Uitspraak ECLI:NL:RVS:2019:2360

Deze uitspraak heeft betrekking op het rechtsgebied Bestuursrecht en is gepubliceerd door de Raad voor de Rechtspraak op 10-07-2019. De uitspraak is gedaan door Raad van State op 10-07-2019, deze uitspraak is bekend onder de European Case Law Identifier (ECLI) ECLI:NL:RVS:2019:2360, het zaaknummer waarop deze uitspraak betrekking heeft is 201801966/1/R2


Bron: Rechtspraak

nl
ECLI:NL:RVS:2019:2360:DOC

201801966/1/R2.Datum uitspraak: 10 juli 2019AFDELINGBESTUURSRECHTSPRAAKUitspraak in het geding tussen:1.    [appellant sub 1], wonend te Helmond,2.    de Stichting tot Behoud en Ontwikkeling van de Ecologische en Cultuurhistorische Waarden van het Middengebied Eindhoven-Helmond (hierna: de Stichting), gevestigd in de gemeente Nuenen, Gerwen en Nederwetten,3.    [appellante sub 3], wonend te Helmond,4.    [appellante sub 4] en anderen, allen wonend te Helmond,ende raad van de gemeente Helmond,verweerder.ProcesverloopBij besluit van 27 februari 2018 heeft de raad het bestemmingsplan "Buitengebied Helmond - Horst 27 (Hockeyclub)" vastgesteld.Tegen dit besluit hebben [appellant sub 1], de Stichting, [appellante sub 3] en [appellante sub 4] en anderen beroep ingesteld.De raad heeft een verweerschrift ingediend.De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 26 maart 2019, waar [appellant sub 1], de Stichting, vertegenwoordigd door [secretaris], bijgestaan door mr. R. Hörchner, advocaat te Breda, [appellante sub 4] en anderen, in de persoon van [appellante sub 4], en de raad, vertegenwoordigd door mr. P. Helmus, drs. J. Zeeuwen en drs. F. Dijker, zijn verschenen.Voorts is ter zitting Hockeyclub Helmond, vertegenwoordigd door [gemachtigde], als partij gehoord.OverwegingenInleiding1.    Het plan voorziet in uitbreiding van het bestaande terrein van HC Helmond aan de Horst 27 in Helmond. Daarbij wordt onder andere de aanleg van een 5e hockeyveld mogelijk gemaakt en het plan biedt ruimte voor de aanleg van 172 parkeerplaatsen. Tevens zijn in het plan wijzigingsbevoegdheden opgenomen voor het verplaatsen van een bestaand hockeyveld, de aanleg van een 6e hockeyveld en het verplaatsen van het clubhuis. [appellant sub 1], [appellante sub 3] en [appellante sub 4] en anderen wonen in de nabije omgeving van het plangebied en vrezen onder meer voor een toename van de overlast. De Stichting stelt onder meer dat de ecologische en de cultuurhistorische waarden van het gebied worden aangetast door het plan.Ontvankelijkheid2.    Artikel 1:2, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) luidt: "Onder belanghebbende wordt verstaan: degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken."    De wetgever heeft deze eis gesteld om te voorkomen dat een ieder, in welke hoedanigheid ook, of een persoon met slechts een verwijderd of indirect belang als belanghebbende zou moeten worden beschouwd en beroep zou kunnen instellen. Om als belanghebbende in de zin van de Awb te kunnen worden aangemerkt, dient een natuurlijk persoon een voldoende objectief en actueel, eigen, persoonlijk belang te hebben dat hem in voldoende mate onderscheidt van anderen en dat rechtstreeks wordt geraakt door het bestreden besluit.2.1.    Het beroep van [appellante sub 4] en anderen is mede ingesteld door [appellant sub 4A]. [appellant sub 4A] stelt dat hij geluidsoverlast ervaart van met name het clubgebouw van HC Helmond en de wedstrijdgeluiden van de hockeyvelden.    In de uitspraak van 23 augustus 2017, ECLI:NL:RVS:2017:2271, heeft de Afdeling overwogen dat het uitgangspunt is dat degene die rechtstreeks feitelijke gevolgen ondervindt van een activiteit die het besluit - zoals een bestemmingsplan of een vergunning - toestaat, in beginsel belanghebbende is bij dat besluit. Het criterium 'gevolgen van enige betekenis' dient als correctie op dit uitgangspunt. Gevolgen van enige betekenis ontbreken indien de gevolgen wel zijn vast te stellen, maar de gevolgen van de activiteit voor de woon-, leef- of bedrijfssituatie van betrokkene dermate gering zijn dat een persoonlijk belang bij het besluit ontbreekt. Daarbij wordt acht geslagen op de factoren afstand tot, zicht op, planologische uitstraling van en milieugevolgen (o.a. geur, geluid, licht, trilling, emissie, risico) van de activiteit die het besluit toestaat, waarbij die factoren zo nodig in onderlinge samenhang worden bezien. Ook aard, intensiteit en frequentie van de feitelijke gevolgen kunnen van belang zijn.    [appellant sub 4A] woont op een afstand van ongeveer 450 meter van het plandeel met de bestemming "Sport", dat voorziet in de aanleg van hockeyvelden. Niet is gebleken dat [appellant sub 4A] vanaf zijn perceel aan de [locatie] zicht heeft op het hockeyterrein van HC Helmond. Mede gelet op de aard en omvang van de ruimtelijke ontwikkelingen die in het plan mogelijk worden gemaakt en gezien de afstand tussen zijn woning en het terrein van HC Helmond heeft [appellant sub 4A] niet aannemelijk gemaakt dat hij daarvan gevolgen van enige betekenis ondervindt, zodat een rechtstreeks bij het bestreden besluit betrokken belang ontbreekt.    De conclusie is dat [appellant sub 4A] geen belanghebbende als bedoeld in artikel 1:2, eerste lid, van de Awb is bij het bestreden besluit en dat hij daartegen ingevolge artikel 8:1 van de Awb, in samenhang gelezen met artikel 8:6 van de Awb en artikel 2 van bijlage 2 bij de Awb, geen beroep kan instellen. Het beroep van [appellante sub 4] en anderen, voor zover dat is ingesteld door [appellant sub 4A], is niet-ontvankelijk.Formele punten3.    [appellant sub 1] betoogt dat zijn zienswijze op onjuiste wijze is weergegeven in de Zienswijzennota en dat dit tot onzorgvuldige besluitvorming door de raad heeft geleid. Ook [appellante sub 4] en anderen voeren aan dat sommige punten uit hun zienswijze in de Zienswijzennota zijn weggelaten of niet naar behoren zijn beantwoord.3.1.    Artikel 3:46 van de Awb verzet zich er niet tegen dat de raad de zienswijzen samengevat weergeeft. Dat niet op ieder argument ter ondersteuning van een zienswijze afzonderlijk is ingegaan, is op zichzelf geen aanleiding voor het oordeel dat het bestreden besluit niet voldoende is gemotiveerd. Niet is gebleken dat bepaalde bezwaren of argumenten niet in de overwegingen zijn betrokken. Dit betoog van [appellant sub 1] en [appellante sub 4] en anderen slaagt niet.Behoefte4.    [appellante sub 3], [appellante sub 4] en anderen en de Stichting wijzen erop dat het ledenaantal van HC Helmond sinds 2013 stabiel is rond de 1.200 leden en niet is gegroeid zoals destijds werd verwacht. Volgens hen ontbreekt daardoor de noodzaak voor het kunnen aanleggen van een 5e hockeyveld.    [appellante sub 3] betoogt dat enkel de wens van HC Helmond om op meer aanvaardbare tijden te kunnen spelen onvoldoende reden is om een extra veld aan te leggen. Het aantal jeugdleden is volgens haar de afgelopen jaren gedaald van 863 in 2009 naar 750 in 2018. Ook stelt [appellante sub 3] dat vergelijkbare clubs gemiddeld 356 leden per veld hebben en HC Helmond maar 300 leden per veld.    [appellante sub 4] en anderen betogen dat de Koninklijke Nederlandse Hockey Bond (hierna: KNHB) tussen de 250 en 400 leden per veld als norm hanteert, zodat met het huidige ledenaantal aan die norm wordt voldaan. Hoewel HC Helmond stelt dat op zaterdag onvoldoende veldcapaciteit beschikbaar is, is dat volgens [appellante sub 4] en anderen niet gebleken. Hierbij wijzen [appellante sub 4] en anderen erop dat wedstrijden bij HC Helmond op zaterdag pas om 10:00 uur beginnen en de laatste wedstrijd om 17:00 uur wordt gespeeld. Als om 9:30 uur zou worden begonnen, kunnen 6 wedstrijden in plaats van 5 wedstrijden per veld worden gespeeld op zaterdagen. Ook blijkt uit het speelschema dat op verschillende zaterdagen op sommige tijdstippen velden niet worden gebruikt.    De Stichting wijst erop dat in de gemeentelijke nota 'Ruimte voor Buitensport' uit 2012 werd verwacht dat het ledenaantal van HC Helmond van ongeveer 1.200 destijds zou groeien tot ruim 1.500 leden in 2020 en ruim 1.700 leden in 2030 en die voorspelling niet is uitgekomen. Ook blijkt volgens de Stichting uit openbare informatie dat 4 velden voor 1.200 leden vrij gebruikelijk is. Ter onderbouwing van deze stelling heeft de Stichting een overzicht gemaakt van 20 hockeyclubs in Nederland met de ledenaantallen en de beschikbare velden. Daaruit blijkt dat het aantal leden per veld varieert van 288 tot 488 en dat maar twee hockeyclubs minder leden per veld hebben dan HC Helmond. Ook betoogt de Stichting dat demografische voorspellingen erop duiden dat tot 2025 het aantal jonge kinderen in de regio met ongeveer 10% zal dalen, zodat een groei van het ledenaantal van HC Helmond in de nabije toekomst niet kan worden verwacht.4.1.    De raad stelt zich op het standpunt dat vanaf 2004 bij de hockeyclub capaciteitsproblemen zijn ontstaan. De integrale afweging voor de uitbreiding van het terrein van HC Helmond heeft onder andere plaatsgevonden bij de vaststelling van de 'Strategische Sportnota 2013-2020' in december 2013 en bij het raadsbesluit 'Uitbreiding hockeycomplex' van 7 juli 2015. Het ledenaantal is met ongeveer 1.200 in die periode nagenoeg ongewijzigd gebleven en volgens dat raad is met dat ledenaantal een 5e hockeyveld noodzakelijk.4.2.    Niet in geschil is dat het ledenaantal van HC Helmond al een aantal jaren ongeveer 1.200 bedraagt, wat ook blijkt uit het schematisch overzicht van de ledenaantallen in de periode 2007-2018 dat in het verweerschrift is opgenomen. Ongeveer twee derde van het totale aantal leden betreft jeugdleden. Zoals ook ter zitting is toegelicht, is de noodzaak van het 5e hockeyveld met name gelegen in dit relatief grote aantal jeugdleden. De jeugdleden spelen wedstrijden op zaterdag en op die dag komt HC Helmond volgens de raad een veld tekort. Op zondag spelen de andere leden en dan is er geen gebrek aan veldcapaciteit.     De Stichting wijst er met juistheid op dat in de prognoses over de bevolkingsgroei voor Helmond een krimp in de leeftijd tot 14 jaar wordt verwacht. Dit blijkt onder andere uit de tabel die is opgenomen in paragraaf 3.2.1 van het rapport 'Ruimte voor Buitensport' uit 2012, waarin een krimp van 5% in 2020 wordt verwacht in die leeftijdscategorie. Uit de tabel die is opgenomen in bijlage 2 bij dat rapport blijkt dat ondanks de verwachte daling van het aantal jeugdleden, het totale aantal leden van HC Helmond wordt geschat op 1.555 in 2020. In dat rapport is vermeld dat bij het huidige aantal leden reeds een 5e hockeyveld nodig is. In de Sportnota uit 2013 is op basis van eerdergenoemd rapport uit 2012 als beslispunt 10 opgenomen dat het terrein van HC Helmond aan de noordkant zal worden uitgebreid met maximaal twee hockeyvelden. Op 7 juli 2015 heeft de raad met dit beslispunt 10 van de Sportnota ingestemd en daarvoor budget ter beschikking gesteld. Die eerdere besluitvorming heeft tot het voorliggende plan geleid.    Uit de plantoelichting blijkt dat de raad zich heeft gebaseerd op die eerdere documenten uit 2012 en 2013. De gegevens over de ledenaantallen van HC Helmond laten echter zien dat de groei van de ledenaantallen van HC Helmond die destijds werd verwacht zich niet heeft voorgedaan. De Afdeling acht het onzorgvuldig dat de raad zich ten tijde van de vaststelling van het plan in 2018 niet heeft gebaseerd op meer recente informatie over het ledenbestand van HC Helmond en actuele gegevens over demografische ontwikkelingen in Helmond, ter onderbouwing van de behoefte aan het plan. Dit klemt temeer nu tussen partijen niet in geschil is dat de richtlijnen van de KNHB uitgaan van 350 leden per hockeyveld. Met het huidige aantal leden wordt ruimschoots aan die richtlijn voldaan en de raad heeft onvoldoende gemotiveerd waarom die richtlijn in het geval van HC Helmond niet toereikend is. Ter zitting is gebleken dat de gestelde capaciteitsproblemen op zaterdag mede komen doordat op die dag ook trainingen plaatsvinden. De gestelde noodzaak voor een 5e veld komt derhalve in ieder geval deels door keuzes van HC Helmond zelf en niet door het ledenaantal als zodanig. Voor zover HC Helmond stelt dat als gevolg van een gebrek aan veldcapaciteit voor jeugdleden een ledenstop geldt en daarom het ledenaantal de afgelopen jaren niet is toegenomen, overweegt de Afdeling dat dit vooralsnog nergens uit is gebleken. Hierbij neemt de Afdeling in aanmerking dat uit eerdergenoemd ledenoverzicht in het verweerschrift blijkt dat in de andere categorieën ook geen wezenlijke groei van het aantal leden heeft plaatsgevonden in de periode 2007-2018, terwijl de bevolkingsprognoses in het rapport 'Ruimte voor Buitensport' voor de meeste van die leeftijdsgroepen nog wel groei voorspellen. Voorts is niet inzichtelijk gemaakt dat met name op de zaterdag de veldbezetting - mede gelet op de begin- en eindtijden van wedstrijden - reeds volledig wordt benut, voor zover dat redelijkerwijs kan worden gevergd. De stelling dat de huidige veldbezetting op zaterdag, mede als gevolg van de keuze van de aanvangstijdstippen van de wedstrijden niet efficiënt is, is door de raad ook niet onderbouwd weerlegd.    Gezien het voorgaande is de Afdeling van oordeel dat het bestreden besluit, voor zover dat ziet op het mogelijk maken van een 5e hockeyveld en het door middel van een wijzigingsbevoegdheid voorzien in een 6e veld, is genomen in strijd met de bij het voorbereiden van een besluit te betrachten zorgvuldigheid. Deze betogen van [appellante sub 3], [appellante sub 4] en anderen en de Stichting slagen.Alternatieven5.    [appellant sub 1] betoogt dat in het plan is voorzien in uitbreiding van het terrein van HC Helmond op de huidige locatie, terwijl het meer voor de hand had gelegen om HC Helmond in zijn geheel te verplaatsen naar het huidige terrein van voetbalclub RKPVV aan de Goorloopweg.    Ook [appellante sub 3] stelt dat verplaatsing naar het terrein van RKPVV ten onrechte door de raad niet als een beter alternatief voor het voorliggende plan in overweging is genomen. Zij stelt dat de RKPVV door teruglopende ledenaantallen zal ophouden te bestaan en dat in de jaren '70 van de vorige eeuw op dit terrein 5 hockeyvelden en een clubhuis aanwezig waren. In de Sportnota uit 2013 wordt verplaatsing van HC Helmond naar het terrein van RKPVV ook als haalbaar gezien, aldus [appellante sub 3].    Volgens de Stichting is ook onvoldoende onderzoek gedaan naar het aanleggen van het 5e hockeyveld op het terrein van RKPVV of het volledig verplaatsen van HC Helmond naar dat terrein. Ook is in de Sportnota volgens de Stichting ten onrechte vermeld dat verplaatsing naar het RKPVV terrein duurder zou zijn, aangezien dat terrein reeds in eigendom is bij de gemeente en de gronden waarop de uitbreiding in het voorliggende plan is voorzien nog moeten worden aangekocht.5.1.    De raad stelt zich op het standpunt dat naar aanleiding van de voorgenomen uitbreiding, in de periode van 2013 tot juli 2015, diverse alternatieven zijn onderzocht zoals volledige verplaatsing naar andere locaties binnen of buiten het stedelijk gebied en uitbreiding in de directe omgeving van de bestaande locatie van de hockeyclub. Die alternatieven bleken er niet te zijn. De oppervlakte van het totale hockeycomplex na de beoogde uitbreiding is minimaal 40.000 m2. Binnen bestaand stedelijk gebied is geen ruimte beschikbaar voor hervestiging van deze functie met deze omvang. Bovendien zijn sportcomplexen vanwege hun uitstraling meestal gelegen binnen kernrandzones, net zoals het huidige terrein van HC Helmond. Daarom is in juli 2015 besloten om de uitbreiding van HC Helmond aan de noordzijde van het bestaande terrein mogelijk te maken. Verder stelt de raad dat de toekomst van het amateurvoetbal in Helmond onderwerp is van studie en overleg met de verenigingen. De opties voor RKPVV vallen buiten de reikwijdte van het plan voor HC Helmond. Bij het voorliggende plan zijn alle alternatieve locaties afgewogen.5.2.    In de plantoelichting staat dat in de periode 2013-2015 onderzoek is gedaan naar alternatieve locaties, maar daarbij is niet vermeld welke locaties in dat onderzoek zijn betrokken of wat de uitkomsten zijn van dat onderzoek. Ter zitting is een nadere toelichting gegeven op de locaties die in het verleden in aanmerking zijn genomen, waaronder het terrein van voetbalvereniging HVV in Helmond en een locatie aan de Ruwe Putten in Stiphout. Alle onderzochte locaties zijn volgens de raad afgevallen vanwege eigendomskwesties of wegens logistieke knelpunten of parkeerproblemen.    De Afdeling stelt voorop dat de raad het alternatief dat is aangedragen door de Stichting, dat ziet op het aanleggen van één of twee hockeyvelden op het terrein van RKPVV, in redelijkheid buiten beschouwing heeft kunnen laten. De Afdeling volgt de raad in het standpunt dat in die situatie geen accommodatie bij die velden aanwezig is en de afstand van meer dan 500 meter tussen het RKPVV-terrein en het clubhuis van HC Helmond tot logistieke en organisatorische knelpunten leidt.    Van het onderzoek naar alternatieven die betrekking hebben op een volledige verplaatsing van HC Helmond zijn geen stukken overgelegd. Hierdoor is niet kenbaar welke aannames en factoren daarbij een rol hebben gespeeld en is ook niet inzichtelijk hoe de uiteindelijk afweging tot stand is gekomen die heeft geleid tot de vaststelling van het voorliggende plan. Dit heeft het voor belanghebbenden ook bemoeilijkt om daar in het kader van deze procedure op te reageren. Voorts dateert het onderzoek naar alternatieven uit de periode 2013-2015 en hebben sindsdien relevante ontwikkelingen plaatsgevonden, zoals de omstandigheid dat RKPVV mogelijk op afzienbare termijn haar terrein zal verlaten. Gelet hierop kon de raad niet volstaan met een enkele verwijzing naar dat eerdere onderzoek en had de raad ook de actuele ontwikkelingen in de besluitvorming over het voorliggende plan moeten betrekken. Daarnaast heeft de raad evenmin inhoudelijk deugdelijk gemotiveerd dat het RKPVV-terrein geen geschikt alternatief is voor een gehele verplaatsing van HC Helmond. Pas ter zitting heeft de raad toegelicht dat verplaatsing naar het RKPVV-terrein tot verdere, ongewenste verdroging van het naastgelegen Warandebos zou leiden. Nu deze stelling niet nader is onderbouwd en dit ook niet blijkt uit de overlegde stukken, kan de Afdeling de raad niet volgen in dit standpunt.    Gezien het voorgaande is het bestreden besluit is in zoverre ook niet met de vereiste zorgvuldigheid genomen. Deze betogen van [appellant sub 1], [appellante sub 3] en de Stichting treffen doel.Verkeersoverlast6.    [appellante sub 4] en anderen betogen dat HC Helmond al ruim 20 jaar voor verkeersoverlast zorgt in hun wijk, mede omdat veel jeugdleden met de auto worden gebracht en gehaald vanwege de onveilige fietsroute, en dat tot op heden niets is gedaan om de ontsluitingswegen te optimaliseren of uit te breiden. Al het verkeer van en naar HC Helmond verloopt over 2 wegen door hun wijk - Horst en Gistel - want er zijn geen andere wegen naar het terrein van HC Helmond en volgens hen zal het voorliggende plan de bestaande verkeersoverlast verergeren.6.1.    De raad stelt zich op het standpunt dat aan de vermelding in de Sportnota uit 2013 dat een tweede verkeersontsluiting noodzakelijk is, geen gerechtvaardigde verwachtingen kunnen worden ontleend. In de plantoelichting is onderbouwd dat het terrein van HC Helmond voldoende toegankelijk is voor de clubleden. Weliswaar maken clubleden voornamelijk gebruik van een auto als vervoermiddel, maar de verkeersveiligheid is niet in het geding aangezien de toename van het aantal verkeersbewegingen binnen de capaciteit voor erftoegangswegen past. In de plantoelichting is vermeld dat uit een verkeersonderzoek uit 2014 is gebleken dat de wegen Horst en Gistel op werkdagen een verkeersintensiteit hebben van 275 voertuigen per etmaal (hierna: mvt/etmaal) en in het weekend een intensiteit van 600 mvt/etmaal. Dat is ruim onder de capaciteit van 3.000 tot 4.000 mvt/etmaal van deze twee wegen. Het plan is volgens de raad dan ook passend gezien de bestaande ontsluitingswegen.6.2.    De Afdeling overweegt dat de voorziene uitbreiding van het terrein van HC Helmond mogelijk ertoe zal leiden dat het aantal verkeersbewegingen op de Horst en Gistel zal toenemen. Omdat de huidige verkeersbewegingen ver onder de maximale wegcapaciteit liggen, ziet de Afdeling geen aanleiding om eraan te twijfelen dat deze twee wegen voldoende capaciteit hebben om ook de eventuele toename van het verkeer af te wikkelen die kan ontstaan door het plan. De Afdeling ziet ook geen aanleiding om de raad niet te volgen in het standpunt dat ook zonder de realisering van een tweede ontsluitingsroute voor auto's het plan niet zal leiden tot een onaanvaardbare situatie uit verkeerskundig oogpunt. In zoverre slaagt dit betoog niet.6.3.    Ter zitting hebben [appellante sub 4] en anderen toegelicht dat de gestelde verkeersoverlast bestaat uit te hard rijden en het hoge aantal verkeersbewegingen in het weekend. Ten aanzien van de gestelde overschrijdingen van de maximumsnelheid, is ter zitting vast komen te staan dat inmiddels drempels zijn aangelegd om de snelheid van auto's op de Horst en Gistel te verminderen. Voor zover [appellante sub 4] en anderen stellen dat dit niet heeft geholpen, overweegt de Afdeling dat te hard rijden een kwestie van handhaving van de verkeersregels is en dit in deze procedure niet aan de orde kan worden gesteld.    Dat hiervoor is overwogen dat de Horst en Gistel voldoende capaciteit hebben voor de verwachte verkeersintensiteiten, betekent niet dat de mogelijke verkeerstoename door het plan niet tot overlast kan leiden, onder andere in de vorm van geluidhinder. Uit het bestreden besluit en de daaraan ten grondslag liggende stukken blijkt niet dat de raad over de mogelijke overlast van de verdere toename van het aantal verkeersbewegingen op de Horst en Gistel als gevolg van het plan een ruimtelijke afweging heeft gemaakt. Pas ter zitting is namens de raad toegelicht dat twee keer verkeersmetingen zijn gedaan - zowel op werkdagen als in het weekend - en dat daaruit is gebleken dat het aantal verkeersbewegingen varieert van 500 tot 800 mvt/etmaal. Deze cijfers wijken in negatieve zin af van eerdergenoemd verkeersonderzoek uit 2014. Van deze meer recent uitgevoerde verkeerstellingen zijn geen stukken overgelegd, zodat deze stelling niet zonder meer kan worden gevolgd. Ook is niet inzichtelijk gemaakt of de verkeerstellingen op representatieve dagen en tijdstippen hebben plaatsgevonden, wat ter zitting door [appellante sub 4] en anderen is bestreden. Volgens hen zijn de bewuste verkeerstellingen in een vakantieperiode gedaan, toen geen wedstrijden bij HC Helmond plaatsvonden. Voorts is het de Afdeling niet duidelijk geworden hoe de pieken in de verkeersintensiteiten als gevolg van de aanwezigheid van het terrein van HC Helmond - zowel in de bestaande als in de toekomstige situatie waarin het plan voorziet - zich verhouden tot het aantal verkeersbewegingen op de Horst en Gistel dat behoort tot het normale woon- en werkverkeer in deze wijk.    De Afdeling is gezien het voorgaande van oordeel dat het bestreden besluit in zoverre niet berust op een deugdelijke motivering. Het betoog van [appellante sub 4] en anderen slaagt in zoverre.Parkeerplaatsen7.    De Stichting betoogt dat de behoefte aan 172 parkeerplaatsen niet inzichtelijk is gemaakt. De Stichting stelt dat in de huidige situatie 72 parkeerplaatsen op het terrein van HC Helmond aanwezig zijn en dat ongeveer 30 parkeerplaatsen in de openbare ruimte worden gebruikt. Volgens de Stichting heeft de raad niet duidelijk gemaakt waarom HC Helmond 160 parkeerplaatsen nodig heeft en de naastgelegen tennisclub 12 parkeerplaatsen. In dit verband wijst de Stichting erop dat in de plantoelichting is vermeld dat op het drukste moment 32 parkeerplaatsen per veld nodig zijn. Dat zijn 128 parkeerplaatsen in totaal, maar daaruit volgt niet dat na aanleg van het 5e hockeyveld in totaal 160 parkeerplaatsen nodig zijn. Ook is onvoldoende gemotiveerd dat na de eventuele aanleg van het 6e hockeyveld 192 parkeerplaatsen nodig zouden zijn voor HC Helmond.7.1.    De Afdeling volgt de Stichting niet in haar betoog dat onvoldoende is gemotiveerd waarom in het plan ook 12 parkeerplaatsen voor de naastgelegen tennisclub zijn voorzien. In de plantoelichting is vermeld dat de toegang tot het terrein van HC Helmond wordt gewijzigd door het plan, waardoor de bestaande parkeerplaatsen in de openbare ruimte, nabij deze tennisvereniging zullen verdwijnen. Voor de tennisvereniging geldt een norm van 3 parkeerplaatsen per tennisbaan. De tennisclub beschikt over vier banen en derhalve zijn voor die tennisclub 12 parkeerplaatsen nodig. In zoverre slaag het betoog niet.7.2.    Wat betreft het benodigde aantal van 160 parkeerplaatsen waar de raad bij de vaststelling van het plan is uitgegaan, overweegt de Afdeling als volgt. In de plantoelichting is vermeld dat uit de gemeentelijke parkeernormen volgt dat 27 parkeerplaatsen per hockeyveld moeten worden aangelegd. Het plan biedt ruimte voor de aanleg van 172 parkeerplaatsen. Daarbij is uitgegaan van 32 parkeerplaatsen per veld en dus van een beduidend hoger aantal parkeerplaatsen dan op basis van de parkeernormen nodig is. Ter zitting heeft de raad toegelicht dat in dit geval van een hogere parkeernorm is uitgegaan, omdat twee tellingen hebben uitgewezen dat de feitelijke parkeerdruk bij HC Helmond hoger is dan overeenkomt met de geldende parkeernorm.    Ook op dit punt constateert de Afdeling dat van de uitgevoerde onderzoeken geen stukken zijn overgelegd en een verantwoording van het uitgevoerde onderzoek ontbreekt in de plantoelichting. Hierdoor kan de Afdeling niet beoordelen of de uitgevoerde parkeertellingen inderdaad rechtvaardigen dat de raad in het voorliggende plan is afgeweken van de gemeentelijke parkeernormen. De Afdeling is dan ook van oordeel dat het bestreden besluit in zoverre evenmin berust op een deugdelijke motivering. Het betoog van de Stichting slaagt.Conclusie en proceskosten8.    In hetgeen [appellant sub 1], de Stichting, [appellante sub 3] en [appellante sub 4] en anderen hebben aangevoerd ziet de Afdeling aanleiding voor het oordeel dat het bestreden besluit is genomen in strijd met artikel 3:46 en artikel 3:2 van de Awb. De beroepen van [appellant sub 1], de Stichting en [appellante sub 3] en het beroep van [appellante sub 4] en anderen, voor zover dat ontvankelijk is, zijn gegrond. Derhalve dient het bestreden besluit te worden vernietigd.8.1.    De Afdeling ziet gelet op de aard van de gebreken, die een nieuwe afweging van het gehele plan vergen, geen aanleiding om de overige beroepsgronden van [appellante sub 4] en anderen en de Stichting te bespreken die onder andere betrekking hebben op het niet voldoen aan artikel 3.1.6, tweede lid, van het Bro, de gestelde strijd met het provinciale beleid voor natuurcompensatie en de groenblauwe mantel, het ecologisch onderzoek naar vleermuizen, het ontbreken van onderzoek naar de archeologische waarden en de gestelde aantasting van de landschappelijke en cultuurhistorische waarden van het gebied.8.2.    Uit een oogpunt van rechtszekerheid en gelet op artikel 1.2.3 van het Besluit ruimtelijke ordening, ziet de Afdeling aanleiding de raad op te dragen het hierna in de beslissing nader aangeduide onderdeel van deze uitspraak binnen vier weken na verzending van de uitspraak te verwerken op de landelijke voorziening, www.ruimtelijkeplannen.nl.9.    De raad dient ten aanzien van de Stichting op na te melden wijze tot vergoeding van de proceskosten te worden veroordeeld. Ten aanzien van [appellant sub 1], [appellante sub 3] en [appellante sub 4] en anderen is van proceskosten die voor vergoeding in aanmerking komen niet gebleken.BeslissingDe Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:I.    verklaart het beroep van [appellante sub 4] en anderen, voor zover dat is ingesteld door [appellant sub 4A], niet-ontvankelijk;II.    verklaart de beroepen van [appellant sub 1], de Stichting tot Behoud en Ontwikkeling van de Ecologische en Cultuurhistorische Waarden van het Middengebied Eindhoven-Helmond, [appellante sub 3] geheel en het beroep van [appellante sub 4] en anderen voor het overige gegrond;III.    vernietigt het besluit van de raad van de gemeente Helmond van 27 februari 2018 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Buitengebied Helmond - Horst 27 (Hockeyclub)";IV.    draagt de raad van de gemeente Helmond op om binnen vier weken na verzending van deze uitspraak ervoor zorg te dragen dat het hiervoor vermelde onderdeel III wordt verwerkt op de landelijke voorziening, www.ruimtelijkeplannen.nl;V.    veroordeelt de raad van de gemeente Helmond tot vergoeding van bij Stichting tot Behoud en Ontwikkeling van de Ecologische en Cultuurhistorische Waarden van het Middengebied Eindhoven-Helmond in verband met de behandeling van het beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 1.074,70 (zegge: duizendvierenzeventig euro en zeventig cent), waarvan € 1.024,00 is toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand;VI.    gelast dat de raad van de gemeente Helmond aan appellanten het door hen voor de behandeling van de beroepen betaalde griffierecht vergoedt ten bedrage van:a.    € 170,00 (zegge: honderdzeventig euro) voor [appellant sub 1];b.    € 338,00 (zegge: driehonderdachtendertig euro) voor Stichting tot Behoud en Ontwikkeling van de Ecologische en Cultuurhistorische Waarden van het Middengebied Eindhoven-Helmond;c.    € 170,00 (zegge: honderdzeventig euro) voor [appellante sub 3];d.    € 170,00 (zegge: honderdzeventig euro) voor [appellante sub 4] en anderen, met dien verstande dat bij betaling van genoemd bedrag aan een van hen de raad aan zijn betalingsverplichting heeft voldaan.Aldus vastgesteld door mr. R. Uylenburg, voorzitter, en mr. G.T.J.M. Jurgens en mr. H. Bolt, leden, in tegenwoordigheid van mr. J.V. Vreugdenhil, griffier.w.g. Uylenburg    w.g. Vreugdenhilvoorzitter    griffierUitgesproken in het openbaar op 10 juli 2019571.