Uitspraak ECLI:NL:RVS:2019:1093

Deze uitspraak heeft betrekking op het rechtsgebied Bestuursrecht en is gepubliceerd door de Raad voor de Rechtspraak op 10-04-2019. De uitspraak is gedaan door Raad van State op 11-04-2019, deze uitspraak is bekend onder de European Case Law Identifier (ECLI) ECLI:NL:RVS:2019:1093, het zaaknummer waarop deze uitspraak betrekking heeft is 201809792/2/A3


Bron: Rechtspraak

nl
ECLI:NL:RVS:2019:1093:DOC

201809792/2/A3.Datum beslissing: 11 april 2019AFDELINGBESTUURSRECHTSPRAAKBeslissing op grond van artikel 8:29, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht in het hoger beroep van:[appellant], wonend te [woonplaats],appellant,tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 25 oktober 2018 in zaken nrs. 17/6080 en 17/6081 in het geding tussen:[appellant]ende burgemeester van Rotterdam.Procesverloop[appellant] heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 25 oktober 2018 in zaken nrs. 17/6080 en 17/6081.De burgemeester heeft twee gedingstukken overgelegd en met verwijzing naar artikel 8:29 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) medegedeeld dat uitsluitend de Afdeling kennis zal mogen nemen van deze stukken.Het betreft processen-verbaal van de politie, eenheid Rotterdam, van 12 november 2016 en 17 november 2016.Overwegingen1.    De burgemeester heeft de Afdeling wegens het bestaan van gewichtige redenen verzocht te bepalen dat alleen de Afdeling van beide processen-verbaal kennis zal nemen. Ter motivering van dit verzoek heeft hij aangevoerd dat kennisneming door de wederpartij de effectiviteit en veiligheid van toekomstige optredens van de politie in gevaar kan brengen, omdat daaruit duidelijk wordt in hoeverre de politie over informatie beschikt en hoe de politie deze informatie vergaart en in dit geval heeft verkregen. Tevens kan uit de processen-verbaal de handelwijze van de politie worden afgeleid in vergelijkbare situaties. Daarnaast zou bekendmaking van de processen-verbaal kunnen leiden tot onevenredige benadeling van de politie en andere betrokkenen en tot aantasting van de persoonlijke levenssfeer van betrokkenen, aldus de burgemeester.2.    Gelet op artikel 8:29, derde lid, van de Awb beslist de Afdeling of de weigering dan wel beperking van de kennisneming van een stuk gerechtvaardigd is. Deze beslissing vergt een afweging van belangen. Enerzijds speelt hierbij het belang dat partijen gelijkelijk beschikken over de voor het hoger beroep relevante informatie en het belang dat de bestuursrechter beschikt over alle informatie die nodig is om de zaak op een juiste en zorgvuldige wijze af te doen. Daartegenover staat dat de kennisneming door partijen van bepaalde gegevens het algemeen belang, het belang van één of meer partijen en/of het belang van derden onevenredig kan schaden.3.    De Afdeling heeft kennis genomen van de processen-verbaal. Zij acht aannemelijk dat kennisneming van de beide processen-verbaal zal leiden tot aantasting van het belang van opsporing en vervolging van strafbare feiten, het belang van inspectie, controle en toezicht door bestuursorganen, het belang van het voorkomen van onevenredige benadeling van bij de aangelegenheid betrokken natuurlijke personen of rechtspersonen en het belang van de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer. Naar het oordeel van de Afdeling wegen deze belangen zwaarder dan het belang dat de wederpartij kennis kan nemen van de processen-verbaal.4.    De Afdeling acht daarom het verzoek tot beperkte kennisneming gerechtvaardigd.BeslissingDe Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:wijst het verzoek toe.Aldus vastgesteld door mr. A.W.M. Bijloos, lid van de enkelvoudige geheimhoudingskamer, in tegenwoordigheid van mr. P. Klein, griffier.w.g. Bijloos    w.g. Kleinlid van de enkelvoudige geheimhoudingskamer    griffierUitgesproken in het openbaar op 11 april 2019