Uitspraak ECLI:NL:RBOVE:2020:1276

Deze uitspraak heeft betrekking op het rechtsgebied Strafrecht en is gepubliceerd door de Raad voor de Rechtspraak op 26-03-2020. De uitspraak is gedaan door Rechtbank Overijssel op 26-03-2020, deze uitspraak is bekend onder de European Case Law Identifier (ECLI) ECLI:NL:RBOVE:2020:1276, het zaaknummer waarop deze uitspraak betrekking heeft is 08-952238-16 (P)


Bron: Rechtspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL
Team Strafrecht Meervoudige kamer
Zittingsplaats Almelo

Parketnummer 08-952238-16 (P)Datum vonnis: 26 maart 2020
Vonnis op tegenspraak in de zaak van de officier van justitie tegen:

[verdachte]

geboren op [geboortedatum] 1977 in [geboorteplaats] ,wonende aan [adres 1] .

ECLI:NL:RBOVE:2020:1276:DOC
nl

RECHTBANK OVERIJSSEL
Team Strafrecht Meervoudige kamer
Zittingsplaats Almelo

Parketnummer 08-952238-16 (P)Datum vonnis: 26 maart 2020
Vonnis op tegenspraak in de zaak van de officier van justitie tegen:

[verdachte]

geboren op [geboortedatum] 1977 in [geboorteplaats] ,wonende aan [adres 1] .
1

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 12 maart 2020.

De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie mr. S. Leusink-van Dijk en van hetgeen door verdachte en de raadsvrouw mr. E.M. Keulen, advocaat te Enschede , naar voren is gebracht.

2

De verdenking komt er, kort en zakelijk weergegeven, op neer dat verdachte samen met een (of meer) ander(en) 125 hennepplanten uit een woning heeft gestolen en hierbij geweld heeft gebruikt.

Voluit luidt de tenlastelegging aan verdachte, dat:

hij in of omstreeks de nacht van 23 december 2015 op 24 december 2015 te Enschede , in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen, 125 hennepplanten, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte en/of zijn mededader(s) - naar de woning van die [slachtoffer] is/zijn gegaan en/of - (vervolgens) voor de voordeur van de woning van die [slachtoffer] dreigend de woorden heeft/hebben geroepen: 'Politie, politie, opendoen.', athans woorden van gelijke dreigende aard of strekking en/of - (vervolgens) tegen de deur trapte(n) en/of de deur probeerde(n) open te breken met een koevoet en/of - (vervolgens) tegen de wil van die [slachtoffer] de woning binnendrong(en) en/of - (vervolgens) een knietje gaf/gaven tegen het hoofd van die [slachtoffer] en/of - (vervolgens) bij die [slachtoffer] meermalen, althans éénmaal, met kracht een nekklem aanbracht(en) en/of - (vervolgens) die [slachtoffer] meesleepte(n) naar de slaapkamer en op het bed gooide(n) en/of - (vervolgens) die [slachtoffer] in een beenklem pakte(n) en/of - (vervolgens) de handen en/of de benen van die [slachtoffer] vastbond(en) met een witte elektriciteitskabel en/of - (vervolgens) over de mond van die [slachtoffer] een dekbedhoeslaken wikkelde(n) en/of over het hoofd van die [slachtoffer] gooide(n).
3

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

overwegingen

4

4.1
Inleiding

Verdachten [medeverdachte 1] (hierna: [medeverdachte 1] ) en (de inmiddels overleden) medeverdachte [medeverdachte 2] ( [medeverdachte 2] ) kenden elkaar van het uitgaansleven in [plaats 1] . Op enig moment heeft [medeverdachte 2] aan [medeverdachte 1] gevraagd om hennep bij haar huurder weg te halen. [medeverdachte 1] heeft medeverdachte [verdachte] (hierna [verdachte] ) gevraagd om hierbij te helpen. In de avond en nacht van 23 op 24 december 2015 zijn [medeverdachte 1] en [verdachte] vanuit [plaats 1] naar de woning van [medeverdachte 2] gereden en zijn zij vervolgens met zijn drieën naar de woning van [slachtoffer] , de aangever, in [plaats 2] gegaan. [medeverdachte 1] en [verdachte] hebben rond 00.30 uur de woning van [slachtoffer] betreden en daar hennepplanten meegenomen.

4.2
Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen kan worden.

4.3
Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft zich op het standpunt gesteld dat een aantal geweldshandelingen niet heeft plaatsgevonden en partiële vrijspraak voor deze onderdelen bepleit.

4.4
Het oordeel van de rechtbank

4.4.1
binnendringen

Uit de aangifte volgt dat er door [medeverdachte 1] en/of [verdachte] “Politie, politie, opendoen” is geroepen. Dit blijkt tevens uit de getuigenverklaring van [getuige] (een onderbuurman van het slachtoffer) en uit een afgeluisterd gesprek uit een Penitentiaire Inrichting (PI) tussen een gedetineerde en de toenmalige vriendin van [verdachte] : [vriendin] . Getuige [getuige] hoorde rond 00.30 uur “doe open, doe open” roepen en [vriendin] zegt in het afgeluisterde gesprek dat er “politie” is geroepen. Ook verklaart aangever dat er tegen de deur is getrapt en dat er een breekijzer/ koevoet is gebruikt. Verder hoorde [getuige] hard gebonk, alsof iemand een deur wilde forceren. Op grond van het voorgaande acht de rechtbank bewezen dat [medeverdachte 1] en [verdachte] tegen de deur hebben getrapt en de deur probeerden open te breken met een koevoet.

4.4.2 (
overige) geweldshandelingen

Wat betreft de geweldshandelingen die tegen aangever hebben plaatsgevonden, sluit de rechtbank aan bij zijn verklaring, die op essentiële punten overeenkomt met de inhoud van het afgeluisterde gesprek met [vriendin] . Daarbij heeft [medeverdachte 1] bij de politie verklaard dat hij en [verdachte] aangever op het bed hebben gedrukt en dat hij, [medeverdachte 1] , de handen van aangever heeft vastgebonden met een witte kabel en zijn benen met een zwart snoer. De rechtbank stelt vast dat [medeverdachte 1] en [verdachte] in ieder geval een nek- en beenklem bij aangever hebben aangebracht, hem hebben meegesleept naar de slaapkamer en op bed hebben gegooid, hem hebben vastgebonden met een (witte) elektriciteitskabel en een dekbed hoeslaken over de mond van aangever hebben gewikkeld en over zijn hoofd hebben gegooid. De rechtbank acht niet bewezen dat [medeverdachte 1] en [verdachte] een knietje aan het slachtoffer hebben gegeven en zal verdachte hiervan vrijspreken.
4.4.3
diefstal

Uit de hiervoor vastgestelde gang van zaken kan naar de uiterlijke verschijningsvorm redelijkerwijs niet anders worden afgeleid dan dat [medeverdachte 1] en [verdachte] het oogmerk hadden om samen de hennep bij aangever weg te nemen en toe te eigenen. [medeverdachte 1] en [verdachte] hebben bovendien als heer en meester over de hennepplanten beschikt door deze te knippen, in tassen te stoppen, mee te nemen, op een later moment te verkopen en de opbrengst te delen.

4.4.4
conclusie

Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat wettig en overtuigd bewezen is dat [medeverdachte 1] en [verdachte] , in nauwe en bewuste samenwerking, met het oogmerk van wederrechtelijk toe-eigening, in de nacht van 23 op 24 december 2015 hennepplanten hebben weggenomen, waarbij zij geweld tegen [slachtoffer] hebben gebruikt.

4.5
De bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de in de bijlage genoemde bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen dat:

hij in de nacht van 23 december 2015 op 24 december 2015 te Enschede , tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen, hennepplanten, toebehorend aan een ander dan aan verdachte en zijn mededader, welke diefstal werd vergezeld van geweld tegen [slachtoffer] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld bestond dat verdachte en zijn mededader:

Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

De rechtbank acht niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.

-

naar de woning van die [slachtoffer] zijn gegaan en

vervolgens voor de voordeur van de woning van die [slachtoffer] de woorden hebben geroepen: 'Politie, politie, opendoen' en

vervolgens tegen de deur trapten en de deur probeerden open te breken met een koevoet en

vervolgens tegen de wil van die [slachtoffer] de woning binnendrongen en

vervolgens bij die [slachtoffer] een nekklem aanbrachten en

vervolgens die [slachtoffer] meesleepten naar de slaapkamer en op het bed gooiden en

vervolgens die [slachtoffer] in een beenklem pakten en

vervolgens de handen en de benen van die [slachtoffer] vastbonden met een elektriciteitskabel en

vervolgens over de mond van die [slachtoffer] een dekbedhoeslaken wikkelden en over het hoofd van die [slachtoffer] gooiden.

5

Het bewezenverklaarde is strafbaar gesteld in artikel 312 van het Wetboek van Strafrecht (Sr). Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Het bewezenverklaarde levert op:

het misdrijf:
diefstal vergezeld van geweld, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, terwijl het feit wordt gepleegd gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd in een woning en door twee of meer verenigde personen.

6

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor het bewezenverklaarde feit.

7

7.1
De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat aan verdachte een taakstraf van 240 uur wordt opgelegd en een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van één jaar met een proeftijd van twee jaren.

7.2
Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft verzocht om een lagere voorwaardelijke gevangenisstraf en een lagere proeftijd op te leggen dan de officier van justitie heeft geëist gelet op het tijdsverloop en de relatief kleine rol van verdachte.

7.3
De gronden voor een straf of maatregel

Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van het gepleegde feit, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen. De rechtbank acht daarbij het volgende van belang.

Verdachte heeft samen met een ander in de nacht hennepplanten uit de door aangever gehuurde woning gestolen. Hierbij is fors geweld toegepast, zowel om de woning binnen te komen als om aangever in bedwang te houden. Het spreekt voor zich dat de overval voor aangever zeer beangstigend moet zijn geweest. Verdachte heeft zich niet bekommerd om de gevolgen van zijn handelen voor aangever. Een misdrijf zoals door verdachten is begaan, diefstal met geweld uit een woning, onder deze omstandigheden ook wel genoemd een zogenaamde ripdeal, veroorzaakt bij de slachtoffers daarvan gevoelens van onveiligheid en brengt bovendien in de samenleving grote onrust teweeg.

Uit het uittreksel justitiële documentatie betreffende verdachte van 11 februari 2020 blijkt dat hij geen relevante documentatie heeft.

Tevens heeft de rechtbank gelet op hetgeen bepaald is in artikel 63 Sr.

Daarnaast heeft de rechtbank acht geslagen op de reclasseringsrapportage van 4 maart 2020, waaruit blijkt dat geen duidelijk beeld van verdachte kon worden verkregen. Verdachte heeft problemen op het gebied van financiën en huisvesting. Als positief punt wordt gezien dat hij zich verantwoordelijk voelt voor twee minderjarige kinderen, waarvoor hij de zorg draagt. Daarnaast lijkt hij zich ervan bewust geen misstap te kunnen begaan omdat de kinderen van zijn zorg afhankelijk zijn.

De rechtbank is van oordeel dat voor een dergelijk strafbaar feit in beginsel een langdurige onvoorwaardelijke gevangenisstraf passend is. Echter is er sprake van een groot tijdsverloop tussen het plegen van het feit en het moment dat de zaak op zitting is aangebracht, zonder dat hiervoor een verklaarbare reden is aan te wijzen vanuit de zijde van het Openbaar Ministerie. Een gevangenisstraf zou geen redelijk strafdoel dienen anders dan vergelding. Gelet op deze uitzonderlijke omstandigheid acht de rechtbank het in dit geval niet passend dat aan verdachte een onvoorwaardelijke gevangenisstraf wordt opgelegd.

Alles afwegende acht de rechtbank de straf zoals geëist door de officier van justitie passend en geboden.

8

De hierna te nemen beslissing berust op de hiervoor genoemde wetsartikelen. Daarnaast berust deze beslissing op de artikelen 14a, 14b, 14c, 22c en 22d Sr.

beslissing

9

- verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;- verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij;
- verklaart het bewezenverklaarde strafbaar;- verklaart dat het bewezenverklaarde het volgende strafbare feit oplevert:- verklaart verdachte strafbaar voor het bewezenverklaarde;
- veroordeelt verdachte tot een voor de duur van ; - bepaalt dat deze gevangenisstraf , tenzij de rechter later anders mocht gelasten. De rechter kan de tenuitvoerlegging gelasten indien verdachte voor het einde van de de navolgende voorwaarde niet is nagekomen:- stelt als dat verdachte:- zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
- veroordeelt verdachte tot een , bestaande uit het verrichten van onbetaalde arbeid voor de duur van ;- beveelt, voor het geval dat verdachte de taakstraf niet naar behoren verricht, dat zal worden toegepast voor de duur van - beveelt dat de tijd die verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de taakstraf in mindering wordt gebracht, waarbij als maatstaf geldt dat voor de eerste 60 in verzekering doorgebrachte dagen, twee uren en voor de resterende dagen één uur per dag aftrek plaatsvindt.
- Het proces-verbaal van aangifte d.d. 25 februari 2016 met bijlage, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven (pag. 211 en 216):
- Het proces-verbaal verhoor van getuige [slachtoffer] d.d. 14 juni 2016, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven (pag. 235 en 238):
- Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 14 januari 2016, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven (pag. 30 en 31):
- Het proces- verbaal van verhoor van getuige [getuige] d.d. 24 december 2015, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven (pag. 207):
- Het proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 1] d.d. 19 april 2016, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven (pag. 334 t/m 337):
- Het proces-verbaal van verhoor van verdachte [verdachte] d.d. 20 april 2016, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven (pag. 385):
De rechtbank:

bewezenverklaring

strafbaarheid feit

het misdrijf:
diefstal vergezeld van geweld, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, terwijl het feit wordt gepleegd gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd in een woning en door twee of meer verenigde personen;

strafbaarheid verdachte

straf

Dit vonnis is gewezen door mr. A.M. Rikken, voorzitter, mr. E.J.M. Bos en mr. T.M. van Wanrooij, rechters, in tegenwoordigheid van mr. E. Koning, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 26 maart 2020.

Mrs. Bos, Van Wanrooij en Koning zijn niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage bewijsmiddelen

Leeswijzer

Deze bijlage maakt deel uit van het vonnis en bevat de bewijsmiddelen.
Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit pagina’s uit het dossier van districtsrecherche Twente met onderzoeksnaam Tijger ( [nummer] ). Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.

Ik ben in de nacht van 23 op 24 december 2015 door meerdere mannen in de woning aan de [adres 2] te [plaats 2] beroofd van henneptoppen.Ik zag twee mannen voor de voordeur staan. Ik hoorde hun roepen: “Politie, politie. Open doen.” Op het moment dat ik de deur wilde openen voelde ik dat deze werd opengeduwd/getrapt. Een van die mannen pakte mij in een nekklem. Hij sleepte mij mee naar de slaapkamer en gooide mij op het bed. Een tweede man pakte mij toen in een beenklem. Ik werd vervolgens in de 13 seconden greep gelegd. Ik kreeg bijna geen lucht meer en begon te spartelen. Toen begonnen ze mijn handen met een kabel aan elkaar vast te binden met een witte elektriciteitskabel. Daarna maakten ze mijn benen vast met een andere elektriciteitskabel. Mijn handen en benen waren aan elkaar vastgebonden. Vervolgens werd er een dekbedhoeslaken over mijn mond gewikkeld en daarna over mijn hoofd gegooid.
De schade wat ik op de foto zie is aangebracht door een blauwe koevoet. Dat is die avond van de overval gebeurd. Ik zag dat de langste van de twee de koevoet plaatste tegen de deur en gelijktijdig de oudste de kleinste duwde met blote handen op de deur. Met de 13 seconden greep bedoel ik de wurggreep.

Op 31 december 2015 is er een gesprek opgenomen, later afgeluisterd en verwerkt dat plaats vond in de bezoekersruimte van de penitentiaire inrichting te Alphen aan de Rijn. Het betrof een gesprek tussen de voornoemde [naam] en de voornoemde [vriendin] . Tijdens dit gesprek bleek onder andere dat [vriendin] zeer vermoedelijk tegen [naam] vertelde over een zogenaamde ‘rip’ van een hennepkwekerij, waarbij een man door middel van geweld is vastgebonden en beroofd is van hennep. Uit het gesprek is op te maken dat [vriendin] doelde dat één van de daders haar vriend [verdachte] betrof. [vriendin] heeft tijdens dit gesprek namelijk het volgende gezegd, waarbij opgemerkt dient te worden dat niet relevante opmerkingen van [naam] tussen diverse passages zijn verwijderd. Onderstaande weergave van het gesprek zijn uitspraken die [vriendin] letterlijk heeft gezegd, namelijk; - [vriendin] wordt aangeduid met [vriendin] ’. - [naam] wordt aangeduid met ‘ [naam] ’. [vriendin] : die moest driehonderd planten, bij één weg knippen. Bleek dat diegene thuis was. Toen moesten ze het slotje eraf halen van die deur. [verdachte] zegt nou doorpakken, dus hij roepen: “politie”. Huppekee plat op de grond en in de houdgreep. Toen hij weer bijkwam hadden ze hem aan het bed vastgebonden aan de handen en de voeten met de televisiekabel en een box draad. Het was in een flat op zestien hoog in [plaats 2] . En [verdachte] knippen. Het ligt nu te drogen en morgen gaat het weg. Ze hebben vierduizend de man. Er was een vrouwtje, die had een koop flat en die had ze verhuurd en ze wist dat wel dat dat er was maar hij betaalde de huur al twee maanden niet. Ze zei dat we die planten maar even moeten weghalen.
Ik hoorde om 00:30 uur gestommel op de galerij boven mij en meerdere stemmen. Toen hoorde ik opeens hard gebonk, alsof iemand een deur wilde forceren. Het gebonk hield een paar minuten aan. Ik hoorde een mannenstem die riep: "Doe open, doe open!”. Daarna werd het stil tot er plotseling om 01:30 uur op mijn raam werd geklopt. [slachtoffer] gezicht stond vol angst en [slachtoffer] gedroeg zich erg zenuwachtig.

Hij is naar zijn slaapkamer gegaan en daar heb ik hem met een stuk snoer van een boormachine vastgebonden en op bed gelegd. Hij is op bed geduwd en daar heb ik zijn benen vastgepakt met een stuk snoer vastgeknoopt. Daarna heb ik zijn handen vastgeknoopt met een ander snoer. Ik ben bij [slachtoffer] gebleven. [verdachte] is naar de woonkamer gegaan. Hij heeft de toppen uit de planten geknipt en in vuilniszakken gedaan.