Uitspraak ECLI:NL:RBNNE:2019:2984

Deze uitspraak heeft betrekking op het rechtsgebied Strafrecht en is gepubliceerd door de Raad voor de Rechtspraak op 11-07-2019. De uitspraak is gedaan door Rechtbank Noord-Nederland op 11-07-2019, deze uitspraak is bekend onder de European Case Law Identifier (ECLI) ECLI:NL:RBNNE:2019:2984, het zaaknummer waarop deze uitspraak betrekking heeft is 18/730029-19


Bron: Rechtspraak

ECLI:NL:RBNNE:2019:2984:DOC
nl

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Afdeling strafrecht
Locatie Leeuwarden

parketnummer 18/730029-19ter berechting gevoegd parketnummer 18/062371-18 en 18/228383-18ter terechtzitting gevoegd parketnummer 18/720154-18 en 18/720047-19
Vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 11 juli 2019 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte

[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum] 1984 te [geboorteplaats] ,wonende te [woonplaats] , [straatnaam] .
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 27 juni 2019.Verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. A. Szirmai, advocaat te Heerenveen. Het openbaar ministerie is ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. A.J. Kemkers.
Tenlastelegging
Aan verdachte is ten laste gelegd dat:(18/730029-19)
1.hij op of omstreeks het tijdvak gevormd door 25 en 26 januari 2019 te Joure, (althans) in de gemeente De Fryske Marren, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, in een woning gelegen aan [straatnaam], aldaar, alwaar verdachte zich buiten weten of tegen de wil van derechthebbende bevond, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een portemonnee (inhoudende ondermeer een bankpasje en/of geld,ongeveer 30 euro) en/of een stofzuigerborstel, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] en/of zijn echtgenote, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte;
2.hij in of omstreeks de periode van 24 januari 2019 tot en met 26 januari 2019 te Oudehaske, (althans) in de gemeente De Fryske Marren, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen gereedschap (een slijptol (merk Makita) en/of een schroefmachine (merk Makita) en/of een schaafmachine (merk Ferm) en/of een accu (merk Makita) en/of een lader (merk Makita) en/of een metaaldetector (merk Airgoo), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 2] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte;
3.hij in of omstreeks het tijdvak gevormd door 2 en 3 oktober 2018 te Terherne, (althans) in de gemeente De Fryske Marren, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een rubberboot (merk Nimarime Rhino) en/of een buitenboordmotor (merk Yamaha, 6 pk, kleur zwart met rood), in elk geval enig goed, geheel of ten deel toebehorende aan [slachtoffer 3] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte;
4.hij in of omstreeks de periode van 22 september 2018 tot en met 30 september 2018 te Heerenveen, (althans) in de gemeente Heerenveen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een buitenboordmotor (merk Yamaha, 9.9 pk, kleur grijs) en/of een rubberboot, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 4] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte;
(18/720154-18)

1.hij op of omstreeks 8 april 2018, te Heerenveen, (althans) in de gemeente Heerenveen,met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een roeiboot met buitenboordmotor, in elk geval enig goed, geheel of ten deel toebehorende aan [slachtoffer 5] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte;
2.hij op of omstreeks 8 april 2018, (na zijn aanhouding en tijdens de rit in een politievoertuig op weg naar het arrestantencomplex) tussen Heerenveen en Leeuwarden,in elk geval in de provincie Friesland, een persoon, genaamd [slachtoffer 6] (agent van politie Eenheid Noord Nederland), heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door die [slachtoffer 6] dreigend de woorden toe te voegen "Eén opéén had ik jou dood gemaakt. Zal ik jou knieen in de nek drukken als jij in burger over straat loopt. Dat is een bedreiging ja gooi die er ook maar bij. Ik kan je zo een highkick geven op je fucking onderkaak. Dat je fucking onderuit gaat als een fucking dweil. Wil je dat ook dan in burger. Het gaat niet om politieagenten maar gewoon puur om jou", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;
3.hij op of omstreeks 8 april 2018 (na zijn aanhouding en tijdens de rit in een politievoertuig op weg naar het arrestantencomplex) tussen Heerenveen en Leeuwarden, in elk geval in de provincie Friesland, opzettelijk beledigend een ambtenaar, te weten [slachtoffer 6] (agent van politie Eenheid Noord Nederland), gedurende en/of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, in diens tegenwoordigheid mondeling heeft toegevoegd de woorden "kankerlijer en/of kankermongool en/of tering hond en/of simpele mongool", althans woorden van gelijke beledigende aard en/of strekking;
4.hij op of omstreeks 16 maart 2018 te Heerenveen, (althans) in de gemeente Heerenveen,tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, boodschappen (twee blikken Hertog Jan bier [halve liter] en/of knipworstjes en/of een blok kaas en/of twee pakjes breakers [merk Melkunie]), in elk geval enig goed, dat geheel of ten deel aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde, te weten aan [benadeelde partij 1] , heeft weggenomen, met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;
althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dathij op of omstreeks 16 maart 2018 te Heerenveen, (althans) in de gemeente Heerenveen.tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen opzettelijk boodschappen (twee blikken Hertog Jan bier [halve liter] en/of knipworstjes en/of een blok kaas en/of twee pakjes breakers [merk Melkunie]), in elk geval enig goed, geheel of ten deel toebehorende aan [benadeelde partij 1] , in elk geval aan een ander of anderen dan verdachte en/of zijn mededader, en welkdeel goed(eren) verdachte en/of zijn mededader uit de winkelvoorraad van voornoemde rechthebbende had(den) genomen onder gehoudenheid om, alvorens die winkel te verlaten voornoemddeel goed(eren) te betalen, in elk geval ter betaling aan te bieden, en welkdeel goed(eren) verdachte en/of zijn mededader aldus anders dan door misdrijf onder zich had(den), wederrechtelijk zich heeft toegeëigend;
(18/720047-19)

1.hij op of omstreeks 15 januari 2019 te Joure, (althans) in de gemeente De Fryske Marren,opzettelijk en wederrechtelijk een ruit van een woning (perceel [straatnaam] , aldaar en in gebruik bij [slachtoffer 7] ), in elk geval enig goed, geheel of ten deel toebehorende aan [benadeelde partij 2] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, heeft vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt;
2.hij op of omstreeks 29 december 2018 te Joure, (althans) in de gemeente De Fryske Marren,opzettelijk en wederrechtelijk een ruit van een woning (perceel [straatnaam] , aldaar en in gebruik bij [slachtoffer 8] ), in elk geval enig goed, geheel of ten deel toebehorende aan [benadeelde partij 2] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, heeft vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt;
3.hij in of omstreeks de periode van 21 april 2018 tot en met 23 april 2018, in elk geval in of omstreeks de maand april 2018, te Lemmer, (althans) in de gemeente De Fryske Marren,een (rubber)boot (merk: Viamare) en/of een (25 pk) buitenboordmotor (merk: Tohatsu), in elk geval enig goed, dat geheel of ten deel aan een ander dan aan verdachte toebehoorde, te weten aan [slachtoffer 9] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen.

overwegingen

Beoordeling van het bewijs
Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft veroordeling gevorderd voor de in de zaak met parketnummer 18/730029-19 onder 1, 2, 3, 4, het in de zaak met parketnummer 18/720154-18 onder 1, 2, 3,
Standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft zich voor wat betreft de bewezenverklaring van de feiten gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.
Oordeel van de rechtbank

De rechtbank is van oordeel dat de ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend bewezen zijn, met dien verstande dat de in de zaak met parketnummer 18/730029-19 onder 3 ten laste gelegde diefstal van de buitenboordmotor niet wettig en overtuigend bewezen kan worden, zodat verdachte van dit onderdeel van de tenlastelegging zal worden vrijgesproken.
Bewezenverklaring

De rechtbank acht de in de zaak met parketnummer 18/730029-18 onder 1, 2, 3, 4, het in de zaak met parketnummer 18/720154-18 onder 1, 2, 3, 4 primair en het in de zaak met parketnummer 18/720047-19 onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend bewezen, met dien verstande dat:
(18/730029-19)

1.hij op het tijdvak gevormd door 25 en 26 januari 2019 te Joure, in de gemeente De Fryske Marren, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, in een woning gelegen aan [straatnaam], aldaar, alwaar verdachte zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een portemonnee, inhoudende onder meer een bankpasje en geld, ongeveer 30 euro en een stofzuigerborstel, toebehorende aan [slachtoffer 1] en zijn echtgenote;
2.hij in de periode van 24 januari 2019 tot en met 26 januari 2019 te Oudehaske, in de gemeente De Fryske Marren, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen gereedschap (een slijptol (merk Makita) en een schroefmachine (merk Makita) en een schaafmachine (merk Ferm) en een accu (merk Makita) en een lader (merk Makita) en een metaaldetector (merk Airgoo), toebehorende aan [slachtoffer 2] ;
3.hij in het tijdvak gevormd door 2 en 3 oktober 2018 te Terherne, in de gemeente De Fryske Marren, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een rubberboot (merk Nimarime Rhino), toebehorende aan [slachtoffer 3] ;
4.hij in de periode van 22 september 2018 tot en met 30 september 2018 te Heerenveen, in de gemeente Heerenveen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een buitenboordmotor (merk Yamaha, 9.9 pk, kleur grijs) en een rubberboot, toebehorende aan [slachtoffer 4] ;
(18/720154-18)

1.hij op 8 april 2018, te Heerenveen, in de gemeente Heerenveen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een roeiboot met buitenboordmotor, toebehorende aan [slachtoffer 5] ;
2.hij op 8 april 2018, (na zijn aanhouding en tijdens de rit in een politievoertuig op weg naar het arrestantencomplex) tussen Heerenveen en Leeuwarden, een persoon, genaamd [slachtoffer 6] (agent van politie Eenheid Noord Nederland), heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht of met zware mishandeling, door die [slachtoffer 6] dreigend de woorden toe te voegen "Eén op één had ik jou dood gemaakt. Zal ik jou knieën in de nek drukken als jij in burger over straat loopt. Dat is een bedreiging ja gooi die er ook maar bij. Ik kan je zo een highkick geven op je fucking onderkaak. Dat je fucking onderuit gaat als een fucking dweil. Wil je dat ook dan in burger. Het gaat niet om politieagenten maar gewoon puur om jou", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;
3.hij op 8 april 2018 na zijn aanhouding en tijdens de rit in een politievoertuig op weg naar het arrestantencomplex tussen Heerenveen en Leeuwarden, opzettelijk beledigend een ambtenaar, te weten [slachtoffer 6] , agent van politie Eenheid Noord Nederland, gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, in diens tegenwoordigheid mondeling heeft toegevoegd de woorden "kankerlijer en kankermongool en teringhond en simpele mongool", althans woorden van gelijke beledigende aard en/of strekking;
(18/720047-19)

1.hij op 15 januari 2019 te Joure, in de gemeente De Fryske Marren, opzettelijk en wederrechtelijk een ruit van een woning (perceel [straatnaam] , aldaar en in gebruik bij [slachtoffer 7] ), toebehorende aan [benadeelde partij 2] , heeft vernield;
2.hij op 29 december 2018 te Joure, in de gemeente De Fryske Marren, opzettelijk en wederrechtelijk een ruit van een woning (perceel [straatnaam] , aldaar en in gebruik bij [slachtoffer 8] ), toebehorende aan [benadeelde partij 2] , heeft vernield;
3.hij in de periode van 21 april 2018 tot en met 23 april 2018, te Lemmer, in de gemeente De Fryske Marren, een rubberboot (merk: Viamare) en een (25 pk) buitenboordmotor (merk: Tohatsu), dat geheel aan een ander dan aan verdachte toebehoorde, te weten aan [slachtoffer 9] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen.
Verdachte zal van het meer of anders ten laste gelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

4 primair en het in de zaak met parketnummer 18/720047-19 onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde feiten. De officier van justitie heeft vrijspraak gevorderd van het in de zaak met parketnummer 18/730029-19 onder 3 ten laste gelegde voor zover dit de diefstal van de buitenboordmotor betreft.
4. Primairhij op 16 maart 2018 te Heerenveen, in de gemeente Heerenveen, tezamen en in vereniging met een ander, boodschappen (twee blikken Hertog Jan bier [halve liter] en knipworstjes en een blok kaas en twee pakjes breakers [merk Melkunie]), dat geheel aan een ander dan aan verdachte en zijn mededader toebehoorde, te weten aan [benadeelde partij 1] , heeft weggenomen, met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;
Strafbaarheid van het bewezen verklaarde
Het bewezen verklaarde levert op:
1. Diefstal, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd in een woning door iemand die zich aldaar buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevindt.
2. Diefstal.3. Diefstal.
4. Diefstal.
1. Diefstal.
2. Bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht en bedreiging met zware mishandeling.
3. Eenvoudige belediging aangedaan aan een ambtenaar gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening.
4. Primair: Diefstal door twee of meer verenigde personen.
1. Opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, vernielen.
2. Opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, vernielen.
3. Diefstal.
In de zaak met parketnummer 18/730029-19:

In de zaak met parketnummer 18/720154-18:

In de zaak met parketnummer 18/720047-19:

Deze feiten zijn strafbaar nu geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid uitsluiten.

Strafbaarheid van verdachte
De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken.
overwegingen

Strafmotivering
Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake van de in de zaak met parketnummer 18/730029-19 onder 1, 2, 3, 4, de in de zaak met parketnummer 18/720154-18 onder 1, 2, 3 en 4 primair en de in de zaak met parketnummer 18/720047-19 onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde feiten wordt veroordeeld tot 364 dagen gevangenisstraf met aftrek van voorarrest, waarvan 330 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaar, met reclasseringstoezicht en als bijzondere voorwaarden een meldplicht, opname in een zorginstelling, ambulante behandeling, opname in een begeleid wonen of maatschappelijke opvang, een alcohol- en drugsverbod en meewerken aan middelencontrole.
Standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft zich geconformeerd aan de eis van de officier van justitie.
Oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek ter terechtzitting de voorlichtingsrapportage, het uittreksel uit de justitiële documentatie, alsmede de vordering van de officier van justitie en het pleidooi van de verdediging.
De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een zestal diefstallen, waaronder twee onder verzwarende omstandigheden. Verdachte heeft geen respect getoond voor andermans eigendommen door het plegen van deze diefstallen. Diefstallen betreffen vervelende feiten en veroorzaken daarnaast veel ergernis en materiële schade voor de benadeelden.Daarnaast heeft hij zich schuldig gemaakt aan een tweetal vernielingen van ruiten en heeft hij een politieambtenaar beledigd en bedreigd toen die hem over wilde brengen naar het arrestantencomplex van het politiebureau.Verdachte pleegde deze feiten terwijl hij veelal onder invloed was van alcohol en/of drugs.
Blijkens de voorlichtingsrapportage ligt aan het delictgedrag van verdachte een financieel motief ten grondslag. Hij is verslaafd aan alcohol en drugs en had daarnaast een risicovolle partnerrelatie. Op meerdere leefgebieden is sprake van langdurige problematiek die van invloed is op zijn functioneren. Verdachte verblijft thans in het kader van een schorsing van de voorlopige hechtenis in een verslavingskliniek, alwaar hij zich gemotiveerd opstelt voor professionele behandeling, hetgeen zijn responsiviteit voor gedragsverandering vergroot. Het recidiverisico wordt als hoog ingeschat. Teneinde het recidiverisico te beperken dient aan verdachte een aantal bijzondere voorwaarden te worden opgelegd, die hem helpen zijn leven weer op de rails te krijgen.

Verdachte heeft ter zitting verklaard dat hij een andere weg wil inslaan. Het verblijf in de kliniek doet hem goed en hij is gemotiveerd om zijn leven een andere wending te geven.

De rechtbank is van oordeel dat het van belang is dat verdachte voor zijn problematiek wordt behandeld. Zowel voor de verdachte zelf, als ter voorkoming van recidive en daarmee het belang van de maatschappij.Alles overwegende is de rechtbank van oordeel dat ter zake de strafoplegging de door de officier van justitie geformuleerde eis passend en geboden is.
De rechtbank zal verdachte een gevangenisstraf opleggen gelijk aan de duur van het voorarrest. De rechtbank maakt daarbij een aanpassing op het door de officier van justitie gevorderde voorwaardelijke deel, nu verdachte meer dagen in voorarrest heeft gezeten dan door de officier van justitie is berekend. Daarnaast zal een voorwaardelijke gevangenisstraf worden opgelegd met de bijzondere voorwaarden zoals deze door de reclassering zijn geformuleerd en aangevuld met een alcohol- en drugsverbod.
De rechtbank heeft tevens in aanmerking genomen dat verdachte eerder onherroepelijk is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten.

Benadeelde partijen
De volgende personen hebben zich als benadeelde partij in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding:1. [slachtoffer 1] , tot een bedrag van € 130,-- ter zake van materiële schade, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum waarop de schade is ontstaan; 2. [slachtoffer 3] , tot een bedrag van € 1.385,33 ter zake van materiële schade, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum waarop de schade is ontstaan; 3. [slachtoffer 4] , tot een bedrag van € 1.152,38 ter vergoeding van materiële schade, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum waarop de schade is ontstaan; 4. [slachtoffer 9] , tot een bedrag van € 890,-- ter vergoeding van materiële schade, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum waarop de schade is ontstaan.
Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd tot toewijzing van de vorderingen van de benadeelde partijen, onder oplegging van de wettelijke rente en de schadevergoedingsmaatregel, met dien verstande dat de benadeelde partij [slachtoffer 3] niet ontvankelijk moet worden verklaard in de vordering voor zover deze betrekking heeft op de buitenboordmotor, nu verdachte hiervan moet worden vrijgesproken.
Standpunt van de verdediging met betrekking tot de vordering van de benadeelde partij

[slachtoffer 1] :

De raadsvrouw heeft zich niet verzet tegen toewijzing van de vordering.
Oordeel van de rechtbank

Naar het oordeel van de rechtbank is voldoende aannemelijk dat de benadeelde partij de gestelde schade heeft geleden en dat deze schade een rechtstreeks gevolg is van het in de zaak met parketnummer 18/730029-19 onder 1 bewezen verklaarde. De vordering, waarvan de hoogte niet door verdachte is betwist, zal daarom worden toegewezen, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 26 januari 2019.
Standpunt van de verdediging met betrekking tot de vordering van de benadeelde partij

[slachtoffer 3] :

De raadsvrouw heeft zich niet verzet tegen toewijzing van de gevorderde vergoeding van de boot ad € 785,33. De raadsvrouw is met betrekking tot de gevorderde schade ter zake de buitenboordmotor ad € 600,-- van mening dat de benadeelde partij voor wat betreft dit deel van de vordering niet ontvankelijk moet worden verklaard op grond van het feit dat verdachte van dit deel van de tenlastelegging moet worden vrijgesproken.
Oordeel van de rechtbank

De benadeelde partij vordert vergoeding voor de weggenomen boot ad € 785,33 en € 600,-- terzake de weggenomen buitenboordmotor. Naar het oordeel van de rechtbank is voldoende aannemelijk dat de benadeelde partij de gestelde schade voor wat betreft de weggenomen boot heeft geleden en dat deze schade een rechtstreeks gevolg is van het in de zaak met parketnummer 18/730029-19 onder 3 bewezen verklaarde. Dit deel van de vordering, waarvan de hoogte niet door verdachte is betwist, zal daarom worden toegewezen, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 3 oktober 2018.De rechtbank zal de benadeelde partij voor wat betreft het deel van de vordering betrekking hebbende op vergoeding van kosten van de buitenboordmotor niet ontvankelijk verklaren, nu de rechtbank dit deel van de tenlastelegging niet bewezen acht.
Standpunt van de verdediging met betrekking tot de vordering van de benadeelde partij

[slachtoffer 4] :

De raadsvrouw heeft zich niet verzet tegen toewijzing van de vordering voor wat betreft de kostenpost "Reparatie motor incl. motorslot" ad € 502,38.De raadsvrouw is primair van mening dat de benadeelde voor wat betreft het deel van de vordering betreffende de gevorderde vergoeding terzake "vervanging Zodiac rubberboot" niet ontvankelijk moet worden verklaard, nu de vordering voor wat betreft dit deel van de vordering onvoldoende onderbouwd is. Niet bekend is hoe oud de rubberboot was, dan wel wat de dagwaarde was. Subsidiair verzoekt de raadsvrouw, bij toewijzing, om de gevorderde vergoeding te matigen.
Oordeel van de rechtbank

Naar het oordeel van de rechtbank is voldoende aannemelijk dat de benadeelde partij de gestelde schade betrekking hebbende op "reparatie motor incl. motorslot" ad € 502,38 heeft geleden en dat deze schade een rechtstreeks gevolg is van het in de zaak met parketnummer 18/730029-19 onder 4 bewezen verklaarde. Dit deel van de vordering, waarvan de hoogte niet door verdachte is betwist, zal daarom worden toegewezen, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 30 september 2018.De rechtbank is met betrekking tot het deel van de vordering betrekking hebbende op de gevorderde schade terzake de "vervanging Zodiac" van oordeel dat de benadeelde partij voor wat betreft dit deel van de vordering niet ontvankelijk moet worden verklaard, nu dit deel van de vordering onvoldoende onderbouwd is.Schorsing van het onderzoek om de benadeelde partij in de gelegenheid te stellen hierover meer duidelijk te geven, zal leiden tot een onevenredige belasting van het strafgeding en daartoe zal dan ook niet worden overgegaan.
Standpunt van de verdediging met betrekking tot de vordering van de benadeelde partij

[slachtoffer 9] :

De raadsvrouw heeft primair aangevoerd dat de vordering van de benadeelde partij moet worden afgewezen. De benadeelde partij heeft de zaken zelf gerepareerd. Daar komt bij dat niet vaststaat dat verdachte de schade aan de boot heeft veroorzaakt. Ook anderen hebben met die boot gevaren. Het rechtstreekse verband tussen de schade en het bewezenverklaarde staat niet vast. Subsidiair is de raadsvrouw van mening dat de benadeelde partij niet ontvankelijk moet worden verklaard in de vordering nu deze onvoldoende onderbouwd is.
Oordeel van de rechtbank

Naar het oordeel van de rechtbank is voldoende aannemelijk dat de benadeelde partij de gestelde schade betrekking hebbende op "Propellor was cracked" ad € 130,--, "Seal from the gearbox was leaking ad € 50,-- en "Tank was missing. I have to buy a new one" ad € 50,-- heeft geleden en dat dit deel van de schade een rechtstreeks gevolg is van het in de zaak met parketnummer 18/720047-19 onder 3 bewezen verklaarde. Dit deel van de vordering, waarvan de hoogte onvoldoende door verdachte is betwist, zal daarom worden toegewezen, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 23 april 2018.De rechtbank zal de benadeelde partij voor wat betreft het overige deel van de vordering betrekking niet ontvankelijk verklaren, nu dit deel van de vordering onvoldoende onderbouwd is. Schorsing van het onderzoek om de benadeelde partij in de gelegenheid te stellen hierover meer duidelijkheid te geven, zal leiden tot een onevenredige belasting van het strafgeding en daartoe zal dan ook niet worden overgegaan.
Nu de aansprakelijkheid van verdachte vaststaat, zal de rechtbank de schadevergoedings-maatregel opleggen om te bevorderen dat verdachte de schade zal vergoeden.

De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten die de benadeelde partijen tot aan deze uitspraak in verband met de vorderingen hebben gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.

Toepassing van wetsartikelen
De rechtbank heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 14d, 36f, 57, 266, 267, 285, 310, 311 en 350 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezen verklaarde.
Uitspraak

De rechtbank

Verklaart het in de zaak met parketnummer 18/730029-19 onder 1, 2, 3, 4, het in de zaak met parketnummer 18/720154-18 onder 1, 2, 3, 4 primair en het in de zaak met parketnummer 18/720047-19 onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar zoals voormeld en verdachte daarvoor strafbaar.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan het bewezen verklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij.

Veroordeelt verdachte tot:

een gevangenisstraf voor de duur van 364 dagen.

1. dat de veroordeelde zich uiterlijk telefonisch binnen vijf dagen na aanvang van de proeftijd meldt bij reclassering GGZ Antes te Rotterdam, telefoonnummer [telefoonnummer] .Daarna moet veroordeelde zich zo vaak en zolang blijven melden als de reclassering GGZ Antes dat nodig acht.
2. dat de veroordeelde de reeds aangevangen klinische opname in Antes, Afdeling Forensische Zorg, Kliniek Y 3 - 4, [straatnaam] , [woonplaats] , of soortgelijke zorginstelling, te bepalen door de justitiële instantie die verantwoordelijk is voor plaatsing, zal voortzetten en aldaar zal verblijven gedurende de proeftijd of zoveel korter als de reclassering nodig vindt, voor de maximale duur van één jaar.
3. dat de veroordeelde zich onder (dag)behandeling zal stellen van de GGZ Antes of een soortgelijke zorgverlener op de tijden en plaatsen als door of namens de zorgverlener of reclassering aan te geven. Veroordeelde dient zich daarbij te houden aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de behandeling.Bij terugval in (overmatig) middelengebruik kan de reclassering een indicatiestelling aanvragen voor een kortdurende klinische opname voor detoxificatie en/of stabilisatie.
4. dat de veroordeelde gedurende de proeftijd of zoveel korter als de reclassering nodig vindt, zal verblijven in een instelling voor beschermd wonen of maatschappelijke opvang, te bepalen door de reclassering, volgend op de klinische behandeling.
5. dat de veroordeelde zich gedurende de proeftijd zal onthouden van het gebruik van alcohol en drugs en zich verplicht ten behoeve van de naleving van dit verbod mee te werken aan bloedonderzoek, ademonderzoek (blaastest) of urineonderzoek.
- ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking zal verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;- medewerking zal verlenen aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14d, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen.

Bepaalt dat van deze gevangenisstraf , niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond, dat de veroordeelde voor het einde van of gedurende de proeftijd, die hierbij wordt vastgesteld op drie jaren, de hierna te noemen voorwaarden niet heeft nageleefd.

Voorwaarde is dat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig zal maken aan een strafbaar feit.

Stelt als bijzondere voorwaarden:

Veroordeelde dient zich te houden aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorginstelling geeft voor de behandeling.Als de reclassering een overgang naar de ambulante zorg, begeleid wonen of maatschappelijke opvang gewenst acht, werkt veroordeelde mee aan de indicatiestelling en plaatsing.
Als de voor indicatie verantwoordelijke instantie een kortdurende klinische opname indiceert, laat veroordeelde zich opnemen in een zorginstelling, te bepalen door de justitiële instantie die verantwoordelijk is voor plaatsing. De kortdurende klinische opname duurt maximaal zeven weken of zoveel korter als de reclassering nodig vindt.

Het verblijf duurt de gehele proeftijd of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. Veroordeelde zal zich houden aan de huisregels en het (dag-)programma dat deze instelling in overleg met de reclassering voor hem heeft opgesteld.
Geeft aan voornoemde reclasseringsinstelling de opdracht als bedoeld in artikel 14d van het Wetboek van Strafrecht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden.

Voorwaarden daarbij zijn dat de veroordeelde gedurende de proeftijd:

Beveelt dat de tijd die de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en/of voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf, geheel in mindering zal worden gebracht.

Heft op het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis in de zaak met parketnummer 18/730039-19 en 18/720154-18.

Ten aanzien van parketnummer 18/730029-19, feit 1:

Wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1] toe en veroordeelt verdachte tot betaling aan deze benadeelde partij van een bedrag van € 130 (zegge: honderddertig euro euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 26 januari 2019.
Veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot heden begroot op nihil.

Legt aan verdachte de verplichting op aan de staat, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 1] te betalen een bedrag van € 130,-- (zegge: honderddertig euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 26 januari 2019, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 2 dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft. Dit bedrag bestaat uit materiële schade.
Bepaalt daarbij dat, indien verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 1] daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij dit bedrag te betalen komt te vervallen en omgekeerd, dat, indien verdachte aan de benadeelde partij het opgelegde bedrag heeft betaald, daarmee de verplichting tot betaling aan de staat van dit bedrag komt te vervallen.

Ten aanzien van parketnummer 18/730029-19, feit 3:

Wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 3] toe tot na te noemen bedrag en veroordeelt verdachte tot betaling aan deze benadeelde partij van een bedrag van € 785,33,-- (zegge: zevenhonderdvijfentachtig euro en drieëndertig eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 3 oktober 2019.
Verklaart de vordering van de benadeelde partij voor het overige niet ontvankelijk. Dit deel van de vordering kan slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

Veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot heden begroot op nihil.

Legt aan verdachte de verplichting op aan de staat, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 3] te betalen een bedrag van € 785,33 (zegge: zevenhonderdvijfentachtig euro en drieëndertig eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 3 oktober 2018, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 15 dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft. Dit bedrag bestaat uit materiële schade.

Bepaalt daarbij dat, indien verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 3] daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij dit bedrag te betalen komt te vervallen en omgekeerd, dat, indien verdachte aan de benadeelde partij het opgelegde bedrag heeft betaald, daarmee de verplichting tot betaling aan de staat van dit bedrag komt te vervallen.

Ten aanzien van parketnummer 18/730029-19, feit 4:

Wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 4] toe tot na te noemen bedrag en veroordeelt verdachte tot betaling aan deze benadeelde partij van een bedrag van € 502,38 (zegge: vijfhonderdtwee euro en achtendertig eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 30 september 2018.
Verklaart de vordering van de benadeelde partij voor het overige niet ontvankelijk. Dit deel van de vordering kan slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

Veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot heden begroot op nihil.

Legt aan verdachte de verplichting op aan de staat, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 4] te betalen een bedrag van € 502,38 (zegge: vijfhonderdtwee euro en achtendertig eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 30 september 2018, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 10 dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft. Dit bedrag bestaat uit materiële schade.
Bepaalt daarbij dat, indien verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 4] daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij dit bedrag te betalen komt te vervallen en omgekeerd, dat, indien verdachte aan de benadeelde partij het opgelegde bedrag heeft betaald, daarmee de verplichting tot betaling aan de staat van dit bedrag komt te vervallen.

Ten aanzien van parketnummer 18/720047-19, feit 3:

Wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 9] toe tot na te noemen bedrag en veroordeelt verdachte tot betaling aan deze benadeelde partij van een bedrag van € 230,-- (zegge: tweehonderddertig euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 23 april 2018,
Verklaart de vordering van de benadeelde partij voor het overige niet ontvankelijk. Dit deel van de vordering kan slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

Veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot heden begroot op nihil.

Legt aan verdachte de verplichting op aan de staat, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 9] te betalen een bedrag van € 230,-- (zegge: tweehonderddertig euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 23 april 2018, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 4 dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft. Dit bedrag bestaat uit materiële schade.
Bepaalt daarbij dat, indien verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 9] daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij dit bedrag te betalen komt te vervallen en omgekeerd, dat, indien verdachte aan de benadeelde partij het opgelegde bedrag heeft betaald, daarmee de verplichting tot betaling aan de staat van dit bedrag komt te vervallen.

Dit vonnis is gewezen door mr. G.C. Koelman, voorzitter, mr. E.C.M. Wolfert en mr. E.P. van Sloten, rechters, bijgestaan door A. van Dijk, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 11 juli 2019.Mrs. Wolfert en Van Sloten zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.