Uitspraak ECLI:NL:RBOVE:2020:169

Deze uitspraak heeft betrekking op het rechtsgebied Strafrecht en is gepubliceerd door de Raad voor de Rechtspraak op 21-01-2020. De uitspraak is gedaan door Rechtbank Overijssel op 21-01-2020, deze uitspraak is bekend onder de European Case Law Identifier (ECLI) ECLI:NL:RBOVE:2020:169, het zaaknummer waarop deze uitspraak betrekking heeft is 08.176073.19 (P)


Bron: Rechtspraak

ECLI:NL:RBOVE:2020:169:DOC
nl

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team Strafrecht Meervoudige kamer
1. Het onderzoek op de terechtzitting

2. De tenlastelegging

- een of meerdere geluidsboxen van het merk Sonos,

- een geldbedrag van 110 euro, althans enig geldbedrag, en/of

- een of meerdere sierraden, waaronder drie zilveren armbanden en/of 1 gouden armband, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde, te weten aan [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen,

terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of dat/die weg te nemen goed/goederen onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking, inklimming, een valse sleutel;

- een auto, van het merk Audi, type A3 ‘sportback’,

- een of meerdere auto-onderdelen en/of toebehoren van voornoemde auto,

- een of meerdere cadeaubonnen,

- een paraplu,

- een of meerdere sierraden, waaronder een of meerdere gouden ringen en/of een (bloedkoralen) armband,

- een CD,

- een fles olie,

- een paar klompen, en/of

- een of meerdere (telefoon)kabels en/of toebehoren, (zoals vermeld in het PV met nummer [nummer 2] op pagina 228 en het PV met nummer [nummer 3] van het procesdossier)

3. De voorvragen

4. De bewijsoverwegingen

- meerdere geluidsboxen van het merk Sonos,- een geldbedrag van 110 euro, en- meerdere sieraden, waaronder drie zilveren armbanden en 1 gouden armband, die geheel of ten dele aan een ander dan aan verdachte en zijn mededaders toebehoorden, te weten aan [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en zijn mededaders zich de toegang tot de plaats van het misdrijf hebben verschaft door middel van braak;- een auto, van het merk Audi, type A3 ‘sportback’,- een of meerdere auto-onderdelen en/of toebehoren van voornoemde auto,- een of meerdere cadeaubonnen,- een paraplu,- meerdere sieraden, waaronder meerdere gouden ringen en een bloedkoralen armband,- een CD,- een fles olie,- een paar klompen, en- een telefoonkabel,
5. De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

6. De strafbaarheid van verdachte

7. De op te leggen straf of maatregel

8. De schade van benadeelden

- [bedrijf 1] (vervangen cilinders); € 207,36 - [bedrijf 1] (extra beveiligingsmaatregelen) € 510,47 - Waarde sieraden € 285,00 - [bedrijf 2] (kosten afneembare trekhaak gestolen auto) € 250,00 - [bedrijf 3] (eigen risico bij diefstal) € 500,00 - Benzinekosten (inhoud tank auto) € 80,00 - reiskosten (slachtofferhulp, juwelier, bouwmarkt, rechtbank) € 42,36Wegens immateriële schade wordt een bedrag van € 500,- gevorderd.
9. De toegepaste wettelijke voorschriften

10. De beslissing

- verklaart bewezen dat verdachte het onder 1, 2, 3, 4, 5 en 6 tenlastegelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;- verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij;- verklaart het bewezenverklaarde strafbaar;- verklaart dat het bewezenverklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:- verklaart verdachte strafbaar voor het onder 1, 2, 3, 4, 5 en 6 bewezenverklaarde; - veroordeelt verdachte tot een voor de duur van ; - bepaalt dat de tijd die de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht;- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij , (feit 2): van een bedrag van € 40,43 (te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 22 juli 2019) voor zover dit bedrag niet door een mededader zal zijn voldaan;- veroordeelt verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering;- legt de op dat verdachte verplicht is ter zake van het onder 2 bewezenverklaarde feit tot te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 22 juli 2019 ten behoeve van de benadeelde, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 1 dag gijzeling (een en ander voor zover dit bedrag niet door een mededader zal zijn voldaan). De toepassing van de gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op;- bepaalt dat als verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als verdachte aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen;- bepaalt dat de benadeelde partij: [slachtoffer 2] (feit 2): voor een deel van € 500,- niet-ontvankelijk is in de vordering, en dat de benadeelde partij de vordering voor dat deel slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;- bepaalt dat de benadeelde partij: (feit 4): in het geheel niet-ontvankelijk is in de vordering, en dat de benadeelde partij de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij (feit 6): van een bedrag van € 1.350,97 (te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 10 juli 2019) voor zover dit bedrag niet door een mededader zal zijn voldaan;- veroordeelt verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op 13,75, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering;- legt de op dat verdachte verplicht is ter zake van het bewezenverklaarde feit en tot te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 10 juli 2019 ten behoeve van de benadeelde, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 23 dagen gijzeling (een en ander voor zover dit bedrag niet door een mededader zal zijn voldaan). De toepassing van de gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op;- bepaalt dat als verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als verdachte aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen;- bepaalt dat de benadeelde partij: [slachtoffer 8] , voor een deel van € 1.010,47 niet-ontvankelijk is in de vordering, en dat de benadeelde partij de vordering voor dat deel slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.1. In de nacht van 22 juli 2019 was ik in Hasselt. Ik ben samen met [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] naar Hasselt gereden in de auto van mijn broer. Ik wist dat het de bedoeling was om daar inbraken te plegen. Ik heb in de nacht van 9 op 10 juli 2019 ingebroken in de woning aan de [adres 6] in Hasselt. Ik heb uit die woning in ieder geval de autosleutel meegenomen. Iemand anders heeft de volgende dag de auto opgehaald. 2. Op maandag 15 juli 2019 te 10:00 uur heb ik de woning aan de [adres 2] te Hasselt verlaten. De woning was deugdelijk afgesloten. Op zondag 22 juli omstreeks 15.45 uur kwam ik thuis en zag dat er in de woning was ingebroken. Ik zag namelijk dat er schade zat aan het raam aan de voorzijde van mijn woning. Ik zag dat het slot van het raam verbogen was en dat de grendel eraf lag. Ook zag ik verse schade in het kozijn. Ik hoorde van de politie dat het raam op de slaapkamer op de eerste verdieping aan de achterzijde van de woning ook open had gestaan. 3. 4. Onze buurvrouw was zondag 21 juli 2019 nog langs onze woning gewandeld en toen was haar niets opgevallen en op 22 juli 2019 zag ze dat het slot van de voordeur opengebroken was. Uit het sieradendoosje van mijn vrouw mist een zilverkleurige ring met daarop 2 gekleurde pareltjes. U liet ons een foto zien van een ring die aan de [adres 2] is gevonden, dit is inderdaad de ring van mijn vrouw. Verder missen wij op dit moment uit een bewaarsetje met euromunten een munt van 50 cent, van 1 euro en van 2 euro. 5. 6. Op zondag 14 juli 2019 omstreeks 05:00 heb ik de woning verlaten. De woning was deugdelijk afgesloten. Op maandag 22 juli 2019 vertelde de politie mij dat er ingebroken was in mijn woning. Wij zagen dat het raam aan de tuinzijde achterkant woning vernield was. Wij zagen schade aan het kozijn en dat een van de dievenklemmen was afgeknapt. Uit de woonkamer zijn 2 witte Sonos geluidsboxen weggenomen. Er is ongeveer 60,00 euro aan contant geld weggenomen. Uit de slaapkamer is ook een biljet van 50,00 euro weggenomen. Uit onze slaapkamer zijn drie zilveren kinderarmbandjes en een geel gouden armband en bijpassende ketting weggenomen. Ook stond er een bakje met wat sieraden van goud en zilver. Bakje heb ik leeg terug gevonden. 7. 8. Op 22 juli 2019 omstreeks 07:15 uur liep ik naar de auto. Uit het dashboardkastje aan de rechterkant van de auto is een portemonnee gehaald. In de deze portemonnee zat ongeveer 507,- Kuna, dit is Kroatisch geld. In het linker dashboardkastje zat een Extran portemonnee met zekeringen van de auto. Deze is ook weggenomen.9. 10. 11. Ik zag dat de garagedeur van de woning was opengebroken. Ik zag namelijk dat het deurschild aan de buitenzijde van de garagedeur was verbogen. Tevens zag ik dat de slotcilinder, aan de buitenzijde, was afgebroken. Op de buitenzijde van de garagedeur, zag ik ter hoogte van het verbogen deurschild, meerdere indrukken van het wrikken met een breekvoorwerp, vermoedelijk een schroevendraaier. Door mij werd een indruk veiliggesteld aan de buitenzijde van de garagedeur, ter hoogte van het vernielde deurschild, spoornummer: PL0600-2019323442-145865, SIN: AAMQ8929NL. 12. Ik wil graag aangifte doen van een woninginbraak gepleegd aan de [adres 6] , te Hasselt. De auto, een zwarte Audi A3, is ook weggenomen. Op 9 juli 2019 heb ik de woning op slot gedaan. Vandaag, woensdag 10 juli 2019, omstreeks 13.00 uur stond de auto van de buren van de [adres 6] nog steeds op dezelfde plek geparkeerd en alles leek nog steeds helemaal in orde. Op 10 juli 2019 omstreeks 00:00 uur kwamen we terug bij de woning en we zagen ineens op meerdere plekken in de woning, bij de studeerkamer en onder andere ook boven, licht branden in de woning. 13. Ik zag dat de cilinder uit mijn voordeur was geboord en dat het wc raam naast de voordeur eruit was gebroken. Deze lag nu met kozijn en al naast de wc. De reserve sleutel van de auto zat in een afgesloten kistje die beneden in de kledingkast lag achter de kleren. Deze hebben ze geopend met de sleutel die in een lade van kastje zat die in de woonkamer staat. 14. Omstandigheden: Alle spullen bij de verdachte aangetroffen tijdens zijn aanhouding.Beslagene: [medeverdachte 1]Goednummer: PL0600-2019324592-2039094Object: BreekijzerKleur: Rood
Zittingsplaats Zwolle

Parketnummer: 08.176073.19 (P)

Vonnis op tegenspraak in de zaak van de officier van justitie tegen:

[verdachte]

geboren op [geboortedatum] 1991 in [geboorteplaats] ,wonende aan de [adres 1] ,thans verblijvende: P.I. Lelystad te Lelystad.
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzittingen van 10 oktober 2019 en 7 januari 2020.

De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie mr. J.M. Stad en van hetgeen door verdachte en de raadsman mr. D.L.A.M. Pluijmakers, advocaat te Apeldoorn, naar voren is gebracht.

De verdenking komt er, na een nadere omschrijving van de tenlastelegging van 7 januari 2020, kort en zakelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

feit 1:

feit 2:

feit 3:

feit 4:

feit 5:

feit 6:

Voluit luidt de tenlastelegging aan verdachte, dat:

1

hij op of omstreeks 22 juli 2019, in Hasselt, gemeente Zwartewaterland, in ieder geval in Nederland,

in elk geval gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd,

in een woning en/of op een besloten erf waarop een woning stond, te weten de woning gelegen aan de [adres 2] , alwaar verdachte zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde, te weten aan [slachtoffer 1] , weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen

en zich de toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en/of dat/die weg te nemen goed/goederen onder zijn/hun bereik te brengen door middel van braak, verbreking, inklimming, immers heeft/hebben verdachten een of meer ramen verbroken/opengebroken, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

2

hij op of omstreeks 22 juli 2019, in Hasselt, gemeente Zwartewaterland, in ieder geval in Nederland,

in elk geval gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd,

in een woning en/of op een besloten erf waarop een woning stond, te weten de woning gelegen aan de [adres 3] , alwaar verdachte zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

een of meerdere sierraden, waaronder een ring en/of een kentekenbewijs van een auto met kenteken [kenteken] en/of een geldbedrag, te weten 3,50 euro, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde, te weten aan [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen,

terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of dat/die weg te nemen goed/goederen onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking, inklimming, een valse sleutel;

3

hij op of omstreeks 22 juli 2019, in Hasselt, gemeente Zwartewaterland, in ieder geval in Nederland,

in elk geval gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd,

in een woning en/of op een besloten erf waarop een woning stond, te weten de woning gelegen aan de [adres 4] , alwaar verdachte zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

4

hij op of omstreeks 22 juli 2019, te Hasselt, gemeente Zwartewaterland, in ieder geval in Nederland,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

een portemonnee, met daarin een geldbedrag van 507 kuna, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde, te weten aan [slachtoffer 6] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen,

terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of dat/die weg te nemen goed/goederen onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking, of inklimming;

5

hij in of omstreeks de periode van 20 juli 2019 tot en met 21 juli 2019, in Vollenhove, gemeente Steenwijkerland, in ieder geval in Nederland,

in elk geval gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd,

in een woning en/of op een besloten erf waarop een woning stond, te weten de woning gelegen aan de [adres 5] , alwaar verdachte zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, meerdere sierraden en/of (herdenkings)munten (zoals vermeld in het PV met nummer [nummer 1] op pagina 321),

in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde, te weten aan [slachtoffer 7] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen,

terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of dat/die weg te nemen goed/goederen onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking, inklimming, een valse sleutel;

6

hij op of omstreeks 10 juli 2019, in Hasselt, gemeente Zwartewaterland, in ieder geval in Nederland, in een woning en/of op een besloten erf waarop een woning stond, te weten de woning gelegen aan de [adres 6] , alwaar verdachte zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde, te weten aan [slachtoffer 8] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen,

terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of dat/die weg te nemen goed/goederen onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking, inklimming en/of een valse sleutel, ten aanzien van de voornoemde auto, met de daarbij behorende sleutels.

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

4.1 Inleiding

Op 22 juli 2019 omstreeks 4:50 uur is bij de politie een melding binnengekomen van de heer [naam 1] dat er drie personen op straat liepen in Hasselt. Eén persoon had een grote koevoet in zijn handen en een andere persoon had een tasje bij zich. De personen waren donker gekleed, droegen allen een petje en hadden aandacht voor auto’s en woningen. Naar aanleiding van deze melding zijn meerdere eenheden van de politie ter plaatse gegaan. Nadat de betreffende woonwijk is afgezet, zijn enkele agenten te voet de wijk ingegaan. Vervolgens zijn drie personen aangehouden, waaronder verdachte. In de loop van de dag bleek dat er was ingebroken in woningen aan de [adres 2] , [adres 3] en [adres 4] te Hasselt en dat sprake was een diefstal uit een auto op de oprit van de [adres 7] te Hasselt. Uit de administratie van de politie bleek dat ook eerder in juli 2019 diverse woninginbraken waren gepleegd in Hasselt en Vollenhove.

4.2 Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het onder 1, 2, 3, 5 en 6 ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard. De officier van justitie heeft zich daarbij gebaseerd op de aangiftes en telecomgegevens in combinatie met de aanwezigheid van verdachte in Hasselt in de nacht van 22 juli 2019, de omstandigheid dat er sprake is van meerdere woninginbraken waarbij gestolen spullen, schoensporen dan wel werktuigsporen zijn aangetroffen die gelinkt kunnen worden aan verdachte of zijn medeverdachten. Het bewijs voor de onder 1 ten laste gelegde poging waarbij verdachten ter plaatse zijn aangetroffen, gebruikt de officier van justitie als schakelbewijs voor het onder 2 en 3 ten laste gelegde, waarbij het ook om woninginbraken in de nacht van 22 juli 2019 gaat. Ten aanzien van het onder 4 ten laste gelegde heeft de officier van justitie zich op het standpunt gesteld dat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs is dat verdachte hierbij betrokken was.
4.3 Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft ten aanzien van het onder 1 tot en met 4 ten laste gelegde vrijspraak bepleit, omdat niet wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte betrokken is geweest bij deze feiten. Het dossier bevat objectieve gegevens die de verklaring van verdachte ondersteunen dat, naast verdachte en zijn twee medeverdachten, een vierde persoon betrokken was en dat verdachte alleen heeft gechauffeerd. Dit wijst enkel op medeplichtigheid, maar dat is niet ten laste gelegd. Subsidiair heeft de raadsman zich op het standpunt gesteld dat niet kan worden vastgesteld of sprake is van geweest van medeplegen. Ten aanzien van het onder 5 ten laste gelegde heeft de raadsman vrijspraak bepleit en daartoe aangevoerd dat niet kan worden bewezen dat verdachte in Vollenhove was. Niet is vastgesteld dat verdachte de dagelijkse gebruiker is van de onder hem in beslag genomen telefoon en de telefoongegevens zijn bovendien onbruikbaar, omdat deze onjuist lijken te zijn gelet op de tijdstippen en locaties van de aangestraalde masten. Ten aanzien van het onder 6 ten laste gelegde heeft de raadsman partieel vrijspraak bepleit van het medeplegen, gelet op de verklaring van verdachte.
4.4 Het oordeel van de rechtbank

Feit 1 tot en met 4

Op 22 juli 2019 heeft [slachtoffer 1] aangifte gedaan van inbraak in zijn woning aan de [adres 2] te Hasselt. In de woning is forensisch onderzoek gedaan, waarbij onder meer een indruk van een werktuig (breekijzer) en enkele schoensporen zijn veiliggesteld.
Op 22 juli 2019 heeft [slachtoffer 2] aangifte gedaan van inbraak in zijn woning aan de [adres 3] te Hasselt. In de woning is forensisch onderzoek gedaan, waarbij onder meer een werktuigspoor op de afgebroken cilinder van het slot van de voordeur is veiliggesteld.

Op 2 augustus 2019 heeft [slachtoffer 4] aangifte gedaan van inbraak in zijn woning aan de [adres 4] te Hasselt. In de woning is forensisch onderzoek gedaan, waarbij onder meer een werktuigspoor van vermoedelijk een breekijzer op de onderkant van de ligger van een geforceerd raam en een schoenspoor dat kennelijk was achtergebleven bij het naar binnen/buiten klimmen door het geforceerde inklimraam zijn veiliggesteld.

Op 23 juli 2019 heeft [slachtoffer 6] aangifte gedaan en verklaard dat zij op 22 juli 2019 om 7:15 uur ’s ochtends ontdekte dat enkele goederen uit haar auto in Hasselt waren gestolen, waaronder 507 Kroatische Kuna. Bij medeverdachte [medeverdachte 1] is door de politie 500 Kuna aangetroffen en in beslag genomen.
Getuige [naam 1] heeft gezien dat drie personen ’s nachts gezamenlijk over straat liepen met bijzondere interesse voor woningen en auto’s. Door getuige [getuige] is gezien dat twee mannen naast de dakkapel op het dak van de woning aan de [adres 2] zaten. Zij verklaart dat één van de mannen op het dak zat en de ander stond nog omgedraaid op handen en voeten alsof hij door het raam naar binnen wilde of er net uit kwam. Vanuit haar woning zag zij dat de twee mannen wegrenden en dat de politie een derde man met een hond in bedwang hield. De rechtbank begrijpt dat die derde man [medeverdachte 1] is.
Naar aanleiding van de melding van getuige [naam 1] is de wijk rondom de [adres 2] is door de politie afgezet. Kort na de melding worden drie personen aangehouden, waaronder verdachte. Verdachte probeerde zich bij zijn aanhouding te verbergen voor de politie door op het dak van één van de omliggende woningen te gaan liggen. Bij [medeverdachte 1] wordt, naast de hoeveelheid Kuna’s als hiervoor al vermeld, ook inbrekerswerktuig aangetroffen en in beslag genomen.
De rechtbank stelt, op grond van het voorgaande en de verklaring van verdachte ter terechtzitting, vast dat verdachte en diens medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] in de nacht van 21 op 22 juli 2019 gezamenlijk met de auto naar Hasselt zijn gegaan met het plan om daar inbraken te gaan plegen.

Door de politie is onderzoek verricht naar de in de woningen aangetroffen sporen. Hieruit volgt dat de bij de woninginbraken aan de [adres 2] , [adres 3] en [adres 4] aangetroffen braaksporen zijn veroorzaakt door het onder [medeverdachte 1] in beslag genomen gereedschap. In de woning aan de [adres 4] is daarnaast ook een schoenspoor aangetroffen dat mogelijk is veroorzaakt door de rechterschoen van [medeverdachte 1] .In de woning aan de [adres 2] zijn drie schoensporen veiliggesteld die zijn veroorzaakt door een schoen soortgelijk aan de rechterschoen van verdachte.
Uit onderzoek blijkt verder dat door [medeverdachte 2] foto’s zijn gemaakt met zijn mobiele telefoon, waaronder een foto door een brievenbus met de GPS-locatie [adres 3] te Hasselt, gemaakt op 22 juli 2019 om 02:49 uur. In een tuin, naast de woning aan de [adres 2] , is een uit de woning aan de [adres 3] weggenomen ring aangetroffen. In een speeltuintje naast de [adres 8] – eveneens in de buurt van de woning aan de [adres 2] en nabij een erf waarop getuige [naam 1] de drie personen onder meer heeft gezien – zijn goederen aangetroffen die uit de auto aan de [adres 7] zijn weggenomen.
Op grond van de hiervoor genoemde feiten en omstandigheden, in onderlinge samenhang bezien, staat naar het oordeel van de rechtbank buiten redelijke twijfel vast de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan onder 1 tot en met 4 ten laste gelegde feiten, in vereniging gepleegd, met uitzondering van de onder 4 ten laste gelegde braak, verbreking of inklimming.

De verklaring van verdachte, inhoudende dat zij met vier personen ter plaatse waren gegaan, passeert de rechtbank als niet concreet en niet verifieerbaar, nu verdachte niet heeft willen verklaren wie deze vierde persoon is en ook niet anderszins is gebleken van de aanwezigheid van een vierde persoon. De rechtbank acht zijn verklaring, inhoudend het scenario dat hij slechts mee was als chauffeur dan ook, mede in het licht van de hiervoor genoemde feiten en omstandigheden en gelet op de omstandigheden waaronder verdachte door de politie is aangetroffen (liggend op een dak), ontoereikend, onaannemelijk en niet geloofwaardig.

Feit 5

Uit het hiervoor over de feiten één tot en met vier overwogene is gebleken dat verdachte in de nacht van 22 juli 2019 samen met [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] op pad is gegaan om woninginbraken te plegen.
Op 21 juli 2019 heeft [slachtoffer 7] aangifte gedaan van woninginbraak in zijn woning in de nacht daarvoor aan de [adres 5] te Vollenhove. In de woning is forensisch onderzoek gedaan, waarbij onder meer een indruk van een werktuig (vermoedelijk een schroevendraaier) en enkele schoensporen zijn veiliggesteld.

In het werktuigsporenonderzoek is geconcludeerd dat deze indruk waarschijnlijk is veroorzaakt door een – op 22 juli 2019 – onder [medeverdachte 1] in beslag genomen schroevendraaier.

In de nacht van 20 op 21 juli 2019 maken de telefoons van verdachte en [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] allemaal contact met een telefoonmast in Vollenhove. Dat verdachte zijn telefoon mogelijk had uitgeleend aan iemand van zijn vriendengroep acht de rechtbank ongeloofwaardig, nu verdachte hierover geen concrete en verifieerbare verklaringen heeft afgelegd. Gelet op het aansluitende en mogelijk overlappende bereik van de aangestraalde telefoonmasten in Ens en Vollenhove, is het niet onmogelijk dat de telefoon van verdachte binnen een tijdsbestek van 4 minuten contact heeft gemaakt met beide masten. De rechtbank verwerpt daarom het verweer dat de telefoongegevens niet kunnen worden gebruikt voor het bewijs.

Op grond van de hiervoor genoemde feiten en omstandigheden, waaronder ook hetgeen genoemd is in de overwegingen met betrekking tot het bewijs ter zake van de feiten 1 tot en met 4, in onderlinge samenhang bezien, in combinatie met de omstandigheid dat de veiliggestelde schoensporen zijn veroorzaakt door schoenen soortgelijk aan de rechterschoen van verdachte respectievelijk [medeverdachte 2] , staat naar het oordeel van de rechtbank buiten redelijke twijfel vast de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan onder 5 ten laste gelegde woninginbraak, in vereniging gepleegd.

Feit 6

Op grond van de aangifte van [naam 2] en de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting die op essentiële punten wordt ondersteund door die aangifte en de aanvullende verklaring van [slachtoffer 8] acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de onder 6 ten laste gelegde woninginbraak. De rechtbank acht ook wettig en overtuigend bewezen dat verdachte deze woninginbraak in vereniging gepleegd, gelet op zijn verklaring dat hij de autosleutel heeft meegenomen, waarmee iemand anders de volgende dag de auto heeft opgehaald.
4.5 De bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de in de bijlage genoemde bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen dat:

1hij op 22 juli 2019, in Hasselt, gemeente Zwartewaterland, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, in een woning, te weten de woning gelegen aan de [adres 2] , alwaar verdachte zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond, tezamen en in vereniging met anderen, ter uitvoering van het door verdachte en zijn mededaders voorgenomen misdrijf om, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander dan aan verdachte en zijn mededaders toebehoorde, te weten aan [slachtoffer 1] , weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en zich de toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen door middel van braak, immers hebben verdachten een raam opengebroken, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
2hij op 22 juli 2019, in Hasselt, gemeente Zwartewaterland, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, in een woning, te weten de woning gelegen aan de [adres 3] , alwaar verdachte zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond, tezamen en in vereniging met anderen, een of meerdere sieraden, waaronder een ring en een geldbedrag, te weten 3,50 euro, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander dan aan verdachte en zijn mededaders toebehoorde, te weten aan [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en zijn mededaders zich de toegang tot de plaats van het misdrijf hebben verschaft door middel van braak;
3hij op 22 juli 2019, in Hasselt, gemeente Zwartewaterland, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, in een woning, te weten de woning gelegen aan de [adres 4] , alwaar verdachte zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond, tezamen en in vereniging met anderen,
4hij op 22 juli 2019, te Hasselt, gemeente Zwartewaterland, tezamen en in vereniging met anderen een portemonnee, met daarin een geldbedrag van 507 kuna, dat geheel aan een ander dan aan verdachte en zijn mededaders toebehoorde, te weten aan [slachtoffer 6] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen.
5hij in de periode van 20 juli 2019 tot en met 21 juli 2019, in Vollenhove, gemeente Steenwijkerland, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, in een woning, te weten de woning gelegen aan de [adres 5] , alwaar verdachte zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond, tezamen en in vereniging met anderen, meerdere sieraden en (herdenkings)munten, die geheel aan een ander dan aan verdachte en zijn mededaders toebehoorden, te weten aan [slachtoffer 7] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en zijn mededaders zich de toegang tot de plaats van het misdrijf hebben verschaft door middel van braak;
6hij op 10 juli 2019, in Hasselt, gemeente Zwartewaterland, in een woning, te weten de woning gelegen aan de [adres 6] , alwaar verdachte zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond, tezamen en in vereniging met een of meer anderen,
die geheel aan een ander dan aan verdachte en zijn mededader(s) toebehoorden, te weten aan [slachtoffer 8] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen,terwijl verdachte en zijn mededaders zich de toegang tot de plaats van het misdrijf hebben verschaft en die weg te nemen goederen onder hun bereik hebben gebracht door middel van braak en een valse sleutel, ten aanzien van de voornoemde auto, met de daarbij behorende sleutels.
Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

De rechtbank acht niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.

Het bewezenverklaarde is strafbaar gesteld in de artikelen 45 en 311 van het Wetboek van Strafrecht (Sr). Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Het bewezenverklaarde levert op:

feit 1

het misdrijf:
feit 2

het misdrijf:
feit 3

het misdrijf:
feit 4

het misdrijf:
feit 5

het misdrijf:
feit 6

het misdrijf:
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor de bewezenverklaarde feiten.

7.1 De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake het onder 1, 2, 3, 5 en 6 ten laste gelegde wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 36 maanden, met aftrek van de tijd die hij in voorarrest heeft doorgebracht.

7.2 Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft primair verzocht de voorwaardelijke straf te beperken tot de duur van het voorarrest en de voorlopige hechtenis bij vonnis op te heffen, omdat namens verdachte vrijspraak voor de onder 1 tot en met 5 ten laste gelegde feiten is bepleit. Subsidiair heeft de raadsman verzocht de door de officier van justitie geëiste straf te matigen, met inachtneming van de LOVS oriëntatiepunten. De raadsman heeft bepleit dat verdachte, in het geval van een bewezenverklaring, wordt veroordeeld tot een deels voorwaardelijke straf met bijzondere voorwaarden.

7.3 De gronden voor een straf of maatregel

Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon van verdachte zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen. De rechtbank acht daarbij het volgende van belang.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een poging tot woninginbraak, vier voltooide woninginbraken en diefstal uit een auto. Vier van deze feiten zijn in dezelfde nacht gepleegd. Verdachte en zijn mededaders gingen bewust op pad om inbraken te plegen. Zij hebben in de woningen alles overhoop gehaald en sloten van deuren dan wel ramen vernield. Verdachte heeft geen oog gehad voor het leed en de overlast voor de slachtoffers en alleen gedacht aan zijn eigen financiële gewin. Woninginbraken veroorzaken niet alleen de nodige materiële schade, maar maken ook een forse inbreuk op de privacy van bewoners. Het is voor hen vaak bijzonder onaangenaam om te leven met de wetenschap dat een vreemde in hun woning is geweest. Bovendien zijn bij de slachtoffers voorwerpen met voor hen emotionele waarde, zoals sieraden weggenomen. Daarnaast zorgt dit soort feiten ook bij anderen dan de slachtoffers voor gevoelens van onveiligheid. Dit alles rekent de rechtbank de verdachte aan.

Uit een de verdachte betreffend uittreksel uit de justitiële documentatie van 6 januari 2020 blijkt dat verdachte een uitgebreid verleden heeft op het gebied van vermogensdelicten en al op zeer jonge leeftijd voor het eerst in aanraking is gekomen met politie en justitie voor dergelijke zaken. Verdachte heeft onder meer onherroepelijke veroordelingen wegens gekwalificeerde diefstal in 2018 en woninginbraak in 2014.

De rechtbank neemt bij het bepalen van de hoogte van de op te leggen gevangenisstraf de oriëntatiepunten voor straftoemeting van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS) als vertrekpunt. Het LOVS geeft als oriëntatiepunt voor straftoemeting ten aanzien van woninginbraak, waarbij sprake is van recidive, een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 5 maanden. Echter, de omstandigheden waaronder de inbraken/diefstallen zijn gepleegd maken dat onverkorte toepassing van de oriëntatiepunten onvoldoende recht zouden doen aan de ernst van de feiten.

Het reclasseringsrapport van 17 september 2019 meldt dat verdachte een uitgebreid delictverleden heeft en enige tijd bij de ‘Top-X’ heeft behoord. De reclassering vindt de situatie van verdachte zorgelijk. Het lukt verdachte niet om voor een langere tijd een dagbesteding te behouden, waardoor ook zijn financiële situatie niet op orde is. Daarnaast maakt hij bewust de keuze om delicten te plegen en lijkt hij het overtreden van wetten en regels niet te schromen. De reclassering acht een fors voorwaardelijk strafdeel met bijzondere voorwaarden, waaronder verdiepingsdiagnostiek, geïndiceerd en nodig om het recidiverisico te verkleinen.

De rechtbank heeft echter weinig vertrouwen in de recidive beperkende voorwaarde van het opleggen van reclasseringstoezicht. Verdachte heeft een langdurig strafrechtelijk verleden en lijkt berekenend zijn proceshouding te bepalen door eerst ter zitting een deels bekennende verklaring af te leggen en voor het overige geen openheid van zaken te geven. Met deze houding neemt hij geen verantwoordelijkheid voor zijn eigen handelen. Daar komt bij dat de rechtbank in dit geval van oordeel is dat een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf noodzakelijk is, omdat aard en ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde door een lichtere strafrechtelijke afdoening van de zaak miskend zouden worden. In het kader van de voorwaardelijke invrijheidstelling kan verdachte de hulp en ondersteuning krijgen die hij nodig heeft als hij zijn leven wil veranderen en wil stoppen met het plegen van strafbare feiten, zoals hij heeft aangekondigd.

Alles afwegende acht de rechtbank een gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden passend en geboden. De tijd die de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, zal bij de uitvoering van de gevangenisstraf geheel in mindering worden gebracht.

8.1 De vordering van de benadeelde partij

[slachtoffer 2]

Wegens immateriële schade wordt een bedrag van € 500,- gevorderd.
[slachtoffer 6]

[slachtoffer 8]

8.2 Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van [slachtoffer 2] geheel dient te worden toegewezen, vermeerderd met wettelijke rente. De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat [slachtoffer 6] niet-ontvankelijk in haar vordering dient te worden verklaard, omdat de officier van justitie voor het onder 4 ten laste gelegde vrijspraak heeft gevorderd. Tot slot heeft de officier van justitie zich op het standpunt gesteld dat de vordering van [slachtoffer 8] dient te worden toegewezen tot een bedrag van € 1.362,72 voor materiële schade en € 500,- voor immateriële schade, vermeerderd met wettelijke rente en voor het overige niet-ontvankelijk dient te worden verklaard.

8.3 Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft primair verzocht de vorderingen van de benadeelde partijen [slachtoffer 2] en [slachtoffer 6] af te wijzen, omdat voor het onder 2 en 4 ten laste gelegde vrijspraak is bepleit. Subsidiair heeft de raadsman verzocht [slachtoffer 2] ten aanzien van de immateriële schade niet-ontvankelijk te verklaren in zijn vordering wegens gebrek aan onderbouwing en [slachtoffer 6] geheel niet-ontvankelijk te verklaren in haar vordering, omdat het bedrag wordt teruggegeven. De raadsman heeft verzocht de benadeelde partij [slachtoffer 8] niet-ontvankelijk te verklaren in zijn vordering voor zover deze ziet op de immateriële schade wegens gebrek aan onderbouwing en voor deze ziet op de kosten voor de extra beveiliging omdat dit niet ziet op het herstel van de oorspronkelijke situatie. Voor het overige heeft de raadsman zich ten aanzien van de vordering van [slachtoffer 8] gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.
8.4 Het oordeel van de rechtbank

Ten aanzien van de vordering van benadeelde partij [slachtoffer 2]

Door de gebezigde bewijsmiddelen en de behandeling op de terechtzitting is komen vast te staan dat verdachte door het onder 2 bewezenverklaarde feit rechtstreeks schade heeft toegebracht aan de benadeelde partij . De opgevoerde materiële schadepost is voldoende onderbouwd en niet betwist.
De opgevoerde immateriële schade is onvoldoende komen vast te staan, omdat van de gestelde schade onvoldoende is onderbouwd dat deze is te beschouwen als een ‘aantasting van de persoon op andere wijze’ als bedoeld in artikel 6:106 van het Burgerlijk Wetboek, terwijl door of namens verdachte de omvang ervan gemotiveerd is betwist. Dat een woninginbraak kan zorgen voor gevoelens van boosheid, onveiligheid en angst bij de bewoners staat buiten kijf. De impact van een dergelijk gebeuren moet niet worden onderschat. Hiermee is echter een recht op schadevergoeding nog niet gegeven. Het in de gelegenheid stellen van de benadeelde partij om deze schadepost alsnog nader te onderbouwen leidt tot een onevenredige belasting van de strafrechtelijke procedure, zodat de rechtbank de benadeelde partij die gelegenheid niet zal bieden. De benadeelde partij zal om die reden voor dat deel niet-ontvankelijk worden verklaard. De benadeelde partij kan de vordering in zoverre slechts aanbrengen bij de burgerlijke rechter.

De rechtbank zal het gevorderde deels toewijzen tot een bedrag van € 40,43, te vermeerderen met de verschuldigde wettelijke rente vanaf de datum waarop het strafbare feit is gepleegd.

Ten aanzien van de vordering van benadeelde partij [slachtoffer 6]

Door de gebezigde bewijsmiddelen en de behandeling op de terechtzitting is niet komen vast te staan dat verdachte door het onder 4 bewezenverklaarde feit rechtstreeks schade heeft toegebracht aan de benadeelde partij , omdat de officier van justitie heeft toegezegd dat het bij medeverdachte [medeverdachte 1] in beslag genomen geldbedrag aan de benadeelde partij zal worden teruggegeven.
De benadeelde partij zal om die reden niet-ontvankelijk worden verklaard. De benadeelde partij kan de vordering in zoverre slechts aanbrengen bij de burgerlijke rechter.

Ten aanzien van de vordering van benadeelde partij [slachtoffer 8]

Door de gebezigde bewijsmiddelen en de behandeling op de terechtzitting is niet volledig komen vast te staan dat verdachte door de bewezenverklaarde feiten rechtstreeks materiële schade heeft toegebracht aan de benadeelde partij zoals deze schade door [slachtoffer 8] is gevorderd. De rechtbank is van oordeel dat onvoldoende rechtstreeks verband bestaat tussen het bewezenverklaarde handelen van de verdachte en de door de benadeelde partij gestelde schade voor de extra beveiligingsmaatregelen. De opgevoerde immateriële schade is evenzeer onvoldoende komen vast te staan, omdat de gestelde schade onvoldoende is onderbouwd, terwijl door of namens verdachte de omvang ervan gemotiveerd is betwist. Hierbij verwijst de rechtbank naar wat hierboven ten aanzien van de vordering van benadeelde partij [slachtoffer 2] is overwogen over de immateriële schade. Het in de gelegenheid stellen van de benadeelde partij om deze schadepost alsnog nader te onderbouwen leidt tot een onevenredige belasting van de strafrechtelijke procedure, zodat de rechtbank de benadeelde partij die gelegenheid niet zal bieden.
De benadeelde partij zal om die reden voor een bedrag van € 1.010,47 niet-ontvankelijk worden verklaard. De benadeelde partij kan de vordering in zoverre slechts aanbrengen bij de burgerlijke rechter.

Voor het overige is de vordering voldoende onderbouwd en niet betwist. Door de gebezigde bewijsmiddelen en de behandeling op de terechtzitting komen vast te staan dat verdachte door het onder 6 bewezenverklaarde feit rechtstreeks schade heeft toegebracht aan de benadeelde partij [slachtoffer 8] . Het voor reiskosten naar de rechtbank gevorderde bedrag van € 13,75 merkt de rechtbank aan als proceskosten en zal als zodanig worden toegewezen. De rechtbank zal het gevorderde toewijzen tot een bedrag van € 1.350,97, te vermeerderen met de verschuldigde wettelijke rente vanaf de datum waarop het strafbare feit is gepleegd.

8.5 De schadevergoedingsmaatregel

De benadeelde partijen [slachtoffer 2] en [slachtoffer 8] hebben verzocht en de officier van justitie heeft gevorderd de schadevergoedingsmaatregel op te leggen.

De rechtbank zal de maatregel als bedoeld in artikel 36f Sr opleggen, aangezien verdachte jegens de benadeelde partij naar burgerlijk recht (mede) aansprakelijk is voor de schade die door de feiten is toegebracht.

De hierna te nemen beslissing berust op de hiervoor genoemde wetsartikelen. Daarnaast berust deze beslissing op de artikelen 57 en 63 Sr.

De rechtbank:

bewezenverklaring

strafbaarheid feit

feit 1het misdrijf:
feit 2het misdrijf:
feit 3het misdrijf:
feit 4het misdrijf:
feit 5het misdrijf:
feit 6het misdrijf:
strafbaarheid verdachte

straf

schadevergoeding

Dit vonnis is gewezen door mr. V.P.K. van Rosmalen, voorzitter, mrs. A. van Holten en C.A. Peterzon, rechters, in tegenwoordigheid van mr. A.H. van den Ham-Pool, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 21 januari 2020.

Bijlage bewijsmiddelen

Leeswijzer

Deze bijlage maakt deel uit van het vonnis en bevat de bewijsmiddelen.
Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit pagina’s uit het dossier van de regiopolitie Oost-Nederland met nummer [nummer 4] . Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.

Alle hierna genoemde plaatsaanduidingen zijn staand op de [adres 2] , kijkend naar perceel met nummer [adres 2] . Ik zag dat aan de onderzijde van het keukenraam een (l) indruk van een werktuig stond. Ik heb deze indruk veiliggesteld. SIN: AAJB6487NL. Spooromschrijving: Breekijzer.
Wij zagen op een tafel in de gang van de woning twee delen van een afgebroken cilinder. Wij hebben de beide delen veiliggesteld ten behoeve van vergelijkendvervolgonderzoek. SIN: AAMQ8943NL. Plaats veiligstellen: op de afgebroken cilinder.
Wij zagen dat het raam van de woonkamer, aan de achterkant van de woning, was geforceerd. Wij zagen namelijk beschadigingen in de ligger van het raam. Deze waren veroorzaakt door het wrikken met vermoedelijk een breekijzer. Deze sporen hebben wij veiliggesteld. SIN: AAMQ8939NL. Spooromschrijving: Breekijzer. Plaats veiligstellen: Onderkant van ligger geforceerd raam. Op de vensterbank aan de buitenkant van de woning zagen wij schoensporen. Kennelijk achtergebleven bij het naar binnen/buiten klimmen door het geforceerde inklimraam. Wij hebben deze sporen veiliggesteld. SIN: AAMQ8937NL.
Tijdens de fouillering is dit geld bij verdachte ( [medeverdachte 1] ) aangetroffen. Bijzonderheden: 2x200 / 1x50 / 2 x 20 / 1 x 10 Kuna.
Op 20 juli 2019 rond 08:45 uur, heb ik de woning aan de [adres 5] in Vollenhove verlaten. Ik heb de woning volledig afgesloten. Ik ben de gehele dag weggeweest en op 21 juli 2019 rond 03:55 uur, kwam ik weer thuis. Toen ik de garagedeur opende, zag ik dat het cilinderslot was afgebroken. Bijlage weggenomen goederen: armband, ring met drie rode steentjes, ring met groene steentjes, oorknopje met hanger, oorknopje met parel, oorsieraad, ketting met hanger, ketting met schakeltjes, schakelkettinkje, Zeeuws armbandje, bedelketting, schakelketting, bedelarmband, 3x 10-gulden herdenkingsmunt, 4x zilveren rijksdaalders, 10x zilveren gulden, 3x gouden 5 gulden muntstuk, 2x herdenkingseuro.
Bijlage weggenomen goederen:Witgouden ring met witte briljantjes, rode bloedkoralen armband, gouden ring met grote blauwe edelsteen, meerdere verschillende waardebonnen, dubbel cd Leonard Cohen, 1 fles olie, 1 paar klompen, een paraplu, 1 volle tank benzine, een telefoonaansluitingskabel, een afneembare trekhaak, een Audi A3 Sportback.
Goednummer: PL0600-2019324592-2039102Object: Schroevendraaier

Goednummer: PL06-2019324592-2039106Object: Handgereedschap (sleutel)Inhoud: steeksleutel verstelbaar.

15

16. De volgende sporen en sporendragers werden in het belang van de bewijsvoering en/of nader onderzoek veiliggesteld:Goednummer: PL0600-2019324592-2039083SIN: AAML0035NLObject: Schoeisel (Schoen)Bijzonderheden: [verdachte] .
Goednummer: PLO600-2019324592-2039088SIN: AAML0034NLObject: Schoeisel (Sport)Bijzonderheden: [medeverdachte 1]

GoednummerPLO600-2019324592-2039089SIN: AAML0036NLObject: Schoeisel (Schoen)Bijzonderheden: [medeverdachte 2]

Goednummer: PL0600-2019324592-2039094SIN: AAML0027NLObject: BreekijzerKleur: Rood
Goednummer: PL0600-2019324592-2039102SIN: AAML0028NLObject: Schroevendraaier
Goednummer: PL06-2019324592-2039106SIN: AAML0031NLObject: Handgereedschap (sleutel)Inhoud: steeksleutel verstelbaar.
17

• De afgevormde werktuigsporen in het afgebroken slotcilinderdeel, veiliggesteld vanaf de woning aan de [adres 3] te Hasselt, SIN AAMQ8943NL, zijn veroorzaakt met de verstelbare schroefsleutel, SIN AAML0031NL;• De afgevormde werktuigsporen, veiliggesteld vanaf de woning aan de [adres 4] te Hasselt, SIN AAMQ8939NL, zijn veroorzaakt met breekijzer SIN AAML0027NL.• De afgevormde werktuigsporen, veiliggesteld vanaf de woning aan de [adres 5] te Vollenhove, SIN AAMQ8929NL, waarschijnlijk zijn veroorzaakt met de schroevendraaier, SIN AAML0028NL.
In de telefoons waren diverse GPS coördinaten vastgelegd. [medeverdachte 2] , GPS coördinaten22/7 02:49 – fotonummer 3366 – GPS-locatie Hasselt, [adres 3] .
28. Op het speelveldje lag ook een Prego zonnebril met brillenkoker met poetsdoekje van optiek Kale. Ik heb op 24 juli 2019 gebeld met benadeelde [slachtoffer 9] en gevraagd of hij mogelijk ook een zonnebril miste uit de auto.Hij verklaarde mij als volgt: "Ik had nog geen zonnebril gemist. Ik heb wel een zonnebril in koker maar wist zelf niet of ik deze in de auto had liggen of in huis. Het betrof een zonnebril van Pregoin een brillenkoker en ik heb deze gekocht bij optiek Kale. Ik zit nu in de auto en ik zie inderdaad dat hij niet meer in de auto ligt".28.
De door verdachten [medeverdachte 2] , [medeverdachte 1] en [verdachte] ten tijde van de aanhouding bij zich gedragen telefoons werden in beslag genomen. Ik heb gekeken met welke zendmasten de telefoons in de maand juli 2019 contact maakten en dan met name ’s nachts tussen 23:00 en 07:00 uur en buiten hun eigen woonplaats [woonplaats] . Verdachte [medeverdachte 2] : 21 juli 2019, 05:30 uur, Vollenhove.Verdachte [medeverdachte 1] : 21 juli 2019, 02:24 uur en 02:26 uur, Vollenhove.Verdachte [verdachte] : 21 juli 2019, 01:36 uur, Vollenhove.
18. Op grond van het vergelijkend schoenspooronderzoek concludeer ik dat:- het schoenspoor gewaarmerkt AAMQ8937NL ( [adres 4] ) mogelijk is veroorzaakt met de rechterschoen van een paar schoenen, merk Nike, gewaarmerkt AAML0034NL, in beslag genomen onder [medeverdachte 1] ;- het schoenspoor gewaarmerkt AAMQ8930NL ( [adres 5] ) is veroorzaakt met een schoen soortgelijk aan de rechterschoen van een paar schoenen, merk Valentino, gewaarmerkt AAML0036NL, in beslag genomen onder [medeverdachte 2] ; - het schoenspoor gewaarmerkt AAMQ8931NL ( [adres 5] ) is veroorzaakt met een schoen soortgelijk aan de rechterschoen van een paar schoenen, merk Prada, gewaarmerkt AAML0035NL, in beslag genomen onder [verdachte] ;- de schoensporen gewaarmerkt AAML0038NL, AAML0039NL en AAML0040NL ( [adres 2] ) zijn veroorzaakt met een schoen soortgelijk aan de rechterschoen van een paar schoenen, merk Prada, gewaarmerkt AAML0035NL, in beslag genomen onder [verdachte] .
19.
20. Op 22 juli 2019 omstreeks 05:17 uur, hielden wij op de locatie [straat 1] Hasselt, binnen de gemeente Zwartewaterland, als verdachte aan: [medeverdachte 2] .
21. Op maandag 22 juli 2019 zag ik, verbalisant, dat een persoon in mijn richting kwam lopen over de [straat 2] . Ik zag dat de persoon een wit T-shirt droeg en bij het zien van mij bukte ter hoogte van [straat 2] . Ik, verbalisant, ben vervolgens in de richting van deze persoon gelopen waarbij de persoon uit mijn zicht verdween, maar slechts richting de woning kon zijn gelopen en niet verder terug de straat in. Ik, verbalisant, heb vervolgens collega [verbalisant 1] , tevens hondengeleider, de tuin gewezen waar de verdachte zich verstopt zou kunnen hebben. Ik hoorde dat de bewoner van [straat 2] tegen mij zei dat hij gehoord had dat er iemand over zijn schutting was geklommen alvorens de hondengeleider in zijn tuin was geweest. Vervolgens hoorde ik een bewoner zeggen dat er iemand op het platte dak lag bij de achterburen. Ik, [verbalisant 2] , zag vervolgens de manspersoon op het platte dak liggen. Ik zag dat hij een wit T-shirt droeg. Wij, verbalisanten, zagen dat de man eerst niet van het dak af wilde komen en hoorden hem zeggen dat hij niks gedaan zou hebben. Omstreeks 05:35 uur, hielden wij op de locatie [straat 3] Hasselt, binnen de gemeente Zwartewaterland, als verdachte aan: [verdachte] .
22. Op maandag 22 juli 2019 kregen wij het verzoek van de meldkamer Oost Nederland om naar de [adres 7] te Hasselt te gaan. Door de meldkamer werden we zo aangestuurd dat we de wijk waarin de personen liepen af konden zetten. Omstreeks 05:10 uur, hield ik op de locatie [adres 2] , Hasselt, binnen de gemeente Zwartewaterland, als verdachte aan: [medeverdachte 1] . Ik kon de verdachte middels de hond aanhouden.
23. Op maandag 22 juli 2019 omstreeks 04:49 uur heb ik naar buiten gekeken vanuit het raam. Dit raam heeft zicht op de [adres 7] . Ik zag toen 3 personen buiten lopen. Ik zag dat 1 van de personen een grote koevoet in zijn handen had. Ik zag dat er ook een persoon bij liep welke een tasje bij zich had. Ik zag dat de personen in het donker waren gekleed en allen een petje droegen. Ik zag dat ze aandacht voor de auto's en woningen hadden. Ik heb ik ieder geval gezien dat ze aan de bus van [slachtoffer 9] hebben gezeten. Hij woont op de [adres 7] .
24. Hierna wees [naam 1] mij een woning aan waarvan hij heeft gezien dat de personen ook op het erf van deze woning waren geweest. Betrof een de hoekwoning op de [adres 8] aan de rechterzijde, [adres 8]
25. Ik ben woonachtig aan de [adres 9] te Hasselt. Op maandag 22 juli 2019 omstreeks 5.25 uur zag ik 2 mannen naast de dakkapel op het dak van de woning aan de [adres 2] zitten. Ik zag dat één van de mannen op het dak zat en de ander stond nog omgedraaid op handen en voeten alsof hij door het raam naar binnen wilde of er net uit kwam. Ik zag vervolgens dat ze van het dak af sprongen de tuin in. Ik zag vervolgens dat beide mannen door de tuin liepen en over de schutting aan de achterzijde van de tuin klommen. Volgens mij is 1 van de mannen over de schutting geklommen van de buren op [adres 2] en de ander van de buren op [nummer 5] Ik zag door het bovenraam aan de voorzijde dat politie met een hond een man in bedwang hield.
26. Ik hoorde van collega [verbalisant 3] dat er in de tuin van de [adres 2] een ring en een euro munt waren aangetroffen. Ik stuurde collega [verbalisant 4] een foto van het ringetje en van de 1-euro munt met het verzoek om deze aan de bewoners van de [adres 3] te laten zien. Ik, verbalisant [verbalisant 4] , ontving de genoemde foto van het ringetje en van de 1-euro munt op mijn telefoon van collega [verbalisant 5] toen ik ter plaatse was aan de [adres 3] . Ik liet deze foto zien aan de bewoners van het laatst genoemde adres. Ik hoorde dat de bewoners daar aangaven dat deze ring inderdaad uit hun woning weggenomen was en dat deze hun eigendom was.
27. In het naast de woning aan de [adres 8] te Hasselt gelegen speeltuintje zag ik bij een bankje een blauwe portemonnee met rode bies met opschrift Extran liggen. Tevens trof ik een zonnebril aan van het merk Prego, een brillenkoker van het merk Prego en een brillenpoetsdoekje met opschrift Kale optiek.