Uitspraak ECLI:NL:RBOVE:2019:2006

Deze uitspraak heeft betrekking op het rechtsgebied Civiel recht en is gepubliceerd door de Raad voor de Rechtspraak op 13-06-2019. De uitspraak is gedaan door Rechtbank Overijssel op 12-06-2019, deze uitspraak is bekend onder de European Case Law Identifier (ECLI) ECLI:NL:RBOVE:2019:2006, het zaaknummer waarop deze uitspraak betrekking heeft is C/08/229974 / HA RK 19-44


Bron: Rechtspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL
Team kanton en handelsrecht
Zittingsplaats Zwolle

zaaknummer : C/08/229974 / HA RK 19-44

Beschikking van 12 juni 2019

in de zaak van

ECLI:NL:RBOVE:2019:2006:DOC
nl

RECHTBANK OVERIJSSEL
Team kanton en handelsrecht
Zittingsplaats Zwolle

zaaknummer : C/08/229974 / HA RK 19-44

Beschikking van 12 juni 2019

in de zaak van

1

gevestigd en kantoorhoudende te [plaats] , hierna te noemen de stichting,2. ,wonende te [woonplaats 1] ,verzoekende partijen, advocaten: mr. R.J. van Betten en mr.drs. H. Hommes te Zwolle,
tegen

1

wonende te [woonplaats 2] ,2. ,wonende te [woonplaats 3] ,verwerende partijen, procederend in persoon,
en

1

wonende te [woonplaats 4] ,2. ,wonende te [woonplaats 5] ,3. ,wonende te [woonplaats 6] ,4. ,wonende te [woonplaats 7] ,5. ,wonende te [woonplaats 8] ,6. ,
wonende te [woonplaats 9] ,belanghebbenden.
1

1.1.
Het verdere verloop van de procedure blijkt uit:
-

de tussenbeschikking van 26 maart 2019

de e-mail van 28 mei 2019 waarin belanghebbende sub 6 kenbaar maakt geen bestuurslid te willen worden/zijn bij de stichting en niet langer als belanghebbende wenst te worden beschouwd

de mondelinge behandeling van 5 juni 2019

het ter zitting door verweersters voorgelezen verweerschrift.

1.2.
De beschikking is bepaald op vandaag.
2

Naast de feiten die vermeld staan in de tussenbeschikking van 26 maart 2019 zijn voor de beoordeling van het onderhavige verzoek de volgende feiten van belang:
2.1.
In de statuten van de stichting staat, voor zover relevant, het volgende vermeld:“
Artikel 4

(…)
Het bestuur is evenwel niet verplicht de voordracht te volgen. (…)
Bestuursvergaderingen en bestuursbesluiten

Artikel 5

(…)
5. De medewerkers van de stichting hebben het recht kandidaten voor te dragen voor twee posities in het bestuur.
8. Van het verhandelde in de vergaderingen worden notulen gehouden. De notulen worden vastgesteld en getekend door degenen, die in de vergadering als voorzitter en secretaris hebben gefungeerd.”
2.2.
Op enig moment hebben de bij de stichting werkzame verpleegkundigen bij de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (hierna te noemen de inspectie) hun zorgen geuit over de kwaliteit van de zorgverlening van de stichting.

2.3.
Verweersters hebben in verband met voornoemde zorgen en het optreden in dat kader van verzoekster sub 2 het vertrouwen in haar opgezegd.
2.4.
De inspectie heeft naar aanleiding van de door de verpleegkundigen geuite zorgen een onaangekondigd verificatiebezoek gebracht aan de stichting. Bij brief van 11 januari 2019 heeft de inspectie aan de stichting kenbaar gemaakt dat daarbij geconstateerd is dat goede zorg wordt geleverd door medewerkers met hart voor de zorg, maar ook dat sprake is van een tweespalt binnen het bestuur en daarmee van geen goed bestuur. De inspectie heeft in de betreffende brief aangedrongen op een oplossing van dit probleem.

2.5.
Bij brief van 7 februari 2019 heeft de inspectie het bestuur van de stichting uitgenodigd voor een gesprek op het kantoor van de inspectie.
2.6.
De inspectie heeft de stichting eind maart 2019 onder verscherpt toezicht gesteld.
2.7.
Verzoeksters hebben vijftien verklaringen van (de twintig) werknemers van de stichting overgelegd waarin die werknemers de rechtbank verzoeken belanghebbenden sub 1 en 2 als bestuurders van de stichting te benoemen en verklaren vertrouwen te hebben in de benoeming van belanghebbenden sub 3 tot en met 5 als bestuurders van de stichting.
overwegingen

3

3.1.
Het verzoekschrift strekt tot de vervulling van de ledige plaatsen in het bestuur van de stichting in de zin van artikel 2:299 BW. De rechtbank kan hiertoe op verzoek van iedere belanghebbende of het openbaar ministerie overgaan, wanneer het door de statuten voorgeschreven bestuur geheel of gedeeltelijk ontbreekt en daarin niet overeenkomstig de statuten wordt voorzien. Zij neemt daarbij zoveel mogelijk de statuten in acht.
3.2.
Verweersters menen dat de situatie van artikel 2:299 BW zich niet voordoet, aangezien wel degelijk sprake is geweest van herbenoemingen. Volgens verweersters hebben die herbenoemingen niet schriftelijk plaatsgehad, maar zijn deze in de bestuursvergaderingen besproken en staat in de statuten van de stichting nergens vermeld dat herbenoemingen niet stilzwijgend kunnen plaatsvinden.

3.3.
In artikel 4 van de statuten van de stichting is bepaald dat het bestuur uit tenminste vijf leden bestaat en dat de benoeming van een bestuurslid voor een periode van hooguit vier jaar geschiedt. Ook is in dat artikel bepaald dat ieder periodiek aftredend bestuurslid terstond herbenoembaar is en dat bij het ontstaan van een (of meer) vacature(s) in het bestuur, de overblijvende bestuursleden met algemene stemmen (of het enig overblijvende bestuurslid) binnen zes maanden na het ontstaan van de vacature(s) daarin zullen (of zal) voorzien door de benoeming van een (of meer) opvolger(s).

3.4.
Ingevolge het bepaalde in artikel 5 lid 8 van de statuten worden van de bestuursvergaderingen notulen gehouden. Gelet hierop, zouden de door verweersters gestelde herbenoemingen uit die notulen moeten blijken. Verzoeksters stellen zich op het standpunt dat er geen herbenoemingen in de notulen zijn vastgelegd en hebben een verklaring van belanghebbenden sub 1 en 2 overgelegd waarin vermeld staat dat zij naar beste weten niet bekend zijn met herbenoemingen van bestuurders.
3.5.
Verweersters hebben geen notulen overgelegd waarin de door hen gestelde herbenoemingen zijn terug te vinden. De rechtbank heeft dan ook geen enkel aanknopingspunt om aan te nemen dat deze herbenoemingen inderdaad hebben plaatsgehad. Er moet daarom van worden uitgegaan dat dit niet het geval is en dat het door de statuten van de stichting voorgeschreven bestuur derhalve geheel ontbreekt. Aangezien de benoeming van bestuurders overeenkomstig de in de statuten opgenomen regeling vanwege het ontbreken van iedere bestuurder niet mogelijk is, acht de rechtbank benoeming van bestuursleden op zijn plaats.

3.6.
Verweersters voeren ook verweer tegen de door verzoeksters voorgestelde bestuurders. Zij stellen zich op het standpunt dat het, gelet op het conflict dat binnen het bestuur is ontstaan, beter zou zijn als er een geheel nieuw bestuur geformeerd wordt. Volgens verweersters kunnen de ontstane problemen namelijk pas echt opgelost worden als alle betrokkenen vertrokken zijn. Verweersters menen dat er één interim-bestuurder benoemd zou moeten worden die een nieuw bestuur gaat formeren.
3.7.
De rechtbank acht het standpunt van verweersters dat er gelet op het ontstane conflict een geheel nieuw bestuur gevormd zou moeten worden, op zichzelf begrijpelijk. De benoeming van een geheel nieuw bestuur zou echter ten koste gaan van de continuïteit van de stichting, dit terwijl die continuïteit vanwege het door de inspectie ingezette traject van groot belang is.
3.8.
Verweersters hebben geen voorstel gedaan voor de te benoemen bestuurders en hebben evenmin aangevoerd dat belanghebbenden sub 1 tot en met 5 ongeschikt zijn als bestuurders van de stichting. Gelet hierop en gelet op het grote belang dat de stichting heeft bij continuïteit en bij een spoedige benoeming van een nieuw bestuur, zal de rechtbank overgaan tot benoeming van de door verzoeksters voorgestelde bestuurders. Met de benoeming van deze bestuurders wordt voldaan aan het bepaalde in artikel 4 lid 1 van de statuten dat het bestuur uit tenminste vijf leden bestaat. Het is de rechtbank bovendien gebleken dat onder de werknemers van de stichting voldoende draagvlak bestaat voor deze benoeming.

3.9.
De rechtbank wijst verzoeksters er tot slot op dat de te benoemen bestuurders op grond van de wet verplicht zijn deze benoeming in het handelsregister van de Kamer van Koophandel te doen inschrijven.
3.10.
Gelet op de aard van het verzoek ziet de rechtbank geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
beslissing

4

De rechtbank
4.1.
vult het bestuur van de stichting aan tot het statutaire aantal van vijf bestuurders en benoemt als bestuurders van de stichting:- mevrouw [belanghebbende 1] , wonende te [woonplaats 4] ;- mevrouw [belanghebbende 2] , wonende te [woonplaats 5] ;- de heer [belanghebbende 3] , wonende te [woonplaats 6] ;- de heer [belanghebbende 4] , wonende te [woonplaats 7] ; en- de heer [belanghebbende 5] , wonende te [woonplaats 8] .
Deze beschikking is gegeven door mr. M.H.S. Lebens-de Mug en in het openbaar uitgesproken op 12 juni 2019.(md)