Uitspraak ECLI:NL:RBZWB:2019:2197

Deze uitspraak heeft betrekking op het rechtsgebied Strafrecht en is gepubliceerd door de Raad voor de Rechtspraak op 16-05-2019. De uitspraak is gedaan door Rechtbank Zeeland-West-Brabant op 17-05-2019, deze uitspraak is bekend onder de European Case Law Identifier (ECLI) ECLI:NL:RBZWB:2019:2197, het zaaknummer waarop deze uitspraak betrekking heeft is 02-665264-18


Bron: Rechtspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Strafrecht

Zittingsplaats: Breda

parketnummer: 02/665264-18

vonnis van de meervoudige kamer van 17 mei 2019

in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren op [geboortedag] 1994 te [geboorteplaats] ,wonende te [adres 1] ,thans gedetineerd in de PI Zaanstad,raadsvrouw mr. A.A. Ubbergen, advocaat te Amsterdam.

ECLI:NL:RBZWB:2019:2197:DOC
nl

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Strafrecht

Zittingsplaats: Breda

parketnummer: 02/665264-18

vonnis van de meervoudige kamer van 17 mei 2019

in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren op [geboortedag] 1994 te [geboorteplaats] ,wonende te [adres 1] ,thans gedetineerd in de PI Zaanstad,raadsvrouw mr. A.A. Ubbergen, advocaat te Amsterdam.
1

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 28 maart 2019, waarbij de officieren van justitie, mr. Hermans en mr. Van Setten, en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.
2

De tenlastelegging is gewijzigd overeenkomstig artikel 313 van het Wetboek van Strafvordering. Verdachte staat, met inachtneming hiervan, terecht ter zake dat
a. (Onderzoek Willis) in of omstreeks de periode van 04 augustus 2017 tot en met 05 augustus 2017 te Oss en/of Amsterdam, althans in Nederland, en/ofb. (Onderzoek Vari) in of omstreeks de periode van 14 oktober 2017 tot en met 15 oktober 2017 te Amstelveen, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen a. (Willis, ) van een of meer geldbedrag(en) te weten Eur 8157,45 en/of Eur 6396,47 en/of Eur 4417,83, in elk geval Eur 5000 en/of Eur 9000, althans een of meerdere geldbedrag(en), de werkelijke aard en/of herkomst en/of de vindplaats en/of de vervreemding en/of de verplaatsing en/of heeft verborgen en/of heeft verhuld en/of verborgen wie de rechthebbende op dat/die geldbedrag(en) is/zijn en/ofb. (Vari) van een of meer geldbedrag(en) te weten Eur 62000, in elk geval Eur 5000, althans een of meer geldbedrag(en), de werkelijke aard en/of herkomst en/of de vindplaats en/of de vervreemding en/of de verplaatsing en/of heeft verborgen en/of heeft verhuld en/of verborgen wie de rechthebbende op dat/die geldbedrag(en) is/zijn en/ofa. (Willis, ) een of meer geldbedrag(en) te weten 8157,45 euro en/of 6396,47 euro en/of 4417,83 euro, in elk geval 5000 euro en/of 9000 euro, althans een of meer geldbedragen, heeft verworven en/of voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen en/of omgezet en/of daarvan gebruik gemaakt en/ofb. (Vari) een of meer geldbedrag(en) te weten Eur 62000, in elk geval Eur 5000, althans een of meer geldbedragen, heeft verworven en/of voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen en/of omgezet en/of daarvan gebruik gemaakt, terwijl hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) wist(en), althans redelijkerwijs moest(en) vermoeden, dat het (een) - onmiddellijk of middellijk - van (al dan niet uit eigen) misdrijf afkomstig(e) geldbedrag(en) betrof(fen);
a. (Onderzoek Willis) op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 5 augustus 2017 te Amsterdam en/of Oss en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een of meermalen (telkens) met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen, een of meer geldbedragen, te weten [ [naam 2] ] tot een bedrag van EUR 10.814,30 en/of [ [naam 1] ] tot een bedrag van EUR 8.157,45 geheel of ten dele toebehorende aan [naam 3] , en/ofb. (Onderzoek Vari) op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 14 oktober 2017 tot en met 15 oktober 2017 te Amstelveen en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een of meermalen (telkens) met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen, een of meer geldbedragen te weten [ [naam 4] ] tot een bedrag van Eur 5000 geheel of ten dele toebehorende aan [naam 5] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders, waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich (telkens) de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen geldbedrag(en) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van een valse sleutel, te weten door gebruik te maken van een niet op zijn, verdachtes en/of mededader(s), naam gestelde bankpas en/of pincode en/of bankrekening, in elk geval een sleutel tot het gebruik waarvan hij, verdachte, en/of een of meer van zijn mededader(s) niet is/zijn/was/waren gerechtigd;
- oplichting (artikel 326 Wetboek van Strafrecht) en/of - een computerwachtwoord, toegangscode of daarmee vergelijkbaar gegeven voorhanden hebben, waardoor toegang kan worden verkregen tot (een) (gedeelte van een) geautomatiseerd werk(en) (artikel 139d en/of 350d Wetboek van Strafrecht) en/of - computervredebreuk (artikel138ab Wetboek van Strafrecht) en/of - aantasting of manipulatie van computergegevens (artikel 350a Wetboek van Strafrecht) en/of - diefstal door middel van braak/verbreking, inklimming en/of een valse sleutel (artikel 311 Wetboek van Strafrecht) en/of - witwassen (artikel 420bis Wetboek van Strafrecht).
1.hij
2.hij
3.hij op of omstreeks 13 oktober 2017 te Sint Annaparochie, gemeente Waadhoeke, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een brievenbus heeft/hebben weggenomen een poststuk/envelop, inhoudende een of meer bankpas(sen), in elk geval een of meer goed(eren), geheel of ten dele toebehorende aan [naam 5] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich (telkens) de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of die weg te nemen poststuk/envelop onder zijn en/of hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van (een) valse sleutel(s), te weten (een) niet daartoe bestemd(e)) sleutel(s);
4.hij in de periode van 01 december 2016 tot en met 31 oktober 2017 te Oosterland en/of Amsterdam en/of Almere en/of Oss, in elk geval een of meer plaats(en) in Nederland heeft deelgenomen aan een organisatie, welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven, gericht tegen (klanten van) de [naam 6] , namelijk
3

De dagvaarding is geldig.De rechtbank is bevoegd.De officieren van justitie zijn ontvankelijk in de vervolging. Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.
overwegingen

4

4.1
Het standpunt van de officieren van justitie

De officieren van justitie achten wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de feiten heeft gepleegd en baseren zich daarbij op de aangiftes van [naam 7] , [naam 8] , de [naam 5] en de [naam 6] . Ook de processen-verbaal van herkenning en de conversaties die verdachte heeft gehad met medeverdachte [naam 9] (hierna te noemen: [naam 9] ) nemen de officieren mee.
4.2
Het standpunt van de verdediging

De verdediging is van mening dat de rechtbank niet tot een bewezenverklaring kan komen. De verdediging voert daarvoor aan dat verdachte ontkent dat hij degene is die op de beelden te zien is. Ook ontkent hij dat hij een bijnaam heeft die “ [naam 10] ” of [naam 10] ” zou zijn. De handelingen die door die persoon zijn gedaan, kunnen daarom niet aan verdachte worden toegeschreven. Nu er verder geen bewijs is voor enige betrokkenheid van verdachte bij deze feiten, dient integrale vrijspraak te volgen. Daarbij merkt de verdediging, subsidiair, nog op dat, indien de rechtbank wel van oordeel is dat verdachte op de beelden te zien is, verdachte nog geen deel uitmaakte van een criminele organisatie. Zijn betrokkenheid beperkt zich dan tot wat pintransacties en het hengelen van een pinpas, wat niet voldoende is om te kunnen stellen dat er een duurzaam samenwerkingsverband bestond tussen verdachte en anderen. Ook om die reden dient verdachte te worden vrijgesproken.
4.3
Het oordeel van de rechtbank

Aangeefster [naam 8] verklaart dat zij werkt voor [naam 11] , welke [naam 11] eigenaar is van (onder andere) [naam 3] Op 7 augustus 2017 werd zij gebeld door de eigenaresse, mevrouw [naam 12] , die haar vertelde dat het bedrijf was opgelicht. Er zou een hoop geld verloren zijn en de [naam 6] had de rekeningen bevroren. Aangeefster en de eigenaresse herinnerden zich een e-mail, waarvan zij dachten dat die van de [naam 6] afkomstig was, waarin stond dat de bankpassen van het bedrijf vervangen moesten worden. Zowel aangeefster als haar werkgeefster twijfelde niet aan de mail, waarop aangeefster (op 2 augustus 2017) op de link in de mail klikte. Aangeefster moest inloggen met de [naam 13] , maar dit mislukte. Later die ochtend werd zij gebeld door een persoon die zich kenbaar maakte als medewerkster van de [naam 6] . Zij gaf aan dat was opgevallen dat het inloggen niet gelukt was en dat zij wilde helpen. Aangeefster heeft de telefoon aan mevr. [naam 12] gegeven. Mevr. [naam 12] heeft haar verteld dat zij, samen met de dame aan de telefoon, nieuwe passen heeft aangevraagd. Daarvoor moest worden ingelogd.
Willis, Zaaksdossier [naam 1]

Op 5 augustus 2017 werd, tussen 19:06 uur en 19:28 uur, een totaalbedrag van € 8.157,45 overgeschreven van de rekening van [naam 11] naar de rekening van [naam 14] . Tussen 21:13 uur en 21:18 uur werd er in drie transacties bij de [naam 6] in Oss € 5.000,- opgenomen. Van deze transacties zijn beelden opgeslagen. Op deze beelden werd door verbalisanten [naam 15], [naam 16], [naam 17] en [naam 18] verdachte herkend als degene die de transacties doet.
Willis, zaaksdossier [naam 2]

Op 5 augustus 2017 werd, tussen 04:20 uur en 05:13 uur, een totaalbedrag van € 6.396,47 overgeschreven van de rekening van [naam 11] naar een rekening van [naam 19] . Dit gebeurde in 9 transacties die telkens enkele minuten na elkaar plaatsvonden. Het geld werd direct gepind bij verschillende geldautomaten, te weten:
Vari, [naam 4]

Op 4 september 2017 ontving de [naam 5] een e-mail, die afkomstig leek van de [naam 6] . In deze e-mail stond dat het bedrijf gebruik maakte van een oude betaalpas en dat een nieuwe moest worden aangevraagd. Dat werd gedaan. In het weekend van 14 op 15 oktober 2017 is de zakelijke rekening van de [naam 5] . leeggehaald. Op 14 oktober 2017 werd ook de paslimiet van de zakelijke rekening verhoogd. Dit was niet door [naam 5] zelf gedaan. Daarna volgden er diverse afschrijvingen en werd er, in twee transacties, om 07:50 en 07:51 uur, € 5.000,- contant opgenomen bij een geldautomaat van de [naam 6] in Amstelveen. Van beide pintransacties zijn beelden beschikbaar. Op deze beelden is te zien dat het om dezelfde persoon gaat, die dezelfde jas en muts draagt. Verdachte wordt op deze beelden herkend. Ook valt op dat er een knoop van Dsquared2 te zien is. Een zelfde jas werd op 19 oktober 2017 onder verdachte in beslag genomen.
De rechtbank stelt vast dat gelet op de herkenning door drie verbalisanten bij twee pintransacties en onder meer de gelijkenis met de knoop van Dsquared2 bij de derde pintransactie, het verdachte is geweest die betrokken is geweest bij de hiervoor genoemde pintransacties, waarbij er geld van de rekeningen van [naam 14] , [naam 19] en de [naam 5] is gehaald.

Dit geld was, in het geval van [naam 14] en [naam 19] , kort daarvoor vanuit een rekening van [naam 3] doorgeboekt. De rechtbank is van oordeel dat, door het overmaken van het geld, al sprake was van een voltooide diefstal. Het geld is op dat moment immers buiten de beschikkingsmacht van [naam 11] geraakt, en binnen die van degene die de beschikkingsmacht heeft over de rekeningen van [naam 14] en [naam 19] . Dat verdachte blijkbaar op enig moment de beschikking heeft gehad over de pinpas van deze rekeningen, wil niet (zonder meer) zeggen dat hij ook bij de overboekingen betrokken is geweest. Nu uit geen van de bewijsmiddelen kan worden afgeleid dat verdachte aan die overboekingen, en dus aan de diefstal, heeft bijgedragen, kan de rechtbank niet tot een bewezenverklaring komen voor de ten laste gelegde diefstallen voor wat betreft de zaaksdossiers [naam 1] en [naam 2] . Voor wat betreft het pinnen van de rekening van de [naam 5] ligt dit anders, nu door verdachte direct geld werd opgenomen van de rekening van de benadeelde. De benadeelde heeft voor de opname van deze gelden geen toestemming gegeven, waardoor de rechtbank wettig en overtuigend bewezen acht dat hij € 5.000,- heeft gestolen met een valse sleutel, zijnde een bankpas.
Ten aanzien van de bedragen in zaaksdossiers [naam 1] en [naam 2] acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte geld heeft witgewassen. Uit de aangifte van zowel [naam 8] als de [naam 6] blijkt dat het geld afkomstig is van de rekening van [naam 3] en zonder hun toestemming is overgeboekt naar de rekeningen van [naam 14] en [naam 19] . Dat het geld afkomstig is van “enig misdrijf”, staat daarmee vast. Beide keren werden, kort na de overboekingen, relatief grote bedragen gepind van de rekeningen van [naam 14] en [naam 19] bij verschillende pinautomaten van de [naam 6] . Verdachte moet dan ook wetenschap gehad hebben van dat bedragen kort daarvoor op de rekeningen van [naam 14] en [naam 19] waren gezet. Door het pinnen van beide rekeningen van € 5.000,- heeft verdachte getracht de herkomst van het geld te verhullen. Zolang het geld immers ‘giraal’ is, laat het een spoor na. Dit spoor stopt pas op het moment dat het geld wordt opgenomen. Verdachte heeft geen verklaring willen afleggen. De rechtbank is van oordeel dat het niet anders kan dan dat verdachte – die heeft gezwegen – wist dat zijn handelingen te maken hadden met criminele activiteiten, onder meer gelet op de tijdstippen dat er geprobeerd werd te pinnen, de hoogte van de bedragen, het feit dat er met meerdere pinpassen werd gewerkt en het feit dat deze niet op naam van verdachte zelf stonden.De rechtbank acht dan ook wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich twee maal schuldig heeft gemaakt aan het witwassen van € 5.000,-.
Diefstal pinpas Sint Annaparochie

Op 13 oktober 2017, omstreeks 12:26 uur, is door het observatieteam gezien dat medeverdachte [naam 9] zich bevond tussen de perceelnummers 3 en 5 van [adres 5] in Sint Annaparochie. Tussen 12:37 uur en 13:38 uur probeert [naam 9] tot 5 maal toe te bellen met telefoonnummer [telefoonnummer 1] . Dit telefoonnummer is, op 19 oktober 2017, in gebruik bij verdachte. In de onder [naam 9] in beslag genomen telefoon is een gesprek aangetroffen waaruit blijkt dat zij contact heeft met een persoon, gebruik makend van het telefoonnummer [telefoonnummer 2] . Op 13 oktober 2017, om 12:50 uur, wordt aan deze persoon gevraagd om naar [adres 6] , Sint Annaparochie te komen. [naam 9] vertelt dat zij daar al is geweest en dat de bewoonster haar al had aangesproken. Deze ander geeft eerst aan dat niemand reageert, dan zegt hij “moment” en om 13:04 uur zegt hij dat ‘hij’ langskomt en ze over 10 minuten vertrekken.Vervolgens belt [naam 9] om 13:52 uur met [naam 20] . In dit gesprek geeft [naam 9] aan dat zij ‘on job’ is en dat zij ‘het’ niet kan pakken. ‘Het’ zit er wel in, maar zij kan het niet pakken. Daarna zegt zij dat zij al aangesproken is en dat de auto op camera staat. Vervolgens zegt zij dat [naam 10] naar haar toe zou komen en gezegd had dat hij onderweg was.Om 15:00 uur geeft de gebruiker van dat nummer aan: “Heb t” en om 15:01 uur: “safe”.Dit telefoonnummer staat in de telefoon van [naam 9] opgeslagen onder de naam ‘ [verdachte] ’
_e7cf840c-6511-4eaa-acce-d3fe40ddc5af

_538b9b4a-51fa-44aa-87dd-180969cda0e3

Op 26 oktober 2017, omstreeks 21:09 uur belt [naam 9] met verdachte, die op dat moment gedetineerd zit in Zaanstad. Verbalisant herkent de stem van [naam 9] en de stem van verdachte. [naam 9] spreekt hem aan het einde van het gesprek aan met “ [naam 10] ”.Op 31 oktober 2017 werd [naam 9] aangehouden en werd in haar woning een iPhone 7 aangetroffen. Op deze telefoon werden zes filmpjes aangetroffen, waarop één man werd herkend, te weten verdachte. Op een van de filmpjes is te zien dat verdachte recht in de camera kijkt en zegt “ik ben super [naam 10] ”. Op een ander filmpje is te zien dat verdachte op het trottoir loopt, waarbij te horen is dat [naam 9] meerdere malen “ [naam 10] ” roept. Na een aantal maal reageert verdachte hierop.
De rechtbank overweegt dat uit bovenstaande bewijsmiddelen blijkt dat verdachte schuilgaat achter de naam “ [naam 10] ” en daarom degene is die door [naam 9] is gevraagd de pinpas te stelen uit de brievenbus aan [adres 6] in Sint Annaparochie. De rechtbank ziet een extra bevestiging in de constatering dat het ook verdachte is die op 14 oktober 2017, om 07:50 en 07:51 uur, pint met deze pinpas. Uit het gesprek dat [naam 9] voerde met verdachte, blijkt dat verdachte (met iemand anders) op pad zou gaan naar [adres 5] . Verdachte is degene die, in opdracht van [naam 9] , iemand regelt om met hem mee te gaan naar het opgegeven adres. Hij heeft de benodigde informatie om tot de diefstal te komen en houdt [naam 9] op de hoogte van de vorderingen. Hij stuurt foto’s van de situatie, overlegt over welke bus het moet zijn en geeft aan dat het gelukt is. De rechtbank is van oordeel dat gelet op al het voorgaande het niet anders kan zijn dan dat het verdachte is geweest die zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van de diefstal van de pinpas. De omstandigheid dat de wegneemhandeling zelf niet is waargenomen, kan aan dat oordeel niet afdoen.
Ten laste is gelegd dat deze diefstal is gepleegd met gebruikmaking van een valse sleutel. Over de wijze waarop de wegnemingshandeling in dit geval heeft plaatsgevonden bevat het dossier geen aanknopingspunten, zodat de rechtbank verdachte in zoverre zal vrijspreken.

Criminele organisatie

Voor het vaststellen van het bestaan van een criminele organisatie in de zin van artikel 140 Sr blijken uit de geldende jurisprudentie de navolgende criteria.Er moet sprake zijn van een samenwerkingsverband, van twee of meerpersonen met een zekere duurzaamheid en structuur en een bepaalde organisatiegraad, dattot (feitelijk en gewenst) doel heeft het plegen van misdrijven. De deelnemers aan zo’n organisatie dienen niet ieder voor zich, maar in het verband van deze organisatie te participeren en dus te behoren tot de organisatie. Daarbij is het niet noodzakelijk dat zij bekend waren met alle andere personen die deel uitmaakten van de organisatie dan wel met alle andere personen in de organisatie samenwerken. De samenstelling van het samenwerkingsverband hoeft niet steeds dezelfde te zijn geweest.Om iemand te kunnen aanmerken als deelnemer dient hij of zij tenminste een aandeel tehebben in, dan wel ondersteuning te verlenen aan, gedragingen die strekken tot ofrechtstreeks verband houden met de verwezenlijking van het oogmerk van die organisatie.De bijdrage dient een zekere duur en intensiteit te hebben alvorens gesteld kan worden dat er sprake is van deelname. In dat verband is specifieke deelneming aan misdrijven waarop het oogmerk van de organisatie is gericht niet nodig, maar wel de wetenschap van het plegen van misdrijven in zijn algemeenheid. Daarbij is voorwaardelijk opzet niet voldoende. Wetenschap van één of verscheidene concrete misdrijven is niet vereist. Evenmin enige vorm van opzet op de door de organisatie beoogde concrete misdrijven.
Verdachte heeft, naast het pinnen van drie rekeningen die niet op zijn naam stonden, in deze zaak een coördinerende rol gespeeld. Hij was degene die van [naam 9] hoorde dat er een pinpas gestolen kon worden en regelde iemand die hem daarbij kon assisteren. Verdachte staat aldus klaarblijkelijk in contact met de regievoerende regionen in de criminele organisatie en levert de diensten die nodig zijn om de buit, uiteindelijk, te gelde te maken.

Uit de hierboven genoemde bewijsmiddelen blijkt dat er een grote mate van samenwerking bestond tussen meerdere personen. In de ten laste gelegde periode is onderling intensief contact geweest, waarbij over en weer vitale informatie werd gedeeld. Medeverdachte [naam 23] en [naam 9] zorgden voor de overboekingen en bestellingen en gaven de noodzakelijke informatie door aan de personen die de spullen zouden gaan ontvangen. Zowel [naam 9] als medeverdachte [naam 23] had personen die voor hen geld konden pinnen van de rekeningen waar het geld op gestort werd of bestelde pakketten op konden halen. In dit geval werd door verdachte gezorgd voor de diefstal van een pinpas, en heeft hij van drie verschillende rekeningen grote geldbedragen gepind. Gelet op het tijdsbestek waarin dit alles diende te gebeuren, moet er een grote mate van organisatie zijn geweest om een en ander voor elkaar te krijgen. Voordat een slachtoffer door had dat er geldbedragen werden afgeschreven, moest het geld immers al zijn opgenomen van de rekeningen van de money mules, of gebruikt zijn om goederen mee te bestellen.

Gelet op de hierboven genoemde bewijsmiddelen is de rechtbank van oordeel dat er een voldoende duidelijke samenwerking bestaat om te kunnen spreken van deelname aan een criminele organisatie door verdachte. Hij stond weliswaar niet aan het roer van de organisatie, maar vervulde coördinerende en aldus ook een essentiële rol in het te gelde maken van de gestolen geldbedragen en goederen.

De rechtbank is dan ook van oordeel dat wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard dat er een criminele organisatie bestond die zich bezighield met oplichting, het voor handen hebben van een gegeven waarmee toegang kan worden verkregen tot geautomatiseerde werken, computervredebreuk, aantasting of manipulatie van computergegevens, diefstal door middel van een valse sleutel en witwassen en dat verdachte hieraan heeft deelgenomen.

- om 04:54 uur  € 2.000,- op [adres 2] in Amsterdam, - om 05:06 uur  € 2.000,- op de [adres 3] in Diemen - om 05:15 uur  € 1.000,- op [adres 4] in Amsterdam.Van deze transacties zijn beelden opgeslagen. Op deze beelden werd door verbalisanten [naam 15], [naam 16] en [naam 17] verdachte herkend als degene die de transacties doet.
4.4
De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte
1.hij
2.hij
3.hij of omstreeksin elk geval in Nederland,althans alleen,/hebbenof meer(sen), in elk geval een of meer goed(eren), geheel of ten dele , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich (telkens) de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of die weg te nemen poststuk/envelop onder zijn en/of hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van (een) valse sleutel(s), te weten (een) niet daartoe bestemd(e)) sleutel(s)
4.hijte Den Helder en/of Oosterland en/of Amsterdam en/of Almere, in elk geval een of meer plaats(en)
Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

a. (Onderzoek Willis) in de periode van 04 augustus 2017 tot en met 05 augustus 2017 te Oss en, en
b. (Onderzoek Vari) in of omstreeks de periode van 14 oktober 2017 tot en met 15 oktober 2017 te Amstelveen, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen

a. (Willis, ) van een geldbedrag te weten Eur 5000 de herkomst heeft verhuld en
b. (Vari) van een of meer geldbedrag(en) te weten Eur 62000, in elk geval Eur 5000, althans een of meer geldbedrag(en), de werkelijke aard en/of herkomst en/of de vindplaats en/of de vervreemding en/of de verplaatsing en/of heeft verborgen en/of heeft verhuld en/of verborgen wie de rechthebbende op dat/die geldbedrag(en) is/zijn en/of

a. (Willis, ) een geldbedrag te weten 5000 euro omgezet en
b. (Vari) een of meer geldbedrag(en) te weten Eur 62000, in elk geval Eur 5000, althans een of meer geldbedragen, heeft verworven en/of voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen en/of omgezet en/of daarvan gebruik gemaakt,

terwijl hij, verdachte, en zijn mededaders wisten, dat het - onmiddellijk of middellijk - van misdrijf afkomstige geldbedragen betroffen;
a. (Onderzoek Willis) op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 5 augustus 2017 te Amsterdam en/of Oss en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een of meermalen (telkens) met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen, een of meer geldbedragen, te weten [ [naam 2] ] tot een bedrag van EUR 10.814,30 en/of [ [naam 1] ] tot een bedrag van EUR 8.157,45 geheel of ten dele toebehorende aan [naam 3] , en/of

b. (Onderzoek Vari) op 14 oktober 2017 te Amstelveen tezamen en in vereniging met een ander met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen, een geldbedrag [ [naam 4] ] van Eur 5000 toebehorende aan [naam 5] , waarbij verdachte en zijn mededaderhet weg te nemen geldbedrag onder hun bereik hebben gebracht door middel van een valse sleutel, te weten door gebruik te maken van een niet op zijn, verdachtes en mededader, naam gestelde bankpas en pincode tot het gebruik waarvan hij, verdachte, en/of een of meer van zijn mededader(s) niet is/zijn/was/waren gerechtigd;
- oplichting (artikel 326 Wetboek van Strafrecht) en- een computerwachtwoord, toegangscode of daarmee vergelijkbaar gegeven voorhanden hebben, waardoor toegang kan worden verkregen tot geautomatiseerd werken (artikel 139d en/of 350d Wetboek van Strafrecht) en- computervredebreuk (artikel138ab Wetboek van Strafrecht) en- aantasting of manipulatie van computergegevens (artikel 350a Wetboek van Strafrecht) en- diefstal door middel van braak/verbreking, inklimming en/of een valse sleutel (artikel 311 Wetboek van Strafrecht) en- witwassen (artikel 420bis Wetboek van Strafrecht).
5

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Dit levert de in de beslissing genoemde strafbare feiten op.
Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

6

6.1
De vordering van de officieren van justitie

De officieren van justitie vorderen aan verdachte op te leggen een taakstraf van 240 uur, alsmede een verbeurdverklaring van het niet in beslag genomen geldbedrag van € 1.500,- (zijnde de geschatte beloning voor verdachte van 10% van € 15.000).
6.2
Het standpunt van de verdediging

De verdediging voert primair aan dat geen straf of maatregel dient te volgen, gelet op het pleidooi voor integrale vrijspraak. Subsidiair voert de verdediging aan dat verdachte zijn leven op de rit probeert te krijgen. Per 1 april 2019 gaat hij begeleid wonen in Amsterdam. Hij volgt een opleiding en moet daarvoor dagelijks van 9 tot 5 op school zijn. Daarnaast moet hij stage gaan lopen. Indien de rechtbank tot een bewezenverklaring komt, dan mag verdachte blij zijn met een taakstraf. Ondanks dat, zou de verdediging de rechtbank willen verzoeken om een deel voorwaardelijk op te leggen, gelet op zijn zeer drukke schema.
6.3
Het oordeel van de rechtbank

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan twee diefstallen, witwassen en deelname aan een criminele organisatie. De organisatie waar verdachte bij betrokken was, hield zich bezig met phishing van bankgegevens, waarna rekeningen werden leeggehaald. De door verdachte gepleegde feiten zijn essentieel om de gestolen gegevens om te kunnen zetten in geld. Er zijn rekeningen nodig om het geld naar door te boeken, maar ook mensen die bereid zijn dat geld vervolgens op te nemen. Daarvoor zijn dan weer pinpassen van de rekeningen nodig. Verdachte speelde een rol op deze drie gebieden. Hij wist dat er meer mensen betrokken waren in het geheel, communiceerde met hen over de te nemen stappen en wist dan ook wat het doel van de organisatie was. De rechtbank rekent het verdachte ernstig aan dat hij, in ieder geval gedurende de ten laste gelegde periode, een bijdrage leverde aan dit geheel.
De rechtbank constateert dat verdachte een uitgebreid strafblad heeft. Vorig jaar is hij nog veroordeeld, waarbij de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders is opgelegd. De reclassering heeft in een brief, voorafgaand aan de zitting, naar voren gebracht dat verdachte naar school gaat en hier gemotiveerd voor is. Er wordt gewerkt aan een traject voor na zijn ISD op het gebied van scholing en werk. Gelet op de pro-criminele houding van verdachte zijn er nog wel wat vraagtekens omtrent de haalbaarheid hiervan. De reclassering ziet geen meerwaarde in een voorwaardelijke straf aansluitend aan zijn ISD-maatregel en adviseert een werkstraf op te leggen. De rechtbank overweegt dat, gelet op het feit dat er vorig jaar een ISD-maatregel is opgelegd, het opleggen van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf op dit moment geen enkele toegevoegde waarde heeft. Niet alleen omdat het nog even zal duren voordat deze maatregel wordt beëindigd, maar ook omdat de dan opgestarte hulp en begeleiding direct weer onderbroken zal worden. Het opleggen van een voorwaardelijke straf, met daaraan gekoppeld een aantal bijzondere voorwaarden, is om gelijksoortige redenen geen reële optie. Hoewel de aard en ernst van de feiten, bezien tegen de achtergrond van het strafblad van verdachte, in beginsel wel een gevangenisstraf rechtvaardigen, is de rechtbank dan ook van oordeel dat alleen een onvoorwaardelijke werkstraf passend is. Gelet op hetgeen bewezen is verklaard, de aard en ernst hiervan en de mate van betrokkenheid van verdachte, is de rechtbank van oordeel dat een werkstraf van 240 uur passend en geboden is.
Voor een verbeurdverklaring van het niet in beslaggenomen bedrag van € 1.500, ziet de rechtbank geen aanleiding. Naar de rechtbank begrijpt strekt de eis in zoverre ertoe het door verdachte verkregen voordeel hem te ontnemen. Voor dat doel is de ontnemingsprocedure in beginsel de aangewezen weg. De rechtbank ziet geen reden daar in dit specifieke geval anders over te denken.

7

De beslissing berust op de artikelen 22c, 22d, 27, 58, 140, 311 en 420bis van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.
beslissing

8

De rechtbank:
- verklaart het ten laste gelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
- verklaart dat het bewezen verklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:- verklaart verdachte strafbaar;
- veroordeelt verdachte tot ;
- beveelt dat indien verdachte de taakstraf niet naar behoren verricht, zal worden toegepast van ;
- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van de taakstraf naar rato van 2 uur per dag.
Bewezenverklaring

Strafbaarheid

feit 1:

feit 2:

feit 3:

feit 4:

Strafoplegging

Dit vonnis is gewezen door mr. Schild, voorzitter, mr. Goossens en mr. Felix, rechters, in tegenwoordigheid van Van Rensch, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 17 mei 2019.

_a4975360-1570-47e6-82e9-c89fc6529b83
1

Wanneer hierna wordt verwezen naar een paginanummer, wordt - tenzij anders vermeld - bedoeld een pagina van het eindproces-verbaal met dossiernummer DH3R017081 van politie Nederland, Eenheid Den Haag, districtsrecherche Den Haag Zuid, opgemaakt in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren. Proces-verbaal van aangifte [naam 8] , pag. 35 “Algemeen dossier”
_399e9003-7a46-42c9-aaf5-f22dd029b754
2

Proces-verbaal van bevindingen [naam 14] , “zaaksdossier 4”, pag. 6

_de2ab89a-39fe-451b-b19c-8e8632988c55
3

Proces-verbaal van herkenning, “zaaksdossier 4”, pag. 16

_8f4c8e5a-199c-4a94-b1f8-2e48e180ca27
4

Proces-verbaal van herkenning, “zaaksdossier 4”, pag. 18

_fa1dee2b-c436-4836-a2e2-e577be712e56
5

Proces-verbaal van herkenning, “zaaksdossier 4”, pag. 24

_cbd21b9f-b01e-441d-a14f-e5f6c2fecd74
6

Proces-verbaal van herkenning, “zaaksdossier 4”, pag. 26

_64ca9fb4-9380-422b-b63d-8208643b3076
7

Proces-verbaal van bevindingen [naam 19] , “zaaksdossier 12”, pag. 6-7

_1c9ac5c1-1920-4d14-82c4-ab874bf33835
8

Proces-verbaal van herkenning, “zaaksdossier 12”, pag. 28

_a109df95-a701-4928-b87b-5ca33d4585e6
9

Proces-verbaal van herkenning, “zaaksdossier 12”, pag. 30

_b6b568a9-611d-4ecc-81e2-801aa39a872f
10

Proces-verbaal van herkenning, “zaaksdossier 12”, pag. 36

_ac9fcf8c-8ed5-4ce4-b5cf-b7beef72d63f
11

Wanneer hierna wordt verwezen naar een paginanummer, wordt - tenzij anders vermeld - bedoeld een pagina van het eindproces-verbaal met dossiernummer ZBRAA17009 (onderzoek “Vari”) van de regionale eenheid politie Zeeland-West-Brabant, opgemaakt in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren en doorgenummerd van 1 tot en met 4657. Proces-verbaal van aangifte [naam 5] , pag. 1296
_16da4a3a-74d6-453a-b614-59911ca74d1a
12

Geschrift, zijnde [naam 6] rekeningafschriften op naam van [naam 5] , pag. 1307

_d3839aa6-2343-49fe-b3b1-79122b82b196
13

Aangifte van de [naam 6] , pag. 1315

_6ffced01-71ea-43ca-82b0-6cfcc648aa11
14

Proces-verbaal van verdenking, pag. 2832 en 2833

_a675f8ea-4cee-479a-a30d-0a9b37b1471a
15

Proces-verbaal van bevindingen, pag. 1331

_530d0de9-f5a7-4255-b1d6-59dc03cde946
16

Proces-verbaal phishingactie Sint Annaparochie, pag. 1329

_d72ecf32-387a-4977-8153-1863c029e2ea
17

Proces-verbaal van bevindingen, pag. 1332

_0ce31c09-a890-4e44-baf0-90295967a239
18

Proces-verbaal van verdenking, pag.2829 en proces-verbaal van bevindingen, pag. 2282

_e7cf840c-6511-4eaa-acce-d3fe40ddc5af
19

Geschrift, zijnde een uitdraai van een telefoongesprek, pag. 2961

_538b9b4a-51fa-44aa-87dd-180969cda0e3
20

Proces-verbaal van verdenking, pag. 2831

_340599a4-9735-4e2b-94ce-f5e23f464b6c
21

Proces-verbaal van verdenking, pag. 2841

_26563a5f-bb4d-4261-a900-3d484dad5f37
22

Proces-verbaal van bevindingen, pag. 2921