Uitspraak ECLI:NL:RBNHO:2019:7750

Deze uitspraak heeft betrekking op het rechtsgebied Strafrecht en is gepubliceerd door de Raad voor de Rechtspraak op 13-09-2019. De uitspraak is gedaan door Rechtbank Noord-Holland op 10-09-2019, deze uitspraak is bekend onder de European Case Law Identifier (ECLI) ECLI:NL:RBNHO:2019:7750, het zaaknummer waarop deze uitspraak betrekking heeft is 15/119050-19


Bron: Rechtspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Team Straf, locatie HaarlemMeervoudige strafkamer
Parketnummer: 15.119050.19 (P)Uitspraakdatum: 10 september 2019Tegenspraak
Vonnis

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 27 augustus 2019 in de zaak tegen:

[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] ,zonder bekende woon- of verblijfplaats hier te lande.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitiemr. S.J.A. Rosendahl en van hetgeen verdachte en haar raadsman, mr. M.J. Bouwman, advocaat te Zaandam, naar voren hebben gebracht.

ECLI:NL:RBNHO:2019:7750:DOC
nl

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Team Straf, locatie HaarlemMeervoudige strafkamer
Parketnummer: 15.119050.19 (P)Uitspraakdatum: 10 september 2019Tegenspraak
Vonnis

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 27 augustus 2019 in de zaak tegen:

[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] ,zonder bekende woon- of verblijfplaats hier te lande.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitiemr. S.J.A. Rosendahl en van hetgeen verdachte en haar raadsman, mr. M.J. Bouwman, advocaat te Zaandam, naar voren hebben gebracht.
1

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
1zij op tijdstippen in of omstreeks de periode van 23 augustus 2018 tot en met 26 augustus 2018 te Hoofddorp, gemeente Haarlemmermeer, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, 59 mobiele telefoons, althans een groot aantal mobiele telefoons, in elk geval enig(e) goed(eren), die geheel of ten dele aan anderen dan aan verdachte en/of haar mededader(s) toebehoorde, te weten aan diverse bezoekers van het festival Mysteryland, heeft weggenomen telkens met het oogmerk om deze zich wederrechtelijk toe te eigenen;
en / of

zij op tijdstippen in of omstreeks de periode van 23 augustus 2018 tot en met 26 augustus 2018, te Hoofddorp, gemeente Haarlemmermeer, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een of meer voorwerpen, te weten 59 mobiele telefoons, althans een groot aantal mobiele telefoons, heeft verworven, voorhanden gehad, overgedragen en/of omgezet, terwijl zij telkens wist dat dat/die voorwerp(en) geheel of gedeeltelijk - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit enig misdrijf;

2zij in of omstreeks de periode van 20 juli 2018 tot en met 26 augustus 2018 in Nederland en/of Frankrijk en/of België en/of Spanje, althans in landen in Europa, heeft deelgenomen aan een organisatie bestaande uit een samenwerkingsverband van natuurlijke personen, te weten (onder andere) [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] , [medeverdachte 3] , [medeverdachte 4] , [medeverdachte 5] , [medeverdachte 6] , [medeverdachte 7] , [medeverdachte 8] , [medeverdachte 9] en / of [medeverdachte 10] welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven te weten zakkenrollen / diefstallen.
2

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het Openbaar Ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.
3

Gedurende het festival Mysteryland in Hoofddorp in 2018 wordt door getuigen waargenomen dat meerdere mannen en vrouwen met een Zuid-Amerikaans uiterlijk op het terrein aanwezig zijn, die op verschillende momenten en groepsgewijs contact met elkaar hebben. Een aantal van deze personen wordt aangehouden op verdenking van zakkenrollen. Onder hen zijn [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] , beiden afkomstig uit Colombia. Op hun hotelkamer worden goederen aangetroffen die, in combinatie met gegevens uit de telefoon van [medeverdachte 1] , leiden tot de verdenking van diefstal van meer dan vijftig telefoons.
Voorts rijst bij het onderzoeksteam het vermoeden dat de diefstallen op Mysteryland het werk zijn van een criminele organisatie, van origine afkomstig uit Zuid-Amerika, waarbij de deelnemers aan de organisatie feesten en festivals in Europa bezoeken met het doel diefstallen te plegen. Dit beeld ontstaat naar aanleiding van onderzoek naar de gegevens in de telefoon van [medeverdachte 1] , onderzoek naar verschillende reisbewegingen van aan [medeverdachte 1] te liëren personen, telefonische gesprekken die door [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] zijn gevoerd en uit gegevens die herleidbaar zijn tot enkele van de gestolen telefoons. In de getuigenverklaring van een celgenote tegen wie [medeverdachte 1] openheid van zaken zou hebben gegeven rond het gebeurde op Mysteryland, zou bevestiging van het geschetste beeld kunnen worden gevonden.

Verdachte in deze zaak, [verdachte] , en haar medeverdachte [medeverdachte 3] , beiden eveneens afkomstig uit Colombia, zijn samen met [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] twee dagen voorafgaand aan het festival vanuit Barcelona naar Nederland gereisd. Zij verbleven aldaar in aangrenzende hotelkamers en gingen gezamenlijk van en naar het festivalterrein van Mysteryland. [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] zijn op 15 augustus 2019 door deze rechtbank veroordeeld terzake van diefstal van geld en telefoons tijdens Mysteryland en het deelnemen aan een criminele organisatie.

Na de officier van justitie, de verdachte en de raadsman te hebben gehoord en de stukken van het dossier te hebben bestudeerd, is het aan de rechtbank om de vraag te beantwoorden of bewezen kan worden verklaard dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan diefstal dan wel heling van telefoons, al dan niet in vereniging, en of zij heeft deelgenomen aan een criminele organisatie.

4

4.1.
Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van de onder 1 primair en 2 ten laste gelegde feiten. De officier van justitie heeft daartoe het volgende aangevoerd.
Aan de hand van verschillende onderzoeksgegevens kan worden vastgesteld dat [medeverdachte 1] [medeverdachte 2] , [medeverdachte 3] en [verdachte] op enig moment gezamenlijk op de hotelkamer van de twee eerstgenoemden verbleven en dat toen een foto is gemaakt van een groot aantal telefoons op een tafel. Op deze hotelkamer is naderhand een notitieboekje aangetroffen, met daarin een opsomming van telefoons die wat betreft aantal en kenmerken overeenkomen met de telefoons op de foto. Voorts zijn op diezelfde kamer SD-kaarten aangetroffen, waarvan er twee te herleiden zijn tot aangiftes van diefstal van een telefoon op Mysteryland. [medeverdachte 1] - van wie is vastgesteld dat zij een leidende rol heeft gespeeld binnen (een onderdeel van) de organisatie - heeft wat betreft de rol van [medeverdachte 3] en [verdachte] verklaard dat zij wisten van de diefstallen op Mysteryland, dat zij zelf niets hebben gestolen en dat ze simpelweg orders moesten opvolgen, namelijk wachten. Volgens [medeverdachte 1] hebben [medeverdachte 3] en [verdachte] zelf telefoons bij zich gehad. De officier van justitie wijst voorts op een gespreksfragment tussen [medeverdachte 2] en haar zus, waarin eerstgenoemde vertelt dat ze al het werk hebben gedaan, waarna zij voornoemde foto naar haar zus opstuurt en de verklaring van aangeefster [naam aangeefster] , waarin [naam aangeefster] spreekt van een groepje van drie dames, klein van postuur met alle drie lang zwart steil haar en licht getint, die haar de doorgang belemmerden en een soortgelijke dame die in de buurt was. Al het voorgaande leidt er volgens de officier van justitie toe dat het onder feit 1 primair tenlastegelegde feit bewezen kan worden verklaard.
Met betrekking tot het onder feit 2 tenlastegelegde, heeft de officier van justitie aangevoerd dat uit het onderzoek is gebleken dat sprake was van een vaste werkwijze: er werden festivals bezocht, waar heen werd gereisd per vliegtuig en terug met de bus, op de festivals werden telefoons gestolen en deze werden vervolgens door middel van een speciaal programma ontgrendeld en gewist, om traceren van de telefoons onmogelijk te maken. Deze werkwijze vindt volgens de officier van justitie bevestiging in de telefoongegevens (waarin onder meer ook reisgegevens van verschillende personen) van [medeverdachte 1] , de getuigenverklaring van haar celgenote, het feit dat op 28 augustus 2018 in Frankrijk in een bus, onderweg van Amsterdam naar Barcelona, een grote hoeveelheid telefoons is onderschept die voor een groot deel te herleiden zijn tot de aangiftes van diefstal van telefoons tijdens Mysteryland en het gegeven dat verschillende telefoons die zijn te herleiden tot aangiftes tijdens Mysteryland op hetzelfde adres in Barcelona worden geactiveerd.

Voorts is uit het onderzoek gebleken dat [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] , [medeverdachte 3] en [verdachte] samen vanuit Barcelona naar Nederland zijn gereisd, samen en in kennelijk op elkaar afgestemde kleding Mysteryland hebben bezocht en in deze dagen op verschillende manieren te linken zijn aan verschillende Colombiaanse mannen, waaronder een man die op Mysteryland is aangehouden vanwege zakkenrollen. Uit het voorgaande volgt volgens de officier van justitie dat het onder feit 2 tenlastegelegde bewezen kan worden verklaard.
De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van dertig maanden, met aftrek van de in voorlopige hechtenis doorgebrachte tijd.

4.2.
Standpunt van de verdediging

De verdediging heeft vrijspraak bepleit voor het onder feit 1 en feit 2 tenlastegelegde.
4.3.
Vrijspraak

Nu er evenmin bewijs in het dossier zit dat verdachte op enig moment de beschikkingsmacht over de door [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] gestolen telefoons had – de rechtbank acht de vaststelling dat [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] , [medeverdachte 3] en [verdachte] op enig moment gezamenlijk op de hotelkamer van de twee eerstgenoemden verbleven en dat toen een foto is gemaakt van een groot aantal gestolen telefoons op een tafel in dit verband onvoldoende -, wordt zij eveneens vrijgesproken van de subsidiair tenlastegelegde heling van die telefoons. Dat [medeverdachte 1] heeft verklaard dat [medeverdachte 3] en [verdachte] zelf telefoons bij zich hebben gehad maakt het voorgaande, wegens het ontbreken van context bij deze uitspraak, niet anders.

De rechtbank heeft daarnaast in het dossier onvoldoende wettig en overtuigend bewijs aangetroffen voor een bewezenverklaring van deelname aan een criminele organisatie en overweegt daartoe het volgende.

De rechtbank oordeelt dat uit de bewijsmiddelen blijkt dat verschillende personen (in wisselende samenstellingen) in de periode van Mysteryland 2018 hebben samengewerkt in een gestructureerd en duurzaam verband en voorts dat dat samenwerkingsverband als oogmerk had het plegen van diefstallen van met name telefoons. De rechtbank stelt vast dat in voornoemde periode sprake was van een criminele organisatie als bedoeld in de zin van artikel 140 Wetboek van Strafrecht. Van deelname aan deze criminele organisatie is sprake indien een betrokkene behoort tot het gestructureerde en duurzame samenwerkingsverband en daarin een aandeel heeft, dan wel ondersteuning biedt en zijn of haar gedragingen strekken tot of rechtstreeks verband houden met de verwezenlijking van het oogmerk van de organisatie. In het dossier ontbreken volgens de rechtbank allereerst voldoende aanwijzingen om tot het bewijs te komen dat verdachte ten tijde van het festivalweekend (al) deel uitmaakte van deze criminele organisatie. Een aanwijzing dat dit (nog) niet het geval was ziet de rechtbank in de mededeling van [medeverdachte 2] in een gesprek (bestaande uit op een telefoon opgeslagen audiobestanden) gevoerd vanaf zaterdag 25 augustus 2018 om 13:18 uur (pagina 878 dossier). Zij zegt daarin dat zij samenwerkt met [medeverdachte 1] en dat ze met twee andere meisjes is en dat zij gaan bekijken of ze met hen gaan samenwerken. Uit het dossier blijkt evenmin van een door verdachte geleverd aandeel -in de hierboven vermelde zin- aan de verwezenlijking van het oogmerk van de criminele organisatie. Gebleken is slechts dat verdachte in het gezelschap van anderen naar Nederland is gereisd, welke personen zij twee dagen daaraan voorafgaand heeft ontmoet, samen met hen Mysteryland heeft bezocht en op enig moment samen met hen op een hotelkamer heeft verbleven waar een groot aantal telefoons op tafel lag, terwijl enkele personen uit het gezelschap zich in georganiseerd verband schuldig hebben gemaakt aan het plegen van diefstallen. Dat is komen vast te staan dat verdachte op de hoogte was van de gepleegde diefstallen, in het gezelschap was van -andere- leden van de criminele organisatie en mogelijk het bevel opvolgde om te wachten, maakt het voorgaande niet anders. Uit het dossier wordt volgens de rechtbank wel duidelijk dat gesproken wordt over een eventuele rol die verdachte zou kunnen gaan vervullen in de toekomst, maar niet kan worden vastgesteld dat verdachte op het festival een aandeel heeft gehad danwel ondersteuning heeft geboden aan de criminele organisatie. Evenmin kan worden vastgesteld dat de gedragingen van verdachte strekken of verband houden met de verwezenlijking van het oogmerk van de organisatie.
Gelet op al het voorgaande, behoeven de door de verdediging aangevoerde standpunten geen nadere bespreking.

5

De benadeelde partij [benadeelde] heeft een vordering tot schadevergoeding van € 85,- ingediend tegen verdachte wegens materiële schade die zij zou hebben geleden.De rechtbank is van oordeel dat, nu de schade die de benadeelde partij zou hebben geleden niet het gevolg is van enig aan verdachte ten laste gelegd feit, de benadeelde partij niet in de vordering kan worden ontvangen.
Gelet hierop zal de rechtbank bepalen dat de benadeelde partij niet ontvankelijk is in de vordering.

beslissing

6

De rechtbank:
Verklaart niet bewezen wat aan verdachte onder feit 1 en feit 2 is ten laste gelegd en spreekt haar daarvan vrij.

Verklaart de benadeelde partij [benadeelde] niet-ontvankelijk in de vordering.

Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum

Dit vonnis is gewezen doormr. I.A.M. Tel, voorzitter,mr. W.J. van Andel en mr. A.J.E. Schouten, rechters,in tegenwoordigheid van de griffier mr. A. Klippel,en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 10 september 2019.
Mr. A.J.E. Schouten is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.