Uitspraak ECLI:NL:RBNNE:2019:3842

Deze uitspraak heeft betrekking op het rechtsgebied Strafrecht en is gepubliceerd door de Raad voor de Rechtspraak op 11-09-2019. De uitspraak is gedaan door Rechtbank Noord-Nederland op 10-09-2019, deze uitspraak is bekend onder de European Case Law Identifier (ECLI) ECLI:NL:RBNNE:2019:3842, het zaaknummer waarop deze uitspraak betrekking heeft is 18/930032-18


Bron: Rechtspraak

ECLI:NL:RBNNE:2019:3842:DOC
nl

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Afdeling strafrecht
Locatie Assen

parketnummer 18/930032-18

Vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 10 september 2019 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte

[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum] 1967 te [geboorteplaats] ,wonende te [woonplaats] , [straatnaam] .
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 30 mei 2018 (regie), 22 augustus 2018 en 6 november 2018 (pro forma), 20 mei 2019, 20 augustus 2019 (inhoudelijke behandeling) en 3 september 2019 (sluiting).Met uitzondering van de terechtzitting van 3 september 2019, waarbij het onderzoek is gesloten, is verdachte bij alle voornoemde zittingsdagen verschenen, bijgestaan door mr. J. Michels, advocaat te Oldenzaal. Namens benadeelde partij [slachtoffer 1] is op de terechtzitting van 20 augustus 2019 mr. C.E. Jeekel verschenen om de vordering toe te lichten.Het openbaar ministerie is ter terechtzitting van 20 augustus 2019 vertegenwoordigd door mr. D. Homans-De Boer en mr. D. Roggen.
Tenlastelegging
Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
- op of omstreeks 9 februari 2016 te Oldebroek en/of te Emmen, althans in Nederland, die [slachtoffer 1] heeft/hebben gevraagd om mee naar buiten te gaan, en/of (vervolgens)- aldaar (dreigend) tegen die [slachtoffer 1] heeft/hebben geschreeuwd dat die [slachtoffer 1] buiten zijn boekje was gegaan, en/of (vervolgens)- die [slachtoffer 1] heeft/hebben gestompt en/of geslagen, waardoor die [slachtoffer 1] meerdere gebroken ribben en/of een beschadigd gebit heeft bekomen, en/of (vervolgens)- ( dreigend) tegen die [slachtoffer 1] heeft/hebben gezegd dat [slachtoffer 1] binnen 7 dagen, althans op korte termijn, 5000 euro, althans geld, diende te betalen of anders zouden er sancties volgen, en/of - die [slachtoffer 1] in de daaropvolgende periode thuis heeft/hebben opgezocht, en/of - mede gelet op voornoemde eerdere mishandeling en/of (in samenhang met) de (agressieve of intimiderende) houding en/of wijze van optreden van verdachte en/of zijn medeverdachten jegens die [slachtoffer 1] bij die [slachtoffer 1] de vrees heeft/hebben opgewekt dat verdachte en/of zijn medeverdachte(n) (ernstiger) geweld zou gaan toepassen en/of door anderen zou doen/laten toepassen indien die [slachtoffer 1] in de daaropvolgende periode niet zou toegeven aan de eisen van verdachte en/of zijn medeverdachte(n);
- die [slachtoffer 2] een of meermalen heeft/hebben geschopt en/of gestompt en/of geslagen, althans mishandeld, althans heeft/hebben geprobeerd die [slachtoffer 2] te schoppen en/of stompen en/of te slaan, waarbij die [slachtoffer 2] is geschampt, en/of- door de (intimiderende en/of dreigende en/of agressieve) houding en/of wijze van optreden van verdachte en/of zijn medeverdachte(n) jegens die [slachtoffer 2] bij die [slachtoffer 2] de vrees heeft gewekt dat verdachte en/of zijn medeverdachte(n) (ernstiger) geweld zou(den) gaan toepassen indien die [slachtoffer 2] niet zou toegeven aan de eisen van verdachte en/of zijn medeverdachte(n);
- die [slachtoffer 2] een of meermalen heeft/hebben geschopt en/of gestompt en/of geslagen, althans mishandeld, althans heeft/hebben geprobeerd die [slachtoffer 2] te schoppen en/of te stompen en./of te slaan, waarbij die [slachtoffer 2] ie geschampt, en/of- door de (intimiderende en/of dreigende en/of agressieve) houding en/of wijze van optreden van verdachte en/of zijn medeverdachte(n) jegens die [slachtoffer 2] bij die [slachtoffer 2] de vrees heeft gewekt dat verdachte en/of zijn medeverdachte(n) (ernstiger) geweld zou(den) gaan toepassen indien die [slachtoffer 2] niet zou toegeven aan de eisen van verdachte en/of zijn medeverdachte(n);
- die [slachtoffer 3] een of meermalen heeft/hebben geschopt en/of gestompt en/of geslagen, althans mishandeld en/of - een (vuur)wapen tegen het hoofd heeft/hebben geduwd en/of op het hoofd van die [slachtoffer 3]heeft/hebben gericht (gehouden), althans met een wapen heeft/hebben gedreigd, althans bij die [slachtoffer 3] de indruk heeft gewekt dat er een wapen op zijn achterhoofd werd gedrukt en/of- door de (agressieve en/of dreigende en/of intimiderende) houding en/of wijze van optreden van verdachte en/of zijn medeverdachten jegens die [slachtoffer 3] bij die [slachtoffer 3] de vrees heeft/hebben opgewekt dat verdachte en/of zijn medeverdachte(n) (ernstiger) geweld zou gaan toepassen en/of door anderen zou doen/laten toepassen indien niet aan de eisen vanverdachte en/of zijn medeverdachte(n) zou worden voldaan;
- die [slachtoffer 3] op of omstreeks 8 mei 2014 een of meermalen heeft/hebben geschopt en/of gestompt en/of geslagen, althans mishandeld, en/of - een (vuur)wapen tegen het hoofd heeft/hebben geduwd en/of op het hoofd van die [slachtoffer 3]heeft/hebben gericht (gehouden), althans met een wapen heeft/hebben gedreigd, en/of (vervolgens)- ( dreigend) tegen die [slachtoffer 3] heeft/hebben gezegd dat “dit zijn ergste nachtmerrie werd als hij niet betaalde” en/of dat die [slachtoffer 3] “eraan ging als hij woensdag niet betaalde”, althans woorden van gelijke aard of strekking, en/of- door de (agressieve en/of dreigende en/of intimiderende) houding en/of wijze van optreden van verdachte en/of zijn medeverdachten jegens die [slachtoffer 3] bij die [slachtoffer 3] de vrees- op of omstreeks 13 mei 2014 heeft/hebben geïnformeerd naar het adres van die [slachtoffer 3] , en/of- op (een of meer tijdstippen in) of omstreeks de periode van 13 mei 2014 tot en met 7 juni 2014 een of meermalen bij de woning van die [slachtoffer 3] is/zijn geweest,
- die [slachtoffer 4] een of meermalen heeft/hebben gestompt en/of geslagen en/of geschopt, althans mishandeld, en/of - door de (agressieve of intimiderende) houding en/of wijze van optreden van verdachte en/of zijn medeverdachten jegens die [slachtoffer 4] bij die [slachtoffer 4] de vrees heeft/hebben opgewekt dat verdachte(n) (ernstiger) geweld zou gaan toepassen en/of door anderen zou doen/laten toepassen indien niet aan de eisen van verdachte en/of zijn medeverdachte(n) zou worden voldaan;
- die [slachtoffer 4] een of meermalen heeft/hebben gestompt en/of geslagen en/of geschopt, althans mishandeld, en/of - door de (agressieve of intimiderende) houding en/of wijze van optreden van verdachte en/of zijn medeverdachten jegens die [slachtoffer 4] bij die [slachtoffer 4] de vrees heeft/hebben opgewekt dat verdachte en/of zijn medeverdachte(n) (ernstiger) geweld zou gaan toepassen en/of door anderen zou doen/laten toepassen indien niet aan de eisen van verdachte en/of zijn medeverdachte(n) zou worden voldaan;
1.(zaak 3.42)
hij (op verschillende tijdstippen) in of omstreeks de periode van 9 februari 2016 tot en met 1 juni 2016, althans van 1 januari 2016 tot en met 1 juni 2016, te Oldebroek en/of Emmen en/of Groningen en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 1] (onder meer) heeft gedwongen tot afgifte van 1500 euro en/of 250 euro en/of 1000 euro, althans (meermalen) een hoeveelheid geld, geheel of ten dele toebehorende aan die [slachtoffer 1] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn medeverdachte(n),
welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte tezamen en in vereniging met een of meer ander(en), althans alleen, (onder meer)

2.(zaak 3.18)
A)hij op of omstreeks 29 januari 2015, althans in of omstreeks januari 2015, te Emmen en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen (onder meer) een telefoon en/of een ring, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 2] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn medeverdachte(n),welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 2] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn medeverdachte(n) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,
welk geweld en/of welke bedreiging met geweld (onder meer) hierin bestond(en) dat verdachte tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

EN/OF

B)hij op of omstreeks 29 januari 2015, althans in of omstreeks januari 2015, te Emmen en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 2] heeft gedwongen tot afgifte van (onder meer) een telefoon en/of een ring, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan die [slachtoffer 2] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn medeverdachte(n),
welk geweld en/of welke bedreiging met geweld (onder meer) hierin bestond(en) dat verdachte tezamen en in vereniging met een of meer ander(en), althans alleen,

3.(zaak 3.3)
A)hij op of omstreeks 8 mei 2014 te Emmen en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een horloge en/of een (No Surrender) hesje, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 3] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn medeverdachte(n),welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 3] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn medeverdachte(n) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,
welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

EN/OF

B)hij op of omstreeks de periode van 8 mei 2014 tot en met 7 juni 2014, althans in mei 2014 en/of juni 2014 te Emmen en/of te Meppel en/of te Glimmen en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn medeverdachte(n) voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 3] te dwingen tot de afgifte van 5000 euro, in elk geval een hoeveelheid geld/van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan die [slachtoffer 3] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn medeverdachte(n),
heeft/hebben opgewekt dat verdachte en/of zijn medeverdachte(n) (ernstiger) geweld zou gaan toepassen en/of door anderen zou doen/laten toepassen indien niet aan de eisen vanverdachte en/of zijn medeverdachte(n) zou worden voldaan, en/of
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

4.(zaak 3.2)
A)hij op of omstreeks 21 april 2014 te Emmen en/of Franeker en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een (No Surrender) hesje (met daarin een huurautosleutel) en/of een computer en/of printer en/of een dvd-speler en/of een horloge en/of (een) mobiele telefoon(s) en/of motorpapieren en/of een of meer siera(a)d(en), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 4] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn medeverdachte(n),
welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 4] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn medeverdachte(n) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

EN/OF

B)hij op of omstreeks 21 april 2014 te Emmen en/of Franeker en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 4] heeft gedwongen tot afgifte van (onder meer) een computer en/of printer en/of een dvd-speler en/of een horloge en/of (een) mobiele telefoon(s) en/of motorpapieren en/of een of meer siera(a)d(en), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan die [slachtoffer 4] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn medeverdachte(n),
welk geweld en/of bedreiging met geweld (onder meer) hierin bestond(en) dat verdachte tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

althans, indien ten aanzien van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat

hij op of omstreeks 21 april 2014 te Emmen en/of elders Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,al dan niet met voorbedachten rade, [slachtoffer 4] heeft/hebben gestompt en/of geslagenen/of geschopt, althans mishandeld.
Ontvankelijkheid van de officier van justitie

Standpunt van de verdediging

Namens [verdachte] is betoogd dat de officier van justitie niet-ontvankelijk moet worden verklaard, omdat naar het oordeel van de verdediging de vervolging van verdachte in de zaak [slachtoffer 1] (3.42) in strijd is met het gelijkheidsbeginsel en/of het verbod van willekeur.De raadsman heeft daartoe aangevoerd dat niet is gebleken in welk opzicht de zaak tegen [verdachte] zich zodanig van die van zijn medeverdachten onderscheidt, dat daardoor de beslissing is genomen hem wel te vervolgen en zijn medeverdachten, te weten [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] , niet.Indien de rechtbank de gestelde schending van het gelijkheidsbeginsel niet toereikend vindt om tot de niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie te komen, dan kan deze worden aangevuld met de vastgestelde vormverzuimen uit het onderzoek ‘Turgon’. De verklaringen uit het onderzoek ‘Turgon’ vormen de grondslag voor de vervolging van [verdachte] in het onderzoek ‘Akepa’. Het zijn dezelfde verklaringen, dezelfde verhoorders en dezelfde wijze van vastleggen en uitwerken van verhoren. In het onderzoek ‘Turgon’ zijn door de rechtbank de volgende vormverzuimen vastgesteld: handelen in strijd met de Aanwijzing auditief en audiovisueel registreren van verhoren van aangevers, getuigen en verdachten (hierna: AVR) en schending verbaliseringsplicht.Indien het gelijkheidsbeginsel op zich al niet noopt tot de niet-ontvankelijkheid van hetOpenbaar Ministerie, dan kan de rechtbank de niet-ontvankelijkheid baseren op het in onderlinge samenhang bezien van de (vast)gestelde vormverzuimen.
Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich met betrekking tot de gestelde vormverzuimen in de zaak [slachtoffer 1] op het volgende standpunt gesteld.Voor zover relevant voor de strafzaak tegen [verdachte] heeft [slachtoffer 1] twee verklaringen bij de politie afgelegd. Een uitgebreide op 16 december 2016 en een kortere op 4 januari 2017. De eerste verklaring is opgenomen en letterlijk uitgewerkt. Van de tweede verklaring is geen opname voorhanden. Dat had wel gemoeten. Op 26 maart 2019 is [slachtoffer 1] in aanwezigheid van de raadsman van [verdachte] bij de rechter-commissaris gehoord en heeft een verklaring afgelegd die overeenkomt met zijn verklaringen bij de politie. Bovendien vindt deze verklaring objectief steun in overige bewijsmiddelen: de geneeskundige verklaring, taps en OVC gesprekken. Uit de combinatie is af te leiden dat de getuige niet is beïnvloed c.q. dat zijn verklaringen zodanig tot stand zijn gekomen dat die volledig overeenkomen met de latere betrouwbaar te achten verklaring bij de rechter-commissaris. Van enige nadeel voor [verdachte] is dan ook niet gebleken. De officier van justitie acht de verklaringen van [slachtoffer 1] daarmee bruikbaar voor het bewijs.
Met betrekking tot de gestelde niet-ontvankelijkheid in de zaak [slachtoffer 1] in verband met schending van het gelijkheidsbeginsel/het verbod op willekeur heeft de officier van justitie zich op het standpunt gesteld dat de beslissing om de medeverdachten [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] niet te vervolgen een keuze is die aan het Openbaar Ministerie is voorbehouden en dat dit geen grond is om het Openbaar Ministerie in de vervolging tegen [verdachte] niet-ontvankelijk te verklaren.
Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank stelt voorop dat in artikel 167, eerste lid, Wetboek van Strafvordering (Sv), aan het Openbaar Ministerie de bevoegdheid is toegekend zelfstandig te beslissen of naar aanleiding van een ingesteld opsporingsonderzoek vervolging moet plaatsvinden. De beslissing van het Openbaar Ministerie om tot vervolging over te gaan leent zich slechts in zeer beperkte mate voor een inhoudelijke rechterlijke toetsing, in die zin dat slechts in uitzonderlijke gevallen plaats is voor een niet-ontvankelijkverklaring van het Openbaar Ministerie in de vervolging op de grond dat het instellen of voortzetten van die vervolging onverenigbaar is met beginselen van een goede procesorde waardoor doelbewust of met grove veronachtzaming van de belangen van verdachte tekort is gedaan aan zijn recht op een eerlijke behandeling van zijn zaak. In uitzonderlijke situaties is de niet-ontvankelijkheid als rechtsgevolg op overheidsoptreden ook mogelijk wanneer het gaat om handelen in strijd met de grondslagen van het strafproces, waardoor het wettelijk stelsel in de kern wordt geraakt. Van schending van het gelijkheidsbeginsel is eerst sprake bij afwijking van een bestendig patroon van beslissen in een groot aantal vergelijkbare gevallen. In de zaak [slachtoffer 1] is geen sprake van een afwijking van een patroon. Niet is gebleken dat het Openbaar Ministerie nooit optreedt in geval van verdenking van betrokkenheid bij ‘bad standings’ en slechts in het geval van verdachte dit wel doet. Daarnaast is er geen sprake van vergelijkbare gevallen.
Op basis van de voorliggende stukken is de rechtbank niet gebleken dat in onderhavige zaak sprake is van willekeur of misbruik van procesrecht. Het verweer van de verdediging wordt derhalve verworpen.

De rechtbank verwerpt ook het verweer dat het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk verklaard dient te worden wegens handelen in strijd met de AVR en schending van de verbaliseringsplicht. Er is, anders dan in het betreffende proces-verbaal is vermeld, geen opname voorhanden van het verhoor van [slachtoffer 1] op 4 januari 2017. Er is in zoverre sprake van een onherstelbaar vormverzuim in de zin van artikel 359a Sv. Hetgeen [slachtoffer 1] volgens het proces-verbaal in het verhoor heeft verklaard, wijkt echter niet wezenlijk af van hetgeen [slachtoffer 1] eerder en nadien bij verhoor heeft verklaard. Bovendien is niet gebleken dat verdachte door het genoemde vormverzuim enig concreet nadeel heeft ondervonden. Mede in aanmerking genomen de ernst van het genoemde verzuim en het doel dat de geschonden voorschriften beogen te dienen, bestaat er naar oordeel van de rechtbank geen grond om aan die schending het gevolg te verbinden dat het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk verklaard dient te worden. De rechtbank volstaat met de constatering van het genoemde verzuim.

overwegingen

Beoordeling van het bewijs
Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht het onder 1, onder 2B, onder 3B en onder 4A ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen en heeft daartoe het volgende aangevoerd.
Met betrekking tot de onder 1 ten laste gelegde zaak ( [slachtoffer 1] ) stelt de officier van justitie zich op het standpunt dat sprake is van het medeplegen van afpersing. Zij voert hiertoe aan dat de verklaring van [slachtoffer 1] wordt ondersteund door het volgende feitencomplex. Het feit dat er op 9 februari 2016 een clubavond in Oldebroek was en dat daar iets is gebeurd wordt ondersteund door de OVC in het clubhuis en de tap op [medeverdachte 1] . [verdachte] heeft ter terechtzitting bevestigd dat hij en [medeverdachte 1] in Oldebroek waren. [verdachte] en [medeverdachte 2] hebben verklaard dat [slachtoffer 1] daar door [verdachte] werd aangesproken over een overstap naar een ander chapter. Daarbij is [verdachte] verbaal dreigend. [medeverdachte 1] heeft [slachtoffer 1] vervolgens fors mishandeld en hem een boete van 5.000 euro opgelegd. Dat [slachtoffer 1] is mishandeld wordt bevestigd door de medische verklaring. De OVC gesprekken bevestigen dat er sprake was van een bad standing, een openstaande boete en dat er een intentie was om zijn hesje bij [slachtoffer 1] op te halen. [verdachte] heeft bevestigd dat hij op 20 mei 2016 met een paar anderen aan de deur is geweest bij [slachtoffer 1] en geld heeft opgehaald. [slachtoffer 1] heeft verklaard dat [verdachte] een nomad is, dat een nomad zaken regelt als er problemen zijn en dat een nomad een hoge in rang is die niet zomaar aan je deur komt.Onder deze omstandigheden is het voor [verdachte] niet nodig om [slachtoffer 1] bij zijn woning tebedreigen of te mishandelen en toch geld te krijgen.
Met betrekking tot de onder 2 ten laste gelegde zaak ( [slachtoffer 2] ) neemt de officier van justitie de verklaring van [slachtoffer 2] als uitgangspunt. Dat hij is gedwongen door [verdachte] (geflankeerddoor een ander lid van No Surrender) om zijn spullen (ook een ring) af te geven, dat [verdachte] hem daarna heeft geslagen en hem daarbij heeft geraakt. De dwang bij deze afpersing heeft bestaan uit bedreiging met geweld, vooral een impliciete dreiging. Het ontbieden onder valse voorwendselen, het gebruikmaken van de gewelddadige reputatie van No Surrender en zijn rol als security binnen No Surrender, het gebruikmaken van een tweede lid in hesje gekleed, bij de poort van het clubhuis (het territorium van No Surrender) en de intimiderende en dreigende houding die volgt uit de uitlating van [verdachte] (‘je doet het wel’) na een aanvankelijk weigering van [slachtoffer 2] . Dat de dreiging reëel was blijkt ook uit het feit dat [verdachte] na het overhandigen van de spullen alsnog uithaalt naar [slachtoffer 2] . Gelet hierop stelt de officier van justitie zich op het standpunt dat bewezen kan worden verklaard dat [verdachte] tezamen en in vereniging met anderen [slachtoffer 2] door bedreiging met geweld heeft gedwongen tot de afgifte van een telefoon en een ring, het onder 2Btenlastegelegde. Van de onder 2A tenlastegelegde variant diefstal met geweld dient hij te worden vrijgesproken.
Met betrekking tot de onder 3 ten laste gelegde zaak ( [slachtoffer 3] ) stelt de officier van justitie zich op het standpunt dat wettig en overtuigend kan worden bewezen dat aan [slachtoffer 3] op 8 mei 2014 een bad standing is opgelegd waarbij hij zodanig is mishandeld en bedreigd dat hij met zijn gezin is ondergedoken. Daarbij is hem een boete opgelegd. Die mishandeling en bedreiging vonden plaats in de memberroom van het clubhuis van No Surrender. Het dossier bevat onvoldoende objectieve bewijsmiddelen voor de aanwezigheid van [verdachte] in de memberroom op het moment van de mishandeling. Gelet hierop vraagt de officier van justitie de rechtbank om [verdachte] van het onder 3A ten laste gelegde vrij te spreken.De officier van justitie gaat er wel van uit dat [verdachte] vervolgens op pad is gestuurd om spullen op te halen bij [slachtoffer 3] . Dat dat ook ging om geld acht zij gelet op het tapgesprek van 9 mei 2014 wettig en overtuigend bewezen. Het gesprek dat [verdachte] op 14 mei 2014, drie kwartier voor de afspraak met [slachtoffer 3] , voert met [medeverdachte 1] over de vraag wie hij moet bellen als hij een advocaat nodig heeft duidt er op dat [verdachte] er rekening mee hield dat wat hij ging doen mogelijk strafbaar was.Net als in de zaak van [slachtoffer 1] kan worden bewezen dat [verdachte] is ingezet voor het innen van de boete die aan [slachtoffer 3] was opgelegd. Een boete die in het kader van een bad standing was opgelegd en was ingeluid met een forse mishandeling en bedreiging. Hierover heeft [verdachte] overleg gevoerd met [medeverdachte 1] en [getuige 1] en hij heeft op diverse manieren getracht om [slachtoffer 3] hiervoor te vinden. De officier van justitie komt tot een bewezenverklaring van het onder 3B ten laste gelegde: het medeplegen van de poging afpersing van 5.000 euro in de periode van 8 mei tot en met 7 juni 2014.
Met betrekking tot de onder 4 ten laste gelegde zaak ( [slachtoffer 4] ) neemt de officier van justitie de verklaring van [slachtoffer 4] als uitgangspunt. [slachtoffer 4] heeft verklaard dat hij een bad standing heeft gehad van [medeverdachte 1] en [verdachte] , dat [getuige 2] daarbij betrokken was, dat daarbij geweld is gebruikt door [medeverdachte 1] en [verdachte] welk geweld letsel heeft veroorzaakt, en dat goederen met geweld en onder dwang van hem zijn afgenomen.De verklaring van [slachtoffer 4] wordt op diverse punten ondersteund door andere bevindingen in het dossier. De aanleiding voor de bad standing wordt bevestigd door een mutatie van de politie. Dat [slachtoffer 4] is ontboden in het clubhuis in Emmen en daar een bad standing heeft gehad wordt bevestigd door de verklaring van [getuige 2] , het sms-verkeer tussen [verdachte] en [medeverdachte 1] en het telefoongesprek van [medeverdachte 1] met [naam 1] . Het wordt verder bevestigd door het telefoongesprek in juli 2014 tussen [medeverdachte 1] en [naam 2] . [medeverdachte 1] gebruikt zelfs de term BS. Gelet op de gebruikte naam en de nieuwe verblijfplaats van [slachtoffer 4] hebben zij het hier over [slachtoffer 4] . Dat [medeverdachte 1] erbij aanwezig was wordt bevestigd door zijn telefoongegevens van die avond. Dat [slachtoffer 4] naar huis is gebracht door [verdachte] wordt bevestigd door [getuige 2] . Dat hem goederen zijn afgenomen wordt bevestigd door de aangifte van [bedrijf] , door de melding bij de RDW van [slachtoffer 4] , en door de verklaring van [getuige 2] dat [slachtoffer 4] hesje is ingenomen. Dat er geweld en letsel was wordt bevestigd door buurtbewoners, en de grote angst die er nadien is bij [slachtoffer 4] . Gelet hierop acht de officier van justitie wettig en overtuigend bewezen dat [verdachte] zich schuldig heeft gemaakt aan het onder 4A ten laste gelegde, het medeplegen van diefstal van een hesje, een autosleutel, een computer, een printer, een dvd-speler, een horloge, een mobiele telefoon en motorpapieren, welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en gevolgd van geweld en bedreiging met geweld. Van het onder 4B genoemde alternatief (afpersing) moet [verdachte] worden vrijgesproken.
Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft bepleit dat [verdachte] van alle ten laste gelegde feiten moet worden vrijgesproken. Daartoe heeft de raadsman in de onder 1 ten laste gelegde zaak ( [slachtoffer 1] ) het volgende aangevoerd. Op 9 februari 2016 werd [slachtoffer 1] in Oldebroek mishandeld door [medeverdachte 1] . Van een rechtens relevant aandeel van [verdachte] bij deze mishandeling blijkt op basis van de inhoud van het dossier niet. Op 4 januari 2017 noemt [slachtoffer 1] [verdachte] één van de vele getuigen van zijn mishandeling. Ook al zou men uitgaan van de verklaring van 16 december 2016 (voorgesprek [verdachte] - [slachtoffer 1] ), dan ontbreekt het wettig bewijs voor een bewuste nauwe of volledige samenwerking tussen [slachtoffer 1] en [medeverdachte 1] .Op 20 mei 2016 is [verdachte] bij [slachtoffer 1] aan de deur geweest. Bij dit huisbezoek is geen geweld gebruikt of gedreigd met geweld. Bij de rechter-commissaris heeft [slachtoffer 1] letterlijk verklaard: “Hij heeft mij nooit aangeraakt, hij heeft alleen geld bij mij thuis opgehaald voor [medeverdachte 1] .” Het optreden van [verdachte] was niet intimiderend of agressief en het (voorwaardelijk) opzet van [verdachte] was er niet op gericht om [slachtoffer 1] vrees aan te jagen. [verdachte] werd geacht die dag een aantal hesjes op te halen van mensen die de club hadden verlaten. In relatie tot [slachtoffer 1] was [verdachte] medegedeeld dat hij ook nog ‘tweeënhalf honderd’ open had staan. [verdachte] was - evenals andere leden van No Surrender - geïnformeerd dat [slachtoffer 1] een bad standing had. Dat betekende onder meer dat [slachtoffer 1] op de no contact-lijst was geplaatst, hij club-gerelateerde items diende in te leveren en hij nog openstaande bedragen moest betalen. Eenmaal aan de deur bij [slachtoffer 1] valt er geen onvertogen woord.Aan de eventueel relevante voorgeschiedenis heeft [verdachte] part noch deel gehad. [verdachte] heeft [slachtoffer 1] gevraagd om een geldbedrag van € 250,-- te voldoen. Het dossier bevat geen direct bewijs dat [verdachte] wist, dan wel redelijkerwijs had moeten vermoeden, dat dit geldbedrag door [slachtoffer 1] werd voldaan als gevolg van een eerdere afpersing. De raadsman heeft de rechtbank verzocht [verdachte] op grond van het voorgaande vrij te spreken van dit feit.
Met betrekking tot de onder 2 ten laste gelegde zaak ( [slachtoffer 2] ) heeft de raadsman aangevoerd dat uit de stukken niet blijkt dat [slachtoffer 2] met geweld is bedreigd. Er is hooguit sprake geweest van een ietwat intimiderende setting. Ter relativering van die intimiderende setting heeft de raadsman opgemerkt dat [slachtoffer 2] kind aan huis was bij de club en zelf ook geen ‘blanke lelie’ was.Waar OVC-gesprekken aanwijzingen op kunnen leveren voor de betrokkenheid van [verdachte] , is de raadsman van mening dat de verklaringen van de (rechtstreeks) betrokkenen in deze dedoorslag dienen te geven. In dit kader heeft [naam 14] op 19 februari 2019 bij de rechter-commissaris verklaard dat [verdachte] [slachtoffer 2] buiten de poort moest houden en dat hij niet heeft gezien of gehoord hoe [verdachte] dit heeft gedaan. [slachtoffer 2] heeft voorts zelf verklaard dat [verdachte] geen geweld heeft gebruikt: “Nee, hij probeerde het wel, maar hij heeft mij alleen maar geschampt.”Bij gebrek aan wettig en overtuigend bewijs voor geweld of bedreiging daarmee, resteert de vraag of [verdachte] goederen heeft ‘afgepakt’ van [slachtoffer 2] , meer in het bijzonder een ring en/of een telefoon. [verdachte] heeft daarover verklaard dat [slachtoffer 2] zelf zijn telefoon heeft prijsgegeven, door deze boos van zich af te gooien. [verdachte] heeft deze telefoon bij zich gestoken en niet veel later overgedragen, waarna de telefoon kennelijk in de kachel is beland.Bij de rechter-commissaris heeft [slachtoffer 2] aangegeven dat hij de telefoon uit eigenerbeweging inleverde. [verdachte] heeft ontkend dat hij een ring van [slachtoffer 2] heeft afgenomen.Noch bij het prijsgeven van een goed noch bij het uit eigener beweging inleveren vaneen goed is sprake van overtreding van artikel 310, 312 of 317 van het Wetboek vanStrafrecht. De raadsman heeft de rechtbank verzocht om [verdachte] op grond hiervan vrij te spreken van het onder 2A en 2B ten laste gelegde.
Met betrekking tot de onder 3 ten laste gelegde zaak ( [slachtoffer 3] ) heeft de raadsman over het onder 3A genoemde medeplegen van diefstal met geweld in het clubhuis te Emmen op 8 mei 2014 aangevoerd dat niet met voldoende mate van zekerheid kan worden vastgesteld dat [verdachte] op 8 mei 2014 aanwezig is geweest bij de bad standing van [slachtoffer 3] . [verdachte] heeft zijn betrokkenheid van meet af aan stellig en consequent ontkend. De verklaring van [getuige 1] is even weifelend als wisselend en daarmee onvoldoende bruikbaar voor het bewijs van betrokkenheid van [verdachte] .Over het onder 3B genoemde medeplegen van een poging tot afpersing van [slachtoffer 3] in de periode van 8 mei 2014 tot en met 7 juni 2014 heeft de raadsman aangevoerd dat er evenmin voldoende wettig en overtuigend bewijs is voor de betrokkenheid van [verdachte] bij een poging tot afpersing in de periode tussen 8 mei 2014 en 7 juni 2014. [verdachte] erkent op 14 mei 2014 naar Meppel te zijn gereden om daar, bij een vestiging van McDonalds, [slachtoffer 3] te ontmoeten. [slachtoffer 3] zou zijn hesje nog moeten inleveren en/of achterstallige contributie moeten betalen. Althans, zo is het [verdachte] verteld. Dat men bezig was om [slachtoffer 3] af te persen was [verdachte] niet bekend. Het was [verdachte] wel bekend dat [slachtoffer 3] de club moest verlaten. De persoon in kwestie komt dan op een no contact-lijst en moet alle club-gerelateerde items inleveren. Achterstallige contributie en openstaande ‘boetes’ moeten nog worden betaald. De lezing van [verdachte] vindt steun in het dossier, te weten in de tapverslagen en in de verklaring(en) van [medeverdachte 1] . De raadsman heeft de rechtbank verzocht om [verdachte] op grond hiervan vrij te spreken van het onder 3A en 3B ten laste gelegde.
Met betrekking tot de onder 4 ten laste gelegde zaak ( [slachtoffer 4] ) heeft de raadsman aangevoerd dat het dossier geen althans onvoldoende steunbewijs biedt voor de verklaring van [slachtoffer 4] dat hij in het clubhuis in Emmen - na een ‘bad standing’ - is mishandeld en vervolgens door [verdachte] naar huis is gebracht waarna [verdachte] allerhande goederen van [slachtoffer 4] heeft weggenomen. [verdachte] heeft verklaard [slachtoffer 4] niet te hebben mishandeld en ook niet te hebben bestolen. Geen van de weggenomen goederen is aangetroffen onder [verdachte] , is waargenomen in bezit van [verdachte] of is anderszins naar hem herleidbaar. De raadsman heeft de rechtbank verzocht om [verdachte] op grond hiervan vrij te spreken van het onder 4A en 4B ten laste gelegde.
Oordeel van de rechtbank

Algemene overwegingen met betrekking tot het verloop van het onderzoek naar de motorclub No Surrender

Op 21 januari 2014 is in de media bekendgemaakt dat [medeverdachte 1] met onmiddellijke ingang de 1% "outlaw" motorclub (MC) Satudarah had verlaten. Op 22 januari 2014 gaf [medeverdachte 1] vanuit het clubhuis van de motorclub in Emmen een persconferentie waarin hij meedeelde dat hij zich samen met nog tientallen andere motorclubleden had aangesloten bij de motorclub "No Surrender", die in 2013 was opgericht en sindsdien werd geleid door de "Generaal" [naam 3] . Na verkregen TCI informatie over mogelijk vuurwapenbezit door leden van de motorclub No Surrender, chapter Emmen, onder wie [medeverdachte 1] , werd op 18 maart 2014 een opsporingsonderzoek onder de naam "AKEPA" gestart. Uit het onderzoek AKEPA zijn enkele deelonderzoeken gestart tegen individuele leden van de motorclub No Surrender. Naderhand is de strafzaak van [verdachte] , die als verdachte werd aangemerkt, afgesplitst van het onderzoek AKEPA.
Lopende het onderzoek AKEPA is van diverse bijzondere opsporingsbevoegdheden gebruikgemaakt. Onder andere is telefoonverkeer afgeluisterd (tap) en is in voertuigen, het clubhuis van de MC No Surrender, chapter Emmen, en in de woning van [medeverdachte 1] vertrouwelijke communicatie (OVC) opgenomen. Gedurende het onderzoek is onder andere uit tap- en OVC-gesprekken bij de verbalisanten de verdenking gerezen dat leden van de MC No Surrender zich bezighouden met incassopraktijken die, gelet op de wijze waarop dit gebeurt, volgens de verbalisanten als afpersingen, of het doen van pogingen daartoe, kunnen worden aangemerkt. Ook ontstaat bij de verbalisanten de verdenking dat leden van de MC No Surrender in Noord Nederland zich binnen en buiten het clubhuis van No Surrender bezighouden met het mishandelen, bedreigen/afpersen van (ex) MC leden en dat dit plaatsvindt indien het desbetreffende lid van de MC No Surrender wordt bestraft of oneervol uit de club wordt gezet en de status "Bad Standing" mee krijgt.
Als een lid in bad standing de club moet verlaten, zo stellen de verbalisanten in hun proces-verbaal, moet hij (onder meer) zijn hesje inleveren, moet hij een geldbedrag betalen aan de club en bij het daaruit voortvloeiende innen van de sanctie wordt met regelmaat (ernstig) geweld toegepast.

Algemene overwegingen met betrekking tot de betrokkenheid van [verdachte] bij No Surrender

Binnen No Surrender vervulde [verdachte] de functies van respectievelijk sergeant of arms (hoofd beveiliging van een chapter), security, en nomad. Dit zijn allemaal functies die te maken hebben met de beveiliging van de club. Over de inhoud van de functie van nomad is door (ex-)leden wisselend verklaard. Algemeen wordt aangenomen dat een nomad ‘hoofd security’ is en dus gaat over de orde en veiligheid. Voorts blijkt uit het onderzoek en uit verklaringen van verschillende (ex-)leden dat een nomad gaat over het terughalen van hesjes van leden die uittreden, dat een nomad achterstallige contributies en boetes int, dat hij een deel van het geld krijgt als sprake is van een bad standing en dat degene die int zelf beslist of hij een pak slaag geeft.Een nomad valt niet onder een chapter en staat in rang op gelijke hoogte naast een captain. [verdachte] wordt ervan verdacht dat hij, als nomad dan wel in een andere rol die hij binnen de MC Motorclub No Surrender vervulde, betrokken is geweest bij de bad standing van drie (ex-)leden van No Surrender ( [slachtoffer 1] , [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] ) en het, onder andere, met geweld verwijderen van het terrein van No Surrender van een ‘huisvriend’ van de club ( [slachtoffer 2] ).

Bewijsoverwegingen
De rechtbank acht hetgeen onder 1, onder 2B, onder 3B en onder 4A is ten laste gelegd wettig en overtuigend bewezen en past de volgende bewijsmiddelen toe die de voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden bevatten zoals hieronder zakelijk weergegeven. Ieder bewijsmiddel is -ook in onderdelen- slechts gebruikt voor het feit waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft.
Ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde:

Ik had een meningsverschil met [medeverdachte 2] , de president van het chapter Groningen en [naam 4] , de vice president van het chapter. Het geschil ging over het feit dat ik naar het chapter Wolfpack van [naam 5] over wilde stappen. [medeverdachte 2] wilde niet dat ik over zou stappen naar Wolfpack. Hij voelde zich verraden. Hij zei tegen mij dat hij naar de captain toe zou gaan en hem alles zou vertellen. Dit was in januari 2016 (uit onderzoek van de politie is gebleken dat de clubavond op 9 februari 2016 heeft plaatsgevonden) op een clubavond van een chapter in een plaatsje vlakbij Zwolle. Daar worden clubavonden gegeven bij of in een pizzeria. Toen [medeverdachte 2] naar de captain, [medeverdachte 1] , was gegaan, werd ik even later aangesproken door een nomad. Ik ken hem als [verdachte] ; dit is een Turkse man. Ik heb zijn foto al aangewezen. Hij wilde buiten met me praten. Ik ben met hem meegelopen. [verdachte] begon tegen mij te schreeuwen dat ik buiten mijn boekje was gegaan. Ik zag dat [medeverdachte 1] aan kwam lopen. [medeverdachte 1] gaf me direct een vuistslag op mijn linker kaak. Hierdoor raakten mijn tanden beschadigd. Vervolgens kreeg ik nog een vuistslag, aan de linker kant van mijn lichaam, op mijn ribben. Ik voelde een enorme pijn. Later bleek dat er drie ribben gebroken waren. Ik ben voor het letsel naar het ziekenhuis geweest, het UMCG in Groningen. Daar bleek dat ik drie gebroken ribben had. Na de mishandeling door [medeverdachte 1] werd ik aangesproken door [medeverdachte 2] . Hij zei mij dat [medeverdachte 1] had besloten dat ik € 5000,-- boete moest betalen. Ik moest dit binnen zeven dagen betalen anders zouden er sancties volgen. Ik heb toen binnen een week € 1500,-- in een enveloppe gedaan en ben naar [medeverdachte 1] zijn huis gegaan, in Klazinaveen. Ik was daarvoor naar [medeverdachte 2] gegaan en heb gezegd dat ik niet meer geld had. Ik had zelf € 500,-- en ik had € 1000,-- van mijn vader geleend. Meer had ik niet. [medeverdachte 2] gaf mij toen de opdracht het resterende geld aan hem te betalen en dat ik de enveloppe met € 1500,-- naar [medeverdachte 1] zijn huis moest brengen. [medeverdachte 1] heeft toen de enveloppe van mij in ontvangst genomen. Ik kreeg van [medeverdachte 1] toen € 50,-- voor de moeite dat ik de enveloppe had gebracht. Omdat ik nog € 3500,-- aan [medeverdachte 2] moest betalen, wist ik me geen raad. Op een gegeven moment verschenen [verdachte] , [medeverdachte 2] en iemand van de security uit Emmen bij mij aan de woning. Ik geloof dat de security [medeverdachte 3] heet. Hij is een grote blanke man. [verdachte] vroeg of ik al geld had. Ik zei dat ik maar € 250,-- had. Ik had niet meer. [verdachte] was alleen aan het woord. Kennelijk kreeg hij ook een aandeel van de boete die ik moest betalen. Ik was toen ook behoorlijk bang. Een nomad staat niet zomaar aan de deur. Een van mijn kinderen was ook thuis. Ik wilde geen problemen of wilde niet in elkaar getrapt worden in mijn eigen woning. Gelukkig werd met de € 250,-- genoegen genomen op dat moment. Ik had dus nog een restschuld van € 3250,--. Ik heb een paar weken later nog een keer € 1000,- betaald aan [medeverdachte 2] . Ik heb toen gezegd dat ik niet meer geld op kon brengen. [medeverdachte 2] heeft mij toen het restant kwijt gescholden. Ik begreep wel dat ik daar misschien nog wel wat meer over zou horen. Dit alles heeft zich afgespeeld in januari/februari 2016.
Tijd: 11:26 uur

Inhoud: [medeverdachte 3] (B) en [verdachte] starten de auto en spreken over waar ze heen moeten. [medeverdachte 3] Waar gaan we eerst heen, Smilde? [verdachte] Ik wil eerst even een horloge halen bij eh .. ah doen we terugweg .. toe maar .. [medeverdachte 3] Smilde, [naam 9] ? [verdachte] Nee we gaan eerst [naam 10] ophalen. [medeverdachte 3] [naam 10] ophalen! [verdachte] [naam 10] is de searg ... (ovs), die belde vanmorgen, die wacht op ons. [medeverdachte 3] ok [verdachte] We laten hun hun werk doen ......... ik wil erbij zijn, ik wil zien dat het werk gebeurd namelijk ... . [medeverdachte 3] Ok, wie halen we .... (ovs) hesjes weg [verdachte] Allemaal. ....... alle vier ........ oh nee ik heb ..... dinges heb ik al [medeverdachte 3] [naam 11] ? [verdachte] [naam 11] ... maar ik moet [naam 11] toch spreken. [medeverdachte 3] [naam 11] ? [verdachte] Ik krijg nog geld van hem.
Tijd: 12:33 uur

Inhoud: Auto staat stil; [medeverdachte 3] in auto ... [verdachte] en [naam 12] (naam wordt door [verdachte] genoemd) stappen in de auto. [medeverdachte 3] vraagt waar ze heen gaan. [naam 12] zegt Beijum. [verdachte] gaan eerst [naam 10] ophalen. [naam 12] zegt hoe ze moeten rijden.
Tijd: 12:55 uur

Inhoud: Mannen stappen in de auto .. [medeverdachte 3] vraagt waar ze heen gaan. [naam 12] zegt naar [medeverdachte 2] in Stedum. Nog een vierde man in de auto met duidelijk Surinaams/ Antilliaans accent.
Tijd: 13:20 uur

[medeverdachte 3] vraagt waar ze eerst heen gaan .. [naam 12] zegt [naam 9] , maar [verdachte] zegt eerst [slachtoffer 1] .. [slachtoffer 1] heeft Bad Standing [naam 12] : ja die moet 100 euro betalen. [verdachte] : 2 1/2 onvstb Wou wel dat hij nu betaalt want we moeten ook nog tanken en eten .. [naam 12] Ik denk dat je bij [slachtoffer 1] nu niks haalt hoor [verdachte] nee Minimaal 1 keer in de week, anders moet de treasure [naam 12] anders doe maar 3 tientjes in de week ofzo .. [verdachte] ja maar die jongen verkoopt weed en weet ik veel [naam 10] en [naam 12] zeggen dat die jongen helemaal niks verkoopt, dat is allemaal overgenomen ja. [verdachte] oh oke [naam 12] hij heeft helemaal niks meer denk ik. Maar we kunnen het altijd proberen. [verdachte] oke [naam 12] had ik het gisteren met de pres ook over [verdachte] ja maar die vent heeft ook al 10 kilo gehad .. onvstb [naam 10] je snapt wel die klappen hoeft ie niet meer te krijgen hoor .. [verdachte] nee die krijgt ie ook niet .... [naam 10] dat is met die [slachtoffer 1] ook snap je, ik heb tegen ... onvstb laatst gezegd, we moeten bij hem uit de buurt blijven, dat is het beste. [verdachte] niet te ver gaan, ja we gaan nu rustig met hem praten. [naam 10] anders gaat ie naar de politie. [medeverdachte 3] denk je? [naam 10] ik denk het wel. Ik zeg niet dat hij het doet. [medeverdachte 3] hij is een angsthaas he? [naam 10] maar mijn gevoel, weet je, als hij in het nauw gedreven wordt, hij het wel doet hoor. [verdachte] maar dat gaan we niet doen; ik ga even rustig met hem praten.
Tijd: 13:40 uur

Inhoud: auto rijdt; 4 man in auto. Praten door elkaar .. Op 0.50 gaat 2x portier open en dicht. [medeverdachte 3] zegt dat hij de auto even draait. [medeverdachte 3] hij heeft de kop aardig dik [naam 12] ja Portier gaat weer open. [naam 10] zegt dat hij een gevoelsmens is en dat dit echt kut voor hem is. Maar hij blijft wel lachen .. [medeverdachte 3] : heeft ook een beetje schaduwen op zijn oogjes. Maar hij, zo'n jongen is toch ook niet dom man, die weet toch wel hoe het in elkaar zit. [naam 12] blijkbaar niet Sommige jongens die zijn niet zo, maar die willen te graag weet je wel [naam 10] : heb je die man zijn kop gezien ... ohhh Onvstb [naam 10] dat is zeven jaar straf joh he, zo opgeblazen is ie. [verdachte] ook weer in de auto, vraagt over een vest. [naam 10] zegt dat ze die hebben. [verdachte] moet je kijken de hele familie staat binnen. Praten door elkaar [verdachte] deze man heeft al zo vaak klappen gehad is de derde keer dat hij in elkaar gestampt is.
Tijd: 14:00 uur

Inhoud: auto rijdt; 4 man in auto. Veel door elkaar gepraat. Op 1.30 stopt de auto; portier open en dicht. In de auto ( [naam 10] , [medeverdachte 3] en [verdachte] ) wordt gezegd dat ze in totaal de hes van [naam 4] , [naam 9] en Jeff moeten hebben en die van [slachtoffer 1] wordt nu naar Groningen gebracht. [verdachte] was dat gister ... (onvstb) vond het bijna zielig .. [medeverdachte 3] die [slachtoffer 1] [verdachte] ja ik hou er niet van [naam 10] ja ik vond het ook kloten.
Tijd: 15:02 uur

Inhoud: auto rijdt; 4 man in auto. [naam 10] vraagt of ze de colours van [slachtoffer 1] zelf mogen houden. [verdachte] zegt dat hij het vest wel mee neemt, (…).
Tijd: 15:51 uur

Inhoud: auto rijdt; 4 man in auto. [verdachte] [naam 10] zeg tegen die [naam 13] , als hij binnen 10 dagen tijd 1500 euro op hoest, [naam 10] [naam 13] ? [verdachte] oh nee [slachtoffer 1] . [naam 10] ja? [verdachte] dan is het klaar. [naam 12] binnen hoe lang? [verdachte] binnen 10 dagen tijd. [naam 12] dat gaat niet door. [verdachte] nou goed, dat kan je voorstellen, is een voorstel. [naam 10] is goed. [verdachte] ja dan zijn we van dat gezeik af.
U vraagt mij welke functie de heer [verdachte] bekleedde bij de MC No Surrender. Hij was nomad. U vraagt mij wie hesjes ophalen als iemand geen lid meer van de club is. De sergeant of de nomad. U vraagt of ik de heer ( [slachtoffer 1] ) [slachtoffer 1] ken. Ja. Hij was volgens mij prospect bij Groningen. Ik heb hem wel eens ontmoet bij het clubhuis in Emmen. Ik ben wel eens bij de woning van de heer [slachtoffer 1] geweest. U houdt mij voor pagina 2473 van het dossier, 6e alinea, als verklaring van [slachtoffer 1] :
[Op een gegeven moment verscheen [verdachte] , [medeverdachte 2] en iemand van de security uit Emmen bij mij aan de woning. Ik geloof dat de security [medeverdachte 3] heet. Hij is een grote blanke man. [verdachte] vroeg ik of al geld had. Ik zei dat ik maar € 250,00 had. Ik had niet meer. [verdachte] was alleen aan het woord. Kennelijk kreeg hij ook een aandeel van de boete die ik moest betalen. Ik was toen ook behoorlijk bang. Een nomad staat niet zomaar aan de deur. Een van mijn kinderen was ook thuis. Ik wilde geen problemen of wilde niet in elkaar getrapt worden in mijn eigen woning. Gelukkig werd met de € 250,- genoegen genomen op dat moment.]

Dit is gebeurd. Ik was daar ook bij die woning. Ik ben niet bij het gesprek zelf geweest. Ik zat in de auto. Volgens mij moesten wij bij [slachtoffer 1] een hesje ophalen.U vraagt mij met wie ik in de auto zat toen ik naar de woning van [slachtoffer 1] ging. Met [verdachte] , maar verder weet ik het niet meer. U vraagt mij van wie wij het hesje moesten gaan ophalen bij [slachtoffer 1] . Dat kwam vanuit het bestuur, het kader. U vraagt mij wie de beslissing dat we het hesje moesten gaan ophalen, meedeelde. Die beslissing hoorden wij via de nomad [verdachte] .
Voorzitter: Was u op 9 februari 2016 in Oldebroek aanwezig? [verdachte] : In die tijd was ik nomad. Hij (de rechtbank begrijpt: [slachtoffer 1] ) had een probleem. Ik riep hem naar buiten en sprak hem aan op zijn gedrag. Ik heb hem wel hard aangesproken: godverdomme eikel. Ik heb hem op zijn kloten gegeven. Dat klopt.Voorzitter: Wat bedoelt u daarmee? [verdachte] : Aangesproken van: hé eikel wat doe je nou man? Ben je gekke dingen aan het doen? Wat is er aan de hand? Voorzitter: Bent u op 20 mei 2016 bij [slachtoffer 1] aan de deur geweest? [verdachte] : Ik dacht dat ik achterstallig contributiegeld op moest halen. Het ging om € 250,-. Mij is aangegeven: er is problematiek en [slachtoffer 1] is bang. Ik ging erheen als nomad om te zorgen dat het niet zou escaleren. Ik had twee sergeants of arms bij mij. Ik heb [slachtoffer 1] gerustgesteld en ik ben daar met € 250,- weggegaan.
Bijzondere overwegingen omtrent het bewijs van het onder 1 ( [slachtoffer 1] ) ten laste gelegde

De rechtbank acht gelet op voornoemde bewijsmiddelen, in onderling verband en samenhang bezien, wettig en overtuigend bewezen dat verdachte [verdachte] het ten laste gelegde, de afpersing van [slachtoffer 1] , heeft gepleegd. De rechtbank gaat daarbij uit van de verklaring van [slachtoffer 1] dat hij op 9 februari 2016 (in Oldebroek) en op 20 mei 2016 (bij zijn woning in Groningen) door verdachte is bedreigd met geweld en dat hij onder druk van die bedreigingen en de intimiderende houding van verdachte geld (€ 250,--) aan verdachte heeft afgegeven. De verklaring van [slachtoffer 1] wordt ondersteund door het proces-verbaal van bevindingen Opname Vertrouwelijke Communicatie (OVC) met de opname van 20 mei 2016, waaruit blijkt dat verdachte samen met anderen (onder wie [medeverdachte 3] ) onderweg is om bij 4 (ex-)leden van No Surrender, onder wie [slachtoffer 1] , hesjes en/of geld op te halen, en de verklaring van [medeverdachte 3] dat hij met verdachte [verdachte] bij [slachtoffer 1] een hesje moest ophalen. Uit voornoemd OVC gesprek blijkt ook dat [slachtoffer 1] op dat moment al meermalen klappen had gehad. Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij in zijn functie van nomad samen met twee sergeants of arms op 20 mei 2016 bij [slachtoffer 1] aan de deur is geweest om achterstallige contributie te innen en dat hij met € 250,- is weggegaan.
Ten aanzien van het onder 2B ten laste gelegde:

Bij aanvang van het verhoor deelden wij aan de aangever het volgende mee: wij zijn hier in verband met een aangifte van diefstal mobiele telefoon die u hebt gedaan op 1 februari 2015. Wij hebben hier een aantal vragen over. We praten met u over uw aangifte omdat wij denken dat dit te maken heeft met de motorclub No Surrender. V: Wat kunt u nog meer vertellen over de diefstal van uw telefoon op 31 januari 2015? A: Ik had een conflict met iemand en ik kreeg de keuze of mijn telefoon inleveren of anders.. V: Wat bedoelt u met anders? A: Nee, dat ga ik verder niet vertellen. O: In uw aangifte gaf u aan dat de telefoon in een café was gestolen. V: Hoe zit dat nu precies? A: Het was ook een café, namelijk het clubhuis van de MC No Surrender. lk kwam daar vaak, gewoon gezellig. Ik was geen lid. [naam 14] was een van mijn beste vrienden. Met [naam 14] kreeg ik uiteindelijk een conflict, al weet ik nog steeds niet waarom ik niet meer welkom was. O: Wij hebben een langdurig onderzoek gedaan naar de motorclub No Surrender en daarbij zijn gesprekken opgenomen in het clubhuis. Ik wil je daar een aantal fragmenten uit voorlezen. V: [naam 14] vraagt aan [verdachte] of alles ingeleverd is. [verdachte] zegt dan dat er nog 4 in zaten en dat hij iets kleins voor zichzelf heeft gehouden en een telefoon. Wat bedoelde hij met die 4 en een klein dingetje? A: Over die 4 kan ik niets zeggen omdat ik mezelf dan in de problemen breng. Met dat kleine dingetje bedoelt hij een verlovingsring die hij van mij heeft afgepakt. Dat was een gouden ring met een diamantje. Het was een damesring, maat 14. V: Begrijpen we het goed dat [verdachte] jou de telefoon en de ring heeft afgepakt? A: Ja, met goedkeuring van [naam 14] en ik weet zeker dat [medeverdachte 1] daar de opdracht voor heeft gegeven. V: Heeft [verdachte] ook geweld tegen jou gebruikt? A: Nee, hij probeerde het wel, maar hij heeft mij alleen maar geschampt.
Op vragen van de officier van justitie (mr. Von Bartheld) antwoord ik als volgt.U vraagt mij te vertellen hoe het gegaan is vanaf het moment dat ik [verdachte] zag. Ik kwam aanrijden. [verdachte] begon tegen mij te praten. Ik heb alles ingeleverd. Toen wilde [verdachte] mij slaan. Dit mislukte. Hij schampte mij half half op mijn arm. Op vragen van de officier van justitie (mr. Homans) antwoord ik als volgt.U vraagt mij wat de reden was waarom ik naar het clubhuis ging. [verdachte] belde mij. Ik trof twee personen op straat, [verdachte] en iemand anders van de club. Hij droeg ook een hesje. Ik weet niet meer wat [verdachte] zei. Hij kwam met allerlei beschuldigingen. Ik moest mijn telefoon en ring inleveren.
[verdachte] ) zegt dat hij straks even met [slachtoffer 2] wat uit moet praten. [slachtoffer 2] zegt: met mij? [verdachte] zegt dat [slachtoffer 2] aan [naam 14] gevraagd had om die hero (fon),weet hij veel, [naam 14] heeft mij net iets uitgelegd en dat moet ik even met je bespreken. Heb je straks tijd? [slachtoffer 2] ja [verdachte] uurtje of acht? [slachtoffer 2] waar dan? [verdachte] ja kom maar gewoon even bij de club, voor of achter kom ik wel even met je praten ja? [slachtoffer 2] ja is goed [verdachte] neem een beetje handel mee ja [slachtoffer 2] jooh
In de verwerkte gesprekken wordt met [naam 14] en met [verdachte] bedoeld.
Tijd: 22:13:12 uur

[naam 14] ingeleverd? [verdachte] Wat? [naam 14] Ingeleverd? [verdachte] Ja er zaten er vier in, eentje die heb ik aan Hans gegeven, die moest ie (of ik) nog betalen, dus er zitten er nog drie in. [naam 14] Ja. [verdachte] En een klein dingetje die hou ik voor mijzelf. [naam 14] En de telefoon? [verdachte] Ja die heb ik ook bij me. [naam 14] Die gooien we in de dinges.NN2: …(ntv) niks waard in de kachel. [naam 14] (met stemverheffing) in de kachel, die is besmet. [verdachte] Oke cap.
O: [slachtoffer 2] heeft tegenover ons verklaard dat zijn telefoon en zijn verlovingsring van hem afgepakt zouden zijn in het (voormalige) clubgebouw van No Surrender Emmen en dat hij er met een Bad Standing uitgegaan is. Dit zou gebeurd zijn in januari 2015.V: Wat wil jij ons daar over vertellen? [verdachte] De dag voordat het gebeurde heb ik contact gehad met [slachtoffer 2] . Ik heb hem gevraagd om langs te komen op de club en of hij handel mee wilde nemen. Vervolgens hoorde ik dat [slachtoffer 2] niet meer welkom was op de club. Dit was omdat hij dealde aan minderjarigen. Ik heb met hem afgesproken bij de poort. Hij had 4 pakketjes bij zich en een temazepam pilletje. Ik vertelde hem dat hij niet meer welkom was.
Bijzondere overwegingen omtrent het bewijs van het onder 2B ( [slachtoffer 2] ) ten laste gelegde

De rechtbank acht gelet op voornoemde bewijsmiddelen, in onderling verband en samenhang bezien, wettig en overtuigend bewezen dat verdachte [verdachte] het ten laste gelegde, de afpersing van [slachtoffer 2] , heeft gepleegd. De rechtbank gaat daarbij uit van de verklaring van [slachtoffer 2] dat hij op 29 januari 2015 voor het clubhuis van No Surrender te Emmen door verdachte is bedreigd met geweld en dat hij onder druk van die bedreiging en door de intimiderende houding van verdachte en het andere lid van de motorclub een telefoon en een ring aan verdachte heeft afgegeven. De verklaring van [slachtoffer 2] wordt ondersteund door het tapgesprek en de sms-berichten tussen verdachte en [slachtoffer 2] , waaruit blijkt dat [slachtoffer 2] op 29 januari 2015 op verzoek van verdachte naar het clubhuis kwam, door de Opname Vertrouwelijke Communicatie (OVC) van 29 januari 2015 inhoudende een gesprek tussen [naam 14] en verdachte over een dingetje en een telefoon die besmet is, en door de verklaring van verdachte dat hij die dag een afspraak had met [slachtoffer 2] en dat hij hem verteld heeft dat hij niet meer welkom was op de club. De verklaringen van verdachte, tegenover de verbalisanten dat [slachtoffer 2] zijn telefoon boos op de grond heeft gegooid en ter terechtzitting dat [slachtoffer 2] zijn telefoon vrijwillig heeft afgegeven en dat geen sprake was van een ring(etje) maar van een dingetje en dat dit dingetje een pilletje (temazepam) betrof, acht de rechtbank gelet op al het voorgaande niet geloofwaardig.
Ten aanzien van het onder 3B ten laste gelegde:

Ik ben hier aan het politiebureau te Winschoten verschenen omdat ik donderdag 8 mei 2014 ben bedreigd en afgeperst. V: Wanneer kwam je bij de club? A: Begin dit jaar. Ik heb maar 2 maanden contributie betaald. Normaal is de contributie 150 euro per maand. Ik heb maar 2 tientjes betaald. V: Wanneer kreeg je een bad standing? A: Dat zijn ongeschreven regels. Ik heb hem officieel donderdag gekregen. Ik zou eerst een "good standing" krijgen. De pres bepaalt dat. Daar heeft niemand iets over te zeggen. De "serg" voert dit uit. Ik ging hier tegenin. Ik kan niet iets doen waar ik niet achter sta. V: Hoe is het gegaan toen je eruit stapte? A: Ik heb telefonisch tegen [getuige 1] gezegd dat ik er doorheen zat. [getuige 1] heeft telefonisch contact gehad met [naam 15] . Elke keer als ik mijn vestje in wilde leveren werd het anders. Ik moest het eerst aan de nomad geven. Die valt direct onder de captain. Je spreekt ze niet met de naam aan. Je spreekt ze met nomad aan. Toen moest ik maar naar Emmen komen. Donderdag 8 mei 2014 moest ik in Emmen zijn. Een vriend van mij is meegereden. Van hem wil ik de naam niet noemen, want hij heeft niks met het motorwereldje te maken. Hij had de auto op de hoek neergezet. Ik heb gezegd dat als ik om 21:00 uur niet terug was er iets niet in de haak was. Ik had bewust mijn telefoon niet meegenomen. Die moet je van tevoren ook ergens neerleggen. Ik kwam aan om 20:00 uur. Ik werd bij de poort opgewacht. Ik werd door de pres [getuige 1] opgewacht bij de poort in Emmen. Ik moest meelopen naar de memberroom. Er was die avond een clubavond. Er waren 20 of 30 leden. Ik kwam de memberroom binnen. Ik werd door 2 gasten geschopt en geslagen. Van hen ken ik de namen niet. Niet in het gezicht, maar op mijn lijf. Het doet alleen zeer. Je ziet er niks van. Ik kende die 2 gasten wel van gezicht. Het gaat om 2 donkere jongens, volgens mij van chapter Zwolle. De ene leek een Molukker. De ander Turks of Marokkaans. Ik moest aan een tafel zitten. [getuige 1] zat tegenover mij en [medeverdachte 1] naast mij. Ik kreeg een paar stompen van [medeverdachte 1] op de linker kant van mijn gezicht en mijn linker zij en borst. Ik kreeg iets op mijn achterhoofd gedrukt van 1 van die donkere jongens die ik niet ken. Ik vermoed dat dit een wapen was. Zo voelde het aan. Ik heb het dit niet gezien. Ik kreeg een bad standing van [medeverdachte 1] en moest direct 5000 euro betalen. Ik zei dat ik dat niet had. Ze hebben mijn horloge afgepakt. Eén van die 2 gasten die ik niet ken deed dit. Ze hebben hem eraf getrokken. [medeverdachte 1] zei dat ik woensdag 14 mei 2014 om 19:00 uur bij de Mc Donalds 5000,- euro moest betalen. [medeverdachte 1] zei dat iedereen van mij af moest blijven en ze moesten me van het terrein af begeleiden. Ik was heel blij dat ik van het terrein af mocht. Die 2 gasten die ik niet ken hebben me begeleid. De Molukker die ik niet ken heeft ook nog gezegd dat dit mijn ergste nachtmerrie werd als ik niet betaalde. Hij zei iets in de trant van dat ik eraan ging als ik woensdag niet betaal.V: Wat denk je dat er gaat gebeuren als je niet betaalt? A: Ik weet wel zeker dat dit niet met een paar klappen goed komt. Ik vrees nu voor mijn leven en dat van mijn gezin. Anders zou ik hier nu niet zitten. Ik denk wel dat er wapens aanwezig zijn in de club. Ik zie heel erg tegen woensdag aan. Wat gaat er komen.V: Waarom doe je geen aangifte? A: Omdat ze duidelijk hebben gezegd dat ik geen aangifte mocht doen. Dat is me heel duidelijk opgedragen. Ik doe geen aangifte omdat ik bang ben voor de gevolgen. Als ik in mijn eentje was geweest was het anders geweest. Ik heb een gezin. V: Zijn er wel mensen bij jou thuis geweest? A: ja "Blauwe [naam 16] '' en de road captain [naam 17] . V: [naam 15] zei dat je je telefoon had weggegooid. A: Ja, dat klopt. Ze hebben toen [naam 15] gebeld. [getuige 1] heeft het nummer van [naam 16] gekregen. A: Ik heb met niemand meer contact gehad. Als je een bad standing hebt gehad mag je met niemand meer contact hebben. Zij ook niet met mij. Degenen die contact met mij zoeken voor de poen mag natuurlijk wel. Ik leg nu een verklaring af omdat ik niet anders kan. Er gaan ongelukken gebeuren als ik niks doe.
Op maandag, 12 mei 2014, omstreeks 17.45 uur, bevond ik mij aan de [straatnaam] te Glimmen. Aldaar is woonachtig [slachtoffer 3] . Verbalisant was op maandag 12 mei 2014 aanwezig om met [slachtoffer 3] te spreken of een aangifte in de rede lag. [slachtoffer 3] wilde om vele redenen geen aangifte doen en was van plan om samen met zijn partner 's avonds geld bijeen te sprokkelen om te proberen de boete van€ 5000,- te kunnen voldoen. Op dinsdag 13 mei 2014 omstreeks 09.35 uur belde verbalisant met getuige [slachtoffer 3] voornoemd. Hij deelde mij toen mede dat hij geen geld had gevonden en niet van plan was om te gaan betalen en maar af zou wachten wat er zou gaan gebeuren. Op dinsdag 13