Uitspraak ECLI:NL:RBNNE:2020:574

Deze uitspraak heeft betrekking op het rechtsgebied Strafrecht en is gepubliceerd door de Raad voor de Rechtspraak op 12-02-2020. De uitspraak is gedaan door Rechtbank Noord-Nederland op 11-02-2020, deze uitspraak is bekend onder de European Case Law Identifier (ECLI) ECLI:NL:RBNNE:2020:574, het zaaknummer waarop deze uitspraak betrekking heeft is 18/730167-19


Bron: Rechtspraak

ECLI:NL:RBNNE:2020:574:DOC
nl

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Afdeling strafrecht
Locatie Leeuwarden

parketnummer 18/730167-19

Vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 11 februari 2020 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte

[verdachte],
geboren op [geboortedatum] 1971 te [geboorteplaats],wonende te [woonplaats], [straatnaam], thans gedetineerd in de PI Leeuwarden, Holstmeerweg 7, Leeuwarden.
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter zitting van 28 januari 2020.Verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. P.R. Logemann, advocaat te Harlingen. Het openbaar ministerie is ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. P.M. van der Spek.
Tenlastelegging
Aan verdachte is, na nadere omschrijving van de tenlastelegging, ten laste gelegd dat:
hij op of omstreeks 13 augustus 2019, te Sneek, althans in de gemeente Súdwest-Fryslân, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk en met voorbedachten rade [slachtoffer] van het leven te beroven, met dat opzet en na kalm beraad en rustig overleg, die [slachtoffer] heeft opgewacht bij de door haar aan de [straatnaam] geparkeerde auto en/of (vervolgens) -terwijl die [slachtoffer] in genoemde auto zat- die [slachtoffer] vele malen, althans meermalen, met een mes/schroevendraaier, althans een scherp en/of puntig (steek)voorwerp, in het hoofd en/of het lichaam heeftgestoken/geprikt, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat

hij op of omstreeks 13 augustus 2019 te Sneek, gemeente Súdwest-Fryslân, teruitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk [slachtoffer] van het leven te beroven, met dat opzet die [slachtoffer] vele malen, althans meermalen, met eenmes/schroevendraaier, althans een scherp en/of puntig (steek)voorwerp, in het hoofd en/of het lichaam heeft gestoken/geprikt, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat

hij op of omstreeks 13 augustus 2019 te Sneek, althans in de gemeente Súdwest-Fryslân, aan [slachtoffer], opzettelijk zwaar lichamelijk letsel, te weten een klaplong/pneumothorax, heeft toegebracht door die [slachtoffer] vele malen, althans meermalen, met een mes/schroevendraaier, althans een scherp en/of puntig (steek)voorwerp, in de romp/het lichaam te prikken/steken;althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dathij op of omstreeks 13 augustus 2019, te Sneek, althans in de gemeente Súdwest-Fryslân, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om [slachtoffer] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet die [slachtoffer] vele malen, althans meermalen, met een mes/schroevendraaier, althans een scherp en/of puntig (steek)voorwerp, in het hoofd en/of het lichaam heeft gestoken/geprikt, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.
Beoordeling van het bewijs
Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft veroordeling gevorderd voor het primaire feit en daartoe het navolgende aangevoerd. Uit de bewijsmiddelen, waaronder de verklaring van aangeefster en de letselverklaring, blijkt dat verdachte aangeefster meermalen met een schroevendraaier in het lichaam en een aantal keren in de hals en het hoofd heeft gestoken. Uit de verklaring van aangeefster blijkt ook dat verdachte heeft geroepen dat hij aangeefster dood ging maken, hetgeen hij al eerder tegen de gezinsvoogdes had gezegd. Uit deze omstandigheden, in combinatie met het feit dat verdachte vele malen en ‘hoogfrequent’ op aangeefster heeft ingestoken, zoals de getuige heeft verklaard, kan worden bewezen dat verdachte vol opzet had op de dood van het slachtoffer. Ook kan worden bewezen dat verdachte heeft gehandeld met voorbedachte raad. Uit het dossier blijkt dat verdachte de confrontatie met het slachtoffer heeft gepland. Hij had reeds vier weken eerder tegen de gezinsvoogdes gezegd dat hij aangeefster dood zou maken als de kinderen bij haar bleven. Ook heeft hij een plek uitgezocht waar hij haar heeft opgewacht.Hieruit volgt dat verdachte zich vlak voor de confrontatie daadwerkelijk heeft beraden op het voorgenomen besluit om potentieel dodelijk geweld toe te passen. Er zijn geen contra-indicaties die aan het aannemen van voorbedachte raad in de weg staan.
Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft betoogd dat verdachte moet worden vrijgesproken van het primaire en subsidiaire feit. Hij heeft aangevoerd dat ten aanzien van het primaire feit de voorbedachte raad niet bewezen kan worden. Uit de verklaringen kan niet worden afgeleid dat verdachte van Groningen naar Sneek is gereden met het doel om aangeefster van het leven te beroven. Hij wilde slechts met haar praten. Uit niets blijkt van opzet om haar van het leven te beroven.Ten aanzien van het subsidiaire feit kan niet gezegd worden dat de verwondingen eventueel de dood ten gevolge zouden kunnen hebben. Uit de letselrapportage blijkt dat ook niet. Er is weliswaar gestompt en geslagen en er zijn voor het merendeel oppervlakkige verwondingen, zoals bloeduitstortingen en scheurwonden, maar van deze wonden is niet bekend hoe diep deze in de huid zijn doorgedrongen. De raadsman acht het meer subsidiair ten laste gelegde feit wel bewijsbaar.
Oordeel van de rechtbank

Op 13 augustus 2019 heeft in Sneek aan de Oppenhuizerweg een confrontatie plaatsgevonden tussen verdachte en aangeefster, zijn ex-vrouw. Verdachte heeft zijn ex-vrouw, terwijl zij in haar auto zat, met een schroevendraaier een groot aantal steekwonden in haar hoofd en lichaam toegebracht.
Uit de letselverklaring blijkt onder meer dat aangeefster is gestoken achter haar oor en in haar hals. Tevens heeft zij als gevolg van een steek in haar zij/rug een klaplong opgelopen. Voorts heeft zij over het hele bovenlichaam grotere of kleinere verwondingen.

Het is een feit van algemene bekendheid dat zich in het hoofd, de hals en het bovenlichaam vitale delen bevinden, Zo lopen in de hals en achter het oor belangrijke bloed- en zenuwbanen, en liggen de hersenen vlak achter het oor. In de bovenzijde van de ribbenkast bevinden zich onder meer het hart, de aorta en de longen. Het ongecontroleerd steken met een scherp voorwerp in deze vitale delen levert dan ook een aanmerkelijke kans op dat dit zal leiden tot de dood. De rechtbank neemt daarbij tevens in aanmerking dat verdachte tegenover de gezinsvoogdes heeft verklaard dat hij aangeefster zou doden als de kinderen bij zijn ex-vrouw zouden blijven, en het feit dat verdachte bij de confrontatie exceptioneel geweld heeft gebruikt jegens aangeefster. Daarnaast heeft verdachte aangeefster, blijkens haar verklaring, direct voorafgaand in het Engels toegeroepen: “Ik maak je dood”. Gelet op het vorenstaande is de rechtbank van oordeel dat verdachte de dood van aangeefster heeft gewild, en daarmee vol opzet had om aangeefster van het leven te beroven.
Voorbedachte raad

De rechtbank stelt voorop dat voor bewezenverklaring van 'voorbedachte raad' moet komen vast te staan, dat de verdachte zich gedurende enige tijd heeft kunnen beraden op het te nemen of het genomen besluit en hij niet heeft gehandeld in een ogenblikkelijke gemoedsopwelling, zodat hij de gelegenheid heeft gehad na te denken over de betekenis en de gevolgen van zijn voorgenomen daad en zich daarvan rekenschap te geven. Bij de vraag of sprake is van voorbedachte raad gaat het bij uitstek om een weging en waardering van de omstandigheden van het concrete geval, waarbij de rechter het gewicht moet bepalen van de aanwijzingen die voor of tegen die voorbedachte raad pleiten. De vaststelling dat de verdachte voldoende tijd had om zich te beraden op het te nemen of het genomen besluit vormt weliswaar een belangrijke objectieve aanwijzing, maar behoeft de rechter niet ervan te weerhouden aan contra-indicaties een zwaarder gewicht toe te kennen.
Voor de bewezenverklaring van het bestanddeel 'voorbedachte raad' acht de rechtbank in het bijzonder de volgende feiten en omstandigheden redengevend.

De gezinsvoogdes heeft tegenover de politie verklaard dat verdachte tijdens een telefoongesprek met haar op 17 juli 2019 tot drie keer toe heeft gezegd dat hij de moeder van zijn kinderen zou doden als zijn kinderen bij hun moeder zouden blijven wonen. Verdachte zou iedere dag naar Sneek rijden om de moeder in de gaten te houden, zo heeft hij de gezinsvoogdes meegedeeld.Blijkens verdachtes verklaring heeft hij op Facebook opgezocht waar aangeefster woonde en werkte. Hij is daarna op 13 augustus 2019 vanuit Groningen naar Sneek gereden en heeft aangeefster opgewacht op een tevoren uitgezochte locatie. Toen hij aangeefster naar haar auto zag lopen, is hij direct op haar afgelopen. Hij heeft, toen zij in haar auto zat, direct de aanval ingezet en onder het roepen van "Ik maak je dood" (in het Engels) aangeefster op meerdere plaatsen met een schroevendraaier in hoofd en lichaam gestoken.
Uit deze feiten en omstandigheden leidt de rechtbank af dat verdachte het vooropgezette plan had aangeefster van het leven te beroven. De rechtbank neemt als vaststaand aan dat de verdachte vóór de uitvoering van zijn daad voldoende tijd en gelegenheid heeft gehad om na te denken over de betekenis en gevolgen van zijn voorgenomen daad en zich daarvan daadwerkelijk rekenschap te geven. Van een ogenblikkelijke gemoedsopwelling waarin verdachte zou hebben gehandeld, is niet gebleken. Evenmin is gebleken van andere contra-indicaties die aan het aannemen van voorbedachte raad in de weg staan. De rechtbank is dan ook van oordeel dat de verdachte met voorbedachte raad heeft gehandeld, zodat de primair ten laste gelegde poging tot moord bewezen kan worden verklaard.
Alternatief scenario

Verdachte heeft verklaard dat aangeefster zichzelf heeft verwond en dat hij degene was die haar wilde weerhouden van verdere zelfverwonding. De rechtbank legt deze verklaring als hoogst onwaarschijnlijk terzijde nu het politiedossier hiervoor geen enkele ondersteuning biedt. De verklaring van aangeefster daarentegen wordt ondersteund door de onafhankelijke getuigenverklaring van [getuige 1]. Voorts is blijkens de letselverklaring een steek-krasverwonding op de achterzijde van de rechterschouder aangetroffen die het slachtoffer volgens de arts niet zelf heeft kunnen toebrengen.
Bewijsmiddelen

De rechtbank past de volgende bewijsmiddelen toe die de voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden bevatten zoals hieronder zakelijk weergegeven.
[slachtoffer]:Ik doe aangifte van poging tot moord gepleegd door mijn ex-man, [verdachte]. Ik ben door mijn ex-man neergestoken. Op 13 augustus 2019 ben ik naar mijn werk gegaan in Sneek. Ik werk bij [bedrijf], gevestigd aan de [straatnaam] te Sneek. Ik ben die ochtend met mijn auto naar het werk gereden. Ik heb die dag tot ongeveer 15.41 uur gewerkt. Nadat ik mij had omgekleed ben ik naar de [supermarkt] gelopen die vlak naast de fabriek staat aan de [straatnaam]. Nadat ik daar boodschappen had gedaan liep ik naar de parkeerplaats waar mijn auto stond. Nadat ik de boodschappen in de auto had gezet opende ik de deur en ging achter het stuur zitten. Echter voordat ik de deur kon dichttrekken en de auto kon starten, zag ik plotseling mijn ex-man [verdachte] aan de bestuurderskant naast de auto staan. Ik kon de deur niet dicht doen omdat [verdachte] er tussen stond. Ik hoorde dat [verdachte] tegen mij zei: "Je bent in een shock he dat je mij ziet". Hij zei dit in het Engels tegen mij. Gelijk hierop viel [verdachte] mij aan.Terwijl ik in de auto zat begon [verdachte] op mij in de slaan / te steken. Ik zag en voelde dat [verdachte] mij op meerdere plaatsen op het lichaam en hoofd raakte. Ik voelde direct een hevige pijn. Ik heb hierbij geprobeerd de slagen / steken af te weren door mijn beide handen voor mijn gezicht te houden. Hierdoor raakte ik ook gewond aan mijn handen terwijl ik door [verdachte] werd geslagen / gestoken.Op een gegeven moment lag [verdachte] half op mij in de auto. Hij probeerde mij daarbij met zijn hand mijn mond dicht te houden terwijl ik lag te schreeuwen. Ik heb tevens geprobeerd tijdens de worsteling met [verdachte] de auto via de voorstoelen aan de rechterzijde te verlaten, maar dit lukte niet. [verdachte] lag boven op mij en was te zwaar. Plotseling liet [verdachte] mij los en stapte uit de auto. Ik ben hierna uit de auto gekropen en ben gewond naast de auto op de grond gaan liggen tot dat de ambulance kwam. Ik ben hierna overgebracht naar het ziekenhuis in Leeuwarden. Daar bleek na onderzoek dat ik 15 à 16 steekwonden had opgelopen. Ik ben tevens in mijn rechterzijde gestoken waarbij mijn long is geraakt en ik een klaplong heb opgelopen.
Naar aanleiding van een poging doodslag / moord, gepleegd op 13 augustus 2019 begaven wij ons verbalisanten naar het Medisch Centrum Leeuwarden (MCL), waar het slachtoffer [slachtoffer] na het steekincident was overgebracht.Ter plaatse spraken wij met [slachtoffer], die bij kennis en goed aanspreekbaar was. Zijverklaarde dat zij meerdere steekwonden had opgelopen aan het hoofd en lichaam. Daarbijwas tevens een long geraakt waardoor zij een klaplong had opgelopen. Kort samengevat verklaarde zij, dat zij op 13 augustus 2019 naar haar auto was gelopen die op een parkeerplaats aan de [straatnaam] stond. Nadat zij in de auto achter het stuur was gestapt en de deur wilde dichtdoen om weg te rijden, zag zij plotseling haar ex-man [verdachte] bij haar naast de auto staan. Zij kon de deur niet meer tijdig dicht doen. Zij hoorde dat hij tegen haar zei: “Ik maak je dood”, althans gelijke bewoording. Hij zei dit in het Engels tegen haar. Gelijk hierop begon hij op haar in te steken. Zij werd daarbij op het hoofd, haar lichaam en handen geraakt.
Ik fietste op 16 augustus 2019 op de [straatnaam] aan de achterkant van het [bedrijf]. Toen ik daar fietste hoorde ik opeens een boel geschreeuw en gehuil. Ik keek waar het geluid vandaan kwam. De linker portier van een auto stond open en daar zag ik een paar benen uitsteken van een man. In combinatie met het gegil ben ik van mijn fiets afgesprongen. Ik zag toen dat die man steeds slaande bewegingen maakte naar een persoon, die op de rechterzijde op passagiersstoel lag. Die man ging tekeer als een beest. Hij was steeds aan het inhakken op een persoon die onder hem lag. Het was exceptioneel geweld. Het was een hoog frequente hakbeweging. Ik heb een brul gegeven dat hij op moest sodemieteren. Dat hielp wel, want hij was zo weg. De man kwam de auto uit en rende naar een auto die op de openbare weg stond en hij reed weg. Ik draaide mij om en zag toen het slachtoffer uit de auto kruipen. Het bleek een vrouw te zijn. Wat ik zag was een ernstig bloedend hoofd. V: Hoever was u van de auto af, toen u de vrouw hoorde schreeuwen?A: Ik denk dat ik er drie meter vanaf was. Het was ook huilen, het was eigenlijk alles door elkaar heen.V: Tot hoever bent u de auto genaderd?A: Een meter of anderhalf. Ik stond aan de linkerkant van de auto. Vlak bij de benen.V: Wat zag u precies toen u bij de auto was?A: Ik zag de benen van de man bij de bestuurderskant naar buiten steken en hij hing over eenpersoon op de bijrijdersstoel. Hij was steeds op haar in aan het beuken.V: U zegt dat hij aan het beuken was. Wat bedoelt u daarmee?A: Hij was met een gebalde vuist en zijn rechterhand, met de onderkant van de vuist naar beneden in een hoog tempo op haar aan het inslaan. V: Hoe zat de vrouw erbij?A: Ze was bebloed. Vooral aan de linkerzijde van haar hoofd. Ze had een hoofddoek op daar kwam veel bloed vandaan. Ze was vreselijk bang. Ik ben toen 112 gaan bellen.
V: Wat is uw functie bij de Stichting Jeugdzorg van het Leger des heils?A: Ik ben jeugdbeschermer.V: Wat is uw relatie tot de familie [verdachte] / [slachtoffer]?A: De kinderen [naam 1] en [naam 2] hebben een voogdijmaatregel. Beide ouders zijn ontheven uit het ouderlijk gezag. Ik ben aangewezen als voogd.V: U hebt op 17 juli 2019 bij de politie Sneek als gezinsvoogd bij de Stichting Jeugdzorg Leger des Heils melding gedaan van het feit dat [verdachte] boos was over het feit, dat zijn kinderen bij hun moeder woonden en hij had gezegd dat als er maar een klein probleem was, hij de moeder dan dood zou maken. Wat kunt u daar over verklaren?A: De vader [verdachte] had een omgangsregeling met [naam 2] en had één keer in de week telefonisch contact. Met [naam 1] had de vader geen contact. De vader kwam er achter dat de kinderen niet meer in een pleeggezin verbleven. De kinderen waren voorlopig bij de moeder. Jeugdhulp Friesland ging onderzoeken of het veilig was dat de kinderen bij de moeder gingen wonen. Toen dat net begon te lopen heeft de vader drie keer naar de jeugdzorg van het Leger des heils gebeld. De derde keer heb ik terug gebeld. De vader had gehoord dat de kinderen bij hun moeder verbleven. Hij was het daar absoluut niet mee eens en zei dat de kinderen geen nacht bij hun moeder mochten blijven. Vervolgens zei de vader: "Ik ben iedere dag in Sneek en hou de boel in de gaten". Hij zij tegen mij dat als, er maar een klein beetje een probleem was hij de moeder dood zou maken. Ik heb gezegd dat ik daar van schrok en vroeg wat hij daar mee bedoelde. Hij heeft toen nog twee keer herhaald dat hij de moeder dood zou maken als er een probleem was.
M. Beiboer, arts FMG, voor zover inhoudend, als haar verklaring: Betrokkene: [slachtoffer]Op 15 augustus is het slachtoffer onderzocht.
Letsel waarschijnlijkheidsbeoordelingDe steekverwondingen lijken te zijn toegebracht door een niet-scherp kantig voorwerp.Hierbij zou je kunnen denken aan een voorwerp met een stompe punt, waarmee je met kracht wel letsel kunt toebrengen, bijvoorbeeld een schroevendraaier. Het zijn merendeels oppervlakkige verwondingen, enkele krasverwondingen en bij de diepere steekwonden zijn er overal rafelige wondranden. Daarnaast zijn er meerdere rood-blauwe verkleuringen van de huid, hier is sprake van onderhuidse bloeduitstortingen met soms een geringe ontvelling, waarschijnlijk veroorzaakt door een stomp trauma, zoals stompen/schoppen of dat het slachtoffer ergens tegen aan heeft gestoten. Forensisch medische letselwaardering: Zwaar lichamelijk letsel.
Beantwoording vragen:Vraag 1: Met wat voor voorwerp zou het letsel kunnen zijn toegebracht?Er zijn meerdere verwondingen waarbij er een afdruk van een kantig/puntig voorwerp zichtbaar is, waarbij er aan de ene kant van de verwonding dieper letsel en aan de andere kant van de verwonding meer oppervlakkig letsel zichtbaar is. Tevens is een krasverwonding zichtbaar met naast de kras een oppervlakkige huidverwonding. Aan het eind van de kras is er een, dwars op de kras staande, diepere verwonding zichtbaar. Dit letsel zou kunnen passen bij een verwonding met een schroevendraaier.
Vraag 3: Kan het slachtoffer het letsel zelf hebben toegebracht?Hypothese 1 (verklaring slachtoffer): het letsel is ontstaan doordat verdachte het slachtoffer met een voorwerp heeft gestoken.Hypothese 2 (verklaring verdachte): het letsel is ontstaan doordat het slachtoffer zichzelf letsel toebracht.Mijn bevindingen van het waargenomen letsel, zijn extreem veel waarschijnlijker onder hypothese 1 dan onder hypothese 2. Onderbouwing: Er is op beide onderarmen en handen van het slachtoffer afweerletsel zichtbaar. Het is erg onwaarschijnlijk dat ze dit zelf kan hebben toegebracht. Ook de steek-krasverwonding op de achterzijde van de rechter schouder op kan het slachtoffer niet zelf hebben toegebracht (bovendien is ze rechtshandig).
1. De door verdachte ter zitting van 28 januari 2020 afgelegde verklaring, voor zover inhoudend:Op 13 augustus 2019 ben ik naar Sneek gereden om mijn ex-vrouw te ontmoetten. Ik had deze plek reeds eerder uitgezocht. Toen ik mijn ex-vrouw in auto zag zitten ben ik naar haar toegelopen. De gebruikte schroevendraaier was van gemiddelde grootte.
2. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 14 augustus 2019, opgenomen op pagina 77 - 81 van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer PL0100-2019214125-1 d.d. 11 december 2019, inhoudend als verklaring van
3. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 17 augustus 2019, opgenomen op pagina 75 van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van verbalisanten dan wel één hunner:
4. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van getuigenverhoor d.d. 16 augustus 2019, opgenomen op pagina 94 - 96 van voornoemd dossier, inhoudend als verklaring van [getuige 1]:
5. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van getuigenverhoor d.d. 11 september 2019, opgenomen op pagina 110 - 112 van voornoemd dossier, inhoudend als verklaring van [getuige 2]:
6. Een geneeskundige verklaring, op 15 augustus 2019 opgemaakt en ondertekend door Rechter onderarm. Halverwege de onderarm aan de duimzijde een verwonding van 1,3 x 0,5 cm, door pleister niet verder te beoordelen
5. Beantwoording van de vraagstelling.
7. Een bij de onder 6 genoemde geneeskundige verklaring gevoegde brief d.d. 13 augustus 2019, afkomstig van de afdeling spoedeisende hulp van het MCL, opgemaakt en ondertekend door M.F. Conteh-Meijer, voor zover inhoudend, als haar verklaring: Betreft [slachtoffer]. 33 jarige patiënte met multipele steekwonden waarna pneumothorax rechts.
-

Oppervlakkig ontvelling op de rechter wang van 4 mm x 2 mm met richting de neus nog een klein krasje en richting het oog nog 4 kleine puntjes.

Onder het linker oog een oppervlakkige ontvelling met wat korstvorming van 1 x 0,5 cm. Aan de onderzijde richting de neusvleugel nog 2 kleine beschadigingen.

Linker wang: Oppervlakkig lijnvormig verwonding van 1,2 cm x 2 mm, heel oppervlakkige krasverwonding

Rechter wang en rechter oor: wang: rode verkleuring van de huid, van 5x2,5 cm. Er is een patroon zichtbaar waarbij in het letsel rood gekleurd gebieden worden afgewisseld met een normale gekleurd huidskleur. Het beeld past bij een oppervlakkig onderhuidse bloed uitstorting, als gevolg van inwerking van stomp uitwendig kracht. Achter het rechter oor 2 doorklievingen van de huid met wijkende wondranden, beide 1 cm x 3 mm. De linker verwonding is met een hechtpleister verbonden. De rechter huidklieving heeft grillige wondranden en een tildevorm (-). In de rechter oorlel een verwonding, waar een pleister overheen zit. Achter het rechter oor is een rood/paars verkleurde baanvormig huidgebied te zien, passend bij een onderhuidse bloed uitstorting. Het beeld kan passen bij een steek/scheurwond door een kantig voorwerp. De onderhuidse bloeduitstorting kan het gevolg zijn dat een penetrerend voorwerp dat vanuit de steekopeningen als entree zich verder onder de huid heeft bewogen. Of: de onderhuidse bloeduitstorting is ontstaan door inwerking van stomp uitwendige kracht.

Behaarde hoofdhuid/rechter slaap: scheurwondje met korstvorming, diam. 0,5 cm.

Behaarde hoofdhuid boven het rechter oor: oppervlakkige Huidvormige verwonding van 1,25 cm lang, oppervlakkige scheurverwonding van de opperhuid

Nek/hals rechter zijde: oppervlakkige kras, met rafelige randen met eromheen (met name aan de buitenzijde) een rode verkleuring van de huid. Ongeveer 35x1 cm. Krasverwonding, meer naar de nekwervels iets dieper. Eromheen is de huid ook duidelijk geschuurd en geïrriteerd

Linker borst: aan de binnenzijde van de linker borst zitten naast het borstbeen een 3-tal verwondingen/ontvellingen. Alle 3 zijn het steek-/scheurverwondingen. De middelste verwonding lijkt het meest oppervlakkig. De onderste verwonding is het diepst met een los huidlapje. De steekrichting lijkt van boven naar onderen.

Achterzijde van de rechter schouder: huidverwonding met een diameter van 0,5 cm. Steek-krasverwonding.

Borstkas rechts: achterzijde en in de flank: onder de rechter oksel een verband, waarmee de thoraxdrain is bevestigd. Omdat mevrouw een klaplong rechts had kreeg ze in het ziekenhuis een thoraxdrain. Aan de achterzijde ter hoogte van de oksel nog een huidverwonding van 8 mm. In de flank onder de oksel ter hoogte van de tepel een steekverwonding, waardoor het slachtoffer een klaplong rechts kreeg. Daarnaast op de rug nog een kleine oppervlakkige krasverwonding

Achterzijde van de rug, onder de tattoo t.p.v. het linker schouderblad: onderhuidse blauw-rode verkleuring 5 x 2 cm met een wat grillig patroon. Lijkt een onderhuidse bloeduitstorting door een stomp trauma.

Buitenzijde van de linker bekkenkam, linker heup en naast de wervelkolom links: hier zitten 3 paars-rode verkleuringen, alle 3 ook met een wat grillig patroon. Diameters: heup 12 x 5 cm, bekkenkam 14 x4 cm en naast de wervelkolom 5 x 6 cm. Op foto 16 zijn zeer oppervlakkige huidschilfers te zien die een aanduiding geven van een bewegingsrichting. Alle 3 zijn onderhuidse bloeduitstortingen door mogelijk een schuivend stomp trauma.

Linker bil: blauw-rode verkleuringen, rechthoekig van vorm van ongeveer 3,5 x 2 cm. Onderhuidse bloeduitstorting t.g.v. een stomp trauma.

Rechter bovenarm aan de achterzijde: 4 heel duidelijke krassen en 3 wat meer vage krassen allen ongeveer 5 cm lang. Krasverwonding waarbij wel een duidelijk patroon zichtbaar is. Het zou kunnen bij een verwonding door vingernagels.

Rechter bovenarm: halverwege aan de binnenzijde van de bovenarm een drietal lijnvormige oppervlakkige verwondingen, waarvan de langste 3 cm is. Krasvormige verwondingen. Waarschijnlijk veroorzaakt door een puntvormig voorwerp.

Rechter elleboog: een blauwe plek van 4 x 3 cm aan de buitenzijde. Onderhuidse bloeduitstorting door een stomp trauma.

Rechter elleboog: in de elleboogholte van de rechter arm zit een hoekige krasverwonding van ongeveer 3 x 4 cm met daarnaast een blauwe verkleuring van 5 x 6 cm. Oppervlakkige hoekige krasverwonding met ernaast een onderhuidse bloeduitstorting. Waarschijnlijk door een scherp puntig voorwerp en stomp trauma.

Rechter onderarm: forse lichtblauwe verkleuring van 17 x 4 cm aan de binnenzijde van de rechter onderarm. Onderhuidse bloeduitstorting t.g.v. een stomp trauma

Rechter onderarm: krasverwonding van 9 cm op de rug van de rechter onderarm. Oppervlakkige krasverwonding. Waarschijnlijk door een scherp puntig voorwerp.

-

Rechter hand: blauwe plek op de handrug van 3 x 4 cm en aan de binnenzijde van de rechter duim een verwonding van 1 cm x 0,3 cm. Onderhuidse bloeduitstorting t.g.v. een stomp trauma en een steek/scheurverwonding bij de duim met rafelige randen.

Rechter onderarm, net boven de pols aan de pinkzijde: Steek-/kneusverwonding met daarover een pleister. Voor zover te beoordelen: een steekwond.

Linker bovenarm: 2 heel oppervlakkige lijnvormige verwondingen t.p.v. de biceps met een lengte van 2 cm en 0,75 cm, beide 3 mm breed. Oppervlakkige krasverwondingen.

Linker onderarm binnenzijde: 2 ontvellingen, beide met een diameter van ongeveer 0,5 cm en met aan bovenste een staartvormige verwonding van 2,5 cm x 6 mm. Twee 2 steek-/scheurverwondingen met een oppervlakkige kras.

Verwonding in de handpalm ter hoogte van de pinkmuis. Daarnaast een erg gezwollen hand en blauwe verkleuring van de binnenzijde van de pols en handpalm.

Ringvinger, ter plaatse van het eerste vingerkootje aan de bovenzijde een ontvelling van 1 cm x 3 mm. Steek-/scheurverwonding

Linker handpalm/pols: steek-/scheurverwonding handpalm t.p.v. van de pinkmuis en een fors gezwollen en blauwe linker hand en pols door een bloeduitstorting.

Wijsvinger linker hand: aan de bovenzijde van de wijsvinger een oppervlakkige ontvelling met een diameter van 0,5 cm. Oppervlakkige steek-/scheurverwonding

Wijsvinger, middelvinger en ringvinger van de linker hand (foto 32-33). Ter plaatse van het eerste vingerkootje van de wijsvinger aan de binnenzijde naast de middelvinger een ontvelling met een diameter van 0,5 cm. Ook bij de middelvinger en ringvinger zitten aan de pinkzijde oppervlakkige verwondingen. Ontvellingen.

Buitenkant linker onderbeen/linker kuit: ëen ontvelling van 3x0,5 cm en iets meet naar de knieholte (gele pijl) nog een ontvelling met een diameter van ongeveer 0,5 cm. Oppervlakkige krasverwonding, naar de knie toe iets dieper. Er omheen is er een rode verkleuring van de huid. Geen scherpe randen.

Buitenzijde van het linker bovenbeen: halverwege het linker bovenbeen/buitenzijde een blauwe verkleuring van 6x3 cm. Onderhuidse bloeduitstorting/stomp trauma.

Bewezenverklaring
De rechtbank acht het primair ten laste gelegde feit wettig en overtuigend bewezen, met dien verstande dat:
Primair:hij op 13 augustus 2019, te Sneek, in de gemeente Súdwest-Fryslân, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk en met voorbedachten rade [slachtoffer] van het leven te beroven, met dat opzet en na kalm beraad en rustig overleg, die [slachtoffer] heeft opgewacht bij de door haar aan de [straatnaam] geparkeerde auto en vervolgens -terwijl die [slachtoffer] in genoemde auto zat- die [slachtoffer] vele malen, met een schroevendraaier, in het hoofd en het lichaam heeft gestoken/geprikt, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.
Verdachte zal van het meer of anders ten laste gelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde
Het bewezen verklaarde levert op:
Primair: poging tot moord.

Dit feit is strafbaar nu geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid uitsluiten.

Strafbaarheid van verdachte
De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken.
overwegingen

Strafmotivering
Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake het primair ten laste gelegde feit wordt veroordeeld tot 9 jaar gevangenisstraf met aftrek van voorarrest. Daarnaast heeft hij gevorderd dat aan verdachte een contactverbod met aangeefster en een locatieverbod voor de gemeente Súdwest Fryslân voor de duur van vijf jaar zal worden opgelegd in de vorm van maatregelen als bedoeld in artikel 38v Wetboek van Strafrecht (Sr). Het locatieverbod dient bij verlofmomenten of na zijn invrijheidsstelling elektronisch te worden gecontroleerd. Voorts vordert de officier van justitie een vervangende hechtenis van één maand voor iedere keer dat verdachte een van deze verboden overtreedt, met een maximum van zes maanden en met dadelijke uitvoerbaarheid van de maatregelen.
Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich niet uitgelaten over de strafoplegging.
Oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde feit, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek ter zitting, het voorlichtingsrapport, de justitiële documentatie, alsmede de vordering van de officier van justitie en het pleidooi van de verdediging.
De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een poging tot moord op zijn ex-vrouw. Verdachte en zijn ex-vrouw zijn verwikkeld in een conflict over hun kinderen. Op 13 augustus 2019 heeft verdachte zijn ex-vrouw bewust opgewacht bij haar werk. Toen hij zag dat zij in haar auto was gestapt, is hij op haar afgelopen en uit het niets op haar in gaan steken met een schroevendraaier. Verdachte heeft haar daarbij ongeveer 15 of 16 keer op diverse plekken in haar hoofd en lichaam geraakt. Hij stopte pas toen een voorbijganger hem toeschreeuwde. Dat aangeefster het leven niet heeft gelaten, is geenszins aan het handelen van verdachte te danken, maar aan de aanwezigheid van deze voorbijganger. Aangeefster heeft als gevolg van de handelwijze van verdachte onder meer een klaplong opgelopen.Het moet voor aangeefster een zeer schokkende en angstige gebeurtenis zijn geweest om op klaarlichte dag uit het niets te worden aangevallen met een schroevendraaier, in de omgeving waar ze werkt en haar dagelijkse boodschappen doet.
Uit de schriftelijke slachtofferverklaring is ook gebleken dat dit feit bij aangeefster grote onrust en gevoelens van onveiligheid teweeg heeft gebracht, hetgeen heeft geleid tot psychische en lichamelijke klachten. Dat de gevolgen van het door hem gepleegde geweld ingrijpend en verstrekkend zouden zijn, is ook voor verdachte voorzienbaar geweest.

De rechtbank neemt verdachte kwalijk dat hij geen enkele verantwoordelijkheid neemt voor wat hij heeft gedaan. Hij volhardt in een ongeloofwaardig standpunt en toont geen enkel berouw. Gelet op de aard en ernst van het bewezenverklaarde feit, komt dan ook uitsluitend een gevangenisstraf van lange duur als passende straf in aanmerking.

Verdachte heeft over zijn beweegredenen slechts willen meedelen dat hij in onmin leefde met zijn ex-partner, en dat hij niet wil dat zij voor de kinderen zorgt terwijl hij zelf geen contact met de kinderen heeft. Het is voor de rechtbank nauwelijks inzichtelijk of het motief voor de aanval op aangeefster ook nu nog bestaat. Op grond van het voorlichtingsrapport en het in het dossier gevoegde rapport eergerelateerd geweld acht de rechtbank dat echter niet uitgesloten. De rechtbank ziet dan ook aanleiding om het gevorderde contact- en locatieverbod op te leggen, in de vorm van maatregelen als bedoeld in artikel 38v Sr. De eerste maatregel behelst een contactverbod ten aanzien van aangeefster. Met dit verbod beoogt de rechtbank dat aangeefster rust in haar leven krijgt en dat de kans op recidive door verdachte wordt verminderd. Dit verbod geldt voor de duur van vijf jaren. Voor iedere keer dat verdachte dit verbod overtreedt, zal vervangende hechtenis van de hierna bepaalde duur worden opgelegd.
De tweede maatregel betreft een locatieverbod voor de gemeente Súdwest Fryslân. Met dit verbod beoogt de rechtbank te bereiken dat verdachte zich niet weer in de nabijheid van aangeefster zal bevinden. Om te bereiken dat verdachte zich daadwerkelijk hier aan houdt, dient dit bij verlofmomenten van verdachte, dan wel na zijn invrijheidsstelling te worden gehandhaafd, zoals ook door de officier van justitie is gevorderd, middels elektronische controle. Het verbod geldt voor de duur van vijf jaren. Voor iedere keer dat verdachte dit verbod overtreedt, zal vervangende hechtenis van de hierna bepaalde duur worden opgelegd.

De rechtbank zal bepalen dat de maatregel ex artikel 38v Sr dadelijk uitvoerbaar is, nu er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat de verdachte opnieuw een strafbaar feit zal begaan en/of zich belastend zal gedragen jegens een bepaalde persoon of bepaalde personen.

Gelet op de omstandigheid dat (1) gedurende de detentie de duur van de op te leggen 38v-maatregelen goeddeels zal zijn verstreken, (2) met een in het kader van een 38z opgelegde maatregel ook na ommekomst van die termijn dezelfde dan wel vergelijkbare maatregelen kunnen worden opgelegd en (3) juist noodzaak lijkt te bestaan tot bescherming van de veiligheid van aangeefster nádat verdachte niet langer is gedetineerd, ziet de rechtbank aanleiding om ook een maatregel als bedoeld in artikel 38z Sr op te leggen.

Aan de voorwaarden voor oplegging daarvan is voldaan. Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan poging tot moord, een misdrijf dat gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van personen, waarop in de wet een gevangenisstraf is gesteld van vier jaren of meer. Bovendien is naar het oordeel van de rechtbank de oplegging van de maatregel in het belang van de bescherming van de veiligheid van anderen, gezien de impact van dit delict op aangeefster en haar kinderen.

Alles afwegend is de rechtbank van oordeel dat een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 7 jaren passend is en oplegging daarvan geboden is; aan verdachte dient naast de maatregelen van een contact- en locatieverbod tevens de maatregel tot vrijheidsbeperking en gedragsbeïnvloeding te worden opgelegd.

Benadeelde partij
[slachtoffer] heeft zich als benadeelde partij gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Gevorderd wordt een bedrag van €1.679,49 ter vergoeding van materiële schade en – onder verwijzing naar twee uitspraken – € 15.000,-- ter vergoeding van immateriële schade, vermeerderd met wettelijke rente.
Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd tot toewijzing van deze vordering, vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat de gevorderde materiele schade kan worden toegewezen. De raadsman is voorts van mening dat de gevorderde immateriële schade, gelet op het feit dat er geen operaties nodig waren en de verwondingen in 98% zeer oppervlakkig waren, te hoog is. De raadsman heeft zich over de eventueel toe te wijzen immateriële schade niet uitgelaten.
Oordeel van de rechtbank

Naar het oordeel van de rechtbank is voldoende aannemelijk dat de benadeelde partij de gestelde materiële schade ad € 1.679,49 heeft geleden als rechtstreeks gevolg van het bewezen verklaarde feit. Dit deel van de vordering, waarvan de hoogte niet door verdachte is betwist, zal daarom worden toegewezen,
Daarnaast is naar het oordeel van de rechtbank voldoende aannemelijk dat de benadeelde partij immateriële schade heeft geleden als rechtstreeks gevolg van het bewezen verklaarde. De rechtbank zal de gevorderde immateriële schade ad € 15.000,-- matigen. Daarbij wijst de rechtbank erop dat in het door het Gerechtshof Amsterdam berechte geval (ECLI:GHAMS:2017:224), waarnaar de benadeelde partij verwijst, sprake was van ernstiger verwondingen dan in deze zaak. In de andere zaak waar de benadeelde partij zich op beroept (ECLI:RBOBR:2018:4341), is de (hoogte van de) immateriële vordering niet betwist. Er kan dus niet zonder meer worden uitgegaan van de in die zaken toegekende immateriële schadevergoeding. Gebruikmakend van haar schattingsbevoegdheid ex artikel 6:97 van het Burgerlijk Wetboek schat de rechtbank de hoogte van de schade op € 10.000,--. De rechtbank zal de vordering tot dit bedrag toewijzen en voor het overige deel afwijzen.

De rechtbank is van oordeel dat de vordering kan worden toegewezen tot een totaalbedrag van € 11.679,49, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 13 augustus 2019.

Nu de aansprakelijkheid van verdachte vaststaat, zal de rechtbank de schadevergoedingsmaatregel opleggen om te bevorderen dat verdachte de schade zal vergoeden.

De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met de vordering heeft gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.

Inbeslaggenomen goederen
De rechtbank is van oordeel dat de mobiele telefoon, merk Motorola, moet worden teruggegeven aan verdachte nu het belang van strafvordering zich daartegen niet verzet.
Toepassing van wetsartikelen
De rechtbank heeft gelet op de artikelen 36f, 38v, 38z, 45, 289 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezen verklaarde.
Uitspraak

De rechtbank

Verklaart het primair ten laste gelegde feit bewezen, te kwalificeren en strafbaar zoals voormeld en verdachte daarvoor strafbaar.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan het bewezen verklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij.

Veroordeelt verdachte tot:

Een gevangenisstraf voor de duur van zeven jaar.


Beveelt dat de tijd die de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en/of voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf, geheel in mindering zal worden gebracht.

De maatregel dat de veroordeelde voor de duur van vijf jaren op geen enkele wijze

- direct of indirect - contact zal opnemen met [slachtoffer], geboren [geboortedatum] 1985, wonende te [woonplaats], [straatnaam].

Beveelt dat vervangende hechtenis zal worden toegepast voor het geval niet aan de maatregel wordt voldaan. De duur van de vervangende hechtenis bedraagt twee weken voor iedere keer dat niet aan de maatregel wordt voldaan. Toepassing van de vervangende hechtenis heft de verplichtingen ingevolge de opgelegde maatregel niet op.

Beveelt dat de opgelegde maatregel dadelijk uitvoerbaar is.

De maatregel dat de veroordeelde voor de duur van vijf jaren zich niet zal ophouden in de gemeente Súdwest Fryslân.

Bepaalt dat handhaving van deze maatregel geschiedt tijdens verlofmomenten en na veroordeeldes invrijheidstelling door elektronische controle.

Beveelt dat vervangende hechtenis zal worden toegepast voor het geval niet aan de maatregel wordt voldaan. De duur van de vervangende hechtenis bedraagt twee weken voor iedere keer dat niet aan de maatregel wordt voldaan. Toepassing van de vervangende hechtenis heft de verplichtingen ingevolge de opgelegde maatregel niet op.

Bepaalt dat uit hoofde van deze maatregelen in totaal ten hoogste zes maanden vervangende hechtenis per maatregel kan worden toegepast.

Beveelt dat de opgelegde maatregel dadelijk uitvoerbaar is.

Legt de veroordeelde op de maatregel strekkende tot gedragsbeïnvloeding of vrijheidsbeperking

Gelast de teruggave

Wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer] toe tot na te melden bedrag en veroordeelt verdachte tot betaling aan deze benadeelde partij van een bedrag van € 11.679,49 (zegge: elfduizend zeshonderdnegenenzeventig euro en negenenveertig eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 13 augustus 2019.

Veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot heden begroot op nihil.

Wijst de vordering van de benadeelde partij voor wat het overige deel van de immateriële schade af.

Legt aan verdachte de verplichting op aan de staat, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer] te betalen een bedrag van € 11.679,49 (zegge: elfduizend zeshonderdnegenenzeventig euro en negenenveertig eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 13 augustus 2019, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door gijzeling voor de duur van 93 dagen, met dien verstande dat de toepassing van de gijzeling de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft. Dit bedrag bestaat uit € 1.679,49 aan materiële schade en € 10.000,-- aan immateriële schade.
Bepaalt daarbij dat, indien verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer] daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij dit bedrag te betalen komt te vervallen en omgekeerd, dat, indien verdachte aan de benadeelde partij het opgelegde bedrag heeft betaald, daarmee de verplichting tot betaling aan de staat van dit bedrag komt te vervallen.

Dit vonnis is gewezen door mr. K. Post, voorzitter, mr. G.W.G. Wijnands en mr. J.H.S. Kroeze, rechters, bijgestaan door A. van Dijk, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 11 februari 2020.Mr. Kroeze is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.