Uitspraak ECLI:NL:RBOVE:2019:2862

Deze uitspraak heeft betrekking op het rechtsgebied Strafrecht en is gepubliceerd door de Raad voor de Rechtspraak op 13-08-2019. De uitspraak is gedaan door Rechtbank Overijssel op 12-08-2019, deze uitspraak is bekend onder de European Case Law Identifier (ECLI) ECLI:NL:RBOVE:2019:2862, het zaaknummer waarop deze uitspraak betrekking heeft is 08-993045-17 (P)


Bron: Rechtspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL
Team Strafrecht Meervoudige kamer
Zittingsplaats Zwolle

Parketnummer: 08-993045-17 (P)Datum vonnis: 12 augustus 2019
Vonnis op tegenspraak in de zaak van de officier van justitie tegen:

[verdachte]

geboren op [geboortedatum] 1959 in [geboorteplaats] ,wonende aan de [woonplaats] .

ECLI:NL:RBOVE:2019:2862:DOC
nl

RECHTBANK OVERIJSSEL
Team Strafrecht Meervoudige kamer
Zittingsplaats Zwolle

Parketnummer: 08-993045-17 (P)Datum vonnis: 12 augustus 2019
Vonnis op tegenspraak in de zaak van de officier van justitie tegen:

[verdachte]

geboren op [geboortedatum] 1959 in [geboorteplaats] ,wonende aan de [woonplaats] .
1

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 29 juli 2019.

De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van officier van justitie mr. F.A. Demmers en van hetgeen door verdachte en de raadsman, mr J. Oude Egbrink, advocaat te Zwolle, naar voren is gebracht.

2

De verdenking komt er, na wijziging van de tenlastelegging van 29 juli 2019, kort en zakelijk weergegeven, op neer dat verdachte:
met een ander namens [bedrijf 1] B.V. onjuiste aangiften omzetbelasting (feit 1) en onjuiste aangiften loonheffing (feit 2) heeft gedaan en namens eenmanszaak [bedrijf 1] onjuiste aangiften omzetbelasting heeft gedaan (feit 3).

Voluit luidt de tenlastelegging aan verdachte, dat:

1hij in of omstreeks de periode van 01 januari 2014 tot en met 31 mei 2016, in de gemeente Apeldoorn, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen, althans een ander, althans alleen, (telkens) opzettelijk (een) bij de Belastingwet voorziene aangifte(n) als bedoeld in de Algemene Wet inzake Rijksbelastingen, te weten (een) aangifte(n) voor de omzetbelasting ten name van de besloten vennootschap [bedrijf 1] BV (DOC-004, pagina e.v.), te weten waaronder in ieder geval de aangiften over de tijdvakken: -het eerste kwartaal van 2014 (DOC-017, p. 677), en/of -het derde kwartaal van 2014 (DOC-019, p. 679), en/of -het eerste kwartaal van 2015 (DOC-011, p. 651), en/of -het derde kwartaal van 2015 (DOC-013, p. 657), en/of -het eerste kwartaal van 2016 (DOC-015, p. 663) (telkens) onjuist en/of onvolledig heeft/hebben gedaan, althans heeft/hebben doen of laten doen, immers heeft/hebben hij, verdachte en/of zijn mededader(s), (telkens) opzettelijk op die bij de inspecteur der belastingen te Apeldoorn ingeleverde (voorgenoemde) aangifte(n) voor de omzetbelasting (telkens) een onjuist althans een te laag bedrag aan belasting opgegeven en/of vermeld en/of een te hoog bedrag aan voorbelasting opgegeven, althans heeft/hebben doen of laten opgeven en/of vermelden, terwijl dat/die feit(en) (telkens) ertoe strekte(n) dat te weinig belasting werd geheven;
2hij in of omstreeks de periode van 01 januari 2014 tot en met 31 mei 2016, in de gemeente Apeldoorn, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen, althans een ander, althans alleen, (telkens) opzettelijk (een) bij de Belastingwet voorziene aangifte(n) als bedoeld in de Algemene Wet inzake Rijksbelastingen, te weten (een) aangifte(n) voor de loonheffing (DOC-003, pagina 606 e.v.) ten name van de besloten vennootschap [bedrijf 1] BV, te weten waaronder in ieder geval de aangiften over de tijdvakken: -het derde tijdvak 2014 (DOC-027, p. 689), en/of -het zesde tijdvak 2014 (DOC-030, p. 692), en/of -het elfde tijdvak 2014 (DOC-035, p. 697), en/of -het derde tijdvak 2015 (DOC-040, p. 702), en/of -het zesde tijdvak 2015 (DOC-043, p. 705), en/of -het elfde tijdvak 2015 (DOC-048, p. 710), en/of -het derde tijdvak 2016 (DOC-053, p. 715) (telkens) onjuist en/of onvolledig heeft/hebben gedaan, althans heeft/hebben doen of laten doen, immers heeft/hebben hij, verdachte en/of zijn mededader(s), (telkens) opzettelijk op die bij de inspecteur der belastingen te Apeldoorn ingeleverde (voorgenoemde) aangifte(n) voor de loonheffing (telkens) een onjuist althans een te laag bedrag aan belasting opgegeven en/of vermeld en/of een te hoog bedrag aan voorbelasting opgegeven, althans heeft/hebben doen of laten opgeven en/of vermelden, terwijl dat/die feit(en) (telkens) ertoe strekte(n) dat te weinig belasting werd geheven;
3hij in of omstreeks de periode van 01 januari 2014 tot en met 31 januari 2015,in de gemeente Apeldoorn, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen, althans een ander, althans alleen, (telkens) opzettelijk (een) bij de Belastingwet voorziene aangifte(n) als bedoeld in de Algemene Wet inzake Rijksbelastingen, te weten (een) aangifte(n) voor de omzetbelasting ten name van de eenmanszaak [bedrijf 1] , te weten de aangiften over de tijdvakken: -het eerste kwartaal 2014 (DOC-027, p. 689), en/of -het tweede kwartaal 2014 (DOC-030, p. 692), en/of -het derde kwartaal 2014 (DOC-035, p. 697), en/of -het vierde kwartaal 2014 (DOC-040, p. 702), (telkens) onjuist en/of onvolledig heeft/hebben gedaan, althans heeft/hebben doen of laten doen, immers heeft/hebben hij, verdachte en/of zijn mededader(s), (telkens) opzettelijk op die bij de inspecteur der belastingen te Apeldoorn ingeleverde (voorgenoemde) aangifte(n) voor de loonheffing (telkens) een onjuist althans een te laag bedrag aan belasting opgegeven en/of vermeld en/of een te hoog bedrag aan voorbelasting opgegeven, althans heeft/hebben doen of laten opgeven en/of vermelden, terwijl dat/die feit(en) (telkens) ertoe strekte(n) dat te weinig belasting werd geheven;
3

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

overwegingen

4

4.1
Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht alle feiten wettig en overtuigend te bewijzen.
4.2
Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft betoogd dat verdachte (deels) dient te worden vrijgesproken. Daartoe heeft hij aangevoerd dat geen sprake is van een voldoende bewuste en nauwe samenwerking met medeverdachte [medeverdachte] (hierna: [medeverdachte] ), temeer omdat niet duidelijk is wie de belastingaangiften heeft ingediend. Verdachte heeft verklaard dat hij niet weet wie dat heeft gedaan en [medeverdachte] heeft pas na suggestieve bevraging door de FIOD bevestigend geantwoord op de vraag of verdachte de belastingaangiften heeft gedaan.
Ook kan in het aantal gevallen het opzet van verdachte op het doen van onjuiste aangiften niet worden bewezen, omdat verdachte niet kon weten dat ze onjuist waren. Dat geldt t.a.v. feit 1 wat betreft de periode vanaf medio 2015, t.a.v. feit 2 wat betreft de aangiften loonheffing in 2014 en volledig ten aanzien van feit 3. Daarnaast wordt bij feit 3 op de tenlastelegging niet verwezen naar pagina’s die zien op de omzetbelasting maar op de loonheffing van een andere entiteit.

4.3
Het oordeel van de rechtbank
_b5aa415b-bda2-499a-92c9-bdb8e09bba3b

- over het aangifte werd gedaan van een omzet van € 3.000,--, terwijl uit de aangetroffen in- en verkoopfacturen blijkt dat er een omzet was van € 53.746,82;- over het aangifte werd gedaan van een nihil-omzet, terwijl uit de aangetroffen in- en verkoopfacturen blijkt dat er een omzet was van € 22.214,68;- over het aangifte werd gedaan van een nihil-omzet, terwijl uit de aangetroffen in- en verkoopfacturen blijkt dat er een omzet was van € 19.525,98;- over het aangifte werd gedaan van een omzet van € 5.000,--, terwijl uit de aangetroffen in- en verkoopfacturen blijkt dat er een omzet was van € 26.974,83;- over het aangifte werd gedaan van een nihil-omzet, terwijl uit de aangetroffen in- en verkoopfacturen blijkt dat er een omzet was van € 78.470,43.
- over het werd een nihilaangifte gedaan terwijl er minimaal € 830,85 aan loonheffing werd ingehouden;- over het werd een nihilaangifte gedaan terwijl er minimaal € 1.385,68 aan loonheffing werd ingehouden;- over het werd een nihilaangifte gedaan terwijl er minimaal € 961,95 aan loonheffing werd ingehouden;- over het werd een nihilaangifte gedaan terwijl er minimaal € 462,64 aan loonheffing werd ingehouden;- over het werd een nihilaangifte gedaan terwijl er minimaal € 1.833,55 aan loonheffing werd ingehouden;- over het werd een nihilaangifte gedaan terwijl er minimaal € 2.010,99 aan loonheffing werd ingehouden;- over het werd een nihilaangifte gedaan terwijl er minimaal € 3.146,20 aan loonheffing werd ingehouden.
- over het aangifte werd gedaan van een omzet van € 1.263,--, terwijl uit de aangetroffen in- en verkoopfacturen blijkt dat er een omzet was van € 39.357,57;- over het aangifte werd gedaan van een nihil-omzet, terwijl uit de aangetroffen in- en verkoopfacturen blijkt dat er een omzet was van € 1.489,07;- over het aangifte werd gedaan van omzet van € 756,--, terwijl uit de aangetroffen in- en verkoopfacturen blijkt dat er een omzet was van € 2.620,51;- over het aangifte werd gedaan van een nihil-omzet, terwijl uit de aangetroffen in- en verkoopfacturen blijkt dat er een omzet was van € 7.016,20.
Algemeen

Verdachte was werkzaam als boekhouder en adviseur van eenmanszaak [bedrijf 1] en [bedrijf 1] B.V., waarvan [medeverdachte] (via holdingmaatschappij [bedrijf 2] B.V.) de eigenaar respectievelijk bestuurder en enig aandeelhouder was. Naar eigen zeggen heeft verdachte ‘min of meer aan de wieg’ van de eenmanszaak gestaan en heeft hij vanaf de oprichting werkzaamheden verricht voor [bedrijf 1] B.V.
Uit de verklaring van verdachte blijkt dat belastingaangiften voor de ondernemingen door hem of door [medeverdachte] werden gedaan. Aangiften die niet via de software van ‘ [bedrijf 3] ’ zijn ingediend heeft verdachte ingediend. Ook heeft hij verklaard dat hij en [medeverdachte] steeds overleg hebben gehad over de belastingaangiften.

Uit het dossier blijkt dat op de aangifte wordt vermeld als een belastingaangifte wordt gedaan via software.

Aangiften omzetbelasting namens [bedrijf 1] BV (feit 1)

Uit onderzoek van de FIOD blijkt dat in de aangiften omzetbelasting over de tijdvakken 1e en 3e kwartaal van 2014, 1e en 3e kwartaal van 2015 en het 1e kwartaal van 2016 te weinig omzet is aangegeven. Vanwege het ontbreken van volledige administratie is door de FIOD een reconstructie gemaakt van de in beslag genomen administratie om deze aangiften te kunnen beoordelen. Daaruit blijkt dat :
Alle voornoemde aangiften omzetbelasting zijn via internet – en dus niet via [bedrijf 3] – ingediend. Daarop staat de naam van verdachte vermeld, met uitzondering van de aangifte over het derde kwartaal van 2014. Daarop staat de naam van [medeverdachte] vermeld. Verdachte heeft over deze aangifte verklaard: ‘’. Verdachte heeft verklaard dat hij de aangiften heeft ingediend op basis van de gegevens die [medeverdachte] hem verstrekte.

Verdachte heeft verklaard dat hij niet exact wist hoeveel omzet er was en desondanks de aangiften opmaakte en indiende. Hieruit volgt dat verdachte wist dat de aangiften niet juist konden zijn. [medeverdachte] heeft verklaard dat hij en verdachte deze aangiften bewust onjuist deden om ervoor te zorgen dat er extra geld beschikbaar was.

Door deze onjuiste aangiften is een belastingnadeel van € 37.091,71 geleden.

Aangiften loonheffing namens [bedrijf 1] BV (feit 2)

Uit onderzoek van de FIOD blijkt dat in ieder geval in de aangiften loonheffing over het derde, zesde en elfde tijdvak van 2014, over het derde, zesde en elfde tijdvak van 2015 en het derde tijdvak van 2016 te weinig loonheffing is aangegeven. Uit de administratie die is aangetroffen blijkt dat steeds een nihilaangifte werd gedaan, terwijl in de betreffende tijdvakken wel sprake is van ingehouden loonheffingen:
Alle voornoemde aangiften loonheffing zijn via internet – en dus niet via [bedrijf 3] – ingediend. Op al deze aangiften staat de naam van verdachte vermeld. [medeverdachte] heeft verklaard dat verdachte deze aangiften heeft gedaan. Verdachte heeft verklaard dat hij niet exact wist hoeveel loonheffing er was ingehouden en desondanks de aangiften opmaakte en indiende. Hieruit volgt dat verdachte wist dat de aangiften niet juist konden zijn. [medeverdachte] heeft verklaard dat hij en verdachte deze aangiften bewust onjuist deden om ervoor te zorgen dat er extra geld beschikbaar was.

Uit het dossier blijkt dat alle aangiften van het eerste tijdvak van 2014 tot en met het vierde tijdvak van 2016 nihilaangiften zijn, terwijl er wel loonheffing werd ingehouden. Al deze aangiften hebben plaatsgevonden in de ten laste gelegde periode. Het belastingnadeel dat daardoor is geleden bedraagt € 183.466,87.

Aangiften omzetbelasting namens eenmanszaak [bedrijf 1] (feit 3)

Uit onderzoek van de FIOD blijkt dat in de aangiften omzetbelasting over het eerste kwartaal 2014 tot en met het vierde kwartaal 2014 te weinig omzet is aangegeven. Vanwege het ontbreken van een volledige administratie is door de FIOD een reconstructie gemaakt van de in beslag genomen administratie om deze aangiften op juistheid te kunnen beoordelen. Daaruit blijkt dat :
Alle voornoemde aangiften omzetbelasting zijn via internet – en dus niet via [bedrijf 3] – ingediend. Op al deze aangiften staat de naam van verdachte vermeld. Verdachte heeft verklaard dat [medeverdachte] de gegevens voor de aangiften omzetbelasting van de eenmanszaak bij hem aanleverde. Met die gegevens diende verdachte de aangiften in. Verdachte wist dat de door [medeverdachte] aangeleverde omzetgegevens onjuist waren. Hij en [medeverdachte] hadden besproken om lagere omzetbedragen aan te geven, teneinde liquiditeit te genereren. Er zijn nooit correcties op de aangiften ingediend. [medeverdachte] heeft dit bevestigd.

Met betrekking tot de onjuiste aangiften over het eerste en derde kwartaal van 2014 is een belastingnadeel van € 8.656,60 geleden. Ten aanzien van het tweede en vierde kwartaal is er geen nadeelberekening in het dossier opgenomen, maar aangezien ook over deze tijdvakken te lage omzetbedragen zijn aangegeven, moet worden vastgesteld dat ten aanzien daarvan ook belastingnadeel is geleden.

Conclusie ten aanzien van alle feiten

Gelet op de bewijsmiddelen, waaronder de verklaring van verdachte en de aangiften, staat naar het oordeel van de rechtbank vast dat verdachte steeds degene is geweest die de ten laste gelegde onjuiste belastingaangiften heeft ingediend. Verdachte deed dat op basis van de door [medeverdachte] aangeleverde gegevens terwijl verdachte wist dat die gegevens niet klopten. Het door verdachten onderling afgestemde doel was geld beschikbaar te houden voor de onderneming en/of privéuitgaven van [medeverdachte] . Verdachte en [medeverdachte] hebben aldus in samenspraak welbewust (veel) lagere bedragen dan de daadwerkelijk behaalde omzet respectievelijk ingehouden loonheffing aangegeven bij de Belastingdienst. Naar het oordeel van de rechtbank hebben zij daarmee zo nauw en bewust samengewerkt dat sprake is van medeplegen. Daarom kunnen de handelingen aan zowel [medeverdachte] als aan verdachte worden toegerekend, ook als die slechts door één van hen feitelijk is verricht. Uit het bewust indienen van onjuiste aangiften volgt ook dat verdachte opzet heeft gehad. De verweren van de raadsman ten aanzien van medeplegen en opzet worden dan ook verworpen.
Tot slot heeft de raadsman betoogd – kennelijk niet als verweer ten aanzien van de geldigheid van de dagvaarding maar als bewijsverweer, zo begrijpt de rechtbank – dat in de tekst van de tenlastelegging bij feit 3 niet wordt verwezen naar pagina’s die zien op omzetbelasting maar op loonheffing van een andere entiteit. Met de raadsman constateert de rechtbank dat op dit onderdeel van de tenlastelegging naar onjuiste pagina’s wordt verwezen. Van deze verwijzingen op de tenlastelegging zal de rechtbank verdachte daarom vrijspreken.

4.4
De bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de hiervoor genoemde bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen dat:
1hij in de periode van 01 januari 2014 tot en met 31 mei 2016, in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander, telkens opzettelijk een bij de Belastingwet voorziene aangifte als bedoeld in de Algemene Wet inzake Rijksbelastingen, te weten een aangifte voor de omzetbelasting ten name van de besloten vennootschap [bedrijf 1] B.V., over de tijdvakken:
2hij in de periode van 01 januari 2014 tot en met 31 mei 2016, in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander, telkens opzettelijk een bij de Belastingwet voorziene aangifte als bedoeld in de Algemene Wet inzake Rijksbelastingen, te weten een aangifte voor de loonheffing ten name van de besloten vennootschap [bedrijf 1] B.V., te weten waaronder de aangiften over de tijdvakken:
3hij in de periode van 01 januari 2014 tot en met 31 januari 2015, in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander, telkens opzettelijk een bij de Belastingwet voorziene aangifte als bedoeld in de Algemene Wet inzake Rijksbelastingen, te weten een aangiften voor de omzetbelasting ten name van de eenmanszaak [bedrijf 1] , te weten de aangiften over de tijdvakken:
De rechtbank heeft in de tenlastelegging voorkomende schrijffouten verbeterd in de bewezenverklaring. Verdachte wordt hierdoor niet in zijn verdediging geschaad.

De rechtbank acht niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.

- het eerste kwartaal van 2014, en- het derde kwartaal van 2014, en - het eerste kwartaal van 2015, en- het derde kwartaal van 2015, en - het eerste kwartaal van 2016, telkens onjuist heeft gedaan, immers hebben hij, verdachte en zijn mededader, telkens opzettelijk op die bij de inspecteur der belastingen te Apeldoorn ingeleverde voorgenoemde aangiften voor de omzetbelasting telkens een te laag bedrag aan belasting opgegeven, terwijl die feiten telkens ertoe strekten dat te weinig belasting werd geheven;
- het derde tijdvak 2014, en - het zesde tijdvak 2014, en - het elfde tijdvak 2014, en- het derde tijdvak 2015, en - het zesde tijdvak 2015, en - het elfde tijdvak 2015, en - het derde tijdvak 2016, telkens onjuist heeft gedaan, immers hebben hij, verdachte en zijn mededader, telkens opzettelijk op de bij de inspecteur der belastingen te Apeldoorn ingeleverde aangiften voor de loonheffing telkens een te laag bedrag aan belasting opgegeven, terwijl die feiten telkens ertoe strekten dat te weinig belasting werd geheven;
- het eerste kwartaal 2014, en- het tweede kwartaal 2014, en- het derde kwartaal 2014, en- het vierde kwartaal 2014, telkens onjuist heeft gedaan, immers hebben hij, verdachte en zijn mededader, telkens opzettelijk op die bij de inspecteur der belastingen te Apeldoorn ingeleverde voorgenoemde aangiften voor de omzetbelasting telkens een te laag bedrag aan belasting opgegeven, terwijl die feiten telkens ertoe strekten dat te weinig belasting werd geheven;
5

Het bewezenverklaarde is strafbaar gesteld in artikel 47 van het Wetboek van Strafrecht (Sr) en artikel 69 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR). Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Het bewezenverklaarde levert op:

feit 1, feit 2 en feit 3, telkens:

het misdrijf:
6

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor de bewezenverklaarde feiten.

7

7.1
De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd verdachte te veroordelen tot een gevangenisstraf van twaalf maanden, waarvan drie maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaren, en een beroepsverbod voor de duur van drie jaren.
7.2
Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft betoogd een geheel voorwaardelijke straf aan verdachte op te leggen, omdat in het voordeel van verdachte rekening moet worden gehouden met meerdere omstandigheden. Zo heeft verdachte zelf geen voordeel gehad van de onjuiste aangiften, is het ontstane nadeel door het inwinnen van gelden van de Geblokkeerde rekening (G-rekening) van [bedrijf 1] B.V. ongedaan gemaakt, neemt verdachte zijn verantwoordelijkheid en is hij mantelzorger van zijn moeder.
7.3
De gronden voor een straf of maatregel

Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon van verdachte zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen. De rechtbank acht daarbij het volgende van belang.
Verdachte heeft zich – met medeverdachte [medeverdachte] – in zijn hoedanigheid van boekhouder en adviseur van de ondernemingen van [medeverdachte] gedurende meerdere jaren schuldig gemaakt aan belastingfraude door onjuiste aangiften omzetbelasting en loonheffing te doen. Uiteindelijk hebben zij een nadeel voor de maatschappij veroorzaakt van tenminste € 229.215,18. Met zijn handelswijze heeft verdachte het vertrouwen geschaad dat aan de inhoud van belastingaangiftes mag worden ontleend. Bovendien beschermt de strafbaarstelling van belastingontduiking niet alleen de gemeenschapsbelangen die door belastingheffing worden gediend, maar ook de belangen van eerlijke belastingbetalers. Belastingontduiking kan immers leiden tot verzwaring van de belastingdruk voor anderen. De handelingen van verdachte dragen bij aan het ondermijnen van de belastingmoraal. De rechtbank neemt verdachte het plegen van deze misdrijven in het bijzonder kwalijk, omdat van hem als registeraccountant een hoge mate van integriteit en professionaliteit verwacht mag worden en hij met zijn handelen het aanzien van en vertrouwen in zijn beroepsgenoten heeft geschaad. Reeds daarom, en gezien de ernst van de feiten, kan geen sprake zijn van een geheel voorwaardelijk straf zoals door de raadsman is betoogd.

Bij het bepalen van de op te leggen straf heeft de rechtbank de oriëntatiepunten van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS) als uitgangspunt genomen. Voor een benadelingsbedrag tussen de € 125.000,-- en € 250.000,-- wordt daarin een gevangenisstraf van negen tot twaalf maanden als oriëntatiepunt gegeven.

Ten gunste van verdachten heeft de rechtbank rekening gehouden met de omstandigheid dat verdachten door gelden te alloceren op een G-rekening wel de intentie hebben gehad om de achterstallige belasting uiteindelijk te betalen, naar eigen zeggen via suppleties als de administratie weer op orde zou zijn. Uit het dossier blijkt dat ook voldoende saldo op deze rekening heeft gestaan (DOC-517, pagina 1321), maar dat andere aanslagen door de Belastingdienst met het saldo van deze rekening zijn verrekend. Daarin ziet de rechtbank aanleiding om een lagere straf op te leggen dan door de officier van justitie is gevorderd en aansluiting te zoeken bij de oriëntatiepunten die gelden voor een benadelingsbedrag van € 70.000,-- tot € 125.000,--. Daarvoor geeft het LOVS als oriëntatiepunt vijf tot negen maanden gevangenisstraf of een taakstraf, gecombineerd met een voorwaardelijke gevangenisstraf.

Vervolgens heeft de rechtbank ten gunste van verdachte meegewogen dat hij blijkens het hem betreffende uittreksel justitiële documentatie van 24 juni 2019 niet eerder met justitie in aanraking is geweest, dat hij door de belastingfraude zelf geen voordeel heeft gehad en dat hij zich tot op zekere hoogte het kwalijke van zijn handelen lijkt te realiseren. De rechtbank heeft oog voor de persoonlijke omstandigheden van verdachte, die mantelzorger is, maar ziet geen aanleiding om dat mee te wegen bij de op te leggen straf.

Alles afwegende en rekening houdend met de straf die aan medeverdachte [medeverdachte] (parketnummer 08/993043-17) is opgelegd, acht de rechtbank voor verdachte een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van drie maanden en een maximale taakstraf van 240 uren passend en geboden. Uit het reclasseringsrapport van Reclassering Nederland van 28 juni 2019 blijkt niet dat daarvoor contra-indicaties zijn. De rechtbank zal aan verdachte geen beroepsverbod opleggen, teneinde een eventuele beslissing daaromtrent van de Accountantskamer (waarvoor verdachte zich op het moment van de terechtzitting nog diende te verantwoorden) niet op voorhand te doorkruisen.

8

De hierna te nemen beslissing berust op de hiervoor genoemde wetsartikelen. Daarnaast berust deze beslissing op de artikelen 14a, 14b, 14c, 22c, 22d en 57 Sr.

beslissing

9

- verklaart bewezen dat verdachte het als feit 1, feit 2 en feit 3 ten laste gelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;- verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij;
- verklaart het bewezenverklaarde strafbaar;- verklaart dat het bewezenverklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:
- verklaart verdachte strafbaar voor het bewezenverklaarde;
- veroordeelt verdachte tot een voor de duur van ; - bepaalt dat deze gevangenisstraf , tenzij de rechter later anders mocht gelasten. De rechter kan de tenuitvoerlegging gelasten indien verdachte voor het einde van de de navolgende voorwaarde niet is nagekomen:- stelt als dat verdachte:- zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
- veroordeelt verdachte tot een , bestaande uit het verrichten van onbetaalde arbeid voor de duur van ;- beveelt, voor het geval dat verdachte de taakstraf niet naar behoren verricht, dat zal worden toegepast voor de duur van ;- beveelt dat de tijd die verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de taakstraf in mindering wordt gebracht.
De rechtbank:

bewezenverklaring

strafbaarheid feit

feit 1, feit 2 en feit 3, telkens:

het misdrijf:
strafbaarheid verdachte

straf

Dit vonnis is gewezen door mr. R.M. van Vuure, voorzitter, mr. F.H.W. Teekman en mr. M. van Berlo, rechters, in tegenwoordigheid van mr. J.P. Ponsteen als griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 12 augustus 2019.

_b5aa415b-bda2-499a-92c9-bdb8e09bba3b
1

Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit pagina’s uit het dossier van de FIOD/Belastingdienst met dossiernummer 60029. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.

_0f684f23-7fa7-4853-b513-b6b0b7e51850
2

Proces-verbaal van verhoor verdachte op 6 november 2017 (V-004-02), pagina 499 en pagina 503.

_55565fc7-12e2-44f3-8dec-9af4167314fb
3

Proces-verbaal van verhoor medeverdachte [medeverdachte] op 6 november 2017 (V-002-01), pagina 388.

_2a6125f8-e2aa-4ad1-be06-4b070c8fc59c
4

Proces-verbaal van verhoor verdachte op 6 november 2017 (V-004-01), pagina 494.

_2bfdc93d-d94a-4dbd-af42-2a13ea4a6f5a
5

Proces-verbaal van verhoor verdachte op 6 november 2017 (V-004-02), pagina 504.

_97eee5fb-d7ca-4121-928a-c4861f28f573
6

Proces-verbaal van verhoor verdachte op 7 november 2017 (V-004-04), pagina 518 (vijfde alinea) en proces-verbaal van verhoor verdachte op 8 november 2017 (V-004-06), pagina 538 (vierde alinea).

_e9cea823-60e1-48ab-b510-da36fb49cb17
7

Proces-verbaal van verhoor verdachte op 7 november 2017 (V-004-05): pagina 523 (eerste alinea) met betrekking tot de aangiften omzetbelasting van [bedrijf 1] B.V, pagina 529 (tweede alinea) met betrekking tot de aangiften loonheffing van [bedrijf 1] B.V. en proces-verbaal van verhoor verdachte op 7 november 2017 (V-004-04), pagina 514 (eerste alinea) met betrekking tot de aangiften omzetbelasting van eenmanszaak [bedrijf 1] .

_39e0648f-b611-4900-b892-78196f091b24
8

Verklaring van verdachte ter zitting van 29 juli 2019.

_c64f5705-ff11-4428-91f0-7c59c59978e2
9

Proces-verbaal van bevindingen met betrekking tot de wijze van indienen van de aangiften omzetbelasting en loonheffing (AMB-027), pagina 370.

_3ae44811-b29f-4065-b481-637c7cbf6d63
10

Ambtsedige verklaring omzetbelasting (DOC-004), pagina 622.

_e15be64b-af68-4ffc-a4a1-8b14e340ca63
11

Een ander geschrift als bedoeld in artikel 344 lid 1 onder 5 Sv, genaamd ‘Omzetbelasting 1e kwartaal 2014 tot en met 1e kwartaal 2016: verkoopfacturen’ (DOC-505d), pagina 1300.

_b6685c9e-58c8-486b-9240-f134279ea2dd
12

Ambtsedige verklaring omzetbelasting (DOC-004), pagina 624.

_66ae72a3-d467-44a5-9102-a152e08666dc
13

Een ander geschrift als bedoeld in artikel 344 lid 1 onder 5 Sv, genaamd ‘Omzetbelasting 1e kwartaal 2014 tot en met 1e kwartaal 2016: verkoopfacturen’ (DOC-505d), pagina 1302.

_53abe5a0-c20d-4dfb-a7b5-d2e078d82857
14

Ambtsedige verklaring omzetbelasting (DOC-004), pagina 628 tot en met 630.

_18db17d6-7ee6-48d0-859b-d01a25a0a320
15

Een ander geschrift als bedoeld in artikel 344 lid 1 onder 5 Sv, genaamd ‘Omzetbelasting 1e kwartaal 2014 tot en met 1e kwartaal 2016: verkoopfacturen’ (DOC-505d), pagina 1304.

_7cb6eb86-79af-4f7e-a6a2-a15f75231aad
16

Ambtsedige verklaring omzetbelasting (DOC-004), pagina 634 tot en met 636.

_0a86716d-16a5-4a46-90fc-ae3383560406
17

Een ander geschrift als bedoeld in artikel 344 lid 1 onder 5 Sv, genaamd ‘Omzetbelasting 1e kwartaal 2014 tot en met 1e kwartaal 2016: verkoopfacturen’ (DOC-505d), pagina 1306.

_760fabb8-99a3-4b91-a24e-13fe5b1eada6
18

Ambtsedige verklaring omzetbelasting (DOC-004), pagina 640 tot en met 642.

_55449812-a793-4db9-8de3-f56166326d4e
19

Een ander geschrift als bedoeld in artikel 344 lid 1 onder 5 Sv, genaamd ‘Omzetbelasting 1e kwartaal 2014 tot en met 1e kwartaal 2016: verkoopfacturen’ (DOC-505d), pagina 1307.

_16e9d442-ce05-480b-917a-46067ad57ffd
20

Proces-verbaal van bevindingen met betrekking tot de wijze van indienen van de aangiften omzetbelasting en loonheffing (AMB-027), pagina 370.

_1c9bacc5-e737-4c49-88bc-76f990e78fcd
21

Ambtsedige verklaring omzetbelasting (DOC-004), pagina 614 tot en met 642.

_86c07cdc-0cea-43f2-92c4-8414308e314a
22

Ambtsedige verklaring omzetbelasting (DOC-004), pagina 614 tot en met 642.

_a33e202c-f786-44ad-bbe1-e9830d81b393
23

Ambtsedige verklaring omzetbelasting (DOC-004), pagina 624.

_8ccdfb3d-26ca-4126-b6d0-6db990b5a35c
24

Proces-verbaal van verhoor verdachte op 7 november 2017 (V-004-05), pagina 524.

_28541b72-5471-4ae2-9a95-ae5fe618e33e
25

Proces-verbaal van verhoor verdachte op 7 november 2017 (V-005-05), pagina 523.

_cb830fbe-d690-4f64-8c35-fa7022fc3beb
26

Verklaring van verdachte ter zitting van 29 juli 2019.

_32b65541-d038-4211-9868-5f13def70143
27

Proces-verbaal van verhoor medeverdachte [medeverdachte] op 8 november 2017 (V-002-05), pagina 433.

_bc88d8bb-b255-41ac-aef0-644e8c5ce093
28

Nota van berekening (DOC-519), pagina 1338 tot en met 1341.

_bbddabc7-a66c-4da0-ab3c-2ce83b333e42
29

Een ander geschrift als bedoeld in artikel 344 lid 1 onder 5 Sv, genaamd ‘Loonaangifte 24-02-2014 tot en met 23-03-2014’ (DOC-027), pagina 689.

_0e681100-243b-4b57-a0f3-f41b4c2065e4
30

Een ander geschrift als bedoeld in artikel 344 lid 1 onder 5 Sv, genaamd ‘Overzicht minimaal bedrag ingehouden loonheffing’ (DOC-516), pagina 1320.

_c3d8f0fe-6b01-4a66-9eea-a120dc4e1c73
31

Een ander geschrift als bedoeld in artikel 344 lid 1 onder 5 Sv, genaamd ‘Loonaangifte 19-05-2014 tot en met 15-06-2014’ (DOC-030), pagina 692.

_72bc0f85-f551-425f-b195-03f21097777e
32

Een ander geschrift als bedoeld in artikel 344 lid 1 onder 5 Sv, genaamd ‘Overzicht minimaal bedrag ingehouden loonheffing’ (DOC-516), pagina 1320.

_b3abdf6d-fd18-4552-b4d1-0e0e84b42592
33

Een ander geschrift als bedoeld in artikel 344 lid 1 onder 5 Sv, genaamd ‘Loonaangifte 06-10-2014 tot en met 02-11-2014’ (DOC-035), pagina 697.

_3655f3e4-4797-460f-aeec-0e156a6d5212
34

Een ander geschrift als bedoeld in artikel 344 lid 1 onder 5 Sv, genaamd ‘Overzicht minimaal bedrag ingehouden loonheffing’ (DOC-516), pagina 1320.

_5b20acb4-9bc6-4da9-9981-25231d5f9bca
35

Een ander geschrift als bedoeld in artikel 344 lid 1 onder 5 Sv, genaamd ‘Loonaangifte 23-02-2015 tot en met 22-03-2015’ (DOC-040), pagina 702.

_2f44838a-b7c4-4178-a52d-67f7a1afd021
36

Een ander geschrift als bedoeld in artikel 344 lid 1 onder 5 Sv, genaamd ‘Overzicht minimaal bedrag ingehouden loonheffing’ (DOC-516), pagina 1320.

_63999e77-0e03-42fb-944b-d1bba34f21a5
37

Een ander geschrift als bedoeld in artikel 344 lid 1 onder 5 Sv, genaamd ‘Loonaangifte 18-05-2015 tot en met 14-06-2015’ (DOC-043), pagina 705.

_69951273-4efc-4ca5-86ef-502bf0d522ac
38

Een ander geschrift als bedoeld in artikel 344 lid 1 onder 5 Sv, genaamd ‘Overzicht minimaal bedrag ingehouden loonheffing’ (DOC-516), pagina 1320.

_ed11cd30-0d21-4613-9954-b33a6f927439
39

Een ander geschrift als bedoeld in artikel 344 lid 1 onder 5 Sv, genaamd ‘Loonaangifte 05-10-2015 tot en met 01-11-2015’ (DOC-048), pagina 710.

_a0468ca2-32bc-4c43-913f-7da059b6a4cd
40

Een ander geschrift als bedoeld in artikel 344 lid 1 onder 5 Sv, genaamd ‘Overzicht minimaal bedrag ingehouden loonheffing’ (DOC-516), pagina 1320.

_d0b83982-d3d8-4947-8af7-3eba49dcd295
41

Een ander geschrift als bedoeld in artikel 344 lid 1 onder 5 Sv, genaamd ‘Loonaangifte 29-02-2016 tot en met 27-03-2016’ (DOC-053), pagina 715.

_53e43c4e-26e2-455c-b25d-915464b75da0
42

Een ander geschrift als bedoeld in artikel 344 lid 1 onder 5 Sv, genaamd ‘Overzicht minimaal bedrag ingehouden loonheffing’ (DOC-516), pagina 1320.

_a534c1f2-6b4d-4804-b996-0f2c789aa4df
43

Proces-verbaal van bevindingen met betrekking tot de wijze van indienen van de aangiften omzetbelasting en loonheffing (AMB-027), pagina 370.

_6a996599-2b4d-4e20-acf6-55ccdab1834b
44

Ambtsedige verklaring loonheffing (DOC-003), pagina 606 tot en met 613.

_0376ab65-a3c6-4a89-b42f-6b15315db2d3
45

Steeds een ander geschrift als bedoeld in artikel 344 lid 1 onder 5 Sv, te weten de hiervoor genoemde DOC-027, DOC-030, DOC-035, DOC-040, DOC-043, DOC-048 en DOC-053.

_261ac284-91f1-4a0f-bba0-b62bcbab185c
46

Proces-verbaal van verhoor medeverdachte [medeverdachte] op 8 november 2017 (V-002-05), pagina 429 tot en met 435.

_10bb439c-c6e0-474d-9d5a-0a102c2bb683
47

Verklaring van verdachte ter zitting van 29 juli 2019.

_74e2f910-9a1c-4f3d-af34-ff4c2eada80d
48

Proces-verbaal van verhoor medeverdachte [medeverdachte] op 8 november 2017 (V-002-05), pagina 433.

_9f59cd77-c536-4213-9371-ee51e706eddf
49

Steeds een ander geschrift als bedoeld in artikel 344 lid 1 onder 5 Sv, te weten de loonaangiften die zien op deze tijdvakken, pagina 687 (DOC-025) tot en met pagina 716 (DOC-054).

_9bc9dd2e-0592-4e51-b8ed-2e7ed68298ea
50

Een ander geschrift als bedoeld in artikel 344 lid 1 onder 5 Sv, genaamd ‘Loonheffing 1 januari 2014 tot en met 30 april 2016’ (DOC-505-a), pagina 1290 tot en met pagina 1293.

_8a042d6d-ba5a-4fe7-9786-8575f63876a5
51

Steeds een ander geschrift als bedoeld in artikel 344 lid 1 onder 5 Sv, te weten de loonaangiften die zien op deze tijdvakken, pagina 687 (DOC-025) tot en met pagina 716 (DOC-054).

_b5eb32cc-bc46-4a08-bfac-0b1afe39ea05
52

Nota van berekening (DOC-519), pagina 1338, en pagina 86 van het overzichtsproces-verbaal.

_fa5e9c75-609b-406c-9a38-5b62ac8a5258
53

Ambtsedige verklaring omzetbelasting (DOC-016), pagina 671.

_493338b8-59a7-49b7-a65a-eaeff7b46d7e
54

Een ander geschrift als bedoeld in artikel 344 lid 1 onder 5 Sv, genaamd ‘Omzetbelasting 1e kwartaal 2014 tot en met 4e kwartaal 2014: verkoopfacturen’ (DOC-505c), pagina 1298.

_432ce318-1754-448b-a993-af856e2bfc88
55

Ambtsedige verklaring omzetbelasting (DOC-016), pagina 672.

_8d618385-8538-4bf4-8469-1a2d1ca18e2b
56

Een ander geschrift als bedoeld in artikel 344 lid 1 onder 5 Sv, genaamd ‘Omzetbelasting 1e kwartaal 2014 tot en met 4e kwartaal 2014: verkoopfacturen’ (DOC-505c), pagina 1299.

_c52d4228-ed7f-4be4-81a1-66044c6c1faa
57

Ambtsedige verklaring omzetbelasting (DOC-016), pagina 673.

_8326e34c-0468-431d-93b6-a4d9dfc43359
58

Een ander geschrift als bedoeld in artikel 344 lid 1 onder 5 Sv, genaamd ‘Omzetbelasting 1e kwartaal 2014 tot en met 4e kwartaal 2014: verkoopfacturen’ (DOC-505c), pagina 1299.

_afd15fc6-a898-488e-afc9-22dbdbec95ce
59

Ambtsedige verklaring omzetbelasting (DOC-016), pagina 674 tot en met 676.

_cc268608-a896-47da-b589-93ed9c48cf88
60

Een ander geschrift als bedoeld in artikel 344 lid 1 onder 5 Sv, genaamd ‘Omzetbelasting 1e kwartaal 2014 tot en met 4e kwartaal 2014: verkoopfacturen’ (DOC-505c), pagina 1299.

_55c555fe-1c46-4f77-b944-85ade255c7f3
61

Proces-verbaal van bevindingen met betrekking tot de wijze van indienen van de aangiften omzetbelasting en loonheffing (AMB-027), pagina 370.

_99fa662d-c10b-4ec3-8847-03aa6f55f692
62

Ambtsedige verklaring omzetbelasting (DOC-016), pagina 667.

_902e1b9f-409a-431c-89b1-8c9cc357f6b4
63

Ambtsedige verklaring omzetbelasting (DOC-016), pagina 666 tot en met 676 (specifiek met betrekking tot het eerste kwartaal van 2014: pagina 671, met betrekking tot het tweede kwartaal: pagina 672, met betrekking tot het derde kwartaal: pagina 673 en met betrekking tot het vierde kwartaal: pagina 674 tot en met 676).

_aa720ed7-9360-4d09-886a-ee8fda2f450b
64

Proces-verbaal van verhoor verdachte op 7 november 2017 (V-004-04), pagina 518.

_26e1bfbb-b44e-4237-83dc-01a6095b6545
65

Proces-verbaal van verhoor medeverdachte [medeverdachte] op 8 november 2017 (V-002-05), pagina 433, en op 7 februari 2018 (V-002-07), pagina’s 447-448.

_54c82848-7b0c-420a-857c-c5b2b6d4b1cf
66

Nota van berekening (DOC-520), pagina 1342.