Uitspraak ECLI:NL:RVS:2019:1872

Deze uitspraak heeft betrekking op het rechtsgebied Bestuursrecht en is gepubliceerd door de Raad voor de Rechtspraak op 12-06-2019. De uitspraak is gedaan door Raad van State op 12-06-2019, deze uitspraak is bekend onder de European Case Law Identifier (ECLI) ECLI:NL:RVS:2019:1872, het zaaknummer waarop deze uitspraak betrekking heeft is 201809637/1/A2


Bron: Rechtspraak

nl
ECLI:NL:RVS:2019:1872:DOC

201809637/1/A2.Datum uitspraak: 12 juni 2019AFDELINGBESTUURSRECHTSPRAAKUitspraak op het hoger beroep van:[appellant], wonend te [woonplaats],tegen de uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland van 25 oktober 2018 in zaak nr. 18/3044 in het geding tussen:[appellant]ende commissie Schadefonds Geweldsmisdrijven (hierna: de CSG).ProcesverloopBij besluit van 22 februari 2018 heeft de CSG de aanvraag van [appellant] om een uitkering uit het Schadefonds Geweldsmisdrijven (hierna: het fonds) afgewezen.Bij besluit van 19 juli 2018 heeft de CSG het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.Bij uitspraak van 25 oktober 2018 heeft de rechtbank het door [appellant] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.Tegen deze uitspraak heeft [appellant] hoger beroep ingesteld.De CSG heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 9 mei 2019, waar de CSG, vertegenwoordigd door mr. A. Termeulen, is verschenen.OverwegingenInleiding1.    De CSG kent uit het fonds onder meer uitkeringen toe aan een ieder die door een in Nederland opzettelijk gepleegd geweldsmisdrijf ernstig lichamelijk of geestelijk letsel heeft opgelopen.Op 21 december 2017 heeft [appellant] een aanvraag ingediend om een uitkering uit het fonds te krijgen. Hieraan heeft [appellant] ten grondslag gelegd dat hij op 9 november 2017 slachtoffer is geworden van mishandeling, bedreiging met geweld en wederrechtelijke vrijheidsberoving.Bij het besluit van 22 februari 2018, gehandhaafd bij het besluit van 19 juli 2018, heeft de CSG deze aanvraag afgewezen omdat er geen sprake is van ernstig letsel als bedoeld in artikel 3 van de Wet schadefonds geweldsmisdrijven (hierna: Wsg).Aan de orde is de vraag of in het geval van [appellant] zonder beoordeling van medische informatie ernstig psychisch letsel moet worden voorondersteld.Wettelijk kader2.    De relevante wetgeving en het beleid zijn opgenomen in de bijlage, die deel uitmaakt van deze uitspraak.Oordeel van de rechtbank3.    De rechtbank heeft geoordeeld dat er geen sprake is van een situatie waarbij zonder medische informatie recht bestaat op een uitkering uit het fonds, omdat geen ernstig psychisch letsel wordt voorondersteld.Ernstig psychisch letsel wordt voorondersteld wanneer het gaat om dusdanig ernstige misdrijven dat een uitkering op zijn plaats is ongeacht de aard en de ernst van het feitelijk opgelopen letsel, omdat mensen buiten hun schuld om slachtoffer worden van een ernstig vergrijp. De situatie van [appellant] valt hier niet onder. De rechtbank komt tot dit oordeel omdat uit de aangifte blijkt dat [appellant] om drugs te kunnen kopen een goed heeft weggenomen uit het huis waar hij een kamer huurde. [appellant] werd hierop aangesproken en dit heeft uiteindelijk geleid tot de misdrijven zoals in de aanvraag vermeld. De rechtbank heeft geoordeeld dat de CSG zich in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat deze situatie niet vergelijkbaar is met een woningoverval waarbij een slachtoffer buiten zijn eigen schuld om in zijn eigen woning slachtoffer wordt. Er is niet door braak, misleiding of geweld toegang tot de woning of kamer van [appellant] verschaft. Als [appellant] de goederen niet uit het huis had weggenomen dan zouden de misdrijven hoogstwaarschijnlijk niet hebben plaatsgevonden. Doordat er sprake is van een eigen aandeel kon de CSG in redelijkheid oordelen dat er geen sprake was van een schrijnende situatie op grond waarvan [appellant] zonder medische onderbouwing voor een uitkering uit het fonds in aanmerking komt.Hoger beroep4.    [appellant] kan zich niet vinden in het oordeel van de rechtbank en betoogt dat hij, zonder medische onderbouwing, in aanmerking dient te komen voor een uitkering uit het fonds. Daartoe voert [appellant] aan dat wat hem is overkomen ten onrechte niet gelijk is gesteld aan een woningoverval. [appellant] stelt dat hij daarbij wederrechtelijk van zijn vrijheid is beroofd. Tevens stelt [appellant] zich op het standpunt dat er sprake is van een gelijkstelling aan een rechtstreekse bedreiging met een mes, omdat hij is bedreigd met een misdrijf tegen het leven gericht waarbij de bedreiging bestond uit het tonen en op zijn keel plaatsen van een steekwapen.4.1.    Bij de beoordeling van een aanvraag om een uitkering hanteert de CSG het beleid dat is neergelegd in de Beleidsbundel Schadefonds Geweldsmisdrijven (hierna: de Beleidsbundel). Indien sprake is van een geweldsmisdrijf als vermeld in paragraaf 1.2.4. van de Beleidsbundel van 1 mei 2018 in verbinding met paragraaf 2a van de Letsellijst Schadefonds Geweldsmisdrijven (hierna: de Letsellijst) van diezelfde datum vooronderstelt de CSG in beginsel ernstig psychisch letsel. Het gaat volgens het beleid om geweldsmisdrijven die op zichzelf zo ernstig zijn dat ze vrijwel altijd een grote impact op het slachtoffer zullen hebben. Het gaat daarbij om onder meer woningovervallen of rechtstreekse bedreigingen met een mes of vuurwapen.4.2.    De rechtbank heeft terecht geoordeeld dat de CSG zich op het standpunt heeft mogen stellen dat de omstandigheden van het geweldsmisdrijf waarvan [appellant] slachtoffer is geworden geen aanleiding geven om ernstig psychisch letsel bij hem te vooronderstellen. Van een gelijkstelling aan een woningoverval kan al daarom geen sprake zijn omdat niemand zich wederrechtelijk toegang tot de woning heeft verschaft. Dat het voorval zich heeft voorgedaan in de woning dan wel de kamer van [appellant] is onvoldoende om het voorval als een woningoverval aan te merken.Het standpunt dat sprake is van een gelijkstelling aan een rechtstreekse bedreiging met een mes volgt de Afdeling evenmin. Het proces-verbaal van aangifte biedt onvoldoende aanknopingspunten voor het oordeel dat sprake is van een situatie als bedoeld in de Beleidsbundel en de Letsellijst.Reeds op grond van het vorenstaande mocht de CSG zich op het standpunt stellen dat er geen recht bestaat op een uitkering uit het fonds.4.3.    Het betoog faalt.Conclusie5.    Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.6.    Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.BeslissingDe Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:bevestigt de aangevallen uitspraak.Aldus vastgesteld door mr. P.B.M.J. van der Beek-Gillessen, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. Y.M. van Soest-Ahlers, griffier.w.g. Van der Beek-Gillessen    w.g. Van Soest-Ahlerslid van de enkelvoudige kamer    griffierUitgesproken in het openbaar op 12 juni 2019343-921. BIJLAGE Artikel 3 Wet schadefonds geweldsmisdrijven1.    Uit het fonds kunnen uitkeringen worden gedaan:a. aan een ieder die ten gevolge van een in Nederland opzettelijk     gepleegd geweldsmisdrijf ernstig lichamelijk of geestelijk letsel heeft     bekomen;[…]Beleidsbundel schadefonds geweldsmisdrijven van 1 mei 20181.2.4 Vooronderstellen van ernstig letselBij verschillende geweldsmisdrijven kan het Schadefonds zonder beoordeling van medische informatie ernstig psychisch letsel vooronderstellen. Dit doet het dan op basis van de toedracht van het geweldsmisdrijf. Het gaat om geweldsmisdrijven, die op zichzelf zo ernstig zijn, dat ze vrijwel altijd een grote impact zullen hebben op het slachtoffer. Bij de volgende geweldsmisdrijven kan het Schadefonds ernstig letsel vooronderstellen: woningovervallen, zedenmisdrijven, bedreigingen met messen of vuurwapens, stelselmatig huiselijk geweld, mensenhandel, belaging en brandstichting. Hieronder is per geweldsmisdrijf beschreven wanneer ernstig letsel wordt voorondersteld. In deel 2A van de letsellijst is aangegeven welke letselcategorie hierbij past. De hoogte van de letselcategorie is afhankelijk van de ernst en de gevolgen van het geweldsmisdrijf. Is het daadwerkelijk opgelopen letsel ernstiger, dan wordt de daarbij passende letselcategorie aangehouden.WoningovervallenHet Schadefonds vooronderstelt ernstig letsel als sprake is van een overval in de eigen woning van het slachtoffer, waarbij de dader zich met geweld, misleiding of braak de toegang heeft verschaft tot die woning. Hierbij moet ook geweld zijn gebruikt tegen het slachtoffer (slaan, duwen, vastbinden of woordelijk bedreigen).Rechtstreekse bedreiging met mes of vuurwapenHet Schadefonds vooronderstelt ernstig letsel als een slachtoffer rechtstreeks is bedreigd met een mes of vuurwapen.Een bedreiging met een mes of vuurwapen is rechtstreeks als de bedreiging op de persoon van het slachtoffer is gericht (het slachtoffer is zich op dat moment bewust van het wapen) op een voor het wapen redelijkerwijs bruikbare afstand. Daarbij moet het slachtoffer op het moment van de bedreiging in de vooronderstelling verkeren dat het om een echt wapen gaat. Als een bedreiging niet rechtstreeks is, of als is gedreigd met een ander soort wapen, wordt ernstig psychisch letsel niet voorondersteld. Toch kan dan dit wel een geweldsmisdrijf opleveren. In dat geval onderzoekt het Schadefonds of door de bedreiging ernstig letsel is opgelopen.Letsellijst 1 mei 20182A. Vooronderstellen van ernstig psychisch letsel op basis van het geweldsmisdrijfDe lijst hieronder geeft een indicatie bij welke geweldsmisdrijven het Schadefonds zonder beoordeling van medische informatie ernstig psychisch letsel kan vooronderstellen en welke letselcategorie daarbij past. Of ernstig psychisch letsel wordt voorondersteld en welke letselcategorie hierbij past, bepaalt het Schadefonds op basis van de omstandigheden van het geval.Letselcategorie 1- Overval in de eigen woning, waarbij enig geweld is gebruikt of met geweld is gedreigd.Letselcategorie 2- Rechtstreekse bedreiging met een mes*, eventueel met fysiek geweld of het toebrengen van oppervlakkige snij- of steekverwonding(en).* Een bedreiging met een mes of vuurwapen is rechtstreeks als de bedreiging met het wapen op de persoon van het slachtoffer is gericht (het slachtoffer is zich op dat moment bewust van het wapen) op een voor het wapen redelijkerwijs bruikbare afstand. Daarbij moet het slachtoffer op het moment van de bedreiging in de vooronderstelling verkeren dat het om een echt wapen gaat.Als een bedreiging met een mes of vuurwapen niet rechtstreeks is, dan kan wel nog sprake zijn van een bedreiging. In dat geval onderzoekt het Schadefonds of door die bedreiging ernstig psychisch letsel is opgelopen.