Uitspraak ECLI:NL:RBOVE:2019:2276

Deze uitspraak heeft betrekking op het rechtsgebied Strafrecht en is gepubliceerd door de Raad voor de Rechtspraak op 08-07-2019. De uitspraak is gedaan door Rechtbank Overijssel op 08-07-2019, deze uitspraak is bekend onder de European Case Law Identifier (ECLI) ECLI:NL:RBOVE:2019:2276, het zaaknummer waarop deze uitspraak betrekking heeft is 08-760177-18 (P)


Bron: Rechtspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL
Team Strafrecht Meervoudige kamer
Zittingsplaats Zwolle

Parketnummer: 08-760177-18 (P)Datum vonnis: 8 juli 2019
Vonnis op tegenspraak in de zaak van de officier van justitie tegen:

[verdachte]

geboren op [geboortedatum] 1999 in [geboorteplaats] , wonende te [adres 1]

ECLI:NL:RBOVE:2019:2276:DOC
nl

RECHTBANK OVERIJSSEL
Team Strafrecht Meervoudige kamer
Zittingsplaats Zwolle

Parketnummer: 08-760177-18 (P)Datum vonnis: 8 juli 2019
Vonnis op tegenspraak in de zaak van de officier van justitie tegen:

[verdachte]

geboren op [geboortedatum] 1999 in [geboorteplaats] , wonende te [adres 1]
1

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzittingen van 19 februari 2019 en 24 juni 2019.

De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie mr. G. Steeghs en van hetgeen door verdachte en de raadsman mr. G.A.J. Purperhart, advocaat te Rotterdam, naar voren is gebracht.

2

- zich met de auto naar [casino] heeft/hebben begeven en/of - in/uit voornoemde auto is/zijn gestapt en/of naar de ingang van [casino] is/zijn gelopen en/of - rond sluitingstijd bij [casino] heeft/hebben staan wachten met een bivakmuts op zijn/hun hoofd en/of met een capuchon op/over zijn/hun hoofd en/of met een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp bij de hand en/of een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, bij zich heeft/hebben gedragen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
- zich met de auto naar [casino] heeft/ hebben begeven en/of- in/uit voornoemde auto is/zijn gestapt en/of naar de ingang van [casino] is/zijn gelopen en/of- rond sluitingstijd bij [casino] heeft/hebben staan wachten met een bivakmuts op zijn/hun hoofd en/of met een capuchon op zijn/hun hoofd en/of met een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp bij de hand en/of een vuurwapen, althans een op en vuurwapen gelijkend voorwerp, bij zich heeft/hebben gedragen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
- een bivakmuts, althans een voor vermomming geschikt voorwerp,- een paar handschoen(en),- twee bigshoppers,- een autosleutel en/of- een (alarm)pistool, althans een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, kennelijk bestemd tot het begaan van dat misdrijf, heeft/hebben verworven, vervaardigd, ingevoerd, doorgevoerd, uitgevoerd en/of voorhanden heeft/hebben gehad.
De verdenking komt er -na wijziging van de tenlastelegging op de zitting van 24 juni 2019-, kort en zakelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

op 6 november 2018 te Giethoorn met anderen heeft geprobeerd een gewapende overval te plegen op [casino] . Als dit feit niet bewezen kan worden, wordt verdachte verweten dat hij met die anderen voorbereidingen heeft getroffen om een gewapende overval op [casino] te plegen.

Voluit luidt de tenlastelegging aan verdachte, dat:

primair

hij op of omstreeks 6 november 2018 te Giethoorn, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf omgoederen en/of geld van zijn of hun gading in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde, te weten aan [casino] weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en deze poging diefstal te doen voorafgaan, te doen vergezellen en/of te doen volgen van geweld en/of bedreiging met geweld tegen zich in het pand van [casino] bevindende personen en/of goederen, te plegen met het oogmerk om die voorgenomen diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf en/ofandere deelnemer(s) aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,
en/of

hij op of omstreeks 6 november 2018 te Giethoorn, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld medewerkers van [casino] te dwingen tot de afgifte van goederen en/of geld van zijn/hun gading, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan die [casino] of aan een derde, te weten aan [naam 1] toebehoorde

subsidiair

hij op of omstreeks 6 november 2018 te Giethoorn, tezamen en in vereniging met een of meer anderen ter voorbereiding van het misdrijf waarop naar de wettelijke omschrijvingeen gevangenis van acht jaren of meer is gesteld, te weten diefstal met geweld en/of bedreiging met geweld in vereniging (artikel 312 Wetboek van Strafrecht) en/of afpersing in vereniging (artikel 317 Wetboek van Strafrecht), opzettelijk
Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

3

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

4. De bewijsoverwegingen
_a7872f73-58cc-4671-94f8-ebddc2490ae0

4.1
Inleiding

Op dinsdag 6 november, omstreeks 23:28 uur reden verbalisanten [verbalisant] en [verbalisant] in hun dienstvoertuig op [adres 2] in Giethoorn ter hoogte van nummer [huisnummer] . Op dit adres is het [casino] gelegen. Hier zagen zij op het terrein drie in het donker geklede manspersonen staan, die zich verdacht gedroegen. Toen verbalisanten met hun voertuig de parkeerplaats naast het genoemde pand op draaiden zagen zij dat de personen zenuwachtig heen en weer begonnen te lopen. Nadat één van de verbalisanten had geroepen: “Politie, blijf staan”, zijn alle drie de personen er van doorgegaan. Na een achtervolging, waarbij ook een politiehelikopter is ingezet, zijn de drie personen aangehouden. Dit bleken verdachte, [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] te zijn. Op de vluchtroute, die door de politie is nagelopen, zijn twee big shoppers, een bivakmuts en vier tiewraps gevonden. Verder is in de buurt van een aanhanger op het terrein van [casino] een alarmpistool aangetroffen.
Verdachte heeft ter zitting verklaard dat hij en de twee anderen bij het [casino] aanwezig warenomdat ze wilden bekijken of ze daar mogelijk (op een ander moment) een inbraak zouden gaan plegen. Doordat ze licht in het [casino] zagen branden, hebben ze echter, al voordat de politie ter plaatse kwam, besloten het terrein weer te verlaten.

4.2
Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat het primair ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen wordt verklaard. Hij heeft daartoe -zakelijk weergegeven- het volgende aangevoerd.De gedragingen van verdachte en zijn medeverdachten moeten naar hun uiterlijke verschijningsvorm worden aangemerkt als te zijn gericht op de voltooiing van het voorgenomen misdrijf, te weten het plegen van een gewapende overval op [casino] . Op grond van de stukken, waaronder de camerabeelden, is vast komen te dat verdachte en de medeverdachten alleen vanwege het feit dat de politie ter plaatse is gekomen, zijn gestopt met de verdere uitvoering van het delict. Dat een andere omstandigheid hiertoe de aanleiding is geweest is niet nader geconcretiseerd en is niet aannemelijk geworden.
4.3
Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte van het primair en subsidiair ten laste gelegde moet worden vrijgesproken. De raadsman heeft daartoe -zakelijk weergegeven - het volgende aangevoerd.Er is geen sprake geweest van een begin van uitvoering omdat verdachte en de medeverdachten geen gedragingen hebben verricht die kunnen worden beschouwd als te zijn gericht op voltooiing van een misdrijf. Daarbij is op de beelden niet te zien dat er een vuurwapen is gehanteerd of dat er bivakmutsen werden gedragen. Verder heeft verdachte ook geen opzet gehad op het strafbare feit. Hij heeft niet geweten van de daadwerkelijke plannen van zijn medeverdachten en hij heeft ook geen wapen gezien. Nu hij ook geen wezenlijke bijdrage aan het delict heeft geleverd, kan hij niet als medepleger worden aangemerkt.Evenmin kan het subsidiair ten laste gelegde bewezen worden nu het enkel voorhanden hebben van de in de tenlastelegging bedoelde goederen niet voldoende is om tot voorbereiding te komen. Daarbij kan een deel van de goederen niet aan verdachte en zijn medeverdachten worden gelinkt. Ook hier geldt dat het vereiste opzet ontbreekt.
4.4
Het oordeel van de rechtbank

De vraag die voorligt is of verdachte en zijn medeverdachten hebben geprobeerd op 6 november 2018 omstreeks 23.28 uur een gewapende overval te plegen op de [casino]. Daarvoor moet, naast de vereiste opzet op het delict, worden vastgesteld dat er sprake is geweest van een begin van uitvoering. Daarvan is sprake, zoals hiervoor ook genoemd, op het moment dat de dader een bepaalde gedraging heeft verricht, die naar de uiterlijke verschijningsvorm is gericht op de voltooiing van het delict. Voor de beantwoording van de vraag gaat de rechtbank op grond van de in de voetnoten genoemde bewijsmiddelen uit van de volgende feiten en omstandigheden.
Verdachte en zijn medeverdachten, [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] , zijn op 6 november 2019 vanuit Rotterdam (Capelle aan den IJssel) naar het terrein van [casino] gereden. Op de camerabeelden is te zien dat om 23.24 uur, rond sluitingstijd, een rode auto het terrein oprijdt, even stopt terwijl de lichten worden gedoofd. Enkele minuten daarna worden drie personen lopend op het terrein gezien. Twee van hen staan vervolgens te wachten bij een hok, terwijl de derde persoon naar de ingang van het casino loopt. Te zien is, behalve dat de verdachten donker gekleed zijn, dat de man bij de ingang een sjaal of iets dergelijks om heeft en dat de andere twee capuchons op hebben. Verder dragen alle drie zwarte handschoenen, terwijl het op dat moment 15 graden is. Op grond van de beelden en de fullbody-foto’s die later van de verdachten zijn gemaakt, wordt vastgesteld dat verdachte en [medeverdachte 1] degene zijn geweest die bij het hok hebben gewacht, en dat [medeverdachte 2] naar de ingang van het casino is gelopen. Op het moment dat [medeverdachte 2] in de buurt van de ingang is, komt de politieauto met daarin verbalisanten [verbalisant] en [verbalisant] het terrein op rijden. Wanneer de drie verdachten de politieauto in de gaten krijgen, reageren alle drie de mannen daarop. Verdachte en [medeverdachte 1] proberen zich te verstoppen achter het hokje. [medeverdachte 2] loopt eerst wat heen en weer, loopt dan naar een aanhangwagen, bukt daar, maakt een strekkende beweging met zijn arm, staat vervolgens op en rent er vandoor. Ook verdachte en [medeverdachte 1] zetten het op een lopen, waarbij op de beelden duidelijk is te zien dat beiden een zelfde voorwerp in hun hand hebben. Eén van de verbalisanten herkent het voorwerp bij één van hen als een big shopper tas. Nadat de verdachten zijn aangehouden, zijn, zoals eerder genoemd, op de vluchtroute meerdere goederen aangetroffen, te weten twee big shopper tassen, vier tiewraps en een bivakmuts. Verder is bij de genoemde aanhangwagen een alarmpistool aangetroffen.

Medeverdachte [medeverdachte 2] heeft bij de politie geen aannemelijke verklaring gegeven voor het feit dat hij is gebukt en een strekkende armbeweging heeft gemaakt op de plek waar later een alarmpistool is gevonden. Naar het oordeel van de rechtbank heeft [medeverdachte 2] daarmee aangaande een voor hem bezwarende, en voor het bewijs redengevende omstandigheid, geen redelijke verklaring gegeven welke die redengevendheid heeft ontzenuwd. De rechtbank acht, gelet op deze constatering in combinatie met de beelden, bewezen dat [medeverdachte 2] het alarmpistool bij zich heeft gehad en bij de aanhangwagen heeft neergelegd. Wat betreft de twee bigshoppers die op de vluchtroute zijn gevonden, stelt de rechtbank vast dat zowel [medeverdachte 1] als verdachte deze aldaar hebben achtergelaten. Op de beelden is immers te zien, als ook door de verbalisant waargenomen, dat beiden een (opgevouwen) big shopper in hun hand hebben op het moment dat zij aan hun vlucht zijn begonnen. Mede gezien deze constatering staat voor de rechtbank vast dat de voorwerpen die op diezelfde vluchtroute zijn gevonden, te weten de bivakmuts en de tiewraps, door (één van) de verdachten op die route zijn achtergelaten.
Gelet op bovengenoemde vaststellingen moeten de gedragingen van verdachte en zijn medeverdachten naar hun uiterlijke verschijningsvorm worden aangemerkt als te zijn gericht op voltooiing van het misdrijf, te weten het plegen van een gewapende overval. Anders dan verdachte heeft verklaard, is er geen sprake geweest van een verkennende situatie. De verdachte en zijn medeverdachten waren voorbereid en volledig toegerust om de overval op dat moment uit te voeren. Ook gezien het gegeven dat zij uit Rotterdam naar Giethoorn zijn gekomen en rond sluitingstijd bij het [casino] aanwezig waren, bevestigt deze conclusie des te meer. Het feit dat een alarmpistool en tiewraps zijn meegenomen, is niet anders uit te leggen dan dat het de bedoeling was om daarmee personen respectievelijk te bedreigen en (indien nodig) vast te maken. Gelet op de hiervoor geschetste uiterlijke verschijningsvorm, hadden de verdachten een gezamenlijke uitvoering voor ogen waarbij ieder zijn eigen rol zou vervullen. Dat verdachte niet op de hoogte zou zijn geweest van de aanwezigheid van een wapen, is in het licht daarvan volstrekt onaannemelijk. Daarbij is, met name ook op grond van de beelden, vast komen te staan dat enkel het feit dat de verdachten zijn overlopen door de politie, met de uitvoering van het delict is gestopt. De rechtbank is gezien het voorgaande aldus van oordeel dat het primair ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen is.
4.5
De bewezenverklaring

- zich met de auto naar [casino] hebben begeven en - in/uit voornoemde auto zijn gestapt en naar de ingang van [casino] is/zijn gelopen- en rond sluitingstijd bij [casino] hebben staan wachten en/of met een capuchon op/over zijn/hun hoofd en een wapen bij zich heeft/hebben gedragen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
- zich met de auto naar [casino] hebben begeven en- in/uit voornoemde auto zijn gestapt en naar de ingang van [casino] is/zijn gelopen en- rond sluitingstijd bij [casino] hebben staan wachten en/of met een capuchon op zijn/hun hoofd en een wapen bij zich heeft/hebben gedragen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.
De rechtbank acht op grond van de in de voetnoten genoemde bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen dat:

primair

hij op 6 november 2018 te Giethoorn, tezamen en in vereniging met anderen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om goederen en/of geld van hun gading in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander dan aan verdachte en zijn mededaders toebehoorde, te weten aan [casino] weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en deze poging diefstal te doen voorafgaan en te doen vergezellen van bedreiging met geweld tegen zich in het pand van [casino] bevindende personen, te plegen met het oogmerk om die voorgenomen diefstal gemakkelijk te maken,

en/of

hij op 6 november 2018 te Giethoorn, tezamen en in vereniging met anderen, ter uitvoering van het door verdachte en zijn mededaders voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door bedreiging met geweld medewerkers van [casino] te dwingen tot de afgifte van goederen en/of geld van hun gading, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan die [casino] of aan een derde, te weten aan [naam 1] toebehoorde

De rechtbank acht niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.

5

Het bewezenverklaarde is strafbaar gesteld in de artikelen 45, 312 en 317 van het Wetboek van Strafrecht (Sr). Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Het bewezenverklaarde levert op:

primair

het misdrijf:

eendaadse samenloop van

poging tot diefstal, door twee of meer verenigde personen, voorafgegaan en vergezeld van bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken

en

medeplegen van poging tot afpersing.

6

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor het bewezenverklaarde feit.

7

7.1
De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft op grond van wat hij bewezen heeft geacht, gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vierentwintig maanden waarvan twaalf maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaren en met de bijzondere voorwaarden zoals geadviseerd in het rapport van Reclassering Nederland van 10 januari 2019.

7.2
Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft, in het geval van een veroordeling, bepleit te volstaan met het opleggen van een gevangenisstraf die wat betreft duur gelijk is aan het reeds ondergane voorarrest. Indien de rechtbank het nodig vindt een voorwaardelijke straf met bijzondere voorwaarden op te leggen, heeft de raadsman daar geen bezwaar tegen gemaakt.

7.3
De gronden voor een straf of maatregel

Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van het gepleegde feit, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen. De rechtbank acht daarbij het volgende van belang.

Op 6 november 2018 hebben verdachte en zijn mededaders op het punt gestaan een overval te plegen op een [casino] , toen zij werden overlopen door de politie. Zij waren met z’n drieën, waarschijnlijk in aanwezigheid van een vierde persoon, van Rotterdam naar Giethoorn gekomen. De verdachten zijn daarbij professioneel te werk gegaan, onder meer door zich geheel bedekt, onherkenbaar en toegerust met een wapen naar het pand te begeven. De eigenaar van het [casino] en ook de aanwezige personen in het pand, mogen van geluk spreken dat door het daadkrachtige optreden van de politie een overval is voorkomen. Het is algemeen bekend dat een dergelijk feit niet alleen bij directe slachtoffers maar ook bij de maatschappij in het algemeen gevoelens van onveiligheid en angst teweegbrengt. Verdachte heeft ter zitting er weinig blijk van gegeven dat hij bij de gevolgen van een overval op die slachtoffers en samenleving heeft stilgestaan. Hij heeft daarentegen bij het afleggen van zijn verklaring een berekende houding laten zien en geen verantwoordelijkheid voor het delict genomen. Blijkens verdachtes justitiële documentatie is hij eerder met politie en justitie in aanraking geweest. Verdachte heeft in april 2018 voor het plegen van meerdere vermogensdelicten een strafbeschikking van 46 uren werkstraf gekregen. Verder heeft hij in januari en september 2018 zonder geldig rijbewijs gereden.
De voorlopige hechtenis in deze zaak is met ingang van 25 februari 2019 onder voorwaarden geschorst. Als voorwaarden zijn, naast een meldplicht, -onder meer - opgenomen dat verdachte zich houdt aan een locatieverbod- en gebod, dat hij meewerkt aan elektronisch toezicht, dat hij deelneemt aan een solo cognitieve vaardigheidstraining en dat hij een opleiding volgt of een andere zinvolle dagbesteding zal hebben. Blijkens het voortgangsverslag van Reclassering Nederland van 18 juni 2019 heeft verdachte zijn schorsingsperiode benut om zijn opleiding tot retail-manager aan het [college] te hervatten. Daarnaast is hij de afspraken met de toezichthouder van de reclassering nagekomen en heeft hij meegewerkt aan de elektronische controle. Hij heeft daarbij een goede start gemaakt met zijn inzet tijdens de solo cognitieve vaardigheidstraining. Waar verdachte aanvankelijk gesloten was tijdens de training, stelt hij zich inmiddels open op en zijn vele onderwerpen bespreekbaar. Hij is inmiddels beter in staat zaken betreffende zijn denkwijzen en gedrag te bespreken. Geconcludeerd wordt dat er een positieve ontwikkeling waarneembaar is op meerdere leefgebieden.

Ten behoeve van de terechtzitting heeft Reclassering Nederland in januari 2019 reeds een rapport opgemaakt. Omdat verdachte het feit heeft ontkend, heeft de reclassering geen inschatting kunnen maken van het recidiverisico. De Reclassering ziet geen reden om het jeugdstrafrecht toe te passen. Geadviseerd wordt verdachte een deels voorwaardelijke straf op te leggen, met daaraan gekoppeld deels dezelfde voorwaarden die tevens aan de schorsing van de voorlopige hechtenis zijn verbonden.De rechtbank heeft bij de bepaling van de straf allereerst gekeken naar de oriëntatiepunten van het LOVS. Voor een overval op een winkel, waarbij sprake is van een bedreiging, wordt als uitgangspunt een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van twee jaren genomen. Nu het feit een poging betreft wordt in beginsel uitgegaan van een gevangenisstraf van zestien maanden. Hoewel verdachte zijn leven in positieve zin heeft opgepakt, acht de rechtbank een gevangenisstraf gelijk aan het voorarrest onvoldoende recht doen aan de ernst van het feit. Daarbij nemend de professionele wijze waarop verdachte en zijn mededaders te werk zijn gegaan, is een gevangenisstraf van zestien maanden in beginsel gerechtvaardigd. Te meer nu ook niet gebleken dat verdachte zich heeft laten meeslepen tot het plegen van het feit, maar als een volwaardig medepleger aan het delict heeft deelgenomen. Wel zal de rechtbank een deel van de straf, te weten zes maanden, voorwaardelijk opleggen met een proeftijd van drie jaar, om daarmee het opleggen van de bijzondere voorwaarden, zoals geadviseerd door de reclassering, mogelijk te maken. Verdachte zal na zijn detentie de hulp en begeleiding krijgen om de nu al ingeslagen weg verder te kunnen bewandelen. Daarbij heeft de voorwaardelijke straf verder als doel verdachte van het plegen van strafbare feiten te weerhouden.
8

De hierna te nemen beslissing berust op de hiervoor genoemde wetsartikelen. Daarnaast berust deze beslissing op de artikel 14a, 14b, 14c, 14d en 55 Sr.

beslissing

9

- verklaart bewezen dat verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;- verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij;
- verklaart het bewezenverklaarde strafbaar;- verklaart dat het bewezenverklaarde het de volgende strafbare feit oplevert:
- verklaart verdachte strafbaar voor het onder primair bewezenverklaarde;
- veroordeelt verdachte tot een voor de duur van ; - bepaalt dat van deze gevangenisstraf een gedeelte van , tenzij de rechter later anders mocht gelasten. De rechter kan de tenuitvoerlegging gelasten indien verdachte voor het einde van de de navolgende voorwaarden niet is nagekomen:- stelt als dat verdachte:- zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;- stelt als dat verdachte:- zich binnen twee dagen na het ingaan van de proeftijd meldt bij de Reclassering Rotterdam met telefoonnummer [nummer 1] . Verdachte blijft zich melden op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt om het reclasseringstoezicht uit te voeren;- zich gedurende zijn proeftijd, verloven of detentiefasering niet in een straal van 5 km rond Giethoorn bevindt, voor zolang als de reclassering dit nodig acht. Verdachte werkt mee aan elektronische controle op dit locatieverbod. Verdachte gaat niet naar het buitenland zonder toestemming van de reclassering, omdat het voor de elektronische controle nodig is dat verdachte in Nederland blijft. Het Openbaar Ministerie kan op verzoek van de reclassering dit locatieverbod (deels) laten vervallen;- gedurende zijn proeftijd, verloven of detentiefasering op vooraf vastgestelde tijdstippen aanwezig is op het verblijfadres, voor zolang als de reclassering dit nodig acht. De reclassering stelt de precieze tijdstippen vast, in overleg met betrokkene en mede afhankelijk van de dagbesteding. Dit locatiegebod geldt zolang als de reclassering dit nodig acht. Verdachte werkt mee aan elektronische controle op dit locatiegebod. Het huidige verblijfadres is [adres 1] . Een ander adres voor het locatiegebod is alleen mogelijk als de reclassering daarvoor toestemming geeft;
- draagt de reclassering op om toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden;daarbij gelden als voorwaarden dat verdachte:- ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;- medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14d, tweede lid, Sr, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;- bepaalt dat de tijd die de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht;
- heft de schorsing van bevel tot voorlopige hechtenis op.
De rechtbank:

bewezenverklaring

strafbaarheid feit

primair

het misdrijf:

eendaadse samenloop van

poging tot diefstal, door twee of meer verenigde personen, voorafgegaan en vergezeld van bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken

en

medeplegen van poging tot afpersing

strafbaarheid verdachte

straf

Dit vonnis is gewezen door mr. M. van Bruggen, voorzitter, mr. D.E. Schaap en mr. E. Leentjes, rechters, in tegenwoordigheid van mr. B.E. Martini, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 8 juli 2019. Mr. Leentjes is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

-

een opleiding zal volgen of een andere zinvolle dagbesteding zal hebben;

indien de reclassering dit nodig acht, actief deelneemt aan de (solo) COVA-training of een andere gedragsinterventie die gericht is op cognitieve vaardigheden. De reclassering bepaalt welke cursus/training/behandeling wenselijk en noodzakelijk is. Verdachte zal zich houden aan de afspraken en aanwijzingen van trainer/begeleider/behandelaar;

_a7872f73-58cc-4671-94f8-ebddc2490ae0
1

Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit pagina’s uit het dossier van de Eenheid Oost-Nederland District IJsselland, nr. [nummer 2] . Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.

_019cca50-2757-4cba-8710-a8ee22b1ec82
2

De door verdachte ter terechtzitting van 24 juni 2019 afgelegde verklaring.

_f13ccc9a-7043-479e-bbcf-f78112dbb642
3

Proces-verbaal van aangifte van [naam 1] , pagina 149 tot en met 150.

_edf752c1-6816-48d0-83a7-f8c9166462d9
4

Proces-verbaal van bevindingen, pagina 181 tot en met 191. Proces-verbaal van bevindingen, met fotobijlagen, pagina 193 tot en met 202. Proces-verbaal van bevindingen met fotobijlagen, pagina 203 tot en met 209.

_86aeffaf-4ef6-4ccc-88bf-86f055d20f77
5

Proces-verbaal van bevindingen, met fotobijlagen, pagina 168 tot en met 181.

_81dce1f9-baa9-43b6-aadb-bd1cc0642967
6

Een bij het onder 1 genoemd proces-verbaal gevoegd CD met daarop “videobeelden poging overval casino Giethoorn”, “ [naam 2] ”, nr. 2018502635.

_3975b508-5bbf-4970-9287-86680befff79
7

Proces-verbaal van bevindingen, met fotobijlagen pagina 152 tot en met 164. Proces-verbaal sporenonderzoek, pagina 213 tot en met 215. Fotomap, pagina 218 tot en met 221. Proces-verbaal onderzoek wapen, pagina 402A tot en met 402B.