Uitspraak ECLI:NL:RBNNE:2019:1569

Deze uitspraak heeft betrekking op het rechtsgebied Strafrecht en is gepubliceerd door de Raad voor de Rechtspraak op 16-04-2019. De uitspraak is gedaan door Rechtbank Noord-Nederland op 16-04-2019, deze uitspraak is bekend onder de European Case Law Identifier (ECLI) ECLI:NL:RBNNE:2019:1569, het zaaknummer waarop deze uitspraak betrekking heeft is 18/930142-18


Bron: Rechtspraak

ECLI:NL:RBNNE:2019:1569:DOC
nl

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Afdeling strafrecht
Locatie Leeuwarden

parketnummer 18/930142-18

Vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 16 april 2019 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1972 te [geboorteplaats] ,wonende te [woonplaats] ,thans gedetineerd te PI Leeuwarden, Holstmeerweg 7 te Leeuwarden.
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 02 april 2019.Verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. H.A. Koning, advocaat te Meppel. Het openbaar ministerie is ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. R.G. de Graaf.
De slachtoffers [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] hebben zich beiden gevoegd als benadeelde partij en zijn ter zitting verschenen, bijgestaan door hun raadsvrouw mr. C.H. Dijkstra. Slachtoffer [slachtoffer 1] heeft ter terechtzitting gebruik gemaakt van zijn spreekrecht.

Tenlastelegging
Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
1. Primair
2.
3. Primair
4.
5. hij in of omstreeks de periode van 1 augustus 2018 tot en met 19 augustus 2018, in Nederland, een of meer afbeeldingen, te weten een of meer (digitale) fotobestanden op een of meer gegevensdragers, in bezit heeft gehad, terwijl op die afbeelding(en) een of meer seksuele gedragingen zichtbaar was/waren, waarbij (telkens) een of meer personen die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had(den) bereikt, was/waren betrokken of schijnbaar was/waren betrokken, welke voornoemde seksuele gedraging(en) - zakelijk weergegeven - bestonden uit:
hij in of omstreeks de periode van 17 augustus 2018 tot en met 18 augustus 2018 te [pleegplaats] , althans in de gemeente Meppel, door geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid [slachtoffer 1] heeft gedwongen tot het ondergaan van een of meer handelingen die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 1] , een en ander hierin bestaande dat verdachte - die [slachtoffer 1] bier te drinken heeft gegeven waarin verdachte onopgemerkt door die [slachtoffer 1] een hoeveelheid GHB had gedaan, althans waarin GHB aanwezig was, en/of - toen die [slachtoffer 1] zich onwel voelde en op een bed was gaan liggen, die [slachtoffer 1] van de zij op de rug heeft gedraaid en/of - een of meer van zijn vingers in de anus van die [slachtoffer 1] heeft geduwd/gebracht - en/of de billen en/of de anus van die [slachtoffer 1] heeft betast en/of - (later) die [slachtoffer 1] opnieuw van de zij op de rug heeft gedraaid en/of - de sluiting van de broek van die [slachtoffer 1] heeft geopend en/of - de penis van die [slachtoffer 1] heeft betast en/of - die [slachtoffer 1] enige tijd heeft afgetrokken, in ieder geval aan de penis van die [slachtoffer 1] heeft getrokken;
Subsidiairhij in of omstreeks de periode van 17 augustus 2018 tot en met 18 augustus 2018 te [pleegplaats] , althans in de gemeente Meppel, met [slachtoffer 1] , van wie verdachte wist dat deze in staat van bewusteloosheid, verminderd bewustzijn of lichamelijke onmacht verkeerde, dan wel aan een zodanige gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van zijn geestvermogens leed dat deze niet of onvolkomen in staat was zijn wil daaromtrent te bepalen of kenbaar te maken of daartegen weerstand te bieden, een of meer handelingen heeft gepleegd, die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 1] , een en ander hierin bestaande dat verdachte, terwijl die [slachtoffer 1] , die bier had gedronken waarin, naar verdache wist, GHB, althans een bewustzijnsbeïnvloedende stof, aanwezig was, en die [slachtoffer 1] zich (daardoor) onwel voelde en op een bed was gaan liggen, - een of meer van zijn vingers in de anus van die [slachtoffer 1] heeft geduwd/gebracht - en/of de billen en/of de anus van die [slachtoffer 1] heeft betast, en/of - de penis van die [slachtoffer 1] heeft betast en/of - die [slachtoffer 1] enige tijd heeft afgetrokken, in ieder geval aan de penis van die [slachtoffer 1] heeft getrokken;
Meer Subsidiairhij in of omstreeks de periode van 17 augustus 2018 tot en met 18 augustus 2018 te [pleegplaats] , althans in de gemeente Meppel, met [slachtoffer 1] , van wie verdachte wist dat deze in staat van bewusteloosheid, verminderd bewustzijn of lichamelijke onmacht verkeerde, dan wel aan een zodanige gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van zijn geestvermogens leed dat deze niet of onvolkomen in staat was zijn wil daaromtrent te bepalen of kenbaar te maken of daartegen weerstand te bieden, een of meer ontuchtige handelingen heeft gepleegd, een en ander hierin bestaande dat verdachte, terwijl die [slachtoffer 1] , die bier had gedronken waarin, naar verdachte wist, GHB, althans een bewustzijnsbeïnvloedende stof, aanwezig was, en die [slachtoffer 1] zich (daardoor) onwel voelde en op een bed was gaan liggen, - de billen en/of de anus van die [slachtoffer 1] heeft betast, en/of - de penis van die [slachtoffer 1] heeft betast en/of - die [slachtoffer 1] enige tijd heeft afgetrokken, in ieder geval aan de penis van die [slachtoffer 1] heeft getrokken;
hij in of omstreeks de periode van 17 augustus 2018 tot en met 18 augustus 2018 te [pleegplaats] , althans in de gemeente Meppel, [slachtoffer 1] heeft mishandeld, namelijk opzettelijk de gezondheid van die [slachtoffer 1] heeft benadeeld, door in een blikje bier waaruit die [slachtoffer 1] had gedronken en/of, naar verdachte verwachtte, zou gaan drinken, onopgemerkt door die [slachtoffer 1] een hoeveelheid GHB te doen, waarna die [slachtoffer 1] uit dat blikje is gaan drinken;
hij op verschillende tijdstippen, althans op enig tijdstip,in of omstreeks de periode van 1 januari 2014 tot en met 31 december 2016 in de gemeente(n) Lelystad en/of Meppel en/of elders in Nederland, (telkens) door geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid [slachtoffer 2] heeft gedwongen tot het ondergaan van een of meer handelingen die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 2] , een en ander (telkens) hierin bestaande dat verdachte - die [slachtoffer 2] iets te drinken heeft gegeven waarin verdachte onopgemerkt door die [slachtoffer 2] een hoeveelheid GHB had gedaan, althans waarin GHB aanwezig was, en/of - die [slachtoffer 2] aan diens polsen/handen/armen heeft vastgebonden en/of - die [slachtoffer 2] (gedeeltelijk) van de door hem gedragen kleding heeft ontdaan en/of - zijn penis en/of een of meer van zijn vingers in de anus van die [slachtoffer 2] heeft geduwd/gebracht en/of - de billen van die [slachtoffer 2] met zijn penis en/of zijn hand(en) heeft betast/aangeraakt;
Subsidiairhij op verschillende tijdstippen, althans op enig tijdstip,in of omstreeks de periode van 1 januari 2014 tot en met 31 december 2016 in de gemeente(n) Lelystad en/of Meppel en/of elders in Nederland, (telkens) met [slachtoffer 2] , van wie hij, verdachte, wist dat deze in staat van bewusteloosheid, verminderd bewustzijn of lichamelijke onmacht verkeerde, dan wel aan een zodanige gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van zijn/haar geestvermogens leed dat deze niet of onvolkomen in staat was zijn/haar wil daaromtrent te bepalen of kenbaar te maken of daartegen weerstand te bieden, (telkens) een of meer handelingen heeft gepleegd, die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 2] , een en ander (telkens) hierin bestaande, dat verdachte, terwijl die [slachtoffer 2] , die iets had gedronken waarin, naar verdachte wist, GHB, althans een bewustzijnsbeïnvloedende stof, aanwezig was, en die [slachtoffer 2] zich (daardoor) onwel voelde, - zijn penis en/of een of meer van zijn vingers in de anus van die [slachtoffer 2] heeft geduwd/gebracht en/of - de billen van die [slachtoffer 2] met zijn penis en/of zijn hand(en) heeft betast/aangeraakt;
Meer Subsidiairhij op verschillende tijdstippen, althans op enig tijdstip,in of omstreeks de periode van 1 januari 2014 tot en met 31 december 2016 in de gemeente(n) Lelystad en/of Meppel en/of elders in Nederland, (telkens) met [slachtoffer 2] , van wie verdachte wist dat deze in staat van bewusteloosheid, verminderd bewustzijn of lichamelijke onmacht verkeerde, dan wel aan een zodanige gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van zijn geestvermogens leed dat deze niet of onvolkomen in staat was zijn wil daaromtrent te bepalen of kenbaar te maken of daartegen weerstand te bieden, (telkens) een of meer ontuchtige handelingen heeft gepleegd, een en ander (telkens) hierin bestaande dat verdachte, terwijl die [slachtoffer 2] , die iets had gedronken waarin, naar verdachte wist, GHB, althans een bewustzijnsbeïnvloedende stof, aanwezig was, en die [slachtoffer 2] zich (daardoor) onwel voelde, - de anus, althans de billen, van die [slachtoffer 2] met zijn penis en/of zijn hand(en) heeft betast/aangeraakt;
hij op verschillende tijdstippen, althans op enig tijdstip,in of omstreeks de periode van 1 januari 2014 tot en met 31 december 2016 in de gemeente(n) Lelystad en/of Meppel en/of elders in Nederland, (telkens) [slachtoffer 2] heeft mishandeld, namelijk opzettelijk de gezondheid van die [slachtoffer 2] heeft benadeeld, door in drinken waarvan die [slachtoffer 2] had gedronken en/of, naar verdachte verwachtte, zou gaan drinken, onopgemerkt door die [slachtoffer 2] een hoeveelheid GHB te doen, waarna die [slachtoffer 2] (opnieuw) van dat drinken is gaan drinken;
het oraal en/of vaginaal en/of anaal penetreren van het lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt en/of het oraal en/of vaginaal en/of anaal penetreren van het lichaam van een (andere) persoon door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt
(bestandsnaam: [bestandsnaam] en/of

[bestandsnaam] en/of

[bestandsnaam] en/of

[bestandsnaam] )

en/of

het betasten en/of aanraken van de geslachtsdelen, de billen en/of de borsten van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet had bereikt en/of het betasten en/of aanraken van de geslachtsdelen, de billen en/of de borsten van een (andere) persoon door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet had bereikt
(bestandsnaam: [bestandsnaam] en/of

[bestandsnaam] en/of

[bestandsnaam] )

en/of

het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet had bereikt, waarbij deze persoon gekleed en/of opgemaakt was en/of poseerde in een omgeving en/of met een of meer voorwerpen en/of in een (erotisch getinte) houding (op een wijze) die niet bij haar/zijn leeftijd paste en/of waarbij deze persoon zich (vervolgens) in opeenvolgende afbeeldingen/filmfragmenten van haar/zijn kleding ontdeed en/of (waarna) door het camerastandpunt, de (onnatuurlijke) pose en/of de wijze van kleden van deze persoon en/of de uitsnede van de afbeelding(en)/film(s) nadrukkelijk de (ontblote) geslachtsdelen en/of borsten en/of billen in beeld gebracht werden (waarbij) de afbeelding(en) (aldus) een onmisbaar seksuele strekking had(den) en/of strekte(n) tot seksuele prikkeling
(bestandsnaam: [bestandsnaam] en/of

[bestandsnaam] en/of

[bestandsnaam] )

en/of

het houden van een (stijve) penis bij/naast het gezicht/lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt
(bestandsnaam: [bestandsnaam] )

(waarbij) de afbeelding(en) (telkens) (aldus) een onmiskenbaar seksuele strekking had(den) en/of strekte(n) tot seksuele prikkeling

van welk(e) misdrijf/misdrijven verdachte een gewoonte heeft gemaakt.

Beoordeling van het bewijs
Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft veroordeling gevorderd voor het onder 1 primair, 2, 3 primair, 4 en 5 ten laste gelegde. Het binnendringen als bedoeld in de feiten 1 primair en 3 primair kan bewezen worden op basis van de verklaringen van beide aangevers, de verklaring van verdachte dat hij op meerdere manieren aan het lichaam van aangever [slachtoffer 1] heeft gezeten en de inhoud van de chat-gesprekken die verdachte met [naam] heeft gevoerd en waarin hij meer dan gedetailleerd zijn wensen en fantasieën heeft beschreven. Ten aanzien van het onder 5 ten laste gelegde heeft de officier van justitie aangevoerd dat tussen de 46.580 afbeeldingen die verdachte in zijn bezit heeft gehad 18 kinderpornografische afbeeldingen zijn aangetroffen. Op de Acer laptop van verdachte met serienummer [nummer] zijn 16 "deleted"-files aangetroffen, die niet meer eenvoudig te benaderen zijn. Op de Samsung telefoon SM-J500FN van verdachte met serienummer [nummer] zijn 2 "accessible"-files aangetroffen (p. 257, 265, 268 en 270). Verdachte heeft het bezit van kinderporno ter zitting erkend, zodat het bezit van kinderpornografisch materiaal bewezen kan worden.
Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft betoogd dat verdachte moet worden vrijgesproken van het onder 1 primair en subsidiair ten laste gelegde, omdat er onvoldoende bewijs is dat verdachte daadwerkelijk een vinger in de anus van aangever [slachtoffer 1] heeft gestoken. Er is als bewijs enkel de verklaring van aangever, terwijl verdachte ontkent dat sprake is geweest van seksueel binnendringen. Het DNA van verdachte is niet in de anus van [slachtoffer 1] aangetroffen en ook uit het WhatsApp-gesprek tussen [naam] en verdachte blijkt niet dat verdachte een vinger in de anus van [slachtoffer 1] heeft gestopt. Daarbij is de verklaring van [slachtoffer 1] onbetrouwbaar, nu hij niet eenduidig heeft verklaard over hetgeen er gebeurd zou zijn.
De raadsman heeft tevens betoogd dat verdachte moet worden vrijgesproken van het onder 3 en 4 ten laste gelegde. De verklaring van aangever [slachtoffer 2] is onbetrouwbaar, hetgeen onder meer blijkt uit het feit dat [slachtoffer 2] , toen hij aangifte deed, door de politie herinnerd moest worden aan dingen die hij zelf tijdens het informatief gesprek naar voren had gebracht. Daarbij is de verklaring van de stiefmoeder van [slachtoffer 2] tegenstrijdig met de verklaring van aangever. Aan het WhatsApp-gesprek tussen [naam] en verdachte met betrekking tot ' [slachtoffer 2] ' kan geen doorslaggevende betekenis worden toegekend, nu dit gesprek gezien moet worden als stoere praat en het uitwisselen van fantasieën van de zijde van verdachte. Van belang daarbij is tevens dat de psychiater in zijn rapportage van 19 maart 2019 heeft verklaard dat hij niet verwacht dat verdachte dergelijke fantasieën daadwerkelijk zal durven uitvoeren.

Oordeel van de rechtbank

Vrijspraak feit 5

Onder verdachte zijn verschillende gegevensdragers in beslag genomen. Op deze gegevensdragers zijn in totaal 46.580 afbeeldingen aangetroffen, waarvan 18 afbeeldingen op basis van wet, jurisprudentie en de Aanwijzing Kinderpornografie van het College van procureurs-generaal als kinderporno zijn aan te merken. Van deze 18 afbeeldingen heeft de politie een representatieve doorsnede van 11 afbeeldingen samengesteld. Deze 11 afbeeldingen zijn in de tenlastelegging uitgeschreven onder vermelding van de bestandsnamen. Blijkens het dossier zijn 2 van deze 11 afbeeldingen afkomstig uit bestanden die op normale wijze zonder speciale software door de gebruiker te benaderen en zichtbaar zijn ('accessible'), de resterende 9 afbeeldingen zijn afkomstig uit 'deleted' bestanden . Zoals meermalen in de jurisprudentie is vastgesteld (o.a. Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 28 september 2015, ECLI:NL:GHARL:2015:7236), kunnen enkel afbeeldingen die zijn opgenomen in 'accessible'-files worden meegenomen bij het oordeel over het bezit van kinderpornografische afbeeldingen. Nu niet gebleken is dat verdachte over de bedoelde speciale software of bijzonder kennis terzake beschikte, en uit het dossier niet blijkt wanneer de bestanden zijn geplaatst in de ‘deleted’-files, kan niet worden bewezen dat verdachte de 9 afbeeldingen in de ‘deleted’-files in de tenlastegelegde periode voorhanden heeft gehad, zodat verdachte hiervan dient te worden vrijgesproken.

Daarnaast moet traceerbaar/controleerbaar zijn welke ten laste gelegde bestandsnamen van welke gegevensdragers afkomstig zijn, en welke (soort) afbeeldingen dan op die bestanden te zien zijn. Uit het dossier blijkt wel dat de 2 afbeeldingen uit de 'accessible'-bestanden zijn aangetroffen op de Samsung-telefoon van verdachte. In het dossier is echter niet vast te stellen welke 2 bestandsnamen ‘accessible’ waren noch welke 2 bestandsnamen van de telefoon afkomstig waren. Aldus kan de rechtbank niet bewezen verklaren welke kinderpornografische afbeeldingen verdachte voorhanden heeft gehad, hetgeen betekent dat de rechtbank verdachte van het onder 5 ten laste gelegde integraal moet vrijspreken.

Feiten 1 en 2

Bewijsmiddelen

De rechtbank past de volgende bewijsmiddelen toe die de voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden bevatten zoals hieronder zakelijk weergegeven.Ieder bewijsmiddel is -ook in onderdelen- slechts gebruikt voor het feit waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft.
Ik kreeg een 2e blik bier. Halverwege dat blik ben ik naar de wc gelopen, toen kwam ik terug van de wc. Mij viel op dat mijn drank heel raar chemisch en zout smaakte. Daarna stortte ik in. Alles werd slap en ik voelde mij draaierig. Toen besloot ik dat ik mijn nest in moest. [verdachte] heeft mij naar bed begeleid. Ik gaf over en ging op mijn zij liggen. Op een gegeven moment merkte ik dat [verdachte] mijn hand pakte en mij van mijn zij op mijn rug draaide. Ik voelde zijn hand strelen aan de bovenkant van de riggel van mijn kont. Hij zit dan met zijn hand in mijn onderbroek, daadwerkelijk op mijn huid. Ik voelde dat hij aan het drukken was op mijn anus en dat hij daadwerkelijk ook wel naar binnen ging. Toen pakte hij mijn rechterhand en draaide mij op mijn rug. Toen voelde ik dat zijn hand bij mijn kruis terechtkwam. Op mijn zak en op mijn penis zelf. Toen voelde ik dat hij mij probeerde af te trekken. Ik voelde zijn hand op mijn penis en dat hij begon te trekken. Het duurde nog geen minuut. Toen ik naar bed ging was mijn broek dicht. Net voordat ik naar de wc naar buiten ging merkte ik dat die open was. Mijn knoop en rits waren open.
Nederland d.d. 15 oktober 2018, inhoudend als relatering van verbalisant [verbalisant 1] :Ik, verbalisant, [verbalisant 1] ( [nummer] ), brigadier van politie Eenheid Noord-Nederland, verklaar het volgende:Op donderdag 13 september 2018, werd door mij, [verbalisant 1] , nader onderzoek verricht naar inbeslaggenomen gegevensdragers van de verdachte [verdachte] .
1. De door verdachte ter zitting van 2 april 2019 afgelegde verklaring, voor zover inhoudend:Ik heb GHB in het bier van [slachtoffer 1] gedaan. Dat was om aan hem te kunnen zitten. Ik was bij [slachtoffer 1] en heb hem op bed omgedraaid. Ik heb zijn broek geopend. Ik heb met mijn hand zijn penis betast. Ik heb ook aan zijn penis getrokken.
2. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 20 augustus 2018, opgenomen op pagina 74 e.v. van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer 2018218136 d.d. 15 oktober 2018, inhoudend als verklaring van [slachtoffer 1] :
3. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van getuigenverhoor d.d. 20 augustus 2018, opgenomen op pagina 85 e.v. van voornoemd dossier van Politie Noord-Nederland d.d. 15 oktober 2018, inhoudend als verklaring van [getuige 1] :Ik kreeg gemiste oproepen binnen om 01:32 uur van [slachtoffer 1] . Toen was het dus van de nacht van vrijdag 17 augustus 2018 op zaterdag 18 augustus 2018. Ik kreeg ook een app bericht van hem. Ik heb dat gelijk gelezen en om 01:34 en 01:35 uur kreeg ik nog twee gemiste oproepen. Het eerste wat hij zei was dat hij weggerend was bij iemand. Hij zei dat iemand een vinger in zijn kont had gestoken. Hij zei dat hij het niet meer leuk vond en hij vroeg mij hem te helpen. Ik hoorde ook dat [slachtoffer 1] aan het huilen was. Hij zei dat hij op camping [naam camping] te [pleegplaats] was. [slachtoffer 1] zei: 'Hij zat echt aan me, [getuige 1] !'
4. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 20 september 2018, opgenomen op pagina 188 e.v. van voornoemd dossier van Politie Noord-
Chat tussen verdachte [verdachte] en ' [naam] '
[verdachte] (17-8-2018 20:52:14 uur): 'Er zit ghb nu in zijn bier''Hoe vind je hem'Opmerking verbalisant: [verdachte] stuur een foto waarop een zittende [slachtoffer 1] is afgebeeld met een blikje bier in zijn hand. [naam] geeft aan dat hij hem knap vind en zegt dat hij het zielig vindt 'dat ie t nie weet' [verdachte] : 'Ik niet ik vind het geil' [naam] : 'Je laat m toch wel leve' [verdachte] : 'Ja dat wel' [verdachte] : 'Ik ga het wel doen''Hem hard neuken en vastbinden''Hij merkt nog niks'De chat gaat als volgt verder: [naam] : 'Wat ga je nu doen..?' [verdachte] : 'Nog effe wachten dan hem vastbinden mond knevelen en neuken''Ik laat hem leven' [naam] : 'Ga je je pik ook in zn mond doen..?' [verdachte] : 'Ja dat ook' [naam] : 'Ben je al bezig?' [verdachte] (17 augustus 2018 23:07:22): 'Beetje kon aan zijn pik zitten en kont en aan zijn buik' [verdachte] stuurt onduidelijke foto en zegt: 'Zijn buik''Hij heeft veel ghn', 'ghb''Hij werd weer wakker ik zat wel aan zijn kont' [naam] : 'Oh''maar heeft ie dat nie door?' [verdachte] : 'Nee helemaal niks ook niet dat zijn broek open is' [verdachte] : 'Hij was echt out gegaan zo weer denk ik''Ik wil hem verkrachten''En in hem klaar komen''En wurgen'.
Ik heb hem wel seksueel betast. Ik heb aan zijn lul gezeten, ik heb over zijn rug gestreeld. Aan zijn kont gezeten. Eigenlijk meer door dat spleetje heen. Ik ben met mijn vinger over de anus van [slachtoffer 1] heen gewreven. Dat gaf mij een gevoel van spanning, adrenaline. Dat met [slachtoffer 1] was geen kinky seks, dat was misbruik. Het verschil is vastbinden, dat deed ik niet met [slachtoffer 1] . Ik wilde wel kinky seks met hem, maar dat is niet gebeurd. Hij was snel weer overeind, snel wakker. Ik wilde het wel. Daar ben ik wel eerlijk in.
Wij verbalisanten, [verbalisant 2] ( [nummer] ), hoofdagent van politie Eenheid Noord-Nederland en [verbalisant 3] ( [nummer] ), brigadier van politie Eenheid Noord-Nederland, verklaren het volgende:Op zaterdag 18 augustus 2018 om 05:35 uur, werd door ons verbalisanten als forensische onderzoekers op verzoek van de politie, Eenheid Noord-Nederland een forensisch onderzoek naar sporen verricht in verband met een verkrachting, gepleegd op zaterdag 18 augustus 2018 om 01:51 uur.
5. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor d.d. 21 augustus 2018, opgenomen op pagina 342 e.v. van voornoemd dossier van Politie Noord-Nederland d.d. 15 oktober 2018, inhoudend als verklaring van verdachte:Mijn fantasie is dat iemand out gaat door GHB en dat ik hem dan verkracht.
6. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor d.d. 22 augustus 2018, opgenomen op pagina 359 e.v. van voornoemd dossier van Politie Noord-Nederland d.d. 15 oktober 2018, inhoudend als verklaring van verdachte:
7. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal sporenonderzoek d.d. 15 oktober 2018, opgenomen op pagina 413 e.v. van voornoemd dossier van Politie Noord-Nederland d.d. 15 oktober 2018, inhoudend als relatering van verbalisanten [verbalisant 2] en [verbalisant 3] :
Betrokkenen
Slachtoffer: [slachtoffer 1] , [straatnaam] , [woonplaats]Verdachte: [verdachte] , [straatnaam] , [woonplaats]
Onderzoek slachtoffer
Op zaterdag 18 augustus 2018 omstreeks 05:35 uur werd door mij, in samenwerking met Forensische GGD-arts P. van Driessche twee bloedmonsters afgenomen ten behoeve van een toxicologisch onderzoek. Ik heb de bloedmonsters voorzien van SIN AALH1427NL.
8. Een deskundigenrapport afkomstig van het Nederlands Forensisch Instituut van het Ministerie van Veiligheid van Justitie, zaaknummer 2018.08.24.113, d.d. 20 november 2018 opgemaakt door dr. I.J. Bosman op de door hem/haar afgelegde algemene belofte als vast gerechtelijk deskundige, voor zover inhoudend als zijn/haar verklaring:

Ontvangen vanForensische Opsporing Politie Eenheid Noord-Nederland
Datum ontvangst

SINOmschrijving
AALH1427NL Bloedblok met twee buizen bloed, zie hieronderAALI6633NL Bloed van [slachtoffer 1]
Resultaten
De resultaten van het toxicologisch onderzoek in het bloed [AALI6633NL] van [slachtoffer 1] staan in tabel 2.
StofStof(groep)Resultaat
GHB Overig 7,0 mg/l
1. De door verdachte ter zitting van 2 april 2019 afgelegde verklaring, voor zover inhoudend:U houdt mij voor dat ik [slachtoffer 2] en ik al eens geneukt hadden. Inderdaad. Het WhatsApp-gesprek tussen [naam] en mij ging over [slachtoffer 2] .
2. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 30 augustus 2018, opgenomen op pagina 286 e.v. van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer 2018218136 d.d. 15 oktober 2018, inhoudend als verklaring van [slachtoffer 2] :
3. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 20 september 2018, opgenomen op pagina 188 e.v. van voornoemd dossier van Politie Noord-
Bewijsoverweging

Op grond van voornoemde bewijsmiddelen acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte aangever [slachtoffer 1] door feitelijkheden heeft gedwongen tot het ondergaan van seksuele handelingen, waaronder het seksueel binnendringen van zijn lichaam.
Naar het oordeel van de rechtbank heeft [slachtoffer 1] over essentiële onderdelen in zijn aangifte gedetailleerd en consistent verklaard en vindt zijn verklaring steun in de getuigenverklaring van zijn begeleider [getuige 1]. Tevens is sprake van ondersteunend (technisch) bewijs, zoals het aantreffen van GHB in het lichaam van [slachtoffer 1] en het WhatsApp-gesprek tussen verdachte en [naam] , waarin verdachte verslag doet van de handelingen die hij ten aanzien van [slachtoffer 1] verricht en van plan is te gaan verrichten. Ook verdachte zelf heeft, met uitzondering van het seksueel binnendringen, de juistheid van de verklaring van verdachte onderschreven. De rechtbank acht om deze redenen de verklaring van [slachtoffer 1] betrouwbaar.

De verklaring van verdachte, dat het seksueel binnendringen door een vinger in de anus van [slachtoffer 1] te steken, niet zou hebben plaatsgevonden, acht de rechtbank ongeloofwaardig. Uit diens tegenover de politie afgelegde verklaring en het WhatsApp-gesprek met [naam] , volgt immers dat verdachte ' met [slachtoffer 1] wilde hebben en hem wilde '', maar dat dit mislukte omdat [slachtoffer 1] wakker werd. Daarnaast is gebleken dat er daadwerkelijk seksuele handelingen hebben plaatsgevonden. Verdachte is met zijn hand door de bilspleet van [slachtoffer 1] gegaan en heeft over de anus van [slachtoffer 1] gewreven, zoals hij zelf heeft verklaard. Verdachte verklaart dat dit hem een gevoel van spanning en adrenaline gaf. Ook heeft verdachte de penis van [slachtoffer 1] met zijn hand betast en heeft hij [slachtoffer 1] enige tijd afgetrokken. Tegen deze achtergrond acht de rechtbank het onaannemelijk dat de door verdachte gewenste seksuele handelingen ineens zijn gestopt. Dit strookt niet met de aangifte van [slachtoffer 1] en is evenmin te rijmen met de getuigenverklaring van de begeleider van [slachtoffer 1] , waaruit in de kern volgt dat [slachtoffer 1] kort na het incident zeer emotioneel en overstuur was en als eerste, zonder daar naar gevraagd te zijn, verklaard heeft dat iemand een vinger in zijn kont had gestoken. Daarbij overweegt de rechtbank dat verdachte bij de politie heeft verklaard dat hij wel vaker anale seks heeft gehad met jongens waarbij GHB gebruikt werd. Op grond hiervan acht de rechtbank het seksueel binnendringen van het lichaam wettig en overtuigend bewezen.

Feiten 3 en 4

Bewijsmiddelen

De rechtbank past de volgende bewijsmiddelen toe die de voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden bevatten zoals hieronder zakelijk weergegeven.Ieder bewijsmiddel is -ook in onderdelen- slechts gebruikt voor het feit waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft.
Van 2014 tot 2016 ging ik met [verdachte] om. Ik was 15 à 16 jaar toen het gebeurde. Het is gebeurd in Lelystad, in het huis van [verdachte] aan de [straatnaam] in Lelystad. En op de camping in Meppel. Het is drie keer gebeurd. De eerste keer bood hij mij drinken aan, dat smaakte heel erg zoutig. Ik voelde mijzelf wegzakken en misselijk worden. Daarna kan ik mij niets herinneren. Toen werd ik weer wakker. Ik lag in de slaapkamer, op het bed van [verdachte] . Ik zag een camera staan naast het bed en ik zag tape en touw liggen, naast mij op het bed. De camera stond gericht op het bed. Ik voelde een branderig gevoel en veel pijn in mijn kontgat. Ik voelde veel pijn aan mijn polsen, alsof het was afgekneld. Ik zag een snee en op allebei mijn polsen en een rode afdruk rondom mijn pols. Al mijn kleren waren uit en mijn boxershort hing ter hoogte van mijn knieën. Mijn kleren lagen naast het bed op de grond. De tweede keer waren [verdachte] en ik een paar dagen op die camping, hij vroeg bijna iedere dag of ik wat wilde drinken. Er zat weer wat zoutigs in en het was veel sterker dan de vorige keer. Ik had 1 slokje genomen en toen merkte ik het gelijk en heb ik het glas gelijk neergezet. Ik werd misselijk en duizelig en voelde mij wegzakken. Toen was ik weg en dan word je daarna weer wakker met dezelfde pijn als de eerste keer. Pijn in mijn kontgat. Er lag naast mij weer touw. Mijn kleding was deze keer ook helemaal uit en deze keer was mijn boxershort ook helemaal uit. Ik voelde weer die tintelingen bij mijn polsen. Het deed zeer.De derde keer dat was 's avonds of 's nachts, toen werd ik wakker en lag ik naakt op bed met touw om mijn polsen heen. Ik had mijn handen op mijn rug en lag op mijn buik, met het touw nog om mijn polsen. [verdachte] stond naast mij in de slaapcabine en toen heb ik gezegd dat hij mij los moest maken. Toen heb ik mij aangekleed en ben ik weggegaan. Ik had veel pijn. Ik had niets meer aan, mijn kleding lag voor het luchtbed. Ik heb niets gemerkt van het feit dat ik touw om mijn polsen kreeg.
Nederland d.d. 15 oktober 2018, inhoudend als relatering van verbalisant [verbalisant 1] :Ik, verbalisant, [verbalisant 1] ( [nummer] ), brigadier van politie Eenheid Noord-Nederland, verklaar het volgende:Op donderdag 13 september 2018, omstreeks 09:00 uur, werd door mij, [verbalisant 1] , nader onderzoek verricht naar inbeslaggenomen gegevensdragers van de verdachte [verdachte] .
Chat tussen verdachte [verdachte] en ' [naam] '
Op 6-2-2017 praat [verdachte] over een 16-jarige [slachtoffer 2] (ook in de chat in 2016 werd deze naam soms genoemd). [verdachte] : 'Ik kijk geile foto's van die 16-jarige [slachtoffer 2] die ik gedrogeerd had en vastgebonden ook' [naam] : 'Wat is de stoutste foto die je van hem heb?''heb gemaakt*' [verdachte] : 'Met mijn pik tegen zijn gaatje als ik doorduwde zat ik in zijn kont en had ik hem.verkracht' [naam] : (6-2-2017 19:20:41): Heb je [slachtoffer 2] ook volgespote' [verdachte] : 'Ja ik ben ook in hem klaar gekomen .en eigenlijk als niemand wist waar die was had ik hem ook willen wurgen' [naam] : 'Wist iemand t?' [verdachte] : 'Ja zijn pleegouders jammer genoeg anders had ik het gedaan tijdens verkrachten de keel dicht knijpen totdat hij gestikt is' [naam] : 'Hmmm …'Vervolgens stuur [verdachte] een foto van een slapende [slachtoffer 2] .
[slachtoffer 2] wilde op een gegeven moment niet meer naar [verdachte] toe. Hij gaf daarvoor verschillende redenen maar ik geloofde [slachtoffer 2] niet. Ik vond dat het kleine dingen waren. Maar hij wou er beslist niet meer naar toe. Op een gegeven moment lag [slachtoffer 2] een keer bij ons op de bank in de tuin en toen begon hij te vertellen dat hij niet wist of hij het gedroomd had of niet, maar dat hij bij [verdachte] op de bank had gezeten en iets had gedronken en een raar gevoel in zijn lichaam had gekregen en een verlamd gevoel had over zijn lichaam en steeds wegzakte. Hij kwam later een beetje bij, hij wist niet hoeveel tijd er tussen zat. Hij vertelde ook dat er op de tafel bij [verdachte] ducktape lag, hij wist niet precies wat er allemaal was. En er stond een cameraatje. Hij had ook verteld dat hij bij [verdachte] in de koelkast een flesje GHB had zien staan. Dat vertelde hij op hetzelfde moment. Toen hij dat vertelde was hij best wel een beetje boos, maar ook wel vragend. Op een manier van dat hij het niet meer wist, dat hij er niet meer uitkwam. [slachtoffer 2] had opeens een uitgesproken hekel aan [verdachte] . Hij wilde niet meer naar hem toe, hij mocht niet meer bij ons thuiskomen, hij schold op hem, hij was een viezerik, hij was gemeen, hij profiteerde van iedereen en loog heel veel. [slachtoffer 2] was echt boos op hem, hij is nooit zo definitief met deuren dichtgooien, maar in dit geval niet. Hij wilde niets meer met hem te maken hebben en hem niet meer zien.
Van de ene op de andere dag wilde [slachtoffer 2] niets meer met [verdachte] te maken hebben en niemand wist waarom. Enige tijd later, ik weet niet meer wanneer dat was, kwam het verhaal bij [slachtoffer 2] vandaan dat hij door [verdachte] gedrogeerd zou zijn. [slachtoffer 2] zei dat het met GHB was. Hij is met misselijkheid wakker geworden nadat hij met [verdachte] gedronken had, hij kon zich er vrij weinig van herinneren maar dat hij zich vrij wazig had gevoeld. Hij was bang dat hij door [verdachte] was aangerand. Dit was gebeurd op de camping. Toen [slachtoffer 2] het mij vertelde was uit zijn doen, hij was geïrriteerd en emotioneel. Hij kon het niet plaatsen, het geen plek geven voor zijn gevoel.
Bewijsoverweging

De rechtbank acht de verklaringen van aangever [slachtoffer 2] betrouwbaar. Hij heeft bij de politie uitgebreid en gedetailleerd verklaard. Voor zover er verschillen zijn, ook ten opzichte van de verklaring van getuige [getuige 2], betreffen dit naar het oordeel van de rechtbank geen onderdelen die de essentie van de aangifte - te weten dat verdachte hem heeft verkracht - raken, zodat hiermee geen afbreuk wordt gedaan aan de betrouwbaarheid en geloofwaardigheid van de aangifte. De rechtbank betrekt bij dit oordeel de verklaringen van getuigen [getuige 2] en [getuige 3], nu beiden hebben verklaard dat [slachtoffer 2] ineens niets meer met verdachte te maken wilde hebben en zeer emotioneel was toen hij hen vertelde dat verdachte hem mogelijk had gedrogeerd en aangerand.
De verklaringen van [slachtoffer 2] vinden bovendien steun in andere bewijsmiddelen. Zo vertelt verdachte in een WhatsApp-gesprek met [naam] dat hij foto's heeft van een gedrogeerde en vastgebonden [slachtoffer 2] . Ook vertelt verdachte dat hij zijn penis in de anus van [slachtoffer 2] heeft geduwd en dat hij in hem is klaargekomen. De rechtbank is, anders dan de verdediging, van oordeel dat de WhatsApp-berichten niet slechts gezien moeten worden als 'stoere praat en fantasieën'. Verdachte heeft, zo blijkt uit het dossier, zijn fantasieën grotendeels daadwerkelijk ten uitvoer gebracht. Ook heeft verdachte, ter zitting gevraagd naar dat WhatsApp-gesprek met [naam] , bekend dat met ' [slachtoffer 2] ' aangever [slachtoffer 2] wordt bedoeld en dat hij seksueel contact met [slachtoffer 2] heeft gehad.

Tot slot wijst de rechtbank op de goeddeels vergelijkbare modus operandi. De slachtoffers zijn telkens jonge mannen waarmee verdachte een vertrouwensband opbouwt, waarna hij hen thuis of op de camping uitnodigt en probeert hen met GHB weerloos te maken om seksuele handelingen met hen te verrichten. Deze wijze van handelen heeft verdachte ook bij het onder 1 primair bewezen verklaarde feit gehanteerd.

De rechtbank acht daarmee op grond van bovengenoemde bewijsmiddelen - in onderlinge samenhang bezien - wettig en overtuigend bewezen dat verdachte met een feitelijkheid [slachtoffer 2] heeft gedwongen tot het ondergaan van het seksueel binnendringen van diens lichaam.

4. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van getuigenverhoor d.d. 31 augustus 2018, opgenomen op pagina 306 e.v. van voornoemd dossier van Politie Noord-Nederland d.d 15 oktober 2018, inhoudend als verklaring van [getuige 2] :
5. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van getuigenverhoor d.d. 14 februari 2019, met nummer PL0900-2018242688-3 van het dossier van Politie Noord-Nederland, inhoudend als verklaring van [getuige 3] :
Bewezenverklaring
De rechtbank acht het onder 1 primair, 2, 3 primair en 4 ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen, met dien verstande dat:
1. Primairhij in de periode van 17 augustus 2018 tot en met 18 augustus 2018 te [pleegplaats] , door een feitelijkheid [slachtoffer 1] heeft gedwongen tot het ondergaan van handelingen die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 1] , een en ander hierin bestaande dat verdachte- die [slachtoffer 1] bier te drinken heeft gegeven waarin verdachte onopgemerkt door die [slachtoffer 1] een hoeveelheid GHB had gedaan, en- toen die [slachtoffer 1] zich onwel voelde en op een bed was gaan liggen, die [slachtoffer 1] van de zij op de rug heeft gedraaid en- een van zijn vingers in de anus van die [slachtoffer 1] heeft geduwd/gebracht - en de billen en de anus van die [slachtoffer 1] heeft betast en- later die [slachtoffer 1] opnieuw van de zij op de rug heeft gedraaid en- de sluiting van de broek van die [slachtoffer 1] heeft geopend en- de penis van die [slachtoffer 1] heeft betast en- die [slachtoffer 1] enige tijd heeft afgetrokken, in ieder geval aan de penis van die [slachtoffer 1] heeft getrokken;
2. hij in de periode van 17 augustus 2018 tot en met 18 augustus 2018 te [pleegplaats] , [slachtoffer 1] heeft mishandeld, namelijk opzettelijk de gezondheid van die [slachtoffer 1] heeft benadeeld, door in een blikje bier waaruit die [slachtoffer 1] had gedronken, onopgemerkt door die [slachtoffer 1] een hoeveelheid GHB te doen, waarna die [slachtoffer 1] uit dat blikje is gaan drinken;
3. Primairhij op verschillende tijdstippen, in de periode van 1 januari 2014 tot en met 31 december 2016 in de gemeenten Lelystad en Meppel, telkens door een feitelijkheid [slachtoffer 2] heeft gedwongen tot het ondergaan van handelingen die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 2] , een en ander telkens hierin bestaande dat verdachte - die [slachtoffer 2] iets te drinken heeft gegeven waarin verdachte onopgemerkt door die [slachtoffer 2] een hoeveelheid GHB had gedaan, en- die [slachtoffer 2] aan diens polsen heeft vastgebonden en- die [slachtoffer 2] (gedeeltelijk) van de door hem gedragen kleding heeft ontdaan en- zijn penis en/of een of meer van zijn vingers in de anus van die [slachtoffer 2] heeft geduwd/gebracht en- de billen van die [slachtoffer 2] met zijn penis en/of zijn hand(en) heeft betast/aangeraakt;
4. hij op verschillende tijdstippen, in de periode van 1 januari 2014 tot en met 31 december 2016 in de gemeenten Lelystad en Meppel, telkens [slachtoffer 2] heeft mishandeld, namelijk opzettelijk de gezondheid van die [slachtoffer 2] heeft benadeeld, door in drinken waarvan die [slachtoffer 2] had gedronken, onopgemerkt door die [slachtoffer 2] een hoeveelheid GHB te doen, waarna die [slachtoffer 2] (opnieuw) van dat drinken is gaan drinken.
Verdachte zal van het meer of anders ten laste gelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde
Het bewezen verklaarde levert op:
1. Primair: verkrachting;2. Mishandeling;3. Primair: verkrachting, meermalen gepleegd;4. Mishandeling.
Deze feiten zijn strafbaar nu geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid uitsluiten.

Strafbaarheid van verdachte
De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken.
overwegingen

Strafmotivering
Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake van het onder 1 primair, 2, 3 primair, 4 en 5 ten laste gelegde wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van 5 jaren met aftrek van voorarrest. De officier van justitie heeft tevens gevorderd dat aan verdachte de maatregel van terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege (hierna: TBS dwangverpleging) zal worden opgelegd. De officier van justitie heeft daarbij gelet op de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder zij zijn begaan en de persoonlijke omstandigheden van verdachte, waaronder zijn justitiële documentatie. De inbeslaggenomen Acer-computer, Samsung-telefoon en het bier dienen aan het verkeer te worden onttrokken; de rest van de goederen kan worden teruggegeven aan verdachte en aangever [slachtoffer 1] .
Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft gepleit voor een gevangenisstraf gelijk aan de duur van het voorarrest dat verdachte al heeft ondergaan. De raadsman heeft tevens gepleit voor het opleggen van de maatregel van terbeschikkingstelling met voorwaarden (hierna: TBS met voorwaarden). Uit de Pro Justitia rapporten komt naar voren dat verdachte zwakbegaafd is, verschillende stoornissen heeft en in de kern zwaar beschadigd is. Anders dan de officier van justitie leest de raadsman niet in de rapporten dat TBS met dwangverpleging de voorkeur heeft. Beide deskundigen komen immers tot de conclusie dat verdachte sterk verminderd toerekeningsvatbaar is en adviseren TBS met voorwaarden. De reclassering adviseert dat ook, en heeft 19 voorwaarden geformuleerd waaraan verdachte zich dient te houden. Ook adviseert de reclassering een gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel voor het vervolgtraject. Verdachte ziet zelf in dat hij hulp nodig heeft en heeft aangegeven zich aan de voorwaarden te willen houden. Voor wat betreft de inbeslaggenomen goederen refereert de verdediging zich aan het oordeel van de rechtbank.
Oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek ter zitting en de rapportages van de psychiater, psycholoog en reclassering, het uittreksel uit de justitiële documentatie, alsmede de vordering van de officier van justitie en het pleidooi van de verdediging.
De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan twee ernstige zedendelicten en mishandelingen. De rechtbank rekent verdachte met name de zedendelicten zwaar aan. Verdachte heeft via social media contact gelegd met de slachtoffers en heeft hen uitgenodigd om bij hem thuis en/of op de camping langs te komen. Verdachte heeft vervolgens, zonder medeweten van de slachtoffers, GHB in hun drankjes gedaan. Zodra de slachtoffers merkten dat zij wegvielen, heeft verdachte hen in deze toestand verkracht en ontuchtige handelingen met hen gepleegd. Verdachte heeft hiermee op grove wijze inbreuk gemaakt op hun lichamelijke integriteit en persoonlijke levenssfeer, dit alles ter bevrediging van zijn eigen lustgevoelens. Uit de slachtofferverklaring van [slachtoffer 1] en hetgeen zijn raadsvrouw ter zitting naar voren heeft gebracht, blijkt dat [slachtoffer 1] lijdt onder de psychische gevolgen van dit misdrijf. Verdachte heeft [slachtoffer 1] ’s gevoel van veiligheid afgenomen. Bij een van de verkrachtingen geldt bovendien als strafverzwarende omstandigheid dat het slachtoffer minderjarig was en zich in een kwetsbare positie bevond.

De rechtbank heeft tevens in aanmerking genomen dat verdachte blijkens zijn strafblad meer dan vijf jaar geleden ook al werd veroordeeld voor een zedendelict, namelijk voor het bezit van kinderporno in 2003 en 2011.

Bij het bepalen van de hoogte van de straf neemt de rechtbank als uitgangspunt de landelijke oriëntatiepunten die zien op verkrachting. Als oriëntatiepunt geldt een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden. De rechtbank acht strafverzwarend dat een van de slachtoffers minderjarig was, dat de slachtoffers telkens gedrogeerd zijn en dat door de aard van de gedraging sprake is geweest van een forse inbreuk op de integriteit van de slachtoffers.

De rechtbank legt de verdachte - alles afwegend - een gevangenisstraf op voor de duur van drie jaren. Dit is lager dan de officier van justitie heeft gevorderd omdat de rechtbank het onder 5 ten laste gelegde feit niet bewezen acht en de rechtbank rekening houdt met het feit dat verdachte (sterk) verminderd toerekeningsvatbaar was. De tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht, wordt op de gevangenisstraf in mindering gebracht.

overwegingen

Motivering van de maatregel
De rechtbank beschikt over een psychiatrisch rapport d.d. 19 maart 2019, opgemaakt door J.H. van Marle, psychiater, en een psychologisch rapport d.d. 19 december 2018, opgemaakt door M. van Heteren, psycholoog.
Beide deskundigen komen tot de conclusie dat verdachte lijdt aan parafilie en een persoonlijkheidsstoornis met vermijdende trekken. Door een hersenbeschadiging tijdens de geboorte veroorzaakt, functioneert verdachte thans op zwakbegaafd niveau. Hiervan was ook sprake ten tijde van het plegen van de feiten. De combinatie van een verstandelijke beperking, het gebruik van fysiek geweld tijdens de opvoeding en hechtingsproblematiek hebben ertoe geleid dat verdachte zich tot een matig geïntegreerde persoonlijkheid heeft ontwikkeld die onvoldoende controle had over zijn sadistische en pedofiele wensen en lusten. De verstandelijke beperkingen droegen bij aan het onvoldoende kunnen vasthouden aan sociale normen en het controleren van eigen gedrag. Beide deskundigen hebben geadviseerd om verdachte in (sterk) verminderde mate toerekeningsvatbaar te achten.

De rechtbank kan zich met deze conclusies verenigen en concludeert dat de bewezen verklaarde feiten aan verdachte in (sterk) verminderde mate kunnen worden toegerekend.

Beide deskundigen schatten de kans op herhaling van een zedendelict in als hoog. Als risicofactoren komen naar voren de justitiële voorgeschiedenis van verdachte, het ontbreken van een stabiele relatie en een goed sociaal netwerk, het seksueel gepreoccupeerde gedrag, de ontoereikende oplossingsvaardigheden en de impulsiviteit. Verdachte is gemotiveerd om meer controle te krijgen over zijn eigen gedrag en lijkt, gelet op eerdere behandelingen, zich ook goed aan afspraken en voorwaarden te hebben gehouden. De verstandelijke beperking van verdachte maakt echter dat hij waarschijnlijk beperkt leerbaar is en er langdurige controle en begeleiding nodig is. Beide deskundigen hebben geadviseerd tot oplegging van TBS met voorwaarden.

De psycholoog overweegt hieromtrent in haar rapport dat verdachte een langdurig klinisch categoraal behandeltraject voor zedendelinquenten binnen een forensisch kader zal moeten doorlopen. Zij heeft de voorkeur voor een LVB-instelling als Hoeve Boschoord. Vanwege het hoge recidiverisico en de opvattingen van zowel de reclassering als psycholoog zelf, kiest de psycholoog voor TBS met voorwaarden. Op deze manier wordt de continuïteit van de behandeling gewaarborgd, temeer nu verdachte na beide eerdere forensische behandelingen steeds na 1 à 2 jaar recidiveerde. Een TBS met dwangverpleging zou volgens de psycholoog een overkill aan onnuttige interventies betekenen.

De psychiater overweegt in zijn rapport dat langdurige behandeling en begeleiding nodig is om recidive te voorkomen. Dit zal zich gedurende vele jaren (1-3 jaar) moeten afspelen in een instelling. Na de klinische behandeling zal gezocht moeten worden naar een vorm van begeleid en beschermd wonen (5-10 jaar). Hierop zal ook langdurig (reclasserings)toezicht nodig zijn. De psychiater adviseert TBS met voorwaarden en een gedragsbeïnvloedende maatregel. Vanwege de ernst van het feit en de zorg dat verdachte zich misschien verder ontwikkelt in zijn seksueel agressief gedrag en daadwerkelijk zal komen tot het doden van anderen, heeft de psychiater ook TBS met dwangverpleging overwogen. Omdat het waarschijnlijk slechts bij fantasieën blijft en verdachte voor veel zaken te bang is om ze daadwerkelijk uit te voeren, acht de psychiater TBS met voorwaarden voldoende.

Ook de reclassering schat de kans op herhaling in als hoog. Er is sprake van een zorgwekkende combinatie van complexe problematiek die verankerd lijkt te zijn in de persoonlijkheid van verdachte. De reclassering deelt dan ook de aanbeveling van de psycholoog en psychiater dat een langdurige klinische behandeling moet volgen. De reclassering vraagt zich echter sterk af of verdachte, gegeven zijn grote mate van onmacht, in staat zal zijn om zich aan voorwaarden te kunnen houden en of TBS met voorwaarden in deze fase wel het geijkte middel is.

Met de deskundigen is de rechtbank van oordeel dat de maatregel TBS aangewezen is. Anders dan de psycholoog, de psychiater en de raadsman, is de rechtbank echter met de officier van justitie van oordeel dat TBS met dwangverpleging opgelegd moet worden. De rechtbank komt hiertoe omdat zeer ernstige strafbare feiten zijn gepleegd, waarbij verdachte al gedurende een periode van een aantal jaren lijkt te zijn gepreoccupeerd door (af)gedwongen seks met jonge jongens. Verdachte heeft daarbij fantasieën over 'out' gaan van de slachtoffers door toediening van GHB en vervolgens verkrachting, fantasieën die verdachte gelet op de bewezenverklaring grotendeels ook al eens ten uitvoer heeft gelegd. Daar komt bij dat in die fantasieën meermalen terugkeert dat verdachte zijn slachtoffers tijdens de verkrachtingen wil doden. De rechtbank tekent hierbij aan dat verdachte door het toedienen van GHB een zeer aanzienlijk risico in het leven heeft geroepen dat hij de gezondheid van de slachtoffers ernstig zal benadelen; het is niet uitgesloten dat uit overdosering zeer ernstige gevolgen voortvloeien. Nu eerdere behandelingen en toezicht in 2000 en 2011 vanwege het bezit van kinderporno weinig tot geen effect lijken te hebben gehad, nu verdachte weinig copingvaardigheden heeft door zijn verdere problematiek en nu voorts de recidivekans door zowel de deskundigen als de reclassering als zeer hoog wordt ingeschat, is de rechtbank van oordeel dat ter bescherming van de maatschappij oplegging van TBS met dwangverpleging noodzakelijk is.

De rechtbank stelt vast dat is voldaan aan de wettelijke voorwaarden van de artikelen 37a en 37b, telkens onder het eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht. Blijkens de hiervoor genoemde psychiatrische en psychologische rapportage bestond bij verdachte tijdens het begaan van de feiten een gebrekkige ontwikkeling en/of ziekelijke stoornis van zijn geestvermogens. Verder eist de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen de oplegging van de maatregel.

De onder 1 primair en 3 primair bewezen verklaarde feiten zijn misdrijven waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van vier jaren of meer is gesteld. Het gaat bovendien om misdrijven die gericht zijn tegen of gevaar veroorzaken voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen, zodat de duur van de TBS niet op voorhand gemaximeerd is.

Inbeslaggenomen goederen
De rechtbank acht de aan verdachte toebehorende en in beslag genomen Acer-computer, Samsung telefoon, al dan niet met GHB vermengde bier en een injectiespuit vatbaar voor onttrekking aan het verkeer nu deze bij gelegenheid van het onderzoek naar door hem begane feiten zijn aangetroffen en kunnen dienen tot het begaan van soortgelijke feiten, terwijl het ongecontroleerde bezit daarvan door verdachte in strijd is met de wet of het algemeen belang.
De rechtbank is van oordeel dat de overige inbeslaggenomen goederen, te weten een HTC-telefoon, een Huawei-telefoon, een Elektronics XI tablet, een Kodak-fototoestel, een notitieboekje en een dop van een pen, terug aan verdachte moeten worden gegeven, nu het belang van strafvordering zich daartegen niet verzet.

Het inbeslaggenomen ondergoed van aangever [slachtoffer 1] dient aan hem geretourneerd te worden.

Benadeelde partij
De volgende personen hebben zich als benadeelde partij in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding:1. [slachtoffer 1] , tot een bedrag van € 880,32 ter zake van materiële schade en € 7.500,- ter vergoeding van immateriële schade, vermeerderd met wettelijke rente, en een bedrag van € 172,12 ter zake van proceskosten; 2. [slachtoffer 2] , tot een bedrag van € 13,64 ter vergoeding van materiële schade en € 7.500,- ter vergoeding van immateriële schade, vermeerderd met wettelijke rente, en een bedrag van € 149,50 ter zake van proceskosten.
Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot toewijzing van de vorderingen tot schadevergoeding van benadeelde partijen [slachtoffer 1] tot een totaalbedrag van € 8.380,32 en [slachtoffer 2] tot een totaalbedrag van € 7.513,64, beiden vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. De officier van justitie heeft eveneens geconcludeerd tot toewijzing van de proceskosten.
Standpunt van de verdediging

De verdediging heeft het materiële deel van de vordering van [slachtoffer 1] in zijn geheel betwist vanwege onvoldoende onderbouwing en vanwege het ontbreken van causaal verband tussen de geleden schade en de feiten voor wat betreft telefoonkosten, reiskosten en extra uitgaven aan roken.
De verdediging heeft verzocht het immateriële deel te matigen tot € 1.000,-. De verdediging acht de gevorderde immateriële schade aan de hoge kant, gelet op vergelijkbare zaken. De rest van de vordering dient te worden afgewezen.

Ten aanzien van de vordering van [slachtoffer 2] heeft de verdediging zich op het standpunt gesteld dat deze vordering niet-ontvankelijk moet worden verklaard omdat de daaraan ten grondslag liggende feiten niet bewezen kunnen worden.

Oordeel van de rechtbank

Ten aanzien van de vordering van [slachtoffer 1]

De rechtbank is van oordeel dat de gestelde schade van de benadeelde partij [slachtoffer 1] , met uitzondering van de post 'extra uitgaven aan roken', voldoende aannemelijk is geworden en in zodanig verband staat met het door verdachte gepleegde strafbare feit, dat deze aan verdachte kunnen worden toegerekend. [slachtoffer 1] heeft voldoende onderbouwd dat hij als gevolg van het handelen van verdachte genoodzaakt was om telefoonkosten en reiskosten te maken.
De rechtbank is van oordeel dat ook de immateriële schade voldoende aannemelijk is geworden en in zodanig verband staat met het strafbare feit, dat deze schade aan verdachte kan worden toegerekend. De rechtbank heeft daarbij rekening gehouden met de door de benadeelde partij gestelde omstandigheden en de vergoedingen die in soortgelijke zaken worden toegekend.

De rechtbank zal de benadeelde partij in het overige gedeelte van de vordering niet ontvankelijk verklaren.

Ten aanzien van de vordering van [slachtoffer 2]

De rechtbank is van oordeel dat de gestelde schade van de benadeelde partij [slachtoffer 2] voldoende aannemelijk is geworden en in zodanig verband staat met de door verdachte gepleegde strafbare feiten, dat deze aan verdachte kan worden toegerekend. De vordering, waarvan de hoogte niet door verdachte is betwist, zal daarom worden toegewezen. De rechtbank merkt op dat het door [slachtoffer 2] gevorderde totaalbedrag van € 7.5013,64 als een kennelijke rekenfout/schrijffout gezien moet worden. De rechtbank gaat uit van een bedrag van € 7.513,64.
Nu de aansprakelijkheid van verdachte vaststaat tot de hiervoor genoemde bedragen, zal de rechtbank ten behoeve van de benadeelde partijen de schadevergoedingsmaatregel opleggen om te bevorderen dat verdachte de schade zal vergoeden.

De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten die de benadeelde partijen [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] tot aan deze uitspraak in verband met de vordering hebben gemaakt, tot op heden begroot op € 172,12 respectievelijk € 149,50, en in de kosten die de benadeelde partijen ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moeten maken.

Toepassing van wetsartikelen
De rechtbank heeft gelet op de artikelen 36f, 37a, 37b, 57, 242, 300 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezen verklaarde.
Uitspraak

De rechtbank

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte onder 5 is ten laste gelegd en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 1 primair, 2, 3 primair en 4 ten laste gelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar zoals voormeld en verdachte daarvoor strafbaar.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan het bewezen verklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij.

Veroordeelt verdachte tot:

een gevangenisstraf voor de duur van 3 jaren.


Beveelt dat de tijd die de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf, geheel in mindering zal worden gebracht.

Gelast dat verdachte ter beschikking zal worden gesteld en beveelt dat hij van overheidswege zal worden verpleegd

Verklaart onttrokken aan het verkeer

Gelast de teruggave

Gelast de teruggave

Ten aanzien van feit 1 primair en 2:

Wijst de vordering van de benadeelde partij toe tot na te melden bedrag en veroordeelt verdachte mitsdien tot betaling aan deze benadeelde partij van een bedrag van
€ 8.105,12

Veroordeelt verdachte in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden vastgesteld op € 172,12, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging alsnog te maken.

Bepaalt dat de vordering van de benadeelde partij voor het overige niet ontvankelijk is en dat dit deel van de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht.

Legt aan verdachte de verplichting op aan de staat, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 1] te betalen een bedrag van € 8.105,12 (zegge: achtduizend honderdvijf euro en twaalf cent) vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 18 augustus 2018, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 75 dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft. Dit bedrag bestaat uit € 605,12 materiële schade en € 7.500,- immateriële schade

Bepaalt daarbij dat, indien verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 1] daarom de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij dit bedrag te betalen komt te vervallen en omgekeerd, dat indien verdachte aan de benadeelde partij het opgelegde bedrag heeft betaald, daarmee de verplichting tot betaling aan de staat van dit bedrag komt te vervallen.

Ten aanzien van feit 3 primair en 4:

Wijst de vordering van de benadeelde partij toe tot na te melden bedrag en veroordeelt verdachte mitsdien tot betaling aan deze benadeelde partij van een bedrag van
€ 7.513,64

Veroordeelt verdachte in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden vastgesteld op € 149,50, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging alsnog te maken.

Legt aan de verdachte de verplichting op aan de staat, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 2] te betalen een bedrag van € 7.513,64 (zegge: zevenduizend vijfhonderddertien euro en vierenzestig cent) vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 31 december 2016, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 72 dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende