Uitspraak ECLI:NL:RBNNE:2019:3488

Deze uitspraak heeft betrekking op het rechtsgebied Civiel recht en is gepubliceerd door de Raad voor de Rechtspraak op 12-08-2019. De uitspraak is gedaan door Rechtbank Noord-Nederland op 13-08-2019, deze uitspraak is bekend onder de European Case Law Identifier (ECLI) ECLI:NL:RBNNE:2019:3488, het zaaknummer waarop deze uitspraak betrekking heeft is 5863321 CV EXPL 17-2656


Bron: Rechtspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLANDVonnis van de kantonrechter van 13 augustus 2019 [eiseres] , [gedaagde] , h.o.d.n. Garage [naam] ,
Afdeling privaatrecht

Locatie Assen

Zaak/rolnummer: 5863321 CV EXPL 17-2656

inzake

wonende te [plaats] ,eiseres, hierna [eiseres] te noemen,gemachtigde: mr. E. Fransen, advocaat te Den Haag (Postbus 93086, 2509AB),
tegen

wonende te [postcode] [plaats] , [adres] ,gedaagde, hierna [gedaagde] te noemen,gemachtigde: mr. T. IJssenbrandt, advocaat te Nijmegen (Postbus 31006, 6503CA).

ECLI:NL:RBNNE:2019:3488:DOC
nl

RECHTBANK NOORD-NEDERLANDVonnis van de kantonrechter van 13 augustus 2019 [eiseres] , [gedaagde] , h.o.d.n. Garage [naam] ,
Afdeling privaatrecht
Locatie Assen

Zaak/rolnummer: 5863321 CV EXPL 17-2656

inzake

wonende te [plaats] ,eiseres, hierna [eiseres] te noemen,gemachtigde: mr. E. Fransen, advocaat te Den Haag (Postbus 93086, 2509AB),
tegen

wonende te [postcode] [plaats] , [adres] ,gedaagde, hierna [gedaagde] te noemen,gemachtigde: mr. T. IJssenbrandt, advocaat te Nijmegen (Postbus 31006, 6503CA).
procesverloop

PROCESGANG

1.1
De procesgang blijkt uit het tussenvonnis van 9 oktober 2018, waarvan de inhoud als hier ingelast geldt. In dit tussenvonnis is een deskundige benoemd voor de waardebepaling van de twee in dit geding aan de orde zijnde auto's. Bij nadien binnengekomen brieven van de gemachtigden van beide partijen is bezwaar gemaakt tegen de aanvullende begrote kosten van de deskundige, enerzijds vanwege beperkte draagkracht en anderzijds omdat de kosten niet opwegen tegen het belang van de zaak.
1.2
Bij brief van 20 maart 2019 is aan partijen meegedeeld dat de behandeling en beslissing in deze zaak zal worden overgenomen door de ondergetekende kantonrechter wegens uitval van de vorige kantonrechter.
1.3
Desgevraagd hebben beide partijen bij brieven van 20 mei 2019 hun standpunten ten aanzien van de begrote kosten van het deskundigenbericht gehandhaafd.
1.4
Gelet op de geuite bezwaren heeft de kantonrechter bij brief van 2 juli 2019 aan partijen bericht dat hij voornemens is geen deskundigenbericht te vragen, de benoemde deskundige te ontslaan en (eind-)vonnis te wijzen. Tevens zijn partijen in de gelegenheid gesteld desgewenst nog een processtuk in te dienen. [gedaagde] heeft zich akkoord verklaard bij brief van 4 juli 2019 en geen processtuk meer ingediend. Van [eiseres] is geen reactie gekregen.
1.5
Tot slot heeft de kantonrechter bepaald dat hij vonnis zal wijzen.
overwegingen

OVERWEGINGEN

2. De kantonrechter handhaaft wat is overwogen en beslist in de tussenvonnissen.
3. De kantonrechter acht zich vrij de vermeerdering van eis bij akte van 11 oktober 2017 bij zijn beoordeling te betrekken. [gedaagde] is na de comparitie na antwoord voldoende in de gelegenheid geweest daarop te reageren en heeft ook naar aanleiding van voornoemde brief van de kantonrechter van 2 juli 2019 geen aanleiding gezien apart op de vermeerdering van eis te reageren.
4. Aan [gedaagde] heeft de kantonrechter voorgehouden dat wanneer deze niet of beperkt meewerkt aan een deskundigenbericht deze daarvan in beginsel de negatieve gevolgen heeft te dragen. [gedaagde] heeft zijn standpunt gehandhaafd en de "redelijke" consequenties daarvan aanvaard. [eiseres] heeft aan de kantonrechter (nogmaals) gevraagd ter beperking van de kosten een eenvoudige wijze van schadebepaling toe te passen door vergelijking van de dagwaardes van de auto's. Gelet hierop zal de kantonrechter afzien van een deskundigen-onderzoek en de benoemde deskundige ontslaan.
5. De kantonrechter overweegt verder het volgende. Gelet op de overwegingen 5 en 6 van het tussenvonnis van 27 februari 2018 zijn door de ontbinding van de koopovereenkomst ongedaanmakingsverbintenissen ontstaan. Nadat op 23 februari 2016 de koop buitengerechtelijk was ontbonden, zijn de auto's pas op 19 mei 2017 terug geleverd. Aan [eiseres] is bij brief van SRM van 21 juli 2016 te kennen gegeven dat [gedaagde] de Peugeot nog steeds onder zich had (en dus niet had doorverkocht). In ieder geval vanaf dat moment had over en weer teruglevering van de auto's kunnen plaatsvinden. Beide partijen hadden de verlichting tot teruglevering en een zorgplicht voor de auto zolang dat niet was gebeurd. Over en weer ontbreken ingebrekestellingen op dit punt. Dat zij beiden tot 19 mei 2017 zijn blijven doorrijden in de terug te leveren auto, komt voor ieders eigen risico.
6. [eiseres] heeft bij brief van 23 februari 2016 de koop buitengerechtelijk ontbonden. Blijkens de factuur van 2 maart 2016 (productie 3 conclusie van antwoord) heeft [gedaagde] onderhoud en reparaties aan de Peugeot verricht terwijl hij wist of behoorde te weten, althans er rekening mee diende te houden dat hij deze moest terug leveren in dezelfde staat als waarin hij deze had ontvangen. Dat hij deze reparaties al vóór de ontbinding heeft uitgevoerd, blijkt niet; de factuur vermeldt 2 maart 2016 als "datum gereed". Daarbij komt dat (de echtgenote van) [gedaagde] nadien nog langer dan een jaar heeft doorgereden met de Peugeot en voorts dat deze kort na teruglevering 'het loodje heeft gelegd'. Deze kosten komen dan ook voor zijn eigen rekening en de door [gedaagde] gestelde waardevermeerdering van de Peugeot wijst de kantonrechter van de hand. Daartegenover staat dat de kantonrechter geen vergoeding voor de in die periode met de Peugeot gereden kilometers zal toekennen aan [eiseres] . Tussen partijen is de waarde van de Peugeot vastgesteld op € 600,00. Bij de inruil in het kader van de koop had de Peugeot 211.308 km. gereden. De 18.000 gereden km. nadien doen aan de reeds zeer geringe waarde niets meer af.
7. Met betrekking tot de Volkswagen overweegt de kantonrechter het volgende. [eiseres] heeft voor de Volkswagen € 5.750,00 betaald, inclusief de inruilwaarde van
8. Daarnaast vordert [eiseres] vergoeding van door haar gemaakte kosten en schaden. [eiseres] heeft kosten gemaakt om de Volkswagen uit Duitsland terug te brengen naar Nederland. Verder heeft zij onder protest sleepkosten aan [gedaagde] betaald. Deze kosten - samen € 400,00 - komen voor rekening van [gedaagde] , nu deze het gevolg waren van gebreken die voor zijn risico als verkoper komen. Deze kosten worden door het herstel van de Volkswagen immers niet meer weggenomen. Ook de vordering tot vergoeding van kosten voor de keuring door de ANWB van € 215,57 zal de kantonrechter toewijzen. Deze kosten zijn als redelijke kosten te beschouwen ter vaststelling van de aansprakelijkheid en de schade als bedoeld in art. 6:96 lid 2 BW. De vordering ter zake van de technische keuring door Diamond Cars wijst de kantonrechter af, nu de noodzaak daartoe niet voldoende is gebleken. De vordering ter zake van de wegenbelasting wijst de kantonrechter ook af. Beide partijen hadden over en weer de plicht tot teruglevering en partijen hebben nog ruim een jaar doorgereden in de terug te leveren auto. Van een ingebrekestelling op dit punt aan [gedaagde] ná 21 juli 2016, de datum waarop [eiseres] bekend werd dat [gedaagde] de Peugeot nog onder zich had, is de kantonrechter niet gebleken zodat van verzuim geen sprake was. Hetzelfde geldt voor haar vordering betreffende de autoverzekering. De vordering ter zake van vergoeding van schade aan de Peugeot wijst de kantonrechter af als onvoldoende aannemelijk gemaakt. Daarbij komt, dat begrote kosten van herstel van € 2.000,00 voor een Peugeot waarvan partijen de waarde op € 600,00 stellen, tot een technisch total loss moeten leiden. De schade kan dan nooit meer dan € 600,00 bedragen, maar deze schade heeft [eiseres] niet gevorderd. Ook de kosten voor de huurauto wijst de kantonrechter af nu de noodzaak daartoe niet aannemelijk is gemaakt. Tot slot wijst de kantonrechter af de gestelde kosten in verband met de schoonmaak van de Volkswagen. [eiseres] diende de Volkswagen zoveel mogelijk in dezelfde staat af te leveren als waarin zij deze gekregen had. Dat zij besluit daarvoor kosten te maken, komt voor haar eigen rekening.
9. Gelet op al het voorgaande dient [gedaagde] € 3.665,57 aan [eiseres] te betalen.
10. [eiseres] heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat buitengerechtelijke incasso-werkzaamheden zijn verricht van een dusdanige omvang dat deze vergoeding daarvan kunnen rechtvaardigen. De kantonrechter zal de hoogte, gelet op het Rapport BGK Integraal 2013 op dit onderdeel, als verzocht vaststellen op de eigen bijdrage van € 143,00 van [eiseres] . Ook de gevorderde wettelijke rente zal de kantonrechter toewijzen, zijnde op de wet gegrond. Als rentedatum hanteert de kantonrechter de dag van de buitengerechtelijke ontbinding.
11. [gedaagde] zal als de overwegend in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van deze procedure, zoals hierna bij de beslissing zal zijn vermeld. De kantonrechter rekent 2½ punt à € 300,00 (het tarief per 1 januari 2019) conform het liquidatietarief kanton.
De (verdere) beoordeling van het geschil

€ 600,00 voor de Peugeot. De Peugeot is inmiddels - net als de Volkswagen - terug geleverd, zodat [eiseres] in beginsel recht heeft op terugbetaling van € 5.150,00. In het kader van de teruglevering heeft [gedaagde] € 1.500,00 aan [eiseres] betaald, zodat dit bedrag in mindering op de vordering strekt. De kosten voor de vervanging van de motor komen voor rekening van [gedaagde] , nu deze het gevolg zijn van gebreken die voor zijn risico als verkoper komen. [eiseres] heeft ter comparitie erkend dat zij schade aan de bumper van de Volkswagen heeft veroorzaakt voor een bedrag van € 726,00 inclusief btw. Aangezien btw geen schade oplevert voor [gedaagde] , wordt de schade gesteld op € 600,00. Dit bedrag strekt in mindering op de vordering. Dat [eiseres] schade aan het motorblok en de onderplaat heeft veroorzaakt, is niet komen vast te staan. Ter comparitie is dit door [eiseres] betwist, stellende dat tijdens het rijden een motorsteun is afgebroken waardoor de motor is gevallen. Dat [eiseres] volgens [gedaagde] een vluchtheuvel zou hebben geraakt, is bij een blote stelling gebleven en er is geen afdoende bewijs aangeboden. De door [gedaagde] waargenomen schade kan ook door het vallen van de motor zijn gekomen. De kantonrechter passeert dus dit verweer van [gedaagde] . Als productie 5 heeft [gedaagde] foto's overgelegd van schades aan de Volkswagen. [eiseres] heeft ter comparitie van antwoord betwist dat zij deze schades heeft veroorzaakt; zij stelt dat deze schades al aanwezig waren ten tijde van de koop. De kantonrechter overweegt dat de bewijslast in deze rust op [gedaagde] nu hij een beroep doet op rechtsgevolgen van door hem gestelde feiten. De kantonrechter overweegt verder dat het niet aannemelijk is dat een Volkswagen van het bouwjaar 2008 en een kilometerstand van ruim boven de 200.000 in 2016 geen (lichte) schades heeft. Van de staat van de Volkswagen ten tijde van de koop is geen rapport tussen partijen opgemaakt. Blijkens het ANWB-keuringsrapport van 23 februari 2016, dus kort na de koop, blijkt dat de Volkswagen al diverse schades had aan onder meer de reflector, plaatschade en schade aan de carrosserie. Verder heeft [gedaagde] bij het terugnemen van de Volkswagen geen aanmerkingen gemaakt op de staat van de auto en de gestelde schades, zo heeft [eiseres] onweersproken gesteld. Al met al acht de kantonrechter niet aangetoond dat [eiseres] die schades heeft veroorzaakt. [gedaagde] claimt verder een gebruiksvergoeding voor het gebruik van de Volkswagen door [eiseres] en voert als verweer dat deze vergoeding in mindering strekt op de vordering van [eiseres] . De kantonrechter overweegt dat in dit geval sprake is van een consumentenkoop. [gedaagde] is immers een bedrijfsmatige verkoper en [eiseres] is een particuliere koper. Vast staat dat een non-conforme Volkswagen is geleverd nu sprake was van een onlogische kilometerstand. De Richtlijn 1999/44/EG, die de kantonrechter ambtshalve moet toepassen, verzet zich ertegen dat de verkoper van een non-conforme zaak van de consument een vergoeding vraagt voor het gebruik ervan tot aan de vervanging van de zaak. De kantonrechter verwijst voor zoveel nodig naar art. 7:21 lid 2 BW. Gelet op de strekking van deze bepaling past de kantonrechter deze toe op het onderhavige geval. Slechts in uitzonderinggevallen kan de consumentkoper verplicht wordende kosten te vergoeden op grond van redelijkheid en billijkheid of op grond van ongerechtvaardigde verrijking (art. 6:212 BW), maar waar [gedaagde] zelf geen haast heeft gemaakt met teruglevering van de auto's ziet de kantonrechter hiertoe geen aanleiding. Een ingebrekestelling ter zake ontbreekt bovendien. De kantonrechter verwerpt aldus dit verweer van [gedaagde] .
Per saldo heeft [eiseres] dan van [gedaagde] te vorderen € 5.150,00 - € 600,00 - € 1.500,00 = € 3.050,00.
B E S L I S S I N G

De kantonrechter:

ontslaat DEKRA Automotive aan de Wognumsebuurt 1 te Alkmaar als deskundige;

verklaart voor recht dat de tussen [eiseres] en [gedaagde] gesloten koopovereenkomst met betrekking tot de auto merk Volkswagen type Touran met kenteken [nummer] op 23 februari 2016 is ontbonden;

veroordeelt [gedaagde] om aan [eiseres] te betalen € 3.665,57, te vermeerderen met € 143,00 aan buitengerechtelijk incassokosten en de wettelijke rente over de hoofdsom vanaf 23 februari 2016 tot aan de dag van de volledige betaling;

veroordeelt [gedaagde] in de kosten van deze procedure tot op heden aan de zijde van [eiseres] gevallen, welke kosten worden begroot op € 103,10 voor de dagvaarding, € 78,00 voor het griffierecht en € 750,00 voor het salaris van de gemachtigde van [eiseres] ;

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

wijst af, voor zoveel nodig, het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. G.J.J. Smits, kantonrechter, en op 13 augustus 2019 in het openbaar uitgesproken.552 / GJJS