Uitspraak ECLI:NL:RBOBR:2019:5808

Deze uitspraak heeft betrekking op het rechtsgebied Strafrecht en is gepubliceerd door de Raad voor de Rechtspraak op 10-10-2019. De uitspraak is gedaan door Rechtbank Oost-Brabant op 11-10-2019, deze uitspraak is bekend onder de European Case Law Identifier (ECLI) ECLI:NL:RBOBR:2019:5808, het zaaknummer waarop deze uitspraak betrekking heeft is 01/880620-18


Bron: Rechtspraak

ECLI:NL:RBOBR:2019:5808:DOC
nl

center
100
05b694f4-41af-4b34-a4a3-61e8f74ce3d9
16
550
image/png

RECHTBANK OOST-BRABANT
Parketnummer: 01/880620-18 [verdachte]Strafrecht
Parketnummer: 01/880620-18Datum uitspraak: 11 oktober 2019
Vonnis van de rechtbank Oost-Brabant, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1981 ,wonende te [adres] . Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 27 september 2019.De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen van de zijde van verdachte naar voren is gebracht.
De tenlastelegging.
De zaak is aanhangig gemaakt bij dagvaarding van 20 augustus 2019.
- terwijl hij danig onder invloed was van alcohol en/of cannabis, in elk geval (een) stof(fen) die de rijvaardigheid kan verminderen en aldus niet tot behoorlijk besturen van een voertuig in staat kon worden geacht, met een te hoog alcoholgehalte in zijn bloed en/of

- een ander (te weten [slachtoffer] ) letsel en/of schade was toegebracht en/of is gedood en/of

- een ander (te weten voornoemde [slachtoffer] ), aan wie bij dat ongeval letsel was toegebracht, in hulpeloze toestand werd achtergelaten

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1. hij op of omstreeks 2 december 2018 te 's-Hertogenbosch, in elk geval in Nederland als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig, daarmede rijdende over de weg, Balkweg, zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden door roekeloos, in elk geval zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig en/of onoplettend,

te handelen als volgt:

verdachte is, rijdende op de Balkweg en/of gekomen bij de kruising van die Balkweg met de Bruistensingel en/of Harendonkweg, terwijl de verkeerslichten voor rechtdoor op rood stonden, de rijstrook bestemd voor rechtsaf slaand verkeer gaan berijden en/of vervolgens (toch) rechtdoor gereden, daarbij het rode verkeerslicht negerend en/of heeft daarbij/vervolgens geen voorrang verleend aan een overstekende fietsster die aldaar (op dat moment) voorrang had, waardoor een aanrijding en/of botsing is ontstaan

waardoor een ander ( [slachtoffer] ), zijnde de fietsster, werd gedood,

terwijl hij verkeerde in de toestand als bedoeld in artikel 8, eerste of tweede lid van de Wegenverkeerswet 1994, danwel na het feit niet heeft voldaan aan een bevel gegeven krachtens artikel 163, tweede, zesde, achtste of negende lid van genoemde wet;

Subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 02 december 2018 te 's-Hertogenbosch als bestuurder van een voertuig (personenauto), daarmee rijdende op de weg, Balkweg,

heeft gehandeld als volgt:

verdachte is, rijdende op de Balkweg en/of gekomen bij de kruising van die Balkweg met de Bruistensingel en/of Harendonkweg, terwijl de verkeerslichten voor rechtdoor op rood stonden, de rijstrook bestemd voor rechtsaf slaand verkeer gaan berijden en/of vervolgens (toch) rechtdoor gereden, daarbij het rode verkeerslicht negerend en/of heeft daarbij/vervolgens geen voorrang verleend aan een overstekende fietsster die aldaar (op dat moment) voorrang had,

door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd, althans kon worden gehinderd;

De in deze tenlastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voorzover daaraan in de Wegenverkeerswet 1994 betekenis is gegeven, geacht in dezelfde betekenis te zijn gebezigd;

2. hij, als degene door wiens gedraging een verkeersongeval was veroorzaakt, welke gedraging hij al dan niet als bestuurder van een motorrijtuig had verricht en welk verkeersongeval had plaatsgevonden in de gemeente 's-Hertogenbosch op de Balkweg en/of Bruistensingel en/of Harendonkweg op of omstreeks 2 december 2018, de (voornoemde) plaats van vorenbedoeld ongeval heeft verlaten, terwijl bij dat ongeval, naar hij wist of redelijkerwijs moest vermoeden,

De formele voorvragen.
Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding geldig is. De rechtbank is bevoegd van het ten laste gelegde kennis te nemen en de officier van justitie kan in zijn vervolging worden ontvangen. Voorts zijn er geen gronden gebleken voor schorsing van de vervolging.
Bewijs
Inleiding.

Op 2 december 2018 vond een verkeersongeval plaats op de kruising Bruistensingel en Harendonkweg te ’s-Hertogenbosch. Bij dit verkeersongeval waren betrokken een door verdachte bestuurde personenauto en een fietsster [slachtoffer] . Verdachte heeft vervolgens zonder zijn identiteit bekend te maken de plaats van het ongeval verlaten. Ten gevolge van het verkeersongeval is [slachtoffer] zwaargewond geraakt. Ze is op 3 december 2018 aan haar verwondingen overleden.
Het standpunt van de officier van justitie.

De officier van justitie heeft gevorderd het onder feit 1 primair en feit 2 ten laste gelegde bewezen te verklaren in die zin dat verdachte zeer onvoorzichtig en onoplettend heeft gereden en de plaats van het ongeval heeft verlaten wetende dat hij een ander letsel en schade had toegebracht en haar in hulpeloze toestand heeft achtergelaten.
Het standpunt van de verdediging.

De raadsman heeft verzocht verdachte vrij te spreken van het onder feit 1 primair ten laste gelegde omdat het enkel passeren van een rood verkeerslicht in dit geval geen aanmerkelijke mate van onvoorzichtigheid kan opleveren. Er is sprake geweest van een noodlottig ongeval door een enkel moment van onoplettendheid. Dit levert overtreding van artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994 op. Daarnaast refereert de raadsman zich wat betreft feit 2 aan het oordeel van de rechtbank waarbij aangevoerd is dat verdachte het slachtoffer niet in hulpeloze toestand heeft achtergelaten omdat hij wist dat hulpdiensten inmiddels geïnformeerd waren.
Het oordeel van de rechtbank.

De bewijsmiddelen.

Omwille van de leesbaarheid van het vonnis wordt voor wat betreft de door de rechtbank gebezigde bewijsmiddelen verwezen naar de uitwerking daarvan in de bijlage die van dit vonnis deel uitmaakt. De inhoud van die bijlage dient als hier herhaald en ingelast te worden beschouwd.

feit 1:

Juridisch kader

Het schuldvereiste in de zin van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994 heeft betrekking op de relatie tussen het gedrag van de verdachte en het verkeersongeval. Voor een bewezenverklaring van het misdrijf op grond van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994 moet kunnen worden vastgesteld dat verdachte zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden. Voor deze ‘schuld’ is een min of meer grove of aanmerkelijke schuld vereist. Deze vorm van schuld wordt in de mildste variant aangeduid als (aanmerkelijke) onvoorzichtigheid, onachtzaamheid of onoplettendheid. Deze onvoorzichtigheid moet bovendien verwijtbaar zijn. Het gaat bij ‘schuld’ in deze zin dus in de kern om een ‘aanmerkelijke mate van verwijtbare onvoorzichtigheid’. Niet elk tekortschieten, niet elke verkeersovertreding is voldoende voor het aannemen van schuld. Het gaat om de vraag of de verdachte objectief gezien een ernstige fout heeft gemaakt dan wel of het rijgedrag aanmerkelijk onder de maat is gebleven van wat van een bestuurder van een motorvoertuig wordt geëist. Niet reeds uit de ernst van de gevolgen van verkeersgedrag dat in strijd is met één of meer wettelijke gedragsregels in het verkeer, kan worden afgeleid dat sprake is van schuld in vorenbedoelde zin. Of sprake is van een dergelijke mate van schuld hangt af van het geheel van gedragingen van de verdachte, de aard en de ernst daarvan en de overige omstandigheden van het geval.

Beoordeling

Op grond van de bewijsmiddelen stelt de rechtbank vast dat verdachte als bestuurder van een personenauto op de Balkweg reed, dat hij op de voorsorteerstrook voor rechtsaf gaand verkeer is gaan rijden en dat hij de Bruistensingel vervolgens recht heeft overgestoken terwijl het verkeerslicht voor rechtdoor gaand verkeer op rood stond. De rechtbank baseert deze vaststelling voornamelijk op de resultaten van de verkeersongevallenanalyse die is uitgevoerd door de Dienst Regionale Recherche, Team Forensische Opsporing en de eigen verklaring van verdachte. Uit deze analyse blijkt dat verdachte reed op de rijbaan bestemd voor rechtsaf gaand verkeer en vervolgens rechtdoor reed waarbij hij weliswaar onder een groen uitstralend verkeerslicht door is gereden, maar niet de rijrichting heeft gevolgd waar het groene licht voor bestemd was. Op het moment dat verdachte de kruising recht over stak, reed het slachtoffer op het fietspad parallel aan de Bruistensingel met een voor haar groen uitstralende verkeerslicht, met haar fiets, de kruising op. Verdachte is de kruising opgereden en heeft gedurende het passeren van die kruising over een afstand van 48,6 meter het slachtoffer, dat voor hem van links kwam, op geen enkel moment opgemerkt en haar geen voorrang verleend, waardoor zijn voertuig en de fiets met daarop het slachtoffer met elkaar in botsing zijn gekomen. Het slachtoffer is overleden aan de verwondingen die zij door dit ongeluk heeft opgelopen.

Naast dat verdachte op de verkeerde rijstrook reed en het rood uitstralende verkeerslicht voor recht doorgaand verkeer negeerde toen hij rechtdoor de kruising overstak stelt de rechtbank vast dat verdachte niet zijn snelheid heeft gematigd toen hij de kruising overstak. Ondanks de aanzienlijke lengte van de kruising tot het conflictpunt heeft hij de fietsende [slachtoffer] niet gezien en heeft hij haar geen voorrang verleend. De kruising was goed verlicht en er waren geen obstakels die het zicht belemmerden. Verdachte heeft meerdere ernstige verkeersfouten gemaakt. De rechtbank kwalificeert het rijgedrag van verdachte als zeer onoplettend en onvoorzichtig.

De rechtbank acht het primair ten laste gelegde onder 1 (dood door schuld in het verkeer) dan ook wettig en overtuigend bewezen.

De rechtbank spreekt verdachte vrij van het deel van de tenlastelegging dat ziet op het gebruik van alcohol en/of cannabis, omdat niet is komen vast te staan dat verdachte ten tijde van het ongeval nog zodanig onder invloed van alcohol of cannabis verkeerde, dat dit de rijvaardigheid verminderde. Vast staat dat verdachte de avond voor het ongeval alcohol en cannabis heeft gebruikt. Omdat verdachte pas ‘s middags onderworpen is aan een bloedonderzoek en uit dit onderzoek bleek dat er op dat moment geen alcohol of cannabis in het bloed werd aangetoond, kan de rechtbank niet beoordelen of en zo ja in welke mate het alcohol- en cannabisgebruik van verdachte de rijvaardigheid op het moment van het ongeval (nog) negatief beïnvloedde.

feit 2:

Verdachte heeft verklaard dat hij na het ongeval een stukje is doorgereden, vervolgens gestopt is en achteruit is teruggereden naar de kruising waar het ongeval had plaatsgevonden. Verdachte is daar uitgestapt en heeft het slachtoffer daar bewegingloos op de grond zien liggen. Nadat hij van een omstander begreep dat inmiddels 112 was gebeld is hij weggereden.

Gelet hierop is niet in geschil dat verdachte de plaats van het ongeval heeft verlaten zonder zijn identiteit bekend te maken.

Door de raadsman is wel aangevoerd dat verdachte het slachtoffer niet in hulpeloze toestand heeft achtergelaten aangezien verdachte bij het wegrijden wist dat door een omstander de hulpdiensten telefonisch al benaderd waren.

Bij de beoordeling van dit verweer is het volgende van belang.

Het slachtoffer was na het ongeval niet meer aanspreekbaar en zichtbaar zwaar gewond.

Een andere automobilist was getuige van het ongeval en is direct gestopt. Zij heeft zich bekommerd om het slachtoffer en meteen 112 gebeld. Dit wetende is verdachte, zonder dat er professionele hulp ter plaatse was, weggereden. Dat een omstander zich om haar bekommerde, ontslaat verdachte niet van zijn plicht om de plaats van het ongeval te blijven totdat de professionele hulpdiensten daadwerkelijk waren gearriveerd.

De rechtbank acht niet onaannemelijk dat verdachte bij het zien van het zwaargewonde slachtoffer door paniek was overvallen waardoor hij niet meer volledig in staat was tot helder nadenken. De rechtbank kan verdachte ook nog volgen waar hij verklaart dat hij pas op de parkeerplaats voor het huis van zijn moeder tot zijn positieven kwam.Verdachte had echter op dat moment alsnog kunnen beslissen om de politie en de hulpdiensten te benaderen en zijn identiteit alsnog kenbaar te maken. Dat heeft verdachte niet gedaan.
Daarmee heeft verdachte naar het oordeel van de rechtbank de plaats van het ongeval verlaten terwijl hij wist dat het slachtoffer letsel en schade had opgelopen en vervolgens het slachtoffer daar in hulpeloze toestand achtergelaten. Hiermee acht de rechtbank feit 2 wettig en overtuigend bewezen.


De bewezenverklaring.
Op grond van het vorenstaande en de feiten en omstandigheden die zijn vervat in de uitgewerkte bewijsmiddelen in de bewijsbijlage komt de rechtbank tot het oordeel dat wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte:
- een ander (te weten [slachtoffer] ) letsel en schade was toegebracht en

- een ander (te weten voornoemde [slachtoffer] ), aan wie bij dat ongeval letsel was toegebracht, in hulpeloze toestand werd achtergelaten

1. op 2 december 2018 te 's-Hertogenbosch als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig, daarmede rijdende over de weg, Balkweg, zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden door zeer onvoorzichtig en onoplettend te handelen als volgt:

verdachte is, rijdende op de Balkweg en gekomen bij de kruising van die Balkweg met de Bruistensingel en Harendonkweg, terwijl de verkeerslichten voor rechtdoor op rood stonden, de rijstrook bestemd voor rechtsaf slaand verkeer gaan berijden en vervolgens (toch) rechtdoor gereden, daarbij het rode verkeerslicht negerend en heeft vervolgens geen voorrang verleend aan een overstekende fietsster die aldaar (op dat moment) voorrang had, waardoor een aanrijding is ontstaan waardoor een ander ( [slachtoffer] ), zijnde de fietsster, werd gedood,

2. als degene door wiens gedraging een verkeersongeval was veroorzaakt, welke gedraging hij als bestuurder van een motorrijtuig had verricht en welk verkeersongeval had plaatsgevonden in de gemeente 's-Hertogenbosch op de Bruistensingel en Harendonkweg op 2 december 2018, de (voornoemde) plaats van vorenbedoeld ongeval heeft verlaten, terwijl bij dat ongeval, naar hij wist of redelijkerwijs moest vermoeden,

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. Verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.

De bewijsmiddelen worden slechts gebezigd met betrekking tot het feit waarop zij in het bijzonder betrekking hebben.

De strafbaarheid van het feit.
Het bewezen verklaarde levert op de in de uitspraak vermelde strafbare feiten.
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

De strafbaarheid van verdachte.
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. Verdachte is daarom strafbaar voor hetgeen bewezen is verklaard.
Oplegging van straf en/of maatregel.

De eis van de officier van justitie.

De officier van justitie heeft gevorderd aan verdachte ten aanzien van het onder 1 primair en 2 ten laste gelegde op te leggen een gevangenisstraf voor de duur van 1 jaar met aftrek van het voorarrest en een ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 2 jaren met aftrek van de tijd dat het rijbewijs reeds ingevorderd is geweest.
Een kopie van de vordering van de officier van justitie is aan dit vonnis gehecht.
Het standpunt van de verdediging.

De raadsman heeft verzocht bij de eventuele strafoplegging rekening te houden met de omstandigheid dat de impact van het ongeval op verdachte groot is, zoals te lezen is in de rapportage van de reclassering. De raadsman is van mening dat gelet op de oriëntatiepunten bij aanname van aanmerkelijke schuld naast een ontzegging motorrijtuigen te besturen nog ruimte is voor een taakstraf in plaats van een gevangenisstraf.
Het oordeel van de rechtbank.

Bij de beslissing over de straf die aan verdachte dient te worden opgelegd heeft de rechtbank gelet op de aard en de ernst van het bewezen verklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan. Bij de beoordeling van de ernst van de door verdachte gepleegde strafbare feiten betrekt de rechtbank het wettelijke strafmaximum en de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd. Daarnaast houdt de rechtbank bij de strafbepaling rekening met de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte.
De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het veroorzaken van een verkeersongeval met dodelijke afloop. Verdachte heeft zeer onvoorzichtig en onoplettend gereden. Als gevolg daarvan is het slachtoffer, de zeventienjarige [slachtoffer] , een dag na de aanrijding overleden.

Ten nadele van verdachte houdt de rechtbank rekening met de volgende omstandigheden.Verdachte is na een vermoeiende dag en het nuttigen van alcohol rond half vier ’s nachts in zijn auto gestapt. Gelet op de verklaringen van zijn vrienden, die verdachte wegens zijn alcoholgebruik die avond hebben aangeboden hem naar huis te brengen, was dit op dat moment niet verantwoord.
Na het ongeval is verdachte weggereden naar het huis van zijn moeder en niet naar zijn eigen huis, waardoor bij eventuele kentekenherkenning onderzoek bij zijn woonhuis geen resultaat zou hebben opgeleverd. De rechtbank rekent het verdachte zwaar aan dat hij op het moment dat hij naar eigen zeggen weer bij zinnen kwam op de parkeerplaats bij de woning van zijn moeder, zich niet alsnog bij de politie heeft gemeld. Terwijl de naasten van [slachtoffer] in het ziekenhuis waren en vreesden voor haar leven, heeft verdachte naar eigen zeggen nog enkele alcoholische drankjes gedronken en is vervolgens gaan slapen. Verdachte wist op dat moment dat hij voor het ongeval alcohol had gedronken en had geblowd. Door zich niet bij de politie te melden heeft hij het onderzoek naar alcohol dan wel middelengebruik ernstig gefrustreerd.

Verdachte heeft door zijn handelen aan de nabestaanden een onomkeerbaar leed toegebracht, hetgeen door de ouders en het zusje van het slachtoffer invoelbaar is verwoord tijdens het voorlezen van de slachtofferverklaringen. Geen enkele straf zal dat leed en de leegte die [slachtoffer] achterlaat kunnen verzachten.

Ten voordele van de verdachte houdt de rechtbank rekening met de volgende omstandigheden.Verdachte heeft zich, naar inschatting van de rechtbank, uit schaamte en gevoel van spijt sociaal geïsoleerd. Hij is in de ziektewet beland en heeft sinds het ongeval psychische klachten, waarvoor hij professioneel wordt begeleid. Verdachte heeft zich ter zitting, met name in zijn laatste woord, meelevend getoond met de nabestaanden en lijkt oprecht berouw te hebben van hetgeen hij heeft aangericht. Verdachte beseft terdege hoe groot het verlies is dat de nabestaanden door zijn schuld moeten dragen.Bij haar beslissing over de strafsoort en de hoogte van de straf heeft de rechtbank aansluiting gezocht bij de binnen de rechtspraak ontwikkelde oriëntatiepunten. De oriëntatiepunten dienen als vertrekpunt bij het bepalen van de straf. Voor het veroorzaken van een verkeersongeval waarbij sprake is van zeer onvoorzichtig en onoplettend gedrag en waarbij het slachtoffer is overleden, wordt als uitgangspunt een gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden en een ontzegging van de bevoegdheid motorvoertuigen te besturen voor de duur van 2 jaren opgelegd.
De raadsman heeft verzocht aan verdachte een taakstraf en eventueel een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen. De rechtbank is echter van oordeel dat in verband met een juiste normhandhaving niet kan worden volstaan met het opleggen van een andersoortige of geringere straf dan een gevangenisstraf die overeenkomt met de oriëntatiepunten inclusief een verhoging omdat naast artikel 6 (dood door schuld in het verkeer) hier ook artikel 7 (verlaten plaats ongeval) van de Wegenverkeerswet 1994 aan de orde is. Alles afwegend acht de rechtbank een gevangenisstraf voor de duur van 8 maanden passend en geboden. Een taakstraf zou geen recht doen aan de ernst van het bewezen verklaarde.

Omdat ondanks de meerdere ernstige verkeersovertredingen in korte periode niet kan worden gesteld dat verdachte bewust asociaal rijgedrag heeft vertoond (geen overschrijding van de maximumsnelheid, bumperkleven of ander bewust asociaal verkeersgedrag) en om verdachte ervan te weerhouden opnieuw strafbare feiten te plegen zal een gedeelte van de gevangenisstraf voorwaardelijk worden opgelegd.

Naast een gevangenisstraf acht de rechtbank een ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van twee jaren passend en geboden.

De rechtbank zal een lichtere straf opleggen dan de door de officier van justitie gevorderde straf, nu de rechtbank van oordeel is dat de straf die de rechtbank zal opleggen de ernst van het bewezen verklaarde voldoende tot uitdrukking brengt.

Toepasselijke wetsartikelen.
De beslissing is gegrond op de artikelen:Wetboek van Strafrecht art. 10, 14a, 14b, 14c, 27, 57Wegenverkeerswet 1994 art. 6, 7, 176, 179.
DE UITSPRAAK

De rechtbank:

verklaart het ten laste gelegde bewezen zoals hiervoor is omschreven. verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij.
het bewezen verklaarde levert op de misdrijven:

T.a.v. feit 1 primair:Overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994, terwijl het een ongevalbetreft waardoor een ander wordt gedoodT.a.v. feit 2:Overtreding van artikel 7, eerste lid aanhef en onder a en b, van deWegenverkeerswet 1994 verklaart verdachte hiervoor strafbaar.




legt op de volgende straf en maatregel. BESLISSING:T.a.v. feit 1 primair, feit 2: Gevangenisstraf voor de duur van 8 maanden met aftrek overeenkomstig artikel 27 Wetboek van Strafrecht waarvan 4 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren T.a.v. feit 1 primair: Ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen (bromfietsen daaronder begrepen) voor de duur van 2 jaren met aftrek overeenkomstig artikel 179 lid 6 Wegenverkeerswet 1994
Dit vonnis is gewezen door:mr. J.H.L.M. Snijders, voorzitter,mr. S.J.W. Hermans en mr. D.D.M. Xanthopoulos, leden,in tegenwoordigheid van N.J.M. van Rooij, griffier,en is uitgesproken op 11 oktober 2019.
BIJLAGE

De bewijsmiddelen.

Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal, wordt – tenzij anders vermeld – bedoeld een proces-verbaal, opgemaakt in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren opgenomen in het einddossier van de politie Eenheid Oost-Brabant, Tactische verkeersongevallen afhandeling, VOA Tactisch, afdeling infrastructuur, BVH nummer PL2100-2018243394, aantal pagina’s: 223. Waar wordt verwezen naar bijlagen betreffen dit de bijlagen opgenomen in genoemd einddossier.

de verklaring van de verdachte, afgelegd ter terechtzitting d.d. 27 september 2019

Ik reed op 2 december 2018 op de Balkweg en ben de Bruistensingel recht overgestoken zonder vaart te minderen. Ik heb geen fietsster gezien maar voelde en hoorde een klap. Ik ben later gestopt en teruggereden. Ik ben uitgestapt en ben naar het slachtoffer gelopen, heb haar capuchon weggeschoven en bij het zien van haar gezicht ben ik in shock geraakt en weggereden.
proces-verbaal van bevindingen van verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] d.d. 12 december 2018, p. 95

Op zondag 02 december 2018, omstreeks 03.51 uur, kregen wij de melding van decentralist van het operationeel centrum om te gaan naar de kruising tussen deBruistensingel met de Harendonkweg te ‘s-Hertogenbosch. Hier zou een ongeval plaatshebben gevonden tussen een fietser en een auto. De auto in kwestie zou hierbij deplaats van het ongeval hebben verlaten. De fietser zou een meisje betreffen en zoubewusteloos op de grond liggen.Op zondag 02 december 2018, omstreeks 03.53 uur, kwamen wij ter plaatse. Wijverbalisanten zagen dat er een meisje, vanaf nu slachtoffer genoemd, op de grond lag.
proces-verbaal van verhoor [getuige] d.d. 2 december 2018, p. 104
Ik was aan het wachten met mijn auto voor het verkeerslicht aan de Bruistensingelmet de Harendonkweg.Ik had rood licht.Ik zag dat er een meisje alleen op de fiets komende uit de richting van Den Boschover het fietspad reed.Ik zag dat de fietsster het kruisingsvlak opreed en recht door wilde oversteken.Ik zag toen dat er een auto (…) aan kwam rijden. (…) Ik zag hierbij dat de bestuurder van de auto de overstekende fietsster aan reed. Ik zag dat de fiets door de lucht vloog en dat het meisje op de Straat viel. Ik zag dat de auto direct nadat hij de fietsster geraakt had door reed.Ik had inmiddels groen gekregen en sloeg rechtsaf de Harendonkweg op en ben directgestopt om hulp te verlenen.Ik zag dat toen ik stil stond de auto die de fietsster aangereden had heel hardachteruit gereden kwam en tot stilstand kwam ter hoogte van het ongeluk.Ik was 112 aan het bellen waarop de bestuurder mij aansprak.Hij vroeg of alles goed was.Ik zei tegen hem dat niet alles goed was en dat ik de ambulance aan het bellen was.Ik zag dat de bestuurder naar de auto liep, instapte en wegreed.
proces-verbaal Verkeers-Ongevallen-Analyse door verbalisanten [verbalisant 3] en [verbalisant 4] d.d. 8 januari 2019, p. 150/151/166/167

Op verzoek van de officier van dienst van de Eenheid Oost-Brabant, stelden wij op zondag 2 december 2018, omstreeks 04:30 uur, een onderzoek in op de ongevalsplaats naar de vermoedelijke toedracht van het verkeersongeval. (…)Bij dit ongeval waren betrokken:
In dit proces-verbaal wordt uitgegaan van de rijrichting van de personenauto, rijdende over de Balkweg in de rijrichting Bruistensingel (…)De door de personenauto gevolgde rijrichting bestond ter hoogte van de kruising met de Bruistensingel uit 3 rijstroken, te weten:
Aan de overzijde van de Bruistensingel, op de Harendonkweg waren haaks op de Harendonkweg een voetgangersoversteekplaats en een (brom)fietsoversteekplaats gesitueerd. (…)Het kruispunt was gelegen binnen de bebouwde kom van ’s-Hertogenbosch. (…)Het verkeer op de genoemde kruising werd door middel van een driekleurige verkeersregelinstallatie geregeld. Bij het in werking zijn van de verkeersregelinstallatie vervalt de voorrangsregeling.(…)Op het moment van de aanrijding was de lichtgesteldheid gelegen tussen zonsondergang en zonsopgang, het tijdstip was 03:46 uur. De straatverlichting was in werking. (…)Nader onderzoek en berekening(…)Het verkeer op genoemde kruising werd geregeld door middel van een driekleurigeverkeersregelinstallatie. Deze installatie was ten tijde van het ongeval in werking. (…)Oorzaak:De bestuurder van de personenauto volgde niet de richting welke middels een pijl in het voor zijn rijrichting bestemde verkeerslicht was aangebracht.Toedracht:De bestuurder van de personenauto reed over de Balkweg in de richting van de Bruistensingel en volgde de voorsorteerstrook voor rechts afslaand verkeer. Op dat moment straalde dat verkeerslicht groen licht uit echter in plaats van rechtsaf te slaan, reed de bestuurder van de personenauto rechtdoor richting Harendonkweg. Het verkeerlicht voor rechtdoor gaand verkeer straalde op dat moment rood licht uit. Hierbij reed hij een voor hem van links komende bestuurster van een fiets aan welke de Bruistensingel over stak terwijl het voor haar bestemde verkeerslicht groen licht uitstraalde.Vervolgens reed de bestuurder van de personenauto tenminste 90 meter door om vervolgensachteruit terug te rijden naar de plaats van de aanrijding, daar enkele woorden wisselde met een inmiddels gestopte getuige en daarna door reed zonder zijn identiteit kenbaar te maken.Gevolg:Ten gevolge van de aanrijding raakte de bestuurster van de fiets zwaargewond waarna zij opmaandag 3 december 2018 om 02:47 uur aan haar verwondingen kwam te overlijden. De fiets en de personenauto raakten beiden beschadigd.
proces-verbaal Analyse Verkeersregelinstallatie door verbalisanten [verbalisant 3] en [verbalisant 4] d.d. 10 januari 2019, p. 171/173/175

Op zondag 2 december 2018 heb ik een onderzoek ingesteld naar de werking van een verkeersregelinstallatie naar aanleiding van een verkeersongeval dat op die dag omstreeks 03:46 uur, hadplaatsgevonden op het kruisingsvlak van de voor het openbaar verkeer openstaande wegen, deBruistensingel, Balkweg en De Harendonkweg te s-Hertogenbosch in de gemeente ‘sHertogenbosch. (…)Cyclus omschrijving conflictsituatieDe bestuurder van de personenauto reed over de Balkweg in de richting Bruistensingel. Binnen de verkeersregelinstallatie is deze rijrichting aangeduid als fase 5.De bestuurster van de fiets reed over het fietspad van de Bruistensingel, komende uit de richting van het centrum. Binnen de verkeersregelinstallatie is deze rijrichting aangeduid als fase 27.Deze fasen zijn ten opzichte van elkaar conflicterend, zijn als conflict opgenomen in de conflictmatrix en zijn dus beveiligd door de signaalbewaking.De rijbaan van de Balkweg is verdeeld in drie rijstroken:• een rechtsafstrook richting snelweg A59 (fase 4)• een rechtdoorstrook richting de De Harendonkweg (fase 5)• een linksafstrook richting centrum (fase 6)Het fietspad aan de Bruistensingel is verdeeld in twee rijstroken bestemd voor brom/fietsverkeer in twee richtingen. (fase 27)Onderzoek faselogUit de technische informatie van de regelinstallatie bleek mij dat de mogelijkheid om MV files (Measured Values) te genereren was geactiveerd.Bij navraag bij de gemeente ‘s-Hertogenbosch bleek dat ten tijde van het ongeval de werking en het lichtbeeld van de verkeersregelinstallatie alsmede de activering van de detectielussen daadwerkelijk werden gelogd in een faselog.Daar waar in dit proces-verbaal met betrekking tot de verkeersregelinstallatie over tijden wordt gesproken, zijn dat de geregistreerde systeemtijden van de verkeersregelinstallatie. Dit faselog werd mij ter beschikking gesteld.Bij de gezamenlijke meldkamer van de politie Eenheid Oost Brabant werden de meldingen met betrekking tot het onderzochte ongeval geregistreerd om 03:49 uur. Het feitelijke ongeval zal dus (kort) voor dit tijdstip hebben plaats gevonden.Bij inzage van de gelogde data zag ik, verbalisant, dat er tussen 03:46 uur en 03:47 uur het beeld van de afwikkeling op de kruising als volgt werd weergegeven.Uit de vastgelegde data bleek mij dat:• de fase 27 op om 03:46:14 overschakelde van rood licht naar groen licht tot 03:46:19;• de koplus fase 27 werd verlaten om 03:46:17;• de fase 5 op om 03:44:10 overschakelde van geel licht naar rood licht tot 03:48:00;• de fase 4 op om 03:46:16 overschakelde van rood licht naar groen licht tot 03:46:31;• de koplus fase 4 werd verlaten om 03:46:20. (…)ConclusieOndanks dat het exacte tijdstip van de aanrijding niet bekend is, bleek het op basis van de afgelegde verklaringen in het tactische onderzoek, mogelijk om in het verkregen faselog de relevante periode te isoleren.Gelet op het tijdstip van de melding bij de regionale meldkamer moest het ongeval hebben plaats gevonden voor 03.49 uur. In het faselog werd de in paragraaf 2.4 omschreven situatie aangetroffen en deze komt overeen met de gedragingen van de betrokkenen en getuigen, zoals tijdens het tactische onderzoek werd verklaard.Met betrekking tot de gedragingen van de bestuurder van de personenauto kan het volgende worden geconcludeerd dat met betrekking tot fase 4:• omstreeks 03:46:20 de koplus (041) vrij kwam terwijl het verkeerslicht voor deze fase groen licht uitstraalde;• deze fase niet behoort bij de rijrichting welke door de bestuurder van de personenauto werd gevolgd, immers deze rijrichting is bestemd voor verkeer rechtsaf terwijl de bestuurder van de personenauto rechtdoor reed:• de afstand tussen de (activering) van de verweglus en het activeren van de koplus 42 meterbedroeg en deze afstand werd afgelegd in een tijd van 3,6 seconden, waardoor de gemiddelde indicatieve snelheid over deze afstand 42 kilometer per uur bedroeg;• dat de bestuurder van de personenauto het conflictpunt (48,6 meter vanaf stopstreep) bereikte op 03:46:24.Met betrekking tot de gedragingen van de bestuurster van de fiets kan het volgende wordengeconcludeerd dat met betrekking tot fase 27:• omstreeks 03:46:17 de koplus (27.1) vrij kwam terwijl het verkeerslicht voor deze fase groen licht uitstraalde;• deze fase behoort bij de rijrichting welke door de bestuurster van de fiets werd gevolgd;• de bestuurster van de fiets vanuit stilstand de fietsoversteekplaats op reed en om 03:46:24 het conflictpunt bereikte. De afstand vanaf de stopstreep tot het conflictpunt bedroeg ongeveer 20 meter, zij deed daar 7,3 seconden over wat neer komt op een gemiddelde indicatieve snelheid van 9,9 km/h.
-

een personenauto van het merk: Volkswagen, type: Golf, kleur: Zwart, kenteken: [kenteken] ;

een (dames)fiets.(…)

-

1 rijstrook bestemd voor verkeer linksaf naar de Bruistensingel;

1 rijstrook bestemd voor rechtdoor richting De Harendonkweg;

1 rijstrook bestemd voor verkeer rechtsaf naar de Bruistensingel.