Uitspraak ECLI:NL:RBZWB:2020:1332

Deze uitspraak heeft betrekking op het rechtsgebied Strafrecht en is gepubliceerd door de Raad voor de Rechtspraak op 20-03-2020. De uitspraak is gedaan door Rechtbank Zeeland-West-Brabant op 23-03-2020, deze uitspraak is bekend onder de European Case Law Identifier (ECLI) ECLI:NL:RBZWB:2020:1332, het zaaknummer waarop deze uitspraak betrekking heeft is 02-665113-18


Bron: Rechtspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Strafrecht

Zittingsplaats: Breda

parketnummer: 02/665113-18

vonnis van de meervoudige kamer van 23 maart 2020

in de strafzaak tegen

[verdachte]

geboren op [geboortedag 1] 1988 te [geboorteplaats]wonende te [adres] raadsman: mr. P.J.W. de Water, advocaat te Katwijk

ECLI:NL:RBZWB:2020:1332:DOC
nl

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Strafrecht

Zittingsplaats: Breda

parketnummer: 02/665113-18

vonnis van de meervoudige kamer van 23 maart 2020

in de strafzaak tegen

[verdachte]

geboren op [geboortedag 1] 1988 te [geboorteplaats]wonende te [adres] raadsman: mr. P.J.W. de Water, advocaat te Katwijk
1

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 9 maart 2020, waarbij de officier van justitie, mr. Vroombout, en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.
2

Verdachte staat terecht, ter zake dat:
hij op of omstreeks 15 augustus 2015 te Dinteloord, gemeente Steenbergen, althans in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om door giften en/of beloften van geld en/of goed en/of misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht, te weten door het leeftijdsverschil, [naam 1] , geboren op [geboortedag 2] 2004, van wie hij, verdachte, wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat deze de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt, opzettelijk te bewegen een of meer ontuchtige handelingen te plegen met behulp van een computer via het internet een chatgesprek/schriftelijk gesprek heeft gevoerd met die [naam 1] en daarin aan die [naam 1] heeft meegedeeld dat hij, verdachte, over haar had gedroomd en/of dat hij, verdachte haar ging verwennen zoals een volwassene doet en/of gevraagd of die [naam 1] naar buiten wilde komen om zo te kunnen neuken en/of (vervolgens) die [naam 1] heeft meegedeeld dat wanneer zij het tussen haar en verdachte houdt hij haar betaald en/of hij, verdachte, die [naam 1] alles geeft, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

3

De dagvaarding is geldig.De rechtbank is bevoegd.De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging. Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.
overwegingen

4

4.1
Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan. Hij heeft zich daarbij gebaseerd op de aangifte van [naam 1] , een print van de aan die [naam 1] verstuurde Messengerberichten en op de verklaring van getuige [naam 2] , inhoudende dat verdachte aan hem heeft toegegeven dat hij de Messengerberichten heeft verstuurd. De officier van justitie heeft er voorts op gewezen dat de berichten zijn verstuurd uit naam van verdachte en vanuit het Facebookaccount van verdachte, terwijl uit de inhoud van de berichten volgt dat de verzender bekend was met [naam 1] en haar minderjarige leeftijd.
4.2
Het standpunt van de verdediging

De verdediging is van mening dat de rechtbank niet tot een bewezenverklaring kan komen. Zij betwist niet dat sprake is van wettig bewijs, maar meent dat niet kan worden gesproken van overtuigend bewijs. Zij heeft daartoe aangevoerd dat verdachte ontkent de Messengerberichten te hebben verstuurd en dat zijn Facebookaccount dus gehackt moet zijn. Zij heeft in dit verband een uitdraai van de website www.wikihow.com in het geding gebracht, waaruit volgens de verdediging blijkt dat een Facebookaccount eenvoudig kan worden gehackt. De verdediging heeft er voorts op gewezen dat technisch bewijs ontbreekt en dat aldus niet kan worden vastgesteld dat de Messengerberichten zijn verstuurd vanuit een device waarover verdachte de beschikking had. Dat verdachte ten overstaan van getuige [naam 2] zou hebben toegegeven de Messengerberichten te hebben verstuurd, wordt uitdrukkelijk betwist door de verdediging.
4.3
Het oordeel van de rechtbank

[naam 1] (hierna: [naam 1] ), geboren op [geboortedag 2] 2004, heeft op 18 augustus 2017 aangifte gedaan tegen verdachte en heeft in dat kader verklaard dat zij twee jaar geleden smerige Messengerberichten kreeg van verdachte. Verdachte was een vriend van haar vader die soms mee op vakantie ging en op visite kwam. [naam 1] was thuis toen ze de Messengerberichten kreeg. Ze was eerst bij haar vader in Dinteloord geweest en was daarna bij haar moeder in Zoetermeer. Zij werd rond 8:00 uur wakker in Zoetermeer en zag toen dat verdachte haar meerdere berichten had gestuurd. [naam 1] heeft de berichten uitgeprint en die print overhandigd aan de politie.
De print van de aan [naam 1] verstuurde Messengerberichten is opgenomen in het strafdossier. De rechtbank stelt vast dat bij die berichten steeds 15 augustus 2015 als datum wordt vermeld en dat de berichten zijn verstuurd in het tijdbestek van 02:56 uur tot 03:49 uur. De berichten luiden als volgt:
Hey als je dit berichtje tussen jou en mijn houdt dan krijg je veel genot en geld als je t stiekem tussen jou en moj hoidt.Zz

Hey [naam 1] ik heb pas geleden over jou gedroomd. Over dat ik jr ging verwennen zoals een volwassenen do. WIL je aub vvolwassenen zijn. Cx

Kom naar buiten in dintel

Ik neuk je

We gaan samen geil en sexy neuke

Als jr jr mond houd en stiekum brnt dam krijg je 18

Ik geef jr alles als je niks zegt en tusse ons houdt. Dan betaal ik iedere week kleding en iets wa jij sul

Samen iets doem wat normaal volwassenen down. Maar mu ga ik ke verwennen.

Getuige [naam 2] , de vader van [naam 1] , heeft verklaard dat hij van verdachte Whatsapp berichten heeft ontvangen waarin verdachte schreef dat het hem speet. Hij had spijt dat hij die berichten naar [naam 1] had gestuurd.

Verdachte heeft ter zitting erkend dat hij zijn excuses heeft aangeboden aan getuige [naam 2] , maar met de nuancering dat hij heeft gezegd dat het hem speet dat uit zijn naam de Messengerberichten zijn verstuurd. De rechtbank acht dit laatste echter ongeloofwaardig nu zij geen redenen heeft om te twijfelen aan de verklaring van getuige [naam 2] . In dit licht bezien, wordt het door de verdediging gevoerde verweer, gebaseerd op de enkele speculatief geponeerde stelling dat het Facebookaccount van verdachte gehackt was, eveneens als ongeloofwaardig terzijde geschoven.
2.56 uur:

3.23

Houdt dit alsjeblieft tussen ons. Jpu en mij. Ik betaal jr exyra als je mr luster xx

3.49

4.4
De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte
op 15 augustus 2015 te Dinteloord, gemeente Steenbergen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om door beloften van geld en goed [naam 1] , geboren op [geboortedag 2] 2004, van wie hij, verdachte, wist dat deze de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt, opzettelijk te bewegen een of meer ontuchtige handelingen te plegen, met behulp van een computer via het internet een chatgesprek heeft gevoerd met die [naam 1] en daarin aan die [naam 1] heeft meegedeeld dat hij, verdachte, over haar had gedroomd en dat hij, verdachte haar ging verwennen zoals een volwassene doet en gevraagd of die [naam 1] naar buiten wilde komen om zo te kunnen neuken en die [naam 1] heeft meegedeeld dat wanneer zij het tussen haar en verdachte houdt hij haar betaald en hij, verdachte, die [naam 1] alles geeft, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Dit levert het in de beslissing genoemde strafbare feit op.
Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

6

6.1
De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd aan verdachte op te leggen een taakstraf voor de duur van 50 uur, te vervangen door 25 dagen hechtenis wanneer deze niet naar behoren wordt verricht, met aftrek van voorarrest. Daarnaast heeft de officier van justitie oplegging van een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van 2 maanden gevorderd met een proeftijd van 2 jaar.
6.2
Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft primair vrijspraak bepleit. Subsidiair heeft zij verzocht om de door de officier van justitie gevorderde taakstraf te matigen en aan verdachte geen voorwaardelijke straf op te leggen.
6.3
Het oordeel van de rechtbank

Verdachte heeft zich in 2015 schuldig gemaakt aan een poging tot verleiding van een minderjarige tot het plegen van ontucht. Via Facebook heeft verdachte Messengerberichten gestuurd aan de destijds 11-jarige [naam 1] , de dochter van de indertijd beste vriend van verdachte. Verdachte berichtte [naam 1] dat hij haar zou gaan verwennen zoals een volwassene dat doet en dat hij haar geld en kleding zou geven als zij daarover niets zou vertellen tegen anderen. Ook vroeg verdachte aan [naam 1] om naar buiten te komen om samen te neuken. Door het sturen van deze berichten heeft de toen 26-jarige verdachte inbreuk gemaakt op de lichamelijke en psychische integriteit van [naam 1] . Het feit dat [naam 1] niet op de voorstellen van verdachte is ingegaan, doet niets af aan de bedoelingen en wensen van verdachte. Het is een feit van algemene bekendheid dat een bericht als dit, langdurige en ernstige schade kan toebrengen aan de geestelijke gezondheid van het slachtoffer. Dat [naam 1] last heeft ondervonden van het handelen van verdachte blijkt ook uit haar aangifte. Daarin is te lezen dat [naam 1] zich niet meer veilig voelde nadat dit was gebeurd en dat zij niet meer naar haar vader in Dinteloord durfde te gaan, omdat zij bang was dat verdachte iets zou doen. De rechtbank neemt dit verdachte bijzonder kwalijk.
De rechtbank houdt bij de strafbepaling rekening met de straffen die zijn opgelegd in gelijksoortige zaken en weegt verder in het voordeel van verdachte mee dat het een oud feit betreft.

Alles afwegend, is de rechtbank van oordeel dat een taakstraf voor de duur van 50 uur voldoende recht doet aan de ernst van het feit en de persoon van verdachte. De rechtbank ziet, anders dan de officier van justitie, geen aanleiding om ook een voorwaardelijke straf aan verdachte op te leggen, met name gelet op het gegeven dat het feit is gepleegd in 2015 en niet is gebleken dat verdachte zich sindsdien opnieuw schuldig heeft gemaakt aan een (soortgelijk) strafbaar feit.

7

De beslissing berust op de artikelen 22c, 22d en 248a van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.
beslissing

8

De rechtbank:
- verklaart het ten laste gelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
Bewezenverklaring

Strafbaarheid

Strafoplegging

Dit vonnis is gewezen door mr. Van der Weide, voorzitter, mr. Beudeker en mr. De Brouwer, in tegenwoordigheid van mr. Hoezen, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 23 maart 2020.
Mr. Beudeker en de griffier zijn niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.

-

verklaart dat het bewezen verklaarde het volgende strafbare feit oplevert:Poging tot verleiding van een minderjarige tot ontucht;

verklaart verdachte strafbaar;

-

veroordeelt verdachte tot ;

beveelt dat indien verdachte de taakstraf niet naar behoren verricht, zal worden toegepast van ;

bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van de taakstraf naar rato van 2 uur per dag.

_c601b880-ad0d-41dd-aa22-6a4c9f0bf0d7
1

Wanneer hierna wordt verwezen naar een paginanummer, wordt - tenzij anders vermeld - bedoeld een pagina van het eindproces-verbaal met dossiernummer PL2000 2017171532 (onderzoek Kremasti) van politie Zeeland en West-Brabant, opgemaakt in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren en doorgenummerd van 1 tot en met 49. Het proces-verbaal aangifte, p. 18 tot en met 21.
_5f4c60c3-86f1-42ff-8b04-98d9e9b2da48
2

Een print van Messengerberichten verstuurd op 15 augustus 2015, p. 23.

_7731e8c4-b667-4633-94f8-56c66f985fc8
3

Het proces-verbaal van verhoor getuige [naam 2] van 11 mei 2019 (niet opgenomen in het einddossier).