Uitspraak ECLI:NL:RBOVE:2019:1219

Deze uitspraak heeft betrekking op het rechtsgebied Strafrecht en is gepubliceerd door de Raad voor de Rechtspraak op 11-04-2019. De uitspraak is gedaan door Rechtbank Overijssel op 11-04-2019, deze uitspraak is bekend onder de European Case Law Identifier (ECLI) ECLI:NL:RBOVE:2019:1219, het zaaknummer waarop deze uitspraak betrekking heeft is 08-997017-15 (P)


Bron: Rechtspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL
Team Strafrecht Meervoudige kamer
Zittingsplaats Zwolle

Parketnummer 08-997017-15 (P)Datum vonnis: 11 april 2019
Vonnis op tegenspraak in de zaak van de officier van justitie tegen:

[verdacht bedrijf 1] HOLDING B.V.

gevestigd te [adres] .

ECLI:NL:RBOVE:2019:1219:DOC
nl

RECHTBANK OVERIJSSEL
Team Strafrecht Meervoudige kamer
Zittingsplaats Zwolle

Parketnummer 08-997017-15 (P)Datum vonnis: 11 april 2019
Vonnis op tegenspraak in de zaak van de officier van justitie tegen:

[verdacht bedrijf 1] HOLDING B.V.

gevestigd te [adres] .
1

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzittingen van 29 januari 2018, 14 mei 2018, 21 maart 2019 en 28 maart 2019.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie mr. S. Buist en van hetgeen door verdachte en haar raadsman mr. I.P. de Groot, advocaat te Middelburg, naar voren is gebracht.

2

- op 31 januari 2014 en/of 1 februari 2014 in het Zuider Stortemelk ten noorden van Vlieland zonder vergunning (in totaal) ongeveer 720 kubieke meter, althans een hoeveelheid, schelpen gewonnen en/of - op 10 februari 2014 en/of 11 februari 2014 in het Zuider Stortemelk ten noorden van Vlieland zonder vergunning (in totaal) ongeveer 715 kubieke meter, althans een hoeveelheid, schelpen gewonnen en/of - op 21 maart 2014 in het Zuider Stortemelk ten noorden van Vlieland zonder vergunning (in totaal) ongeveer 720 kubieke meter, althans een hoeveelheid, schelpen gewonnen en/of - op 31 maart 2014 en/of 1 april 2014 in het Zuider Stortemelk ten noorden van Vlieland zonder vergunning (in totaal) ongeveer 720 kubieke meter, althans een hoeveelheid, schelpen gewonnen en/of - op 16 juli 2014 in het Zuider Stortemelk ten noorden van Vlieland zonder vergunning (in totaal) ongeveer 488 kubieke meter, althans een hoeveelheid, schelpen gewonnen;
a. op of omstreeks 24 januari 2014, althans in of omstreeks de maand januari 2014, in de gemeente Terschelling, althans in Nederland en/of b. op of omstreeks 14 mei 2014, althans in of omstreeks de maand mei 2014, in de gemeente Eemsmond, althans in Nederland en/of c. op of omstreeks 7 juli 2014, althans in of omstreeks de maand juli 2014, in de gemeente Eemsmond, althans in Nederland en/of d. op of omstreeks 8 juli 2014, althans in of omstreeks de maand juli 2014, in de gemeente Eemsmond, althans in Nederland en/of e. op of omstreeks 17 juli 2014, althans in of omstreeks de maand juli 2014, in de gemeente Eemsmond, althans in Nederland en/of f. op of omstreeks 24 juli 2014, althans in of omstreeks de maand juli 2014, in de gemeente Eemsmond, althans in Nederland,
a. een Ladingsbon [naam schip] met het volgnummer 27343 (bladzijde 1112) en/of b. een Ladingsbon [naam schip] met het volgnummer 27413 (bladzijde 1187) en/of c. een Ladingsbon [naam schip] met het volgnummer 27456 (bladzijde 1222) en/of d. een Ladingsbon [naam schip] met het volgnummer 27457 (bladzijde 1221) en/of e. een Ladingsbon [naam schip] met het volgnummer 27464 (bladzijde 1214) en/of f. een Ladingsbon [naam schip] met het volgnummer 27473 (bladzijde 1205)
a. op die ladingsbon (te weten de Ladingsbon [naam schip] met het volgnummer 27343 (bladzijde 1112)) in strijd met de waarheid te vermelden dat een hoeveelheid van 720 kubieke meter schelpen was gewonnen - zakelijk weergegeven - in een winplaats die was vergund op de vergunning met het nummer (in die ladingsbon aangeduid met aktenummer) RWS-2013/55927 (bladzijde 351 tot en met 366) en/of b. op die ladingsbon (te weten de Ladingsbon [naam schip] met het volgnummer 27413 (bladzijde 1187)) in strijd met de waarheid te vermelden dat een hoeveelheid van 720 kubieke meter schelpen was gewonnen - zakelijk weergegeven - in een winplaats die was vergund op de vergunning met het nummer (in die ladingsbon aangeduid met aktenummer) RWS-2013/55927 (bladzijde 351 tot en met 366) en/of c. op die ladingsbon (te weten de Ladingsbon [naam schip] met het volgnummer 27456 (bladzijde 1222)) in strijd met de waarheid te vermelden dat een hoeveelheid van 600 kubieke meter schelpen was gewonnen - zakelijk weergegeven - in een winplaats die was vergund op de vergunning met het nummer (in die ladingsbon aangeduid met aktenummer) RWS-2013/55927 (bladzijde 351 tot en met 366) en/of d. op die ladingsbon (te weten de Ladingsbon [naam schip] met het volgnummer 27457 (bladzijde 1221)) in strijd met de waarheid te vermelden dat een hoeveelheid van 720 kubieke meter schelpen was gewonnen - zakelijk weergegeven - in een winplaats die was vergund op de vergunning met het nummer (in die ladingsbon aangeduid met aktenummer) RWS-2013/55927 (bladzijde 351 tot en met 366) en/of e. op die ladingsbon (te weten de Ladingsbon [naam schip] met het volgnummer 27464 (bladzijde 1214)) in strijd met de waarheid te vermelden dat een hoeveelheid van 720 kubieke meter schelpen was gewonnen - zakelijk weergegeven - in een winplaats die was vergund op de vergunning met het nummer (in die ladingsbon aangeduid met aktenummer) RWS-2013/55927 (bladzijde 351 tot en met 366) en/of f. op die ladingsbon (te weten de Ladingsbon [naam schip] met het volgnummer 27473 (bladzijde 1205)) in strijd met de waarheid te vermelden dat een hoeveelheid van 720 kubieke meter schelpen was gewonnen - zakelijk weergegeven - in een winplaats die was vergund op de vergunning met het nummer (in die ladingsbon aangeduid met aktenummer) RWS-2013/55927 (bladzijde 351 tot en met 366);
a. op of omstreeks 18 februari 2014, althans in of omstreeks de maand februari 2014, in de gemeente Reimerswaal, althans in Nederland en/of b. op of omstreeks 16 juni 2014, althans in of omstreeks de maand juni 2014, in de gemeente Reimerswaal, althans in Nederland en/of c. op of omstreeks 28 augustus 2014, althans in of omstreeks de maand augustus 2014, in de gemeente Reiemerswaal, althans in Nederland
a. een opgave van de gewonnen schelpen in de maand januari 2014 door de winzuiger [naam schip] (bladzijde 595), waarop in strijd met de waarheid was vermeld dat er op 24 januari 2014 720 kubieke meter schelpen waren gewonnen in de winplaats Noordzee op/onder vergunningnummer RWS-2013/55927, (per email - bladzijde 855) te verzenden aan, althans ter beschikking te stellen / te melden aan, (zakelijk weergegeven) het Rijksvastgoed- en ontwikkelingsbedrijf, althans aan "Zandzaken Zuid" en/of b. een opgave van de gewonnen schelpen in de maand mei 2014 door de winzuiger [naam schip] (bladzijde 604), waarop in strijd met de waarheid was vermeld dat er op 14 mei 2014 tussen 00.00 uur en 09.00 uur 720 kubieke meter schelpen waren gewonnen in de winplaats Noordzee op/onder vergunningnummer RWS-2013/55927, (per email - bladzijde 856) te verzenden aan, althans ter beschikking te stellen / te melden aan (zakelijk weergegeven) het Rijksvastgoed- en ontwikkelingsbedrijf, althans aan "Zandzaken Zuid" en/of c. een opgave van de gewonnen schelpen in de maand juli 2014 door de winzuiger [naam schip] (bladzijde 609), waarop in strijd met de waarheid was vermeld - dat er op 7 juli 2014 tussen 3.30 uur en 12.40 uur 600 kubieke meter schelpen waren gewonnen in de winplaats Noordzee op/onder vergunningnummer RWS-2013/55927 en/of - dat er tussen 7 juli 2014 23.00 uur en 8 juli 2014 10.00 uur 720 kubieke meter schelpen waren gewonnen in de winplaats Noordzee op/onder vergunningnummer RWS-2013/55927 en/of - dat er op 16 juli 2014 720 kubieke meter schelpen waren gewonnen in de winplaats Noordzee op/onder vergunningnummer RWS-2013/55927 en/of - dat er op 24 juli 2014 tussen 9.30 uur en 16.30 uur 720 kubieke meter schelpen waren gewonnen in de winplaats Noordzee op/onder vergunningnummer RWS-2013/55927, (per email - bladzijde 857) te verzenden aan, althans ter beschikking te stellen / te melden aan, (zakelijk weergegeven) het Rijksvastgoed- en ontwikkelingsbedrijf, althans aan "Zandzaken Zuid".
De verdenking komt er, kort en zakelijk weergegeven, op neer dat verdachte in de periode van 31 januari 2014 tot en met 16 juli 2014 samen met anderen meermalen in een zeegebied genaamd het Zuider Stortemelk, gelegen ten noorden van Vlieland, zonder vergunning schelpen heeft gewonnen (feit 1), dat verdachte op verschillende data in 2014 samen met anderen ladingsbonnen van een vaartuig aangeduid als “ [naam schip] ” (hierna ook: “ [naam schip] ”) valselijk heeft opgemaakt (feit 2) en dat verdachte op verschillende data in 2014 samen met anderen opzettelijk gebruik heeft gemaakt van die valselijk opgemaakte opgaven van de gewonnen schelpen, door deze opgaven te verzenden aan het Rijksvastgoed- en ontwikkelingsbedrijf (feit 3).

Voluit luidt de tenlastelegging aan verdachte dat:

1.verdachte in of omstreeks de periode van 31 januari 2014 tot en met 16 juli 2014, althans in of omstreeks de maanden januari 2014 tot en met juli 2014, althans in of omstreeks het jaar 2014, in de gemeente Vlieland, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen, opzettelijk zonder vergunning heeft ontgrond, immers heeft verdachte
2.verdachte
tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen, (telkens) een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen, te weten

(telkens) valselijk heeft/hebben opgemaakt en/of heeft/hebben vervalst door

3.verdachte
tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen, (telkens) opzettelijk gebruik heeft gemaakt van (een) valselijk opgemaakt geschrift(en) en/of (een) vervalst(e) geschrift(en) dat (die) bestemd waren om tot bewijs van enig feit te dienen, als (was) waren deze echt en onvervalst, door

3

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

overwegingen

4

4.1
Inleiding

Op 11 juli 2014 werd door de heer [toezichthouder] , toezichthouder bij Rijkswaterstaat Noord-Nederland (RWS-NN) een e-mail verzonden aan de afdeling Handhaving van RWS-NN. Daarin geeft [toezichthouder] aan dat de schelpenzuiger “ [naam schip] ” schelpen wint buiten de vergunde gebieden en dat op verkeerde vergunningnummers opgave wordt gedaan bij het Rijksvastgoedbedrijf (RVB). [toezichthouder] verzoekt om handhaving.

Voor het winnen van schelpen dient een vergoeding te worden afgedragen aan het RVB. De hoogte van de vergoeding is afhankelijk van de plek waar de schelpen worden gewonnen. De afdeling handhaving heeft, in overleg met de officier van justitie, besloten een strafrechtelijk onderzoek in te stellen.

4.2
Feit 1

4.2.1
Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft veroordeling gevorderd voor het onder 1 ten laste gelegde. Wettig en overtuigend kan worden bewezen dat tijdens de vijf geselecteerde reizen van “ [naam schip] ” buiten de vergunde gebieden schelpen zijn gewonnen.

4.2.2
Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft bepleit dat verdachte van het onder 1 ten laste gelegde dient te worden vrijgesproken. Verdachte kan niet worden aangemerkt als dader, als functioneel dader of als medepleger. De fysieke dader van de ontgronding is [kapitein] . Voor toerekening van zijn handelen aan verdachte dient de gedraging plaats te hebben gevonden in de sfeer van de rechtspersoon. Daar is ten aanzien van verdachte geen sprake van. Daarnaast kan [administrateur] niet als medepleger van [kapitein] worden gezien, zodat via die persoon evenmin functioneel daderschap van verdachte kan worden geconstrueerd.
4.2.3
Het oordeel van de rechtbank



Ten laste is gelegd dat verdachte, in de periode van 31 januari 2014 tot en met 16 juli 2014, samen met anderen, meermalen, in het Zuider Stortemelk, ten noorden van Vlieland, zonder vergunning schelpen heeft gewonnen.

Artikel 3 lid 1 Ontgrondingenwet (hierna ook: OgW) verbiedt zonder vergunning te ontgronden, waar het winnen van schelpen onder valt.

Voor het winnen van schelpen op de Waddenzee, de Noordzeekustzone en de Noordzee zijn schelpenwingebieden samengesteld door de afdeling vergunningverlening van Rijkswaterstaat. RWS-NN is voor de OgW op de Waddenzee en de Noordzeekustzone het bevoegd gezag, Rijkswaterstaat Zee en Delta (RWS-Z&D) voor de Noordzee.

RWS-NN heeft op 16 januari 2014 voor het winnen van schelpen op de Waddenzee en de Noordzeekustzone in de periode van 1 januari 2014 tot en met 31 december 2014 aan verdachte een vergunning verleend met kenmerk RWS-2014/949. Voorschrift 1 van de vergunning betreft het ‘’. In dat voorschrift is bepaald dat de winning van schelpen uitsluitend mag plaatsvinden binnen de schelpenwingebieden die zijn opgenomen op de kaarten welke als bijlage 2 zijn toegevoegd aan de vergunning.

RWS-Z&D heeft op 7 november 2013 voor het winnen van schelpen op de Noordzee in de periode van 1 januari 2014 tot 31 december 2016 aan verdachte een vergunning verleend met kenmerk RWS-2013/55927. Voorschrift 1.1 van de vergunning vermeldt dat de winning alleen mag worden uitgevoerd binnen het gebied zoals aangegeven op de bij de vergunning behorende indicatieve tekening NZWS 2013-361.

Het winnen van de schelpen heeft feitelijk plaatsgevonden met het schelpenwinvaartuig “ [naam schip] ”. Dit schip is eigendom van medeverdachte [verdacht bedrijf 2] ( [verdacht bedrijf 2] ). De gewonnen schelpen worden aangeleverd bij medeverdachte [verdacht bedrijf 3] C.V. ( [verdacht bedrijf 3] ). [verdacht bedrijf 3] betaalt voor de gewonnen schelpen een vergoeding aan [verdacht bedrijf 2] . Van de gewonnen hoeveelheden schelpen doet verdachte maandelijks aangifte bij het RvB en bij het desbetreffende gezag. Op basis van deze maandelijkse aangifte is verdachte een bedrag verschuldigd aan het RvB. De maandelijks door het RvB aan verdachte in rekening gebrachte kosten ter zake de gewonnen schelpen (op basis van de maandelijkse aangifte) worden als domeinkosten doorberekend. Maandelijks worden deze domeinkosten door verdachte doorberekend / gefactureerd aan [verdacht bedrijf 3] . De gewonnen schelpen worden uiteindelijk door [verdacht bedrijf 3] verkocht en/of verwerkt tot een ander product.Medeverdachte [kapitein] is werkzaam voor [verdacht bedrijf 2] en gezagvoerder / kapitein op “ [naam schip] ”. Hij is verantwoordelijk voor de winning van de schelpen. [kapitein] wordt aangestuurd door medeverdachte [administrateur] .
Medeverdachte [administrateur] is in loondienst bij [verdacht bedrijf 3] en treedt op als procuratiehouder namens [verdacht bedrijf 3] . Hij draagt zorg voor de administratie van [verdacht bedrijf 3] , [verdacht bedrijf 2] en verdachte. [administrateur] heeft ook het beheer van “ [naam schip] ” in portefeuille. Hij stuurt [kapitein] aan, bepaalt welke schelpen nodig zijn en waar deze schelpen gewonnen moeten worden. De maandelijks gewonnen schelpen worden door [administrateur] , namens verdachte, gemeld bij het bevoegde gezag en hij dient namens verdachte de maandelijkse aangifte in bij het RvB.

Om te kunnen controleren dat de schelpen gewonnen worden in de daarvoor aangewezen schelpenwingebieden is “ [naam schip] ” uitgerust met een blackbox systeem. Dit systeem meet en registreert veelvuldig onder meer de vaarsnelheid van het vaartuig en de plaats waar het vaartuig zich bevindt. Rijkswaterstaat kan deze blackbox-gegevens uitlezen.

Getuige [toezichthouder] heeft verklaard dat hij toezichthouder is bij Rijkswaterstaat. Hij heeft in 2013 meerdere malen contact gehad met verdachte over diverse door hem geconstateerde overtredingen. Contactpersoon voor [toezichthouder] namens verdachte was [administrateur] . Omdat er geen gevolg werd gegeven aan de constateringen van [toezichthouder] heeft hij in 2014 opgeschaald naar de afdeling handhaving.

In de ten laste gelegde periode zijn door “ [naam schip] ” verschillende reizen gemaakt waarbij schelpen zijn gewonnen. Van 31 januari 2014 tot en met 1 februari 2014 heeft “ [naam schip] ” schelpen gewonnen in het Zuider Stortemelk, gelegen in de Noordzeekustzone ten noorden van Vlieland. Dit blijkt uit de betreffende blackbox-kaarten. Deze locatie is bij de vergunningen niet aangewezen als schelpenwinlocatie.

[kapitein] heeft van deze reis een ladingsbon opgemaakt waarop hij als vergunninghouder verdachte noemt, als winplaats ‘Noord van Vlieland’ en de opgegeven hoeveelheid schelpen bedraagt 720 m3. Uit de genoemde blackbox-gegevens blijkt dat alle schelpen gewonnen zijn buiten het vergunde gebied.

Van 10 februari 2014 tot en met 11 februari 2014 heeft “ [naam schip] ” eveneens schelpen gewonnen in het Zuider Stortemelk. Dit blijkt uit de betreffende blackbox-kaarten. Deze locatie is bij de vergunningen voor het overgrote deel niet aangewezen als schelpenwinlocatie.

[kapitein] heeft van deze reis een ladingsbon opgemaakt waarop hij als vergunninghouder verdachte noemt, als winplaats ‘Noord van Vlieland’ en de opgegeven hoeveelheid bedraagt 720 m3. Uit de genoemde blackbox-gegevens en de analyse daarvan blijkt dat 99,35 %, zijnde 715 m3 van de schelpen gewonnen is buiten het vergunde gebied.

Ook op 21 maart 2014 heeft “ [naam schip] ” schelpen gewonnen in het Zuider Stortemelk. Dit blijkt uit de betreffende blackbox-kaarten. Deze locatie is bij de vergunningen niet aangewezen als schelpenwinlocatie.

[kapitein] heeft van deze reis een ladingsbon opgemaakt waarop hij als vergunninghouder verdachte noemt, als winplaats ‘Stortemelk’ en de opgegeven hoeveelheid bedraagt 720 m3. Uit de genoemde blackbox-gegevens blijkt dat alle schelpen gewonnen zijn buiten het vergunde gebied.

Vervolgens heeft “ [naam schip] ” op 31 maart 2014 tot en met 1 april 2014 wederom schelpen gewonnen in het Zuider Stortemelk. Dit blijkt uit de betreffende blackbox-kaarten. Deze locatie is bij de vergunningen niet aangewezen als schelpenwinlocatie.

[kapitein] heeft van deze reis een ladingsbon opgemaakt waarop hij als vergunninghouder verdachte noemt, als winplaats ‘Stortemelk’ en de opgegeven hoeveelheid bedraagt 720 m3. Uit de genoemde blackbox-gegevens blijkt dat alle schelpen gewonnen zijn buiten het vergunde gebied.

Ook op de laatste ten laste gelegde datum, 16 juli 2014, heeft “ [naam schip] ” schelpen gewonnen in het Zuider Stortemelk. Dit blijkt uit de betreffende blackbox-kaarten. Deze locatie is bij de vergunningen voor het overgrote deel niet aangewezen als schelpenwinlocatie.

[kapitein] heeft van deze reis een ladingsbon opgemaakt waarop hij als vergunninghouder verdachte noemt, als winplaats ‘Zuid-Stortemelk’ en de opgegeven hoeveelheid bedraagt 720 m3. Uit de genoemde blackbox-gegevens en de analyse daarvan blijkt dat 67,73 %, zijnde 488 m3, van de schelpen gewonnen is buiten het vergunde gebied.

De directeur van verdachte, [directeur verdacht bedrijf 1] , heeft verklaard dat [administrateur] tot taak heeft alles wat met het schip te maken. [directeur verdacht bedrijf 1] heeft geen contact met [kapitein] , [administrateur] stuurt hem aan. [directeur verdacht bedrijf 1] weet dat door Rijkswaterstaat is aangegeven dat er buiten het gebied werd gewonnen. Hij heeft naar zijn zeggen aan [administrateur] de duidelijke instructie gegeven dat daarop goed gelet moest worden.

[administrateur] heeft verklaard dat verdachte de vergunningen heeft voor het zuigen van de schelpen die bij [verdacht bedrijf 3] nodig zijn. [verdacht bedrijf 3] huurt in feite daarvoor het schip van [verdacht bedrijf 2] . [administrateur] plant het schip in en geeft opdracht waar de schelpen moeten worden gewonnen en welke hoeveelheid. Hij geeft de planning door aan [kapitein] . De vergunningen met bijbehorende kaarten zijn aan boord van “ [naam schip] ”. [administrateur] geeft door of op de Waddenzee en of er binnen of buiten de eilanden gezogen moet worden.

Het Stortemelk is volgens [administrateur] een belangrijk gebied, omdat daar grotere schelpen zitten. [administrateur] is ermee bekend dat ze per e-mail door de heer [toezichthouder] zijn aangesproken op het zuigen buiten de vergunde gebieden. [administrateur] heeft [kapitein] daarover aangesproken, omdat hij weet dat ze binnen het vergunde vak moeten blijven. [administrateur] vindt dat de vergunninghouder daar ook verantwoordelijk voor is. [administrateur] weet niet meer hoe hij het verder binnen het bedrijf heeft besproken.

[kapitein] heeft bevestigd dat de vergunningen aan boord zijn van “ [naam schip] ”. Hij heeft dagelijks contact met [administrateur] over de winning. [kapitein] heeft bericht ontvangen van [administrateur] dat ze in het Zuider Stortemelk buiten het vergunde gebied lagen. De schelpen die ze het beste kunnen gebruiken liggen volgens [kapitein] in het Zuider Stortemelk, doordat de schelpen de zeegaten opzoeken. [kapitein] heeft verklaard dat hij op het randje van het vergunde gebied of net daarbuiten ging winnen, zodat ze sneller klaar waren. Hij heeft dat ook meegedeeld aan [administrateur] . [administrateur] heeft dat verder niet gecorrigeerd.

Op grond van de genoemde bewijsmiddelen stelt de rechtbank vast dat tijdens de ten laste gelegde periodes de in de tenlastelegging omschreven hoeveelheid schelpen is gewonnen zonder dat daarvoor een vergunning was verleend.

Gelet op het verweer van de verdediging dient de vraag te worden beantwoord of deze verboden gedraging kan worden toegerekend aan verdachte als rechtspersoon.

De Hoge Raad heeft zich in een aantal arresten uitgelaten over de strafrechtelijke aansprakelijkheid van rechtspersonen en het toerekenen van opzet van een natuurlijk persoon aan de rechtspersoon.

Een belangrijk oriëntatiepunt daarbij is of de gedraging heeft plaatsgevonden, dan wel is verricht in de sfeer van de rechtspersoon. Een dergelijke gedraging kan in beginsel worden toegerekend aan de rechtspersoon. De Hoge Raad heeft een aantal omstandigheden omschreven die tot de conclusie kunnen leiden dat de gedraging in de sfeer van de rechtspersoon heeft plaatsgevonden. Omschreven zijn onder meer:

Omdat in dit geval sprake is van genoemde omstandigheden is de rechtbank van oordeel dat de verboden gedraging in de sfeer van verdachte als rechtspersoon is verricht. Zij overweegt daartoe het volgende.

De drie rechtspersonen [verdacht bedrijf 2] , [verdacht bedrijf 3] en verdachte zijn feitelijk en juridisch nauw met elkaar verweven en vormen alle drie onmisbare schakels bij de winning van de schelpen. [administrateur] was daarbij de centrale persoon. Hij speelde binnen de drie rechtspersonen de verbindende rol.

Dat de aan verdachte bij de vergunningen toegekende quota aan schelpen ook daadwerkelijk dienden te worden gewonnen spreekt voor zich. De bij de vergunningen aan verdachte toebedeelde quota hadden echter niet kunnen worden gewonnen als [administrateur] geen opdracht zou hebben geven aan [kapitein] / [verdacht bedrijf 2] om de schelpen te winnen. De gewonnen schelpen werden vervolgens door [administrateur] namens verdachte aangegeven bij het RVB en het bevoegde gezag. [administrateur] is derhalve werkzaam ten behoeve van verdachte. De gedraging past, gelet op de vergunningverlening aan verdachte, dan ook binnen de normale bedrijfsvoering van verdachte.

Met betrekking tot het ten laste gelegde opzet overweegt de rechtbank als volgt. [administrateur] wist dat er buiten de vergunde gebieden werd gewonnen. Hij heeft [kapitein] daar een e-mail over gestuurd. Verder heeft [administrateur] ter zake niets ondernomen. Dit, terwijl hij meermalen was gewaarschuwd door Rijkswaterstaat en er middels de blackbox een controle systeem beschikbaar was. Met deze kennelijke onverschilligheid heeft hij op zijn minst de aanmerkelijk kans aanvaard dat er buiten de vergunde gebieden werd gewonnen. Dit (voorwaardelijk) opzettelijk handelen van [administrateur] kan aan verdachte worden toegerekend.

Nu verdachte niet zonder de genoemde natuurlijke personen en rechtspersonen de schelpen kan winnen en er nauw en bewust is samengewerkt, is ten aanzien van de aan verdachte toe te rekenen verboden gedraging sprake van medeplegen.

Dit leidt tot de conclusie dat het onder 1 ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen kan worden.

-

het handelen van iemand die werkzaam is ten behoeve van de rechtspersoon,

de gedraging past in de normale bedrijfsvoering van de rechtspersoon.

4.3
Feiten 2 en 3

4.3.1
Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft veroordeling gevorderd voor het onder 2 en 3 ten laste gelegde. Er is voldoende wettig en overtuigend bewijs in het dossier aanwezig dat de ladingsbonnen valselijk zijn opgemaakt. Doordat de informatie van de ladingsbonnen overgenomen is in de opgaven aan het RvB zijn die opgaven eveneens onjuist.

4.3.2
Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft gepleit voor vrijspraak van het onder 2 ten laste gelegde. Verdachte kan niet worden aangemerkt als de dader of functioneel dader van het ten laste gelegde en evenmin als medepleger. Bovendien ontbreekt het oogmerk tot misleiding van een derde en in een aantal gevallen het oogmerk om de ladingsbonnen als echt en onvervalst te gebruiken. Tot slot klopt het onder 2 sub e ten laste gelegde feitelijk niet. Ten aanzien van het onder 3 ten laste gelegde heeft de raadsman zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.
4.3.3
Het oordeel van de rechtbank



Onder 2 is ten laste gelegd dat verdachte, samen met anderen, meerdere ladingsbonnen valselijk heeft opgemaakt door in strijd met de waarheid te vermelden dat de schelpen gewonnen waren op een plek die viel onder de vergunning met nummer RWS-2013/55927 en onder 3 is ten laste gelegd dat verdachte opzettelijk gebruik heeft gemaakt van die valselijk opgemaakte ladingsbonnen door die opgaven van de gewonnen schelpen te verzenden aan het RVB.

[kapitein] heeft verklaard dat hij van de gemaakte winningsreizen ladingsbonnen ‘ [naam schip] ’ heeft opgemaakt. Op de ladingsbonnen geeft hij onder meer de datum, het aktenummer (nummer van de vergunning), de winplaats, het volgnummer van de bon, de hoeveelheid gewonnen schelpen en de losplaats aan.

[kapitein] heeft van de winningsreis op 24 januari 2014 tussen 03:15 en 19:45 uur een ladingsbon opgemaakt. De ladingsbon heeft als nummer 27343. Op de bon is bij de winlocatie vermeld ‘Noord van Vlieland', bij hoeveelheid 720 m3 en bij 'aktenummer' het kenmerk van de vergunning van RWS-Z&D te weten: RWS-2013/55927.

Op 24 januari 2014 heeft “ [naam schip] ” schelpen gewonnen in de Waddenzee en de Noordzeekustzone. De winning op de Waddenzee en de Noordzeekustzone is echter vergund bij de vergunning met kenmerk RWS-2014/949, zodat de opgave op de ladingsbon in strijd met de waarheid is.

De ruwe data die zijn gevorderd bij RWS-NN geven aan dat op 24 januari 2014 om 20:45:42 “ [naam schip] ” aan het varen was tussen Harlingen en zijn schelpenwinplaats Stortemelk. Dit is zichtbaar gemaakt in een overzichtskaart waarin dit tijdstip vanuit de blackbox-gegevens is verwerkt. Gelet op de gemeentegrenzen op deze kaart bevond “ [naam schip] ” zich op het moment van verzenden van de ladingsbon van 24 januari 2014 binnen de grenzen van de gemeente Terschelling.

[kapitein] heeft de ladingsbon per e-mail verzonden aan [administrateur] . De reis van 24 januari 2014 is door [administrateur] opgenomen in het format dat hij heeft aangeleverd bij de RVB van de maand januari 2014. Dit bestand is gekoppeld aan de e-mail die [administrateur] op dinsdag 18 februari 2014 heeft verstuurd.

Voor de reis van 14 mei 2014 van 00:00 tot 09:00 uur heeft [kapitein] eveneens een ladingsbon opgemaakt. De ladingsbon heeft als nummer 27413. Op de bon is bij de winlocatie vermeld “Oude Westereems”, bij hoeveelheid 720 m3 en bij 'aktenummer' het kenmerk van de vergunning van RWS-Z&D te weten: RWS-2013/55927.

Op 14 mei 2014 heeft “ [naam schip] ” echter schelpen gewonnen in het Eems-Dollard verdragsgebied. De winning van schelpen in het Eems-Dollard verdragsgebied is niet toegestaan. Dit gebied staat duidelijk aangegeven in de kaart die is gevoegd bij de vergunning die RWS Z&D aan verdachte heeft verstrekt.

Op 14 mei 2014 laat [kapitein] door middel van een e-mail aan [administrateur] weten: "Zuigplek “Huibertgat & Oude Westereems” valt waarschijnlijk niet onder de vergunning Noordzee, dus waarschijnlijk geen afdracht aan domeinen?" De ladingsbon is als bijlage gekoppeld aan deze e-mail.

De ruwe data die zijn gevorderd bij RWS-NN geven aan dat op 14 mei 2014 om 8:19:26 “ [naam schip] ” stil lag in de Eemshaven. Dit is zichtbaar gemaakt in een overzichtskaart waarin dit tijdstip vanuit de blackbox-gegevens is verwerkt. Gelet op de gemeentegrenzen bevond “ [naam schip] ” zich op het moment van verzenden van deze ladingsbon binnen de grenzen van de gemeente Eemsmond.

De reis van 14 mei 2014 is door [administrateur] opgenomen in het format dat hij heeft aangeleverd bij de RVB van de maand mei 2014. Dit bestand is gekoppeld aan de e-mail die [administrateur] de RVB op dinsdag 16 juni 2014 heeft verstuurd. [administrateur] hanteert hetzelfde vergunningnummer in de domeinopgave als [kapitein] eerder op de ladingsbon heeft ingevuld.
Ook voor de reis van 7 juli 2014 van 03:40 tot 12:40 uur heeft [kapitein] een ladingsbon opgemaakt. De ladingsbon heeft als nummer 27456. Op de bon is bij de winlocatie vermeld “Oude Westereems”, bij hoeveelheid 600 m3 en bij 'aktenummer' het kenmerk van de vergunning van RWS-Z&D te weten: RWS-2013/55927.

Op 7 juli 2014 heeft “ [naam schip] ” echter eveneens schelpen gewonnen in het verboden Eems-Dollard verdragsgebied.

De ladingsbon is als bijlage gekoppeld aan de e-mail die [kapitein] heeft verzonden naar [administrateur] . De ruwe data die zijn gevorderd bij RWS-NN geven aan dat op 7 juli 2014 om 10:52:40 “ [naam schip] ” schelpen aan het winnen was in het Huibertsgat. Dit is zichtbaar gemaakt in een overzichtskaart waarin dit tijdstip vanuit de blackbox-gegevens is verwerkt. Gelet op de gemeentegrenzen bevond “ [naam schip] ” zich op het moment van verzenden van deze ladingsbon binnen de grenzen van de gemeente Eemsmond.

De reis van 7 juli 2014 is door [administrateur] opgenomen in het format dat hij heeft aangeleverd bij de RVB van de maand juli 2014. Dit bestand is gekoppeld aan de e-mail die [administrateur] de RVB op dinsdag 28 augustus 2014 heeft gestuurd. [administrateur] hanteert hetzelfde vergunningsnummer in de domeinopgave als [kapitein] eerder op de ladingsbon heeft ingevuld.
De reis van 7 juli 2014 23:00 uur tot 8 juli 2014 10:00 uur heeft [kapitein] ook vastgelegd in een ladingsbon. De ladingsbon heeft als nummer 27457. Op de bon is bij de winlocatie vermeld ‘Noordzee’, bij hoeveelheid 720 m3 en bij ‘aktenummer’ het kenmerk van de vergunning van RWS-Z&D te weten: RWS-2013/55927.

Ook tijdens deze reis heeft “ [naam schip] ” schelpen gewonnen in het Eems-Dollard verdragsgebied.

De ladingsbon is als bijlage gekoppeld aan de e-mail die [kapitein] heeft verzonden naar [administrateur] . De ruwe data die zijn gevorderd bij RWS-NN geven aan dat op 8 juli 2014 om 7:56:55 “ [naam schip] ” schelpen aan het winnen was in het Huibertsgat. Dit is zichtbaar gemaakt in een overzichtskaart waarin dit tijdstip vanuit de blackbox-gegevens is verwerkt. Gelet op de gemeentegrenzen bevond “ [naam schip] ” zich op het moment van verzenden van deze ladingsbon binnen de grenzen van de gemeente Eemsmond.

De reis van 7 en 8 juli 2014 is door [administrateur] opgenomen in het format dat hij heeft aangeleverd bij de RVB van de maand juli 2014. Dit bestand is gekoppeld aan de e-mail die [administrateur] de RVB op dinsdag 28 augustus 2014 heeft verstuurd. Opmerkelijk is dat [kapitein] nu Noordzee aangeeft als winlocatie, terwijl hij bij de reis van 7 juli 2014 (hierboven beschreven) opgeeft als winlocatie “Oude Westereems”. [administrateur] hanteert hetzelfde vergunningsnummer in de domeinopgave als [kapitein] eerder op de ladingsbon heeft ingevuld.
Voor de reis van 17 juli 2014 heeft [kapitein] een ladingsbon opgemaakt met nummer 27464. Op de bon is bij de winlocatie vermeld ‘Zuid-Stortemelk’, bij hoeveelheid 720 m3 en bij 'aktenummer' het kenmerk van de vergunning van RWS-NN te weten: RWS-2014/949.

In de tenlastelegging wordt verdachte verweten dat de ladingsbon valselijk is opgemaakt doordat de gewonnen schelpen zijn opgegeven onder het nummer van de vergunning van RWS-Z&D met nummer RWS-2013/55927.

Nu de ten laste gelegde feiten niet overeenstemmen met de werkelijkheid, kan dit onderdeel niet worden bewezen, zodat verdachte van het onder 2 sub e ten laste gelegde zal worden vrijgesproken.

Deze partiële vrijspraak heeft tot gevolg dat het ten laste gelegde onder 3 sub c, derde gedachtestreepje evenmin kan worden bewezen. Daarvan zal verdachte eveneens worden vrijgesproken.

Tot slot heeft [kapitein] voor de reis van 24 juli 2014 van 09:30 tot 16:30 uur een ladingsbon opgemaakt. De ladingsbon heeft als nummer 27473. Op de bon is bij de winlocatie vermeld ‘Noordzee', bij hoeveelheid 720 m3 en bij 'aktenummer' het kenmerk van de vergunning van RWS-Z&D te weten: RWS-2013/55927.

Op 24 juli 2014 heeft “ [naam schip] ” wederom schelpen gewonnen in het verboden Eems-Dollard verdragsgebied.

De ladingsbon is als bijlage gekoppeld aan de e-mail die [kapitein] heeft verzonden naar [administrateur] . De ruwe data die zijn gevorderd bij RWS-NN geven aan dat op 25 juli 2014 om 5:53:21 “ [naam schip] ” stil lag aan de kade in de Eemshaven. Dit is zichtbaar gemaakt in een overzichtskaart waarin dit tijdstip vanuit de blackbox-gegevens is verwerkt. Gelet op de gemeentegrenzen bevond “ [naam schip] ” zich op het moment van verzenden van deze ladingsbon binnen de grenzen van de gemeente Eemsmond.

De reis van 24 juli 2014 is door [administrateur] opgenomen in het format dat hij heeft aangeleverd bij de RVB van de maand juli 2014. Dit bestand is gekoppeld aan de e-mail die [administrateur] de RVB op dinsdag 28 augustus 2014 heeft gestuurd. [administrateur] hanteert hetzelfde vergunning nummer in de domeinopgave als [kapitein] eerder op de ladingsbon heeft ingevuld. Uit het vorenstaande blijkt dat op een aantal ladingsbonnen in strijd met de waarheid is vermeld dat de schelpen gewonnen zijn op een plaats die vergund zou zijn bij de vergunning van de Noordzee. Het spreekt voor zich dat [kapitein] op de ladingsbon van 24 januari 2014 het nummer van de juiste, aan verdachte toegekende, vergunning had moeten noteren. Bij de winningen in het Eems-Dollard gebied was [kapitein] zich ervan bewust dat deze winningen niet binnen vergund gebied plaatsvonden. Desondanks vulde hij het nummer van de vergunning van de Noordzee in.
Op basis van de opgave in deze ladingsbonnen heeft [administrateur] , namens verdachte, opgave gedaan bij het RVB en RWS, waarbij eveneens incorrecte vergunning nummers zijn vermeld.

Hetgeen hiervoor bij feit 1 is overwogen omtrent de verwevenheid van de verdachten en het functioneel daderschap van verdachte geldt mutatis mutandis voor het onder 2 en 3 ten laste gelegde. De verboden gedragingen kunnen ook in dit geval aan verdachte worden toegerekend.

Dat [kapitein] niet het oogmerk had om [administrateur] te misleiden met de valse opgaves, zoals de verdediging heeft aangevoerd, doet hieraan niets af. De ladingsbonnen hebben een bewijsfunctie. Op basis van de valse bonnen zijn de opgaven verstuurd door [administrateur] . De verdediging miskent met het verweer dat er geen sprake zou zijn van misleiding van derden, dat de bonnen dienen als basis voor de opgave aan het RVB en RWS. Oogmerk van misleiding betekent dat er derden in het spel zijn, die niet van de valsheid op de hoogte zijn. Aan het bewijs van dit oogmerk staat echter niet in de weg dat het gebruik van de bedoelde geschriften alleen zo nodig jegens derden plaatsvindt. Zelfs wanneer [kapitein] aangeeft dat de winning waarschijnlijk niet onder de vergunning van de Noordzee valt (en voorstelt om dan maar helemaal geen afdracht te doen), geeft [administrateur] bij de opgave toch dat vergunning nummer op. Zowel bij [kapitein] als [administrateur] bestond derhalve wel degelijk de intentie om de bonnen als echt en onvervalst te gebruiken en op deze manier het RVB en RWS te misleiden.

De rechtbank volgt de raadsman evenmin in het verweer dat door de vermelding ‘Oude Wester Eems’ het geschrift evident ongeschikt is om echt en onvervalst te kunnen zijn. Niet ieder redelijk weldenkend mens ziet op het eerste gezicht direct dat deze vermelding niet kan kloppen. In het algemeen zal enig onderzoek nodig zijn om te achterhalen waar de Oude Wester Eems precies ligt. Van evidente ongeschiktheid is derhalve geen sprake.

Vorenstaande leidt tot de conclusie dat het onder 2 en 3 ten laste gelegde wettig en overtuigend kan worden bewezen, met uitzondering van het ten last gelegde onder 2 sub e en 3 sub c, derde gedachtestreepje.

4.4
De bewezenverklaring

- op 31 januari 2014 en/of 1 februari 2014 in het Zuider Stortemelk ten noorden van Vlieland zonder vergunning (in totaal) ongeveer 720 kubieke meter schelpen gewonnen en - op 10 februari 2014 en/of 11 februari 2014 in het Zuider Stortemelk ten noorden van Vlieland zonder vergunning (in totaal) ongeveer 715 kubieke meter schelpen gewonnen en - op 21 maart 2014 in het Zuider Stortemelk ten noorden van Vlieland zonder vergunning (in totaal) ongeveer 720 kubieke meter schelpen gewonnen en- op 31 maart 2014 en/of 1 april 2014 in het Zuider Stortemelk ten noorden van Vlieland zonder vergunning (in totaal) ongeveer 720 kubieke meter schelpen gewonnen en- op 16 juli 2014 in het Zuider Stortemelk ten noorden van Vlieland zonder vergunning (in totaal) ongeveer 488 kubieke meter schelpen gewonnen;
a. op 24 januari 2014, in de gemeente Terschelling enb. op 14 mei 2014, in de gemeente Eemsmond enc. op 7 juli 2014, in de gemeente Eemsmond en d. op 8 juli 2014, in de gemeente Eemsmond en f. op 24 juli 2014, in de gemeente Eemsmond,
a. een Ladingsbon [naam schip] met het volgnummer 27343 (bladzijde 1112) en b. een Ladingsbon [naam schip] met het volgnummer 27413 (bladzijde 1187) en c. een Ladingsbon [naam schip] met het volgnummer 27456 (bladzijde 1222) en d. een Ladingsbon [naam schip] met het volgnummer 27457 (bladzijde 1221) en f. een Ladingsbon [naam schip] met het volgnummer 27473 (bladzijde 1205)
a. op die ladingsbon (te weten de Ladingsbon [naam schip] met het volgnummer 27343 (bladzijde 1112)) in strijd met de waarheid te vermelden dat een hoeveelheid van 720 kubieke meter schelpen was gewonnen - zakelijk weergegeven - in een winplaats die was vergund op de vergunning met het nummer (in die ladingsbon aangeduid met aktenummer) RWS-2013/55927 (bladzijde 351 tot en met 366) enb. op die ladingsbon (te weten de Ladingsbon [naam schip] met het volgnummer 27413 (bladzijde 1187)) in strijd met de waarheid te vermelden dat een hoeveelheid van 720 kubieke meter schelpen was gewonnen - zakelijk weergegeven - in een winplaats die was vergund op de vergunning met het nummer (in die ladingsbon aangeduid met aktenummer) RWS-2013/55927 (bladzijde 351 tot en met 366) en c. op die ladingsbon (te weten de Ladingsbon [naam schip] met het volgnummer 27456 (bladzijde 1222)) in strijd met de waarheid te vermelden dat een hoeveelheid van 600 kubieke meter schelpen was gewonnen - zakelijk weergegeven - in een winplaats die was vergund op de vergunning met het nummer (in die ladingsbon aangeduid met aktenummer) RWS-2013/55927 (bladzijde 351 tot en met 366) end. op die ladingsbon (te weten de Ladingsbon [naam schip] met het volgnummer 27457 (bladzijde 1221)) in strijd met de waarheid te vermelden dat een hoeveelheid van 720 kubieke meter schelpen was gewonnen - zakelijk weergegeven - in een winplaats die was vergund op de vergunning met het nummer (in die ladingsbon aangeduid met aktenummer) RWS-2013/55927 (bladzijde 351 tot en met 366) enf. op die ladingsbon (te weten de Ladingsbon [naam schip] met het volgnummer 27473 (bladzijde 1205)) in strijd met de waarheid te vermelden dat een hoeveelheid van 720 kubieke meter schelpen was gewonnen - zakelijk weergegeven - in een winplaats die was vergund op de vergunning met het nummer (in die ladingsbon aangeduid met aktenummer) RWS-2013/55927 (bladzijde 351 tot en met 366);
a. op 18 februari 2014, in de gemeente Reimerswaal, enb. op 16 juni 2014, in de gemeente Reimerswaal, enc. op 28 augustus 2014, in de gemeente Reimerswaal,
a. een opgave van de gewonnen schelpen in de maand januari 2014 door de winzuiger [naam schip] (bladzijde 595), waarop in strijd met de waarheid was vermeld dat er op 24 januari 2014 720 kubieke meter schelpen waren gewonnen in de winplaats Noordzee op/onder vergunningnummer RWS-2013/55927, (per email - bladzijde 855) te verzenden aan, (zakelijk weergegeven) het Rijksvastgoed- en ontwikkelingsbedrijf en b. een opgave van de gewonnen schelpen in de maand mei 2014 door de winzuiger [naam schip] (bladzijde 604), waarop in strijd met de waarheid was vermeld dat er op 14 mei 2014 tussen 00.00 uur en 09.00 uur 720 kubieke meter schelpen waren gewonnen in de winplaats Noordzee op/onder vergunningnummer RWS-2013/55927, (per email - bladzijde 856) te verzenden aan (zakelijk weergegeven) het Rijksvastgoed- en ontwikkelingsbedrijf enc. een opgave van de gewonnen schelpen in de maand juli 2014 door de winzuiger [naam schip] (bladzijde 609), waarop in strijd met de waarheid was vermeld - dat er op 7 juli 2014 tussen 3.30 uur en 12.40 uur 600 kubieke meter schelpen waren gewonnen in de winplaats Noordzee op/onder vergunningnummer RWS-2013/55927 en- dat er tussen 7 juli 2014 23.00 uur en 8 juli 2014 10.00 uur 720 kubieke meter schelpen waren gewonnen in de winplaats Noordzee op/onder vergunningnummer RWS-2013/55927 en- dat er op 24 juli 2014 tussen 9.30 uur en 16.30 uur 720 kubieke meter schelpen waren gewonnen in de winplaats Noordzee op/onder vergunningnummer RWS-2013/55927, (per email - bladzijde 857) te verzenden aan (zakelijk weergegeven) het Rijksvastgoed- en ontwikkelingsbedrijf.
De rechtbank acht op grond van de genoemde bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen dat:

1.verdachte in de periode van 31 januari 2014 tot en met 16 juli 2014, in de gemeente Vlieland, tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk zonder vergunning heeft ontgrond, immers heeft verdachte
2.verdachte
tezamen en in vereniging met anderen een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen, te weten

telkens valselijk heeft opgemaakt door

3.verdachte
tezamen en in vereniging met anderen, telkens opzettelijk gebruik heeft gemaakt van een valselijk opgemaakt geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen, als was deze echt en onvervalst, door

De rechtbank heeft de eventueel in de tenlastelegging voorkomende schrijffouten verbeterd in de bewezenverklaring. Verdachte wordt hierdoor niet in haar verdediging geschaad. De rechtbank acht niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd, zodat zij haar daarvan zal vrijspreken.
5

Het bewezenverklaarde is strafbaar gesteld in de artikelen 3 OgW, 1a, 2 en 6 Wet op de Economische delicten, 225, 47 en 51 van het Wetboek van Strafrecht (Sr). Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het onder 1 en 3 bewezenverklaarde uitsluiten. Het bewezenverklaarde levert ten aanzien van feit 1 en 3 op:

feit 1

het misdrijf: medeplegen van opzettelijk zonder vergunning ontgronden, meermalen gepleegd, begaan door een rechtspersoon;
feit 3

het misdrijf: medeplegen van opzettelijk gebruik maken van een vals geschrift, als bedoeld in artikel 225, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, als ware het echt en onvervalst, meermalen gepleegd, begaan door een rechtspersoon.
feit 2

In de tenlastelegging van het tweede ten laste gelegde feit is niet opgenomen dat verdachte gehandeld heeft ‘
te doen gebruiken

gekwalificeerd worden als een strafbaar feit. Verdachte zal om die reden van het onder 2 ten laste gelegde worden ontslagen van alle rechtsvervolging.
6

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor de bewezenverklaarde feiten.

7

7.1
De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd verdachte te veroordelen tot een geldboete van € 100.000,00. De eis is gebaseerd op het totale aantal overtredingen zoals uit het dossier naar voren is gekomen, waaronder de ten laste gelegde feiten.
7.2
Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft ten aanzien van het onder 1 en 2 ten laste gelegde vrijspraak bepleit. Indien de rechtbank tot een bewezenverklaring komt, heeft de raadsman gepleit voor toepassing van de ‘Richtlijn voor strafvordering grondstromen’. Daarnaast heeft de raadsman erop gewezen dat verdachte een zogenoemde “first offender” is, het bevoegd gezag laks heeft opgetreden, er op dit moment alles aan wordt gedaan om recidive te voorkomen, er volledige medewerking is gegeven aan het onderzoek en de redelijke termijn in behoorlijke mate is overschreden.

7.3
De gronden voor een straf of maatregel

Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de bedrijfsomstandigheden van verdachte zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen. De rechtbank acht daarbij het volgende van belang.

Voor de winning van schelpen in de Waddenzee, de Noordzeekustzone en de Noordzee zijn schelpenwingebieden samengesteld door Rijkswaterstaat. Verdachte is een aantal kavels van deze gebieden gegund door het afgeven van vergunningen. Bij de vergunningverlening is rekening gehouden met de Planologische Kernbeslissing, welke beslissing een uitwerking is van de Nota Ruimte. De hoofddoelstelling hiervan is de duurzame bescherming en ontwikkeling van de Waddenzee als natuurgebied en het behoud van het unieke open landschap. De Waddenzee is beschermd gebied en opgenomen op de werelderfgoedlijst van Unesco.

Daarnaast wordt bij de vergunningverlening rekening gehouden met de Natura 2000 gebieden. Dit is een samenhangend netwerk van beschermde natuurgebieden binnen de lidstaten van de Europese Unie. De Waddenzee is als Natura 2000 gebied onderdeel van dit netwerk en aangewezen vanwege de vele natuurwaarden die het gebied herbergt. De Waddenzee draagt bij aan het behoud van de biodiversiteit op nationaal en Europees niveau.

In 2014 zijn door verdachte en de medeverdachten meermalen schelpen gewonnen in gebieden waarvoor geen vergunning was verleend. Verdachte heeft zich hiermee schuldig gemaakt aan het medeplegen van opzettelijk zonder vergunning ontgronden. Daarnaast zijn van een aantal winningen waarvoor geen vergunning was verleend valse ladingsbonnen opgemaakt, welke valse ladingsbonnen zijn gebruikt voor de opgave aan het Rijksvastgoedbedrijf en Rijkswaterstaat.

Samen met de medeverdachte natuurlijke personen en rechtspersonen heeft verdachte het tot onderdeel van de bedrijfsvoering gemaakt om veelvuldig buiten de vergunde gebieden schelpen te winnen. Daarmee heeft zij haar eigen (financiële) belang boven dat van de bescherming van de natuur gesteld. Dit neemt de rechtbank verdachte zeer kwalijk. Het (aanvankelijk) uitblijven van handhaving door het bevoegde gezag mag in geen geval als excuus hiervoor worden gebruikt. Van een vergunninghouder mag immers, ook, of juist bij gebrek aan “real-time controle”, verwacht worden dat zij zich aan de vergunningsvoorwaarden houdt.

De rechtbank is van oordeel dat aansluiting zoeken bij de door de raadsman genoemde richtlijn niet passend is in deze zaak.

De eis van de officier van justitie is echter gebaseerd op een veel groter aantal winningen dan is ten laste gelegd en bewezenverklaard. De rechtbank zal daar rekening mee houden, evenals met de ouderdom van de feiten.

De rechtbank zal, ter ondersteuning van de maatregelen die inmiddels zijn genomen ter voorkoming van recidive, een deels voorwaardelijke geldboete aan verdachte opleggen.

8

De hierna te nemen beslissing berust op de hiervoor genoemde wetsartikelen. Daarnaast berust deze beslissing op de artikelen 14a, 14b, 14c, 23 en 57 Sr.

beslissing

9

- verklaart bewezen dat verdachte het onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;- verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd en spreekt haar daarvan vrij;
- verklaart het bewezenverklaarde onder 1 en 3 strafbaar;- verklaart dat het bewezenverklaarde onder 1 en 3 de volgende strafbare feiten oplevert:
- het misdrijf: medeplegen van opzettelijk zonder vergunning ontgronden, meermalen gepleegd, begaan door een rechtspersoon;
- het misdrijf: medeplegen van opzettelijk gebruik maken van een vals geschrift, als bedoeld in artikel 225, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, als ware het echt en onvervalst, meermalen gepleegd, begaan door een rechtspersoon;
- verklaart dat het onder 2 bewezenverklaarde geen strafbaar feit oplevert en ontslaat verdachte op dat onderdeel van alle rechtsvervolging;
- verklaart verdachte strafbaar voor het onder 1 en 3 bewezenverklaarde;
- veroordeelt verdachte tot een van ; - bepaalt dat van deze geldboete een gedeelte van , tenzij de rechter later anders mocht gelasten. De rechter kan de tenuitvoerlegging gelasten indien verdachte voor het einde van de de navolgende voorwaarde niet is nagekomen:- stelt als dat verdachte:- zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit.
De rechtbank:

bewezenverklaring

strafbaarheid feit

feit 1

feit 3

strafbaarheid verdachte

straf

Dit vonnis is gewezen door mr. J.H.W.R. Orriëns-Schipper, voorzitter, mr. M. Melaard en mr. M. Aksu, rechters, in tegenwoordigheid van mr. K. Offerein-Hulshof, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 11 april 2019.

_c48f965a-0407-4339-9e84-4a5ebf570a24
1

Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit pagina’s uit het dossier van Rijkswaterstaat, Ministerie van Infrastructuur en Milieu inzake het onderzoek ‘Vinkenpad’. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.Proces-verbaal van bevindingen Zaaksdossier 1 d.d. 11 juli 2016, pag. 167.
_872c06bc-a4f7-4d5c-b6a7-7cc276421272
2

Beschikking d.d. 16 januari 2014, document VIN-A 101, pag. 519.

_30187a12-b49e-418f-9f33-49d9499c983c
3

Bijlage 2: kaart schelpenwingebieden, document VIN-A 101-15, pag. 533.

_9f9c5c2b-fca9-4bb4-9c6a-8c222660de5d
4

Proces-verbaal van bevindingen Zaaksdossier 1 d.d. 11 juli 2016, pag. 167.

_4a5a6881-0cdd-4f9a-af3b-96740751607d
5

Beschikking d.d. 7 november 2013, document VIN-A 20, pag. 351.

_75c1ad7c-6c13-4203-adfd-eab2bf07ee9d
6

Indicatieve tekening, document VIN- 21, pag. 365.

_04ffa498-379c-4ccc-b339-5b66209ea011
7

Relaas proces-verbaal d.d. 14 juli 2016, pag. 6 en 7.

_674e504c-9455-4c43-894c-624515b593d3
8

Proces-verbaal van bevindingen d.d. 30 juni 2016, pag. 24.

_1dce8aa8-4620-471f-a174-ad5c8bc80976
9

Proces-verbaal van bevindingen d.d. 30 juni 2016, pag. 24.

_a708342c-beb5-4edd-963e-4b0cdf6708dd
10

Proces-verbaal van bevindingen Zaaksdossier 1 d.d. 11 juli 2016, pag. 167.

_ca666dc0-c2d5-461f-a864-cef43b834c1a
11

Proces-verbaal van verhoor getuige d.d. 19 december 2014, pag. 221 en 223.

_f46b38c1-7fd4-4b9b-b6e5-dde3a38f2e91
12

Blackbox gegevens schelpenwinning 31 januari 2014 11:30 uur tot 1 februari 2014 04:00 uur, documenten VIN-A 153, pag. 998 en VIN-A 154, pag. 999.

_62da6f37-06e4-4289-afd9-06876126f3ff
13

Proces-verbaal van bevindingen Zaaksdossier 1 d.d. 11 juli 2016, pag. 172.

_6a47f7f3-53d6-4d03-a5e9-08a45a2b58ca
14

Document VIN-A 70, pag. 1118.

_b1bc7a62-f8d6-4fe4-a1c6-2c93625c95d3
15

Blackbox gegevens schelpenwinning 10 februari 2014 12:00 uur tot 11 februari 2014 08:30 uur, documenten VIN-A 159, pag. 1004 en VIN-A 160, pag. 1005.

_fbe91db2-0c42-4ddf-9bf6-1cdbe0b0ff69
16

Proces-verbaal van bevindingen Zaaksdossier 1 d.d. 11 juli 2016, pag. 173.

_29e78e7f-2f4a-488f-90ea-d6c56784034c
17

Document VIN-A 73, pag. 1122.

_05eabd9d-ac52-4148-8982-5ceab4c26ae2
18

Proces-verbaal van bevindingen Zaaksdossier 1 d.d. 11 juli 2016, pag. 173.

_556fd3f3-0f4b-412f-8055-1a78c2feb7bf
19

Document VIN-A 137, pag. 289.

_49a6e14f-d7f4-476c-84b5-74ec063fea20
20

Blackbox gegevens schelpenwinning 21 maart 2014 02:15 uur tot 15:15 uur, documenten VIN-A 170, pag. 1015 en VIN-A 171, pag. 1016.
_69b31a9b-c9a8-449a-b1fd-37c4388716e2
21

Proces-verbaal van bevindingen Zaaksdossier 1 d.d. 11 juli 2016, pag. 174.

_4520caca-91b3-487c-8099-1d58b67144bb
22

Document VIN-A 346, pag. 1245.

_5acd3478-59aa-4545-a41a-2c23b7ae8473
23

Blackbox gegevens schelpenwinning 31 maart 2014 04:00 uur tot 1 april 2014 00:05 uur, documenten VIN-A 177, pag. 1022 en VIN-A 178, pag. 1023.

_caf7138f-261d-4df9-96f2-29c66f680932
24

Proces-verbaal van bevindingen Zaaksdossier 1 d.d. 11 juli 2016, pag. 175.

_61bbc3ee-2af9-45b8-9e6d-0d6c3451b1fd
25

Document VIN-A 346, pag. 1245.

_949302e5-dfda-4750-af92-d7d45a2978a7
26

Blackbox gegevens schelpenwinning 16 juli 2014, document VIN-A 494, pag. 1096.

_2862b9bd-da6e-4554-9f85-4b17831186b9
27

Proces-verbaal van bevindingen Zaaksdossier 1 d.d. 11 juli 2016, pag. 176.

_4084e74f-72e9-4e2e-abfe-037e9f25ff2c
28

Document VIN-A 288, pag. 1214.

_70b26001-9c64-4755-9ebf-02dc7f8fa4a9
29

Proces-verbaal van bevindingen Zaaksdossier 1 d.d. 11 juli 2016, pag. 176.

_95d7628b-ed54-43b5-be21-cc1e9792e525
30

Document VIN-A 137, pag. 289.

_8e0e827d-c25f-40c1-9b0e-858b56e2199e
31

Proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 22 december 2015, pag. 93.

_c8a055c7-710d-411f-a3b7-6ac2fa8e56b3
32

Proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 3 juli 2015, pag. 119.

_72747141-097a-4322-b115-da3df7e32dc8
33

Proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 3 juli 2015, pag. 120.

_1ee60d98-cba3-4abf-89b7-f2bf852117a2
34

Proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 3 juli 2015, pag. 121.

_a7a09701-f798-442b-8018-10c6c6d760cf
35

Document VIN-A-304, pag. 835.

_e39dd4ab-3f2d-40a3-ac83-3a7f691c4782
36

Proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 22 december 2015, pag. 127 en 128.

_010d8169-ee72-444e-a229-44d14d44750a
37

Proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 3 juli 2015, pag. 150, 151, 152 en 153.

_614203cc-8d90-441e-8423-1b81edcb4c9c
38

Document VIN-A-305, pag. 839.

_429ceeb2-d601-404a-92f8-f734194c7c3f
39

ECLI:NL:HR:2003:AF7938 (Drijfmest) en ECLI:NL:HR:2016:733 (Feitelijk leidinggeven).

_01f0018c-a543-4e5e-98e8-35f64119be87
40

Proces-verbaal verhoor verdachte d.d. 3 juli 2015, pag. 152.

_5fa970b6-c30b-4c58-ba07-0f90dc8c5bf6
41

Document VIN-A65, pag. 1112.

_983c11db-c0de-4b98-ad49-a420f6d46e47
42

Beschikking d.d. 7 november 2013, document VIN-A 20, pag. 351.

_a8d1be9a-6c6f-4cbb-af99-8607d72968c0
43

Documenten VIN-A 143 en 144, pag. 988 en 989.

_d5c398b9-e213-4424-b6d3-e46345f2306c
44

Beschikking d.d. 16 januari 2014, document VIN-A 101, pag. 519.

_6fb8714d-ab02-4df5-b2e0-5f30fbfab0e6
45

Document VIN-A 535, pag. 13 bij het aanvullend proces-verbaal van bevindingen d.d. 30 maart 2017.

_7ccd1f1c-ad1a-42fa-ace6-bd044911d9fd
46

Document VIN-A 203, pag. 1139.

_9fdfde65-c6e9-42c8-a77e-731461876763
47

Documenten VIN-A 117, pag. 595 en VIN-A 508, pag. 855.

_19f97deb-68ee-4e98-b0d7-06cbf0b7e302
48

Aanvullend proces-verbaal van bevindingen d.d. 30 maart 2017, pag. 2.

_06977e69-93e2-4db0-bf59-14866640f20c
49