Uitspraak ECLI:NL:RVS:2019:1899

Deze uitspraak heeft betrekking op het rechtsgebied Bestuursrecht; Omgevingsrecht en is gepubliceerd door de Raad voor de Rechtspraak op 12-06-2019. De uitspraak is gedaan door Raad van State op 12-06-2019, deze uitspraak is bekend onder de European Case Law Identifier (ECLI) ECLI:NL:RVS:2019:1899, het zaaknummer waarop deze uitspraak betrekking heeft is 201806714/1/A1


Bron: Rechtspraak

nl
ECLI:NL:RVS:2019:1899:DOC

201806714/1/A1.Datum uitspraak: 12 juni 2019AFDELINGBESTUURSRECHTSPRAAKUitspraak op het hoger beroep van:het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam,appellant,tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 17 juli 2018 in zaak nr. 17/3078 in het geding tussen:New Orange B.V.enhet college.ProcesverloopBij besluit van 26 augustus 2016 heeft het college aan Boaty B.V. omgevingsvergunning verleend voor het plaatsen van een drijvend platform met één laadpaal, het realiseren van zes meerpalen en het plaatsen van een stroomkast op de wal ten behoeve van zes elektrische vaartuigen ter hoogte van het adres Haarlemmerweg 215 te Amsterdam.Bij besluit van 4 april 2017 heeft het college het door New Orange daartegen gemaakte bezwaar niet-ontvankelijk verklaard.Bij uitspraak van 17 juli 2018 heeft de rechtbank het door New Orange daartegen ingestelde beroep gegrond verklaard, het besluit van 4 april 2017 vernietigd en het college opgedragen binnen vier weken na de dag van verzending van deze uitspraak een nieuw besluit te nemen op het bezwaar van New Orange met inachtneming van deze uitspraak. Deze uitspraak is aangehecht.Tegen deze uitspraak heeft het college hoger beroep ingesteld.Boaty heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 30 april 2019, waar het college, vertegenwoordigd door mr. S. Ugur. Voorts is daar gehoord Boaty, vertegenwoordigd door [gemachtigde].Overwegingen1.    Het college heeft het bezwaar van New Orange tegen het besluit van 26 augustus 2016 niet-ontvankelijk verklaard, omdat New Orange volgens hem geen belanghebbende is bij dit besluit.2.    De rechtbank heeft in de aangevallen uitspraak, onder verwijzing naar de uitspraak van de Afdeling van 31 januari 2018 (ECLI:NL:RVS:2018:348), overwogen dat volgens vaste rechtspraak degene wiens concurrentiebelang rechtstreeks bij een besluit betrokken is belanghebbende is, ongeacht de vraag of dat concurrentiebelang bij het nemen van het besluit een rol kan spelen en dat sprake is van concurrentie als ondernemingen werkzaam zijn in hetzelfde marktsegment en verzorgingsgebied. De rechtbank heeft overwogen dat zij op grond van de stukken en de mondelinge behandeling ter zitting van oordeel is dat New Orange en Boaty in hetzelfde marktsegment en verzorgingsgebied bedrijfsactiviteiten ontplooien. Beide ondernemingen richten zich op recreatief, gemotoriseerd vervoer van personen over het water met (auditieve of visuele) informatieverstrekking over de stad Amsterdam. Het is aannemelijk dat de groepen personen waarop beide ondernemingen zich richten in het aanbieden van hun vergelijkbare diensten, grotendeels overlappen. Volgens de rechtbank is het concurrentiebelang van New Orange rechtstreeks betrokken bij het besluit van 26 augustus 2016 en heeft het college haar bezwaar daarom ten onrechte niet-ontvankelijk verklaard.3.    Het college betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat New Orange belanghebbende is bij het besluit van 26 augustus 2016.3.1.    Vast staat dat New Orange en Boaty opereren in hetzelfde verzorgingsgebied, te weten Amsterdam. De diensten die New Orange en Boaty aanbieden verschillen evenwel op een aantal punten. New Orange is een bedrijf dat rondvaarten aanbiedt en losse kaartjes verkoopt voor deze rondvaarten. Boaty verhuurt zogeheten fluisterbootjes aan individuen of individuele groepen. De rondvaartboten van New Orange hebben voorts een schipper en een gids, terwijl de huurders van de boten van Boaty deze zelf bevaren zonder gids. De rondvaartboten van New Orange varen verder een vaste route, terwijl de huurders van de boten van Boaty een vrije routekeuze hebben. De boten van Boaty worden voorts voor een hele of een halve dag tijdens daglicht gehuurd, terwijl de rondvaartboten van New Orange een route van een uur varen zowel tijdens daglicht als in het donker. Op de rondvaartboten van New Orange is het verder mogelijk om versnaperingen te kopen. De boten van Boaty worden zonder versnaperingen verhuurd. Gelet op de verschillen in het aanbod van New Orange en Boaty kan niet gezegd worden dat beide bedrijven hun activiteiten in hetzelfde marktsegment ontplooien. De enkele omstandigheid dat het in beide gevallen om recreatief, gemotoriseerd vervoer van personen over het water in Amsterdam gaat is daarvoor, anders dan de rechtbank heeft overwogen, onvoldoende. De rechtbank heeft ten onrechte overwogen dat New Orange belanghebbende is bij het besluit van 26 augustus 2016.Het betoog slaagt.4.    Het hoger beroep is gegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden vernietigd. Doende hetgeen de rechtbank zou behoren te doen, zal de Afdeling het beroep tegen het besluit van 26 augustus 2016 van het college alsnog ongegrond verklaren.5.    Van proceskosten die voor vergoeding in aanmerking komen, is niet gebleken.BeslissingDe Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:I.    verklaart het hoger beroep gegrond;II.    vernietigt de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 17 juli 2018 in zaak nr. 17/3078;III.    verklaart het bij de rechtbank ingestelde beroep ongegrond.Aldus vastgesteld door mr. N. Verheij, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. M. Kos, griffier.w.g. Verheij    w.g. Koslid van de enkelvoudige kamer    griffierUitgesproken in het openbaar op 12 juni 2019580.