Uitspraak ECLI:NL:RBNHO:2019:8251

Deze uitspraak heeft betrekking op het rechtsgebied Strafrecht en is gepubliceerd door de Raad voor de Rechtspraak op 03-10-2019. De uitspraak is gedaan door Rechtbank Noord-Holland op 04-10-2019, deze uitspraak is bekend onder de European Case Law Identifier (ECLI) ECLI:NL:RBNHO:2019:8251, het zaaknummer waarop deze uitspraak betrekking heeft is 1572001418


Bron: Rechtspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Team Straf, locatie HaarlemMeervoudige strafkamer
Parketnummer: 15/720014-18 (P)Uitspraakdatum: 4 oktober 2019Tegenspraak
Vonnis

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzittingen van 17, 19 en 20 september 2019 in de zaak tegen:

[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats]
thans gedetineerd in P.I. HvB Ter Apel.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitiemr. J.J. van Bree en van hetgeen verdachte en zijn raadsvrouw, mr. J. Verstegen, advocaat te Amsterdam, naar voren hebben gebracht.

ECLI:NL:RBNHO:2019:8251:DOC
nl

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Team Straf, locatie HaarlemMeervoudige strafkamer
Parketnummer: 15/720014-18 (P)Uitspraakdatum: 4 oktober 2019Tegenspraak
Vonnis

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzittingen van 17, 19 en 20 september 2019 in de zaak tegen:

[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats]
thans gedetineerd in P.I. HvB Ter Apel.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitiemr. J.J. van Bree en van hetgeen verdachte en zijn raadsvrouw, mr. J. Verstegen, advocaat te Amsterdam, naar voren hebben gebracht.
1

Aan verdachte is, na nadere omschrijving van de tenlastelegging als bedoeld in artikel 314a van het Wetboek van Strafvordering, ten laste gelegd dat:
- één of meer anderen heeft getracht te bewegen om dat/die feit(en) te plegen, te doen plegen, mede te plegen, uit te lokken en/of om daarbij behulpzaam te zijn en/of om daartoe gelegenheid, middelen en/of inlichtingen te verschaffen, en/of- zich en/of één of meer anderen gelegenheid, middelen en/of inlichtingen tot het plegen van dat/die feit(en) heeft/hebben getracht te verschaffen, en/of- voorwerpen en/of vervoermiddelen en/of stoffen en/of gelden of andere betaalmiddelen voorhanden heeft gehad waarvan hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) wist(en) of ernstige redenen had(den) om te vermoeden dat zij bestemd waren tot het plegen van dat/die feit(en),hebbende verdachte en/of zijn mededader(s), daartoe - met [medeverdachte 3] afgesproken en/of voorgesteld dat deze [medeverdachte 3] 4 kilogram, althans een (handels)hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA (3,4-methyleendioxymethamfetamine) zal vervoeren en/of afleveren en/of verstrekken (in Paraguay) en/of buiten het grondgebied van Nederland zal brengen (als terugbetaling) en/of - 4 kilogram, althans een (handels)hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA (3,4-methyleendioxymethamfetamine) besteld en/of ingekocht en/of voorbereid/bewerkt voor transport (in een koffer) en/of afgeleverd/overgedragen en/of doen afleveren/doen overdragen aan [medeverdachte 3] en/of -een kopie paspoort van [medeverdachte 3] gevraagd om een vliegticket voor vertrek van die [medeverdachte 3] aan te schaffen en/of te doen aanschaffen en/of- [medeverdachte 3] (met 4 kilogram, althans een handelshoeveelheid, van een materiaal bevattende MDMA (3,4-methyleendioxymethamfetamine) opgehaald en/of vervoerd vanuit Nederland naar (de luchthaven van) Frankfurt en/of- [medeverdachte 3] (telefonisch) instructie(s) en/of informatie gegeven over de levering/verstrekking van de 4 kilogram MDMA (3,4-methyleendioxymethamfetamine) aan een of meer perso(o)n(en), en/of - [medeverdachte 3] (middels een moneytransfer) 100,= euro toegezonden;
- ( ongeveer) 41.520,= euro (in zijn woning) en/of 15.100,= euro (in de Skoda Octavia) en/of - 13.900,= euro (aan contante uitgave/betaling personenauto Skoda Octavia) en/of - 11.500,= euro (aan contante uitgave/betaling personenauto Citroën c4 Picasso) en/of - 13.200,= euro (aan contante uitgaven/betalingen huur en/of gas en/of licht en/of water) en/of - 1.159,= euro (aan contante uitgave/betaling Iphone X) en/of - ( totaal) 338.552,49 euro (aan contante uitgave/betalingen voor een of meer goederen en/of merkkleding en/of diensten) en/of- vier laptops (macbook air, merk “Apple” en/of merk: “Toshiba” en/of merk: “HP”) en/of - drie iphones en/of drie tablets (merk: ipad merk “Apple” en “Samsung”) en/of - een ipod (merk: “Apple”) en/of - vier gsm-toestellen (merk: black phone en/of “Zizo” en/of “Samsung”) en/of - acht horloges (waarvan vijf van het merk: "Rolex" en/of een van het merk: “TW Steel” en/of een van het merk: “Emporio Armani” en/of een van het merk: “US polo”) en/of - een ring (met steentjes) en/of - een fototoestel (merk: “Casio”) en/of - drie handtassen (merk: “Burberry” en/of “Prada” en/of “Philip Plein”) en/of - een jas (merk: “Phillip Plein”) en/of - twaalf paar schoenen (merk: “Louis Vuitton” en/of “Phillip Plein” en/of “Prada”) en/of -negen broeken (merk: “Phillip Plein” en/of “Dsqaured2”) en/of - twee poloshirts (merk: “Moncler”) en/of - een overhemd (merk: “Phillip Plein”) en/of - vier t-shirts (merk: “Phillip Plein”) en/of - een sweater (merk: “Dsqaured2”) en/of - twaalf riemen (merk: “Ferragamo” en/of “Gucci” en/of “Louis Vuitton” en/of “Phillip Plein”)
1.hij op of omstreeks 11 april 2018 te Hoofddorp, gemeente Haarlemmermeer, althans in Nederland,tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk heeft vervoerd en/of opzettelijk aanwezig heeft gehad 15,33 kilogram/46.123 stuks pillen, in elk geval een (handels) hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA (3,4- methyleendioxymethamfetamine), zijnde MDMA (3,4-methyleendioxymethamfetamine), een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
2.hij op of omstreeks 11 april 2018 te Hoofddorp, gemeente Haarlemmermeer, althans in Nederland,tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,een vuurwapen/pistool (merk/type: "CZ" “VZOR" 50 cal 7.65) en/of bijbehorende munitie (8 [scherpe] patronen, merk CBC, kaliber .32) van categorie III voorhanden heeft gehad;
3.hij in of omstreeks de periode van 17 januari 2018 tot en met 16 februari 2018 te Hoofddorp, gemeente Haarlemmermeer en/of in de gemeente Zwolle, althans in Nederland en/of te Frankfurt, Duitsland, en/of te Lissabon, Portugal en/of te Sao Paulo, Brazilië en/of te Asuncion, Paraguay,tezamen en in vereniging met [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 3] en/of een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk buiten het grondgebied van Nederland heeft gebracht, al dan niet bedoeld als in artikel 1 lid 5 Opiumwet, en/of opzettelijk heeft bereid, bewerkt en/of verwerkt, en/of verkocht, afgeleverd, verstrekt en/of vervoerd, en/of opzettelijk aanwezig heeft gehad vier kilogram MDMA (3,4 methyleendioxymethamfetamine), althans een (handels)hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA (3,4-methyleendioxymethamfetamine), zijnde MDMA (3,4-methyleendioxymethamfetamine), een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
subsidiairhij in of omstreeks de periode van 17 januari 2018 tot en met 16 februari 2018 te Hoofddorp, gemeente Haarlemmermeer en/of in de gemeente Zwolle, althans in Nederland en/of te Frankfurt, Duitsland, en/of te Lissabon, Portugal en/of te Sao Paulo, Brazilië en/of te Asuncion, Paraguay,tezamen en in vereniging met [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 3] en/of een of meer anderen, althans alleen, om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet te weten het opzettelijk bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren en/of buiten het grondgebied van Nederland brengen van vier kilogram MDMA (3,4-methyleendioxymethamfetamine), althans een (handels)hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA (3,4-methyleendioxymethamfetamine), zijnde MDMA (3,4-methyleendioxymethamfetamine), een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet,voor te bereiden en/of te bevorderen,
4.hij in of omstreeks de periode van 13 december 2017 tot en met 28 augustus 2018 te Hoofddorp en Schiphol, gemeente Haarlemmermeer en/of te Zwaag, gemeente Hoorn en/of te Westzaan, gemeente Zaanstad, althans in Nederland, en/of in/op de Dominicaanse Republiek, heeft deelgenomen aan een organisatie, bestaande uit een samenwerkingsverband van natuurlijke personen, te weten [verdachte] en [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of één of meer andere mededader(s),welke organisatie tot oogmerk had het plegen van een of meer misdrijven als bedoeld in artikel 10 derde, vierde, vijfde lid en/of artikel 10a eerste lid Opiumwet(te weten het binnen en/of buiten het grondgebied van Nederland brengen van [een] [handelshoeveelheid/-hoeveelheden] van een middel[en] als vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van die wet, [te weten: cocaïne en/of fentanyl en/of MDMA [3,4 methyleendioxymethamfetamine] en/of lsd [lysergide] en/of het bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken en/of vervoeren en/of vervaardigen en/of aanwezig hebben van [een] [handelshoeveelheid/-hoeveelheden] van een middel[en] als vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van die wet, [te weten: cocaïne en/of fentanyl en/of MDMA [3,4-methyleendioxymethamfetamine] en/of lsd [lysergide] [in en/of vanuit en/of naar Nederland en/of de Dominicaanse Republiek en/of Canada en/of Brazilië en/of de Verenigde Staten en/of Duitsland en/of Paraguay]),en/ofhet verrichten van voorbereidings- en/of bevorderingshandelingen gericht op het binnen en/of het buiten het grondgebied van Nederland brengen van [een] [handelshoeveelheid/-hoeveelheden] van een middel[en] als vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van die wet, [te weten: cocaïne en/of fentanyl en/of MDMA [3,4 methyleendioxymethamfetamine] en/of lsd [lysergide]en/of het bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken en/of vervoeren en/of vervaardigen [in en/of vanuit en/of naar Nederland en/of de Dominicaanse Republiek en/of Canada en/of Brazilië en/of de Verenigde Staten en/of Duitsland en/of Paraguay] van [een] [handelshoeveelheid/-hoeveelheden] van [een] middel[en] als vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van die wet, [te weten: cocaïne en/of fentanyl en/of MDMA [3,4-methyleendioxymethamfetamine] en/of lsd [lysergide]);
5.hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 01 december 2016 tot en met 11 april 2018, te Hoofddorp, gemeente Haarlemmermeer, en/of te Amsterdam althans in Nederland,tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,van het plegen van witwassen een gewoonte heeft gemaakt, althans zich schuldig heeft/hebben gemaakt aan witwassen,immers heeft/hebben hij, verdachte en/of zijn mededader(s) (telkens) (een) voorwerp(en), (te weten een of meer [verschillende] [grote] hoeveelheid/hoeveelheden (contant[e]) geld(bedrag[en])
verworven, voorhanden gehad, overgedragen en/of omgezet en/of van voornoemde voorwerp(en) en/of geldbedragen gebruik gemaakt
en/of

de werkelijke aard en/of de herkomst en/of de vindplaats en/of de vervreemding en/of de verplaatsing verborgen en/of verhuld, en/ofverborgen en/of verhuld wie de rechthebbende(n) was/waren op dit/dat/die/deze voorwerp(en)/geldbedrag(en) en/of wie dit/dat/die/deze voorwerp(en) /geldbedrag(en)voorhanden had(den),terwijl hij en/of zijn mededader(s) wist(en), dat voornoemd(e) voorwerp(en) - onmiddellijk of middellijk - (mede) afkomstig was/waren uit enig misdrijf.
2

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het Openbaar Ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.
3

3.1.
Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van de onder 1, 2, 3 primair, 4 en 5 ten laste gelegde feiten.
3.2.
Standpunt van de verdediging

De raadsvrouw van verdachte heeft aangevoerd dat verdachte van alle feiten moet worden vrijgesproken.
3.3.
Oordeel van de rechtbank

3.3.1.
Bespreking van een op bewijsuitsluiting gericht verweer

De raadsvrouw van verdachte heeft zich op het standpunt gesteld, dat veel van de verkregen onderzoeksresultaten moeten worden uitgesloten voor het bewijs van de aan haar cliënt ten laste gelegde feiten. Ter onderbouwing van dat standpunt heeft zij – verkort en zakelijk weergegeven – het volgende aangevoerd:Op grond van feiten en omstandigheden die zijn vastgesteld in het onderzoek tegen de op 10 april 2018 op de luchthaven Schiphol aangehouden medeverdachte [medeverdachte 1] (hierna: [medeverdachte 1] ) vond in de avond van 11 april 2018 op vordering van de officier van justitie en onder leiding van de rechter-commissaris een doorzoeking ter inbeslagneming plaats in de woning aan de [adres] . Dit adres was aangetroffen in de telefoon van [medeverdachte 1] , terwijl deze geen banden met Nederland heeft. Op het adres bleken geen personen ingeschreven te staan en de woning maakte een gesloten/afgedichte indruk.De aan weinig beperkingen onderworpen doorzoekingsbevoegdheid van de rechter-commissaris kan niet impliceren dat een dergelijke doorzoeking onder welke omstandigheden dan ook, per definitie in overeenstemming is met het recht. Er dient een zorgvuldige afweging plaats te vinden van alle bij de doorzoeking betrokken belangen. De verdenking van witwassen jegens [medeverdachte 1] kan niet worden aangemerkt als een voorafgaande noodzaak tot doorzoeking van de woning aan de [adres] , nu de voor die doorzoeking aangevoerde redenen feitelijk onjuist of onvoldoende redengevend waren om specifiek naar die woning te gaan. [medeverdachte 1] gaf immers al op 11 april 2018 aan enige band met Nederland te hebben en sinds 6 april 2018 stond op het Hoofddorpse adres de persoon ingeschreven die voorkwam op de in de telefoon van [medeverdachte 1] aangetroffen foto.Als rechtstreeks gevolg van het onherstelbare vormverzuim zijn de in de tenlastelegging opgenomen goederen en voorwerpen verkregen; na doorzoeking van de woning heeft nog – met gebruikmaking van in de woning aangetroffen autosleutels – doorzoeking van de voertuigen plaatsgevonden. Door de onrechtmatige doorzoeking van de woning is in aanzienlijke mate inbreuk gemaakt op belangrijke strafvorderlijke voorschriften en is op verwijtbare wijze inbreuk gemaakt op de door die voorschriften gewaarborgde belangen van verdachte, die daardoor nadeel heeft ondervonden. Het in casu toe te passen toetsingskader biedt ruimte de zeer ingrijpende inbreuk op het huisrecht die het gevolg is van dit vormverzuim te sanctioneren met bewijsuitsluiting ten aanzien van de goederen die zijn opgenomen in de omschrijving van de ten laste gelegde feiten 1, 2 en 5.Bij de doorzoeking van de Citroen C4 Picasso op 12 april 2018 werd onder meer een Samsung Galaxy smartphone in beslag genomen. Ten aanzien van die smartphone geldt eveneens dat de inbeslagneming daarvan als onrechtmatig kan worden aangemerkt, maar daarnaast nog in het bijzonder dat deze blijkens de stukken van het strafdossier door een medewerker van het Forensisch IT-team van de FIOD is onderzocht met gebruikmaking van een technisch hulpmiddel. Nu voor een dergelijk onderzoek een daarop toegesneden wettelijke regeling ontbreekt, moet met een beroep op aangaande deze materie door de Hoge Raad gewezen arresten dat onderzoek als onrechtmatig worden aangemerkt, nu het onderzoek dusdanig verstrekkend is geweest dat daardoor een meer dan beperkte inbreuk op de persoonlijke levenssfeer is gemaakt. Door de niet gerechtvaardigde schending van het voorschrift van art. 8 EVRM dienen de op de Samsung smartphone aangetroffen gegevens (afbeeldingen en chatgesprekken) te worden uitgesloten van het bewijs.De normering die de Hoge Raad – in afwachting van wetgeving op dit terrein – heeft aangebracht ten aanzien van het onderzoek van gegevens in een smartphone, leidt voor de onderhavige zaak tot de conclusie, dat bij het onderzoek de rechter-commissaris betrokken had moeten worden. De (nieuwe) standaardwerkwijze dat in geval van inbeslagneming van een telefoon contact wordt opgenomen met de officier van justitie om toestemming te vragen voor onderzoek aan die telefoon, voldoet hier niet.Verdachte dient dus te worden vrijgesproken van hetgeen hem onder feit 3 is ten laste gelegd.De rechtbank deelt niet de opvatting van de raadsvrouw, zoals die tot uitdrukking komt in de door haar getrokken conclusies.In de eerste plaats volgt zij de raadsvrouw niet waar die de juistheid van de gegevens die mede de grondslag vormden voor de doorzoeking van de woning in Hoofddorp, ter discussie stelt. De stukken van het dossier – mede bezien in het licht van hetgeen de officier van justitie daaromtrent ter terechtzitting heeft opgemerkt – leveren geen aanknopingspunten op voor de veronderstelling dat op 11 april 2018 een andere voorstelling van zaken met betrekking tot beschikbare feiten en omstandigheden is gepresenteerd dan in overeenstemming was met de uit het onderzoek tot dusverre bekend geworden gegevens.Dat betekent, dat de voorwerpen die bij de doorzoeking van de woning onder leiding van de rechter-commissaris in beslag zijn genomen – waaronder begrepen de autosleutels met behulp waarvan later doorzoekingen van de auto’s hebben plaatsgevonden – op rechtmatige wijze in het onderzoek zijn betrokken en de desbetreffende gegevens niet behoeven te worden uitgesloten van het bewijs.Ten aanzien van het onderzoek dat is uitgevoerd aan de (gelet op het bovenstaande dus ook rechtmatig) in beslag genomen smartphone van verdachte heeft als uitgangspunt te gelden, dat de huidige wettelijke regeling geen voorafgaande rechterlijke toetsing of tussenkomst van de officier van justitie vereist voor het doen van onderzoek door een opsporingsambtenaar aan zo’n in beslag genomen telefoon.Aan dat uitgangspunt dient inmiddels wel te worden toegevoegd dat een dergelijk onderzoek onrechtmatig kan zijn indien het zo verstrekkend is dat een min of meer compleet beeld wordt verkregen van bepaalde aspecten van het persoonlijk leven van de gebruiker van die telefoon. In zijn arrest van 4 april 2017 (ECLI:NL:HR:2017:584) heeft de Hoge Raad te dien aanzien overwogen dat van een zo verstrekkend onderzoek in het bijzonder sprake zal kunnen zijn wanneer het gaat om onderzoek van alle in de smartphone opgeslagen of beschikbare gegevens met gebruikmaking van technische hulpmiddelen.Om de dreigende onrechtmatigheid van dergelijk onderzoek aan een telefoon te voorkomen kan een toereikende grondslag voor het bedoelde onderzoek worden gevonden in de eigen bevoegdheid van de officier van justitie alsook in die van de rechter-commissaris om voorwerpen in beslag te nemen en daaraan onderzoek te (doen) verrichten. In het bijzonder als het gaat om gevallen waarin op voorhand al is te voorzien dat de inbreuk op de persoonlijke levenssfeer zeer ingrijpend zal zijn, valt – in het licht van art. 8 EVRM – te denken aan onderzoek door de rechter-commissaris.Waar de raadsvouw van verdachte concludeert dat in de onderhavige zaak de rechter-commissaris bij het onderzoek had moeten worden betrokken ligt in dat standpunt besloten, dat in casu op voorhand te voorzien was dat de inbreuk op de persoonlijke levenssfeer zeer ingrijpend zou zijn. Zo’n impliciete gevolgtrekking valt nergens uit af te leiden. De omstandigheid dat niet is geverbaliseerd welke gegevens nog meer zijn onderzocht dan waarvan in de stukken van het dossier gewag wordt gemaakt, rechtvaardigt niet de suggestie en dus ook zeker niet de conclusie dat van een zeer ingrijpende inbreuk op de persoonlijke levenssfeer sprake zou (kunnen) zijn. Die omstandigheid vormt evenmin grond voor de gedachte dat de opsporingsambtenaren verzuimd zouden hebben aan hun verbaliseringsplicht te voldoen door bevindingen achterwege te laten die van belang zouden kunnen zijn voor enige door de rechter in het eindonderzoek te nemen beslissing. In dit verband hecht de rechtbank ook betekenis aan de houding van verdachte ter terechtzitting die op de vraag van de officier van justitie naar de aard van de in zijn telefoon opgeslagen gegevens niet een concreet antwoord heeft willen geven.De conclusie luidt derhalve dat de in de smartphone van verdachte aangetroffen gegevens niet behoeven te worden uitgesloten voor het bewijs van de als feit 3 ten laste gelegde gedraging.
3.3.2.
Bespreking van een ten aanzien van feit 3 primair gevoerd bewijsverweer

De raadsvrouw heeft aangevoerd dat verdachte van het onder 3 primair ten laste gelegde medeplegen van uitvoer van 4 kilogram MDMA moet worden vrijgesproken, omdat niet wettig en overtuigend kan worden bewezen dat hetgeen [medeverdachte 3] heeft uitgevoerd, MDMA dan wel andere verdovende middelen betrof en dat voorts de hoeveelheid niet kan worden vastgesteld.
De rechtbank stelt op grond van het dossier vast dat [medeverdachte 3] MDMA heeft uitgevoerd. In chats tussen verdachte en anderen in de periode waarin dit transport wordt voorbereid, wordt veelvuldig over ‘M’ gesproken. In een chat tussen verdachte en een persoon die zich [naam 1] noemt stuurt verdachte een aantal voor XTC-pillen gebruikte merknamen en in een chat met een man genaamd [naam 2] vraagt verdachte of [naam 2] ‘M’ heeft. [naam 2] antwoordt: M?, waarop verdachte reageert met: MDMA. Voorts zijn in de telefoon van verdachte afbeeldingen van verschillende XTC-pillen aangetroffen en lag in diens auto een hoeveelheid van 15 kilogram XTC-pillen. De rechtbank is wel met de raadsvrouw van oordeel dat niet met zekerheid kan worden vastgesteld dat met de uitvoer van ‘4 m’ een hoeveelheid van 4 kilogram wordt bedoeld. De rechtbank gaat er echter wel van uit dat het een handelshoeveelheid MDMA betrof, nu uit de gebruikte bewijsmiddelen blijkt dat het tijd kostte om de hoeveelheid MDMA te regelen, er veel geld voor het ticket van [medeverdachte 3] is betaald en [medeverdachte 3] na afloop een geldelijke beloning heeft ontvangen.
3.3.3.
Bespreking van een ten aanzien van feit 4 gevoerd bewijsverweer

De raadsvrouw heeft aangevoerd dat verdachte van feit 4 moet worden vrijgesproken, omdat uit het dossier onvoldoende volgt dat sprake is geweest van een gestructureerd en duurzaam samenwerkingsverband, dan wel dat verdachte hieraan heeft deelgenomen. Voor zover de rechtbank al tot het bewijs zou komen voor het medeplegen van de afzonderlijk ten laste gelegde feiten, lijkt het er veeleer op dat sprake is geweest van een incidentele samenwerking. Daarnaast moet men voorzichtig omgaan met de aanname dat met ‘ [bijnaam] ’, ‘ [bijnaam] ’ of ‘ [bijnaam] ’ verdachte wordt bedoeld, nu uit het dossier volgt dat ook een ander persoon met deze naam (letterlijk te vertalen met: “mager”) wordt aangeduid.
De rechtbank is van oordeel dat het verweer van de raadsvrouw wordt weerlegd door de bewijsmiddelen die zijn opgenomen in de bijlage bij dit vonnis. Daaruit blijkt afdoende dat en op welke wijze het samenwerkingsverband vorm en inhoud had. De rechtbank zal op enkele concrete bewijsmiddelen wijzen, maar eerst een algemene voorafgaande opmerking maken: het daadwerkelijk plegen van misdrijven hoeft niet de enige of voornaamste bestaansgrond te zijn en het is ook niet zo dat een deelnemer bekend moet zijn (geweest) met alle personen die deel uitmaken van de organisatie. Om deelnemer te zijn dient men wel te behoren tot de organisatie en een aandeel te hebben in de gedragingen die strekken tot of rechtstreeks verband houden met de verwezenlijking van het oogmerk van de organisatie dan wel die gedragingen te ondersteunen. Deelneming aan de organisatie is hier de strafbaar gestelde gedraging. Deze vereist niet het meedoen aan door de organisatie beoogde misdrijven, zelfs opzet op die misdrijven is niet vereist. Wel is voor wetenschap van de deelnemer dat de organisatie tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven, opzet in onvoorwaardelijke zin vereist.

In reactie op de door de raadsvrouw in twijfel getrokken gelijkstelling van haar cliënt aan de persoon die gebruik maakt van de namen ‘ [bijnaam] ’, ‘ [bijnaam] ’ of [bijnaam] ’ kan gewezen worden op hetgeen is vastgesteld in het onderzoek aan de telefoons van verdachte: bij de applicaties Whatsapp en Telegram (Samsung J7) maakt verdachte gebruik van de naam [bijnaam] . In het infotainmentsysteem van de Skoda Octavia die onder verdachte in beslag is genomen, verschijnt na het opstarten de melding: Skoda del [bijnaam] . Ook [getuige] kent verdachte onder de naam [bijnaam] . Uit een en ander leidt de rechtbank af dat, indien in het dossier over [bijnaam] ’ of ‘ [bijnaam] ’ wordt gesproken of die naam wordt gebruikt, dit verdachte betreft. Verdachte en [medeverdachte 2] wisselden in december 2017 contactgegevens uit. In de periode daarna onderhield verdachte met beide medeverdachten nauw contact. Verdachten hielden elkaar op de hoogte van prijzen en mogelijkheden en traden samen in contact met andere partijen. Verdachte mengt zich af en toe in het gesprek als [medeverdachte 1] vanuit Nederland contact heeft met een zich in de Dominicaanse Republiek bevindende persoon, die gelet op zijn uitlatingen van dienst kan zijn op het gebied van het prepareren van zendingen. [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] hadden begin april 2018 in de Dominicaanse Republiek afspraken met een advocaat en met een man van de douane, terwijl [medeverdachte 2] ook voor verdachte een vlucht had gereserveerd opdat ook verdachte in de Dominicaanse Republiek zou zijn op dat moment. Verdachten spraken veel over verdovende middelen en over de in- en uitvoer daarvan. Er werden onderling, maar ook met anderen, foto’s van verdovende middelen uitgewisseld en er werd gesproken over de kwaliteit van cocaïne, het vervaardigen van fentanylpleisters, de gehaltes werkzame stof in XTC-pillen, de logo’s van de XTCpillen en over de kosten en de opbrengsten van de verdovende middelen. Ieder van de verdachten had zijn eigen contacten in de criminele wereld en deze contacten werden onderling gedeeld. Verdachten waren zich er constant van bewust dat er heimelijk, via PGP-telefoons, gecommuniceerd moest worden. Ook werd regelmatig van telefoon gewisseld. Nadat medeverdachte [medeverdachte 1] en verdachte waren aangehouden, hebben zij aan elkaar en aan [medeverdachte 2] duidelijk gemaakt dat hun gezamenlijke projecten gewoon door moesten gaan. Toen [medeverdachte 1] vrij kwam, heeft hij contact gehouden met [medeverdachte 2] en (indirect) met verdachte en zijn er voorbereidingen getroffen om de handel in verdovende middelen voort te zetten. Hieruit blijkt het duurzame en gestructureerde karakter van de samenwerking. Gelet op het voorgaande kan wettig en overtuigend worden bewezen dat sprake was van een criminele organisatie en dat verdachte aan deze organisatie heeft deelgenomen.
3.3.4.
Bespreking van een ten aanzien van feit 5 gevoerd (partieel) bewijsverweer

De raadsvrouw heeft met betrekking tot enkele onderdelen van de ten laste gelegde verdenking van witwassen vrijspraak bepleit. Samengevat komt het door haar ingenomen standpunt er op neer dat onvoldoende onderzoek heeft plaatsgevonden om te kunnen vaststellen dat verdachte tot de bij hem aangetroffen facturen en spullen in een dusdanige relatie staat dat daarbij de kwalificatie “witwassen” zou horen.
De rechtbank deelt dit standpunt niet en overweegt in dat verband het volgende.Voor een bewezenverklaring van witwassen is vereist dat komt vast te staan dat de desbetreffende geldbedragen en de overige met de verdenking van witwassen in verband gebrachte goederen middellijk of onmiddellijk van enig misdrijf afkomstig zijn en dat verdachte dat ook wist.
Het onderzoek in de onderhavige zaak heeft geen direct bewijs opgeleverd voor een criminele herkomst van de in de tenlastelegging opgenomen geldbedragen en goederen.

Indien op grond van de beschikbare bewijsmiddelen geen rechtstreeks verband valt te leggen tussen het voorwerp en een bepaald misdrijf, kan niettemin bewezen worden geacht dat een voorwerp ‘uit enig misdrijf’ afkomstig is, indien het op grond van de vastgestelde feiten en omstandigheden niet anders kan zijn dan dat het uit enig misdrijf afkomstig is.

Als uit het door het openbaar ministerie aangedragen bewijs, feiten en omstandigheden kunnen worden afgeleid die van dien aard zijn dat zonder meer sprake is van een vermoeden van witwassen, mag van de verdachte worden verlangd dat hij een verklaring geeft voor de herkomst van de voorwerpen. Vervolgens ligt het dan op de weg van het openbaar ministerie om nader onderzoek te doen naar de, uit de verklaringen van de verdachte blijkende, alternatieve herkomst.

De rechtbank leidt uit de bewijsmiddelen de volgende feiten en omstandigheden af.

Verdachte is rond 2013 naar Nederland gekomen. De vrouw van verdachte heeft geen inkomsten en zij heeft verklaard niet te weten wat voor werk haar man doet. Zij wonen op de [adres] in Hoofddorp en betalen degene die de woning feitelijk huurt daarvoor in totaal € 1.200 per maand. Verdachte en zijn vrouw staan niet in Nederland ingeschreven en bij de belastingdienst zijn geen inkomensgegevens van hen bekend. Tijdens de doorzoeking in de woning en in de door verdachte aangeschafte auto’s zijn grote geldbedragen (in totaal € 56.620), (luxe) voorwerpen en aankoopfacturen (tot een totaalbedrag van € 338.552,49) aangetroffen voor onder andere luxe kleding.
Omdat van verdachte geen inkomsten bekend zijn, maar wel aanzienlijke (contante) uitgaven zijn gedaan en grote geldbedragen, auto’s en (luxe) goederen zijn aangetroffen, acht de rechtbank een vermoeden van witwassen gerechtvaardigd. Dat betekent dat van verdachte mag worden verlangd dat hij een concrete, verifieerbare en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijke verklaring geeft voor de herkomst hiervan.

Verdachte heeft zich ten aanzien van alle vragen die hem op meerdere momenten in het onderzoek zijn gesteld over de herkomst van de geldbedragen en aangekochte goederen op zijn zwijgrecht beroepen. Verdachte heeft daarmee geen enkel tegenwicht geboden aan de verdenking van witwassen zodat voor een nader onderzoek door het openbaar ministerie geen aanleiding bestond. Er is daarom geen andere conclusie mogelijk dan dat de in de tenlastelegging opgenomen geldbedragen en voorwerpen onmiddellijk of middellijk uit enig misdrijf afkomstig zijn en dat verdachte dat wist. De rechtbank komt daarmee tot een bewezenverklaring van het onder feit 5 ten laste gelegde witwassen, waarbij de rechtbank eveneens bewezen acht dat verdachte, gelet op de hoogte en omvang van de geldbedragen en goederen en de periode waarin dit witwassen blijkens de bewijsmiddelen plaatsvond, van dit witwassen een gewoonte heeft gemaakt.

3.3.5.
Bewijsmiddelen

De rechtbank komt tot bewezenverklaring van de onder 1, 2, 3 primair, 4 en 5 ten laste gelegde feiten op grond van de bewijsmiddelen die in de bijlage bij dit vonnis zijn vervat.
3.4.
Bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de onder 1, 2, 3 primair, 4 en 5 ten laste gelegde feiten heeft begaan, met dien verstande dat
1.hij op 11 april 2018 te Hoofddorp, opzettelijk heeft vervoerd en opzettelijk aanwezig heeft gehad 15,33 kilogram/46.123 stuks pillen van een materiaal bevattende MDMA (3,4- methyleendioxymethamfetamine);
2.hij omstreeks 11 april 2018 te Hoofddorp, een vuurwapen/pistool (merk/type: "CZ" “VZOR" 50 cal 7.65) en bijbehorende munitie (8 [scherpe] patronen, merk CBC, kaliber .32) van categorie III voorhanden heeft gehad;
3.
Primair:

hij in de periode van 17 januari 2018 tot en met 16 februari 2018 te Hoofddorp en/of in de gemeente Zwolle en te Frankfurt, Duitsland, en te Lissabon, Portugal en te Sao Paulo, Brazilië en te Asuncion, Paraguay,tezamen en in vereniging met [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3] ,opzettelijk buiten het grondgebied van Nederland heeft gebracht, al dan niet bedoeld als in artikel 1 lid 5 Opiumwet, enopzettelijk heeft afgeleverd en/of vervoerd en/of opzettelijk aanwezig heeft gehad een handelshoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA (3,4-methyleendioxymethamfetamine);
4.hij in de periode van 13 december 2017 tot en met 28 augustus 2018 te Hoofddorp en/of Schiphol, gemeente Haarlemmermeer en/of te Zwaag en/of te Westzaan, althans in Nederland en/of in de Dominicaanse Republiek, heeft deelgenomen aan een organisatie, bestaande uit een samenwerkingsverband van natuurlijke personen, te weten verdachte en [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] en andere mededaders,welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven als bedoeld in artikel 10 derde, vierde, vijfde lid en artikel 10a eerste lid Opiumwet(te weten het binnen en/of buiten het grondgebied van Nederland brengen van handelshoeveelheden van middelen als vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I, [te weten: cocaïne en/of fentanyl en/of MDMA [3,4 methyleendioxymethamfetamine] en/of lsd [lysergide] en/of het bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken en/of vervoeren en/of vervaardigen en/of aanwezig hebben van handelshoeveelheden van middelen als vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I, [te weten: cocaïne en/of fentanyl en/of MDMA [3,4-methyleendioxymethamfetamine] en/of lsd [lysergide] en/ofhet verrichten van voorbereidings- en/of bevorderingshandelingen gericht op het binnen en/of het buiten het grondgebied van Nederland brengen van handelshoeveelheden van middelen als vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I [te weten: cocaïne en/of fentanyl en/of MDMA [3,4 methyleendioxymethamfetamine] en/of lsd [lysergide]en/of het bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken en/of vervoeren en/of vervaardigen van handelshoeveelheden van middelen als vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I, [te weten: cocaïne en/of fentanyl en/of MDMA [3,4-methyleendioxymethamfetamine] en/of lsd [lysergide];
5.hij in de periode van 1 december 2016 tot en met 11 april 2018, te Hoofddorp, en/of te Amsterdam, althans in Nederland,van het plegen van witwassen een gewoonte heeft gemaakt, immers heeft hij, verdachte telkens (een) voorwerp(en), onder meer verschillende grote hoeveelheden contante geldbedragen,
verworven, voorhanden gehad en/of omgezet en/of van voornoemde voorwerpen en/of geldbedragen gebruik gemaakt, terwijl hij wist dat voornoemde voorwerpen - onmiddellijk of middellijk - (mede) afkomstig waren uit enig misdrijf.
De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten zijn verbeterd. Blijkens het verhandelde op de terechtzitting is verdachte daardoor niet geschaad in zijn verdediging.

Hetgeen aan verdachte onder 1, 2, 3 primair, 4 en 5 meer of anders is ten laste gelegd dan hier als bewezen is aangenomen, is niet bewezen. Verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

- ( ongeveer) 41.520 euro (in zijn woning) en/of 15.100 euro (in de Skoda Octavia) en/of - 13.900 euro (aan contante uitgave/betaling personenauto Skoda Octavia) en/of - 11.500 euro (aan contante uitgave/betaling personenauto Citroën c4 Picasso) en/of - 13.200 euro (aan contante uitgaven/betalingen voor huur en/of gas en/of licht en/of water) en/of - 1.159 euro (aan contante uitgave/betaling Iphone X) en/of - ( totaal) 338.552,49 euro (aan contante uitgaven/betalingen voor een of meer goederen en/of merkkleding en/of diensten) en/of- vier laptops (macbook air, merk “Apple” en/of merk: “Toshiba” en/of merk: “HP”) en/of - drie iphones en/of drie tablets (merk: ipad merk “Apple” en “Samsung”) en/of - een ipod (merk: “Apple”) en/of - vier gsm-toestellen (merk: black phone en/of “Zizo” en/of “Samsung”) en/of - zeven horloges (onder andere van het merk: "Rolex" en/of een van het merk: “TW Steel” en/of een van het merk: “Emporio Armani” en/of een van het merk: “US polo”) en/of - een ring (met steentjes) en/of - een fototoestel (merk: “Casio”) en/of - drie handtassen (waarvan één van het merk: “Philip Plein”) en/of - een jas (merk: “Phillip Plein”) en/of - twaalf paar schoenen (onder andere van het merk: “Louis Vuitton” en/of “Phillip Plein” en/of “Prada”) en/of -negen broeken (onder andere van het merk: “Phillip Plein” en/of - twee poloshirts en/of - een overhemd (merk: “Phillip Plein”) en/of - vier t-shirts (merk: “Phillip Plein”) en/of - een sweater (en/of - twaalf riemen (onder andere van het merk: “Ferragamo” en “Louis Vuitton” en “Phillip Plein”)
4

Het bewezenverklaarde levert op:
feit 1:

opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod
feit 2:

handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie IIIenhandelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie
feit 3 primair:

medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder A van de Opiumwet gegeven verbod enmedeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder B van de Opiumwet gegeven verbodenmedeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod
feit 4:

deelneming aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van een misdrijf als bedoeld in artikel 10 derde, vierde en vijfde lid en artikel 10a eerste lid van de Opiumwet
feit 5:

van het plegen van witwassen een gewoonte maken.
Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden waardoor de wederrechtelijkheid aan het bewezenverklaarde zou ontbreken. Het bewezenverklaarde is derhalve strafbaar.

5

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is derhalve strafbaar.
overwegingen

6

6.1
Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 10 jaar, met aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht.
6.2
Standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft aangevoerd dat een eventuele veroordeling ter zake van feit 4 niet zwaar zou moeten meewegen in de strafmaat, omdat in de LOVS-oriëntatiepunten een categorie ‘organisatie’ is opgenomen voor de uitvoer en het aanwezig hebben van verdovende middelen, zodat dit aspect al is verdisconteerd in de strafmaat. Voorts is sprake van een voortgezette handeling als bedoeld in artikel 56 Sr, omdat het witwasfeit in het verlengde ligt van de onderliggende feiten. De raadsvrouw heeft verzocht met het voorgaande rekening te houden bij het bepalen van de straf.
6.3
Oordeel van de rechtbank

Bij de beslissing over de sanctie die aan verdachte moet worden opgelegd, heeft de rechtbank zich laten leiden door de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede de persoon van verdachte, zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.
In het bijzonder heeft de rechtbank het volgende in aanmerking genomen.Verdachte heeft samen met anderen deelgenomen aan een criminele organisatie die zich gedurende een periode van ongeveer 9 maanden vrijwel onafgebroken heeft bezig gehouden met de internationale handel in verdovende middelen (MDMA, cocaïne, LSD en Fentanyl). Verdachte had met zijn medeverdachten en diverse andere personen veelvuldig contact over hoeveelheden, prijzen en de kwaliteit van verdovende middelen en de mogelijkheden voor in- en uitvoer van verdovende middelen.Verdachte heeft samen met anderen een koffer met daarin een handelshoeveelheid MDMA uitgevoerd naar Paraguay. Verdachte regelde het ticket van de koerier, hield contact met hem tijdens de reis en zorgde ervoor dat de koerier na terugkomst zijn beloning kreeg. Na zijn aanhouding op 11 april 2018 werd in de auto van verdachte een koffer met ruim 15 kilogram XTC-tabletten gevonden. Voorts werd onder zijn matras een vuurwapen met munitie aangetroffen. Tijdens zijn detentie is verdachte samen met zijn medeverdachten doorgegaan met de ‘lopende projecten’. Hij speelde ook toen nog een actieve en sturende rol. Er werden onder meer voorbereidingshandelingen getroffen voor een verdovende middelenlijn tussen de Dominicaanse Republiek en Canada, waarbij ook een douanier en een advocaat betrokken leken te worden. De diverse verdovende middelen waarin gehandeld werd brengen grote gezondheidsrisico’s voor de gebruikers met zich mee. Tevens gaat de handel daarin vaak gepaard met andere vormen van criminaliteit onder de gebruikers, voornamelijk om de hoge kosten van het gebruik te kunnen bekostigen. Daarnaast genereert de handel in en de smokkel van verdovende middelen grote illegale geldstromen, hetgeen schadelijke gevolgen heeft voor de samenleving.De verdachten in deze zaak, die ieder een eigen rol binnen de criminele organisatie hadden, hebben er allen blijk van gegeven bereid te zijn een substantiële bijdrage te leveren aan de instandhouding van het internationale criminele drugscircuit. Daarbij handelden zij steeds uit winstbejag. Het met de drugshandel verdiende criminele geld werd door verdachte onder meer gebruikt voor de (onder)huur van zijn woning, de aanschaf van twee personenauto’s en het kopen van luxe merkartikelen. Op die wijze heeft verdachte de opbrengsten van de misdrijven onttrokken aan het zicht van justitie en de fiscus, hetgeen een ernstige aantasting van de integriteit van het financieel en economisch bestel betekent. Het reguliere handels- en betalingsverkeer wordt daardoor ondermijnd en de maatschappij wordt veel schade toegebracht. De rechtbank rekent verdachte dit alles aan. Verdachte had een initiërende, sturende en organiserende rol binnen de criminele organisatie, zelfs tijdens zijn detentie. De rechtbank houdt hiermee rekening bij het opleggen van de straf.
Anders dan de raadsvrouw heeft aangevoerd, is naar het oordeel van de rechtbank geen sprake van een voortgezette handeling van het witwasfeit ten opzichte van de andere feiten. Voor een voortgezette handeling dienen de verschillende bewezenverklaarde, elkaar in tijd opvolgende gedragingen (ook met betrekking tot het “wilsbesluit”) zo nauw met elkaar samen te hangen dat verdachte daarvan (in wezen) één verwijt wordt gemaakt. Nu de periode van het bewezenverklaarde witwassen zich over een langere en grotendeels aan de data van de in kaart gebrachte drugsfeiten voorafgaanden periode uitstrekt, is reeds daarom van een voortgezette handeling geen sprake.
De rechtbank acht, gelet op het hiervoor overwogene, een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van na te melden duur passend en geboden en in overeenstemming met de straffen die door de rechtbank in soortgelijke gevallen plegen te worden opgelegd.

7

Verbeurdverklaring

De rechtbank is van oordeel dat de onder verdachte in beslag genomen en niet teruggegeven voorwerpen, te weten (samengevat) een geldbedrag van in totaal € 57.650, twee personenauto’s, horloges, een ring, telefoons, simkaarten, activatiekaarten, GWK bescheiden, Sandisk kaarten, facturen, een fototoestel van het merk Casio, koffers en merkartikelen (nrs. 42, 1 tot en met 9, 11 tot en met 16, 20, 24 tot en met 26, 28, 30 tot en met 32, 34, 35, 38, 40, 41, 43A, 47 en 59 tot en met 83 van de beslaglijst), dienen te worden verbeurd verklaard. Uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat deals feit 3, 4 en 5 ten laste gelegde en bewezen verklaarde feiten met betrekking tot die voorwerpen, die aan verdachte toebehoren, zijn begaan.
8

Onttrekking aan het verkeer

De rechtbank is van oordeel dat de onder verdachte in beslag genomen en niet teruggegeven voorwerpen, te weten nepmerkartikelen en een vuurwapen (nrs. 27(2), 36, 37, 39, 42A, 43 tot en met 46 en 48 tot en met 58 van de beslaglijst), dienen te worden onttrokken aan het verkeer. Uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de als feiten 2 en 5 ten laste gelegde en bewezen verklaarde feiten met betrekking tot die voorwerpen zijn begaan en het ongecontroleerde bezit van die voorwerpen is in strijd met de wet.
9. Overige beslissingen omtrent in beslag genomen en niet teruggegeven voorwerpen

Teruggave aan verdachte

De rechtbank is van oordeel dat de onder verdachte in beslag genomen en niet teruggegeven voorwerpen, te weten computers en een tasje met opwaardeerkaarten van het merk Apple (nrs. 10, 17, 19, 21 tot en met 23, 27(1) en 29 van de beslaglijst), dienen te worden teruggegeven aan verdachte.
10

De volgende wetsartikelen zijn van toepassing:
33, 33a, 36c, 47, 57 en 420ter van het Wetboek van Strafrecht;2, 10 en 11b van de Opiumwet;26 en 55 van de Wet wapens en munitie.
11

De rechtbank:
42. Geld Euro 8x50 / 4x20 / IBG 11-04-18 (waarde € 480)1. Geld Euro 800 x 50 en 1420 uit portemonnee (waarde € 41.240)2. 1.00 STK Personenauto 1TXH97; CITROËN C4 Picasso Kl:grijs; 6063047 899423. 1.00 STK Personenauto 2TGB82; SKODA Octavia Kl:zwart; 6063047 899414. 1.00 STK Horloge ROLEX; 921615. 1.00 STK Horloge TW STEEL; 899076. 1.00 STK Horloge ARMANI; 899087. 1.00 STK Ring; 899108. 1.00 STK Telefoontoestel Kl:wit; APPLE x iPhone; 898829. 1.00 STK Telefoontoestel Kl:zwart; APPLE iPhone; 8988311. 2.00 STK Telefoontoestel ZIZO; 8990012. 1.00 STK Telefoontoestel Kl:ZWART; BLACK PHONE; 8990213. 5.00 STK SIM kaart; 89904, 4x Lyca en lx Lebara14. 4.00 STK Kaart; 89905; Activatiekaarten15. 1.00 STK Horloge US POLO; 8990916. 1.00 STK Telefoontoestel SAMSUNG YP-53; 8991120. 2.00 STK SIM-kaart; 89920 en 2 geheugenkaarten24. 1.00 STK SIM-kaart CLARO; 9010010130658717; 9700625. 1.00 STK SIM-kaart; PROVIDER CARO; 9700726. 1.00 STK Bescheiden GWK; 5386850020449428; 97103, cash paspoort28. 1.00 STK Diverse Kl:zwart; SANDISK; 94143 Sandisk Cruzer 8 GB30. 1.00 STK Diverse SANDISK CRUZER 4gb; 94149, Titanium plus bronze31. 1.00 STK Bescheiden; 89927; betreft facturen32. 1.00 STK Fototoestel CASIO EXILIUM; 84151, incl. sd kaart34. 1.00 STK Koffer TRAVELERZ; 8997235. 1.00 STK Koffer BIB EXPRESS; 8997338. 1.00 DS Doos PHILLIP PLEIN; 9091340. 1.00 STK Telefoontoestel SAMSUNG; 6063047-8997541. Geld Euro; div biljetten (waarde: € 15.650)43A. Geld Euro; totaal € 100 IBG 11-04-1847. 1.00 DS; Doos PHILLIP PLEIN; 9091459. 1.00 STK Telefoontoestel BQ; 9793060. 1.00 STK Jas PHILLIP PLEIN; 9089561. 1.00 PR Schoeisel; 9089662. 1.00 PR Schoeisel LOUIS VUITTON; 9089763. 1.00 STK Broek PHILLIP PLEIN; 9089864. 1.00 STK Riem FERRAGAMO; 9105765. 1.00 STK Riem GUCCI; 9106166. 1.00 STK Riem LOUIS VUITTON; 9119067. 1.00 STK Riem LOUIS VUITTON; 9119168. 1.00 STK Riem PHILLIP PLEIN; 9119269. 1.00 STK Riem PHILLIP PLEIN; 9119670. 1.00 PR Schoeisel LOUIS VUITTON; 9091571. 1.00 STK Overhemd PHILLIP PLEIN; 9091872. 1.00 STK Broek PHILLIP PLEIN; 9091973. 1.00 STK Broek PHILLIP PLEIN; 9092074. 1.00 STK Broek PHILLIP PLEIN; 9092175. 1.00 STK T-Shirt PHILLIP PLEIN; 9092876. 1.00 PR Schoeisel PHILLIP PLEIN; 9092977. 1.00 PR Schoeisel PHILLIP PLEIN; 9093078. 1.00 PR Schoeisel PHILLIP PLEIN; 9093179. 1.00 PR Schoeisel PHILLIP PLEIN; 9093280. 1.00 PR Schoeisel PHILLIP PLEIN; 9093381. 1.00 PR Schoeisel PHILLIP PLEIN; 9093482. 1.00 PR Schoeisel PRADA; 9093583. 1.00 PR Schoeisel PRADA; 90936
36. 1.00 STK Tas BURBERRY namaak; 9089337. 1.00 STK Tas PRADA namaak; 9089439. 1.00 STK Pistool; VZOR; 87679442A. 1.00 STK Riem TRIBBIANI; 91055 waarde nihil43. 1.00 STK Riem HERMES namaak; 91056 waarde nihil44. 1.00 STK Riem GUCCI namaak; 9105845. 1.00 STK Riem GUCCI namaak; 9105946. 1.00 STK Riem GUCCI namaak; 9106048. 1.00 STK Riem LOUIS VUITTON namaak; 9118949. 1.00 STK Poloshirt Kl:wit; MONCLER namaak; 9091650. 1.00 STK Poloshirt Kl:zwart; MONCLER namaak; 9091751. 1.00 STK Broek Kl:blauw; DSQUARED2 namaak; 9092252. 1.00 STK Broek Kl:blauw; DSQUARED2 namaak; 9092353. 1.00 STK Broek Kl:blauw; DSQUARED2 namaak; 9092454. 1.00 STK Broek Kl:zwart; DSQUARED2 namaak; 9092555. 1.00 STK Broek Kl:zwart; DSQUARED2 namaak; 9092656. 1.00 STK Sweater Kl:rood; DSQUARED2 namaak; 9092757. 1.00 PR Schoeisel; LOUIS VUITTON namaak; 9093758. 1.00 STK Tas; PHILLIP PLEIN namaak; 90938
10. 1.00 STK Computer; APPLE FVFVH5WXJ1WK; 8988617. 1.00 STK Computer SAMSUNG; tablet; 8991519. 1.00 STK Tas; 89919, tasje met opwaardeerkaarten21. 1.00 STK Computer Kl:wit; MAC BOOK; 89922 incl oplader22. 1.00 STK Computer TOSHIBA; 89925 incl. documenten23. 1.00 STK Computer Kl:wit; APPLE iPad; 8992627(1). 1.00 STK Computer HP; 89929 incl. voeding29. 1.00 STK Diverse Kl:wit; 94147 Toshiba 32 GB
Verklaart bewezen dat verdachte de onder 1, 2, 3 primair, 4 en 5 ten laste gelegde feiten heeft begaan zoals hiervoor onder 3.4. weergegeven.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt hem daarvan vrij.

Bepaalt dat de onder 1, 2, 3 primair, 4 en 5 bewezen verklaarde feiten de hierboven onder 4. vermelde strafbare feiten opleveren.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van

Bepaalt dat de tijd die verdachte vóór de tenuitvoerlegging van dit vonnis in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Verklaart verbeurd:

Onttrekt aan het verkeer:

27(2). 3.00 STK Horloge ROLEX; namaak; 92176
Gelast de teruggave aan verdachte van:

Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum

Dit vonnis is gewezen doormr. M.J.M. Verpalen, voorzitter,mr. C.E. Voskens en mr. E.M. ten Bos, rechters,in tegenwoordigheid van de griffier mr. L.L. de Vries,en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 4 oktober 2019.