Uitspraak ECLI:NL:RBZWB:2019:5258

Deze uitspraak heeft betrekking op het rechtsgebied Strafrecht en is gepubliceerd door de Raad voor de Rechtspraak op 27-11-2019. De uitspraak is gedaan door Rechtbank Zeeland-West-Brabant op 27-11-2019, deze uitspraak is bekend onder de European Case Law Identifier (ECLI) ECLI:NL:RBZWB:2019:5258, het zaaknummer waarop deze uitspraak betrekking heeft is 02-800713-15


Bron: Rechtspraak


RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Strafrecht

Zittingsplaats: Breda

parketnummer: 02/800713-15

vonnis van de meervoudige kamer van 27 november 2019

in de strafzaak tegen

[verdachte]

geboren op [geboortedag] 1969 te [geboorteplaats]wonende te [adres verdachte 2]zonder bekende feitelijke woon- of verblijfplaats in Nederland
raadsman mr. Van der Horst, advocaat te Amsterdam

ECLI:NL:RBZWB:2019:5258:DOC
nl

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Strafrecht

Zittingsplaats: Breda

parketnummer: 02/800713-15

vonnis van de meervoudige kamer van 27 november 2019

in de strafzaak tegen

[verdachte]

geboren op [geboortedag] 1969 te [geboorteplaats]wonende te [adres verdachte 2]zonder bekende feitelijke woon- of verblijfplaats in Nederland
raadsman mr. Van der Horst, advocaat te Amsterdam

1

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zittingen van 11 september 2019, 19 september 2019, 2 oktober 2019 en 13 november 2019, waarbij de officier van justitie, mr. Emmen, en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.
2

Verdachte staat terecht, ter zake dat:
 voorafgaand aan 14 oktober 2015 tussenpersoon te zijn voor voornoemde [naam 7] (en/of [naam 6] ), en/of (aldus) gesprekken te voeren met voornoemde [naam 2] , [naam 1] , [naam 3] , [naam 4] , [naam 5] en/of anderen en/of afspraken met hen te maken en/of ontmoetingen te regelen en/of (uiteindelijk) te zorgen (te garanderen) dat zij op 14 oktober 2015 in Hooge Zwaluwe voornoemde vakantiewoning aanwezig zou(den) zijnen/of; ( (vervolgens) op 14 oktober 2015 voornoemde [naam 2] , [naam 1] , [naam 3] , [naam 4] en/of [naam 5] eerst te ontmoeten in Made en/of een of meer van hen de weg te tonen naar, althans mee te nemen naar voornoemde vakantiewoning en hem/hen aldaar plaats te laten nemen in een kamer op de benedenverdieping.
hij op of omstreeks 14 oktober 2015 te Hooge Zwaluwe, gemeente Drimmelen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen [naam 1] opzettelijk van het leven te beroven, met een vuurwapen een kogel in het lichaam van die [naam 1] heeft geschoten, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid,welke voor omschreven poging doodslag werd gevolgd, vergezeld en/of voorafgegaan van enig strafbaar feit, te weten een (poging tot) diefstal met geweld, dan wel een (poging tot) afpersing, dan wel een (poging tot) diefstal, van een hoeveelheid verdovende middelen en/of geld en/of enig (ander) goeden welke poging doodslag werd gepleegd met het oogmerk om de uitvoering van dat feit voor te bereiden, gemakkelijk te maken en/of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf en/of aan andere deelnemers aan dat feit straffeloosheid en/of het bezit van het wederrechtelijk verkregene te verzekeren;art 287 Wetboek van Strafrechtart 288 Wetboek van Strafrechtart 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht
subsidiair:

hij op of omstreeks 14 oktober 2015 te Hooge Zwaluwe, gemeente Drimmelen, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk vanwederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen, een hoeveelheid geld en/of een hoeveelheid verdovende middelen, althans enig(e) goed(eren), geheel of ten dele toebehorende aan [naam 2] en/of [naam 3] en/of [naam 1] en/of [naam 4] en/of [naam 5] en/of een of meer (andere) personen, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen voornoemde [naam 2] en/of [naam 1] en/of [naam 3] en/of [naam 4] ,gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of bij betrapping op heterdaad aan zichzelf of aan andere deelnemers aan voormeld misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hieruit bestond(en) dat verdachte en/of zijn mededader(s)
 een of meer van voornoemde perso(o)n(en) met een of meer vuurwapens heeft/hebben bedreigd en/of een of meer van voornoemde perso(o)n(en) heeft/hebben geschopt en/of geslagen een of meer van voornoemde perso(o)n(en) heeft/hebben gedwongen om op de grond te gaan liggen en/of de handen van een of meer van voornoemde perso(o)nen met tiewraps bij elkaar heeft/hebben gebonden en/of voornoemde [naam 1] met een vuurwapen een kogel in het lichaam heeft/hebben geschoten
terwijl bovenomschreven feit zwaar lichamelijk letsel bij die [naam 1] ten gevolge heeft gehad (te weten een (door)schotwondverwonding in het onderlichaam)art 312 lid 2 ahf/sub 2 en/of 4 Wetboek van Strafrecht
meer subsidiair:

hij op of omstreeks 14 oktober 2015 te Hooge Zwaluwe, gemeente Drimmelen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleenmet het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening weg te nemen een hoeveelheid geld, althans enig(e) goed(eren), geheel of ten dele toebehorende aan [naam 2] en/of [naam 1] en/of [naam 3] en/of [naam 4] en/of [naam 5] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),een afspraak met een of meer van de voornoemde pers(o)on(en) heeft/hebben gemaakt om elkaar te ontmoeten voor een drugsdeal en/of hem/hen naar een vakantiewoning aan de [straatnaam 1] heeft/hebben geleid en/of hem/hen aldaar in een kamer op de benedenverdieping plaats heeft/hebben laten nemenwelke poging tot diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van/door geweld en/of bedreiging met geweld tegen voornoemde personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,en/of met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [naam 2] en/of [naam 1] en/of [naam 3] en/of [naam 4] en/of [naam 5] te dwingen tot de afgifte van een hoeveelheid geld, althans enig(e) goed(eren), geheel of ten dele toebehorende aan een of meer van de voornoemde perso(o)n(en), in elk geval aan een ander of anderen dan aan hem, verdachte en/of zijn mededader(s),een afspraak met een of meer van de voornoemde pers(o)on(en) heeft/hebben gemaakt om elkaar te ontmoeten voor een drugsdeal en/of hem/hen naar een vakantiewoning aan de [straatnaam 1] heeft/hebben geleid en/of hem/hen aldaar in een kamer op de benedenverdieping plaats heeft/hebben laten nemen,welk geweld en/of welke dreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte en/of zijn mededader(s) vervolgens
 een of meer van voornoemde perso(o)n(en) met een of meer vuurwapen(s) heeft/hebben bedreigd en/of een of meer van voornoemde perso(o)n(en) heeft/hebben geschopt en/of geslagen een of meer van voornoemde perso(o)n(en) heeft/hebben gedwongen om op de grond te gaan liggen en/of de handen van een of meer van voornoemde perso(o)nen met tiewraps bij elkaar gebonden heeft/hebben en/of voornoemde [naam 1] met een vuurwapen een kogel in het lichaam heeft/hebben geschoten en/of
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid en/of terwijl bovenomschreven feit zwaar lichamelijk letsel bij die [naam 1] ten gevolge heeft gehad(te weten een (door)schotwondverwonding in het onderlichaam)art 312 lid 2 ahf/sub 2 en/of 4 Wetboek van Strafrechtart 317 lid 1 en/of 3 Wetboek van Strafrechtart 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht
meest subsidiair

[naam 6] en/of [naam 7] op een of meer tijdstip(pen) in de periode van 1 september 2015 tot en met 14 oktober 2015, althans op 14 oktober 2015 te Hooge Zwaluwe, gemeente Drimmelen, ter uitvoering van het door hem/hen voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleenmet het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening weg te nemen een hoeveelheid geld, althans enig(e) goed(eren), geheel of ten dele toebehorende aan [naam 2] en/of [naam 1] en/of [naam 3] en/of [naam 4] en/of [naam 5] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),een afspraak met een of meer van de voornoemde pers(o)on(en) heeft/hebben gemaakt om elkaar te ontmoeten voor een drugsdeal en/of hem/hen naar een vakantiewoning aan de [straatnaam 1] heeft/hebben geleid en/of hem/hen aldaar in een kamer op de benedenverdieping plaats heeft/hebben laten nemenwelke poging tot diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van/door geweld en/of bedreiging met geweld tegen voornoemde personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,en/ofmet het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [naam 2] en/of [naam 1] en/of [naam 3] en/of [naam 4] en/of [naam 5] te dwingen tot de afgifte van een hoeveelheid geld, althans enig(e) goed(eren), geheel of ten dele toebehorende aan een of meer van de voornoemde perso(o)n(en), in elk geval aan een ander of anderen dan aan hem, verdachte en/of zijn mededader(s),een afspraak met een of meer van de voornoemde pers(o)on(en) heeft/hebben gemaakt om elkaar te ontmoeten voor een drugsdeal en/of hem/hen naar een vakantiewoning aan de [straatnaam 1] heeft/hebben geleid en/of hem/hen aldaar in een kamer op de benedenverdieping plaats heeft/hebben laten nemen
welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat voornoemde [naam 6] en/of [naam 7] op 14 oktober 2015

 een of meer van voornoemde perso(o)n(en) met een of meer vuurwapen(s) heeft/hebben bedreigd en/of een of meer van voornoemde perso(o)n(en) heeft/hebben geschopt en/of geslagen een of meer van voornoemde perso(o)n(en) heeft/hebben gedwongen om op de grond te gaan liggen en/of de handen van een of meer van voornoemde perso(o)nen met tiewraps bij elkaar gebonden heeft/hebben en/of voornoemde [naam 1] met een vuurwapen een kogel in het lichaam heeft/hebben geschoten en/of
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid en/ofterwijl bovenomschreven feit zwaar lichamelijk letsel bij die [naam 1] ten gevolge heeft gehad (te weten een (door)schotwondverwonding in het onderlichaam)tot en/of bij het plegen van welk misdrijf verdachte op een of meer tijdstippen in de periode van 1 september 2015 tot en met 14 oktober 2015, althans op 14 oktober 2015, op een of meer plaatsen in Nederland, opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest door opzettelijk:
art 312 lid 2 ahf/sub 2 en/of 4 Wetboek van Strafrechtart 317 lid 1 en/of 3 Wetboek van Strafrechtart 48 ahf/sub 1 en/of 2 Wetboek van Strafrechtart 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht
3

De dagvaarding is geldig.De rechtbank is bevoegd.De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging. Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.
overwegingen

4

4.1
Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft, bij gebrek aan wettig en overtuigend bewijs, vrijspraak gevorderd van het primair tenlastegelegde medeplegen van een poging gekwalificeerde doodslag, het subsidiair tenlastegelegde medeplegen van een diefstal met geweld en het meer subsidiair tenlastegelegde medeplegen van een poging tot diefstal met geweld. Hij acht de meest subsidiair tenlastegelegde medeplichtigheid aan een poging tot diefstal met geweld, met de strafverzwarende omstandigheid dat het slachtoffer zwaar lichamelijk letsel heeft opgelopen, wel wettig en overtuigend bewezen en heeft het volgende aangevoerd. Het is [verdachte] (hierna telkens: verdachte) geweest die [naam 2] en [naam 7] met elkaar in contact heeft gebracht en dat hij voor beide partijen het vertrouwde gezicht was. Volgens de officier van justitie had verdachte al eerder ontmoetingen, met onder andere [naam 7] , [naam 6] en zijn neef [naam 8] . Al die ontmoetingen waren gericht op de koop en verkoop van een grote partij harddrugs, vermoedelijk cocaïne. Voorts had hij samen met [naam 7] een ontmoeting met [naam 2] op een vakantiepark te Hoeven, waarbij ook [naam 6] , zonder dat hij werd gezien, aanwezig zou zijn geweest. Vervolgens is er volgens de officier van justitie een ontmoeting geweest in het vakantiehuisje te Hooge Zwaluwe op 13 oktober 2015, waarbij verdachte en [naam 7] een aantal van de kopende Belgen hebben ontmoet. De officier van justitie gaat ervan uit dat ook [naam 6] daarbij in het huisje aanwezig is geweest op grond van de camerabeelden die zijn gemaakt bij zijn woning, waarop is te zien dat [naam 6] eerder die middag door [naam 7] werd opgehaald en op grond van de zendmastgegevens waaruit blijkt dat de telefoon van [naam 6] tijdens de ontmoeting in het vakantiehuisje een mast heeft aangestraald in de omgeving van het vakantiehuisje.Bij die ontmoeting zou volgens de officier van justitie zijn afgesproken dat de koop de volgende dag om 10.00 uur plaats zou vinden. Later die avond werden er nog PGP-berichten verstuurd waaruit blijkt dat [naam 6] de 13e oktober boven in het huisje had gezeten. [naam 6] gaf aan dat verdachte er de volgende dag bij moest zijn omdat de Belgen anders niet zouden komen. In die gesprekken deed verdachte ook zijn beklag over ‘de actie’ die de volgende dag zou gaan plaatsvinden. Hij stelde dat die Engelsman - waarmee volgens de officier van justitie [naam 7] wordt bedoeld - er te gemakkelijk over denkt en dat hij zal moeten gaan verhuizen na ‘die actie’ omdat die Belg weet waar hij woont. De officier van justitie stelt dat verdachte vervolgens wel gewoon is meegegaan naar het vakantiehuisje. Volgens de officier van justitie heeft verdachte met zijn vertrek naar de keuken aan [naam 7] en [naam 6] het signaal gegeven dat het geld binnen is en dat iedereen in de kamer was. Hij had er immers ook voor gezorgd dat [naam 2] in de kamer bleef zodat ‘de actie’ kon starten. De officier van justitie stelt dat ook uit de verklaringen die [naam 8] bij de politie heeft afgelegd, blijkt dat hij wist dat er een overval zou gaan plaatsvinden. Hij heeft namelijk verklaard dat hij, toen hij naar de keuken ging om thee te zetten, iemand naar beneden hoorde komen, dat hij dingen kapot hoorde vallen en dat er een knal volgde. Hij heeft verklaard dat hij daardoor geschrokken was en dat hij zich daarom naast de kast had verstopt. De officier van justitie wijst erop dat uit de verklaringen van de Belgische verdachten is gebleken dat er nog veel meer geweld en lawaai aan het eerste schot vooraf is gegaan. De officier van justitie heeft daarbij benoemd dat er werd gedreigd met wapens, dat er ‘politie, politie’ werd geroepen, dat de Belgen werden geslagen en geschopt en dat de Belgen naar de grond werden gewerkt en dat hun handen werden vastgebonden.De officier van justitie stelt dat verdachte zichzelf de das om heeft gedaan door te verklaren dat hij van dat alles niet is geschrokken, maar dat hij pas schrok toen het eerste schot viel. Pas op dat moment gebeurde er voor verdachte kennelijk iets onverwachts en volgens de officier van justitie wist verdachte dus wel van het plan om te rippen.
4.2
Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft aangevoerd dat verdachte te goeder trouw partijen bij elkaar heeft gebracht, waarbij hij niet heeft geweten dat er op 14 oktober 2015 vuurwapens in het spel waren. Ook zou hij niet hebben geweten dat [naam 6] aanwezig was in het vakantiehuisje en dat er geweld zou worden gebruikt. Daarbij heeft de verdediging gesteld dat noch op grond van de afgelegde verklaringen, noch op grond van het forensisch onderzoek, noch op grond van de overige bewijsmiddelen, met voldoende zekerheid kan worden bepaald wat er precies is gebeurd en wie er op welk moment geweld heeft gebruikt tegen wie en waarom.Daarbij wordt gesteld door de verdediging dat verdachte op 13 oktober 2015 heeft begrepen dat [naam 7] van plan was nepblokken te verkopen. Verdachte wist niet dat [naam 6] in het huisje aanwezig zou zijn en hij wist niet dat er een ripdeal zou worden gepleegd of anderszins geweld zou worden gebruikt. Met betrekking tot de PGP berichten heeft de verdediging aangevoerd dat uit die PGP berichten juist kan worden afgeleid dat er rare spelletjes werden gespeeld achter verdachtes rug om, dat verdachte eigenlijk niet mee wilde doen en dat verdachte geen PGP contact heeft gehad met [naam 6] . Verdachte is volgens de verdediging in een situatie beland die hij niet had voorzien en die hij zeker niet heeft gewild of heeft aanvaard.Met betrekking tot de poging (gekwalificeerde) doodslag op [naam 1] heeft de verdediging aangevoerd dat verdachte in ieder geval niet op [naam 1] heeft geschoten. Ook kan niet worden bewezen dat hij in de kamer was op het moment dat er op [naam 1] werd geschoten. Verdachte is het vakantiehuisje uit gevlucht en heeft zich volgens de verdediging volledig gedistantieerd. Voorts kan niet worden uitgesloten dat [naam 1] per ongeluk is geraakt of in een kruisvuur terecht is gekomen. Ook is niet duidelijk geworden of [naam 7] of [naam 6] gericht op het onderlichaam van [naam 1] hebben geschoten en of er sprake is geweest van het aanvaarden van een aanmerkelijke kans op de dood van [naam 1] . Het wettige en overtuigende bewijs dat er überhaupt sprake is geweest van een poging tot doodslag op [naam 1] is volgens de verdediging niet geleverd. Indien er wel sprake zou zijn geweest van een poging tot doodslag op [naam 1] , dan ontbreekt volgens de verdediging het wettig en overtuigend bewijs voor het medeplegen door verdachte. De verdediging voert daartoe aan dat [naam 6] zonder enige aanleiding naar [naam 1] toe is gelopen en zonder reden of noodzaak heeft geschoten. De verdediging is van mening dat een dergelijk irrationeel, onverwacht handelen niet onder een gezamenlijk opzet te brengen is. Met betrekking tot de voltooide diefstal met geweld van geld of verdovende middelen heeft de verdediging aangevoerd dat er geen verdovende middelen in de woning aanwezig zijn geweest en ontbreekt voorts het bewijs dat verdachte degene is geweest die het geld of de nepblokken heeft meegenomen.Ook voor de poging tot diefstal met geweld of afpersing heeft de verdediging aangevoerd dat vrijspraak moet volgen omdat verdachte ‘te goeder trouw’ in deze zaak betrokken is geraakt. De verdediging is van mening dat niet kan worden gezegd dat verdachte, als hij al een strafbare bijdrage heeft geleverd, daarmee ook het voorwaardelijk opzet heeft gehad op en een bijdrage heeft geleverd aan de poging tot diefstal met geweld.Verdachte heeft volgens de verdediging het contact gelegd tussen [naam 7] en de Belgen, maar hij wist op dat moment niets van een plan voor een rip-deal. De beloning van verdachte was gebaseerd op een gewone drugsdeal en [naam 7] zou het verder zelf met de Belgen afhandelen. Verdachte kan volgens de verdediging daarom onmogelijk als medepleger van de beroving worden aangemerkt. Zijn bijdrage was zelfs niet genoeg om als medeplichtige te worden aangemerkt omdat er geen aanwijzingen zijn dat verdachte al wist van het plan van [naam 7] op het moment van het tot stand komen van de drugsdeal. Daarnaast zijn aan verdachte medeplichtigheidshandelingen tenlastegelegd die onjuist zijn. Verdachte heeft de Belgen namelijk niet de weg naar het huisje gewezen en uit niets blijkt dat de Belgen niet zouden zijn gekomen als verdachte er niet zou zijn geweest.Met betrekking tot het zwaar lichamelijk letsel is door de verdediging tot slot nog aangevoerd dat op basis van de medische informatie van [naam 1] niet kan worden vastgesteld dat er van zwaar lichamelijk letsel sprake is geweest. Het opzet van verdachte was ook niet op dergelijk letsel gericht.
4.3
Het oordeel van de rechtbank

Opmerking vooraf: in verband met de leesbaarheid zal de rechtbank [naam 6] , [naam 7] en verdachte [verdachte] soms aanduiden als ‘de Nederlanders’ en de verdachten [naam 1] , [naam 3] , [naam 4] en [naam 2] als ‘de Belgen’.
Inleiding: een schietpartij

Op 14 oktober 2015 om 11.34 uur werd [naam 1] door [naam 4] en [naam 2] afgezet bij het [naam 9] aan de [straatnaam 2] in Oosterhout. [naam 1] bleek neergeschoten te zijn. Hij had een schotverwonding in zijn linker flank net boven het heupbeen. Daarnaast had hij bloeduitstortingen rondom zijn rechteroog en twee gebroken tanden, veroorzaakt door stomp botsend geweld. [naam 1] had een grote bult op zijn linkerslaap en zijn linker brilglas was kapot.
Op diezelfde dag na een 112-melding om 12.24 uur werd [verdachte] door de politie aangetroffen in een woning aan de [adres 1] te Breda. [verdachte] bleek twee schotwonden te hebben: een schotverwonding van links naar rechts door de onderrug en een schotwond door de basis van zijn linker duim.

Op aanwijzing van [verdachte] trof de politie op 15 oktober 2015 voor een vakantiehuisje aan de [adres 2] in Hooge Zwaluwe het levenloze lichaam van [naam 6] aan. In de woonkamer van het vakantiehuisje werd het levenloze lichaam van [naam 7] aangetroffen. Beide slachtoffers bleken door vuurwapengeweld om het leven te zijn gekomen.

Uit de bewijsmiddelen komt naar het oordeel van de rechtbank naar voren dat aan de gebeurtenissen op 14 oktober 2015 in het vakantiehuisje te Hooge Zwaluwe, nog een traject vooraf is gegaan en de rechtbank is van oordeel dat het voor de beoordeling van de tenlastegelegde feiten van belang is dat eerst de aanloop tot 14 oktober 2015 wordt besproken.

4.3.1
De gebeurtenissen tot 14 oktober 2015


Almere 21 september 2015

Verdachte heeft op de zitting van 11 september 2019 verklaard dat het zou kunnen dat hij op 21 september 2015 in Almere was. Hij was een keer met zijn neef [naam 8] in Almere geweest om een auto op te halen. Hij is daar wel meerdere keren geweest. Hij had regelmatig contact met [naam 10] . [naam 7] kende hij via een gemeenschappelijke vriend. Ook [naam 8] heeft verklaard dat hij een keer met verdachte in Almere is geweest om een auto terug te brengen.Uit de gegevens afkomstig van de mobiele telefoon van [naam 11] , de partner van verdachte, is gebleken dat verdachte op 21 september 2015 om 15.33 uur via WhatsApp aan zijn partner laat weten: “ik zat in een taki”, om 15.34 uur “ik rij zo naar huis” en om 17.56 uur “ik ben bijna Breda moet neef afzetten dan kom ik”. Volgens verbalisant blijkt uit een zoekslag in Google dat “Taki” in het Surinaams wordt gebruikt voor praten en/of een gesprek voeren. Vaststaat dat verdachte vanaf 1 oktober 2015 gebruik heeft gemaakt van een Jeep Renegade, met het Belgische kenteken [kenteken 1]. In het navigatiesysteem van de Jeep was als recente bestemming ingegeven het adres [adres 3] in Almere en dat is het adres van het [naam 12] in Almere. Het bij verdachte in gebruik zijnde telefoonnummer [telefoonnummer 1] straalde op 21 september 2015 om 17.27 uur de zendmast gelegen aan de [adres 4] in Almere en om 17.47 en 17.48 de zendmast aan de [straatnaam 3] in Almere aan. Het [naam 12] ligt tussen deze twee zendmasten in.Het telefoonnummer van [naam 8] [telefoonnummer 2] straalde vanaf 15.11 uur tot 17.43 uur zendmasten gelegen in Almere aan, met name de zendmast [adres 5] Almere. Het [naam 12] ligt op 450 meter afstand van deze zendmast. Het telefoonnummer [telefoonnummer 3] dat bij [naam 6] in gebruik was, straalde op 21 september 2015 vanaf 17.22 uur tot 17.36 uur de zendmast aan de [adres 6] te Almere aan. Ook deze zendmast staat in de omgeving van het [naam 12] . Het PGP-toestel dat mogelijk bij [naam 6] in gebruik was, straalde vanaf 15.11 uur tot 19.11 uur de zendmast gelegen aan de [straatnaam 4] in Almere aan, ook gelegen in de omgeving van het [naam 12].Het PGP-toestel dat bij [naam 7] in gebruik was, verplaatste zich op 21 september 2015 van Amsterdam naar Almere en straalde omstreeks 15.15 uur tot 17.15 uur de zendmast aan de [adres 5] in Almere aan. Tot slot is nog gebleken dat de bij [naam 10] in gebruik zijnde telefoonnummers op 21 september 2015 van 17.26 uur tot 17.42 uur de zendmast [adres 7] in Almere aanstraalden. Uit Google Maps blijkt dat ook deze zendmast in de omgeving van het [naam 12] staat.Eerder die dag waren er al contacten tussen de telefoons van verdachte en [naam 8] en [naam 10] en tussen de telefoons van [naam 6] en [naam 10] . De telefoonnummers in gebruik bij verdachte en [naam 8] reizen gelijktijdig vanuit Almere via de snelweg richting Breda.
De rechtbank is op grond van deze bewijsmiddelen tot het oordeel gekomen dat verdachte op 21 september 2015 rond 17.30 uur een ontmoeting had met [naam 7] , [naam 6] , zijn neef [naam 8] en [naam 10] bij het [naam 12] in Almere.

Hoeven 26 september 2015

Deze ontmoeting krijgt vijf dagen later een vervolg. Volgens verdachte had hij op 26 september 2015 in een caravan op het terrein van [naam 13] een afspraak met [naam 2] en [naam 7] . [naam 8] was met hem meegegaan, maar in de auto blijven zitten. Volgens verdachte werd daar gesproken over de koop van een aantal kilo’s, waarmee hij kennelijk cocaïne bedoelde. Verdachte kende [naam 2] een maand of zes en probeerde [naam 2] en [naam 7] bij elkaar te brengen. [naam 2] heeft bevestigd dat hij in september 2015 verdachte en [naam 7] in een vakantiepark heeft ontmoet. Daarna heeft hij nog twee keer zonder verdachte met [naam 7] in het vakantiepark gesproken. Bij die twee gesprekken was [naam 4] ook aanwezig. Bij die bijeenkomsten werd er volgens [naam 2] over het kopen van handel gesproken. Het PGP-toestel dat bij [naam 7] in gebruik was, straalde op 26 september 2015 tussen 12.14 en 13.40 uur zendmasten aan in de directe omgeving van Hoeven.
De rechtbank stelt vast op basis van deze bewijsmiddelen dat er op 26 september 2015 in Hoeven een ontmoeting heeft plaatsgevonden tussen verdachte, [naam 2] en [naam 7] , waarbij is gesproken over de koop van een grote hoeveelheid drugs.

Almere 7 oktober 2015

Vaststaat dat verdachte vanaf 1 oktober 2015 gebruik heeft gemaakt van een Jeep. In het navigatiesysteem van de Jeep was als recente bestemming ingegeven het adres [adres 3] in Almere en dat is het adres van het [naam 12] in Almere. Op 7 oktober 2015 om 10.39 uur e-mailt [naam 8] aan verdachte: ‘ik pik je nu op ben al onderweg we gaan Almere ff’. Het telefoonnummer van [naam 8] [telefoonnummer 2] straalde tussen 12.27 en 13.43 uur de zendmast aan de [adres 5] te Almere aan. Het [naam 12] ligt op 450 meter afstand van deze zendmast. Het telefoonnummer [telefoonnummer 3] en het PGP-toestel van [naam 6] stralen de hele dag op diverse zendmasten in Almere aan. Het telefoonnummer van [naam 10] straalt vanaf 11.29 uur tot 13.36 aan op zendmasten aan de [adres 7] en de [adres 8] te Almere. Op Google Maps is te zien dat het [naam 12] is gelegen tussen deze twee zendmasten in.
De rechtbank concludeert op basis van deze bewijsmiddelen, gezien in samenhang met de bewijsmiddelen genoemd hiervoor, dat er op 7 oktober 2015 een ontmoeting plaatsvond bij het [naam 12] in Almere tussen verdachte, zijn neef [naam 8] , [naam 6] en [naam 10] .

Hooge Zwaluwe 13 oktober 2015

Op 13 oktober 2015 vond er een ontmoeting plaats in het vakantiehuisje aan de [adres 2] in Hooge Zwaluwe. Bij die bijeenkomst waren aanwezig [verdachte], [naam 7] , [naam 2], [naam 1], [naam 4] en [naam 5]. Er werden verdere afspraken gemaakt voor de drugsdeal op 14 oktober 2015: de koop/verkoop van 15 kilo cocaïne, de prijs van € 25.000,= per kilo en het aandeel voor [verdachte] (‘het puntje’) van € 1000,= per kilo.
Voor deze bijeenkomst hebben verdachte en [naam 6] nog PGP-berichten naar elkaar gestuurd. Verdachte vraagt aan [naam 6] : ‘Wat kan ik hem zeggen op die laatste bericht?’, waarop [naam 6] antwoordt: ‘Jij ik en joego. We geven [naam 10] een mazzel. Vind je dat goed?’. De rechtbank gaat er vanuit dat met ‘ [naam 10] ’ [naam 10] werd bedoeld en met ‘joego’ [naam 7] . [naam 7] is geboren in [geboorteplaats naam 8] in het toenmalige Joegoslavië.
Uit de historische verkeersgegevens van de telefoons die waarschijnlijk bij [naam 6] in gebruik waren, bleek dat een van die telefoons op 13 oktober 2015 vanaf 16.50 uur tot 18.41 uur de zendmast aanstraalde in Drimmelen, Made en Lage Zwaluwe. Ook is uit camerabeelden van de woning van [naam 6] gebleken dat [naam 6] op 13 oktober 2015 omstreeks 15.28 uur werd opgehaald door [naam 7] en dat zij in de Volkswagen Golf van [naam 7] wegreden.
Na de bijeenkomst op 13 oktober 2015 rond 20.00 uur hebben [naam 6] en [naam 10] nog PGP-berichten naar elkaar gestuurd. [naam 10] vroeg aan [naam 6] : ‘Broer, hoe waren die Belgen zijn het er 2 of zijn het andere’. [naam 6] antwoordde toen: ‘Met z’n 3 belgen en 2 tussen’. [naam 10] : ‘Was je mee of w*s hulk alleen’, waarop [naam 6] meldde: ‘Ja ik zat verstopt boven’. Daarna vroeg [naam 10] : ‘Ok en [verdachte] ? Gaat ie mee of jank ie weer’. [naam 6] antwoordde toen: ‘Gaat mee moet anders komen ze niet’. Uit deze bewijsmiddelen maakt de rechtbank op dat [naam 6] zich bij de ontmoeting op 13 oktober 2015 in het vakantiehuisje te Hooge Zwaluwe boven had verstopt. De Belgen hebben hem daar niet gezien.
Verder komt de rechtbank tot de conclusie dat verdachte en [naam 6] elkaar wel degelijk kenden. [naam 10] heeft daarover aangegeven dat verdachte en [naam 6] bevriend waren. Daarnaast is dus vast komen te staan dat verdachte en [naam 6] elkaar in ieder geval op 21 september 2015 en 7 oktober 2015 hebben ontmoet en ook via PGP-berichten contact met elkaar hadden.

PGP-berichten van 13 oktober 2015 over de ‘actie’ morgen

Verdachte stuurde op 13 oktober 2015 een PGP-bericht aan [naam 6] met de volgende inhoud: ‘Oh lekker! Luister ik was vandaag met die belg bij je mannen ik zeg je echt wilde niet in die osso gaan ergens in een weiland niemand daar!! Morgen komt die belg met 2moccoros 15 stukjes kopen. Meer gaat niet lukken nu. Morgen hoef ik eigenlijk niet bij te zijn want alla sani setie maar ik ga erbij zijn. Maar die engels man ziet dat ding makkelijk vindt ik! Ik heb jullie al een paar keren gezegd die belg zn 2mans weet waar ik woon ik ga gelijk hier met heel me gezin moeten verhuizen hoe ga ik dat doen?? Morgen al zal ik weg moeten gaan kan geen kans nemen bro. Dus ik denk er nog over na om morgen ochtend te gaan want ik moet me kids en vrouwtje hier weg halen verhuizen gaat me veel kosten weer bro’.En later die dag om 19.48 uur aan [naam 10] : ‘Als die actie morgen 10u voorbij is heb ik niet veel tijd om heel me gezin weg te halen jullie denken daar te makkelijk over … Dus ik ga morgen moeten verhuizen tijdens hun die actie doen …’.
Op de betekenis van ‘die actie’ komt de rechtbank later nog terug. Verdachte bedoelt met ‘die engels man’ [naam 7].

Tussenconclusie

De rechtbank is op grond van het vorenstaande van oordeel dat verdachte bij de totstandkoming van de drugsdeal die op 14 oktober 2015 plaats zou vinden, een essentiële rol heeft gespeeld. Verdachte kende [naam 2] en de Nederlanders en heeft hen bij elkaar gebracht. Hij was aanwezig bij de (voor)bespreking met [naam 7] , [naam 6] en [naam 8] en daarna bij de eerste bespreking tussen [naam 7] en [naam 2] in Hoeven. Hij was bij het overleg tussen de Nederlanders onderling op 7 oktober 2015 in Almere en hij was ook weer aanwezig bij de ontmoeting in het vakantiehuisje met de Belgen op 13 oktober 2015. [naam 6] geeft duidelijk aan dat zijn aanwezigheid op 14 oktober 2015 noodzakelijk is, omdat de Belgen anders niet komen. En toen [naam 6] voorstelde: ‘jij, ik en joego. We geven [naam 10] een mazzel’, vroeg hij meteen daarna aan verdachte: ‘vind je dat goed?’.
4.3.2
De gebeurtenissen op 14 oktober 2015

Op 14 oktober 2015 zijn [naam 1], [naam 3], [naam 4], [naam 2] en [naam 5] naar Made gereden en bij [naam 14] in Made hebben zij [naam 7] en verdachte ontmoet. Omdat [naam 7] aangaf dat hij de groep te groot vond, is [naam 5] bij [naam 14] in Made achtergebleven.
[naam 6] was al eerder die dag door [naam 7] thuis opgehaald en rond 10.00 uur in het vakantiehuisje afgezet. [naam 7] reed vervolgens alleen naar [naam 14] in Made om verdachte en de Belgen op te halen.

Over de gebeurtenissen die vervolgens in het vakantiehuisje aan de [adres 2] in Hooge Zwaluwe hebben plaats gevonden, hebben [naam 1] , [naam 4] , [naam 2] en [naam 3] bij de politie de navolgende verklaring afgelegd. Er lagen pakketjes met geld op de salontafel en een paar personen waren het geld aan het tellen. Verdachte en [naam 7] verlieten de woonkamer. Even later stormde [naam 7] de woonkamer weer binnen met een vuurwapen en een politiebadge in zijn handen. Er wordt “politie, politie” geroepen. Achter hem kwam iemand met een bivakmuts op de woonkamer binnen. Hij had ook een vuurwapen vast. Volgens [naam 1] en [naam 3] kwam daarna verdachte binnen met een vuurwapen in zijn hand. Vanaf het eerste moment wordt door de overvallers grof geweld toegepast op de Belgen. Direct na binnenkomst werd eerst door [naam 7] en daarna door [naam 6] hard met een vuurwapen op het hoofd van [naam 2] geslagen, waardoor hij forse verwondingen heeft opgelopen aan zijn hoofd. Dit blijkt ook uit het grote aantal bloedsporen van [naam 2] die in het vakantiehuisje is aangetroffen. Ook [naam 1] werd meteen door [naam 7] met een vuurwapen in zijn gezicht geslagen en liep daarbij forse verwondingen op. Van hem is bloed op de bank aangetroffen. De Belgen hebben verklaard dat zij van de Nederlanders op de grond moesten gaan liggen en dat zij werden vastgebonden met tie-wraps. Zij werden geslagen en geschopt terwijl ze op de grond lagen. Op het moment dat [naam 1] geboeid op de grond lag, is hij plotseling en zonder enige aanleiding beschoten.

Tussenconclusies

Gelet op het feit dat alle vier de Belgen hierover in grote lijnen vergelijkbare verklaringen hebben afgelegd en gezien het ondersteunend forensisch bewijs, acht de rechtbank voldoende bewezen dat de Nederlanders hebben geprobeerd [naam 1] , [naam 4] , [naam 2] en [naam 3] met grof geweld en onder bedreiging met vuurwapens het drugsgeld afhandig te maken. Daarbij is gericht geschoten op [naam 1] , waarbij hij ernstig gewond is geraakt. Waarschijnlijk om verwarring te zaaien hebben [naam 7] en [naam 6] zich daarbij voorgedaan als politieagenten.
De rechtbank concludeert dat [naam 6] degene was die na [naam 7] de woonkamer binnenstormde met een bivakmuts op. De rechtbank heeft immers al eerder vastgesteld dat [naam 6] reeds aanwezig was in het huisje op het moment dat de Belgen daar aankwamen. Uit het dossier blijkt verder dat [naam 6] in de woonkamer is geweest en daar ook is beschoten en tot slot is naast het lichaam van [naam 6] een bivakmuts gevonden.

Met de officier van justitie en de verdediging is de rechtbank van oordeel dat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs voorhanden is om tot een bewezenverklaring te komen van het primair tenlastegelegde feit, de poging doodslag op [naam 1] , en het subsidiair tenlastegelegde feit, de voltooide ripdeal. Immers, niet is komen vast te staan dat verdachte, al dan niet als medepleger, heeft gepoogd [naam 1] van het leven te beroven. [naam 1] is in zijn onderlichaam geschoten. Er is niet gebleken dat er een aanmerkelijke kans bestond dat [naam 1] hierdoor dood zou gaan en ook niet dat verdachte, al dan niet als medepleger, bewust deze aanmerkelijke kans heeft aanvaard. Daarnaast kan niet worden vastgesteld dat sprake is geweest van een voltooide overval. Het is namelijk onduidelijk wie uiteindelijk het geld heeft weggenomen uit het huisje.

Naar het oordeel van de rechtbank heeft er dus op 14 oktober 2015 in het vakantiehuisje in Hooge Zwaluwe een niet-voltooide ripdeal plaatsgevonden. Plegers waren in ieder geval de latere slachtoffers [naam 6] en [naam 7] . De vraag die nu voorligt, is welke rol verdachte daarbij heeft gespeeld.

4.3.3
Medeplegen of medeplichtigheid

Medeplegen in het algemeen

Op grond van de geldende jurisprudentie geldt als voorwaarde voor het medeplegen dat sprake moet zijn geweest van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking met een ander of anderen. Het accent ligt daarbij volgens de Hoge Raad op de samenwerking en minder op de vraag wie welke feitelijke handelingen heeft verricht. Deze jurisprudentie leidt tot de belangrijke en moeilijk te beantwoorden vraag wanneer de samenwerking zo nauw en bewust is geweest dat van medeplegen mag worden gesproken. Die vraag laat zich niet in algemene zin beantwoorden, maar vergt een beoordeling van de concrete omstandigheden van het geval. Algemene regels daarover kunnen niet worden gegeven. Wel formuleert de Hoge Raad enige aandachtspunten.De Hoge Raad heeft geoordeeld dat de kwalificatie medeplegen slechts dan gerechtvaardigd is als de bewezenverklaarde - intellectuele en/of materiële - bijdrage aan het delict van de verdachte van voldoende gewicht is. Voor de bewezenverklaring van medeplegen is niet vereist is dat het gewicht van de bijdrage van de verdachte gelijkwaardig is aan dat van zijn mededader(s). Voor het gewicht van de rol van de medepleger kan ook worden gewezen op artikel 141, eerste lid van het Wetboek van Strafrecht. Het daar strafbaar gestelde "in vereniging plegen" van geweld eist dat de verdachte "een voldoende significante of wezenlijke bijdrage aan het geweld" heeft geleverd, terwijl deze bijdrage zelf niet van gewelddadige aard behoeft te zijn geweest.
Om te komen tot het oordeel dat sprake is van de voor medeplegen vereiste nauwe en bewuste samenwerking, kan de rechter rekening houden met onder meer de intensiteit van de samenwerking, de onderlinge taakverdeling, de rol in de voorbereiding, de uitvoering of de afhandeling van het delict en het belang van de rol van de verdachte, diens aanwezigheid op belangrijke momenten en het zich niet terugtrekken op een daartoe geëigend tijdstip. De bijdrage van de medepleger zal in de regel worden geleverd tijdens het begaan van het strafbare feit in de vorm van een gezamenlijke uitvoering van het feit.
Medeplegen in dit concrete geval

De rechtbank stelt allereerst vast dat de Nederlanders op 14 oktober 2015 naar het vakantiehuisje in Hooge Zwaluwe zijn gegaan met het doel om tijdens de drugsdeal de Belgen te rippen van het door hen meegebrachte geld. Zij hadden de ripdeal voorbereid.
In de slaapkamer op de eerste verdieping van het vakantiehuisje heeft de politie immers een tas aangetroffen met daarin witte tie-wraps, tape, handschoenen en een politiebadge. In de woonkamer zijn gebruikte tie-wraps gevonden en een politiebadge. In de jaszak van [naam 6] is een (kapotte) taser gevonden en naast zijn lichaam handschoenen en een bivakmuts. Op basis van de verklaringen van de vier Belgen en de verwondingen van [naam 1] stelt de rechtbank verder vast dat in ieder geval [naam 6] en [naam 7] vuurwapens bij zich hadden. Ten slotte had [naam 7] [naam 6] al eerder die dag bij het huisje afgezet. De Belgen wisten niet van de betrokkenheid van [naam 6] bij de drugsdeal, zij wisten niet dat hij zich de dag daarvoor ook al in het huisje had verstopt en zij wisten ook op 14 oktober 2015 niet dat hij in het huisje aanwezig was. De Belgen werden dus verrast door de aanwezigheid van een derde Nederlander in het huisje.
Naar het oordeel van de rechtbank kan verder vastgesteld worden dat verdachte wist dat een overval zou gaan plaatsvinden en dat ‘die actie’ ten koste van de Belgen zou gaan. Niet voor niets geeft hij de avond daarvoor in de PGP-berichten aan dat hij vreest voor represailles, dat hij vindt dat [naam 7] , [naam 6] en [naam 10] er te makkelijk over denken en dat die ‘belg z’n 2mans’ weet waar hij woont. Verdachte geeft in die PGP-berichten aan dat hij diezelfde dag nog zal moeten verhuizen met zijn gezin.
Dat de ‘actie’ zou inhouden dat er nepblokken aan de Belgen zouden worden geleverd, zoals door verdachte ter zitting is verklaard, acht de rechtbank ongeloofwaardig. Verdachte heeft immers zelf verklaard dat er de 14e niet zou worden getest omdat de Belgen wisten wat ze zouden krijgen en als het om nepblokken zou gaan, het precies zou lijken op het spul dat ze eerder hadden gekregen. Als de Belgen niet meteen zouden kunnen zien dat er nepblokken aan hen waren verkocht, dan valt naar het oordeel van de rechtbank niet te begrijpen waarom verdachte meteen na ‘die actie’, diezelfde dag nog, met zijn gezin zou moeten verhuizen uit angst voor represailles.

Dat verdachte wist dat er een ripdeal zou gaan plaatsvinden en dat [naam 6] bij deze ripdeal betrokken zou zijn kan naar het oordeel van de rechtbank eveneens worden afgeleid uit de verklaring van verdachte waarin hij zegt ‘ik zag mijn kennis voor de deur liggen’. Anders dan de verdediging heeft betoogd blijkt uit die verklaring wel degelijk dat dit over [naam 6] gaat. Verdachte verklaart immers dat hij met twee kennissen in het huisje in Drimmelen was en dat er vier andere jongens (drie Marokkanen en een Belg) bij kwamen. Nadat hij was gevlucht kwam hij terug bij het huisje en zag hij zijn kennis dood voor de deur liggen. Een blanke man zat binnen dood tegen de muur. De rechtbank kan niet anders dan concluderen dat hij hier spreekt over [naam 6] die dood voor het huisje lag en dat [naam 6] dus één van de twee kennissen betrof met wie verdachte daar was. Dit impliceert dat verdachte wist dat [naam 6] in het huisje verstopt was. Verdachte is weliswaar later teruggekomen op deze verklaring en heeft ontkend dat hij wist dat [naam 6] erbij zou zijn op 14 oktober 2015, maar deze ontkenning acht de rechtbank niet geloofwaardig. Het heeft er alle schijn van dat verdachte pas later de implicaties van deze verklaring heeft overzien en toen heeft besloten om op dit deel van zijn eerste verklaring tegen de politie terug te komen.
Al eerder heeft de rechtbank geconcludeerd dat verdachte een essentiële rol heeft gespeeld bij de totstandkoming van de drugsdeal en dat hij in feite deel uitmaakte van de groep Nederlanders. Dit blijkt al uit de (voor)overleggen die de Nederlanders hadden op 21 september 2015 en 7 oktober 2015 in Almere en uit het PGP-bericht van [naam 6] : ‘jij ik en joego. Wij geven [naam 10] een mazzel. Vind je dat goed?’. Zijn aanwezigheid op 14 oktober 2015 was essentieel om de Belgen te overtuigen om naar het huisje te komen en ondanks zijn angst voor represailles was verdachte toch op aandringen van [naam 6] aanwezig.

Op de dag zelf heeft verdachte er voor gezorgd dat de Belgen als groep bij elkaar zouden blijven in één ruimte. [naam 2] heeft immers verklaard dat hij naar toilet wilde en dat verdachte hem toen heeft tegengehouden en tegen hem heeft gezegd dat hij beter in de woonkamer kon blijven. Verdachte heeft op de zitting van 11 september 2019 bevestigd dat hij dit heeft gezegd, zonder een geloofwaardige verklaring te geven waarom [naam 2] niet naar de toilet zou mogen gaan. De rechtbank stelt vast dat de Nederlanders op die manier zicht hadden op de complete groep Belgen, zodat de geplande ripdeal plaats kon vinden zonder dat zij zouden worden verrast door bijvoorbeeld een plotseling uit het toilet opduikende [naam 2] .

[naam 1] en [naam 3] hebben verklaard dat verdachte achter [naam 7] en [naam 6] stond met een vuurwapen in zijn hand. Hij zou ook op enig moment een voet op het hoofd van [naam 1] hebben gezet, toen deze vastgebonden op de grond lag. Verdachte heeft dit steeds ontkend. Hij zegt in de keuken te hebben gestaan toen de overval begon en na het eerste schot naar buiten te zijn gerend. Op dat moment werd hij van rechts beschoten vanuit de woonkamer en raakte hij gewond. De rechtbank stelt vast dat deze verklaring van verdachte evident onjuist is. De schotwond in zijn onderrug liep immers van zijn linker flank (inschot) horizontaal richting zijn rechter flank, waar operatief een kogel is verwijderd uit zijn lichaam. De andere kogel is door zijn linker duim gegaan. Aan de andere kant twijfelt de rechtbank aan de geloofwaardigheid van de verklaringen van [naam 1] en [naam 3] op dit punt. [naam 4] en [naam 2] hebben verdachte immers helemaal niet meer gezien vanaf het moment dat hij naar de keuken ging en verdachte ontkent zelf enige rol te hebben gespeeld bij de overval zelf. De rechtbank is aldus van oordeel dat er onvoldoende bewijs is dat verdachte zelf geweldshandelingen heeft verricht.
Desondanks komt de rechtbank - alles overziende - tot de slotsom dat verdachte medepleger is van deze ripdeal. De voor medeplegen vereiste voldoende nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en de medeverdachten is vast komen te staan, zoals hiervoor omschreven. Verdachte maakt onderdeel uit van de Nederlandse groep en had een essentiële bijdrage aan de voorbereidingen van de ripdeal. Op de dag zelf was verdachte aanwezig in het huisje en zorgde hij ervoor dat de Belgen in de woonkamer bleven. Deze bijdrage van verdachte aan het tenlastegelegde is naar het oordeel van de rechtbank van zodanig gewicht, dat deze kan worden aangemerkt als medeplegen. Verdachte wist bovendien dat in het vakantiehuisje een ripdeal zou worden gepleegd en het is een feit van algemene bekendheid dat bij een dergelijke ripdeal, waarbij twee criminele groeperingen tegenover elkaar staan, het gebruik van fors (vuurwapen)geweld niet wordt geschuwd. Daar komt bij dat de Belgen numeriek in de meerderheid waren hetgeen verdachte van tevoren al wist. Verdachte moet zich naar het oordeel van de rechtbank dan ook bewust zijn geweest van de aanmerkelijke kans dat door één van zijn mededaders geweld zou worden toegepast en dat daarbij een of meerdere vuurwapens zouden worden gebruikt. De rechtbank acht daarmee dan ook het tenlastegelegde medeplegen bewezen.
4.3.4
Zwaar lichamelijk letsel

Uit onderzoek door een forensisch arts is vast komen te staan dat [naam 1] een huidperforatie had in zijn linkerflank, net boven het heupbeen, en een huidperforatie van de balzak links, met daartussen een wondkanaal, vrijwel uitsluitend passend bij een schotverwonding. Betreffende de gevolgen van deze schotverwonding heeft verdachte nagenoeg een jaar na het schietincident verklaard dat hij nog steeds morfinepleisters gebruikt tegen de heftige pijn die hij heeft door littekenweefsel in zijn teelbal.
De rechtbank stelt voorop dat onder zwaar lichamelijk letsel ook wordt begrepen lichamelijk letsel dat voldoende belangrijk is om naar gewoon spraakgebruik als zodanig te worden aangeduid. Bij de beantwoording van de vraag of zeker letsel als zwaar lichamelijk letsel moet worden aangemerkt, is van belang of het oordeel van de rechter iets inhoudt over de aard van het letsel, de eventuele noodzaak en aard van medisch ingrijpen en/of het uitzicht op (volledig) herstel. De rechtbank is van oordeel dat de bij [naam 1] toegebrachte verwonding, gelet op de aard en de ernst ervan, kan worden aangemerkt als zwaar lichamelijk letsel. Omdat [naam 1] door littekenweefsel nog steeds vreselijke pijnen heeft, lijkt volledig herstel en een leven zonder pijn op korte termijn niet aan de orde te zijn.

4.3.5
Conclusie

Alles overwegende is de rechtbank van oordeel dat het meer subsidiair ten laste gelegde wettig en overtuigend kan worden bewezen. Verdachte heeft geprobeerd om een ripdeal te plegen samen met [naam 7] en [naam 6] waarbij geweld is gebruikt tegen de Belgen en waarbij [naam 1] zwaar gewond is geraakt doordat hij is beschoten in zijn onderlichaam. Nu de opzet op de dood niet bewezen kan worden zal de rechtbank verdachte vrijspreken van de primair aan hem ten laste gelegde poging doodslag op [naam 1] . Ook zal zij verdachte vrijspreken van het subsidiair ten laste gelegde nu geen sprake is van een voltooid delict; het is bij een poging gebleven.
4.4
De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte
meer subsidiair:

op 14 oktober 2015 te Hooge Zwaluwe, gemeente Drimmelen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met anderen,met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening weg te nemen een hoeveelheid geld, toebehorende aan [naam 2] en [naam 1] en [naam 3] en [naam 4] ,een afspraak met voornoemde personen heeft gemaakt om elkaar te ontmoeten voor een drugsdeal en hen naar een vakantiewoning aan de [straatnaam 1] heeft geleid en hen aldaar in een kamer op de benedenverdieping plaats heeft laten nemen,welke poging tot diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van geweld en/of bedreiging met geweld tegen voornoemde personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken,welk geweld en/of welke dreiging met geweld hierin bestond dat verdachte en zijn mededaders
 voornoemde personen met vuurwapens hebben bedreigd en voornoemde personen hebben geschopt en/of geslagen en voornoemde personen hebben gedwongen om op de grond te gaan liggen en de handen van voornoemde personen met tie-wraps bij elkaar gebonden hebben en voornoemde [naam 1] met een vuurwapen een kogel in het lichaam hebben geschoten
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid enterwijl bovenomschreven feit zwaar lichamelijk letsel bij die [naam 1] ten gevolge heeft gehad te weten een doorschotwondverwonding in het onderlichaam.
Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Dit levert het in de beslissing genoemde strafbare feit op.
Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

6

6.1
De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie vordert aan verdachte voor het meest subsidiair tenlastegelegde op te leggen een gevangenisstraf voor de duur van drie jaren, met aftrek van voorarrest.
6.2
Het standpunt van de verdediging

Met betrekking tot een eventueel aan verdachte op te leggen straf heeft de verdediging verzocht rekening te houden met de volgende omstandigheden. Verdachte had volgens de verdediging aantoonbare tegenzin om deel te nemen aan wat er is gebeurd. Verdachte heeft zich daar ook aan onttrokken en heeft een minimale rol gehad. Verdachte heeft nooit voorzien of gewild wat er uiteindelijk is gebeurd. Daarnaast zijn de psychische en lichamelijke gevolgen van deze strafzaak voor verdachte zeer groot en ook blijvend. De berechting van verdachte heeft uiteindelijk zeer lang geduurd, waarbij sprake is geweest van een lange periode waarin niets is gebeurd en welk periode niet aan verdachte verweten kan worden. Verdachte heeft zich volledig teruggetrokken uit het ‘criminele circuit’ en uit het rapport van de reclasseringsrapport blijkt dat het herhalingsgevaar gering is.
6.3
Het oordeel van de rechtbank

Op 14 oktober 2015 zou in een vakantiewoning aan de [adres 2] te Hooge Zwaluwe een drugsdeal plaatsvinden, waarbij door een groep uit Nederland 15 kilo cocaïne zou worden verkocht aan een groep Belgen. Verdachte was degene die de Nederlanders en de Belgen bij elkaar had gebracht. Hij was voor de Belgen het aanspreekpunt en ook degene die ze vertrouwden. Verdachte heeft samen met [naam 7] de vijf Belgen op 14 oktober 2015 ontmoet bij [naam 14] te Made en verdachte is samen met [naam 7] en vier van de Belgen, te weten [naam 1] , [naam 3] , [naam 2] en [naam 4] , naar het vakantiehuisje in Hooge Zwaluwe gereden. Daar zou de overhandiging van de cocaïne en van het geld plaatsvinden. De groep Nederlanders, bestaande naast [naam 7] en verdachte ook uit [naam 6] , hadden echter voor die bijeenkomst een heel ander scenario in gedachten, namelijk het rippen van de Belgen. Daarover hadden zij de avond daarvoor nog contact gehad met elkaar en voor de door hen te plegen rip-deal hadden zij ook attributen meegenomen, zoals bivakmutsen, politiebatches, vuurwapens en tie-wraps. [naam 7] en verdachte zijn de Belgen op 14 oktober voorgereden naar het vakantiehuisje en [naam 6] zat op dat moment te wachten op de bovenverdieping van het vakantiehuisje totdat hij in actie kon komen. Zodra de Belgen in de woonkamer van het vakantiehuisje aanwezig waren, is het opnieuw verdachte die de regie neemt. Hij zorgt dat de Belgen in de woonkamer plaatsnemen en hij biedt hen ook iets te drinken aan, zodat ze zich op hun gemak voelen. Hij staat niet toe dat één van de Belgen de woonkamer verlaat om van het toilet gebruik te maken, kennelijk omdat het voor de geplande overval noodzakelijk zou zijn dat de groep Belgen in één ruimte zou verblijven. Zodra verdachte vervolgens naar de keuken loopt om thee te zetten, komen [naam 7] en [naam 6] de woonkamer binnen. [naam 6] draagt op dat moment een bivakmuts en ook beschikken zij over vuurwapens en een politiebadge. Er wordt door hen “politie, politie” geroepen en [naam 2] en [naam 1] worden onmiddellijk met de achterkant van een vuurwapen tegen het hoofd geslagen. De vier Belgen worden op die manier overmeesterd en gedwongen om op de grond te gaan liggen. Ook worden zij gefouilleerd en vastgebonden met tie-wraps. Terwijl [naam 1] vastgebonden op zijn buik op de grond ligt wordt hij van dichtbij in zijn onderlichaam geschoten. Door deze onverwachte actie, breekt bij de Belgen totale paniek uit. Zij vrezen en vechten voor hun leven en in dat kleine kamertje in het vakantiehuisje breekt op dat moment de hel los. Tijdens het gevecht wordt meerdere malen met vuurwapens geschoten, waarbij ook verdachte tijdens zijn vlucht wordt getroffen in zijn rug en aan zijn hand.
De rechtbank is van oordeel dat aan verdachte het verwijt kan worden gemaakt dat hij medepleger is geweest van voornoemde bijzonder gewelddadige ripdeal. De Belgen werden bewust in de val gelokt en juist op het moment dat de Belgen waren uitgeschakeld en hulpeloos op de grond lagen, wordt één van hen van dichtbij en doelbewust in zijn onderlichaam geschoten. Hieruit blijkt naar het oordeel van de rechtbank dat de Nederlanders grof excessief geweld niet schuwden en dat de geplande ripdeal op een meedogenloze manier werd uitgevoerd. Verdachte heeft daarbij naar het oordeel van de rechtbank een essentiële rol gespeeld en het enige wat in het voordeel van verdachte pleit is dat niet vast is komen te staan dat hij zelf geweld heeft toegepast en dat het, door het verzet van de Belgen, bij een poging is gebleven.

Het spreekt voor zich dat een op deze manier uitgevoerde brute ripdeal voor de slachtoffers een bijzonder traumatische ervaring moet zijn geweest en dat de reactie van de Belgen en hun wil om te blijven leven uiteindelijk desastreuze gevolgen hebben gehad. In het gevecht om te overleven en te vluchten hebben de Belgen meerdere schoten afgevuurd waardoor zowel [naam 7] als [naam 6] het leven hebben gelaten. Alle betrokkenen, dus ook verdachte, hebben na de 14e oktober 2015 te kampen gehad met post traumatische stress stoornissen. Daarnaast geldt voor [naam 1] dat hij nog dagelijks de fysieke gevolgen van de beschieting ondervindt en medicatie moet gebruiken om de pijn te onderdrukken. Dit staat echter in geen verhouding tot het leed wat de nabestaanden van [naam 6] en [naam 7] is toegebracht, maar dat kan verdachte niet strafrechtelijk worden aangerekend.

Bij de bepaling van de hoogte van de straf neemt de rechtbank het strafblad van verdachte in aanmerking. Daaruit blijkt dat hij zich eerder schuldig heeft gemaakt aan druggerelateerde feiten en dat hij daarvoor lange gevangenisstraffen heeft gekregen. Blijkbaar hebben deze straffen hem er niet van weerhouden zich wederom in de gewelddadige en criminele drugswereld te begeven.

Ten voordele van verdachte houdt de rechtbank er rekening mee dat hijzelf ook gewond is geraakt en meerdere operaties aan zijn linker hand heeft moeten ondergaan.

Verder speelt een rol bij de bepaling van de strafmaat dat slechts de poging om een ripdeal te plegen is bewezen, zodat de strafmaat met een derde moet worden verlaagd.

De rechtbank is op grond van het vorenstaande van oordeel dat aan verdachte voor het bewezenverklaarde een forse onvoorwaardelijke gevangenisstraf moet worden opgelegd.

Bij de bepaling van de hoogte van deze straf zal de rechtbank rekening houden met de overschrijding van de redelijke termijn. De strafzaak heeft uiteindelijk meer dan 4 jaar geduurd. Normaal gesproken zou de rechtbank een gevangenisstraf van 40 maanden aan verdachte hebben opgelegd. Zij zal nu volstaan met een gevangenisstraf van 36 maanden.

De rechtbank heeft zich gerealiseerd dat zij verdachte als medepleger heeft aangemerkt en niet, zoals de officier van justitie heeft gedaan, als medeplichtige. Dit betekent dat de rechtbank voor een juridisch gezien zwaarder feit dezelfde straf oplegt als door de officier van justitie is gevorderd. De rechtbank is echter van oordeel dat in het onderhavige geval medeplegen en medeplichtigheid zeer dicht bij elkaar liggen en dat voor de bepaling van de strafmaat met name moet worden gekeken naar de handelingen die verdachte heeft verricht in het geheel.

7

De beslissing berust op de artikelen 45, 47 en 312 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.
beslissing

8

De rechtbank:
- van het primair en subsidiair tenlastegelegde feit;
- verklaart het ten laste gelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
- verklaart dat het bewezen verklaarde het volgende strafbare feit oplevert:
meer subsidiair:

- verklaart verdachte strafbaar;
- veroordeelt verdachte tot ;
- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf;
- heft de schorsing van het bevel tot de voorlopige hechtenis op.
Vrijspraak

Bewezenverklaring

Strafbaarheid

Strafoplegging

Bevel voorlopige hechtenis

Dit vonnis is gewezen door mr. Hertsig, voorzitter, mr. Peters en mr. Fleskens, rechters, in tegenwoordigheid van Nouws, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 27 november 2019.

_e35f8876-a513-4933-86b6-af00a7d7e8fc
1

Wanneer hierna wordt verwezen naar een paginanummer, wordt - tenzij anders vermeld - bedoeld een pagina van het eindproces-verbaal met dossiernummer ZBRAB15006, TGO Blackheath van de regionale eenheid politie Zeeland-West-Brabant, opgemaakt in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren en doorgenummerd van 1 tot en met 2907 (hierna te noemen proces-verbaal 1) of een pagina van het forensisch dossier proces-verbaalnummer 2015-266903 TGO Blackheath van de regionale politie Zeeland-West-Brabant, team forensische opsporing, opgemaakt in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren en doorgenummerd van 1 tot en met 1726 (hierna te noemen proces-verbaal 2) Het proces-verbaal van bevindingen over de camerabeelden van het ziekenhuis, pagina 36 van proces-verbaal 1, waaruit blijkt dat de zwarte Mercedes op dit tijdstip het parkeerterrein op rijdt en [naam 1] door 2 mannen wordt afgezet, de verklaring van [naam 4] op pagina 2206 van proces-verbaal 1 en de verklaring van [naam 2] op pagina 2484 van proces-verbaal 1.
_1248f421-7b92-4565-8ca4-09a98c8254af
2

Het letselrapport [naam 1] , pagina 820 van proces-verbaal 2, in combinatie met het rapport onderzoek kleding [naam 1] , pagina 760 van proces-verbaal 2.

_c9d28089-2f63-4f61-80e9-e870205c01e9
3

De processen-verbaal van bevindingen, pagina’s 1 en 25 van proces-verbaal 1.

_9fb82907-bac3-403a-81fb-f8c9e2a15500
4

Het proces-verbaal van bevindingen, pagina 63 van proces-verbaal 1.

_2ceaedb0-6059-4507-b9c3-340f40e113c9
5

Het letselrapport [verdachte] op pagina 750 van proces-verbaal 2, in combinatie met het rapport onderzoek kleding [verdachte] , pagina 721 van proces-verbaal 2..

_faa0f875-3fb1-4c0d-944e-fe3b405c85c4
6

Het proces-verbaal onnatuurlijke dood [naam 6] , pagina 572 van proces-verbaal 1.

_148dc726-ce5f-4998-a5ea-86a0fda71a27
7

Het proces-verbaal onnatuurlijke dood [naam 7] , pagina 572 van proces-verbaal 1.

_ee94daf3-5b52-4dc6-8da4-8cff7b2d85af
8

Het proces-verbaal verslag binnentreden, pagina 175 van proces-verbaal 1.

_5dcbd3d9-0b9c-4cf2-81e9-b26b050a6d72
9

De verklaring van verdachte op de zitting van 11 september 2019, pagina 6 van het proces-verbaal van die zitting.

_899d2238-a2bd-42cf-b215-e4a8fe8a37a6
10

De verklaring van [naam 8] van 13 april 2017 bij de rechter-commissaris.

_5f219682-b408-42f1-8c2