Uitspraak ECLI:NL:RBOVE:2019:1283

Deze uitspraak heeft betrekking op het rechtsgebied Bestuursrecht en is gepubliceerd door de Raad voor de Rechtspraak op 15-04-2019. De uitspraak is gedaan door Rechtbank Overijssel op 15-04-2019, deze uitspraak is bekend onder de European Case Law Identifier (ECLI) ECLI:NL:RBOVE:2019:1283, het zaaknummer waarop deze uitspraak betrekking heeft is ak_18_1685


Bron: Rechtspraak

RECHTBANK OVERIJSSELuitspraak van de enkelvoudige kamer in het geschil tussenhet college van burgemeester en wethouders van Deventer, verweerder.
Zittingsplaats Zwolle

Bestuursrecht

zaaknummer: AWB 18/1685

het bestuur van Stichting voor Onderwijs op Islamitische grondslag in Midden- en Oost-Nederland

gemachtigde: [gemachtigde] ,
en

ECLI:NL:RBOVE:2019:1283:DOC
nl

RECHTBANK OVERIJSSELuitspraak van de enkelvoudige kamer in het geschil tussenhet college van burgemeester en wethouders van Deventer, verweerder.
Zittingsplaats Zwolle
Bestuursrecht

zaaknummer: AWB 18/1685

het bestuur van Stichting voor Onderwijs op Islamitische grondslag in Midden- en Oost-Nederland

gemachtigde: [gemachtigde] ,
en

procesverloop

Procesverloop

Bij besluit van 13 februari 2018 (het primaire besluit) heeft verweerder aan de onder het bestuur van eiser staande basisschool De Zonnebloem (hierna: De Zonnebloem) huisvesting beschikbaar gesteld in het schoolgebouw aan het Andriessenplein in de wijk de Vijfhoek in Deventer.

Bij besluit van 24 juli 2018 (het bestreden besluit) heeft verweerder het hiertegen door eiser gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Tegen het bestreden besluit heeft eiser beroep ingesteld. Verweerder heeft verweer gevoerd.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 27 februari 2019. Namens eiser is verschenen zijn gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door H. de Graaff en mr. J. Horst.
Overwegingen

1. Bij de beoordeling van dit geschil gaat de rechtbank uit van het volgende.
2. In het primaire besluit heeft verweerder op basis van het aantal leerlingen dat De Zonnebloem had op 1 oktober 2017 goedkeuring verleend voor negen groepsruimten en een aantal nader af te spreken nevenruimten tot een bruto vloeroppervlak van circa 1.360 m². Ook heeft verweerder in het primaire besluit bepaald dat, ingevolge artikel 13 van de Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs, gemeente Deventer, 2015, binnen vier weken met eiser en de besturen van de andere basisscholen in het gebouw aan het Andriessenplein overleg zal worden gevoerd over de wijze van uitvoering van de huisvesting van eiser. In het bestreden besluit heeft verweerder het primaire besluit met aanvulling van de motivering gehandhaafd. Deze aanvulling betreft de vermelding dat het primaire besluit berust op het bepaalde in de artikelen 91 e.v. van de Wet op het primair onderwijs (WPO).
3. Eiser heeft in beroep aangevoerd dat De Zonnebloem recht op een eigen schoolgebouw heeft. Dit kan volgens hem worden ingevuld door middel van een aaneengesloten deel bestaande uit leslokalen en nevenruimten in een complex waarin meerdere scholen zijn gehuisvest of door middel van een vrijstaand schoolgebouw. De nu door verweerder toegekende huisvesting voldoet hier volgens eiser niet aan. Wél geschikt voor permanente huisvesting is volgens eiser het schoolgebouw aan het Spijkerpad 1 in Deventer, op minder dan 2 km van de huidige locatie aan de Wittenstein 128. Eiser is van mening dat de nieuwe huisvesting van De Zonnebloem moet worden gerealiseerd op of in de nabijheid van de huidige locatie. De locatie aan het Andriessenplein ligt daar te ver vandaan en zal voor een deel van de ouders moeilijk bereikbaar zijn. Hij verwacht dat de locatie aan het Andriessenplein De Zonnebloem 40 tot 50 leerlingen zal kosten.
4. Het wettelijk kader luidt als volgt.
a. t/m c. (…), d. op andere wijze dan wordt gewenst redelijkerwijs in de behoefte aan huisvesting kan worden voorzien, onder meer doordat binnen redelijke afstand van de gewenste plaats van de voorziening gebruik dan wel medegebruik mogelijk is, of een reeds voor bekostiging in aanmerking gebracht gebouw of deel daarvan beschikbaar komt,e. het bekostigingsplafond, bedoeld in artikel 93, niet toereikend is voor de te verstrekken voorzieningen voor scholen als bedoeld in het eerste lid, onderdelen a, b en c, van dat artikel, off. (…).
5. De rechtbank overweegt allereerst dat verweerder beoordelingsvrijheid heeft bij het toekennen van voorzieningen in de huisvesting van scholen.
6. Verweerder heeft aan het bestreden besluit onder meer ten grondslag gelegd dat De Zonnebloem de enige school in Deventer voor Islamitisch basisonderwijs is, waarmee het een stedelijke voorziening is. Vanwege dit stedelijke karakter kan De Zonnebloem volgens verweerder overal in de gemeente worden gehuisvest. In het bestreden besluit is geconcludeerd dat de nu aangewezen locatie acceptabel is voor eiser, mits een aantal gebouwelijke condities nog kan worden gerealiseerd. Daarover heeft verweerder verklaard zich er voor in te spannen dat deze condities daadwerkelijk worden gerealiseerd en, indien noodzakelijk, daarbij niet te schromen het ter beschikking staande wettelijke instrumentarium toe te passen. Met name op grond hiervan heeft verweerder zich in het bestreden besluit op het standpunt gesteld dat, na afweging van alle belangen, in passende huisvesting voor eiser is voorzien.
7. In het verweerschrift heeft verweerder, in reactie op de beroepsgronden van eiser, onder meer nog aangevoerd dat het schoolgebouw aan het Spijkerpad 1 in Deventer geen reële optie voor de huisvesting van De Zonnebloem is, omdat in dat gebouw de Rooms-Katholieke basisschool Het Palet is gevestigd. Volgens verweerder kent het gebouw aan het Spijkerpad slechts 15 groepsruimten, terwijl voor Het Palet en De Zonnebloem gezamenlijk ten minste 16 tot 18 lokalen nodig zijn. Hierdoor biedt dit schoolgebouw geen adequate voorziening voor huisvesting van De Zonnebloem. Het gebouw heeft inderdaad wel een groot aantal vierkante meters aan bruto vloeroppervlakte, maar dat komt volgens verweerder doordat het door een voormalige school voor voortgezet onderwijs werd gebruikt, waardoor het een inpandige gymnastiekzaal, met douches en kleedruimte, en een grote aula kent. Over het behoud van de huidige locatie aan de Wittenstein 128 heeft verweerder in verweer gesteld dat dit gebouw volkomen is afgeschreven en te klein is voor eiser. Naast een renovatie van dit gebouw zou ook een uitbreiding met vier lokalen moeten plaatsvinden. Vanwege het in het IHP opgenomen afwegingskader, de grote leegstand in lokalen in de gemeente Deventer en het vastgestelde bekostigingsplafond van € 0,- voor de uitbreiding van huisvestingsvoorzieningen voor scholen kan hieraan volgens verweerder geen gevolg worden gegeven.
8. De rechtbank stelt vast dat eiser heeft erkend dat de locatie aan de Wittenstein 128 zou moeten worden gerenoveerd en uitgebreid om dit geschikt te maken voor permanente huisvesting van De Zonnebloem. Ook heeft hij ter zitting erkend dat het gebouw aan het Spijkerpad 1 op dit moment te weinig lokalen heeft voor de gezamenlijk huisvesting van Het Palet en De Zonnebloem en dat dit daarvoor op zijn minst inpandig zou moeten worden verbouwd. Verder is niet in geschil dat De Zonnebloem is aan te merken als een stedelijke voorziening, dat sprake is van aanzienlijke leegstand in bestaande schoolgebouwen en dat verweerder een bekostigingsplafond van € 0,- heeft vastgesteld voor de uitbreiding van huisvestingsvoorzieningen voor scholen. Ten slotte heeft verweerder ter zitting onweersproken verklaard dat circa 1,8 miljoen euro zou moeten worden geïnvesteerd om de huidige locatie van De Zonnebloem aan de Wittenstein 128 geschikt te maken voor permanente huisvesting en dat er naar verwachting op termijn in het gebouw Kei 13 geen ruimte meer zal zijn voor de (mede)huisvesting van De Zonnebloem. Gelet op deze feiten en omstandigheden is de rechtbank van oordeel dat verweerder in redelijkheid heeft kunnen besluiten om het gebouw aan het Andriessenplein aan te wijzen voor de permanente huisvesting van De Zonnebloem. Daarbij acht de rechtbank van belang dat verweerder ter zitting heeft toegelicht dat ook nadat het bestreden besluit is genomen het overleg met de besturen van de scholen die al in dat gebouw zitten is voortgezet. Tijdens die overleggen heeft één van die scholen verklaard bereid te zijn om een deel van een vleugel vrij te maken, waarmee aan de ruimtebehoefte van De Zonnebloem kan worden tegemoetgekomen. Derhalve is niet gebleken dat ten tijde van het nemen van het bestreden besluit op voorhand kon worden gezegd dat medegebruik van het gebouw aan het Andriessenplein door De Zonnebloem onmogelijk is of zal worden gemaakt. Dat eiser de voorkeur heeft voor een andere locatie, leidt niet tot een ander oordeel. Ook is de rechtbank van oordeel dat de afstand tussen de huidige locatie van De Zonnebloem en het gebouw aan het Andriessenplein niet dusdanig groot is dat verweerder niet meer in redelijkheid tot toekenning van laatstgenoemd gebouw kon overgaan. Verweerder heeft in dit verband ter zitting gewezen op de mogelijkheid voor ouders om in aanmerking te komen voor leerlingenvervoer indien zij op meer dan zes kilometer van de nieuwe locatie van De Zonnebloem wonen.
De Zonnebloem is op 1 augustus 2011 van start gegaan en is de enige Islamitische basisschool in Deventer. Zij is op dit moment gehuisvest in het schoolgebouw aan de Wittenstein 128 in Deventer en heeft ook met drie lokalen medegebruik van het gebouw Kei 13 in Deventer. In 2011 hebben eiser en verweerder de afspraak gemaakt dat als de nieuwe school binnen vijf jaar aan de toenmalige stichtingsnorm van 208 leerlingen zou voldoen aan de school permanente huisvesting zou worden toegewezen. Per 1 augustus 2016 bezoeken meer dan 208 leerlingen de school. Daarop heeft eiser bij verweerder een aanvraag ingediend voor de definitieve huisvesting van De Zonnebloem. Naar aanleiding van de aanvraag om definitieve huisvesting hebben op 24 februari 2016 en 28 maart 2017 overleggen plaatsgevonden tussen eiser, de directeur van De Zonnebloem en verweerder. In deze overleggen is steeds besloten om de tijdelijke huisvesting in het gebouw aan de Wittenstein 128 en in het gebouw Kei 13 te verlengen, omdat geen goede locaties voor definitieve huisvesting voorhanden waren. Ook daarna hebben nog overleggen plaatsgevonden over de definitieve huisvesting van De Zonnebloem.
Eind 2017/begin 2018 heeft verweerder het Integraal Huisvestingsplan Onderwijs 2018-2023 gemeente Deventer (hierna: het IHP) opgesteld. Op 17 januari 2018 is het concept van het IHP in een op overeenstemming gericht overleg besproken met (vertegenwoordigers van) de verschillende schoolbesturen. Op 5 februari 2018 heeft verweerder het IHP vastgesteld. Hierin is onder meer vastgesteld welke mogelijkheden er in Deventer bestaan voor permanente huisvesting van De Zonnebloem. In het IHP is uiteindelijk voorgesteld om de permanente huisvesting van De Zonnebloem te laten plaatsvinden in het schoolgebouw aan het Andriessenplein.
Vervolgens heeft de besluitvorming plaatsgevonden zoals vermeld onder ‘Procesverloop’.

Artikel 91, eerste lid, van de WPO bepaalt, voor zover van belang, dat de gemeenteraad onderscheidenlijk burgemeester en wethouders ten behoeve van scholen zorgdragen voor de voorzieningen in de huisvesting overeenkomstig het bepaalde in deze afdeling (zijnde afdeling 3 van titel IV van hoofdstuk I van de WPO).

Artikel 92, eerste lid, aanhef en onder a, van de WPO bepaalt dat voor de toepassing van deze afdeling onder voorzieningen in de huisvesting worden begrepen: voor blijvend onderscheidenlijk voor tijdelijk gebruik bestemde voorzieningen, bestaande uit:1°. nieuwbouw, een bestaand gebouw of een gedeelte daarvan, verplaatsing van een bestaand gebouw of van een gedeelte daarvan, terreinen, alsmede eerste aanschaf van onderwijsleerpakketten en meubilair,2°. uitbreiding van de onder 1° bedoelde voorzieningen, en3°. medegebruik van een ruimte die geschikt is voor het onderwijs.
Artikel 93, eerste lid, van de WPO bepaalt, verkort weergegeven, dat burgemeester en wethouders jaarlijks ten behoeve van het eerstvolgende jaar voor een door hen te bepalen tijdstip voor de bekostiging van de voorzieningen in de huisvesting voor scholen een bekostigingsplafond vaststellen. Het tweede lid van dit artikel bepaalt dat het bekostigingsplafond zodanig wordt vastgesteld dat redelijkerwijs kan worden voorzien in de huisvesting van de in het eerste lid bedoelde scholen op het grondgebied van de gemeente.
Artikel 95, vijfde lid, van de WPO bepaalt dat de beschikking van burgemeester en wethouders een gedeelte van de gewenste voorziening dan wel een andere voorziening dan gewenst kan omvatten.

Artikel 100, eerste lid, van de WPO bepaalt dat een voorziening in de huisvesting slechts wordt geweigerd, indien:

9.1.
Ter zitting heeft eiser voorts nog aangevoerd dat het bestreden besluit een verplaatsing van De Zonnebloem tot gevolg heeft, hetgeen volgens hem uitsluitend op verzoek van een school mag. De rechtbank neemt aan dat eiser hiermee heeft verwezen naar artikel 84, tweede lid, van de WPO. Dit artikellid, zoals dit luidt sinds 1 januari 2018, bepaalt namelijk dat de minister kan besluiten toe te staan dat een bekostigde school een andere plaats van vestiging binnen de gemeente krijgt.
9.2.
De rechtbank ziet in deze beroepsgrond geen aanleiding voor het oordeel dat het bestreden besluit niet in stand kan blijven. Verplaatsing als bedoeld in artikel 84, tweede lid, van de WPO ziet blijkens de Memorie van Toelichting (§ 2.2 en § 2.4) van de Wet tot wijziging van onder meer de WPO (Stb. 2017, 261) op het verplaatsen van een school over de grenzen van het bestaande voedingsgebied heen. De Zonnebloem is een stedelijke voorziening en zal met verhuizing naar het Andriessenplein de grenzen van haar voedingsgebied niet overschrijden.
9.3.
Resumerend overweegt de rechtbank dat eiser bij verweerder een verzoek om een permanente in plaats van een tijdelijke huisvestingsvoorziening heeft ingediend. Verweerder heeft naar het oordeel van de rechtbank in redelijkheid daartoe ruimte in het gebouw aan het Andriessenplein kunnen toekennen.
10. De rechtbank is van oordeel dat het bestreden besluit in stand kan blijven en dat het beroep ongegrond is.
11. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
beslissing

Beslissing


De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. W.J.B. Cornelissen, rechter, in aanwezigheid van mr. P.J.H. Bijleveld, als griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op
griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening of om het opheffen of wijzigen van een bij deze uitspraak getroffen voorlopige voorziening.