Uitspraak ECLI:NL:RBOBR:2020:128

Deze uitspraak heeft betrekking op het rechtsgebied Bestuursrecht; Omgevingsrecht en is gepubliceerd door de Raad voor de Rechtspraak op 13-01-2020. De uitspraak is gedaan door Rechtbank Oost-Brabant op 13-01-2020, deze uitspraak is bekend onder de European Case Law Identifier (ECLI) ECLI:NL:RBOBR:2020:128, het zaaknummer waarop deze uitspraak betrekking heeft is SHE 19/3406


Bron: Rechtspraak

RECHTBANK OOST-BRABANT

Zittingsplaats 's-Hertogenbosch

Bestuursrecht

zaaknummer: SHE 19/3406

uitspraak van de voorzieningenrechter van 13 januari 2020 op het verzoek om voorlopige voorziening in de zaak tussen

[verzoekers] (Inwoners van Dommelen-Zuid), te Valkenswaard, verzoekers,(gemachtigde: [gemachtigde] ),
en

het dagelijks bestuur van het Waterschap De Dommel, verweerder,(gemachtigden: mr. C.C.E.J. van Weert-de Laat, ing. H. van Breugel, mr. M.S. Krikhaar en ing. C.A.M. Marijnissen).
Als derde-partij heeft aan het geding deelgenomen: , vergunninghoudster (gemachtigde mr. H.J.M. Besselink).

ECLI:NL:RBOBR:2020:128:DOC
nl

RECHTBANK OOST-BRABANT

Zittingsplaats 's-Hertogenbosch

Bestuursrecht

zaaknummer: SHE 19/3406

uitspraak van de voorzieningenrechter van 13 januari 2020 op het verzoek om voorlopige voorziening in de zaak tussen

[verzoekers] (Inwoners van Dommelen-Zuid), te Valkenswaard, verzoekers,(gemachtigde: [gemachtigde] ),
en

het dagelijks bestuur van het Waterschap De Dommel, verweerder,(gemachtigden: mr. C.C.E.J. van Weert-de Laat, ing. H. van Breugel, mr. M.S. Krikhaar en ing. C.A.M. Marijnissen).
Als derde-partij heeft aan het geding deelgenomen: , vergunninghoudster (gemachtigde mr. H.J.M. Besselink).

procesverloop

Procesverloop

Bij besluit van 11 november 2019 (het bestreden besluit) heeft verweerder aan de provincie Noord-Brabant watervergunning verleend voor het dempen van een oppervlaktelichaam en het gebruik maken van een beschermingszone in en nabij een watergang KS70, op de percelen kadastraal bekend als gemeente Westerhoven, sectie C, nummers 321 en 691.

Verzoekers hebben tegen het bestreden besluit bezwaar gemaakt. Verzoekers hebben de voorzieningenrechter verzocht voorlopige voorzieningen te treffen.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 10 januari 2020. Verzoekers hebben zich laten vertegenwoordigen door hun gemachtigde en [verzoeker] . Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigden. Derde-partij heeft zich laten vertegenwoordigen door haar gemachtigde.

Ter zitting hebben verzoekers aangegeven dat zij hun bezwaar als rechtstreeks beroep behandeld willen zien. Verweerder en vergunninghoudster hebben hiermee ingestemd. Verweerder zal het bezwaarschrift doorzenden aan de rechtbank.

Overwegingen

1. De voorzieningenrechter treft op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) alleen een voorlopige voorziening als "onverwijlde spoed" dat vereist. Dit betekent dat de voorzieningenrechter eerst een voorlopige voorziening kan treffen indien in redelijkheid van de indiener van het verzoek niet kan worden verwacht dat hij de uitspraak op het beroep afwacht. Hiervan zal in het algemeen sprake zijn indien er een onomkeerbare situatie dreigt te ontstaan.
2. Het beroep van verzoekers zal (gelijktijdig met de beroepen in de zaken SHE 19/2944 en SHE 19/2958 en beroepen tegen twee andere watervergunningen) worden behandeld op de zitting van de meervoudige kamer van deze rechtbank van 11 februari 2020.
3. De voorzieningenrechter beoordeelt of hangende beroep tot aan de zitting van de meervoudige kamer een voorlopige voorziening moet worden getroffen. De voorzieningenrechter geeft géén oordeel over de vraag of verzoekers belanghebbende zijn en of de normen waar verzoekers zich op beroepen strekken tot bescherming van hun belangen.
4. De voorzieningenrechter gaat daarbij uit van de volgende feiten.
5. Onder deze omstandigheden bestaat voor het treffen van een voorlopige voorziening geen aanleiding. De noodzaak voor het treffen van een voorlopige voorziening na 11 februari 2020 kan worden besproken op de zitting van de meervoudige kamer. De voorzieningenrechter wijst het verzoek af. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
-

Onderdeel van de Nieuwe Verbinding N69 is het realiseren van mitigerende maatregelen Keersopperbeemden. Het betreft het verondiepen en verlemen van de KS70 over een lengte van 250 m en het plaatsen van een stuw en duiker in de beschermingszone.

Verweerder heeft in het verweerschrift aangegeven dat de werkzaamheden aan de KS70 begin december 2019 zijn aangevangen, maar inmiddels gestaakt omdat de kweldruk heel hoog was. Hiervoor is inmiddels een oplossing gevonden. Aanvankelijk zou medio januari weer worden gestart met de werkzaamheden, maar de provincie heeft aangegeven bereid te zijn daarmee te wachten.

Ter zitting hebben verweerder en de provincie bevestigd dat er geen werkzaamheden meer worden uitgevoerd tot de zitting van 11 februari 2020. De in het bestreden besluit vergunde stuw is al aangelegd.

beslissing

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M.J.H.M. Verhoeven, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van A.J.H. van der Donk, griffier. De uitspraak is in het openbaar geschied op 13 januari 2020.

griffier voorzieningenrechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.