Uitspraak ECLI:NL:RBNNE:2019:1601

Deze uitspraak heeft betrekking op het rechtsgebied Strafrecht en is gepubliceerd door de Raad voor de Rechtspraak op 17-04-2019. De uitspraak is gedaan door Rechtbank Noord-Nederland op 17-04-2019, deze uitspraak is bekend onder de European Case Law Identifier (ECLI) ECLI:NL:RBNNE:2019:1601, het zaaknummer waarop deze uitspraak betrekking heeft is 18/730074-18


Bron: Rechtspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND [klager] ,
Afdeling strafrecht

Locatie Leeuwarden

rekestnummer 19/134parketnummer 18/730074-18
beschikking van de enkelvoudige raadkamer d.d. 17 april 2019 op het bezwaarschrift ex artikel 7 van de Wet DNA-onderzoek bij veroordeelden, ingediend door:

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] ,wonende te [woonplaats] .

ECLI:NL:RBNNE:2019:1601:DOC
nl

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND [klager] ,
Afdeling strafrecht
Locatie Leeuwarden

rekestnummer 19/134parketnummer 18/730074-18
beschikking van de enkelvoudige raadkamer d.d. 17 april 2019 op het bezwaarschrift ex artikel 7 van de Wet DNA-onderzoek bij veroordeelden, ingediend door:

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] ,wonende te [woonplaats] .
Procesverloop
Bij vonnis van de meervoudige strafkamer in deze rechtbank van 9 november 2018 is klager veroordeeld tot 120 uren taakstraf, subsidiair 60 dagen vervangende hechtenis, ter zake van:1. medeplegen van opzettelijk een openbare landweg versperren, terwijl daarvan gevaar voor de veiligheid van het verkeer te duchten is; 2. medeplegen van een ander door enige andere feitelijkheid, gericht tegen die ander, wederrechtelijk dwingen iets te doen, niet te doen of te dulden.
Vervolgens heeft de officier van justitie op grond van de Wet DNA-onderzoek bij veroordeelden (verder: Wet DNA-V) bepaald dat klagers celmateriaal wordt afgenomen ter bepaling en verwerking van het DNA-profiel. Het celmateriaal is reeds afgenomen.

Het bezwaarschrift is op 11 maart 2019, ingekomen ter griffie en richt zich tegen het bepalen en verwerken van het DNA-profiel van veroordeelde. Klager is ontvankelijk in zijn bezwaarschrift nu dit binnen de wettelijke termijn is ingediend. De behandeling van het bezwaarschrift heeft plaatsgevonden in raadkamer op 27 maart 2019.

Standpunt van de verdediging
De raadsman heeft onder meer aangevoerd dat niet is voldaan aan de wettelijke eisen die aan de afname van DNA-materiaal worden gesteld. Bij de stukken bevindt zich het formulier "opdracht afname en onderzoek DNA-materiaal". Hierin is het onderdeel "proces-verbaal van afname celmateriaal" niet ondertekend door de verbalisant/waarnemer. Daarnaast is niet aangekruist of het celmateriaal is afgenomen door een opsporingsambtenaar of door een arts. Nu niet is voldaan aan de strikte waarborgen van het Besluit DNA-onderzoek, acht de raadsman het celmateriaal onrechtmatig verkregen.
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft hiertegen aangevoerd dat abusievelijk vergeten is om de relevante onderdelen aan te kruisen. Zowel verbalisant [verbalisant 1] als assistent-beveiliger [verbalisant 2] zijn beiden aangewezen opsporingsambtenaren, dus gerechtigd tot afname van celmateriaal. Dat het formulier ondertekend is door [verbalisant 2] , doet niet af aan de rechtsgeldigheid van de afname.
Beoordeling door de rechtbank

Op grond van art. 4, lid 1 en 2, van het Besluit DNA-onderzoeken in strafzaken (verder: Besluit DNA) is bij het afnemen van celmateriaal een opsporingsambtenaar aanwezig (veelal de ‘waarnemer’ genoemd), die daarvan proces-verbaal opmaakt. In dit proces-verbaal worden door de waarnemer de identificerende gegevens vastgelegd, en wordt vermeld of de veroordeelde bezwaar heeft tegen afname van het celmateriaal door een ander dan een arts of verpleegkundige. De waarnemer verzorgt ook het verpakken, verzegelen en verzenden van het celmateriaal. De waarnemer mag niet dezelfde persoon zijn als degene die het wangslijmvlies afneemt (veelal de ‘afnemer’ genoemd). Uiteindelijk moet de waarnemer het proces-verbaal tekenen.
Gelet op de mate van inbreuk op de persoonlijke levenssfeer die de afname van celmateriaal maakt, mag worden verwacht dat de afname zorgvuldig gebeurt, ook qua administratieve vastlegging. In dit geval is echter het formulier "opdracht afname en onderzoek DNA-materiaal" van 18 december 2018 niet ondertekend door de waarnemer [verbalisant 1] maar door de afnemer [verbalisant 2] . Voorts is niet aangekruist of het celmateriaal is afgenomen door een arts/verpleegkundige of door een opsporingsambtenaar. Daardoor blijft de vraag open of de identificerende gegevens juist zijn, of veroordeelde bezwaar had tegen afname door een opsporingsambtenaar, en of het verpakken, verzegelen en verzenden juist zijn verlopen.

Naar het oordeel van de rechtbank is niet voldaan aan de strikte waarborgen rond de afname van celmateriaal die de Wet DNA-V en het Besluit DNA-onderzoek in strafzaken beogen te verzekeren. Het bezwaarschrift moet daarom gegrond worden verklaard.

beslissing

Beslissing
De rechtbank verklaart het bezwaarschrift gegrond.
Beveelt de officier van justitie ervoor zorg te dragen dat het afgenomen celmateriaal van veroordeelde terstond wordt vernietigd.

Deze beschikking is gegeven op 17 april 2019 door mr. K. Post, rechter, bijgestaan door A. van Dijk, griffier.