Uitspraak ECLI:NL:RVS:2019:1172

Deze uitspraak heeft betrekking op het rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht en is gepubliceerd door de Raad voor de Rechtspraak op 12-04-2019. De uitspraak is gedaan door Raad van State op 12-04-2019, deze uitspraak is bekend onder de European Case Law Identifier (ECLI) ECLI:NL:RVS:2019:1172, het zaaknummer waarop deze uitspraak betrekking heeft is 201901173/2/V3


Bron: Rechtspraak

nl
ECLI:NL:RVS:2019:1172:DOC

201901173/2/V3.Datum uitspraak: 12 april 2019AFDELINGBESTUURSRECHTSPRAAKUitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van die wet, hangende het hoger beroep van:[vreemdeling 1] en [vreemdeling 2], mede voor hun minderjarige kinderen,appellanten,tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Zwolle, van 1 februari 2019 in zaken nrs. NL18.1564 en NL18.1567 in het geding tussen:de vreemdelingenende staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.ProcesverloopBij onderscheiden besluiten van 23 januari 2018 heeft de staatssecretaris aanvragen van de vreemdelingen om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard.Bij uitspraak van 1 februari 2019 heeft de rechtbank de daartegen door de vreemdelingen ingestelde beroepen ongegrond verklaard.Tegen deze uitspraak hebben de vreemdelingen hoger beroep ingesteld.Voorts hebben de vreemdelingen de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.Overwegingen1.    De vreemdelingen hebben de voorzieningenrechter verzocht bij wijze van voorlopige voorziening te bepalen dat zij niet worden uitgezet voordat op het hoger beroep is beslist.2.    Gelet op wat is aangevoerd, komt het verzoek, in het licht van de uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling van 20 februari 2019, ECLI:NL:RVS:2019:457, op na te melden wijze voor toewijzing in aanmerking.3.    De staatssecretaris moet de proceskosten vergoeden.BeslissingDe voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:I.    bepaalt bij wijze van voorlopige voorziening dat de vreemdelingen niet worden uitgezet, totdat op het door hen ingestelde hoger beroep is beslist;II.    veroordeelt de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid tot vergoeding van bij de vreemdelingen in verband met de behandeling van het verzoek opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 512,00 (zegge: vijfhonderdtwaalf euro), geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.Aldus vastgesteld door mr. J.Th. Drop, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van M.E. van Laar LLM, griffier.w.g. Drop    w.g. Van Laarvoorzieningenrechter    griffierUitgesproken in het openbaar op 12 april 2019551.