Uitspraak ECLI:NL:RBOVE:2019:2802

Deze uitspraak heeft betrekking op het rechtsgebied Strafrecht en is gepubliceerd door de Raad voor de Rechtspraak op 08-08-2019. De uitspraak is gedaan door Rechtbank Overijssel op 08-08-2019, deze uitspraak is bekend onder de European Case Law Identifier (ECLI) ECLI:NL:RBOVE:2019:2802, het zaaknummer waarop deze uitspraak betrekking heeft is 08.114097.18 en 08.240622.18


Bron: Rechtspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL
Team Strafrecht Meervoudige kamer
Zittingsplaats Almelo

Parketnummer: 08.114097.18 en 08.240622.18 (ttz gevoegd) (P)Datum vonnis: 8 augustus 2019
Vonnis op tegenspraak in de zaak van de officier van justitie tegen:

[verdachte]

geboren op [geboortedatum 1] 1983 in [geboorteplaats] ,wonende te [woonplaats] .

ECLI:NL:RBOVE:2019:2802:DOC
nl

RECHTBANK OVERIJSSEL
Team Strafrecht Meervoudige kamer
Zittingsplaats Almelo

Parketnummer: 08.114097.18 en 08.240622.18 (ttz gevoegd) (P)Datum vonnis: 8 augustus 2019
Vonnis op tegenspraak in de zaak van de officier van justitie tegen:

[verdachte]

geboren op [geboortedatum 1] 1983 in [geboorteplaats] ,wonende te [woonplaats] .
1

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 25 juli 2019.

De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie mr. S. Leusink-van Dijk en van hetgeen door verdachte en de raadsvrouw mr. E.M. Keulen, advocaat te Enschede, naar voren is gebracht.

2

De verdenking komt er, kort en zakelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

Parketnummer 08-114097-18

feit 1:

feit 2:

Parketnummer 08-240622-18

feit 1:

feit 2:

feit 3

feit 4

Voluit luidt de tenlastelegging aan verdachte, dat:

Feit 1 hij op (een) tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 16 januari 2017 t/m 27 maart 2017 te Enschede tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, (telkens) opzettelijk - in de uitoefening van een beroep en/of bedrijf - heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad (in een hal/loods achter de woning [adres 1] ) een hoeveelheid van (in totaal) ongeveer 780 hennepplanten, althans een groot aantal hennepplanten en/of delen daarvan, in elk geval (telkens) een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van die wet, terwijl dit gepleegde feit (mede) betrekking heeft op een grote hoeveelheid van een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van die wet, welke hoeveelheid meer bedraagt dan de bij algemene maatregel van bestuur bepaalde hoeveelheid van een middel (te weten 780 hennepplanten, althans meer dan 200 hennepplanten en/of delen daarvan);Feit 2 hij op (een) tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 16 januari 2017 t/m 27 maart 2017 te Enschede tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, (telkens) met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning aan de [adres 1] en/of een achter die woning gelegen hal/loods heeft weggenomen (een) hoeveelheid/-heden elektriciteit, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Enexis B.V., in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders, waarbij verdachte en/of zijn mededaders zich de toegang tot de plaats van het misdrijf hebben verschaft en/of die/dat weg te nemen elektriciteit onder zijn/haar/hun bereik hebben gebracht door middelvan braak en/of verbreking.
Parketnummer 08-240622-18

Feit 1

hij op of omstreeks 6 juni 2018 te Enschede [slachtoffer] heeft mishandeld door meermalen, althans eenmaal, in/tegen/op het gezicht en/of hoofd van die [slachtoffer] te stompen en/of te slaan;
Feit 2 hij op of omstreeks 6 juni 2018 te Enschede openlijk, te weten in de [straat] , in elk geval op of aan de openbare weg en/of op een voor het publiek toegankelijke plaats, in vereniging geweld heeft gepleegd tegen een of meerdere goederen, te weten tegen de ruiten van de woning, gelegen aan de [adres 2] , en/of tegen de personenauto, gekentekend [kenteken] , door met diverse voorwerpen de ruiten van voornoemde woning in te gooien en/of met een (honkbal)knuppel tegen de voornoemde ruiten te slaan en/of door (meermalen) te trappen (met de voet) tegen de voornoemde personenauto, terwijl hij, verdachte deze goederen opzettelijk heeft vernield;
hij op of omstreeks 6 juni 2018 te Enschede tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen opzettelijk en wederrechtelijk ruiten van de woning, gelegen aan de [adres 2] , en/of tegen de personenauto, gekentekend [kenteken] , in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), te weten aan [slachtoffer] toebehoorde, heeft vernield, beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt;

Feit 3 hij op of omstreeks 28 juni 2018 te Enschede [slachtoffer] heeft mishandeld door meerdere malen, althans eenmaal, met een knuppel/keu tegen de arm/hand van die [slachtoffer] en/of tegen diens lichaam te slaan;
Feit 4 hij op of omstreeks 31 augustus 2018 te Enschede [slachtoffer] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door (opzettelijk) met een personenauto (met hoge snelheid, althans meer dan geringe snelheid) op die [slachtoffer] in te rijden/ af te rijden.
3

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

overwegingen

4

4.1
Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden het ten laste gelegde onder parketnummer 08-114097- 18 onder 1 en 2 en het ten laste gelegde onder parketnummer 08-240622-18, onder 1, 2 primair, 3 en 4.
4.2
Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft zich op het standpunt gesteld dat het ten laste gelegde feit onder parketnummer 08-114097-18 onder 1 en parketnummer 08.240622.18 onder 1, 2 primair, 3 en 4 bewezen kunnen worden. De raadsvrouw verzoekt ten aanzien van parketnummer 08.240622.18 onder 2 primair verdachte partieel vrij te spreken voor de openlijke geweldpleging ten aanzien van de auto nu verdachte daarbij niet aanwezig was en geen geweldshandelingen heeft verricht. Ten aanzien van parketnummer 08-114097- 18 onder feit 2 dient een vrijspraak te volgen omdat er geen sprake is van overtuigend bewijs, verdachte ontkend dit feit en de verklaring van getuige [getuige] is slechts van horen zeggen.

4.3
Het oordeel van de rechtbank


Parketnummer 08-114097-18

Feit 1:

De rechtbank komt tot bewezenverklaring van het ten laste gelegde feit op grond van de volgende bewijsmiddelen, waarbij de rechtbank - nu verdachte dit feit heeft bekend en door of namens verdachte geen vrijspraak is bepleit - conform artikel 359, derde lid, laatste volzin van het Wetboek van Strafvordering (Sv), zal volstaan met een opsomming van de bewijsmiddelen.

Feit 2:

Uit de aangifte van Enexis blijkt dat er een illegale elektriciteitskabel is aangelegd buiten de elektriciteitsmeter om aan de [adres 1] te Enschede. Om deze aftakking te kunnen realiseren is het noodzakelijk geweest dat de verzegelde deksel van de hoofdaansluitkast is verwijderd, vervangen en/ of gemanipuleerd. Verdachte had in de ten laste gelegde periode voor het betreffende perceel aan de [adres 1] te Enschede een contract bij Enexis. Verdachte heeft bekend samen met anderen betrokken te zijn geweest bij de hennepkwekerij. Getuige [getuige] heeft verklaard dat de huurder van het woonhuis aan de [adres 1] te Enschede gezegd heeft dat verdachte bij hen in de woning de energie heeft aangesloten omdat hij kennelijk krachtstroom nodig hadHet is een feit van algemene bekendheid dat er bij hennepkwekerijen veelal illegaal stroom wordt afgetapt. Als verdachte niet feitelijk op de hoogte was van de diefstal van stroom, dan heeft hij ten minste de aanmerkelijke kans aanvaard dat er sprake was van diefstal van stroom en heeft hij deze kans op de koop toe genomen.

Parketnummer 08-240622-18

De rechtbank komt tot bewezenverklaring van de ten laste gelegde feiten onder 1, 2 primair, 3 en 4 op grond van de volgende bewijsmiddelen, waarbij de rechtbank - nu verdachte deze feiten heeft bekend en door of namens verdachte geen vrijspraak is bepleit - conform artikel 359, derde lid, laatste volzin Sv, zal volstaan met een opsomming van de bewijsmiddelen.

Feit 1

Feit 2

Feit 3

Feit 4:

-

het proces-verbaal van aantreffen van een hennepkwekerij van 27 maart 2017;

het proces-verbaal van het onderzoek ter terechtzitting van 25 juli 2019, inhoudende de verklaring van verdachte.

-

het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer] van 26 juni 2018;

het proces-verbaal van het onderzoek ter terechtzitting van 25 juli 2019, inhoudende de verklaring van verdachte.

-

het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer] van 6 juni 2018;

het proces-verbaal van het onderzoek ter terechtzitting van 25 juli 2019, inhoudende de verklaring van verdachte.

-

het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer] van 5 juli 2018;

het proces-verbaal van het onderzoek ter terechtzitting van 25 juli 2019, inhoudende de verklaring van verdachte.

-

het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer] van 20 september 2018;

het proces-verbaal van het onderzoek ter terechtzitting van 25 juli 2019, inhoudende de verklaring van verdachte.

4.4
De bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de in de bijlage genoemde bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen dat:

Parketnummer 08-114097-18

Feit 1 hij in de periode van 16 januari 2017 t/m 27 maart 2017 te Enschede tezamen en in vereniging met een of meer anderen opzettelijk - in de uitoefening van een beroep en/of bedrijf - heeft geteeld en bereid en bewerkt en verwerkt, (in een hal/loods achter de woning [adres 1] ) een hoeveelheid van (in totaal) ongeveer 780 hennepplanten, zijnde hennep, een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, terwijl dit gepleegde feit (mede) betrekking heeft op een grote hoeveelheid van een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, welke hoeveelheid meer bedraagt dan de bij algemene maatregel van bestuur bepaalde hoeveelheid van een middel (te weten ongeveer 780 hennepplanten);Feit 2 hij in de periode van 16 januari 2017 t/m 27 maart 2017 te Enschede tezamen en in vereniging met een of meer anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning aan de [adres 1] en een achter die woning gelegen hal/loods heeft weggenomen een hoeveelheid elektriciteit, toebehorende aan Enexis B.V., waarbij verdachte en/of zijn mededaders zich de toegang tot de plaats van het misdrijf hebben verschaft en die weg te nemen elektriciteit onder zijn/hun bereik hebben gebracht door middel van braak;
Parketnummer 08-240622-18

Feit 1

hij op 6 juni 2018 te Enschede [slachtoffer] heeft mishandeld door meermalen tegen het hoofd van die [slachtoffer] te slaan;

Feit 2 hij op 6 juni 2018 te Enschede openlijk, te weten in de [straat] , in vereniging geweld heeft gepleegd tegen goederen, te weten tegen de ruiten van de woning, gelegen aan de [adres 2] , en tegen de personenauto, met het kenteken [kenteken] , door met diverse voorwerpen de ruiten van voornoemde woning in te gooien en met een (honkbal)knuppel tegen de voornoemde ruiten te slaan en door (meermalen) te trappen (met de voet) tegen de voornoemde personenauto, terwijl hij, verdachte, deze goederen opzettelijk heeft vernield;
Feit 3 hij op 28 juni 2018 te Enschede [slachtoffer] heeft mishandeld door met een knuppel/keu tegen de hand van die [slachtoffer] te slaan;
Feit 4 hij op 31 augustus 2018 te Enschede [slachtoffer] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, door (opzettelijk) met een personenauto op die [slachtoffer] in te rijden/ af te rijden.
Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

De rechtbank acht niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.

5

Het bewezenverklaarde is strafbaar gesteld in de artikelen 47, 141, 285, 300 en 311 van het Wetboek van Strafrecht (Sr) en de artikelen 3 en 11 van de Opiumwet. Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Het bewezenverklaarde levert op:

Parketnummer 08-114097-18

feit 1

het misdrijf:
medeplegen van in uitoefening van een beroep of bedrijf opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder B van de Opiumwet gegeven verbod, terwijl het feit betrekking heeft op een grote hoeveelheid;

feit 2

het misdrijf:
diefstal door twee of meer verenigde personen waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak;

Parketnummer 08-114097-18

feit 1

het misdrijf:
mishandeling;

feit 2 primair

het misdrijf:
openlijk in vereniging geweld plegen tegen goederen;

feit 3

het misdrijf:
mishandeling;

feit 4

het misdrijf:
bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht.

6

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor de bewezenverklaarde feiten.

7

7.1
De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat aan verdachte een voorwaardelijke gevangenisstraf wordt opgelegd voor de duur van zes maanden met een proeftijd van drie jaar. Als bijzondere voorwaarden dienen de voorwaarden te gelden zoals die door de reclassering zijn geadviseerd. Tevens dient aan verdachte een taakstraf voor de duur van 180 uren te worden opgelegd.

7.2
Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft zich op het standpunt gesteld dat een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van zes maanden met de bijzondere voorwaarden uit het reclasseringsrapport en een taakstraf van 150 uren passend zijn, in geval de rechtbank het tenlastegelegde bewezen verklaart.

7.3
De gronden voor een straf of maatregel

Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon van verdachte zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen. De rechtbank acht daarbij het volgende van belang.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan onder meer mishandeling en bedreiging richting zijn ex-partner waardoor zij pijn heeft geleden en angstig is geweest. De rechtbank acht het extra kwalijk dat verdachte zijn woede niet heeft kunnen beteugelen en deze strafbare feiten in het bijzijn van de kinderen heeft gepleegd. Zo was de oudste zoon aanwezig op het moment dat verdachte op het slachtoffer (de moeder) inreed en waren de kinderen in de woning toen de ruiten ’s avonds laat werden ingeslagen. Juist in de nabijheid van een ouder of in de eigen woning zou een kind zich veilig moeten kunnen voelen.

Daarnaast heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan het telen van hennep. De verspreiding van en handel in drugs en als afgeleide het gebruik ervan, betekenen een ernstige bedreiging van de volksgezondheid, brengen onrust voor de samenleving met zich en leiden veelal, direct en indirect, tot diverse vormen van criminaliteit. Verdachte heeft zich daar geen rekenschap van gegeven en heeft deze gevaren juist in stand gehouden.

Bij haar beslissing heeft de rechtbank in het nadeel van verdachte rekening gehouden met het uittreksel justitiële documentatie van verdachte van 19 juni 2019. Hieruit blijkt dat verdachte eerder voor geweldsdelicten is veroordeeld.

De rechtbank houdt rekening met de persoonlijke omstandigheden van verdachte in de ten laste gelegde periode. Uit het reclasseringsrapport van Tactus van 30 januari 2019 blijkt onder meer dat verdachte een verstandelijke beperking heeft en dat hij geen zelfinzicht heeft, waardoor hij veelal vanuit emoties, driften en impulsen reageert. Betrokkene is niet in staat een situatie te overzien en de consequenties van zijn handelen in te schatten. Daarnaast blijkt uit het rapport dat de ernst van huiselijk geweld in het gezinssysteem door beide ex-partners in het afgelopen jaar is verergerd. Het recidiverisico wordt als hoog ingeschat als er geen begeleiding komt en er geen behandeling plaatsvindt. De reclassering adviseert een deels voorwaardelijke straf op te leggen met bijzondere voorwaarden (waaronder ambulante behandeling en begeleiding).

Ter terechtzitting is gebleken dat hulpverlening vanuit jeugdzorg bij het voormalige gezin betrokken is en dat het contact tussen het slachtoffer en verdachte via de hulpverlening loopt. De rechtbank acht het, net als de reclassering, van belang dat de begeleiding voortduurt en dat verdachte behandeling ondergaat voor zijn agressieproblematiek. Verder houdt de rechtbank rekening met het feit dat verdachte geen nieuwe strafbare feiten heeft gepleegd sinds de feiten waarvoor hij thans wordt veroordeeld.

Gelet op het voorgaande acht de rechtbank de eis van de officier van justitie passend en geboden.

8

8.1
De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer]

- auto € 50,00;- televisie € 320,83;- rolgordijn € 19,99.Wegens immateriële schade wordt een bedrag van € 1.175,00 gevorderd.
heeft zich als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert verdachte te veroordelen om schadevergoeding te betalen tot een totaalbedrag van € 2.397,70, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd. De gevorderde materiële schade bestaat uit de volgende posten:

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering in zijn geheel kan worden toegewezen.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft zich op het standpunt gesteld dat de materiële kosten van de vordering van [slachtoffer] afgewezen dan wel niet-ontvankelijk dienen te worden verklaard omdat de schade aan de televisie en het rolgordijn onvoldoende onderbouwd is. Bovendien bestaat er geen rechtstreeks verband tussen de kapotte auto en het handelen van verdachte. De immateriële schade dient gematigd te worden tot € 600,-- gelet op de eigen bijdrage van het slachtoffer aan de feiten. Tot slot heeft de raadsvrouw verzocht de vordering hoofdelijk toe te wijzen.
Het oordeel van de rechtbank

De onder de posten ‘televisie’ en ‘rolgordijn’ opgevoerde schade is onvoldoende komen vast te staan, omdat de gestelde schade niet is onderbouwd, terwijl namens de verdachte de schade gemotiveerd is betwist. Het in de gelegenheid stellen van de benadeelde partij om deze schadeposten alsnog nader te onderbouwen leidt tot een onevenredige belasting van de strafrechtelijke procedure, zodat de rechtbank de benadeelde partij die gelegenheid niet zal bieden. De benadeelde partij zal voor dat deel niet-ontvankelijk worden verklaard. De benadeelde partij kan de vordering in zoverre slechts aanbrengen bij de burgerlijke rechter. Ten aanzien van de gevorderde kosten van € 50,-- omtrent de auto overweegt de rechtbank dat deze schadepost voldoende is komen vast te staan zodat de rechtbank tot toewijzing daarvan zal overgaan.

Ten aanzien van de immateriële schade ziet de rechtbank aanleiding gebruik te maken van haar bevoegdheid om de omvang hiervan te schatten. De rechtbank is van oordeel dat de omvang van de schade naar redelijkheid en billijkheid vastgesteld kan worden op € 750,--. De vordering van de benadeelde partij zal voor het overige worden afgewezen. De rechtbank heeft hierbij rekening gehouden met de omstandigheid dat het nare feiten betreft die in het bijzijn van de kinderen zijn gepleegd.

8.2
De vordering van de benadeelde partij Enexis Netbeheer B.V.

Enexis Netbeheer B.V. heeft zich als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert verdachte te veroordelen om schadevergoeding te betalen tot een totaalbedrag van € 3.235,94, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd. De totale schade bedraagt € 4.935,94, waarvan € 1.700,-- reeds door verdachte is vergoed. De gevorderde materiële schade bestaat uit de volgende posten:

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering kan worden toegewezen tot een bedrag van € 2.735,94, gelet op de betalingsregeling die door verdachte wordt nagekomen.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft verzocht de vordering af te wijzen dan wel niet-ontvankelijk te verklaren, nu verdachte de betalingsregeling nakomt.

Het oordeel van de rechtbank

Tijdens het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat er tussen de benadeelde partij en verdachte een betalingsregeling is getroffen, die tot op heden goed wordt nagekomen. Dit maakt dat dat de benadeelde partij Enexis Netbeheer B.V. niet-ontvankelijk moet worden verklaard in haar vordering.

-

Administratiekosten € 371,21;

Verbruik Elektriciteit € 39,96;

3 Fase kWh-meter € 3.700,87;

Uurtarief inspecteur (dag) € 150,00;

Uurtarief inspecteur (avond) € 336,00;

Kosten Netmetingen € 337,90.

8.3
De schadevergoedingsmaatregel

De benadeelde partij [slachtoffer] heeft verzocht en de officier van justitie heeft gevorderd de schadevergoedingsmaatregel op te leggen.

De rechtbank zal de maatregel als bedoeld in artikel 36f Sr opleggen, aangezien verdachte jegens de benadeelde partij [slachtoffer] naar burgerlijk recht (mede) aansprakelijk is voor de schade die door de feiten is toegebracht. De rechtbank ziet geen aanleiding om de vervangende hechtenis slechts op één dag vast te stellen, zoals door de raadsvrouw is verzocht.

9

De hierna te nemen beslissing berust op de hiervoor genoemde wetsartikelen. Daarnaast berust deze beslissing op de artikelen 14a, 14b, 14c, 14d, 22c, 22d, 57 Sr.

beslissing

10

- verklaart bewezen dat verdachte de tenlastegelegde feiten onderparketnummer 08-114097- 18 onder 1 en 2 en de ten laste gelegde feiten onder parketnummer 08-240622-18, onder 1, 2 primair, 3 en 4 heeft begaan, zoals hierboven omschreven;- verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij;
- verklaart het bewezenverklaarde strafbaar;- verklaart dat het bewezenverklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:
- verklaart verdachte strafbaar voor het onder parketnummer 08-114097-18 feit 1 en 2 en het onder parketnummer 08-240622-18 feit 1, 2 primair, 3 en 4 bewezenverklaarde;
- veroordeelt verdachte tot een voor de duur van ; - bepaalt dat deze gevangenisstraf , tenzij de rechter later anders mocht gelasten. De rechter kan de tenuitvoerlegging gelasten indien verdachte voor het einde van de de navolgende voorwaarde(n) niet is nagekomen:- stelt als dat verdachte:- zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;- stelt als dat verdachte:- zich gedurende de proeftijd meldt bij Tactus Reclassering Nederland, Raiffeisenstraat 75, 7514 AM in Enschede op de door de reclassering te bepalen tijdstippen, zo frequent en zo lang deze instelling dat nodig acht;- zich ambulant laat behandelen bij een GGZ-instelling; Transfore, Trajectum of een soortgelijke zorgverlener, ter beoordeling van de reclassering, ten behoeve van zijn agressiebeheersing, indien en zo lang als de reclassering dit noodzakelijk acht. Verdachte houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de behandeling. Het innemen van medicijnen kan onderdeel zijn van de behandeling;- op geen enkele wijze contact opneemt en/of onderhoudt met [slachtoffer] , geboren op [geboortedatum 2] 1983, zo lang de reclassering dit nodig acht;- zich niet ophoudt in de [adres 2] , zo lang de reclassering dit nodig acht. De politie ziet toe op handhaving van dit locatieverbod;- het begeleidingstraject van de Gemeente Enschede volgt, onder leiding van wijkcoach mevrouw M. Beusink en/of een collega;- draagt de reclassering op om toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden;daarbij gelden als voorwaarden van rechtswege dat verdachte:- ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;- medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14d, tweede lid, Sr, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;
- veroordeelt verdachte tot een , bestaande uit het verrichten van onbetaalde arbeid voor de duur van ;- beveelt, voor het geval dat verdachte de taakstraf niet naar behoren verricht, dat zal worden toegepast voor de duur van ;
- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer] (parketnummer 08-240622-18, feiten 1, 2 primair, 3 en 4): van een bedrag van € 800,-- (te weten € 50,-- aan materiële schade en € 750,-- aan immateriële schade) te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 6 juni 2018, voor zover dit bedrag niet door een mededader zal zijn voldaan;- veroordeelt verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering;- legt de op dat verdachte verplicht is ter zake van de onder parketnummer 08-240622-18 bewezenverklaarde feiten 1, 2 primair, 3 en 4 en tot te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 6 juni 2018 ten behoeve van de benadeelde, met bevel, voor het geval dat volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, dat vervangende hechtenis voor de duur van 16 dagen zal worden toegepast, (een en ander voor zover dit bedrag niet door een mededader zal zijn voldaan). Tenuitvoerlegging van de vervangende hechtenis laat de betalingsverplichting onverlet;- bepaalt dat de benadeelde partij: Enexis Netbeheer B.V. (parketnummer 08-114097-18 feit 2) in het geheel niet-ontvankelijk is in de vordering, en dat de benadeelde partij de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.
- het schriftelijk bescheid aangaande de aangifte van Enexis Netbeheer B.V. van 11 april 2017 met bijlagen, voor zover inhoudende (pag. 153 en 154);
De rechtbank:

bewezenverklaring

strafbaarheid feit

Parketnummer 08-114097-18

feit 1

het misdrijf:
medeplegen van in uitoefening van een beroep of bedrijf opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder B van de Opiumwet gegeven verbod, terwijl het feit betrekking heeft op een grote hoeveelheid;

feit 2

het misdrijf:
diefstal door twee of meer verenigde personen waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak;

Parketnummer 08-240622-18

feit 1

het misdrijf:
mishandeling;

feit 2 primair

het misdrijf:
openlijk in vereniging geweld plegen tegen goederen;

feit 3

het misdrijf:
mishandeling;

feit 4

het misdrijf:
bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht.

strafbaarheid verdachte

straf

schadevergoeding

[slachtoffer]

Dit vonnis is gewezen door mr. M.A.M. Essed, voorzitter, mr. M.A.H. Heijink en mr. E.J.M. Bos, rechters, in tegenwoordigheid van mr. E. Koning, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 8 augustus 2019.

Mr. M.A.H. Heijink en mr. E.J.M. Bos zijn niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage bewijsmiddelen

Leeswijzer

Deze bijlage maakt deel uit van het vonnis en bevat de bewijsmiddelen.
Parketnummer 08-114097-18

Feit 2:

Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit pagina’s uit het dossier van de regiopolitie Oost-Nederland met nummer PL0600-2017008496. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.

-

bepaalt dat de benadeelde partij: [slachtoffer] voor een deel van € 340,82 niet-ontvankelijk is in de vordering, en dat de benadeelde partij de vordering voor dat deel slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;

wijst de vordering voor het overige deel van € 425,-- af;

-

Het proces-verbaal van verhoor van verdachte van 4 april 2017, zakelijk weergegeven, voor zover inhoudende (pag. 130 en 131):

het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige] van 3 april 2017 (met bijlagen, waaronder een huurovereenkomst kantoorruimte van 7 december 2016), voor zover inhoudende (pag. 78):