Uitspraak ECLI:NL:RBNNE:2019:1565

Deze uitspraak heeft betrekking op het rechtsgebied Strafrecht en is gepubliceerd door de Raad voor de Rechtspraak op 16-04-2019. De uitspraak is gedaan door Rechtbank Noord-Nederland op 16-04-2019, deze uitspraak is bekend onder de European Case Law Identifier (ECLI) ECLI:NL:RBNNE:2019:1565, het zaaknummer waarop deze uitspraak betrekking heeft is 18/930088-18


Bron: Rechtspraak

ECLI:NL:RBNNE:2019:1565:DOC
nl

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Afdeling strafrecht
Locatie Assen

parketnummer 18/930088-18ter berechting gevoegd parketnummer 18/840058-18ter terechtzitting gevoegde parketnummers 18/930170-18, 18/830244-18, 18/930006-19 en 18/730039-19
Vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 16 april 2019 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte

[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum] 2000 te [geboorteplaats] ,niet als ingezetene ingeschreven in de basisregistratie personen en zonderbekende feitelijke woon- of verblijfplaats,thans gedetineerd te P.I. HvB Ter Apel.
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 02 april 2019.Verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. W.G. ten Have, advocaat te Winschoten. Het openbaar ministerie is ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. T. Klooster.
Tenlastelegging
Aan verdachte is ten laste gelegd
- het meermalen, althans eenmaal, knuffelen/omhelzen van die [slachtoffer 3] en/of- het meermalen, althans eenmaal, zoenen/kussen op de schouder, althans het (boven)lichaam, van die [slachtoffer 3] en/of- het meermalen, althans eenmaal, met zijn, verdachtes, hand betasten van en/of wrijven over de billen en/of borsten en/of vagina van die [slachtoffer 3] ;
- het meermalen, althans eenmaal, knuffelen/omhelzen van die [slachtoffer 3] en/of- het meermalen, althans eenmaal, zoenen/kussen op de schouder, althans het (boven)lichaam, van die [slachtoffer 3] en/of- het meermalen, althans eenmaal, met zijn, verdachtes, hand betasten van en/of wrijven over de billen en/of borsten en/of vagina van die [slachtoffer 3] ;
- het meermalen, althans eenmaal, knuffelen/omhelzen van die [slachtoffer 4] en/of- het meermalen, althans eenmaal, zoenen/kussen in de nek, althans op het (boven)lichaam, en/of op de kleding van die [slachtoffer 4] ;
- het meermalen, althans eenmaal, knuffelen/omhelzen van die [slachtoffer 4] en/of- het meermalen, althans eenmaal, zoenen/kussen in de nek, althans op het (boven)lichaam, en/of op de kleding van die [slachtoffer 4] ;
- in een bijna lege treincoupé/stiltecoupé naast die [slachtoffer 5] is gaan zitten en/of- ( in het Engels) tegen die [slachtoffer 5] is gaan praten en/of- aan die [slachtoffer 5] heeft gevraagd of zij zijn (koude) hand(en) wilde vasthouden en/of- onverwachts een hand op het kruis, althans in de schaamstreek, van die [slachtoffer 5] heeft gelegd en/of- nadat die [slachtoffer 5] zijn hand had weggeslagen/weggeduwd, onverwachts een van zijn handen naar een bovenbeen van die [slachtoffer 5] heeft bewogen;
- in een bijna lege treincoupé/stiltecoupé naast die [slachtoffer 5] is gaan zitten en/of- ( in het Engels) tegen die [slachtoffer 5] is gaan praten en/of- aan die [slachtoffer 5] heeft gevraagd of zij zijn (koude) hand(en) wilde vasthouden en/of- onverwachts heeft geprobeerd die [slachtoffer 5] in haar kruis/schaamstreek te grijpen, althans haar kruis/schaamstreek te betasten, en/of- nadat die [slachtoffer 5] zijn hand had weggeslagen/weggeduwd, onverwachts een van zijn handen naar een bovenbeen van die [slachtoffer 5] heeft bewogen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
- in een bijna lege treincoupé/stiltecoupé naast die [slachtoffer 6] is gaan zitten en/of- tegen die [slachtoffer 6] heeft gezegd dat zij mooi was, dat ze er mooi uitzag, dat ze mooie lippen had, althans woorden van gelijke aard en/of strekking, en/of- tegen die [slachtoffer 6] heeft gezegd dat het in zijn cultuur heel normaal was om elkaar aan te raken, lippen aan te raken en/of- de door die [slachtoffer 6] gedragen mondbeugel heeft aangeraakt en/of- meermalen de onderlip van die [slachtoffer 6] heeft aangeraakt en/of- meermalen de (binnenkant van een) knie van die [slachtoffer 6] heeft aangeraakt en/of- meermalen de hand van die [slachtoffer 6] heeft geschud- heeft geprobeerd zijn arm om die [slachtoffer 6] heen te slaan en/of- die [slachtoffer 6] , die al een vriend had, heeft gevraagd of hij haar vriend mocht zijn;
- in de trein naast die [slachtoffer 7] gaan zitten en/of- onverhoeds strelen van de heup en/of billen van die [slachtoffer 7] en/of- leggen van zijn hand op de knie van die [slachtoffer 7] en/of knijpen in de knie van die [slachtoffer 7] en/of- brengen/bewegen van zijn hand en/of vingers naar of in de richting van de vagina van die [slachtoffer 7] ;
- zoenen op de wang en/of in de hals/nek en/of- aanraken en/of betasten van de billen van die [slachtoffer 8] en/of- ' rijden' met zijn, verdachtes, onderlichaam tegen het lichaam van die [slachtoffer 8] , - aanspreken van die [slachtoffer 8] en/of- volgen van die [slachtoffer 8] en/of- meermalen overhoeds omhelzen en/of vastpakken van die [slachtoffer 8] en/of- ruiken aan het haar van die [slachtoffer 8] en/of- vragen aan die [slachtoffer 8] of hij, verdachte, met haar mee mocht en/of- proberen die [slachtoffer 8] op de mond te zoenen;
- in de trein tegen, althans naast, die [slachtoffer 9] (aan) gaan zitten en/of- met zijn hand betasten van de billen van die [slachtoffer 9] en/of- meermalen kussen van de hand van die [slachtoffer 9] en/of- meermalen aaien en/of strelen van het bovenbeen van die [slachtoffer 9] en/of- meermalen onverhoeds vastpakken en/of omhelzen van die [slachtoffer 9] en/of (ondanks het feit dat die [slachtoffer 9] verdachte meermalen van zich af heeftgeduwd en/of tegen hem heeft gezegd "niet doen")- volgen van die [slachtoffer 9] ;
- in de trein naast die [slachtoffer 10] gaan zitten en/of- met zijn hand betasten van het bovenbeen van die [slachtoffer 10] en/of- onverhoeds met zijn hand bewegen richting de vagina van die [slachtoffer 10] ;
in de zaak met parketnummer 18/930088-18 dat:

1.hij op of omstreeks 06 juli 2018 in het arrondissement Noord-Nederland, door geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid [slachtoffer 1] heeft gedwongen tot het dulden van een of meer ontuchtige handelingen, een en ander hierin bestaande, dat verdachte - in een nagenoeg lege treincoupé naast die [slachtoffer 1] is gaan zitten en/of - zich (meermalen) aan die [slachtoffer 1] heeft voorgesteld en/of (daarbij) die [slachtoffer 1] en hand heeft gegeven en/of - onverwachts een bloot bovenbeen van die [slachtoffer 1] heeft betast en/of - (daarbij) in zijn eigen kruis heeft gegrepen en/of over zijn penis/kruis heeft gewreven en/of daarin heeft geknepen en/of - toen die [slachtoffer 1] bij verdachte wegliep, onverwachts een bil van die [slachtoffer 1] heeft betast;
2.hij op of omstreeks 30 juni 2018 te Groningen, door geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid [slachtoffer 2] heeft gedwongen tot het dulden van een of meer ontuchtige handelingen, een en ander hierin bestaande dat verdachte nadat hij die [slachtoffer 2] had aangesproken, die [slachtoffer 2] onverwachts in/bij haar billen heeft geknepen/gegrepen, althans haar billen heeft betast;
in de zaak met parketnummer 18/930170-18 dat:

1.hij op of omstreeks 30 mei 2018 te Echt, in de gemeente Echt-Susteren, althans in Nederland, door geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid, te weten het onverhoeds (stevig) vasthouden/vastpakken van het (boven)lichaam en/of het (dicht) op/tegen het lichaam te staan van [slachtoffer 3] , die [slachtoffer 3] heeft gedwongen tot het plegen en/of dulden van een of meer ontuchtige handelingen, te weten:
althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat

hij op of omstreeks 30 mei 2018 te Echt, in de gemeente Echt-Susteren, althans in Nederland, met [slachtoffer 3] , geboren op [geboortedatum] 2002, die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handelingen heeft gepleegd, te weten:

2.hij op of omstreeks 31 mei 2018 te Echt, in de gemeente Echt-Susteren, althans in Nederland, door geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid, te weten het (achter)volgen en/of voorover buigen en/of onverhoeds (stevig) vastpakken/vasthouden van [slachtoffer 4] bij het (boven)lichaam, die [slachtoffer 4] heeft gedwongen tot het plegen en/of dulden van een of meer ontuchtige handelingen, te weten:
althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat

hij op of omstreeks 31 mei 2018 te Echt, in de gemeente Echt-Susteren, althans in Nederland, met [slachtoffer 4] , geboren op [geboortedatum] 2005, die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handelingen heeft gepleegd, te weten:

in de zaak met parketnummer 18/830244-18 dat:

1.hij op of omstreeks 18 oktober 2018 in de gemeente Groningen, althans in het arrondissement Noord-Nederland, door geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid [slachtoffer 5] heeft gedwongen tot het dulden van een of meer ontuchtige handelingen, een en ander hierin bestaande, dat verdachte
althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat

hij op of omstreeks 18 oktober 2018 in de gemeente Groningen, althans in hetarrondissement Noord-Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om door geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid [slachtoffer 5] te dwingen tot het plegen en/of dulden van een of meerontuchtige handelingen,
2.hij op of omstreeks 22 juni 2018 in het arrondissement Noord-Nederland, door geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid [slachtoffer 6] heeft gedwongen tot het dulden van een of meer ontuchtige handelingen, een en ander hierin bestaande, dat verdachte
in de zaak met parketnummer 18/730039-19 dat:

1.hij op of omstreeks 03 december 2018 te Tilburg en/of Breda, althans in een trein rijdende van Eindhoven naar Breda, in elk geval in Nederland, door geweld en/of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of door bedreiging met geweld en/of door bedreiging met (een) andere feitelijkhe(i)d(en) iemand, te weten [slachtoffer 7] , heeft gedwongen tot het plegen en/of dulden van een of meer ontuchtige handeling(en), namelijk het betasten van de heup en/of billen van die [slachtoffer 7] , het geweld en/of een andere feitelijkhe(i)d(en) en/of de bedreiging met geweld en/of de bedreiging met andere feitelijkhe(i)d(en) heeft/hebben bestaan uit het
2.hij op of omstreeks 03 december 2018 te Rotterdam door geweld en/of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of door bedreiging met geweld en/of door bedreiging met (een) andere feitelijkhe(i)d(en) iemand, te weten [slachtoffer 8] , heeft gedwongen tot het plegen en/of dulden van een of meer ontuchtige handeling(en), namelijk het
het geweld en/of een andere feitelijkhe(i)d(en) en/of de bedreiging met gewelden/of de bedreiging met andere feitelijkhe(i)d(en) heeft/hebben bestaan uit het
3.hij op of omstreeks 03 december 2018 te Breda en/of Rotterdam, althans in de trein rijdende van Tilburg naar Rotterdam, in elk geval in Nederland, door geweld en/of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of door bedreiging met geweld en/of door bedreiging met (een) andere feitelijkhe(i)d(en) meerdere personen, waaronder [slachtoffer 9] , heeft gedwongen tot het plegen en/of dulden van een of meer ontuchtige handeling(en), namelijk het meermalenomhelzen en/of vasthouden en/of kussen van de hand en/of voelen aan de billen van die [slachtoffer 9] , het geweld en/of een andere feitelijkhe(i)d(en) en/of de bedreiging met geweld en/of de bedreiging met andere feitelijkhe(i)d(en) heeft/hebben bestaan uit het
4.hij op of omstreeks 18 december 2018 en/of [geboortedatum] 2018 te Gouda en/of Rotterdam, althans in een trein rijdende van Utrecht naar Rotterdam, in elk geval in Nederland, door geweld en/of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of door bedreiging met geweld en/of door bedreiging met (een) andere feitelijkhe(i)d(en) iemand, te weten [slachtoffer 10] , heeft gedwongen tot het plegen en/of dulden van een of meer ontuchtige handeling(en), namelijk het betasten van de/het bovenbe(e)n(en), het geweld en/of een andere feitelijkhe(i)d(en) en/of de bedreiging met geweld en/of de bedreiging met andere feitelijkhe(i)d(en) heeft/hebben bestaan uit het
in de zaak met parketnummer 18/930006-19 dat:

hij op of omstreeks 27 december 2018 in de trein op het traject van Utrecht naar s-Gravenhage, in elk geval in Nederland, door geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid, te weten door dicht naast [slachtoffer 11] te gaan zitten in een coupe in een trein, terwijl die [slachtoffer 11] tussen verdachte en het raam zat en niet, althans moeilijk weg van/bij hem, verdachte kon komen en/of vervolgens onverhoeds zijn hand op haar, [slachtoffer 11] , been te leggen en/of met zijn vingers over haar been en/of kont te strelen in de richting van haar vagina en/of met zijn hele lichaamtegen haar aan te leunen en/of zijn hoofd op haar linkerschouder te leggen [slachtoffer 11] heeft gedwongen tot het plegen en/of dulden van een of meer ontuchtige handelingen, te weten het leggen van zijn, verdachtes hand op haar been en/of het strelen van haar been en/of kont (in de richting van haar vagina) en/of met zijn hele lichaamtegen haar aan te leunen en/of zijn hoofd op haar linkerschouder te leggen.
Beoordeling van het bewijs


1. De door verdachte ter zitting van 02 april 2019 afgelegde verklaring, voor zover inhoudend:
2. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 6 juni 2018, opgenomen op pagina 73 e.v. van het dossier van Politie Limburg met nummer 2018081265 d.d. 23 augustus 2018, inhoudend als verklaring van [slachtoffer 3] , geboren op [geboortedatum] 2002:
3. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen in beslag name kleding slachtoffer en uitslag NFI d.d. 17 augustus 2018, opgenomen op pagina 88 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van verbalisant(en):
4. Een schriftelijk bescheid, te weten een deskundigenrapport afkomstig van het Nederlands Forensisch Instituut van het Ministerie van Veiligheid en Justitie, zaaknummer 2018.06.26.199, d.d. 15 augustus 2018 waarnaar in het onder 3 vermeld proces-verbaal wordt verwezen. In dit rapport wordt vermeld dat bemonstering AAKW5340NL#05 DNA bevat van vier personen, terwijlcirca 130 miljoen keer waarschijnlijker is dat hypothese 1 – de bemonstering bevat DNA van verdachte, [slachtoffer 3] en twee willekeurige bekende personen- waar is, dan dat hypothese 2 –de bemonstering bevat DNA van [slachtoffer 3] en drie willekeurige andere personen- waar is.
5. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 1 juni 2018, opgenomen op pagina 100 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als verklaring van [slachtoffer 4] :
6. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal camerabeelden [winkel] d.d. 22 juni 2018, opgenomen op pagina 110 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van verbalisant(en):
7. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal sporenonderzoek d.d. 5 juni 2018, opgenomen op pagina 124 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van verbalisant(en):
1. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte van 7 juli 2018, opgenomen op pagina 29 e.v. van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer 2018173440 van 31 juli 2018, inhoudend als verklaring van [slachtoffer 1] , geboren op [geboortedatum] 2000):
2. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor getuigen van 7 juli 2018, opgenomen op pagina 46 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als verklaring van [getuige 1] :
3. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen van 7 juli 2018, opgenomen op pagina 55 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van verbalisant(en):
4. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen van 26 juli 2018, opgenomen op pagina 62 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van verbalisant(en):
1. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte van 24 juli 2018, opgenomen op pagina 29 e.v. van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer 201827247 van 15 januari 2019, inhoudend als verklaring van [slachtoffer 6] , geboren op [geboortedatum] 1998):
2. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen van 31 oktober 2018, opgenomen op pagina 77 van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van verbalisant(en):
3. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte van 24 juli 2018, opgenomen op pagina 38 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend de verklaring die [slachtoffer 5] (geboren op [geboortedatum] 1997) heeft afgelegd op 18 oktober 2018:
4. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen van 23 oktober 2018, opgenomen op pagina 53 van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van verbalisant(en):
5. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen van 22 oktober 2018, opgenomen op pagina 43 van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van verbalisant(en):
6. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aanhouding van 18 oktober 2018, opgenomen op pagina 13 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van verbalisant(en):
1. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte van 4 december 2018, opgenomen in het dossier van Rotterdam met nummer 2018361278 (documentcode 1812041417.A) van 17 januari 2019, inhoudend als verklaring van [slachtoffer 7] :
2. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen van 2 januari 2019, opgenomen in voornoemd dossier (documentcode 1901021624.AMB), inhoudend als relaas van verbalisant(en):
3. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte van 3 december 2018, opgenomen in voornoemd dossier (documentcode 1812050908.A), inhoudend als verklaring van [slachtoffer 9] :
4. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van 18 december 2018, opgenomen in voornoemd dossier (documentcode 1812151617.AMB), inhoudend als relaas van verbalisant(en):
5. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte van 3 december 2018, opgenomen in voornoemd dossier (documentnummer 1812031340.AANG), inhoudend als verklaring van [slachtoffer 8] , geboren op [geboortedatum] 2000:
6. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal camerabeelden van 4 december 2018, opgenomen in voornoemd dossier (documentcode 1812041408.AMB), inhoudend als relaas van verbalisant(en):
7. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen van 3 december 2018, opgenomen in voornoemd dossier (1812031630.AMB), inhoudend als relaas van verbalisant(en):
8. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen kleding van 5 december 2018, opgenomen in voornoemd dossier (documentcode 1812051327.AMB), inhoudend als relaas van verbalisant(en):
9. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte van 27 december 2018, opgenomen op pagina 23 e.v. van het dossier van Politie Den Haag met nummer 2018346721 van 29 december 2018, inhoudend als verklaring van [slachtoffer 11] , geboren op [geboortedatum] 2002:
10. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor getuigen van 28 december 2018, opgenomen op pagina 31 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als verklaring van [getuige 3] – zakelijk weergegeven - :
11. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aanhouding van 27 december 2018, opgenomen op pagina 8 van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van verbalisant(en):
Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft veroordeling gevorderd voor al het ten laste gelegde.
Ten aanzien van het in de zaak met parketnummer 18/930088-19 onder 2 ten laste gelegde heeft de officier van justitie zich gebaseerd op de verklaring van aangeefster [slachtoffer 2] en de processen-verbaal van bevindingen over de waarnemingen van de verbalisanten nadat [slachtoffer 2] melding heeft gedaan van het incident. De officier van justitie heeft aangevoerd dat er geen enkele reden is om te twijfelen aan de verklaring van [slachtoffer 2] . Zij verklaart, in tegenstelling tot verdachte, consistent en heeft geen reden om verdachte vals te beschuldigen.

Ten aanzien van het in de zaak met parketnummer 18/730039-19 onder 4 ten laste gelegde heeft de officier van justitie gewezen op het proces-verbaal over het informatief gesprek met [slachtoffer 10] en het proces-verbaal over de camerabeelden op het Centraal Station Rotterdam. Zij heeft hierbij aangevoerd dat het door [slachtoffer 10] opgegeven signalement overeen komt met verdachte die op de beelden is te zien. Ook de door aangeefster aangegeven handelingen zijn op de camerabeelden te zien.
Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft betoogd dat verdachte moet worden vrijgesproken van al het ten laste gelegde.Hij heeft daartoe primair aangevoerd dat verdachte de feiten ontkent en dat niet kan worden vastgesteld dat verdachte de dader is.Subsidiair heeft de raadsman naar het arrest van de Hoge Raad van 31 mei 2011 (ECLI:NL:HR:2011:BQ2491) verwezen en daarbij in zijn algemeenheid aangevoerd dat op basis van dat arrest veel van de ten laste gelegde gedragingen niet als ontuchtige handelingen kunnen worden aangemerkt in de zin van artikel 246 van het Wetboek van strafrecht (Sr). Hij heeft hierbij in het bijzonder de volgende gedragingen genoemd, te weten: het aanraken van de benen, het omhelzen, het kussen van de nek of schouder, het aanraken van de lippen en de beugel, het ruiken van de haren en het leggen van verdachtes hoofd op de schouders van de respectievelijke aangeefsters.Met betrekking tot het verweten gedrag over het aanraken dan wel betasten van de billen van de vrouwen, heeft de raadsman aangevoerd dat niet valt uit te sluiten dat verdachte de billen van de aangeefster per ongeluk heeft geraakt. Het is mogelijk dat het slachtoffer bij het verlaten van de treincoupé zo dicht bij verdachte is gekomen dat het een en ander per ongeluk is gebeurd.Daarenboven heeft de raadsman gesteld dat in deze zaak geen sprake is van dwang in de zin van artikel 246 Sr. Allereerst is geen sprake van dwang omdat de verweten gedragingen allemaal plaatsvonden in een openbare ruimte zoals een treincoupé of een stationshal, waarbij de aangeefsters de mogelijkheid hadden om zich aan de situatie te onttrekken door eenvoudigweg op te staan en weg te lopen. Voor dwang moet juist kunnen worden vastgesteld dat het slachtoffer redelijkerwijs niet anders kon doen dan de handelingen te dulden en zij zich niet of alleen heel moeilijk aan de situatie kon onttrekken. Ten tweede is geen sprake van dwang omdat verdachte de aangeefsters niet opzettelijk heeft gedwongen om de handelingen te ondergaan. Verdachte ging in de trein enkel naast de aangeefsters zitten.
In samenvattende vorm heeft de raadsman per feit het volgende aangevoerd.

In de zaak met parketnummer 18/930170-18

Ten aanzien van feit 1 primair en subsidiair:

Het knuffelen en zoenen van de schouder van een persoon zijn geen ontuchtige handelingen. Daarnaast heeft aangeefster aangegeven dat ze niet meer precies weet hoe het is gegaan, waardoor niet kan worden vastgesteld dat verdachte de billen, borsten en vagina van aangeefster daadwerkelijk heeft geraakt.
Ten aanzien van feit 2 primair en subsidiair:

De verweten gedragingen zijn niet aan te merken als ontuchtige handelingen.
In de zaak met parketnummer 18/830244-18

Ten aanzien van feit 1 primair en subsidiair:

De verweten gedragingen zijn niet aan te merken als ontuchtige handelingen. Bovendien heeft aangeefsters verklaard dat zij de handelingen heeft toegelaten en aan verdachte niet heeft aangegeven dat ze dat niet wilde.
Ten aanzien van feit 2:

De verweten gedragingen zijn niet aan te merken als ontuchtige handelingen. Voorts kan niet worden vastgesteld dat verdachte het kruis van aangeefster heeft willen aanraken.
In de zaak met parketnummer 18/930088-18

Ten aanzien van feit 1:

Verdachte is niet degene die de billen van het slachtoffer heeft betast.
Ten aanzien van feit 2:

Aangeefster droeg een korte broek waardoor verdachte de blote bovenbeen van aangeefster heeft kunnen raken, maar deze gedraging is niet aan te merken als ontuchtige handeling. Voorts valt niet uit te sluiten dat verdachte per ongeluk de billen van aangeefster heeft geraakt toen zij langs verdachte is gelopen. Ten aanzien van het wrijven van verdachte in zijn eigen kruis, stelt de raadsman dat aangeefster daarbij niet is gedwongen tot het plegen of dulden van ontuchtige handelingen.
In de zaak met parketnummer 18/730039-18

Ten aanzien van het feiten 1, 2, 3 en 4:

Gelet op de verklaringen van de aangeefster kunnen de ten laste gelegde gedragingen niet worden vastgesteld en/of zijn deze gedragingen niet aan te merken als ontuchtige handelingen.
In de zaak met parketnummer 18/930006-19

De verweten gedragingen zijn geen ontuchtige handelingen.
Oordeel van de rechtbank

Vrijspraak

In de zaak met parketnummer 18/930088-18, feit 2

De rechtbank acht het in de zaak met parketnummer 18/930088-18 onder 2 ten laste gelegde niet wettig en overtuigend bewezen. De rechtbank overweegt hiertoe het volgende.
Nadat aangeefster [slachtoffer 2] op de Werkmanbrug te Groningen door een man in haar billen is geknepen, is ze doorgelopen. De Werkmanbrug ligt op de route van het hoofdstation naar de binnenstad van Groningen. Tegen een politieambtenaar die aangeefster even later is tegenkomen, heeft zij het signalement opgegeven van de bedoelde man. De aangeefster heeft verklaard dat het onder meer om een donkere man gaat, met een oranje T-shirt met een tekst erop, vest of jasje met lange mouwen en een capuchon en een donkere spijkerbroek. De politie is hierna naar de Werkmanbrug gegaan, waar ze direct na de brug aan de zijde van het station een groep mensen zag staan. In deze groep bevond zich een man die volgens de verbalisanten aan het signalement van de dader voldeed. Van deze persoon heeft de politieambtenaar een foto gemaakt en verstuurd naar een collega die bij aangeefster was. Door aangeefster werd de man op de foto aangewezen als de bedoelde dader. Bij de rechtbank bestaat twijfel over de betrouwbaarheid van de herkenning, omdat het uiterlijk van verdachte die op de foto staat niet in overwegende mate overeenkomt met het door aangeefster opgegeven signalement. Zo had verdachte geen tekst op zijn shirt, had zijn jas geen capuchon en droeg hij geen donkere spijkerbroek. Voorts is de herkenning gedaan middels een enkelvoudige fotoconfrontatie, die in het algemeen minder betrouwbaar is dan een meervoudige fotoconfrontatie.Het dossier biedt voor het overige geen ander concreet aanknopingspunt op grond waarvan overtuigend bewezen kan worden dat de verdachte de bedoelde dader is. Verdachte zal daarom van dit feit worden vrijgesproken.
In de zaak met parketnummer 18/830244-18, feit 1 primair

De rechtbank zal verdachte van het in de zaak met parketnummer 18/830244-18, feit 1 primair vrijspreken, nu niet is gebleken dat sprake is van een voltooid delict.
In de zaak met parketnummer 18/730039-19, feit 4

De rechtbank acht ook het in de zaak met parketnummer 18/730039-19 onder 4 ten laste gelegde niet wettig en overtuigend bewezen. De rechtbank overweegt hierbij als volgt.
Naar aanleiding van het informatieve gesprek dat de politie heeft gehad met mevrouw [slachtoffer 10] over de man die haar in de trein heeft aangerand, zijn de camerabeelden bekeken van het treinstation waar [slachtoffer 10] uiteindelijk uit de trein is gestapt. Op de camerabeelden is de door haar bedoelde dader te zien. Door een politieambtenaar is verdachte herkend als de man op de bedoelde beelden. Het is echter onduidelijk gebleven op welke overeenstemmende kenmerken de herkenning is gebaseerd. De conclusie dat verdachte betreft de persoon op de camerabeelden is daarom onvoldoende onderbouwd. Van de camerabeelden bevinden zich stills in het dossier, maar deze zijn van zodanige slechte kwaliteit dat een vergelijking van de daarop afgebeelde man en verdachte door de rechtbank ook niet mogelijk is. Daarmee is de betrokkenheid van verdachte bij deze zaak niet vast komen te staan. Verdachte zal daarom ook van dit feit worden vrijgesproken.
Bewijsmiddelen

In de zaak met parketnummer 18/930170-18

De rechtbank past de volgende bewijsmiddelen toe die voor het in de zaak met parketnummer 18/930170-18 onder 1 primair en 2 primair ten laste gelegde redengevende feiten en omstandigheden bevatten zoals hieronder zakelijk weergegeven.Ieder bewijsmiddel is - ook in onderdelen - slechts gebruikt voor het feit waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft.
Hetgeen ik bij de politie heb verklaard is juist. Ik heb in Echt aan een meisje gevraagd waar het station was.

(Feit 1 primair)

Nou, ik fietste naar huis en toen zei ie zo van: "hé wacht eens." Ik stopte metfietsen, en hij vroeg waar het treinstation was. Ik zei: "dat is die kant op." V: Bij de intake heb je ons verteld dat het was gebeurd op woensdag 30 mei 2018.Weet je nog hoe laat? A: Iets over zessen (18.00 uur). V: Hoe sprak hij tegen jou?A: In het EngelsHij knuffelde mij met zijn armen die rond mijn schouders waren. Ik denk dat zijnborst mijn bovenkant aanraakte, dat denk ik omdat dat logisch is. Hij heeft mij toenook een kus met zijn mond op mijn schouder gegeven. Ik weet niet welke schouder. Mijnhanden/armen waren gewoon bij mij. Hij stond links naast mij, ik denk dat hij met zijn rechterhand mijn rechter bil aanraakte. Hij stond naast mij en zijn arm ging achter mij langs naar mijn rechter bil. De hand is een beetje aan de zijkant van mijn rechter bil, het was over mijn kleding, een rokje. Toen hield hij mij stevig vast zodat ik niet weg kon. Dat deed hij met zijn armen rondom mijn schouders en rug dus toen stond hij heel dicht tegen mij aan. Eén arm was rond de schouders en één arm was rond mijn rug.Hij raakte mijn borsten en vagina aan. Hij raakte mijn borsten niet heel stevigaan, want dat lukte niet omdat ik terugdeinsde.Ik bedenk me nu, dat dat aanraken van de borsten nog was vóórdat hij mij stevigvastpakte. Daarom kon ik ook terug deinzen. Ik denk dat hij mijn borsten echt vastwilde pakken, maar omdat ik terug deinsde lukte het niet, hij ging er wel met zijnhand naar toen maar omdat ik achteruit deinsde raakte hij alleen maar met zijn handmijn borst aan. Het lukte hem niet om ze vast te pakken. Hij raakte alleen de buitenkant van mijn linkerborst aan over mijn kleding.V: Je had het ook over aanraken van de vagina. A: Ja, hij hield me dus stevig vast want ik kon niet weg. En toen begon hij mij daar ook te wrijven. Het wrijven van de vagina was ná het aanraken van mijn borst. Hij hield mij dus vast met zijn linkerarm, denk ik. Want hij ging met zijn rechterhand naar mijn vagina, denk ik. Ik voelde dat zijn hand aan de voorkant van mijn schaamstreek deed. Ik voelde dat hij begon te wrijven over mijn kleding. Ik droeg een rokje tot halverwege mijn bovenbenen.
Op 30 mei 2018 werd melding gedaan van aanranding op de Houtstraat in Pey gemeente Echt. Forensisch dan wel tactisch onderzoek wees uit dat verdachte het slachtoffer met zijn blote rechterhand de rechter bil heeft aangeraakt. Het was over de kleding (het rokje) toen de dader de bil van het slachtoffer aanraakte. Zowel de rok als het shirt van het slachtoffer lenen zich voor een DNA-onderzoek.

Op dinsdag 12 juni 2018, heb ik, verbalisant de in beslag genomen kleding inontvangst genomen. De sporendragers AAKW5340NL (rok), en het T shirt AAKW5343NL werden voor een DNA-onderzoek op 12 juni 2018 verzonden naar het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) te Den Haag. Van de uitslag van het DNA-onderzoek wordt een apart rapport van opgemaakt. Hieruit blijkt dat het DNA van verdachte op de rok van het slachtoffer is aangetroffen.
(Feit 2 primair)

Gisteren rond 17.55 uur ben ik op de fiets naar de volleybal gegaan. De training begon om 18.30 uur. Nog voordat wij aan de training begonnen, kwam de man, die mij later op straat aanraakte en in mijn nek kuste. De man gaf mij een hand. Hij vroeg hoe ik heette. Hij sprak in het Engels, wel met accent. De man leek niet Engels, hij sprak het wel goed. Ik heb hem gezegd dat ik ' [slachtoffer 4] ' heette. Ik denk dat hij van Nigeriaanse afkomst is. Ik denk dat omdat hij zo’n donkere huidskleur had. Ik denk dat hij ongeveer 20 of 21 jaar was. Wij hebben getraind tot 20.00 uur. Toen hebben we ons omgekleed. Ik ben alleen opde fiets naar huis gegaan. Daarna ben ik op de fiets naar de [winkel] gegaan. De winkel van [winkel] ligt aan de [straatnaam] in Echt. Het is ongeveer 3 minuten fietsen vanaf mijn huis. Ik denk dat ik daar omstreeks 20.30 uur was. Ik heb daar een ijsje gekocht. Toen ik bij de kassa stond om het ijsje te betalen, zag ik weer diezelfde man de [winkel] in komen lopen, die kort daarvoor bij de sporthal was geweest.Ik kreeg een beetje kippenvel, ik wilde snel weg bij de [winkel] . Ik zag nog datde man ook naar zijn fiets liep.Ik had het gevoel dat ik achtervolgd werd. Op het moment dat ik nog op de hoek vande Houtstraat met de Kerkstraat in Pey was, hoorde ik de man achter me praten. De manzat op zijn fiets, ongeveer 2 meter achter mij. Ik hoorde hem zeggen: 'stop eens, ikmoet je wat vragen'. Ik ben gestopt, ik was toen op de Kerkstraat voor de kerk. Ikhoorde dat de man vroeg naar het treinstation. Ik heb hem dat gewezen. Hierna vroeghij weer mijn naam. Ik zei ' [slachtoffer 4] '. De man zei: "ik, [verdachte] of [verdachte] '. Daarbij wees hijmet zijn hand naar zijn borst. De man stond toen met zijn fiets, rechts schuin achtermij. Meteen daarop zag ik dat de man voorover boog. Hij gaf mij een knuffel en ookkusjes in mijn nek. Hij omarmde mij. Hij deed zijn armen om mijn middel, hij raakte mijn rug en schouders aan. Hij ging met zijn handen over mijn schouders heen. Hij kuste mij op mijn T-shirt en in mijn nek, rechts. Dat deed hij 2, 3 keer. Hij vroeg mij of ik naar huis ging. Ik zei: 'ja'. Hij vroeg of hij mee mocht. Ik zei dat ik niemand binnen mocht laten als ik alleen thuis was. Toen gaf hij mij weer een knuffel en weer wat kusjes in mijn nek en toen duwde ik hem weg.
Gezien bij supermarkt [winkel] te Echt beveiligingscamera's aanwezig zijn, werden de camerabeelden over de periode donderdag 31 mei 2018 tussen 20:00 uur en 21:00 uur gevorderd. Op de camerabeelden was te zien dat [slachtoffer 4] bij supermarkt [winkel] omstreeks 20:36 uur de supermarkt binnen loopt en 20.42 weer naar buiten loopt. Op de camerabeelden was te zien dat [verdachte] bij supermarkt [winkel] omstreeks 20:38 uur de supermarkt binnen loopt en dat hij weer naar buiten loopt om 20.40 uur en dat hij vervolgens om 20.46 uur langs de supermarkt fietst richting de parkeerplaats.

Op donderdag 31 mei 2018 om 23:00 uur, werd door mij verbalisant als forensischonderzoeker op verzoek van de politie, Eenheid Limburg een forensisch onderzoek naarsporen verricht in verband met een aanranding, gepleegd tussen donderdag 31 mei 2018te 20:15 uur en donderdag 31 mei 2018 te 20:45 uur. Door de leiding van het onderzoeksteam werd ons verzocht om de hals en nek van hetslachtoffer op epitheel te bemonsteren en het T shirt van het slachtoffer in beslagte nemen voor een vervolg DNA-onderzoek.De bemonsteringen AALP2148NL (nek en hals slachtoffer) en het T shirt AALP2185NL werden voor een DNA-onderzoek op 8 juni 2018 verzonden naar het NFI te Den Haag. Van de uitslag van het DNA-onderzoek wordt een apart rapport van opgemaakt.In dit rapport wordt onder meer het volgende vermeld:Het is meer dan 1 miljard keer waarschijnlijker dat het DNA-mengprofiel AALP2184NL#01 van de nek/halsregio van het slachtoffer afkomstig is van aangeefster en verdachte dan dat het afkomstig is van het slachtoffer en een willekeurige onbekende persoon.
In de zaak met parketnummer 18/930088-18

De rechtbank past de volgende bewijsmiddelen toe die de voor het in de zaak met parketnummer 18/930088-18 onder 1 ten laste gelegde redengevende feiten en omstandigheden bevatten zoals hieronder zakelijk weergegeven. De rechtbank betrekt hierbij ook de bewijsmiddelen opgenomen in de zaken met parketnummers 18/830244-18, 18/730039-19 en 18/930006-19.

Ik zat in een lege coupé. Ik ben in Groningen in de trein gestapt, de trein gingrichting Meppel. Ik ben in de trein van 21.48 uur gestapt. Het was vrijdagavond 6 juli. Ik ging zitten en ongeveer tien minuten nadien, kwam er een man in de coupé. Hij vroeg een aantal keer of hij naast mij mocht zitten. Ik vond dat raar want het was een bijna lege coupe. Hij ging naast mij zitten. Hij kwam aan mijn rechterkant zitten. Toen stelde hij zichzelf voor. Toen vroeg hij eerst naar mijn Facebook en andere dingen die ik niet meer weet, legde hij zijn linkerhand tegen mijn rechterbeen. Hij deed verder niks met die hand. Hij ging vervolgens met zijn rechterhand naar zijn kruis. Dat werd steeds heftiger, hij kneep met zijn hand, over zijn broek op zijn kruis. Bij zijn geslachtsdeel. Hij maakte een wrijvende en knijpende beweging met zijn rechterhand op zijn kruis. Dat deed hij ook terwijl hij mij vragen stelde. Zijn linkerhand lag nog steeds tegen mijn been. Terwijl hij zo bezig was, besloot ik om op te staan. Ik sjouwde een tas en een gitaar met mij mee. Ik moest dus voor hem langs. Terwijl ik dat deed ging hij met zijn linkerhand, over mijn kont. Hij streelde één keer over mijn linkerbil. Al die tijd lag die hand tegen mijn blote bovenbeen. Maar terwijl ik wegliep zat hij met zijn linkerhand aan mijn linkerbil. Hij sprak gebrekkig Engels. Het was niet zijn oorspronkelijke taal, kon ik wel horen.Ik zag op het station in Meppel dat de man die dit bij mij had gedaan, werd aangesproken door een conducteur. Ik liep de trein uit, het station Meppel op. De man kwam achter mij aan, tikte mij op de schouder en zei: " He. " Ik ben toen meteen weggelopen. Ik keek achterom en zag dat hij achter mij aanliep. Ik heb toen een vrouwelijke conducteur aangesproken dat ik zojuist door een man in de trein was betast. Ik wees de man daarbij aan. Hij ging toen ook gauw weg en verdween eigenlijk. Iets later hebben conducteurs hem aangesproken, ze liepen toen met de man terug naar mij en vroegen aan mij of dit de man was. Ik zei toen: "Ja". Toen vroeg de man aan de conducteurs in het Engels wat hij had gedaan en toen is hij weggerend.Het was een donkere man, hij had kort kroeshaar, hij had een lange wittekralenketting om, donkere bovenkleding en een blauwe spijkerbroek, witte schoenen,sneakers. Hij had een rugzak op, grijs.
Ik ben werkzaam bij de Nederlandse Spoorwegen in de functie van hoofdconducteur. Op 6 juli 2018 had ik dienst Groningen naar Meppel. Omstreeks 22.33 uur kwamen wij aan op het station Meppel. Mijn collega, [getuige 2] , is uit de trein gestapt en stond op het perron. Daar werd zij aangesproken door een meisje. Na ongeveer 3 à 4 minuten kwam ik bij dit meisje en mijn collega [getuige 2] staan. Ik heb gevraagd wat er aan de hand was.Ik hoorde [getuige 2] zeggen dat het meisje lastig was gevallen in de trein. Zij verteldedat het meisje aangeraakt was door een donkere jongen.
[getuige 2] en ik zijn vervolgens naar de achterzijde van de trein gelopen. Wij zagen daar een donkere jongen in gesprek met een bus begeleider. Ik zag deze begeleider samen met deze jongen om het stationsgebouw heenlopen naar de voorzijde van het station. [getuige 2] had een goed signalement en wist uit het gesprek met het meisje dat dit dejongen moest zijn.Ik heb de jongen meegenomen naar de voorzijde van het station en hem in het Engelsuitgelegd dat er een klacht tegen hem was ingediend. Ik heb vervolgens dat meisje erbij geroepen. Zij stond aan de voorzijde van het station te wachten op ons samen met die man. Ik heb haar gevraagd of dit de desbetreffende jongen was die haar in de trein hadlastig gevallen. Ik hoorde dat zij dit bevestigde. Het meisje stond op 2 meter afstand van de jongen en had dus duidelijk zicht op hem. [getuige 2] was hier steeds bij aanwezig.
Wij zijn eerst naar Groningen gereden en daarna weer richting Meppel. Dit was de stoptrein van 23.53 uur. Ik zag in Beilen 2 politieagenten op het station staan. Wij stopten ook in Beilen. Op dat moment werd ik gebeld door de Veiligheidscentrale dat de jongen er in Beilen uit was gezet. [getuige 2] en ik zijn uit de trein gestapt en zijn naar de politie gelopen. Ik zag dat de agenten met een donkere jongen in gesprek waren.Ik herkende de jongen als de jongen die ik in Meppel heb gesproken en die het meisjein de trein had lastig gevallen. Ik hoorde [getuige 2] ook zeggen dat dit die jongen was.
Op 7 juli 2018 omstreeks 00.10 uur kregen we melding om te gaan naar station Beilen omdat daar een verdachte zou staan die zich schuldig gemaakt zou hebben aan aanranding in de trein. Hierop kwamen wij, verbalisanten, omstreeks 00.20 uur ter plaatse op het station inBeilen. Wij zagen op het perron drie mannen. Wij zagen dat er een (1) man stond entwee mannen op een bankje zaten. Wij zagen dat een (1) van deze mannen op het bankjevoldeed aan het eerder genoemde signalement. Wij zagen dat hij ons eenvreemdelingendocument toonde met daarop de volgende gegevens:Naam: [verdachte]Nationaliteit: IritreseHierop hebben wij verbalisanten, de verdachte om 00.48 uur aangehouden op verdenking van aanranding.
Op 6 juli 2018 tussen 22.00 en 22.34 uur vond er een aanranding plaats in de treintussen Groningen en Meppel. Er zijn beelden opgevraagd van de trein en van het station Meppel. Deze beelden zijn binnen en worden in dit proces verbaal beschreven.Er is gekeken naar personen die voldoen aan de beschrijving gegeven door deaangeefster en getuigen.22:11:33. Hierop is camerabeeld te zien van een balkon. vanaf de onderste verdiepingvan het treinstel komt een man de trap op lopen vanaf de rechter kant van de camera.Hij kijkt schuin rechts omhoog naar de bovenverdieping. Hij loopt vervolgens linksuit beeld om 22.11.44. Om 22.14.02 komt dezelfde persoon van links weer in beeld gelopen om vervolgensrechts de trap op te lopen naar de bovenverdieping.De persoon op het camerabeeld voldoet aan de beschrijving van de verdachte.
In de zaak met parketnummer 18/830244-18

De rechtbank past de volgende bewijsmiddelen toe die voor het in de zaak met parketnummer 18/830244-18 onder 1 subsidiair en 2 ten laste gelegde redengevende feiten en omstandigheden bevatten zoals hieronder zakelijk weergegeven. De rechtbank betrekt hierbij ook de bewijsmiddelen opgenomen in de zaken met parketnummers 18/930088-18, 18/730039-19 en 18/930006-19.
Ik zat dus in de trein van Groningen naar Zwolle. Ik zat in de stilte coupe aan de kant van het raam. Op een gegeven moment kwam die jongen bij Haren ergens of Europapark. Hij kwam naast mij zitten. Hij begon te vragen aan mij, nou ja hij begon me complimenten te geven. Wat ben je mooi, wat zie je er mooi uit, wat heb je mooie lippen. Hij heeft meerdere malen mijn knieën aangeraakt hij probeerde zijn armen om mij heen te slaan. Ik maakte een beetje een verwering, dat deed ik met mijn handen. Ik keek hem ook bozig aan en zei dat het raar was. Hij zei dat het in zijn cultuur heel normaal was om elkaar aan te raken. Lippen aanraken was een heel normaal ding. Daardoor begon ik in de war te raken, ik wilde niet racistisch zijn naar zijn cultuur. Vijf minuten voor Hoogeveen zei ik dat ik eruit moest. Hij zei toen opeens ook, heel toevallig ook dat hij er hier uit moest. Hij moest namelijk terug naar Assen. Hij bleef heel dicht achter mij lopen. Ik hield hem in de gaten in de weerspiegeling van het raam. De jongen liep met mij mee door het poortje. Hij checkte niet uit, hij reed dus zwart die dag.Het kan kloppen dat dit vrijdag 22 juni was met de trein van 19.53 uur. Hij zei dat ik mooie lippen had en hij begon over mijn tanden en hij raakte uitzichzelf mijn beugel aan. Hij heeft 1 keer aan mijn beugel gezeten. Hij heeft echtwel vaak aan mijn onderlip gezeten met zijn wijsvinger Hij zat een keer of 4 aan de binnenkant van mijn knie. Hierna wilde hij zijn arm om mij heen slaan. Ik zei in het Engels tegen hem dat ik dat niet wilde en dat ik dat niet vond kunnen. Ik vond het raar. Toen haalde hij zijn arm wel weer weg. En daarna herhaalden alle handelingen van daarvoor zich weer.
Op 20 juli 2018, hebben wij verbalisanten de door de LTR.NS aan ons overgedragen beeldmateriaal van het station Hoogeveen bekeken. Dit betrof beeldmateriaal van de dag datum en tijdstip die door aangeefster [slachtoffer 6] tijdens de aangifte was aangegeven. Wij zagen het volgende op het beeld zichtbaar.Twee toegangspoortjes op het perron en de ingang van de trap naar beneden/boven dieonder het perron door loopt was zichtbaar. Wij zagen dat aangeefster [slachtoffer 6] vanaf de trap omhoog het perron op liep. Wij zagen dat zij door het toegangspoortje liep die het meest links lag. Wij zagen dat er dicht op aangeefster [slachtoffer 6] een manspersoon liep die gelijktijdig met aangeefster door het toegangspoortje liep. Wij verbalisanten zagen dat de manspersoon geen gebruik maakte van de OV-kaart om door het toegangspoortje te kunnen gaan. Wij verbalisanten hadden als verdachte in een zedenzaak gehoord : [verdachte] . Wij verbalisanten herkenden de manspersoon op het beeld die vlak achter aangeefsters [slachtoffer 6] als zijnde [verdachte] .
Het was vanochtend. Ik heb de trein genomen van 08.48 uur. Het gebeurde aldaarvoor. Ik zat al om 08.30 in de trein. Het was de trein van Groningen naar Den Haag. Ik zat met mijn rug naar de rijrichting. Er kwam een jongeman binnen en die ging naast me zitten. Ik vond dat gek. Er was plaats genoeg. Hij begon tegen mij te praten. Hij praatte Engels. Hij vroeg waar we naar toe gingen in het Engels. Ik zei naar Den Haag, deze trein. Daarna vroeg hij of ik zijn hand wilde vast houden, want hij had koude handen. Ik weet niet meer precies wat ik toen gezegd heb, maar het kwam er op neer van: Nee. Toen deed hij zijn hand tegen mijn hand, zo van mij te laten voelen dat hij een koude hand had. Ik zal even uitleggen hoe ik zat. Bij deze trein heb je een soort verhoging in het midden. Ik zat met een been omhoog, daar zit de leiding of zo. Ik zat dus bij het raam en mijn linkerbeen stond op die verhoging. Toen deed hij zijn hand.Ik meen dat het zijn linkerhand was, dat zou ook logisch zijn, in een beetje eenwijzende houding. Die legde hij zo op mijn kruis. Ik weet niet meer precies of hij me daar ook aanraakte. Het was in ieder geval zo dichtbij dat hij me daar aan kon raken. Ik heb toen die hand met mijn beide handen weg geduwd. Toen deed hij zijn linkerhand heel subtiel opzij in de richting van mijn linkerbeen. Het leek erop alsof hij me weer wilde aanraken. Ik denk met de rug van zijn hand. Ik zei toen tegen hem heel duidelijk: ‘I would rather have you not touch me!’ Toen hoopte ik dat hij weg zou gaan. Dat deed hij ook. Ik ben toen in Assen de trein uitgestapt. Ik dacht daar staan conducteurs altijd tepraten, dat was ook zo. Ik heb toen de conducteurs aangesproken. Ik was nog in tranen en ik heb gezegd dat er een man was die probeerde aan me te zitten. Ik moest toen vertellen hoe hij eruitzag. Toen zei de conducteur dat hij die man had gezien en dat hij uitstapte in Groningen. Toen gingen ze meteen bellen met het signalement van die man.
Hij had een heel erg donkere huidskleur. Ik denk een Somalische. Hij had heel kort haar, kroes haar. Hij had een sportbroek aan, die aan de onderkant nauwer is. Het was een blauwe broek. Hij had een rugzak bij zich. Ik meen dat hij een lichte jas aan had. Een licht grijze, korte jas tot op de heup. Ik heb de jas niet goed kunnen bekijken. Hij had geen baard. Hij zag er vrij jong uit, nog geen 30 jaar. Ik denk begin 20.

Op 18 oktober 2018 vond er een aanranding plaats in de trein Groningen- Zwolle.De door de Centrale Regie Ruimte van Prorail veiliggestelde beelden van 18 oktober2018 tussen 08.35 en 08. 50 uur bekeken. De beelden laten een op een perron stilstaande trein zien waarvan de deuren geopend zijn. Deze trein betreft volgens de landelijke verkeersregeling van Prorail Intercity rit 730. Om 08.38.10 uur loopt een man die voldoet aan het opgegeven signalement in de richting van de trein. Door mij verbalisant [verbalisant 1] kan worden bevestigd dat dit de verdachte [verdachte] betreft.Om 08.44.28 uur zie ik dat bedoel de man de trein uitstapt en naar een bankje loopt waar hij zijn tas die hij nu in hand heeft op zet. Om 08.47.30 pakt de man zijn tas en loopt met de tas weer op zijn rug naar het midden van het perron en loopt vervolgens langs de trein het beeld weer uit.
Op 22 oktober 2018 belde ik, verbalisant, met [verbalisant 2] . [verbalisant 2] is werkzaam als medewerker Veiligheid en Service te Groningen. [verbalisant 2] was aan het werkt ten tijde van een aanranding in de trein op 18 oktober2018. [verbalisant 2] verklaarde dat hij met een collega op het perron te Groningen liep. [verbalisant 2] hoorde via de Veiligheidscentrale dat er in trein 730, de trein die van Groningen naar Zwolle zou afreizen, een jongedame onzedelijk was betast door een jongeman. Deze jongeman zou, voordat de trein vertrok richting Zwolle, zijn uitgestapt op spoor 4B en richting de kluisjes lopen bij spoor 4B. Naar aanleiding van de informatie die [verbalisant 2] kreeg, is hij samen met zijncollega uit gaan kijken naar de jongeman met het genoemde signalement. Ter hoogte vande AH to go zag [verbalisant 2] de jongeman met het opgegeven signalement lopen. [verbalisant 2] hoorde zijn collega zeggen dat hij deze jongeman kende en dat heteen jongeman was die in Meppel ook een zedenfeit had gepleegd. [verbalisant 2] verklaarde dat hij de jongeman staande hield.
Op 18 oktober 2018 omstreeks 10.10 uur werden wij, verbalisanten door de Meldkamer Noord- Nederland gestuurd naar Stationsplein 4 te Groningen. Daar zou een man zijn staande gehouden die een meisje zou hebben aangerand in de trein. Het signalement dat het meisje doorgegeven had kwam overeen met de man die zij staande gehouden hadden. Ik kreeg een pasje aangereikt en daarop stond dat we te maken hadden met [verdachte] geboren op [geboortedatum] 2000. De Eritrese man sprak goed Engels en we hebben in de Engelse taal duidelijk gemaakt dat hij door ons was aangehouden. Wij verbalisanten hebben een tweetal foto' s gemaakt van de verdachte en deze bij de aangifte gevoegd.
In de zaak met parketnummer 18/730039-19

De rechtbank past de volgende bewijsmiddelen toe die voor het in de zaak met parketnummer 18/730039-19 onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde redengevende feiten en omstandigheden bevatten zoals hieronder zakelijk weergegeven. De rechtbank betrekt hierbij ook de bewijsmiddelen opgenomen in de zaken met parketnummers 18/930088-18, 18/830244-18 en 18/930006-19.

Ik ben gisteren 3 december 2018 op de trein gestapt richting school. Tussen Tilburg en Breda kwam er een man naast mij zitten. Ik voelde streelbewegingen over mijn heup en kont. Ik voelde deze constant. Hij bleef mijn gezicht in het raam in de gaten houden. Hij zat toen voorovergebogen. Ik keek hem boos aan in de ruit. Hij vroeg aan mij of dit de trein naar Rotterdam was. Hij legde zijn hand op mijn knie en kneep hier zachtjes in. Ik verstond "Rotterdam". Ik draaide door zijn vraag aan mij mijn hoofd richting hem. Ik zei "Yes Rotterdam" en keek boos met een uitdrukking van "Laat me met rust". Ik bleef tot Breda de streelbewegingen voelen. Ik durfde ook niet tegen hem te zeggen dat hij moest stoppen. Opeens voelde ik zijn vingers richting mijn vagina gaan. Hier is hij uiteindelijk niet gekomen, toen hij naar mijn vagina wilde gaan deed hij dit onder mijn been enbillen door. En toen ik dat voelde draaide ik me direct om. Ik vroeg hem waar hij mee bezig was. Hij keek vragend. Ik kon niet verstaan of hij wat vroeg. Ik was heel bang en zei "You are constantly touching me, stop that!"
Toen wij aankwamen op het station in Breda ben ik uitgestapt. Ik was in paniek. Ik liep dus naar die balie en maakte melding van de man die in trein zat naar Den Haag. Ik vertelde dat die man aan mij had gezeten in de trein. Ik gaf ook het signalement. Het was een zwarte man, niet getint maar echt heel donker van huidskleur. Ongeveer 1,70 groot. Hij droeg donkere kleding en had een grijze rugzak bij zich. Ik weet niet precies meer wat hij aan had. Hij had zwart kroeshaar, kort model. Ik denk dat deman eind 20 begin 30 jaar oud was.
Ik vorderde van Prorail de beelden van station Eindhoven tussen 06:35 en 06:55 uur en de beelden van station Tilburg tussen 07:00 en 07:20 uur. Deze beelden werden op vrijdag 21 december 2018 ontvangen. Op de beelden van het station Eindhoven, werd door mij het volgende waargenomen: Om 06:35:12 uur, zie ik een man op het perron bij spoor 5 lopen. Volgens de reisplanner van de NS, vertrekt de trein van Eindhoven naar Den Haag vanaf dit spoor. Ik zie dat de man voldoet aan het signalement zoals dit werd opgegeven door [slachtoffer 7] . Voorts herken ik deze man aan diens uiterlijk, kleding, rugzak en plastic tas als de verdachte [verdachte]

Op 3 december 2018 om 07:09 uur ben ik op Tilburg in de trein gestapt naarRotterdam Centraal. Dit was de trein van Eindhoven naar Den Haag Centraal. Toen de trein ongeveer tien minuten later omstreeks 07:19 uur op Breda stopte, zag ik de verdachte even later. Hij maakte duidelijk dat hij naast mij wilde zitten. Toen de verdachte naast mij ging zitten, kwam hij tegen mij aan zitten. Ik voelde ook dat hij zijn linkerhand tussen de rugleuning en mijn billen legde. Die hand is daar de rest van de reis blijven liggen. Ik voelde dat de verdachte mij aantikte. Ik haalde mijn oortjes uit en ik hoorde dat de verdachte mij in gebrekkig Engels vroeg of dit de trein naar Roosendaal was. Ik vond het heel vervelend dat de verdachte dicht op mij zat en zijn hand bij mijn billen had. Ik dacht dat het een foutje van hem was. De verdachte zei vervolgens dat hij koude handen had omdat hij drie dagen buiten sliep. Ik zag en voelde dat de verdachte met de vingertoppen van zijn rechterhand over mijn rechterbovenbeen wreef/aaide. Dat heeft de verdachte eigenlijk wel heel de rit naar Rotterdam gedaan ondanks dat ik tegen hem zei dat hij dat niet moest doen. Ik zag dat de verdachte over mij heen boog en met zijn rechterhand naar mijn linkerschouder bewoog alsof hij mij een knuffel wilde geven. Ik wilde dat niet en duwde de verdachte van mij af. Hiervoor pakte de verdachte mijn rechterhand vast met zijn rechterhand. Ik zag en voelde dat de verdachte met zijn lippen meerdere kussen op mijn rechterhand gaf. Ik deed niks. Ik was verstijfd van schrik. De verdachte stopte uit zichzelf met het kussen en liet mijn hand los.Ik hoorde de verdachte iets zeggen als "One day, one day". Ik dacht dat hij hiermeebedoelde dat hij mij kinderen wilde geven in plaats van mijn vriend. Ook zei hij "I'munhappy i can't have you." Ik heb toen niet echt iets gezegd.Ik voelde dat de verdachte zijn linkerhand nog steeds bij mijn billen hield en ik voelde dat hij daar met zijn vingers wiebelde tegen mijn billen. Ook zag en voelde ik dat de verdachte mijn rechterbovenbeen weer streelde / aaide met de vingers van zijn rechterhand.De trein stopte op Centraal station in Rotterdam. Het was toen ongeveer 07:47 uur. Ik stond op en zei dat ik er uit moest en de verdachte zei dat hij met mij mee zou lopen. Ik vond dat niet leuk want ik was bang dat hij mij zou volgen. Ik heb mijn rugzak in de trein op mijn rug gedaan en verliet de trein. De verdachte liep eerst achter mij en kwamvervolgens naast mij lopen. Ik zag dat de verdachte mij weer een knuffel wilde geven.Ik wilde dat niet en duwde hem van mij af.
Naar aanleiding van de aangifte heb ik camerabeelden van Rotterdam Centraal station bij Prorail gevorderd. Op zaterdag 15 december 2018 keek ik deze beelden uit. Hieronder zijn deze beelden omschreven:Op foto 1 is de aangeefster samen met een man te zien. Ik herken de aangeefster aan haar gezicht, haardracht en kleding. De man voldoet aan het door de aangeefster opgegeven signalement. Ik herken deze man aan diens uiterlijk, houding, zijn rugtas en de plastic tas die hij bij zich heeft als de verdachte [verdachte] , geboren [geboortedatum] 2000. Dit aangezien zijn uiterlijk overeenkomt met het signalement van de verdachte op de afbeeldingen gevoegd bij het proces-verbaal onder documentnummer 1812041408.AMB (rechtbank: zie bewijsmiddel onder 4).Op foto 3 is te zien dat de aangeefster en de verdachte om 07:49:25 uur, door de stationshal lopen, komende vanuit de richting van de trappen vanaf spoor 8-9a en gaande in de richting van de ingang van het centraal station aan het Stationsplein te Rotterdam. De verdachte reikt zijn rechterhand naar de aangeefster. Aangeefster reageert hier niet op. Duidelijk is te zien dat de verdachte zwartkleurige handschoenen zonder vingers draagt.Op foto 5 is te zien dat de verdachte om 07:50:13 uur een vrouw aanspreekt. Deze vrouw wordt door mij herkend als aangeefster [slachtoffer 9] , geboren [geboortedatum] 2000. Ik herken [slachtoffer 9] aan de hand van de afbeeldingen gevoegd in het proces-verbaal. Op foto 6 is te zien dat de aangeefster om 07:50:49 uur, door de stationshal in de richting van de toegangspoortjes bij de stationshal aan het Stationsplein te Rotterdam, loopt.Op foto 7 is te zien dat de verdachte om 07:51:37 uur, aangeefster [slachtoffer 9] omhelst en dat zij vervolgens beiden door de stationshal in de richting van het Proveniersplein lopen.
Op 3 december 2018 nam ik de trein naar Rotterdam Centraal en stapte omstreeks 07:53 uur uit op het perron 8/9. Vanaf het perron ben ik met de trap naar beneden gelopen naar de stationshal. Ik zag een man tegen een van de pilaren in de hal staan. De man viel mij direct op omdat het leek of de man ergens op stond te wachten. Toen de man op mij afstapte had ik het idee dat de man mij iets wilde vragen over de treinen of iets.Ik kan de man als volgt omschrijven: donker getinte man, vermoedelijk Afrikaans, leeftijd 25/30 jaar, kort zwart afro haar circa 2 centimeter lang, grijze jas tot halverwege zijn bovenbenen, grijs kleurige vingerloze handschoenen, blauwe spijkerbroek, donker gekleurde grote rugzak/reistas op zijn rug, ongeveer 1.80 m lang.
De man liep achter mij aan waardoor ik stopte. De man vroeg in het Engels hoe ikheette. Ik gaf een nep naam op omdat ik de man niet kende. De man zei dat hij het koud had en begon mij stevig te omhelzen. Hij hield zijn handen op mijn rug en volgens mij rook hij ook aan mijn haar. Hij liet mij hierna los. Ik liep weg van de man in de richting van de uitgang van het centraal station, Proveniers Singel in de richting van de poortjes. De man liep achter mij aan en passeerde ook de poortjes. De man pakte mij na de poortjes vast en zei dat hij mijn nummer wilde en dat hij met mij mee wilde. Ik zei dat hij niet mee kon en dat ik haast had om naar school te gaan. De man paktemij weer vast en omhelsde mij weer, de man begon mij in mijn op mijn rechter wang tezoenen en aan de rechter zijde van mijn hals. Ik probeerde de man weg te duwen. Ikhoorde dat de man fluisterde in mijn oor "this is normal, this is normal". Wederom begon de man mij stevig te omhelzen en kuste mij weer aan de rechterzijde van mijn hals en gezicht. De man probeerde mij ook op mijn mond te zoenen, dit lukte niet omdat ik hem met mijn beide handen op afstand kon houden. De man ging wijdbeens staan en begon met zijn onderlichaam tegen mij aan te rijden. De man fluisterde in mijn oor:"wait wait one minute wait wait'. Aan de man heb ik meerdere malen duidelijk gemaakt dat ik mij niet comfortabel voelde bij de situatie en dat hij moest stoppen. De man heeft mij over mijn jas heen mijn billen beet gepakt. Hij wilde nog meer maar dit lukte niet omdat ik mij los maakte. Ik ben toen heel snel huilend weglopen naar mijn school toe.
Op woensdag 5 december bekeek ik de door cameratoezicht Rotterdam verstrekte camerabeelden. De camerapaal staat gepositioneerd op het Proveniersplein te Rotterdam. Deze camera heeft zicht op de uitgang van het Rotterdam Centraal zijde Proveniersplein.Om 07:52:51 uur zie ik dat het slachtoffer vanuit de centrale hal in het centraal station naar de 'ov-poortjes' loopt. Ambtshalve herken ik het slachtoffer als [slachtoffer 8] . Het slachtoffer loopt door de poortjes heen. De verdachte loopt direct achter het slachtoffer aan door de poortjes heen. Deze poortjes bevinden zich in het midden van de uitgang ter hoogte van de gele informatieborden. Ambtshalve herken ik de verdachte als [verdachte] geboren op [geboortedatum] 2000. De verdachte blijft achter het slachtoffer aan lopen. Het slachtoffer loopt achter de gele informatieborden langs in de richting van de taxistandplaatsen. Achter het bord van de taxistandplaats draait het slachtoffer zich om naar de verdachte. De verdachte steekt zijn rechterhand uit naar het slachteroffer en legt zijn rechterhand op de schouder van het slachtoffer en trekt haar naar zich toe. Het slachtoffer legt haar rechterhand op de schouder van de verdachte. De verdachte heeft in zijn linkerhand een witte plasticzak vast, de verdachte legt ook zijn linker hand op de rug van het slachtoffer. De verdachte heeft zijn hoofd aan de linker zijde van het gezicht van het slachtoffer. De verdachte draait zijn hoofd naar het gezicht van het slachtoffer. Het slachtoffer beweegt haar rechter been heen en weer. De omhelzing heeft een duur van 14 seconden. Het slachtoffer draait zich weg van de verdachte. De verdachte houdt zijn rechter hand op de schouder van het slachtoffer. Het slachtoffer steekt haar rechter hand op naar de verdachte en loopt met een versnelde pas weg van de verdachte in de richting van de Provenierssingel. Het slachtoffer heeft in haar rechter hand een voorwerp gelijkend op een mobiele telefoon en loopt vervolgens uit beeld.
Op maandag 3 december 2018, omstreeks 16:30 uur kregen wij, verbalisanten, het verzoek van medewerkers van Veiligheid en Service van de Nederlandse Spoorwegen om te komen naar de goederentunnel, welke is gelegen naast de Hema in deStationshal van Centraal Station