Uitspraak ECLI:NL:RBNNE:2019:3486

Deze uitspraak heeft betrekking op het rechtsgebied Bestuursrecht en is gepubliceerd door de Raad voor de Rechtspraak op 12-08-2019. De uitspraak is gedaan door Rechtbank Noord-Nederland op 12-08-2019, deze uitspraak is bekend onder de European Case Law Identifier (ECLI) ECLI:NL:RBNNE:2019:3486, het zaaknummer waarop deze uitspraak betrekking heeft is LEE 19/2711 en LEE 19/2825


Bron: Rechtspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Zittingsplaats Groningen

Bestuursrecht

zaaknummer: LEE 19/2711 en LEE 19/2825

uitspraak van de voorzieningenrechter van 12 augustus 2019 op de verzoeken om een voorlopige voorziening in de zaken tussen

I. [verzoekster], te [plaats], verzoekster,
II. [verzoeker]

verzoekers,
en

het college van burgemeester en wethouders van Schiermonnikoog, verweerder(gemachtigde: L. Bos).
Als derde-partij heeft aan het geding deelgenomen: , te Schiermonnikoog.

ECLI:NL:RBNNE:2019:3486:DOC
nl

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Zittingsplaats Groningen

Bestuursrecht

zaaknummer: LEE 19/2711 en LEE 19/2825

uitspraak van de voorzieningenrechter van 12 augustus 2019 op de verzoeken om een voorlopige voorziening in de zaken tussen

I. [verzoekster], te [plaats], verzoekster,
II. [verzoeker]

verzoekers,
en

het college van burgemeester en wethouders van Schiermonnikoog, verweerder(gemachtigde: L. Bos).
Als derde-partij heeft aan het geding deelgenomen: , te Schiermonnikoog.

procesverloop

Procesverloop

Bij besluit van 25 juli 2019 (het primaire besluit) heeft verweerder VOF Mulder Wiersema h.o.d.n. Tox Bar (derde-partij) ontheffing van de geluidnormen verleend voor het ten gehore brengen van live muziek door The Rolling Beat Machine op 15 en 16 augustus 2019 tussen 20.00 uur en 24.00 uur.

Verzoekers hebben tegen het primaire besluit bezwaar gemaakt. Zij hebben de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 7 augustus 2019. Verzoekster is, met kennisgeving vooraf, niet verschenen. Verzoeker is verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Namens derde-partij zijn R.A.C. Mulder en H.C. Wiersema verschenen.
Overwegingen

1. Ingevolge artikel 8:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), kan, indien tegen een besluit bij de bestuursrechter voorafgaand aan een mogelijk beroep bij de bestuursrechter, bezwaar is gemaakt, de voorzieningenrechter van de bestuursrechter die bevoegd kan worden in de hoofdzaak op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.
2. Niet in geschil is dat de verzoeken van verzoekers voldoende spoedeisend zijn, omdat de optredens van The Rolling Beat Machine bij derde-partij gepland staan op 15 en 16 augustus 2019.3. Op grond van artikel 1:8, eerste lid, van de Algemene Plaatselijke Verordening Schiermonnikoog 2009 (APV) kan een vergunning of ontheffing in ieder geval worden geweigerd in het belang van: a. de openbare orde; b. de openbare veiligheid; c. de volksgezondheid; d. de bescherming van het milieu; e. het karakter van het dorp en het eiland.
4. De voorzieningenrechter stelt voorop dat verweerder, gelet op artikel 4:5 van de APV, in beginsel bevoegd is van het in dat artikel neergelegde verbod ontheffing te verlenen. Deze bevoegdheid kent een ruime beoordelingsmarge, waarbinnen verweerder de belangen die bij het verlenen van een ontheffing zijn betrokken tegen elkaar afweegt. Deze vrijheid om, binnen de grenzen van de wettelijke bepaling, uitvoering te geven aan die bevoegdheid is echter niet onbeperkt, maar vindt zijn grens in een voor omwonenden qua geluid te bieden beschermingsniveau dat valt te kwalificeren als niet kennelijk onredelijk.
5. De voorzieningenrechter overweegt dat een optreden van The Rolling Beat Machine - of een andere muziekformatie - op het terras van derde-partij altijd enige overlast geeft voor de direct omwonenden. Daar dienen de omwonenden, waaronder verzoekers, ook rekening mee te houden. Dergelijke overlast zal, mits goed gereguleerd, in beginsel geen grond vormen voor weigering van een ontheffing.
Op grond van artikel 4:5, eerste lid, van de APV is het verboden buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer of het Besluit toestellen of geluidsapparaten in werking te hebben of handelingen te verrichten op een zodanige wijze dat voor een omwonende of voor de omgeving geluidhinder wordt veroorzaakt.Op grond van het tweede lid van artikel 4:5 van de APV kan het college van het verbod ontheffing verlenen.
5.1.
In het primaire besluit heeft verweerder, gesteld ter bescherming van omwonenden, derde-partij verzocht het volume van de muziekvoorstellingen zo laag als mogelijk, en de overlast voor omwonenden zoveel als mogelijk beperkt te houden. De voorzieningenrechter overweegt dat verweerder daarmee aan de verleende ontheffing geen objectieve en handhaafbare geluidgrenswaarden heeft verbonden. Dat heeft verweerder ter zitting ook erkend. In dit verband heeft verweerder te kennen gegeven dat geen akoestisch onderzoek is verricht om het voor omwonenden qua geluid te bieden beschermingsniveau te bepalen. Verweerder heeft hierbij aangegeven dat binnen de gemeente geen expertise op het terrein van geluid aanwezig is. Verweerder heeft evenmin een onafhankelijke deskundige ingeschakeld. Ook de derde-partij heeft geen akoestisch onderzoek overgelegd. Verweerder heeft naar het oordeel van de voorzieningenrechter aldus in het kader van de door hem te verrichten beoordeling niet de bij de verlening van een ontheffing in ogenschouw te nemen relevante factoren als de aard en het geluidsspectrum van de muziek, het maximale bronvermogen van de te gebruiken geluidsinstallatie en de afstand tot de dichtstbijzijnde geluidgevoelige woning inzichtelijk gemaakt. Daarmee heeft verweerder evenmin de belangen van de omwonenden op deugdelijke wijze kunnen wegen. In dit verband acht de voorzieningenrechter van belang dat omwonenden voorafgaand aan de verleende ontheffing herhaaldelijk, onder meer door het indienen van klachten over de geluidsoverlast, hebben gevraagd om aandacht te schenken aan hun belangen. Naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter heeft verweerder de belangen van de omwonenden, in strijd met het bepaalde in artikel 3:4 van de Awb, niet op zorgvuldige wijze betrokken bij zijn beoordeling. Het primaire besluit is naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter onzorgvuldig voorbereid en aldus in strijd met artikel 3:2 van de Awb genomen. Het primaire besluit is voorts gebaseerd op een ondeugdelijke motivering, als bedoeld in artikel 3:46 van de Awb.
6. Naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter kan het primaire besluit, voor zover hierbij aan derde-partij ontheffing van de geluidnormen is verleend voor het ten gehore brengen van live muziek door The Rolling Beat Machine op 15 en 16 augustus 2019 tussen 20.00 uur en 24.00 uur, niet in stand blijven. Hoewel niet uit te sluiten valt dat verweerder één en ander kan herstellen in bezwaar, ziet de voorzieningenrechter in het belang van de omwonenden, in combinatie met het feit dat het optreden van The Roller Beat Machine al op zeer korte termijn zal plaatsvinden, aanleiding om de verzoeken tot het treffen van een voorlopige voorziening toe te wijzen. De voorzieningenrechter zal het primaire besluit, voor zover hierbij aan derde-partij ontheffing van de geluidnormen is verleend voor het ten gehore brengen van live muziek door The Rolling Beat Machine op 15 en 16 augustus 2019 tussen 20.00 uur en 24.00 uur, schorsen tot zes weken na bekendmaking van de beslissing op bezwaar. Verweerder heeft ter zitting nog voorgesteld om de geluidgrenswaarden, zoals deze waren verbonden aan de op 18 december 2018 aan derde-partij verleende ontheffing, aan onderhavige ontheffing te verbinden. De voorzieningenrechter ziet hiertoe evenwel geen aanleiding, omdat deze geluidgrenswaarden niet zijn onderbouwd met een akoestisch onderzoek, terwijl verweerder bovendien ter zitting te kennen heeft gegeven dat eventueel opgelegde normen niet kunnen worden gehandhaafd bij gebrek aan ter zake kundige handhavers.
7. Omdat de voorzieningenrechter het verzoek toewijst, bepaalt de voorzieningenrechter dat verweerder aan verzoekers het door hen betaalde griffierecht vergoedt.
8. De voorzieningenrechter veroordeelt verweerder in de door verzoeker gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de voorzieningenrechter op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door verzoeker gemaakte reiskosten ten einde de zitting bij te wonen vast op € 32,45.

beslissing

Beslissing

- wijst de verzoeken tot het treffen van een voorlopige voorziening toe;
- schorst het primaire besluit voor zover hierbij aan derde-partij ontheffing van de geluidnormen is verleend voor het ten gehore brengen van live muziek door The Rolling Beat Machine op 15 en 16 augustus 2019 tussen 20.00 uur en 24.00 uur tot zes weken na bekendmaking van de door verweerder te nemen beslissing op bezwaar;
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 174,- aan verzoekers te vergoeden;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van € 32,45.
De voorzieningenrechter:

Deze uitspraak is gedaan door mr. M.S. van den Berg, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. C.T. Hofman, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 12 augustus 2019.
griffier voorzieningenrechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.