Uitspraak ECLI:NL:RBOVE:2019:2275

Deze uitspraak heeft betrekking op het rechtsgebied Strafrecht en is gepubliceerd door de Raad voor de Rechtspraak op 08-07-2019. De uitspraak is gedaan door Rechtbank Overijssel op 08-07-2019, deze uitspraak is bekend onder de European Case Law Identifier (ECLI) ECLI:NL:RBOVE:2019:2275, het zaaknummer waarop deze uitspraak betrekking heeft is 08-760178-18 (P)


Bron: Rechtspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL
Team Strafrecht Meervoudige kamer
Zittingsplaats Zwolle

Parketnummer: 08-760178-18 (P)Datum vonnis: 8 juli 2019
Vonnis op tegenspraak in de zaak van de officier van justitie tegen:

[verdachte]

geboren op [geboortedatum] 1999 te [geboorteplaats] , wonende te [adres 1] .

ECLI:NL:RBOVE:2019:2275:DOC
nl

RECHTBANK OVERIJSSEL
Team Strafrecht Meervoudige kamer
Zittingsplaats Zwolle

Parketnummer: 08-760178-18 (P)Datum vonnis: 8 juli 2019
Vonnis op tegenspraak in de zaak van de officier van justitie tegen:

[verdachte]

geboren op [geboortedatum] 1999 te [geboorteplaats] , wonende te [adres 1] .
1

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzittingen van 19 februari 2019 en 24 juni 2019.

De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie mr. G. Steeghs en van hetgeen door verdachte en de raadsman mr. G.A.J. Purperhart, advocaat te Rotterdam, naar voren is gebracht.

2

- zich met de auto naar [casino] heeft/hebben begeven en/of - in/uit voornoemde auto is/zijn gestapt en/of naar de ingang van [casino] is/zijn gelopen en/of - rond sluitingstijd bij [casino] heeft/hebben staan wachten met een bivakmuts op zijn/hun hoofd en/of met een capuchon op/over zijn/hun hoofd en/of met een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp bij de hand en/of een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, bij zich heeft/hebben gedragen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
- zich met de auto naar [casino] heeft/ hebben begeven en/of- in/uit voornoemde auto is/zijn gestapt en/of naar de ingang van [casino] is/zijn gelopen en/of- rond sluitingstijd bij [casino] heeft/hebben staan wachten met een bivakmuts op zijn/hun hoofd en/of met een capuchon op zijn/hun hoofd en/of met een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp bij de hand en/of een vuurwapen, althans een op en vuurwapen gelijkend voorwerp, bij zich heeft/hebben gedragen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
- een bivakmuts, althans een voor vermomming geschikt voorwerp,- een paar handschoen(en),- twee bigshoppers,- een autosleutel en/of- een (alarm)pistool, althans een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, kennelijk bestemd tot het begaan van dat misdrijf, heeft/hebben verworven, vervaardigd, ingevoerd, doorgevoerd, uitgevoerd en/of voorhanden heeft/hebben gehad.
De verdenking komt er -na wijziging van de tenlastelegging op de zitting van 24 juni 2019-, kort en zakelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

op 6 november 2018 te Giethoorn met anderen heeft geprobeerd een gewapende overval te plegen op [casino] . Als dit feit niet bewezen kan worden, wordt verdachte verweten dat hij met die anderen voorbereidingen heeft getroffen om een gewapende overval op [casino] te plegen.

Voluit luidt de tenlastelegging aan verdachte, dat:

primair

hij op of omstreeks 6 november 2018 te Giethoorn, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf omgoederen en/of geld van zijn of hun gading in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde, te weten aan [casino] weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en deze poging diefstal te doen voorafgaan, te doen vergezellen en/of te doen volgen van geweld en/of bedreiging met geweld tegen zich in het pand van [casino] bevindende personen en/of goederen, te plegen met het oogmerk om die voorgenomen diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf en/ofandere deelnemer(s) aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,
en/of

hij op of omstreeks 6 november 2018 te Giethoorn, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld medewerkers van [casino] te dwingen tot de afgifte van goederen en/of geld van zijn/hun gading, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan die [casino] of aan een derde, te weten aan [naam 1] toebehoorde

subsidiair

hij op of omstreeks 6 november 2018 te Giethoorn, tezamen en in vereniging met een of meer anderen ter voorbereiding van het misdrijf waarop naar de wettelijke omschrijvingeen gevangenis van acht jaren of meer is gesteld, te weten diefstal met geweld en/of bedreiging met geweld in vereniging (artikel 312 Wetboek van Strafrecht) en/of afpersing in vereniging (artikel 317 Wetboek van Strafrecht), opzettelijk
Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

3

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

overwegingen

4

4.1
Inleiding

Op dinsdag 6 november, omstreeks 23:28 uur reden verbalisanten [verbalisant] en [verbalisant] in hun dienstvoertuig op [adres 2] in Giethoorn ter hoogte van nummer [huisnummer] . Op dit adres is het [casino] gevestigd. Hier zagen zij op het terrein drie in het donker geklede manspersonen staan, die zich verdacht gedroegen. Toen verbalisanten met hun voertuig de parkeerplaats naast het genoemde pand op draaiden zagen zij dat de personen zenuwachtig heen en weer begonnen te lopen. Nadat één van de verbalisanten had geroepen: “Politie, blijf staan”, zijn alle drie de personen er van doorgegaan. Na een achtervolging, waarbij ook een politiehelikopter is ingezet, zijn de drie personen aangehouden. Dit bleken verdachte, [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] te zijn. Op de vluchtroute, die door de politie is nagelopen, zijn twee big shoppers, een bivakmuts en vier tie-wraps gevonden. Verder is in de buurt van een aanhangwagen op het terrein van het [casino] een alarmpistool aangetroffen.
Verdachte heeft ter zitting verklaard dat hij en de twee anderen bij het [casino] aanwezig waren omdat ze wilden kijken of ze daar mogelijk (op een ander moment) een inbraak zouden gaan plegen. Doordat ze licht in het [casino] zagen branden, hebben ze echter, al voordat de politie ter plaatse kwam, besloten het terrein weer te verlaten.

4.2
Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat het primair ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen wordt verklaard. Hij heeft daartoe- zakelijk weergegeven- het volgende aangevoerd.De gedragingen van verdachte en zijn medeverdachten moeten naar hun uiterlijke verschijningsvorm worden aangemerkt als te zijn gericht op de voltooiing van het voorgenomen misdrijf, te weten het plegen van een gewapende overval op [casino] . Op grond van de stukken, waaronder de camerabeelden, is vast komen te staan dat verdachte en de medeverdachten alleen vanwege het feit dat de politie ter plaatse is gekomen, zijn gestopt met de verdere uitvoering van het delict. Dat een andere omstandigheid hiertoe de aanleiding is geweest is niet nader geconcretiseerd en is niet aannemelijk geworden.
4.3
Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte van het primair en subsidiair ten laste gelegde moet worden vrijgesproken. De raadsman heeft daartoe - zakelijk weergegeven - het volgende aangevoerd.Er is geen sprake geweest van een begin van uitvoering omdat verdachte en de medeverdachten geen gedragingen hebben verricht die kunnen worden beschouwd als te zijn gericht op voltooiing van een misdrijf. Daarbij is op de beelden niet te zien dat er een vuurwapen is gehanteerd of dat er bivakmutsen werden gedragen. Verder heeft verdachte ook geen opzet gehad op het strafbare feit. Hij heeft niet geweten van de daadwerkelijke plannen van zijn medeverdachten en hij heeft ook geen wapen gezien. Nu hij ook geen wezenlijke bijdrage aan het delict heeft geleverd, kan hij niet als medepleger worden aangemerkt.Evenmin kan het subsidiair ten laste gelegde bewezen worden nu het enkel voorhanden hebben van de in de tenlastelegging bedoelde goederen niet voldoende is om tot een bewezenverklaring van voorbereidingshandelingen te komen. Daarbij kan een deel van de aangetroffen goederen niet aan verdachte en zijn medeverdachten worden gelinkt. Ook hier geldt dat het vereiste opzet ontbreekt.
4.4
Het oordeel van de rechtbank

De vraag die voorligt, is of verdachte en zijn medeverdachten hebben geprobeerd op 6 november 2018 omstreeks 23.28 uur een gewapende overval te plegen op het [casino]. Daarvoor moet, naast de vereiste opzet op het delict, worden vastgesteld dat er sprake is geweest van een begin van uitvoering. Daarvan is sprake op het moment dat de dader een bepaalde gedraging heeft verricht, die naar de uiterlijke verschijningsvorm is gericht op de voltooiing van het delict. Voor de beantwoording van de vraag gaat de rechtbank op grond van de in de voetnoten genoemde bewijsmiddelen uit van de volgende feiten en omstandigheden.
Verdachte en zijn medeverdachten, [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] , zijn op 6 november 2019 gezamenlijk naar het terrein van [casino] gereden. Op de camerabeelden is te zien dat om 23.24 uur, rond sluitingstijd, een rode auto het terrein oprijdt en vervolgens stopt terwijl de lichten worden gedoofd. Enkele minuten daarna worden drie personen lopend op het terrein gezien. Twee van hen gaan staan wachten bij een hok, terwijl de derde persoon naar de ingang van het casino loopt. Te zien is dat de verdachten donker gekleed zijn, dat de man bij de ingang een sjaal of iets dergelijks om heeft en dat één van de andere twee mannen een capuchon op heeft. Verder dragen de drie personen zwarte handschoenen, terwijl op dat moment de buitentemperatuur 15 graden is. Op grond van de beelden en de fullbody-foto’s die later van de verdachten zijn gemaakt, wordt vastgesteld dat verdachte en [medeverdachte 1] degenen zijn geweest die bij het hok hebben gewacht, en dat [medeverdachte 2] naar de ingang van het casino is gelopen. Op het moment dat [medeverdachte 2] in de buurt van de ingang is, komt de politieauto met daarin verbalisanten [verbalisant] en [verbalisant] het terrein op rijden. Wanneer de drie verdachten de politieauto in de gaten krijgen, reageren alle drie de mannen daarop. Verdachte en [medeverdachte 1] proberen zich te verstoppen achter het hokje. [medeverdachte 2] loopt eerst wat heen en weer, loopt dan naar een aanhangwagen, bukt daar, maakt een strekkende beweging met zijn arm, staat vervolgens op en rent er vandoor. Ook verdachte en [medeverdachte 1] zetten het op een lopen, waarbij op de beelden duidelijk is te zien dat beiden een zelfde voorwerp in hun hand hebben. Eén van de verbalisanten herkent het voorwerp bij één van hen als een big shopper tas. Nadat de verdachten zijn aangehouden, zijn op de vluchtroute meerdere goederen aangetroffen, te weten twee big shopper tassen, vier tie-wraps en een bivakmuts. Verder is bij de genoemde aanhangwagen een alarmpistool aangetroffen.

Medeverdachte [medeverdachte 2] heeft bij de politie geen aannemelijke verklaring gegeven voor het feit dat hij is gebukt en een strekkende armbeweging heeft gemaakt op de plek waar later een alarmpistool is gevonden. Naar het oordeel van de rechtbank heeft [medeverdachte 2] daarmee aangaande een voor hem bezwarende, en voor het bewijs redengevende omstandigheid, geen verklaring gegeven welke die redengevendheid heeft ontzenuwd. De rechtbank acht, gelet op deze constatering in combinatie met de beelden, bewezen dat [medeverdachte 2] het alarmpistool bij zich heeft gehad en bij de aanhangwagen heeft neergelegd. Wat betreft de twee bigshoppers die op de vluchtroute zijn gevonden, overweegt de rechtbank dat op de beelden is te zien, als ook door de verbalisant is waargenomen, dat [verdachte] en verdachte een (opgevouwen) big shopper in hun hand hebben op het moment dat zij aan hun vlucht zijn begonnen. Mede gezien deze constatering trekt de rechtbank de conclusie dat de voorwerpen die op diezelfde vluchtroute zijn gevonden, te weten de bivakmuts en de tie-wraps, door (één van) de verdachten op die route zijn achtergelaten.
Gelet op bovengenoemde vaststellingen moeten de gedragingen van verdachte en zijn medeverdachten naar hun uiterlijke verschijningsvorm worden aangemerkt als te zijn gericht op voltooiing van het misdrijf, te weten het plegen van een gewapende overval. Anders dan verdachte heeft verklaard, is er geen sprake geweest van een verkennende situatie. De verdachte en zijn medeverdachten waren voorbereid en volledig toegerust om de overval op dat moment uit te voeren. Het gegeven dat zij – terwijl zij wonen in Rotterdam en omgeving - naar Giethoorn zijn gereden en rond sluitingstijd bij het [casino] aanwezig waren, bevestigt deze conclusie. Het feit dat een alarmpistool en tie-wraps zijn meegenomen, is niet anders uit te leggen dan dat het de bedoeling was om daarmee personen respectievelijk te bedreigen en (indien nodig) vast te maken. Gelet op de hiervoor geschetste uiterlijke verschijningsvorm, hadden de verdachten een gezamenlijke uitvoering voor ogen waarbij ieder zijn eigen rol zou vervullen. Dat verdachte niet op de hoogte zou zijn geweest van de aanwezigheid van een wapen, is in het licht daarvan onaannemelijk. Daarbij is, met name ook op grond van de beelden, vast komen te staan dat enkel het feit dat de verdachten zijn overlopen door de politie, de reden is dat zij met de uitvoering van het delict zijn gestopt. De rechtbank is gezien het voorgaande aldus van oordeel dat het primair ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen is.
4.5
De bewezenverklaring

- zich met de auto naar [casino] hebben begeven en - in/uit voornoemde auto zijn gestapt en naar de ingang van [casino] is/zijn gelopen- en rond sluitingstijd bij [casino] hebben staan wachten en/of met een capuchon op/over zijn/hun hoofd en een wapen bij zich heeft/hebben gedragen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
- zich met de auto naar [casino] hebben begeven en- in/uit voornoemde auto zijn gestapt en naar de ingang van [casino] is/zijn gelopen en- rond sluitingstijd bij [casino] hebben staan wachten en/of met een capuchon op zijn/hun hoofd en een wapen bij zich heeft/hebben gedragen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.
De rechtbank acht op grond van de in de voetnoten genoemde bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen dat:

primair

hij op 6 november 2018 te Giethoorn, tezamen en in vereniging met anderen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om goederen en/of geld van hun gading in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander dan aan verdachte en zijn mededaders toebehoorde, te weten aan [casino] weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en deze poging diefstal te doen voorafgaan en te doen vergezellen van bedreiging met geweld tegen zich in het pand van [casino] bevindende personen, te plegen met het oogmerk om die voorgenomen diefstal gemakkelijk te maken,

en/of

hij op 6 november 2018 te Giethoorn, tezamen en in vereniging met anderen, ter uitvoering van het door verdachte en zijn mededaders voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door bedreiging met geweld medewerkers van [casino] te dwingen tot de afgifte van goederen en/of geld van hun gading, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan die [casino] of aan een derde, te weten aan [naam 1] toebehoorde

De rechtbank acht niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.

5

Het bewezenverklaarde is strafbaar gesteld in de artikelen 45, 312 en 317 van het Wetboek van Strafrecht (Sr). Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Het bewezenverklaarde levert op:

primair

het misdrijf:

eendaadse samenloop van

poging tot diefstal, door twee of meer verenigde personen, voorafgegaan en vergezeld van bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken

en

medeplegen van poging tot afpersing.

6

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor het bewezenverklaarde feit.

7

7.1
De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft op grond van wat hij bewezen heeft geacht, gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vierentwintig maanden waarvan twaalf maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaren en met de bijzondere voorwaarden zoals geadviseerd in het rapport van Tactus Verslavingszorg van 14 januari 2019.

7.2
Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft, in het geval van een veroordeling, bepleit te volstaan met het opleggen van een gevangenisstraf die wat betreft duur gelijk is aan het reeds ondergane voorarrest. Indien de rechtbank het nodig vindt een voorwaardelijke straf met bijzondere voorwaarden op te leggen, heeft de raadsman daar geen bezwaar tegen.

7.3
De gronden voor een straf of maatregel

Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van het gepleegde feit, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen. De rechtbank acht daarbij het volgende van belang.

Op 6 november 2018 hebben verdachte en zijn mededaders op het punt gestaan een overval te plegen op een [casino] , totdat zij werden overlopen door de politie. Zij waren met z’n drieën, waarschijnlijk in aanwezigheid van een vierde persoon, van Rotterdam naar Giethoorn gekomen. De verdachten zijn daarbij professioneel te werk gegaan, onder meer door zich geheel bedekt, onherkenbaar en toegerust met een wapen naar het pand te begeven. De eigenaar van het [casino] en ook de aanwezige personen in het pand, mogen van geluk spreken dat door het daadkrachtige optreden van de politie een overval is voorkomen. Het is algemeen bekend dat een dergelijk feit niet alleen bij directe slachtoffers maar ook bij de maatschappij in het algemeen gevoelens van onveiligheid en angst teweegbrengt. Verdachte heeft ter zitting er weinig blijk van gegeven dat hij bij de gevolgen van een overval op die slachtoffers en samenleving heeft stilgestaan. Hij heeft daarentegen bij het afleggen van zijn verklaring een berekenende houding laten zien en geen verantwoordelijkheid voor het delict genomen.

Blijkens de justitiële documentatie is verdachte eerder met politie en justitie in aanraking geweest. In 2014 is hem voor het plegen van twee pogingen tot diefstal met verbreking een deels voorwaardelijke werkstraf opgelegd. In 2016 is verdachte terzake een bedreiging gepleegd in 2015 veroordeeld tot een werkstraf van 20 uren. Verder is hij in dat jaar terzake een woninginbraak gepleegd in 2014 veroordeeld tot 90 uren werkstraf.

Tactus heeft een rapport over verdachte opgemaakt, met als datum 14 januari 2019. Verder is op 29 mei 2019 met betrekking tot het verloop van een schorsing van de voorlopige hechtenis een voortgangsverslag geschreven. De voorlopige hechtenis in deze zaak is met ingang van 25 februari 2019 onder voorwaarden geschorst. Als voorwaarden zijn, naast een meldplicht, - onder meer - opgenomen een locatieverbod en -gebod, de voorwaarde dat verdachte meewerkt aan elektronisch toezicht, dat hij zich laat behandelen in de forensische polikliniek en dat hij een opleiding volgt of een andere zinvolle dagbesteding zal hebben. Blijkens het voortgangsverslag is verdachte alle meldplichtafspraken nagekomen. Verdachte kwam echter vaak te laat en moest herhaaldelijk aan deze afspraken herinnerd worden. De elektronisch controle (EC) is om die zelfde reden wisselend verlopen. Blijkens het verslag werkt verdachte tegen vergoeding als stagiair vier dagen per week bij [bedrijf] . Ook hier lijkt verdachte moeite te hebben afspraken na te komen en vindt hij het lastig de verantwoordelijkheid te pakken voor zijn rol binnen het bedrijf. Verdachte staat verder ingeschreven bij [college] om per september 2019 te starten met de opleiding MBO II Verkoop.

Volgens Tactus lijkt er onvoldoende sprake van probleembesef bij verdachte. Omdat verdachte geen openheid heeft gegeven over het delict is het onduidelijk welke factoren er toe hebben geleid dat verdachte in 2018, nadat het een tijdje goed met ging, weer met justitie in aanraking is gekomen. Vanwege het gebrek aan openheid kan evenmin een uitspraak worden gedaan over het recidivegevaar. Verdachte verkeert volgens Tactus in een zeer negatief netwerk van jongeren die makkelijk overgaan tot crimineel gedrag. Mogelijk dat verdachte zich binnen deze sociale kring heeft laten verleiden tot het plegen van het feit. Het huidige doel is hem via behandeling bij de Waag te leren grenzen te stellen, weerbaarder te zijn voor negatieve invloeden en verantwoordelijkheid te nemen voor zijn gedrag en de gevolgen daarvan. Tactus is van mening dat het blijvend inzetten van de EC als pedagogisch middel geen toegevoegde waarde heeft. Het is onvoldoende mogelijk gebleken risicofactoren in kaart te brengen en de kans op recidive te verminderen omdat verdachte geen openheid van zaken geeft. De EC kan volgens Tactus enkel worden ingezet om verdachte in de nachtelijke uren thuis te houden. Gezien er nog sprake is van problematiek op enkele levensgebieden adviseert de reclassering om het reclasseringstoezicht te continueren. Doel daarbij zal onder meer zijn de voortgang van het ambulante behandeltraject van de Waag te monitoren. Verdachte zegt open te staan voor het reclasseringstoezicht. Geadviseerd wordt een deels voorwaardelijke straf op te leggen met als bijzondere voorwaarden, meldplicht, ambulante behandeling, volgen van een opleiding en een locatiegebod. Er is volgens de reclassering geen reden het adolescentenstrafrecht toe te passen.

De rechtbank heeft bij de bepaling van de straf gekeken naar de oriëntatiepunten van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS). Voor een overval op een winkel, waarbij sprake is van een bedreiging, wordt als uitgangspunt een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van twee jaren genomen. Nu het feit een poging betreft wordt in beginsel uitgegaan van een gevangenisstraf van zestien maanden. Hoewel verdachte plannen heeft om zijn leven een positieve draai te geven, en een gevangenisstraf deze plannen mogelijk zal doorkruisen, acht de rechtbank een gevangenisstraf gelijk aan het voorarrest onvoldoende recht doen aan de ernst van het feit. Daarbij in acht nemend de professionele wijze waarop verdachte en zijn mededaders te werk zijn gegaan, is een gevangenisstraf van zestien maanden in beginsel gerechtvaardigd. Wel zal de rechtbank een deel van de straf, te weten zes maanden, voorwaardelijk opleggen met een proeftijd van drie jaar, om daarmee het opleggen van de geadviseerde bijzondere voorwaarden mogelijk te maken. Verdachte zal daarmee na zijn detentie de hulp, begeleiding en behandeling krijgen om zijn leven in positieve zin voort te zetten. De onvoorwaardelijke straf heeft verder als doel verdachte van het plegen van strafbare feiten te weerhouden.
8

De hierna te nemen beslissing berust op de hiervoor genoemde wetsartikelen. Daarnaast berust deze beslissing op de artikel 14a, 14b, 14c, 14d en 55 Sr.

beslissing

9

- verklaart bewezen dat verdachte het primair ten laste gelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;- verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij;
- verklaart het bewezenverklaarde strafbaar;- verklaart dat het bewezenverklaarde het de volgende strafbare feit oplevert:
- verklaart verdachte strafbaar voor het onder primair bewezenverklaarde;
- veroordeelt verdachte tot een voor de duur van ; - bepaalt dat van deze gevangenisstraf een gedeelte van , tenzij de rechter later anders mocht gelasten. De rechter kan de tenuitvoerlegging gelasten indien verdachte voor het einde van de de navolgende voorwaarde(n) niet is nagekomen:- stelt als dat verdachte:- zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;- stelt als dat verdachte:- zich binnen twee dagen na het ingaan van de proeftijd meldt bij de reclassering. Verdachte blijft zich melden op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt om het reclasseringstoezicht uit te voeren;- zich laat behandelen en onderzoeken door De Waag, of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering. De behandeling duurt de gehele proeftijd of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. Verdachte houdt zich aan de huisregels en aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de behandeling;- zich gedurende zijn proeftijd, verloven of detentiefasering niet in een straal van 5 km rond Giethoorn bevindt. Verdachte werkt mee aan elektronische controle op dit locatieverbod, voor zolang als de reclassering dit nodig acht. Verdachte gaat niet naar het buitenland zonder toestemming van de reclassering, omdat het voor de elektronische controle nodig is dat betrokkene in Nederland blijft. Het Openbaar Ministerie kan op verzoek van de reclassering dit locatieverbod (deels) laten vervallen;- is op vooraf vastgestelde tijdstippen aanwezig op zijn verblijfadres: [adres 1] in Rotterdam. De reclassering stelt de precieze tijdstippen vast in overleg met verdachte, en mede afhankelijk van zijn dagbesteding. De verdachte volgt alle aanwijzingen van de reclassering ten aanzien van dit locatiegebod op. Dit locatiegebod geldt zolang als de reclassering dit nodig acht. Verdachte werkt mee aan elektronische controle op dit locatiegebod. Een ander adres voor het locatiegebod is alleen mogelijk als de reclassering daarvoor toestemming geeft;- een opleiding zal volgen of een andere zinvolle dagbesteding hebben;
- draagt de reclassering op om toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden; daarbij gelden als voorwaarden van dat verdachte:- ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;- medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14d, tweede lid, Sr, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;- bepaalt dat de tijd die de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht;
- heft de schorsing van bevel tot voorlopige hechtenis op.
De rechtbank:

bewezenverklaring

strafbaarheid feit

primair

het misdrijf:

eendaadse samenloop van

poging tot diefstal, door twee of meer verenigde personen, voorafgegaan en vergezeld van bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken

en

medeplegen van poging tot afpersing

strafbaarheid verdachte

straf

Dit vonnis is gewezen door mr. M. van Bruggen, voorzitter, mr. D.E. Schaap en mr. E. Leentjes, rechters, in tegenwoordigheid van mr. B.E. Martini, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 8 juli 2019. Mr. Leentjes is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

_114d10c7-5db9-44c0-878b-846065f5d3ee
1

De door verdachte ter terechtzitting van 24 juni 2019 afgelegde verklaring.

_90c773a9-2f72-4ba6-b049-38eb19cd2dad
2

Proces-verbaal van aangifte van [naam 1] , pagina 149 tot en met 150. Proces-verbaal van verhoor van [naam 2] , pagina 274 en 275.

_31fde524-27c6-44c6-b36a-0e42bf89c6b5
3

Proces-verbaal van bevindingen, pagina 181 tot en met 191. Proces-verbaal van bevindingen, met fotobijlagen, pagina 193 tot en met 202. Proces-verbaal van bevindingen met fotobijlagen, pagina 203 tot en met 209.

_8339d05b-a5e9-4f44-b013-31e433c159d1
4

Proces-verbaal van bevindingen, met fotobijlagen, pagina 168 tot en met 181.

_46e3ddc2-5a79-41cb-b399-3e81416c242f
5

Een bij het onder 1 genoemd proces-verbaal gevoegd CD met daarop “videobeelden poging overval casino Giethoorn”, “ [naam 3] ”, nr. 2018502635.

_a2286aad-d4a5-4746-b2ee-0fbd4dff3fa2
6

Proces-verbaal van bevindingen, met fotobijlagen pagina 152 tot en met 164. Proces-verbaal sporenonderzoek, pagina 213 tot en met 215. Fotomap, pagina 218 tot en met 221. Proces-verbaal onderzoek wapen, pagina 402A tot en met 402B.