgeschreven wijze bekend te maken en mede te delen.Aldus vastgesteld door mr. E.A. Minderhoud, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. P.A. Melse, griffier.w.g. Minderhoud    w.g. Melselid van de enkelvoudige kamer    griffierUitgesproken in het openbaar op 14 augustus 2019191-927.