Uitspraak ECLI:NL:RVS:2000:AA5388

Deze uitspraak heeft betrekking op het rechtsgebied Bestuursrecht en is gepubliceerd door de Raad voor de Rechtspraak op 04-04-2013. De uitspraak is gedaan door Raad van State op 29-02-2000, deze uitspraak is bekend onder de European Case Law Identifier (ECLI) ECLI:NL:RVS:2000:AA5388, het zaaknummer waarop deze uitspraak betrekking heeft is E01.99.0157/2


Bron: Rechtspraak

ECLI:NL:RVS:2000:AA5388:DOC
nl

Raad van State
AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK
Proces-verbaal van de mondelinge beslissing met overeenkomstige toepassing van artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht op een verzoek van:
[verzoeker] te [woonplaats], verzoeker,
om wraking van mr J. de Vries, gedaan voorafgaand aan de behandeling van (onder meer) het beroep van verzoeker tegen het besluit van provinciale staten van Noord-Holland van 15 juni 1998, kenmerk 98-811435, waarbij is beslist op de bezwaarschriften tegen de op 9 september 1996 vastgestelde partiële herziening van het streekplan Amsterdam Noordzeekanaalgebied.
1 . Procesverloop
Bij besluit van 15 juni 1998, kenmerk 98-811435, hebben provinciale staten van Noord-Holland beslist op de bezwaarschriften tegen de op 9 september 1996 vastgestelde partiële herziening van het streekplan Amsterdam Noordzeekanaalgebied.
Tegen dit besluit heeft onder meer verzoeker beroep ingesteld.
Vóór de openbare behandeling van het geding heeft verzoeker bij brief van 15 februari 2000, ingekomen bij de Raad van State op 18 februari 2000 om wraking verzocht van mr De Vries. Deze brief alsmede de bijlage waarnaar verzoeker voor de motivering van zijn verzoek verwijst, zijn aangehecht.
De Afdeling heeft dit verzoek ter zitting behandeld op 29 februari 2000, waar verzoeker is verschenen. Bij mondelinge beslissing op 29 februari 2000 heeft de Afdeling, bestaande uit mr P.J. Boukema, Voorzitter, en drs E.L. Berg en mr R.H. Lauwaars, Leden, het verzoek afgewezen.
2. Overwegingen
2.1. Ingevolge artikel 8:15 van de Algemene wet bestuursrecht kan op verzoek van een partij elk van de rechters die een zaak behandelen, worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen leiden.
2.2. Verzoeker stelt dat daarvan sprake is. Hij heeft een verzoek om voorlopige voorziening ingediend ten aanzien van het besluit van gedeputeerde staten van Noord-Holland omtrent goedkeuring van het bestemmingsplan "Museumplein". In de uitspraak op dat verzoek heeft mr De Vries de uitslag van het gehouden wijkreferendum onvoldoende betrokken. Ook in de omstandigheden dat het besluit niet door gedeputeerde staten zelf was genomen en niet op alle ingediende bezwaren was ingegaan, heeft mr De Vries onvoldoende aanleiding gezien voor schorsing van dat besluit. In de uitspraak op het door verzoeker ingediende verzoek om een voorlopige voorziening ten aanzien van de beslissing omtrent goedkeuring van het bestemmingsplan “1ste Herziening Bestemmingsplan Museumplein e.o." heeft mr De Vries de naar de mening van verzoeker onduidelijke kennisgeving van terinzagelegging van het plan ten onrechte wel duidelijk geacht.
2.3. De Afdeling stelt vast dat de gronden waarop het verzoek om wraking steunt de inhoud betreffen van uitspraken die mr De Vries heeft gedaan op eerdere door verzoeker ingediende verzoeken om voorlopige voorziening alsmede de mate waarin hij door verzoeker aangevoerde argumenten daarbij heeft betrokken. De Afdeling acht hierin echter onvoldoende reden aanwezig om te twijfelen aan de rechterlijke onpartijdigheid van mr De Vries. Ook in hetgeen verzoeker overigens heeft aangevoerd, is de Afdeling niet gebleken van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.
2.4. Gelet op het bovenstaande is het verzoek om wraking afgewezen, zoals hiervoor is aangegeven.
Uitgesproken in het openbaar op 29 februari 2000
E01.99.0157/2.Datum beslissing: 29 februari 2000
w.g. Boukema w.g. NollesVoorzitter ambtenaar van Staat
176-291. Verzonden: 3 maart
Voor eensluidend afschrift, de Secretaris van de Raad van State, voor deze,