Uitspraak ECLI:NL:RBOVE:2019:478

Deze uitspraak heeft betrekking op het rechtsgebied Strafrecht en is gepubliceerd door de Raad voor de Rechtspraak op 12-02-2019. De uitspraak is gedaan door Rechtbank Overijssel op 12-02-2019, deze uitspraak is bekend onder de European Case Law Identifier (ECLI) ECLI:NL:RBOVE:2019:478, het zaaknummer waarop deze uitspraak betrekking heeft is 07/630284-04


Bron: Rechtspraak

ECLI:NL:RBOVE:2019:478:DOC
nl

RECHTBANK OVERIJSSEL
Team Strafrecht - Strafraadkamer
Parketnumer : 07/630284-04Uitspraak : 12 februari 2019
Beslissing

[betrokkene]
geboren op [geboortedatum] 1972 te [geboorteplaats] ,thans verblijvende in FPC De Kijvelanden, Kijvelandsekade 1, 3172 AB Poortugaal, hierna te noemen: betrokkene,
ter beschikking is gesteld teneinde van overheidswege te worden verpleegd.

Betrokkene is bij arrest van het Gerechtshof te Arnhem van 16 mei 2006 ter beschikking gesteld met bevel tot verpleging van overheidswege, van welke terbeschikkingstelling de termijn is ingegaan op 12 januari 2007. Deze terbeschikkingstelling is laatstelijk verlengd bij beschikking van de rechtbank Overijssel van 6 februari 2018 en eindigt behoudens nadere voorziening op 12 januari 2019.

Het openbaar ministerie heeft op 4 december 2018 een vordering ingediend tot verlenging van bovenvermelde termijn met twee jaar. Bij die vordering zijn de door de wet voorgeschreven stukken overgelegd.

Het onderzoek in raadkamer heeft plaatsgevonden op 29 januari 2019 In raadkamer zijn in het openbaar gehoord:
Op 14 november 2018 is door FPC de Kijvelanden rapport en advies uitgebracht omtrent de eventuele verlenging van de termijn van de maatregel van terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging van overheidswege. Geadviseerd is om deze maatregel voor de duur van één jaar te verlengen.

Voorts is op 23 januari 2019 door FPC de Kijvelanden aanvullend advies uitgebracht.

De officier van justitie heeft in raadkamer de vordering gewijzigd en een verlenging van de termijn van terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging van overheidswege gevorderd voor de duur van één jaar.

Betrokkene en zijn raadsman hebben in raadkamer verzocht de behandeling van de vordering aan te houden om alsnog een maatregelenrapport op te laten stellen. Bij afwijzing van dat verzoek hebben betrokkene en zijn raadsman geen bezwaar tegen verlenging van de termijn van de maatregel van terbeschikkingstelling, mits de verlengingstermijn wordt beperkt tot één jaar.

- betrokkene, bijgestaan door zijn raadsman mr. J.A.W. Knoester, advocaat te ’s-Gravenhage,
-

de officier van justitie, mr. S. Leusink,

mevrouw [naam 1] , hoofd behandeling, verbonden aan FPC de Kijvelanden, als getuige-deskundige,

mevrouw [naam 2] , hoofd behandeling, verbonden aan FPC de Kijvelanden, als getuige-deskundige.

overwegingen

OVERWEGINGEN


De rechtbank dient op grond van het bepaalde in artikel 38d van het Wetboek van Strafrecht te bepalen of de termijn van de maatregel van terbeschikkingstelling moet worden verlengd.
De maatregel van terbeschikkingstelling is toegepast ter zake van het opzettelijk iemand wederrechtelijk van de vrijheid beroven en beroofd houden, meermalen gepleegd, verkrachting, afpersing en bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht.

De vordering is op 4 december 2018 en derhalve tijdig ingediend.

De rechtbank overweegt naar aanleiding hiervan, alsmede naar aanleiding van voormelde adviezen van FPC de Kijvelanden, het volgende.

Uit de adviezen blijkt dat het resocialisatietraject op de Blink aanvankelijk was gestart. De aandachtspunten van betrokkene – zoals beperkte frustratietolerantie, gebrekkige copingvaardigheden en moeite met uitstel van behoeften – kwamen daarbij duidelijk naar voren. Desalniettemin zette betrokkene zich zichtbaar in voor de samenwerking en hield zich aan de afspraken. Het traject richtte zich in eerste instantie op het toewerken naar volledig samenwonen met partner en kind in de eigen woning in [plaats] .

Het resocialisatietraject is echter gestagneerd geraakt door relatieproblemen, een keer harddruggebruik en een nacht ongeoorloofde afwezigheid op 26 september 2018. De ongeoorloofde afwezigheid heeft geleid tot een time-out bij FPC de Kijvelanden. Betrokkene verblijft daar nog steeds.

De rechtbank heeft in haar beslissing van 6 februari 2018 overwogen:
‘Op voorwaarde dat betrokkene niet terugvalt in middelengebruik of blijk geeft van andere incidenten, is het aangewezen dat vóór de volgende verlengingszitting een door de reclassering opgesteld maatregelenrapport gereed is. De rechtbank acht het gezien de huidige stand van zaken en bij een goed verder verloop van het traject van belang dat de reclassering vanaf de zomer van 2018 wordt betrokken bij betrokkene zodat zij voldoende tijd heeft om zich een beeld te vormen van betrokkene en een advies te geven over de voorwaardelijke beëindiging van de dwangverpleging.’

Uit het aanvullend advies van FPC de Kijvelanden blijkt dat het verzoek aan de reclassering om een maatregelenrapport op te stellen abusievelijk niet is opgepakt. Gelet op de recente ontwikkelingen in het traject is er voor gekozen niet alsnog een maateregelenrapport op te laten stellen.

In de interne verlofadviescommissie van FPC de Kijvelanden is op 27 november 2018 besproken dat een terugkeer naar en nieuwe resocialisatiepoging via de Blink - momenteel - niet verantwoord wordt geacht. Resocialisatiepijlers zijn niet vormgegeven. De kliniek acht het te risicovol om betrokkene - op dit moment - terug te plaatsen op de Blink en acht een tweede behandelpoging bij FPC de Kijvelanden noodzakelijk om het risicomanagement aan te scherpen middels relatietherapie, psychomotore therapie om spanningen vroegtijdig te leren kennen en copingvaardigheden uit te breiden, alvorens weer toe te werken naar verblijf op de Blink. Op basis van de risicotaxatie wordt het risico op (seksueel) gewelddadig gedrag als hoog ingeschat bij het beëindigen van de huidige mate van zorg en toezicht.

Betrokkene is inmiddels gestart met de verslavingsmodule en met onbegeleid werkverlof. Als dit goed verloopt, tracht de kliniek middels recreatieve en therapeutische verloven betrokkene perspectief te geven en vanuit de kliniek te bouwen aan beschermende factoren.

In raadkamer heeft mevrouw [naam 1] aanvullend verklaard dat betrokkene en zijn partner ervoor hebben gekozen de woning van betrokkene op naam van zijn partner te zetten. Zij woont daar met hun kind en is in verwachting van hun tweede kind. Betrokkene zal in de toekomst niet terugkeren naar die woning. Aankomende week vindt de intake voor de relatietherapie plaats. De verlofmachtiging voor het onbegeleide werkverlof en overig begeleid verlof is afgegeven voor twee maanden. Daarna zal eerst een periode volgen met volledig onbegeleid verlof, alvorens betrokkene weer naar de Blink kan. Betrokkene heeft binnen de Blink goed gefunctioneerd en is nog steeds gemotiveerd. Bij een volgende plaatsing in de Blink zal betrokkene nog meer begeleid moeten worden.

Gelet op het vorenstaande en op de in raadkamer door de getuige-deskundigen gegeven toelichting zal de rechtbank het verzoek tot aanhouding afwijzen. De veiligheid van anderen en de algemene veiligheid van personen eist onverkort dat de maatregel van terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging van overheidswege met één jaar wordt verlengd.

De aanvankelijk ingezette resocialisatie via de Blink met het oog op samenwonen bij partner is gestagneerd geraakt. Betrokkene erkent en onderkent de dynamiek in de relatie met zijn vriendin, die bij tijd en wijle hevig is. Gebleken is dat deze dynamiek te heftig is om te kunnen samenwonen, zo vindt ook betrokkene. Ook is hij schuldbewust ten aanzien van het feit dat hij drugs heeft gebruikt en nog onvoldoende gebruik kan maken van het beschermend kader in lastiger situaties. De hem nu aangeboden therapiëen is hij gemotiveerd voor, evenals de nieuw in te zetten resocialisatielijn, die nu anders wordt ingevuld. De rechtbank acht het positief dat betrokkene ondanks de stap terug, die weliswaar aan betrokkene te wijten is, maar waarvan de consequenties, te weten een aanzienlijke vertraging van zijn traject, groot zijn, toch met goede moed, de recent ingezette resocialisatie wil ingaan.Om voortgang te behouden, betrokkene gemotiveerd te houden en in kaart te brengen wat precies nodig is voor een geslaagde resocialisatie acht de rechtbank, bij gelijkblijvende omstandigheden, het aangewezen dat een door de reclassering opgesteld maateregelenrapport vóór de volgende verlengingszitting alsnog gereed is, waarbij advies gegeven wordt over de voorwaardelijke beëindiging van de dwangverpleging.
De rechtbank heeft gelet op de artikelen 38d en 38e van het Wetboek van Strafrecht.

beslissing

BESLISSING

- wijst af het verzoek tot aanhouding van de behandeling van de vordering;
- verlengt de termijn gedurende welke voornoemd ter beschikking is gesteld, met bevel dat hij van overheidswege zal worden verpleegd, met één jaar.
De rechtbank

Aldus gegeven door mr. F. van der Maden, voorzitter, mr. M. Manders en mr. E. Leentjes, rechters, in tegenwoordigheid van mr. K. Offerein-Hulshoff als griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 12 februari 2019. Mr. E. Leentjes is buiten staat de beslissing te ondertekenen.