Uitspraak ECLI:NL:RBOVE:2019:3548

Deze uitspraak heeft betrekking op het rechtsgebied Strafrecht en is gepubliceerd door de Raad voor de Rechtspraak op 08-10-2019. De uitspraak is gedaan door Rechtbank Overijssel op 08-10-2019, deze uitspraak is bekend onder de European Case Law Identifier (ECLI) ECLI:NL:RBOVE:2019:3548, het zaaknummer waarop deze uitspraak betrekking heeft is 08-910030-19 (P)


Bron: Rechtspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL
Team Strafrecht Meervoudige kamer
Zittingsplaats Almelo

Parketnummer 08-910030-19 (P)Datum vonnis: 8 oktober 2019
Vonnis op tegenspraak in de zaak van de officier van justitie tegen:

[verdachte]

geboren op [geboortedatum 1] 1966 in [geboorteplaats] ( [land 1] ),wonende te [adres] ,nu verblijvende in P.I. Veenhuizen, gev. Esserheem te Veenhuizen.

ECLI:NL:RBOVE:2019:3548:DOC
nl

RECHTBANK OVERIJSSEL
Team Strafrecht Meervoudige kamer
Zittingsplaats Almelo

Parketnummer 08-910030-19 (P)Datum vonnis: 8 oktober 2019
Vonnis op tegenspraak in de zaak van de officier van justitie tegen:

[verdachte]

geboren op [geboortedatum 1] 1966 in [geboorteplaats] ( [land 1] ),wonende te [adres] ,nu verblijvende in P.I. Veenhuizen, gev. Esserheem te Veenhuizen.
1

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 24 september 2019.

De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie mr. G. Pol en van hetgeen door verdachte en de raadsman mr. J. el Hannouche, advocaat te Amsterdam, naar voren is gebracht.

2

- [getuige 1] (geboren op [geboortedatum 2] te [land 2] ) - [getuige 2] (geboren op [geboortedatum 3] te [land 2] ) - [getuige 3] (geboren op [geboortedatum 4] te [land 2] ) - [getuige 4] (geboren op [geboortedatum 5] te [land 2] ) opzettelijk behulpzaam is/zijn geweest bij het zich verschaffen van toegang tot en/of doorreis door Nederland en/of Denemarken en/of Duitsland (zijnde andere lidstaten van de Europese Unie), of voornoemde personen daartoe gelegenheid, middelen of inlichtingen heeft verschaft, terwijl hij, verdachte en/of zijn mededader(s) wist(en) of ernstige redenen hadden te vermoeden dat die toegang of die doorreis wederrechtelijk was, hebbende hij, verdachte en/of zijn mededader(s): - contacten onderhouden en/of afspraken gemaakt over de wijze van (smokkel)transport van bovengenoemde perso(o)n(en), en/of - ( vervolgens) met een voertuig naar de (verblijf)plaats (van bovengenoemde perso(o)n(en)) (in Denemarken) gereden om hen in dit voertuig te laten plaatsnemen en/of - voornoemde perso(o)n(en) (tegen betaling) in dit voortuig vervoerd/gereden door Denemarken en/of Duitsland en/of Nederland met als (eind)bestemming Frankrijk en/of Groot-Brittannië,
- contacten onderhouden en/of afspraken gemaakt over de wijze van (smokkel)transport van bovengenoemde perso(o)n(en), en/of - (vervolgens) hen in zijn/hun voertuig laten plaatsnemen en/of - voornoemde perso(o)n(en) (tegen betaling) in dit voortuig vervoerd/gereden door Denemarken en/of Duitsland en/of Nederland en/of België met als (eind)bestemming Frankrijk en/of Groot-Brittannië, terwijl hij, verdachte, daarvan een beroep of gewoonte heeft gemaakt.
De verdenking komt er, kort en zakelijk weergegeven, op neer dat verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan mensensmokkel.
Voluit luidt de tenlastelegging aan verdachte, dat:

hij in of omstreeks de periode van 6 t/m 11 juni 2019 te Oldenzaal en/of elders in Nederland en/of in Denemarken en/of in Duitsland en/of in België en/of in Frankrijk, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een gewoonte heeft gemaakt van het opzettelijk behulpzaam zijn bij het zich verschaffen van toegang tot en/of doorreis door Nederland en/of een andere lidstaat van de Europese Unie, terwijl hij, verdachte en/of zijn mededader(s) wist(en) of ernstige redenen hadden te vermoeden dat die toegang of die doorreis wederrechtelijk was, bestaande hierin, dat hij verdachte en/of zijn mededer(s)
* in de periode van 10 t/m 11 juni 2019

en/of

* in de periode van 6 t/m 7 juni 2019, een (aantal) (onbekend gebleven) persoon/personen, opzettelijk behulpzaam is/zijn geweest bij het zich verschaffen van toegang tot en/of doorreis door Nederland en/of Denemarken en/of Duitsland en/of België (zijnde andere lidstaten van de Europese Unie), of voornoemde personen daartoe gelegenheid, middelen of inlichtingen heeft verschaft, terwijl hij, verdachte en/of zijn mededader(s) wist(en) of ernstige redenen hadden te vermoeden dat die toegang of die doorreis wederrechtelijk was, hebbende hij, verdachte en/of zijn mededader(s):

Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

3

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

overwegingen

4

4.1
Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het in de eerste plaats ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen kan worden, met uitzondering van de strafverzwarende omstandigheden ‘medeplegen’ en ‘een gewoonte maken’. Daarnaast heeft de officier van justitie zich op het standpunt gesteld dat een vrijspraak dient te volgen voor het in tweede plaats ten laste gelegde.

4.2
Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich primair op het standpunt gesteld dat verdachte wegens gebrek aan bewijs dient te worden vrijgesproken. Zowel de opzet als schuld ten aanzien van de wederrechtelijkheid ontbreekt nu verdachte in de veronderstelling verkeerde dat de door hem vervoerde personen legaal door EU-lidstaten mochten reizen.

4.3
Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank is van oordeel dat wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte het in de eerste plaats tenlastegelegde feit heeft begaan. De rechtbank overweegt daartoe het volgende.

Verdachte is op dinsdag 11 juni 2019 bij Oldenzaal aangetroffen met in zijn personenauto het gezin bestaande uit de in de tenlastelegging genoemde personen (betrokkenen). Uit het dossier blijkt dat de betrokkenen niet in het bezit waren van geldige reisdocumenten. De rechtbank ziet zich voor de vraag gesteld of verdachte wist, of ernstige redenen had om te vermoeden dat de betrokkenen niet rechtmatig mochten (door)reizen door Nederland. Naar het oordeel van de rechtbank is dit het geval.

Uit het proces-verbaal van aanhouding blijkt dat verdachte heeft verklaard dat hij wist dat het gezin in Denemarken was uitgeprocedeerd. Verdachte heeft dit herhaald tijdens zijn verhoor en bekend dat hij de betrokkenen in zijn auto over de grens heeft gebracht terwijl zij niet over de juiste reisdocumenten beschikten. De betrokkenen hebben verklaard dat verdachte ervan op de hoogte was dat het gezin van plan was om asiel aan te vragen in Frankrijk. De rechtbank is gelet hierop van oordeel dat verdachte wist dat betrokkenen niet in het bezit waren van de vereiste reisdocumenten.

De rechtbank is gelet op het voorgaande van oordeel dat bewezen is dat verdachte de personen, zoals omschreven in de tenlastelegging, behulpzaam is geweest bij het zich verschaffen van toegang tot en doorreis door Nederland, terwijl hij wist dat die toegang of doorreis wederrechtelijk was. Gelet op die wetenschap komt hem geen geslaagd beroep op afwezigheid van schuld toe en dient het daartoe strekkende verweer te worden verworpen.

De rechtbank is, evenals de officier van justitie en de raadsman, van oordeel dat de strafverzwarende omstandigheden ‘medeplegen’ en ‘een gewoonte maken’ niet bewezen kunnen worden zodat voor dat deel van de tenlastelegging vrijspraak dient te volgen. Nu het wettig en overtuigend bewijs terzake van het in de tweede plaats ten laste gelegde ontbreekt, zal verdachte van dit feit worden vrijgesproken.

4.5
De bewezenverklaring

- [getuige 1] (geboren op [geboortedatum 2] te [land 2] )- [getuige 2] (geboren op [geboortedatum 3] te [land 2] )- [getuige 3] (geboren op [geboortedatum 4] te [land 2] )- [getuige 4] (geboren op [geboortedatum 5] te [land 2] )opzettelijk behulpzaam is geweest bij het zich verschaffen van toegang tot en doorreis door Nederland, terwijl hij, verdachte wist dat die toegang of die doorreis wederrechtelijk was, hebbende hij, verdachte: - met een voertuig naar de (verblijf)plaats van bovengenoemde personen in Denemarken gereden om hen in dit voertuig te laten plaatsnemen en- voornoemde personen in dit voortuig vervoerd door Denemarken en Duitsland en Nederland.
De rechtbank acht op grond van de in de bijlage genoemde bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen dat:

hij in Nederland in de periode van 10 tot en met 11 juni 2019:

De rechtbank acht niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.

5

Het bewezenverklaarde is strafbaar gesteld in artikel 197a van het Wetboek van Strafrecht (Sr). Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Het bewezenverklaarde levert op:

het misdrijf:
mensensmokkel.

6

De raadsman heeft betoogd dat de verdachte vanwege afwezigheid van alle schuld niet strafbaar is en dient te worden ontslagen van alle rechtsvervolging. Een beroep op afwezigheid van alle schuld kan slechts slagen als verdachte geen enkel verwijt kan worden gemaakt. Nu verdachte wist dat de toegang en doorreis door Nederland wederrechtelijk was, komt hem geen geslaagd beroep op afwezigheid van schuld toe en dient het daartoe strekkende verweer te worden verworpen. Er zijn ook voor het overige geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten.

7

7.1
De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat aan verdachte een gevangenisstraf voor de duur van twaalf maanden wordt opgelegd, met aftrek van de in voorarrest doorgebrachte tijd. Tevens heeft de officier van justitie de verbeurdverklaring van de personenauto van verdachte gevorderd.

7.2
Het standpunt van de verdediging

De raadsman stelt zich op het standpunt dat aan verdachte een voorwaardelijke straf dient te worden opgelegd of een straf die verdachte in staat stelt om zo spoedig mogelijk naar Denemarken af te reizen. Tevens heeft hij verzocht het verleende bevel tot voorlopige hechtenis met ingang van 8 oktober 2019 op te heffen.

7.3
De gronden voor een straf of maatregel

Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van het gepleegde feit, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen. De rechtbank acht daarbij het volgende van belang.

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan mensensmokkel. Dit delict maakt een ernstige inbreuk op de rechtsorde. Het doorkruist het overheidsbeleid inzake de bestrijding van illegaal verblijf en illegale toegang tot Nederland en andere Europese landen. Daarnaast draagt het bij tot het in stand houden van een illegaal circuit, dat maatschappelijk ongewenste effecten met zich brengt en niet zelden persoonlijk leed tot gevolg heeft. Het delict kan ook tot gevolg hebben dat het maatschappelijk draagvlak om asielzoekers op te vangen wordt ondermijnd. Op grond hiervan is in beginsel oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf gerechtvaardigd.
Voor wat betreft de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is gepleegd, weegt de rechtbank mee dat er in dit geval niet is gebleken dat gebruik is gemaakt van een crimineel mensensmokkelnetwerk. Verder vond het vervoer plaats onder normale omstandigheden, namelijk in een personenauto en van uitbuiting is evenmin gebleken.

Daarnaast heeft de rechtbank acht geslagen op de ter terechtzitting gebleken persoonlijke omstandigheden, zoals die met name zijn verwoord in het reclasseringsrapport van 19 september 2019. Tevens heeft de rechtbank gelet op de justitiële documentatie van verdachte van 8 augustus 2019 waaruit blijkt dat hij in Nederland niet eerder in aanraking is geweest met politie en justitie.

Alles afwegend acht de rechtbank een gevangenisstraf voor de duur van twaalf maanden passend en geboden.

De rechtbank is van oordeel dat de gronden van de voorlopige hechtenis nog onverkort aanwezig zijn en de ernst van het feit zich niet verhoudt met een straf die gelijk is aan het voorarrest, zodat het verzoek tot opheffing van de voorlopige hechtenis dient te worden afgewezen.

7.4
De inbeslaggenomen voorwerpen

De rechtbank is van oordeel dat de in beslag genomen personenauto, te weten: Peugot 307 met het kenteken [kenteken] moet worden verbeurdverklaard, omdat de auto aan verdachte toebehoort en met betrekking tot welke het feit is begaan.

8

De hierna te nemen beslissing berust op het hiervoor genoemde wetsartikel. Daarnaast berust deze beslissing op de artikelen 33 en 33a Sr.

beslissing

9

- verklaart niet bewezen dat verdachte het in de tweede plaats ten laste gelegde heeft begaan en spreekt hem daarvan vrij;- verklaart bewezen dat verdachte het in de eerste plaats ten laste gelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;- verklaart niet bewezen wat aan verdachte in de eerste plaats meer of anders is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij;
- verklaart het bewezenverklaarde strafbaar;- verklaart dat het bewezenverklaarde het volgende strafbare feit oplevert:
- verklaart verdachte strafbaar voor het in de eerste plaats bewezenverklaarde;
- veroordeelt verdachte tot een voor de duur van (; - bepaalt dat de tijd die de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht;
- verklaart verbeurd het inbeslaggenomen voorwerp, te weten de personenauto Peugot 307 met het kenteken [kenteken] :
- wijst het verzoek tot opheffing van de voorlopige hechtenis af.
- het proces-verbaal van aanhouding d.d. 11 juni 2019, zakelijk weergegeven (pag. 178 en 179):
- het proces-verbaal van voorgeleiding i.v.m. aanhouding d.d. 11 juni 2019 (pag. 183):
- het proces-verbaal van verhoor van verdachte d.d. 11 juni 2019, zakelijk weergegeven (pag. 200 t/m 207):- het proces-verbaal van verhoor van verdachte d.d. 11 juni 2019, zakelijk weergegeven (pag. 211 en 212):
- het proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 2] d.d. 11 juni 2019, zakelijk weergegeven (pag. 164 en 165):
- het proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 1] d.d. 11 juni 2019, zakelijk weergegeven (pag. 171 t/m 173):
- het proces-verbaal van het onderzoek ter terechtzitting d.d. 24 september 2019, voor zover de verklaring van verdachte, zakelijk weergegeven:
De rechtbank:

bewezenverklaring

strafbaarheid feit

strafbaarheid verdachte

straf

de inbeslaggenomen voorwerpen

bevel voorlopige hechtenis

Dit vonnis is gewezen door mr. S.K. Huisman, voorzitter, mr. F. van der Maden en mr. E.J.M. Bos, rechters, in tegenwoordigheid van mr. E. Koning, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 8 oktober 2019.

Buiten staat

mr. S.K. Huisman en mr. F. van der Maden zijn niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.
Bijlage bewijsmiddelen

Leeswijzer

Deze bijlage maakt deel uit van het vonnis en bevat de bewijsmiddelen.
Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit pagina’s uit het dossier van de Koninklijke Marachaussee met nummer PL27NN/ 19-051666. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.

V: Wat kunt u verklaren over de bestuurder?

A: Ik heb hem leren kennen op het AZC. Ik heb hem gezegd dat wij naar Frankrijk wilden. Hij zegt prima ik help jullie in Frankrijk te komen.

V: Waarom heeft u aan de bestuurder verteld dat jullie naar Frankrijk wilden?

A: Hij komt vaak naar het AZC, hij heeft een auto. Vandaar dat ik het tegen hem verteld heb.

A: Hij heeft ons naar Frankrijk gebracht.

V: Wist de bestuurder wat u in Frankrijk zou gaan doen?

A: Ja hij wist dat wij asiel in Frankrijk wilden aanvragen in Duinkerken.

V: Wat is op dit moment de status van uw asielaanvraag?

A: Mijn aanvraag is al 4 jaar geleden afgewezen en mijn laatste afwijzing was in mei 2019. Wij zijn nu van plan om in Frankrijke asiel aan te vragen.

V: Wist de bestuurder wat u in Frankrijk zou gaan doen?

A: Ja hij wist dat wij asiel in Frankrijk wilden aanvragen.

mensensmokkelOp dinsdag 11 juni 2019 gaf de bestuurder van de personenauto met het kenteken [kenteken] mij, verbalisant, een geldig Deens Vreemdelingenpaspoort met een goed gelijkende foto en voorzien van nummer [nummer] . De bijrijder gaf mij, verbalisant, een asielzoekerspasje van hem, een vrouw en 2 kinderen. Het pasje was afgegeven in Denemarken. Ik hoorde de bestuurder [verdachte] zeggen dat het gezin uitgeprocedeerd was in Denemarken en dat hij wilde helpen om ze naar Frankrijk te brengen.Ik erken dat ik mensen in mijn auto over de grens heb gebracht die niet over de juiste grensoverschrijdingspapieren beschikken. Ik weet dat dat niet mag.Ik ken de bijrijders van het AZC. Ze hebben mij gevraagd om ze daar naar toe te brengen en dat heb ik gedaan. Ze hebben gezegd dat ze asiel gaan aanvragen in Frankrijk.Ik reisde samen met een man, zijn echtgenote en hun twee dochters. Wat ik begreep maakten zij in Denemarken geen kans meer op een verblijfsvergunning en wilden zij proberen om in Frankrijk een verblijfsvergunning te krijgen. Dit wist ik van te voren. Ik wist dat zij geen verblijfsvergunning meer hadden anders waren ze niet naar Frankrijk gegaan.