Uitspraak ECLI:NL:RBZWB:2019:4442

Deze uitspraak heeft betrekking op het rechtsgebied Strafrecht en is gepubliceerd door de Raad voor de Rechtspraak op 11-10-2019. De uitspraak is gedaan door Rechtbank Zeeland-West-Brabant op 10-10-2019, deze uitspraak is bekend onder de European Case Law Identifier (ECLI) ECLI:NL:RBZWB:2019:4442, het zaaknummer waarop deze uitspraak betrekking heeft is 02/700127-18


Bron: Rechtspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Strafrecht

Zittingsplaats: Middelburg

parketnummer: 02/700127-18

vonnis van de meervoudige kamer van 10 oktober 2019

in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren op [geboortedag verdachte] 2000 te [geboorteplaats verdachte] ,wonende te [adres verdachte] , raadsman mr. H.M. Dunsbergen, advocaat te Breda.

ECLI:NL:RBZWB:2019:4442:DOC
nl

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Strafrecht

Zittingsplaats: Middelburg

parketnummer: 02/700127-18

vonnis van de meervoudige kamer van 10 oktober 2019

in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren op [geboortedag verdachte] 2000 te [geboorteplaats verdachte] ,wonende te [adres verdachte] , raadsman mr. H.M. Dunsbergen, advocaat te Breda.
1

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 26 september 2019, waarbij de officier van justitie mr. M.C. Fimerius en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.
2

De tenlastelegging is gewijzigd overeenkomstig de artikelen 314a (niet cursief) en 313 (cursief) van het Wetboek van Strafvordering. Verdachte staat, met inachtneming hiervan, terecht ter zake dat
hij op of omstreeks 01 juli 2018 te Terneuzentezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,een telefoon en/of autosleutels, in elk geval enig goed, dat geheel of tendele aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde, teweten aan [aangeefster] en [aangever] ,heeft weggenomenmet het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen,terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van gewelden/of bedreiging met geweld tegen die [aangeefster] en [aangever] en [naam] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden ofgemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf ofandere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzijhet bezit van het gestolene te verzekeren, door die [aangever] en [naam]een (vuur)wapen te tonen en/of die [aangever] uit de auto te trekken en/of op de motorkap van dieauto te duwen en/of op/in de richting van die [aangever] te schieten en/ofdie [aangeefster] vast te houden;art 310 Wetboek van Strafrechtart 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrechtart 312 lid 1 Wetboek van Strafrecht
subsidiair, althans, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordelingmocht of zou kunnen leiden:
hij op of omstreeks 01 juli 2018 te Terneuzentezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomenmisdrijf ommet het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelendoor geweld en/of bedreiging met geweld [aangever] en [aangeefster] en [naam] te dwingen tot deafgifte van geld, portemonnees en telefoons, in elk geval enige goederen, datgeheel of ten dele aan die [aangever] , [aangeefster] en [naam]toebehoordedie [aangever] en [naam] een (vuur)wapen heeft/hebben getoond en/of die [aangever] uit de auto heeft/hebben getrokken en/of op de motorkap van dieauto heeft/hebben geduwd en/of op/in de richting van die [aangever]heeft/hebben geschoten, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;art 317 lid 1 Wetboek van Strafrechtart 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrechtart 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht
Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

3

De dagvaarding is geldig.De rechtbank is bevoegd.De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging. Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.
overwegingen

4

4.1
Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte samen met de medeverdachten de overval heeft gepleegd en baseert zich daarbij in de eerste plaats op de verklaringen van aangevers en [naam] . Aangeefster [aangeefster] kent verdachte en zij heeft verklaard dat hij één van de vier mannen was die hen heeft overvallen. Verder blijkt uit de telefoongegevens van verdachte dat zijn gsm rond het tijdstip van de melding aanstraalt op de plaats delict. Kort na het incident heeft hij naar zijn zus geappt met de telefoon van medeverdachte [medeverdachte 1] . Er bestaat een link tussen [medeverdachte 1] en [verdachte] . De vader van [verdachte] heeft in een verhoor in 2017 namelijk verklaard dat hij en [medeverdachte 1] beste vrienden zijn. [medeverdachte 1] is bij een fotoconfrontatie door aangeefster herkend als de schutter. [naam] heeft één van de vier mannen herkend als iemand waarmee hij gedetineerd is geweest. Uit onderzoek is gebleken dat hij en [medeverdachte 1] een periode samen gedetineerd zijn geweest in dezelfde penitentiaire inrichting. Verder zijn de historische telefoongegevens van de verdwenen telefoon van aangeefster belastend voor [medeverdachte 1] , evenals de schotresten op enkele van zijn kledingstukken. De foto’s van vuurwapens en het feit dat [medeverdachte 1] in de vroege ochtend van 2 juli 2018 op internet heeft gezocht naar het incident op HVZeeland zijn eveneens belastend. De betrokkenheid van medeverdachte [medeverdachte 2] komt naar voren uit de verklaring van aangeefster en getuige [getuige] . Aangeefster heeft [medeverdachte 2] van een foto herkend als één van de daders. Omdat het dossier onvoldoende wettig en overtuigend bewijs bevat dat door de verdachten daadwerkelijk voorwerpen zijn gestolen wordt vrijspraak gevorderd van het primair ten laste gelegde. Het subsidiair ten laste gelegde, de poging tot afpersing, kan wel wettig en overtuigend bewezen worden.
4.2
Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft vrijspraak voor het primair ten laste gelegde bepleit. De volgens aangevers gestolen Kia-autosleutel en roze iPhone zijn niet bij verdachten aangetroffen. Er is onvoldoende wettig en overtuigend bewijs van een voltooide diefstal van deze voorwerpen.Subsidiair is aangevoerd dat niet kan worden bewezen dat sprake is geweest van een nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en de mededaders, waarbij naar voren wordt gebracht dat de verklaringen van de aangevers en [naam] niet betrouwbaar zijn, omdat zij wisselend hebben verklaard en op sommige punten aantoonbaar hebben gelogen. Verder is verzocht de enkelvoudige fotoconfrontatie van de foto van [medeverdachte 1] , getoond aan aangeefster, uit te sluiten van het bewijs, dan wel als onvoldoende betrouwbaar ter zijde te schuiven.Over de handelingen van verdachte tijdens het incident is door aangevers verklaard dat hij aangeefster vast heeft gehouden, dat hij voor haar stond en dat hij haar naar achteren trok omdat zij zich met de ruzie wilde bemoeien. Aangevers hebben hierover verklaard dat zij de indruk hadden dat verdachte aangeefster op die manier wilde beschermen. Met deze gedragingen van verdachte is niet voldaan aan de eisen die aan medeplegen worden gesteld, en ook niet als naar de uiterlijke verschijningsvorm wordt gekeken. Nu sprake is van onvoldoende wettig en overtuigend bewijs voor het medeplegen van een diefstal met geweld of een poging daartoe, is door de verdediging vrijspraak bepleit.Meer subsidiair is naar voren gebracht dat verdachte geen oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft gehad, zodat ook om die reden een integrale vrijspraak zou moeten volgen.
4.3
Het oordeel van de rechtbank

De betrouwbaarheid van de verklaringen van aangever [aangever] (hierna: aangever), aangeefster [aangeefster] (hierna: aangeefster) en [naam]

Op zondag 1 juli 2018 omstreeks 23:24 uur is via 112 vanuit de frituurzaak aan de [straat] te Terneuzen een melding gedaan van een schietincident, waarbij een jongen gewond is geraakt. Als de politie aankomt bij de frituurzaak wordt [aangever] daar samen met zijn vriendin [aangeefster] en hun vriend [naam] aangetroffen. [aangever] was gewond aan zijn rechterhand. [aangeefster] legt ongeveer twee uur na het incident een getuigenverklaring af. Op 9 juli 2018 wordt haar aangifte opgenomen. Op 2 juli 2018, 04:00 uur, en op 9 juli 2018 wordt [aangever] gehoord als aangever. Zijn aangifte is opgenomen op 2 juli 2018, 23:24 uur. [naam] is op 2 juli 2018 als getuige gehoord.Zij hebben allen ook bij de rechter-commissaris een verklaring afgelegd.
Over het verloop van de avond van 1 juli 2018 voorafgaand aan het schietincident wordt door de aangevers en [naam] in eerste instantie door elk van hen verschillend verklaard. Ook wordt door aangever aantoonbaar gelogen, waar hij heeft verklaard dat hij geenschaar uit zijn auto heeft gepakt en meegenomen, terwijl een medewerkster van de frituurzaak aangever met een schaar heeft gezien en deze schaar in de frituurzaak is aangetroffen. De rechtbank constateert dat de verschillen en onjuistheden in de verklaringen van aangevers en [naam] met name zitten in de gebeurtenissen voor en na afloop van het incident. Dat is opmerkelijk, maar dat hoeft er naar het oordeel van de rechtbank niet toe te leiden dat daarmee hun verklaringen in het geheel als onbetrouwbaar moeten worden gekwalificeerd. Over het verloop van het incident zelf verklaren de aangevers en [naam] namelijk overwegend gelijkluidend, ook ten opzichte van elkaar. Zij hebben alle drie verklaard dat er telefonisch contact is geweest met verdachte, waarna aangevers en [naam] naar Terneuzen zijn gereden. Ze hebben hun auto geparkeerd op de parkeerplaats aan de [straat] , bij de frituurzaak en hebben daar gewacht totdat verdachte kwam. Op enig moment kwamen vier mannen op hun auto aflopen, onder wie verdachte. Eén van de vier mannen zocht ruzie met aangever. Aangeefster stond op dat moment buiten de auto en werd vastgehouden door verdachte. De latere schutter, die wordt omschreven als een kleine Antilliaanse man, heeft via het openstaande raam van het bijrijdersportier gezegd dat aangever, die achter het stuur zat, zijn geld, portemonnee en gsm moest afgeven. Toen aangever dat weigerde trok de man een vuurwapen en richtte het op aangever en [naam] . Daarna werd het bestuurdersportier open gedaan en werd door één van de twee mannen die daar stond aan aangever getrokken. Daarbij scheurde het shirt van aangever en brak zijn ketting. Aangever is uitgestapt. Er werd vervolgens over en weer geslagen tussen aangever en de twee mannen aan die zijde van de auto. Op enig moment is [naam] uitgestapt. De man met het vuurwapen begon te schieten toen aangever naar de man toe liep om het vuurwapen af te pakken. Aangever raakte daarbij gewond aan zijn rechterhand. Ook is een schot terecht gekomen in de linker achterband van de auto.
Deze gang van zaken zoals door aangevers en [naam] naar voren gebracht, wordt ondersteund door objectieve bewijsmiddelen. Uit forensisch onderzoek uitgevoerd op de plaats delict en in en om de auto van aangevers op de [straat] is het volgende gebleken. In de auto van aangevers is een kapotte ketting aangetroffen. De bril van aangever is op straat naast de auto aan de bestuurderszijde teruggevonden. Achter de auto is op straat ter hoogte van het rechter achterwiel een kogelprojectiel gevonden en op ongeveer twee meter daarachter een kogelhuls. Onderzoek aan de auto van aangevers heeft uitgewezen dat de linker achterband geperforeerd was en dat het zeer goed mogelijk is dat deze perforatie is veroorzaakt door het aangetroffen kogelprojectiel. Verder is op het linker achterportier en op de motorkap bloed aangetroffen. Gelet hierop en op de lege linker achterband is het zeer waarschijnlijk dat de schietpartij heeft plaatsgevonden terwijl het slachtoffer buiten de auto was.Aangever had letsel aan zijn rechterhand. Al deze forensische bevindingen sluiten aan bij de verklaringen van aangevers over het verloop van het incident.
De rechtbank gaat er, gelet op het voorgaande, vanuit dat de overval is verlopen op de wijze zoals hierboven weergegeven.

Over het verloop van de avond voorafgaand aan het schietincident hebben aangever en aangeefster zoals vermeld eerst verschillende verklaringen afgelegd. Later hebben zij allebei verklaard dat aangeefster die avond contact had gezocht met een vriendin uit Terneuzen, om met haar wiet te gaan halen in Terneuzen. Deze vriendin, getuige [getuige] , was niet in de gelegenheid en heeft aangeefster doorverwezen naar verdachte. Getuige [getuige] heeft dit bevestigd. Met verdachte is een afspraak gemaakt en aangevers hebben hem met de auto opgehaald in Terneuzen. Ze zijn naar de [straat] gereden en hebben daar geparkeerd. Vervolgens zijn zij uitgestapt en hebben zij rondgelopen in het centrum van Terneuzen. Verdachte heeft bij de politie verklaard dat het inderdaad zo is gegaan. Aangever heeft toen een bundel geld van € 1.500,- gepakt en daaruit 10 of 20 euro gegeven aan aangeefster om daarmee wiet te kopen. Deze bundel geld is later teruggevonden in de broek van aangever. Volgens aangever en aangeefster heeft verdachte de bundel met geld gezien. Op een enig moment zijn aangevers en [naam] terug naar de auto gelopen en zijn zij weer richting huis gereden. Verdachte bleef achter in het centrum van Terneuzen. Al heel snel werd aangeefster door verdachte geappt dat zij terug moesten komen om te chillen. Dat hebben aangevers gedaan. Ze hebben hun auto weer op dezelfde parkeerplaats geparkeerd. Daarna vond het geweldsincident plaats.Omdat deze verklaringen van aangever en aangeefster door diverse bewijsmiddelen worden ondersteund, gaat de rechtbank ervan uit dat dit de gang van zaken vóór het geweldsincident is geweest.
De beoordeling van de feiten

Primair

Ten laste is gelegde de gewelddadige diefstal van de iPhone van aangeefster en de autosleutel van de auto van aangevers. De autosleutel en de telefoon zijn niet aangetroffen bij de drie aangehouden verdachten. Uit onderzoek is gebleken dat de telefoon op 3 en 4 juli 2018 nog is aangestraald op een zendmast in Terneuzen, maar de rechtbank acht dit onvoldoende om tot een bewezenverklaring van de diefstal van de telefoon door verdachte en/of de medeverdachten te kunnen komen. Nu er ten aanzien van verdachte onvoldoende bewijs is voor de diefstal van de autosleutel en de telefoon zal de rechtbank verdachte vrijspreken van dit feit.
Subsidiair

Ten aanzien van dit feit is het verweer gevoerd dat niet kan worden bewezen dat sprake was van medeplegen. Om te kunnen oordelen of sprake is van medeplegen tussen verdachte en de andere drie daders is het noodzakelijk dat sprake is van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking van verdachte met de andere daders, gericht op het voltooien van het delict.
Voor zover aan verdachte het verwijt wordt gemaakt dat hij de overval heeft gearrangeerd, door na het zien van het geld bij aangever de medeverdachten op te trommelen en aangeefster te appen dat ze terug moest komen naar Terneuzen, stelt de rechtbank vast dat verdachte dit ontkent en dat het dossier onvoldoende concrete aanknopingspunten biedt om dit vast te stellen. Het feit dat er veertig minuten voor het incident telefonisch contact is geweest tussen verdachte en één van de medeverdachten (met wie hij in de maanden ervoor dagelijks telefonisch contact had) is daarvoor onvoldoende. Wat verdachte precies heeft gedaan in de tijd tussen het vertrek van aangevers en hun terugkomst op de parkeerplaats aan de [straat] is niet duidelijk geworden. Niet kan derhalve worden vastgesteld dat verdachte de overval mede heeft gearrangeerd.

Aangever en aangeefster hebben verklaard dat verdachte aangeefster bij het incident heeft vastgepakt, naar achteren heeft geduwd en dat hij voor haar bleef staan. Aangever en aangeefster hebben allebei verklaard dat zij de indruk hadden dat verdachte met deze handelingen probeerde om aangeefster te beschermen. Zoals hiervoor reeds overwogen gaat de rechtbank er van uit dat verdachte deel uitmaakte van de groep van vier mannen die naar de auto van aangevers toe liep. Bij de uitvoering van het strafbare feit is verdachte niet degene geweest die de geweldshandelingen heeft uitgevoerd, te weten het dreigen met het vuurwapen, het schieten met het vuurwapen en het uit de auto trekken van aangever. Evenmin was verdachte degene die om afgifte van geld en/of goederen heeft gevraagd. Hij heeft zich gedurende de uitvoering van het strafbare feit alleen gericht op aangeefster. Aangever en aangeefster hebben blijkens hun verklaringen het handelen van verdachte tijdens het incident kennelijk niet ervaren als een bijdrage aan de poging tot afpersing.Gelet op de interpretatie door aangever en aangeefster van de handelingen van verdachte ten aanzien van aangeefster kan niet zonder meer worden gesteld dat de gedragingen van verdachte waren gericht op het willens en wetens samenwerken met de mededaders met het oog op het verrichten van de strafbare gedraging.
Gezien het voorgaande bevat het aan de rechtbank voorgelegde dossier naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende wettig en overtuigend bewijs om tot het oordeel te komen dat verdachte medepleger was van de poging tot afpersing, zodat zij verdachte zal vrijspreken van dit feit.

5

De benadeelde partijen [aangever] , [aangeefster] en [naam] hebben een vordering tot schadevergoeding ingediend in verband met geleden schade door het feit.
Verdachte zal worden vrijgesproken van het feit waaruit de schade zou zijn ontstaan. De rechtbank zal daarom de benadeelde partijen niet-ontvankelijk verklaren in hun vorderingen.

overwegingen

6

De rechtbank zal de teruggave gelasten van de hierna in de beslissing genoemde in beslag genomen voorwerpen aan verdachte, aangezien de voorwerpen niet vatbaar zijn voor verbeurdverklaring of onttrekking aan het verkeer en onder verdachte in beslag zijn genomen.
beslissing

7

De rechtbank:
- van de primair en subsidiair tenlastegelegde feiten;
- gelast de teruggave aan verdachte van de inbeslaggenomen voorwerpen, te weten:- 1 witte mobiele telefoon, Apple iPhone 6 (G1904921)- 1 zwarte mobiele telefoon, Apple iPhone 6 (G190426);
- verklaart de benadeelde partijen niet-ontvankelijk in hun vorderingen; - veroordeelt de benadeelde partijen in de kosten van verdachte, tot op heden begroot op nihil;
- heft op het geschorste bevel voorlopige hechtenis.
Vrijspraak

Beslag

Benadeelde partijen

Voorlopige hechtenis

Dit vonnis is gewezen door mr. G.H. Nomes, voorzitter, mr. N.C.W. Haesen en mr. S. van der Burgh, rechters, in tegenwoordigheid van mr. A.J. Moggré-Hengst, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 10 oktober 2019.
Mr. S. van der Burgh is buiten staat dit vonnis te ondertekenen.