Uitspraak ECLI:NL:RBROT:2019:136

Deze uitspraak heeft betrekking op het rechtsgebied Strafrecht en is gepubliceerd door de Raad voor de Rechtspraak op 10-01-2019. De uitspraak is gedaan door Rechtbank Rotterdam op 03-01-2019, deze uitspraak is bekend onder de European Case Law Identifier (ECLI) ECLI:NL:RBROT:2019:136, het zaaknummer waarop deze uitspraak betrekking heeft is 10/177073-18


Bron: Rechtspraak

Rechtbank Rotterdam

Team straf 2

Parketnummer: 10/177073-18Datum uitspraak: 3 januari 2019Tegenspraak
Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:

[naam verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats verdachte] ( [geboorteland verdachte] ) op [geboortedatum verdachte] , niet ingeschreven in de basisregistratie personen, ten tijde van het onderzoek op de terechtzitting preventief gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting Rotterdam, locatie Hoogvliet,raadsvrouw mr. S. Epema, advocaat te Rotterdam.

ECLI:NL:RBROT:2019:136:DOC
nl

Rechtbank Rotterdam

Team straf 2

Parketnummer: 10/177073-18Datum uitspraak: 3 januari 2019Tegenspraak
Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:

[naam verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats verdachte] ( [geboorteland verdachte] ) op [geboortedatum verdachte] , niet ingeschreven in de basisregistratie personen, ten tijde van het onderzoek op de terechtzitting preventief gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting Rotterdam, locatie Hoogvliet,raadsvrouw mr. S. Epema, advocaat te Rotterdam.
1

Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 20 december 2018.

2

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

3

De officier van justitie mr. P. Swaak heeft gevorderd:
-

bewezenverklaring van het onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde;

veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden met aftrek van voorarrest, waarvan 4 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar en als bijzondere voorwaarden dat de verdachte zich zal gedragen naar de aanwijzingen van de reclassering, een behandelverplichting bij de Waag en andere voorwaarden het gedrag betreffende.

4

4.1.
Vrijspraak feit 3

Standpunt officier van justitie

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot een bewezenverklaring van de onder 3 ten laste gelegde inbraak. Daartoe is aangevoerd dat de verbalisant die de verdachte herkend heeft hem al jaren ambtshalve kent en duidelijk heeft omschreven waaraan hij hem heeft herkend.
Beoordeling

Op 13 juni 2018 wordt in het pand aan de [adres delict 1] te Bergschenhoek ingebroken. Van de inbraak zijn camerabeelden veiliggesteld en op een screenshot daarvan is de verdachte door een verbalisant herkend aan zijn gezicht, kaaklijn, haarlijn, oor en horloge. De herkenning door de verbalisant op grond van deze afbeelding is het enige bewijs dat de verdachte, die ontkent, het ten laste gelegde feit heeft gepleegd. De rechtbank is echter van oordeel dat op de in het dossier aanwezige afbeelding onvoldoende duidelijke, specifieke en onderscheidende persoonskenmerken zichtbaar zijn. Op basis van die enkele herkenning kan de rechtbank niet met de vereiste mate van zekerheid vaststellen dat het de verdachte is die op de afbeelding te zien is. De verdachte wordt daarom van dit feit vrijgesproken.
4.2.
Bewijswaardering feit 1

Standpunt verdediging

De verdediging heeft vrijspraak bepleit. Daartoe is aangevoerd dat de verdachte een niet onaannemelijke verklaring heeft gegeven voor de aanwezigheid van zijn DNA op het in de woning aangetroffen rietje.
Beoordeling

In de nacht van 16 op 17 juli 2018 wordt in de woning aan de [adres delict 2] te Berkel en Rodenrijs ingebroken. Tijdens het onderzoek wordt op de bank in de woonkamer een tray met pakjes Dubbelfrisss aangetroffen waarvan twee pakjes ontbreken. Een van deze pakjes ligt leeg en zonder rietje in de kattenbak. Het rietje wordt aangetroffen op de eettafel. Op dat rietje is speeksel aangetroffen dat matcht met het DNA-profiel van de verdachte. Door de aangeefster, de buurvrouw die vanwege vakantie van de bewoner op de woning lette en daar dagelijks kwam, is verklaard dat haar de dag voor de inbraak niets is opgevallen.
Alleen al gelet op deze omstandigheden wordt het alternatieve scenario van de verdachte, namelijk dat hij dagen eerder met iemand anders bij de bewoner aan de deur is geweest en toen een pakje sap met een rietje heeft gekregen en dat dat mogelijk de aanwezigheid van zijn DNA verklaart, niet aannemelijk geacht. Hierbij wordt nog voorbij gegaan aan het feit dat de bewoner ontkent dat van een dergelijk bezoek sprake is geweest en dat het geschetste scenario geenszins ook maar enige verklaring geeft voor de wijze waarop het pakje en het rietje zijn aangetroffen in de woning.

De rechtbank komt op grond van het voorgaande dan ook tot een bewezenverklaring van de aan de verdachte ten laste gelegde poging tot inbraak.

4.3.
Bewijswaardering feit 2

Standpunt verdediging

Door de verdediging is ook voor dit feit vrijspraak bepleit. Daartoe is aangevoerd dat er bloedsporen van de verdachte konden worden aangetroffen, omdat hij regelmatig in het restaurant komt, hij diabetes heeft en daarom altijd voor het eten bloed moet prikken en dat daarbij ook bloed op de ruit kan zijn gekomen.
Beoordeling

In de nacht van 4 op 5 juni 2018 wordt er bij [naam horecagelegenheid] aan de [adres delict 3] te Berkel en Rodenrijs ingebroken door een ruit te vernielen. Op twee glasscherven, waarvan er één in het pand lag en de ander buiten op het terras, zijn bloedsporen aangetroffen. Uit onderzoek is gebleken dat beide bloedsporen matchen met het DNA-profiel van de verdachte. Deze omstandigheden leveren voldoende wettig en overtuigend bewijs op dat het de verdachte is geweest die de inbraak heeft gepleegd. Dat het bloed van de verdachte daar op een ander, eerder moment zou zijn achtergelaten, zoals verklaard, is niet aannemelijk geworden. Zo is niet bekend wanneer dat dat zou zijn gebeurd en hoe het kan dat het bloed op twee glasscherven zat. Bovendien blijkt nergens uit dat de verdachte daadwerkelijk diabetes heeft. Het verweer van de verdediging wordt dan ook gepasseerd.
4.4.
Bewezenverklaring

In bijlage II heeft de rechtbank de inhoud van wettige bewijsmiddelen opgenomen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Op grond daarvan, en op grond van de redengevende inhoud van het voorgaande, is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat:
Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet (ook) daarvan worden vrijgesproken.

1.hij in de periode van 16 juli 2018 tot en met 17 juli 2018 te Berkel en Rodenrijs, gemeente Lansingerland ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om goederen en/of geld, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele toebehoorde aan [naam slachtoffer 1] , weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen in een woning (gelegen aan de [adres delict 2] ) en zich de toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en die weg te nemen goederen onder zijn bereik te brengen door middel van braak, naar voornoemde woning is gegaan en aan de achterzijde van die woning een ruit uit de achterdeur heeft verwijderd door één of meer glaslatten te verwijderen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
2.hij in de periode van 4 juni 2018 tot en met 5 juni 2018 te Berkel en Rodenrijs, gemeente Lansingerland een geldgedrag dat toebehoorde aan [naam horecagelegenheid] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen in eenrestaurant (gelegen aan de [adres delict 3] ), terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en dat weg te nemen geldbedrag onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak, .
5

De bewezen feiten leveren op:
1.

2.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. De feiten zijn dus strafbaar.

6

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

overwegingen

7

De straf die aan de verdachte wordt opgelegd, is gegrond op de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.
De verdachte heeft zich in een korte tijd schuldig gemaakt aan een bedrijfsinbraak en een poging tot een woninginbraak. Door aldus te handelen heeft hij de betrokkenen veel overlast en schade bezorgd. Ook heeft hij laten zien geen respect te hebben voor andermans spullen. Hierbij komt dat dit soort feiten bijdragen aan gevoelens van onveiligheid in de samenleving. Dit alles wordt de verdachte flink aangerekend.

De rechtbank heeft bij de strafoplegging acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van 7 december 2018, waaruit blijkt dat de verdachte eerder is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten. Deze veroordelingen hebben de verdachte er niet van weerhouden om opnieuw strafbare feiten te plegen.

Reclassering Nederland heeft een rapport over de verdachte opgemaakt, gedateerd 29 november 2018. Hieruit blijkt dat de praktische leefgebieden van de verdachte niet op orde zijn. De verdachte heeft geen inschrijfadres, geen zinvolle dagbesteding en geen legaal inkomen. Daarnaast komt de verdachte veelvuldig in aanraking met justitie. Het recidiverisico wordt daarom hoog ingeschat. De reclassering adviseert de verdachte een deels voorwaardelijke straf op te leggen, met als bijzondere voorwaarden een meldplicht, een ambulante behandelverplichting en een inspanningsverplichting voor het hebben van huisvesting, een legaal inkomen en een dagbesteding.

Gelet op hetgeen de rechtbank hierboven heeft overwogen, komt zij tot de volgende conclusies. Gezien de ernst van de feiten en de recidive kan niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een gevangenisstraf. Bij de bepaling van de duur van deze straf heeft de rechtbank acht geslagen op de LOVS-oriëntatiepunten en op straffen die in soortgelijke zaken worden opgelegd. Mede gelet op de houding van de verdachte en het feit dat de eerder ingezette reclasseringstoezichten geen effect hebben gehad, ziet de rechtbank geen reden om een deel van de gevangenisstraf voorwaardelijk op te leggen en daaraan bijzondere voorwaarden te verbinden. De rechtbank acht een en ander overziend een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 5 maanden passend en geboden.

8

Als benadeelde partij heeft zich in het geding gevoegd [naam benadeelde] . De benadeelde partij zal in de vordering niet-ontvankelijk worden verklaard, omdat de verdachte wordt vrijgesproken van het feit waarop de vordering is gebaseerd.
De benadeelde partij zal worden veroordeeld in de door de verdachte in verband met deze vordering gemaakte kosten, welke kosten worden begroot op nihil.

9

Gelet is op de artikelen 45 en 311 van het Wetboek van Strafrecht.

10

De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.

beslissing

11

De rechtbank:
1.hij in of omstreeks de periode van 16 juli 2018 tot en met 17 juli 2018 te Berkel en Rodenrijs, gemeente Lansingerland tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s)voorgenomen misdrijf om goed(eren) en/of geld, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde, te weten aan [naam slachtoffer 1] , weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen in/uit een woning (gelegen aan de [adres delict 2] ) en zich de toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en/of dat/die weg te nemen goed/goederen onder zijn/hun bereik te brengen door middel van braak, verbreking en/of inklimming, naar voornoemde woning is/zijn gegaan en/of aan de achterzijde van die woning een ruit uit de achterdeur heeft/hebben verwijderd door één of meer glaslatten te verwijderen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
2.hij in of omstreeks de periode van 4 juni 2018 tot en met 5 juni 2018 te Berkel en Rodenrijs, gemeente Lansingerland één of meer geldgedrag(en), in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander toebehoorde, te weten aan [naam horecagelegenheid] en/of [naam slachtoffer 2] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen in/uit eenrestaurant (gelegen aan de [adres delict 3] ), terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of dat/die weg te nemen geldbedrag(en) onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;
3.hij op of omstreeks 13 juni 2018 te Bergschenhoek, gemeente Lansingerland tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een sleutel, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde, te weten aan [naam bedrijf] en/of [naam slachtoffer 3] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, in/uit een bedrijfspand (gelegen aan de [adres delict 1] ) terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of die/dat weg te nemen een sleutel onder zijn/haar/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming.
verklaart niet bewezen, dat de verdachte het onder 3 ten laste gelegde feit heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;

verklaart bewezen, dat de verdachte de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte (ook) daarvan vrij;

stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert de hiervoor vermelde strafbare feiten;

verklaart de verdachte strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een ; beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover deze tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;
verklaart de benadeelde partij [naam benadeelde] niet-ontvankelijk in de vordering;

veroordeelt de benadeelde partij in de door de verdachte in verband met de vordering gemaakte kosten, die worden begroot op nihil.

Dit vonnis is gewezen door:mr. V.F. Milders, voorzitter,en mrs. G.P. van Beek en J.C.A.M. Los, rechters,in tegenwoordigheid van mr. S. Salah-Hashim, griffier,en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 3 januari 2019.
De jongste rechter is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.Bijlage I
Tekst tenlastelegging

Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat: