Uitspraak ECLI:NL:RBNNE:2019:2974

Deze uitspraak heeft betrekking op het rechtsgebied Strafrecht en is gepubliceerd door de Raad voor de Rechtspraak op 10-07-2019. De uitspraak is gedaan door Rechtbank Noord-Nederland op 09-07-2019, deze uitspraak is bekend onder de European Case Law Identifier (ECLI) ECLI:NL:RBNNE:2019:2974, het zaaknummer waarop deze uitspraak betrekking heeft is 18/750009-18


Bron: Rechtspraak

ECLI:NL:RBNNE:2019:2974:DOC
nl

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Afdeling strafrecht
Locatie Leeuwarden

parketnummer 18/750009-18

Vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 9 juli 2019 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte

[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum] 1991 te [geboorteplaats] ,wonende te [straatnaam] , [woonplaats] .
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 25 juni 2019.Verdachte is niet verschenen; wel is verschenen mr. H.C.L. Crozier, advocaat te Sneek, die verklaard heeft uitdrukkelijk tot de verdediging te zijn gemachtigd. Het openbaar ministerie is ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. S.E. Eijzenga.
Tenlastelegging
Aan verdachte is laste gelegd dat:
- door op verzoek van voornoemde [medeverdachte] een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp, te gaan halen en/of (vervolgens)- uit voornoemde woning een (aardappelschil)mes gehaald en/of vervolgens dit (aardappelschil)mes aan voornoemde [medeverdachte] heeft overhandigd,

1.hij op of omstreeks 26 november 2017 te Leeuwarden, in de gemeente Leeuwarden, bij een woning, gelegen aan of bij de [straatnaam] , aldaar, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk [slachtoffer] van het leven te beroven, met dat opzet die [slachtoffer] meermalen, althans eenmaal, met een (aardappelschil)mes, althans met een scherp en/of puntig voorwerp, in het gezicht, althans in het hoofd, heeft gestoken en/of gesneden, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat

hij op of omstreeks 26 november 2017 te Leeuwarden, in de gemeente Leeuwarden, bij een woning, gelegen aan of bij de [straatnaam] , aldaar, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, aan [slachtoffer] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel, te weten een of meer snijwond(en) voor de geneeskundige behandeling waarvan (in het ziekenhuis) 1 of meer hechtingen zijn aangebracht, heeft toegebracht, door die [slachtoffer] met een (aardappelschil)mes, althans met een scherp en/of puntig voorwerp in het gezicht, althans in het hoofd, te steken en/of te snijden;

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat

hij op of omstreeks 26 november 2017 te Leeuwarden, in de gemeente Leeuwarden, bij een woning, gelegen aan of bij de [straatnaam] , aldaar, tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan een persoon genaamd [slachtoffer] , opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet die [slachtoffer] , meermalen, althans eenmaal, met (aardappelschil)mes, althans met een scherp en/of puntig voorwerp, in het gezicht, althans in het hoofd, heeft gestoken en/of gesneden, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat

[medeverdachte] op of omstreeks 26 november 2017 te Leeuwarden, in de gemeente Leeuwarden, bij een woning, gelegen aan of bij de [straatnaam] , aldaar,

A.ter uitvoering van het door [medeverdachte] voorgenomen misdrijf om opzettelijk [slachtoffer] van het leven te beroven, met dat opzet die [slachtoffer] meermalen, althans eenmaal, met een (aardappelschil)mes, althans met een scherp en/of puntig voorwerp, in het gezicht, althans in het hoofd, heeft gestoken en/of gesneden, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid
of

B.aan [slachtoffer] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel, te weten een of meer snijwond(en) voor de geneeskundige behandeling waarvan (in het ziekenhuis) 1 of meer hechtingen zijn aangebracht, heeft toegebracht, door die [slachtoffer] met een (aardappelschil)mes, althans met een scherp en/of puntig voorwerp in het gezicht, althans in het hoofd, te steken en/of te snijden
of

C.ter uitvoering van het door [medeverdachte] voorgenomen misdrijf om aan een persoon genaamd [slachtoffer] , opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet die [slachtoffer] , meermalen, althans eenmaal, met (aardappelschil)mes, althans met een scherp en/of puntig voorwerp, in het gezicht, althans in het hoofd, heeft gestoken en/of gesneden, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid,
bij en/of tot het plegen van welk misdrijf verdachte op 26 november 2017, te Leeuwarden, in de gemeente Leeuwarden, opzettelijk gelegenheid en/of (een) middel(en) heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest

althans op enigerlei wijze opzettelijk gelegenheid en/of (een) middel(en) heeft verschaft en/of behulpzaam is geweest.

2.hij op of omstreeks 26 november 2017 te Leeuwarden, in de gemeente Leeuwarden,in en/of bij een woning, gelegen aan of bij de [straatnaam] , aldaar, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, [slachtoffer] heeft mishandeld door die [slachtoffer] , meermalen, althans eenmaal, pepperspray in het gezicht te spuiten en/of in het gezicht, althans tegen het hoofd en/of tegen het lichaam te slaan en/of te stompen.
Beoordeling van het bewijs

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft vrijspraak gevorderd van het onder 1. primair en 2. ten laste gelegde, nu het bewijs voor een poging tot doodslag en de mishandeling met pepperspray ontbreekt. De officier van justitie heeft veroordeling gevorderd voor het onder 1. subsidiair en 2. ten laste gelegde. Hij heeft daartoe aangevoerd dat op grond van de verklaring van aangever en de letselverklaring kan worden bewezen dat medeverdachte buiten de woning van [getuige 1] , verdachte heeft gevraagd een mes uit de woning van [getuige 1] op te halen, waarna medeverdachte met dat mes aangever heeft gestoken. Aangever heeft daarbij ernstig en blijvend letsel in zijn gezicht opgelopen.
Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft betoogd dat verdachte integraal moet worden vrijgesproken. Hij heeft daartoe aangevoerd dat verdachte het ten laste gelegde ontkent en dat de verklaringen van aangever en getuige [getuige 1] niet voor het bewijs gebruikt kunnen worden omdat deze verklaringen inconsistent, onsamenhangend en tegenstrijdig zijn.Aangever heeft op de betreffende avond tegen getuige Van der Wal gezegd, en heeft dat later die avond ook bij de politie verklaard, dat hij was neergeschoten. Daar is echter niets van gebleken. Daarbij heeft verdachte verschillende locaties aangewezen waar de schietpartij zich zou hebben afgespeeld, hetgeen dus gelogen was. Over de mishandeling met het mes en de pepperspray, zegt aangever in eerst instantie niets. De pepperspray noemt hij pas in zijn latere aangifte. De agenten hebben echter op de betreffende avond geen rode of betraande ogen bij aangever waargenomen, hetgeen wel verwacht mag worden als iemand kort daarvoor is gepepperd.Aangever verklaart in eerste instantie ook dat hij de daders niet kent. Later als hij aangifte doet, zegt hij echter ineens dat hij de ene Rus al zeker tien jaar kent. Dat er op het busje pepperspray DNA-materiaal van medeverdachte is aangetroffen, betekent niet dat het DNA van medeverdachte die avond op het busje terecht is gekomen. Medeverdachte heeft bij de politie verklaard dat hij eerder in de woning is geweest. Niet uitgesloten kan worden dat medeverdachte toen het busje heeft aangeraakt. In de woning is geen DNA van verdachte aangetroffen. Ook over de aanleiding van de mishandeling is aangever niet eenduidig. Hij vertelt ook hierover verschillende verhalen. Getuige [getuige 1] verklaart in het eerste contact met de politie dat ook hij is neergestoken. Later blijkt dit echter een oude wond van een eerdere operatie. [getuige 1] kan ook eerst geen namen noemen, maar anderhalve maand later kan hij wel namen geven. Dat duidt op afstemming tussen aangever en getuige.Over het steken of snijden verklaart aangever dat de lange Rus de woning weer in ging om een mes te halen, terwijl getuige [getuige 1] verklaart dat hij de deuren van zijn woning op slot had gedaan nadat de drie mannen zijn woning hadden verlaten. Deze verklaringen sluiten elkaar uit en geven twijfel over de juistheid van de rest van de verklaringen.
Getuige [getuige 1] en de gehoorde buurtbewoonsters hebben niets verklaard over het mes en het steken met het mes. Opvallend is dat getuige [getuige 1] verklaart dat hij de woning niet heeft verlaten, terwijl getuige [getuige 2] heeft verklaard dat één van de ruziënde personen op straat haar buurman [getuige 1] was. Uit de aard van het letsel van aangever blijkt niet zonder meer dat dit door een mes is veroorzaakt. Ook is er geen mes gevonden. Niet uitgesloten kan worden dat aangever en [getuige 1] elkaar, mogelijk onder invloed van drugs, te lijf zijn gegaan die avond. [getuige 1] stond immers verwond en met een schroevendraaier, een mogelijk steekwapen, in zijn hand bij zijn voordeur toen de agenten arriveerden. Evenmin is uit te sluiten dat aangever en getuige [getuige 1] de schuld voor wat er zich tussen hen heeft afgespeeld in de schoenen van verdachte en zijn medeverdachte proberen te schuiven.

Oordeel van de rechtbank

Feit 2.

Bewijsmiddelen
_142742c0-d2c8-4621-9f6b-2da6cdc16721

Op zondag 26 november 2017 omstreeks 22:45 krijgt de politie opdracht om naar de [straatnaam] in Leeuwarden te gaan. Ter plaatse treffen de verbalisanten aangever gewond aan in de woning van meldster Michelle van der Wal.
Aangever verklaart dat hij is mishandeld door twee Russen. Een lange Rus en een kleinere Rus. Aangever zou door hen een woning van een oudere Iranese man, tegenover de voetbalvelden van [voetbalclub] , zijn binnengelokt. Aangever wordt nog dezelfde avond in het ziekenhuis behandeld voor zijn verwondingen. Daar verklaart hij dat de kleine Rus een busje pepperspray in zijn hand had en dat beide mannen hem begonnen te slaan waarop hij naar buiten is gevlucht.

De politie heeft inmiddels een onderzoek ingesteld en gaat ter plaatse naar de [straatnaam] in Leeuwarden waar de Iranese man - getuige [getuige 1] - woont. Getuige [getuige 1] wordt voor de woning aangetroffen en wegens hartproblemen naar het ziekenhuis vervoerd. Daar verklaart hij dat er in zijn woning tussen drie personen ruzie was ontstaan en dat deze personen in zijn woning hebben gevochten. Twee personen kent hij, de derde man kent hij niet. In zijn getuigenverklaring omschrijft hij de hem bekende personen als een lange man, van hem geeft hij een omschrijving die past bij het signalement van verdachte [verdachte] , en een wat kleinere man. Als aan getuige een foto van medeverdachte [medeverdachte] wordt getoond, herkent de getuige hem als de kleinere man die hij 'kleine Satan' noemt. In een tweede getuigenverhoor wordt aan getuige een politiefoto getoond van verdachte [verdachte] en herkent getuige hem als de lange man.

Over de vechtpartij in de woning verklaart getuige dat medeverdachte de onbekende man met pepperspray in het gezicht spoot en dat verdachte [verdachte] de onbekende man met zijn vuist in het gezicht sloeg.

Aangever verklaart in zijn aangifte dat hij in de woning aan de [straatnaam] in Leeuwarden door de kleine Rus - die hij kent als [medeverdachte] - met pepperspray in zijn ogen is gespoten waardoor hij een branderige pijn in zijn ogen voelde en korte tijd minder zag. Vervolgens kreeg hij klappen van de lange Rus en van [medeverdachte] , waarbij hij pijn voelde.

In twee latere verhoren worden aan aangever politiefoto's van verdachte en medeverdachte getoond. Aangever herkent medeverdachte als de [medeverdachte] waarover hij in zijn aangifte sprak en herkent verdachte als de persoon die hem meerdere klappen heeft gegeven.

De politie heeft op de avond van de mishandeling in de woning van getuige een sporenonderzoek verricht. Er zijn sporen van een schermutseling te zien en er wordt een busje pepperspray aangetroffen. Op het busje pepperspray zitten DNA-sporen van medeverdachte.

Uit de later opgemaakte letselverklaring van de GGD blijkt dat aangever een blauw oog, blauwe plekken in gezicht en een losse tand heeft. Ook heeft hij twee snij- of kraswonden in het gezicht, welke met drie respectievelijk twee hechtingen zijn gehecht. Tevens is opgenomen dat dat het letsel past bij de datum van het incident.

Rechtsoverwegingen

Feit 2.

Hoewel de rechtbank vraagtekens zet bij de door aangever geschetste aanleiding van het incident en bij diens aanvankelijke bewering dat hij zou zijn beschoten, alsook bij de bewering van getuige [getuige 1] dat ook hij zou zijn gestoken, acht rechtbank de verklaringen van aangever en getuige [getuige 1] ten aanzien van de herkenning van de verdachten en het verloop van de vechtpartij in de woning betrouwbaar.
Over het incident in de woning hebben aangever en getuige in hoofdlijnen en op essentiële onderdelen gedetailleerd en consistent verklaard. Daarbij vinden deze verklaringen steun in het (sporen)onderzoek van de politie en de letselverklaring van de GGD. De rechtbank is, anders dan door de verdediging is betoogd, van oordeel dat niet is gebleken dat aangever en getuige hun verklaringen op elkaar hebben afgestemd. Aangever en getuige zijn immers nog dezelfde avond apart van elkaar naar het ziekenhuis gebracht en hebben daar afzonderlijk van elkaar verklaard, zonder dat overleg heeft kunnen plaatsvinden over hetgeen zich in de woning heeft afgespeeld.

De rechtbank ziet ook geen belang dat aangever en getuige zouden kunnen hebben om verdachte en zijn medeverdachte vals te beschuldigen. De rechtbank verwerpt derhalve het verweer van de verdediging dat de verklaringen niet betrouwbaar zijn en zal deze verklaringen voor het bewijs gebruiken.

Uit de bewijsmiddelen blijkt dat beide verdachten in de woning aanwezig waren, dat medeverdachte aangever met pepperspray in zijn ogen heeft gespoten en dat aangever vervolgens door beide verdachten is belaagd en geslagen. De rechtbank is van oordeel dat er daarbij sprake is geweest van een nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en zijn medeverdachte gericht op het mishandelen van aangever. De rechtbank acht deze mishandeling, alsook het tenlastegelegde medeplegen bewezen.

Feit 1.

Ten aanzien van het vermeende steken met een mes overweegt de rechtbank het volgende.
Aangever heeft verklaard dat hij na de mishandeling in de woning, de woning is uitgevlucht. Daarbij werd hij achtervolgd door de verdachte en de medeverdachte. Volgens aangever heeft medeverdachte buiten de woning tegen verdachte gezegd dat hij een mes uit de woning moest halen. Eenmaal weer buiten gekomen zou verdachte het door hem opgehaalde mes aan de medeverdachte hebben gegeven, waarop de medeverdachte aangever met dat mes in zijn gezicht zou hebben gestoken.

Getuige [getuige 1] heeft juist verklaard dat hij in de woning is achtergebleven en dat hij direct nadat de drie personen de woning hadden verlaten, de voordeur en de achterdeur van zijn woning op slot heeft gedaan. Uit zijn verklaring blijkt niet dat er nadien nog iemand in zijn woning is geweest om een mes op te halen. Aldus is de verklaring van aangever over het ophalen van het mes strijdig met de verklaring van getuige [getuige 1] .

Getuige [getuige 1] heeft verklaard dat hij niet heeft gezien wat er buiten de woning is gebeurd, omdat hij in de woning is achtergebleven. Buurtbewoonster [getuige 2] heeft verklaard dat zij ruzie op straat hoorde en dat zij drie mannen zag vechten. Een van deze mannen herkende zij als de buurman van [straatnaam] , zijnde getuige [getuige 1] . Buurtbewoonster [getuige 3] heeft verklaard dat zij geschreeuw hoorde in de woning van de onderbuurman (getuige [getuige 1] ) en dat zij zag dat er voor de woning van de buurman twee mannen ruzie hadden. Ze had het idee dat haar buurman niet een van de twee personen was.

De politie heeft nog dezelfde avond een sporenonderzoek verricht, daarbij is geen mes aangetroffen.

Op grond van de bovengenoemde verklaringen, feiten en omstandigheden kan weliswaar worden vastgesteld dat er buiten de woning van getuige [getuige 1] een ruzie is geweest, maar blijkt niet wie de bij deze ruzie betrokken personen waren, wie welke rol heeft vervuld of er met een mes is gestoken en zo ja, door wie. De rechtbank is dan ook van oordeel dat niet wettig en overtuigend kan worden bewezen dat het verdachte en/of de medeverdachte is of zijn geweest die aangever met een mes hebben gestoken. Verdachte zal van dit feit dan ook worden vrijgesproken.

Bewezenverklaring
De rechtbank acht feit 2. wettig en overtuigend bewezen, met dien verstande dat:
- pepperspray in het gezicht te spuiten en- meermalen in het gezicht en tegen het lichaam te slaan en te stompen.
hij op 26 november 2017 te Leeuwarden, in de gemeente Leeuwarden, in een woning, gelegen aan de [straatnaam] , aldaar, tezamen en in vereniging met een ander, [slachtoffer] heeft mishandeld door die [slachtoffer] ,

Verdachte zal van het meer of anders ten laste gelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde
Het bewezen verklaarde levert op:
2. medeplegen van mishandeling

Dit feit is strafbaar nu geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid uitsluiten.

Strafbaarheid van verdachte
De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken.
overwegingen

Strafmotivering
Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake van feit 1 wordt veroordeeld tot gevangenisstraf voor de duur van 15 maanden.
Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft geconcludeerd tot vrijspraak.
Oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek ter terechtzitting, de rapportage van de reclassering, het uittreksel uit de justitiële documentatie, alsmede de vordering van de officier van justitie en het pleidooi van de verdediging.
De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het medeplegen van een mishandeling. Het slachtoffer is in een woning meermalen geslagen en is met pepperspray in zijn gezicht gespoten. Dit is een ernstige aantasting van de persoonlijke en lichamelijke integriteit van het slachtoffer. Verdachte heeft geen enkele verantwoordelijkheid genomen voor zijn handelen.

De rechtbank heeft acht geslagen op de justitiële documentatie van verdachte. Hieruit blijkt dat verdachte eerder onherroepelijk is veroordeeld voor het plegen van strafbare feiten.

De rechtbank komt tot oplegging van een aanmerkelijk lagere straf dan door de officier van justitie is geëist, omdat de rechtbank verdachte van het onder feit 1. ten laste gelegde zal vrijspreken. Alles afwegend, acht de rechtbank een gevangenisstraf voor de duur van één maand passend en geboden.

Benadeelde partij
[slachtoffer] heeft zich als benadeelde partij in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Gevorderd wordt een bedrag van € 1.000,00 vanwege 'medische kosten' en € 110,00 vanwege 'kledingschade' (jas) ter vergoeding van materiële schade en € 3.000,00 ter vergoeding van immateriële schade, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum waarop de schade is ontstaan.
Standpunt van de officier van justitie

Ten aanzien van de kostenpost 'medische kosten' vordert de officier van justitie afwijzing nu deze post niet is onderbouwd. De officier van justitie vordert hoofdelijke toewijzing van de post 'kledingschade'. Ten aanzien van de post immateriële schade acht de officier van justitie een matiging op zijn plaats en vordert hij hoofdelijke toewijzing tot een bedrag van € 1.500,00 en niet-ontvankelijkverklaring voor het overige, alsmede oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat de benadeelde partij niet ontvankelijk is in zijn vordering, dan wel dat de vordering moet worden afgewezen.
Oordeel van de rechtbank

Ten aanzien van de kostenpost 'kledingschade' is naar het oordeel van de rechtbank door het bewezen verklaarde geen rechtstreekse schade toegebracht aan de benadeelde partij. De rechtbank zal daarom de benadeelde partij in dit deel van de vordering niet ontvankelijk verklaren.
De benadeelde partij heeft geen medische kosten betaald en aan de benadeelde partij zijn tot op heden ook geen medische kosten in rekening gebracht. De post 'medische kosten' is ook niet onderbouwd met facturen van het ziekenhuis en/of het ambulancevervoer die aangever nog zou moeten betalen. De rechtbank is dan ook van oordeel dat onvoldoende aannemelijk is gemaakt dat de benadeelde partij de gestelde schade heeft geleden of nog zal lijden. De rechtbank zal de benadeelde partij in dit deel van de vordering niet-ontvankelijk verklaren.

De rechtbank acht het aannemelijk dat de benadeelde partij immateriële schade heeft geleden als rechtstreeks gevolg van het onder 2. bewezen verklaarde. De rechtbank van oordeel dat de immateriële schade in ieder geval in redelijkheid kan worden begroot op € 500,00. De rechtbank heeft bij het vaststellen van dit bedrag mede acht geslagen op bedragen die in vergelijkbare zaken met enigszins vergelijkbaar letsel zijn toegekend. Voor het overige zal de rechtbank de vordering niet-ontvankelijk verklaren. Het niet toegewezen schadebedrag kan slechts bij de burgerlijke rechter worden gevorderd.

De rechtbank stelt vast dat verdachte het strafbare feit samen met een ander heeft gepleegd en dat zij naar civielrechtelijke maatstaven hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de schade. De rechtbank zal daarom bepalen dat verdachte de schadevergoeding niet meer aan de benadeelde partij hoeft te betalen indien zijn medeverdachte deze al heeft betaald, en andersom.

Nu de aansprakelijkheid van verdachte vaststaat, zal de rechtbank de schadevergoedingsmaatregel opleggen om te bevorderen dat verdachte de schade zal vergoeden.

De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met de vordering heeft gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.

Toepassing van wetsartikelen
De rechtbank heeft gelet op de artikelen 36f, 47, 300 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezen verklaarde.

Uitspraak

De rechtbank

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte onder 1. primair, 1. subsidiair, 1. meer subsidiair en 1. meer meer subsidiair A, B, C is ten laste gelegd en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 2. ten laste gelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar zoals voormeld en verdachte daarvoor strafbaar.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan het bewezen verklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij.

Veroordeelt verdachte tot:

een gevangenisstraf voor de duur van één maand.

Beveelt dat de tijd die de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf, geheel in mindering zal worden gebracht.

Ten aanzien van 18/750009-18, feit 2. Wijst de vordering van de benadeelde partij toe tot na te melden bedrag en veroordeelt verdachte tot betaling aan deze benadeelde partij van een bedrag van (zegge: vijfhonderd euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 26 november 2017, in dier voege, dat indien dit bedrag door de mededader(s) van verdachte geheel of gedeeltelijk is of wordt betaald, verdachte in zoverre is of zal zijn bevrijd.
Verklaart de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer] voor het overige niet ontvankelijk. Dit deel van de vordering kan slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

Veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot heden begroot op nihil.

Legt aan verdachte de verplichting op aan de staat, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer] te betalen een bedrag van € 500,00 (zegge: vijfhonderd euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 26 november 2017 bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 10 dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft en in dier voege, dat indien dit bedrag door de mededader van verdachte geheel of gedeeltelijk is of wordt betaald, verdachte in zoverre is of zal zijn bevrijd. Dit bedrag bestaat uit immateriële schade.

Bepaalt daarbij dat, indien verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer] daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij dit bedrag te betalen komt te vervallen en omgekeerd, dat, indien verdachte - al dan niet samen met zijn mededader - aan de benadeelde partij het opgelegde bedrag heeft betaald, daarmee de verplichting tot betaling aan de staat van dit bedrag komt te vervallen.Dit vonnis is gewezen door mr. W.S. Sikkema, voorzitter, mr. S.T. Kooistra en mr. C.H. Beuker, rechters, bijgestaan door K. de Ruiter, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 9 juli 2019.
_142742c0-d2c8-4621-9f6b-2da6cdc16721
1

De genoemde processen-verbaal zijn in de wettelijke vorm op ambtseed en door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren opgemaakt en bevinden zich in het proces-verbaal met nummer 2017311978-A, gesloten op 12 januari 2018.
_9ce7c25c-905c-4a9d-9f0e-83a0b84b7289
2

Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 27 november 2017, pag. 26 e.v.

_a8a99ed4-1839-4e26-beae-e56b94e11e9e
3

Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 30 november 2017, pag. 18 e.v.

_8b105b33-ff4a-48db-92a8-a746abd005ba
4

Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 27 november 2017, pag. 51 e.v.

_5f89641c-d01c-4434-813f-fe5e959a461a
5

Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 30 november 2017, pag. 18 e.v.

_2a3f5db4-037d-4c2b-bd66-a4e9b0d521ab
6

Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 27 november 2017, pag. 24 e.v.

_26269b6d-72b0-4d6b-9188-e4ab1d7e29ba
7

Het proces-verbaal verhoor getuige [getuige 1] d.d. 17 januari 2018, pag. 76 e.v.

_267d0461-5fdc-4196-a442-71b0b99055df
8

Het proces-verbaal verhoor getuige [getuige 1] d.d. 22 januari 2018, pag. 79 e.v.

_d1f98a2f-f59f-4f0e-8110-5e17be25fef0
9

Het proces-verbaal verhoor getuige [getuige 1] d.d. 17 januari 2018, pag. 76 e.v.

_bcc6df0e-2448-4e57-be07-fafaff9e313d
10

Het proces-verbaal aangifte d.d. 4 december 2017, pag. 53 e.v.

_9ed6a29c-c937-4f88-9314-5b6839d55da4
11

Het proces-verbaal verhoor aangever d.d. 15 januari 2018, pag. 58 e.v.

_f01a9f0a-f34b-4f74-8e55-8cbc5c1c0cee
12

Het proces-verbaal verhoor aangever d.d. 22 januari 2018, pag. 62 e.v.

_75c931dd-8e16-40a2-bb36-459c98bb7b0d
13

Het proces-verbaal sporenonderzoek, met bijlage, d.d. 8 januari 2018, pag. 28 e.v.

_8a3d5dee-d0b3-47d1-a594-5a235f0ed872
14

NFI-rapport DNA-onderzoek, met bijlage, d.d. 20 maart 2018, pag. 47 e.v.

_353784cc-890d-45ad-9928-24739fd70abc
15

Letselverklaring GGD d.d. 11 december 2017, pag. 64 e.v.