Uitspraak ECLI:NL:RBOVE:2020:117

Deze uitspraak heeft betrekking op het rechtsgebied Civiel recht en is gepubliceerd door de Raad voor de Rechtspraak op 15-01-2020. De uitspraak is gedaan door Rechtbank Overijssel op 14-01-2020, deze uitspraak is bekend onder de European Case Law Identifier (ECLI) ECLI:NL:RBOVE:2020:117, het zaaknummer waarop deze uitspraak betrekking heeft is C/08/239881 / KG ZA 19-290


Bron: Rechtspraak

center
100
7c2f9003-6630-484f-9064-9d7710e46e5d
2
13
image/png

center
100
9c785181-827a-4aba-8144-51164f48d909
2
523
image/png

RECHTBANK OVERIJSSEL
Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Almelo

zaaknummer / rolnummer: C/08/239881 / KG ZA 19-290

Vonnis in kort geding van 14 januari 2020

in de zaak van

ECLI:NL:RBOVE:2020:117:DOC
nl

center
100
7c2f9003-6630-484f-9064-9d7710e46e5d
2
13
image/png

center
100
9c785181-827a-4aba-8144-51164f48d909
2
523
image/png

RECHTBANK OVERIJSSEL
Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Almelo

zaaknummer / rolnummer: C/08/239881 / KG ZA 19-290

Vonnis in kort geding van 14 januari 2020

in de zaak van

1

wonende te [woonplaats] ,2. ,wonende te [woonplaats] ,eisers,hierna gezamenlijk te noemen [eiser 1] c.s.,advocaat mr. R. Kroon te Almelo,
tegen

de rechtspersoon naar Duits recht
GRAFSCHAFTER VOLKSBANK EG

gevestigd te Nordhorn, Duitsland,gedaagde,hierna te noemen Volksbank,advocaat mr. V. Gensch te Gronau, Duitsland.
1

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
-

de dagvaarding met producties

de mondelinge behandeling op 24 december 2019

de pleitnota van [eiser 1] c.s.

de pleitnota van Volksbank

de aanvullende productie van [eiser 1] c.s.

de voortzetting van de mondelinge behandeling op 8 januari 2020

de pleitnota van [eiser 1] c.s.

1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2

2.1.
Bij vonnis van de rechtbank Overijssel van 19 juni 2013 is [eiser 1] c.s. veroordeeld om aan Volksbank te betalen een bedrag van € 151.984,68, te vermeerderen met rente en kosten.

2.2.
Naar aanleiding van door [eiser 1] c.s. ingesteld hoger beroep heeft het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden bij arrest van 8 december 2015 het vonnis van de rechtbank Overijssel in eerste aanleg vernietigd.
2.3.
Volksbank heeft tegen het arrest van het Gerechtshof cassatie ingesteld en de Hoge Raad heeft bij arrest van 16 juni 2017 de beide in dat hoger beroep gewezen arresten van het Gerechtshof (d.d. 14 april 2015 en 8 december 2015) vernietigd en ter verdere afdoening verwezen naar het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch (hierna: verwijzingshof).
2.4.
Omstreeks 23 januari 2018 heeft Volksbank uit hoofde van het door de rechtbank Overijssel in eerste aanleg gewezen vonnis executoriale beslagen laten leggen op aan [eiser 1] c.s. in eigendom toebehorende woningen.
2.5.
Omstreeks 22 maart 2018 heeft Volksbank uit hoofde van het door de rechtbank Overijssel in eerste aanleg gewezen vonnis executoriaal derdenbeslag gelegd onder de Nationale Postcodeloterij N.V. [eiser 2] had in het televisieprogramma van de Nationale Postcode Loterij een hoofdprijs gewonnen en de executerende deurwaarder heeft daar (toevallig) weet van gekregen.
2.6.
Omstreeks 5 april 2018 heeft de Nationale Postcode Loterij N.V. uit hoofde van het executoriaal beslag een bedrag van € 188.730,00 laten bijschrijven op de derdenrekening van de executerende deurwaarder.
2.7.
Het verwijzingshof heeft bij arrest van 1 oktober 2019 het vonnis in eerste aanleg van de rechtbank Overijssel vernietigd en de vorderingen van Volksbank afgewezen.
2.8.
De door Volksbank gelegde executoriale (derden) beslagen zijn omstreeks 11 oktober 2019 doorgehaald.
2.9.
Bij cassatiedagvaarding van 30 december 2019 is Volksbank in cassatie gegaan van het arrest van het verwijzingshof.
3

3.1.
[eiser 1] c.s. vordert dat de voorzieningenrechter bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, Volksbank veroordeelt aan [eiser 1] c.s. te betalen een bedrag van € 196.659,80, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 190.730,00 vanaf 15 november 2019 tot de dag van algehele voldoening, met veroordeling van Volksbank in de proces- en nakosten, te vermeerderen met de wettelijke rente.
3.2.
Volksbank voert verweer.
3.3.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.
overwegingen

4

4.1.
Gelet op de aard van de vordering is er sprake van een spoedeisend belang.
4.2.
Tussen partijen is in discussie of [eiser 1] c.s. (terug)betaling kan verlangen van het bedrag waarop de executerende deurwaarder beslag heeft gelegd, zijnde de hoofdprijs die [eiser 2] destijds heeft gewonnen in de show van de Nationale Postcode Loterij. [eiser 1] c.s. stelt zich op het standpunt dat hij betaling van dat bedrag kan verlangen omdat het bedrag door de vernietiging van het in eerste aanleg gewezen vonnis van de rechtbank Overijssel onverschuldigd is betaald. Volksbank stelt zich daarentegen op het standpunt dat het door haar geëxecuteerde vonnis van de rechtbank Overijssel nog steeds bestaat omdat het arrest van het verwijzingshof nog niet in kracht van gewijsde is gegaan. De rechtsgrond van de executie van het vonnis van de rechtbank Overijsel bestaat volgens Volksbank nog steeds.
4.3.
Partijen verschillen - anders gezegd - van mening over het antwoord op de vraag wat de gevolgen zijn van de vernietiging van het door de rechtbank Overijssel in eerste aanleg gewezen (veroordelend) vonnis.
4.4.
Een rechterlijke vernietiging, of dat nu een vernietiging in appel is of in cassatie, heeft directe werking. Dit betekent dat op het moment dat de vernietiging wordt uitgesproken – en dus voordat de uitspraak in kracht van gewijsde is gegaan en ongeacht of er nog een rechtsmiddel wordt of kan worden aangewend – de vernietigde beslissing haar gelding verliest. Als tegen een vernietigende appeluitspraak cassatieberoep wordt ingesteld, zoals hier ook tussen partijen aan de orde is, dan duurt de toestand van het vernietigd zijn van de beslissingen in eerste aanleg dus voort. Dat het cassatieberoep schorsende kracht heeft (artikel 404 Rv), maakt dat niet anders. Hierdoor wordt slechts de tenuitvoerlegging van de in cassatie bestreden uitspraak geschorst, tenzij die uitspraak uitvoerbaar bij voorraad is verklaard, maar niet de werking - of anders gezegd: de rechtskracht - van die uitspraak. Het is dan ook niet nodig om een vernietigende uitspraak uitvoerbaar bij voorraad te verklaren om te zorgen dat zij gedurende een cassatieprocedure haar werking behoudt. Bovendien heeft de vernietiging terugwerkende kracht. Als - zoals in dit geval - reeds gevolg is gegeven aan de vernietigde beslissing, is dat dus ten onrechte geweest en moet dat ongedaan worden gemaakt. De vernietiging van een veroordelend vonnis (een condemnatoire uitspraak) in hoger beroep heeft als gevolg: 1) dat de rechtsgrond komt te ontvallen aan hetgeen ter uitvoering van het vonnis voldaan, zodat de partij die aan de eerdere (dus vernietigde) veroordeling heeft voldaan ex artikel 6:203 BW een vordering heeft wegens onverschuldigde betaling en 2) dat vast staat dat de partij die het vonnis heeft geëxecuteerd, onrechtmatig heeft gehandeld en schadeplichtig is jegens de geëxecuteerde. Aangezien de vernietiging terugwerkende kracht heeft, ontstaat de vordering tot ongedaanmaking als bedoeld onder 1) op het moment waarop ter uitvoering van de uitspraak is gepresteerd (zie Ida Lintel, ‘Vernietiging door de Hoge Raad: gevolgen van de vernietiging bij verwijzing’, , nummer 1 p. 33 t/m 41 met verwijzingen).
4.5.
Vast staat tussen partijen dat Volksbank is aangevangen met de executie van het door de rechtbank Overijssel in eerste aanleg gewezen vonnis en dat uit dien hoofde omstreeks 28 januari 2018 en 5 april 2018 executoriale (derden)beslagen zijn gelegd. Die beslagen zijn, eerst na vernietiging van het vonnis in eerste aanleg door het verwijzingshof, doorgehaald op of omstreeks 11 oktober 2019. Het bedrag waarop beslag is gelegd (de door [eiser 2] gewonnen prijs van de Nationale Postcode Loterij) staat nog steeds op de derdenrekening van de executerende deurwaarder.
4.6.
De voorzieningenrechter wijst de vordering toe. De hoogte van het gestelde onverschuldigd betaalde bedrag ter hoogte van € 190.730,00 is niet betwist door Volksbank. Evenmin is de gevorderde rente betwist. Het bepaalde in artikel 6:83 aanhef en onder b, BW brengt mee dat degene aan wie onverschuldigd is betaald, zonder ingebrekestelling in verzuim is en derhalve wettelijke rente is verschuldigd vanaf het tijdstip dat aan hem is betaald.
4.7.
Het door Volksbank aangevoerde restitutierisico dat zou ontstaan bij toewijzing van de vordering is onvoldoende onderbouwd, maar bovenal irrelevant. De tenuitvoerlegging van het door de rechtbank Overijssel in eerste aanleg gewezen vonnis was immers, zoals hiervoor overwogen, onrechtmatig en de betaling van het door [eiser 2] gewonnen prijzengeld op de derdenrekening van de executerende deurwaarder is dus ten onrechte geweest.
4.8.
Het ter zitting door [eiser 1] c.s. gedane verzoek tot afgifte van het certificaat tot tenuitvoerlegging in een andere EU-lidstaat zal eveneens worden toegewezen. Daartoe zal het in artikel 53 van de zogenaamde herschikte EEX-Vo (Verordening (EU) nr. 1215/2012) certificaat worden ingevuld, welk certificaat wordt aangehecht aan dit vonnis.
4.9.
Volksbank zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proces- en nakosten worden veroordeeld. De proceskosten aan de zijde van [eiser 1] c.s. worden begroot op:- dagvaarding € 99,01- griffierecht 1.599,00- salaris advocaat Totaal € 3.000,00.
beslissing

5

De voorzieningenrechter
5.1.
veroordeelt Volksbank om aan [eiser 1] c.s. te betalen een bedrag van € 196.659,80, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 190.730,00 vanaf 15 november 2019 tot de dag van algehele voldoening,
5.2.
veroordeelt Volksbank in de proceskosten, aan de zijde van [eiser 1] c.s. tot op heden begroot op € 2.415,00, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW over dit bedrag met ingang van de vijftiende dag na betekening van dit vonnis tot de dag van volledige betaling,
5.3.
veroordeelt Volksbank in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 157,00 aan salaris advocaat, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat Volksbank niet binnen 14 dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan en er vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 82,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van de uitspraak, en te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW over de nakosten met ingang van veertien dagen na de betekening van dit vonnis tot aan de voldoening,
5.4.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
5.5.
wijst toe het verzoek tot afgifte van het certificaat tot tenuitvoerlegging in een andere EU-lidstaat en hecht dit certificaat aan als bijlage aan dit vonnis.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.L.J. Koopmans en in het openbaar uitgesproken op 14 januari 2020.
_0d6af3a2-f784-4da4-9ad0-802a4af17231
1

type: coll: