Uitspraak ECLI:NL:RBNHO:2019:7671

Deze uitspraak heeft betrekking op het rechtsgebied Strafrecht en is gepubliceerd door de Raad voor de Rechtspraak op 11-09-2019. De uitspraak is gedaan door Rechtbank Noord-Holland op 12-09-2019, deze uitspraak is bekend onder de European Case Law Identifier (ECLI) ECLI:NL:RBNHO:2019:7671, het zaaknummer waarop deze uitspraak betrekking heeft is 15/872265-16


Bron: Rechtspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Afdeling Publiekrecht, Sectie Straf
Locatie HaarlemmermeerMeervoudige strafkamer
Parketnummer: 15/872265-16 (P)Uitspraakdatum: 12 september 2019Tegenspraak
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzittingen van 21 maart en 9 juni 2017 en 19, 20, 21, 22 en 29 augustus 2019 in de zaak tegen:

[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum 1] 1968 te [geboorteplaats 1] ( [geboorteland] ),ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres [adres verdachte] .
De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitiemr. M. Kubbinga en van hetgeen verdachte en zijn raadsvrouw, mr. G.A. Jansen, advocaat te Amsterdam, naar voren hebben gebracht.

ECLI:NL:RBNHO:2019:7671:DOC
nl

RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Afdeling Publiekrecht, Sectie Straf
Locatie HaarlemmermeerMeervoudige strafkamer
Parketnummer: 15/872265-16 (P)Uitspraakdatum: 12 september 2019Tegenspraak
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzittingen van 21 maart en 9 juni 2017 en 19, 20, 21, 22 en 29 augustus 2019 in de zaak tegen:

[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum 1] 1968 te [geboorteplaats 1] ( [geboorteland] ),ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres [adres verdachte] .
De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitiemr. M. Kubbinga en van hetgeen verdachte en zijn raadsvrouw, mr. G.A. Jansen, advocaat te Amsterdam, naar voren hebben gebracht.
1

Aan verdachte is, na nadere omschrijving van de tenlastelegging als bedoeld in artikel 314a van het Wetboek van Strafvordering, ten laste gelegd dat:
- contact onderhouden met een of meer medeverdachte(n) en/of - die [slachtoffer] beticht van oplichting van een of meer klant(en) van garage [garage] en/of (een) ander(en) en/of - achter die [slachtoffer] aangerend en/of die [slachtoffer] vastgepakt en/of geduwd en/of geslagen en/of - die [slachtoffer] (in een ruimte) tegen diens wil vastgehouden en/of opgesloten en/of die [slachtoffer] belet het pand en/of de ruimte waarin die [slachtoffer] verbleef te verlaten en/of - contact onderhouden met [getuige 1] en/of [getuige 2] ten behoeve van het betalen en/of overhandigen van een geldbedrag en/of - die [slachtoffer] bedreigd en/of naar die [slachtoffer] geschreeuwd en/of - die [slachtoffer] naar een voertuig (welke garage [garage] was binnengereden) begeleid en/of (vervolgens) die [slachtoffer] in (genoemd) voertuig (onder dwang) doen of laten plaatsnemen en/of die [slachtoffer] belet het voertuig te verlaten;
- contact onderhouden met een of meer medeverdachte(n) en/of - die [slachtoffer] beticht van oplichting van een of meer klant(en) van garage [garage] en/of (een) ander(en) en/of - achter die [slachtoffer] aangerend en/of die [slachtoffer] vastgepakt en/of geduwd en/of geslagen en/of - die [slachtoffer] (in een ruimte) tegen diens wil vastgehouden en/of opgesloten en/of die [slachtoffer] belet het pand en/of de ruimte waarin die [slachtoffer] verbleef te verlaten en/of - contact onderhouden met [getuige 1] en/of [getuige 2] ten behoeve van het betalen en/of overhandigen van een geldbedrag en/of - die [slachtoffer] bedreigd en/of naar die [slachtoffer] geschreeuwd en/of - die [slachtoffer] naar een voertuig (welke garage [garage] was binnengereden) begeleid en/of (vervolgens) die [slachtoffer] in (genoemd) voertuig (onder dwang) doen of laten plaatsnemen en/of die [slachtoffer] belet het voertuig te verlaten.
hij op of omstreeks 1 december 2016 te Wormerveer, gemeente Zaanstad, en/of (elders in) Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk een persoon, genaamd [slachtoffer] , wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en/of beroofd gehouden, met het oogmerk (een) ander(en), te weten [getuige 1] en/of [getuige 2] en/of een of meer ander(en), te dwingen iets te doen, te weten het betalen/overhandigen van een hoeveelheid geld en/of niet te doen,
immers heeft/hebben hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) meermalen, althans eenmaal,

en/of

hij op of omstreeks 1 december 2016 te Wormerveer, gemeente Zaanstad, en/of (elders in) Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk [slachtoffer] wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en/of beroofd gehouden, immers heeft/hebben hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) meermalen, althans eenmaal,
2

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het Openbaar Ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.
3

Op 22 december 2016 wordt het stoffelijke overschot van [slachtoffer] aangetroffen in het water van het Gooimeer tegen de oever van het eiland nabij de Strandweg te Almere Haven.

De politie start een onderzoek dat heeft geleid tot de aanhouding van acht personen, van wie er zeven zijn vervolgd: verdachte en zijn medeverdachten [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] , [medeverdachte 3] , [medeverdachte 4] , [medeverdachte 5] en [medeverdachte 6] .

Verdachte en medeverdachten [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] worden verdacht van het gijzelen en/of wederrechtelijk van de vrijheid beroven/beroofd houden van [slachtoffer] in Wormerveer.

Medeverdachten [medeverdachte 4] , [medeverdachte 5] en [medeverdachte 6] wordt hetzelfde verweten in Wormerveer en/of Almere. Bovendien wordt deze medeverdachten de strafverzwarende omstandigheid “de dood ten gevolge hebbend” verweten.

overwegingen

4

4.1.
Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van het medeplegen van gijzeling (eerste cumulatief/alternatief). Zij heeft daartoe samengevat het volgende aangevoerd.
Op 1 december 2016 bevond [slachtoffer] zich in de garage van medeverdachte [medeverdachte 3] . [slachtoffer] moest van [medeverdachte 3] in de kantine van de garage plaatsnemen, waar [slachtoffer] moest wachten op de mensen die hij had opgelicht. Uit verklaringen die getuigen bij de politie en de rechter-commissaris hebben afgelegd, blijkt dat [medeverdachte 3] op dat moment tegen [slachtoffer] heeft gezegd dat hij de kantine niet mocht verlaten. Ook blijkt uit die verklaringen dat [medeverdachte 3] zijn medewerkers had bevolen uit de kantine te blijven en had opgedragen dat [slachtoffer] de kantine niet mocht verlaten. [slachtoffer] werd constant in de gaten gehouden. Gelet hierop was er voor [slachtoffer] een situatie ontstaan waarin hij niet vrij was zich te bewegen waar hij wilde en kon hij zich niet op ieder gewenst moment onttrekken aan de situatie, waardoor sprake was van wederrechtelijke vrijheidsberoving. Verdachte is door medeverdachte [medeverdachte 2] in kennis gesteld dat [slachtoffer] in de garage aanwezig was. Verdachte en [medeverdachte 2] arriveerden beiden omstreeks 12:56 uur bij de garage. Een paar minuten later belde verdachte medeverdachte [medeverdachte 1] , die op 29 november 2016 aangifte van oplichting door [slachtoffer] had gedaan, welke oplichting zag op een geldbedrag van € 4.000,-.

De getuigen [getuige 1] en [getuige 2] hebben verklaard dat zij werden gebeld door [slachtoffer] die hen vertelde dat hij in de problemen zat en dat hij werd vastgehouden totdat er zou worden betaald. Verdachte heeft dit in een gesprek met [getuige 1] bevestigd. [getuige 1] heeft verdachte € 2.000.- aangeboden in ruil voor de vrijlating van [slachtoffer] . Verdachte is vervolgens met [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] naar [getuige 1] gegaan om het geld op te halen zonder [slachtoffer] mee te nemen, omdat verdachte dacht dat [slachtoffer] dan weg zou lopen. Wel had verdachte de telefoon van [slachtoffer] meegenomen. Nadat verdachte, [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] het geldbedrag in ontvangst hadden genomen, zijn zij omstreeks 15:27 uur teruggegaan naar de garage in Wormerveer, waar [medeverdachte 1] [slachtoffer] heeft uitgescholden en geslagen. Dit is gefilmd door [medeverdachte 2] , terwijl verdachte bezig was [slachtoffer] te laten bellen voor meer geld.

In deze situatie, waarin [slachtoffer] al uren (eerst ruim drie uur en na aankomst van verdachte, [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] nog ongeveer een uur) en werd vastgehouden en niet vrij was om weg te gaan of zich aan de situatie te onttrekken, en gelet op alle genoemde omstandigheden was sprake van het in vereniging wederrechtelijk van de vrijheid beroofd houden van [slachtoffer] met het oogmerk om een ander te dwingen iets te doen, namelijk het betalen van een geldbedrag, kort gezegd: het medeplegen van gijzeling.

4.2.
Standpunt van de verdediging

Verdachte heeft verklaard dat hij op 1 december 2016 van medeverdachte [medeverdachte 1] had gehoord dat [slachtoffer] in de garage was. Hij is vervolgens naar de garage gegaan om te bemiddelen voor [medeverdachte 1] om zo het geld van [medeverdachte 1] terug te krijgen. Verdachte heeft ontkend [slachtoffer] wederrechtelijk van zijn vrijheid te hebben beroofd en beroofd gehouden dan wel hem te hebben gegijzeld.
De raadsvrouw heeft integrale vrijspraak bepleit. De raadsvrouw heeft aangevoerd dat de enkele mededeling van medeverdachte [medeverdachte 3] dat [slachtoffer] in de kantine moest gaan zitten en op iemand moest wachten, onvoldoende is om te kunnen spreken van iemand van zijn vrijheid beroven. [medeverdachte 3] heeft [slachtoffer] op geen enkele wijze te kennen gegeven dat hij de garage niet mocht verlaten. Uit het dossier blijkt daarnaast niet dat verdachte wetenschap had van hetgeen vóór zijn komst in de garage was voorgevallen.

Op basis van de verklaringen van verdachte, de getuigen [getuige 1] en [getuige 2] , in combinatie met de telecomgegevens en de tapgesprekken, kan niet worden vastgesteld dat verdachte [slachtoffer] ten tijde van zijn - verdachtes - eerste bezoek aan de garage tegen zijn wil van zijn vrijheid heeft beroofd en daarvan beroofd heeft gehouden. Voor verdachte was niet zichtbaar dat [slachtoffer] op dat moment van zijn vrijheid beroofd was en werd gehouden.

Ten tijde van het tweede bezoek van verdachte aan de garage, na het bezoek aan [getuige 1] , blijkt uit de beelden van het filmpje, dat [slachtoffer] tegen [getuige 1] heeft gezegd dat “ze” hem vasthouden. [slachtoffer] stond er echter om bekend dat hij mensen het geld uit hun zak kon praten. [getuige 1] en [getuige 2] zagen aanvankelijk zelfs geen noodzaak om te betalen en [getuige 1] wilde zelfs garanties afdwingen. Verdachte heeft verklaard dat alles in goed overleg ging met [slachtoffer] en dat hij meewerkte. Ook als [slachtoffer] op enig moment jegens [getuige 1] en [getuige 2] bang overkwam, wil dat niet zonder meer zeggen dat hij daadwerkelijk bang was of van zijn vrijheid werd beroofd. Uit het dossier volgen geen feiten en omstandigheden die kunnen leiden tot de conclusie dat het voor [slachtoffer] onmogelijk was zich vrij te verplaatsen. Verdachte had voorts geen wetenschap van de vrijheidsberoving van [slachtoffer] . Evenmin heeft hij enige gedraging of feitelijkheid verricht waardoor [slachtoffer] van zijn vrijheid beroofd is gehouden. Dat verdachte telefonisch contact heeft gehad met medeverdachten en om geld heeft gevraagd bij [getuige 1] en [getuige 2] , levert geen omstandigheden op die kunnen leiden tot een bewezenverklaring van wederrechtelijke vrijheidsberoving en/of gijzeling.De raadsvrouw heeft verzocht de verklaringen van de getuigen [getuige 3] en [getuige 1] geheel of gedeeltelijk uit te sluiten van het bewijs.
4.3.
Oordeel van de rechtbank

4.3.1.
Bewijsuitsluitingsverweer: getuigen [getuige 3] en [getuige 1]

De raadsvrouw heeft bepleit dat de verklaringen van getuige [getuige 3] terzijde dienen te worden gesteld, omdat deze verklaringen niet betrouwbaar zijn. De verklaringen van [getuige 3] lopen dusdanig uiteen en komen op essentiële onderdelen niet overeen met de verklaringen van anderen, dat niet kan worden vastgesteld wat zijn bron van wetenschap is. De raadsvrouw heeft voorts betoogd dat de verklaringen van getuige [getuige 1] moeten worden uitgesloten van het bewijs, dan wel terzijde moeten worden gesteld. De verklaringen van [getuige 1] worden namelijk op essentiële onderdelen weerlegd door de inhoud van het technisch onderzoek.
De rechtbank is van oordeel dat de verklaringen die getuige [getuige 3] heeft afgelegd op meerdere onderdelen aantoonbaar onjuist zijn. Zijn verklaringen zijn daarnaast, zowel innerlijk als ten opzichte van overig bewijsmateriaal, inconsistent en tegenstrijdig. Gelet hierop acht de rechtbank de verklaringen van getuige [getuige 3] niet betrouwbaar. Deze verklaringen zullen daarom niet worden gebezigd voor het bewijs.

Anders dan de raadsvrouw acht de rechtbank de verklaringen van getuige [getuige 1] wel voldoende betrouwbaar. Over het geheel genomen heeft [getuige 1] consistent verklaard. De rechtbank ziet geen reden om aan te nemen dat [getuige 1] (op onderdelen) opzettelijk in strijd met de waarheid heeft verklaard. Het verweer van de raadsvrouw, inhoudende dat de verklaringen van [getuige 1] door de inhoud van het technisch onderzoek worden weerlegd, volgt de rechtbank ten aanzien van de essentie van diens verklaringen niet, zoals ook zal blijken uit de bewijsoverweging onder 4.3.3. Het gegeven dat details van die verklaringen niet in lijn zijn met technisch bewijs, doet daaraan niet af. Het verweer strekkende tot bewijsuitsluiting van getuige [getuige 1] wordt dan ook verworpen.

4.3.2.
Vrijspraak gijzeling

De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen verdachte onder het eerste alternatief/cumulatief, te weten het medeplegen van gijzeling van [slachtoffer] , ten laste is gelegd. De rechtbank overweegt daartoe het volgende.
Bij de beoordeling van de ten laste gelegde gijzeling staat voorop dat de dader het oogmerk moet hebben gehad om dan de gegijzelde te dwingen iets te doen of niet te doen. Volgens vaste jurisprudentie van de Hoge Raad is geen sprake van gijzeling zoals bedoeld in artikel 282a van het Wetboek van Strafrecht, indien de wederrechtelijke vrijheidsberoving strekt tot het dwingen van de gegijzelde zelf en niet van een derde om iets te doen of niet te doen. In deze zaak betekent dit dat verdachte en/of zijn medeverdachten het oogmerk moeten hebben gehad [getuige 1] en/of [getuige 2] te dwingen iets te doen, namelijk het betalen van een geldbedrag.

Uit het dossier volgt dat [slachtoffer] op 1 december 2016, terwijl hij in de kantine van de garage zat, meerdere telefoongesprekken heeft gevoerd met de getuigen [getuige 1] en [getuige 2] . Zij hebben over deze gesprekken verklaard dat [slachtoffer] hun om geld vroeg. [slachtoffer] zou volgens de getuigen tevens hebben gezegd dat hij werd vastgehouden en dat hij geld moest betalen. Tijdens deze telefoongesprekken nam verdachte de telefoon over van [slachtoffer] en bevestigde hij wat [slachtoffer] aan de getuigen had verteld. Dit wijst erop dat [slachtoffer] onder een bepaalde druk heeft gestaan om te betalen en dat hij de getuigen met klem heeft verzocht te betalen. Geen van de medeverdachten heeft contact gehad met de genoemde getuigen over het betalen van een geldbedrag. De enkele bevestiging van verdachte aan de getuigen dat [slachtoffer] moest betalen en dat hij zolang hij niet betaalde werd vastgehouden, is van onvoldoende gewicht om met recht te concluderen dat verdachte en/of zijn medeverdachten het dat wil zeggen een zware vorm van opzet vergelijkbaar met doelbewustheid, hadden juist anderen dan [slachtoffer] - te weten de getuigen [getuige 1] en/of [getuige 2] - te dwingen te betalen/geld te overhandigen.

Nu het oogmerk om [getuige 1] en/of [getuige 2] te dwingen iets te doen ontbreekt, kan de ten laste gelegde gijzeling niet worden bewezen, zodat verdachte van dat onderdeel van de tenlastelegging zal worden vrijgesproken.

4.3.3.
Bewijsoverwegingen

De rechtbank komt tot bewezenverklaring van het onder eerste alternatief/cumulatief (impliciet subsidiair) ten laste gelegde feit op grond van de bewijsmiddelen, in onderling verband en samenhang bezien, die in de bijlage bij dit vonnis zijn vervat.
Het wederrechtelijk van de vrijheid beroofd houden

Op grond van het onderzoek ter terechtzitting staat naar het oordeel van de rechtbank het volgende vast. Op 1 december 2016 kwam [slachtoffer] tussen 12:21 uur en 12:36 uur binnen bij de garage [garage] in Wormerveer. [medeverdachte 3] heeft [slachtoffer] op de grond geduwd en geduwd tegen een bak met gereedschappen, waardoor [slachtoffer] zichtbaar pijn had. Vervolgens moest [slachtoffer] van [medeverdachte 3] plaatsnemen in de kantine van de garage. Toen [slachtoffer] op een gegeven moment de kantine wilde verlaten, schreeuwde [medeverdachte 3] tegen hem: “Blijf zitten”. Op dat moment waren [medeverdachte 3] en zijn garagemedewerkers aanwezig. Van [medeverdachte 3] mochten de garagemedewerkers [slachtoffer] niet naar buiten brengen. Ook werd door [medeverdachte 3] erop gecontroleerd dat [slachtoffer] de kantine niet verliet. Gelet op voornoemde omstandigheden was er naar het oordeel van de rechtbank sprake van een zodanige situatie dat [slachtoffer] zich niet kon onttrekken aan de situatie, zodat sprake is van het wederrechtelijk van de vrijheid beroven van [slachtoffer] door [medeverdachte 3] .
Uit de bewijsmiddelen blijkt verder dat [medeverdachte 3] omstreeks 12:43 uur telefonisch contact heeft gehad met [medeverdachte 2] . Omstreeks 12:47 uur heeft [medeverdachte 2] naar zijn vriendin getuige [getuige 4] gebeld, die vervolgens [medeverdachte 1] heeft gebeld. [medeverdachte 1] heeft verklaard dat zij van [getuige 4] had gehoord dat [slachtoffer] in de garage in Wormerveer was. [getuige 4] heeft verklaard dat zij van [medeverdachte 2] had gehoord dat [slachtoffer] in de garage was.

Omstreeks 12:48 uur heeft er telefonisch contact plaatsgevonden tussen [medeverdachte 2] en verdachte. Verdachte vertrok rond dat tijdstip vanuit Zaandam naar de garage. Vervolgens kwamen verdachte en [medeverdachte 2] rond 13:00 uur bijna gelijktijdig de garage binnen. Gelet op deze feitelijkheden houdt de rechtbank het ervoor dat verdachte en [medeverdachte 2] – vóór hun aankomst in de garage – wisten dat [slachtoffer] in de garage was en daar moest blijven van [medeverdachte 3] .

Uit de bewijsmiddelen blijkt vervolgens dat [slachtoffer] op 1 december 2016 omstreeks 13:07 uur en 13:26 uur telefonische gesprekken heeft gevoerd met, respectievelijk, de getuigen [getuige 2] en [getuige 1] , terwijl hij in de kantine van de garage zat. [slachtoffer] heeft volgens de getuigen gezegd dat hij werd vastgehouden en dat hij geld moest betalen. Tijdens deze telefoongesprekken nam verdachte de telefoon over van [slachtoffer] en bevestigde hij wat [slachtoffer] aan de getuigen had verteld. Gelet op deze omstandigheden bleef [slachtoffer] in een zodanige situatie dat hij niet vrij was om weg te gaan en zich te onttrekken aan die situatie. De rechtbank gaat ervan uit dat verdachte eerst vanaf dit moment, dus nadat [slachtoffer] reeds van zijn vrijheid was beroofd door een medeverdachte, bij het voortzetten van die vrijheidsberoving betrokken is geraakt.

Vervolgens zijn verdachte en [medeverdachte 2] omstreeks 13:55 uur zonder [slachtoffer] , maar met medeneming van diens telefoon, naar Amsterdam Zuidoost gegaan om geld op te halen bij [getuige 1] . Onderweg hebben zij [medeverdachte 1] opgehaald. Nadat [medeverdachte 1] het geldbedrag van € 2.000,- van [getuige 1] in ontvangst had genomen, zijn zij naar de garage in Wormerveer (terug)gegaan. Daar kwamen zij rond 15:27 uur aan, waar [slachtoffer] in de kantine zat. Verdachte, [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] zijn vervolgens naar [slachtoffer] in de kantine gegaan, waar [medeverdachte 1] [slachtoffer] heeft uitgescholden, bedreigd en geslagen en verdachte [slachtoffer] meer personen liet bellen voor het overhandigen van geld. Hiervan is een filmpje gemaakt door [medeverdachte 2] .

Op 1 december 2016 waren er tussen [medeverdachte 2] en [medeverdachte 4] meerdere telefonische contacten. Omstreeks 15:55 uur arriveerden [medeverdachte 4] , [medeverdachte 6] en een derde persoon met de Chrysler bij de garage. Tientallen seconden daarvoor was er contact tussen de telefoons van [medeverdachte 2] en [medeverdachte 4] . Nadat voor hen de overheaddeur was geopend, reed de Chrysler achteruit de garage in. [slachtoffer] moest van [medeverdachte 3] de Chrysler in stappen; hij werd in de auto gezet. Vervolgens reed de Chrysler met daarin [slachtoffer] , [medeverdachte 4] , [medeverdachte 6] en de derde persoon weg uit de garage. Uit al deze omstandigheden leidt de rechtbank af dat [slachtoffer] onder zodanige druk heeft gestaan dat hij zich ook toen niet vrij voelde om zich aan de situatie in de garage en in de auto te onttrekken. De rechtbank acht derhalve wettig en overtuigend bewezen dat [slachtoffer] door verdachte en zijn medeverdachten wederrechtelijk van zijn vrijheid beroofd is gehouden.

Het verweer van de raadsvrouw van verdachte, inhoudende dat uit het telecomonderzoek blijkt dat verdachte, op het moment dat [slachtoffer] aan [getuige 1] vertelde dat hij werd vastgehouden, met zijn eigen telefoon een gesprek voerde en dus niet tegelijkertijd een gesprek met [getuige 1] kon voeren, wordt verworpen. Het enkele feit dat de telefoon van verdachte op dat moment contact maakte met de telefoon van een ander, maakt niet dat verdachte niet de telefoon van [slachtoffer] heeft kunnen overnemen om (ook) een gesprek met [getuige 1] te voeren.

Medeplegen door verdachte

De rechtbank stelt voorop dat voor een bewezenverklaring van medeplegen sprake moet zijn geweest van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en zijn medeverdachten. Het accent ligt daarbij op de samenwerking en minder op de vraag wie welke feitelijke handeling heeft verricht. In beginsel is sprake van medeplegen indien de intellectuele en/of materiële bijdrage van verdachte van voldoende gewicht is. Daarbij kan mede in aanmerking worden genomen de intensiteit van de samenwerking, de onderlinge taakverdeling, de rol in de voorbereiding, de uitvoering of de afhandeling van het delict, alsmede het belang van de rol van verdachte, diens aanwezigheid op belangrijke momenten en het zich niet terugtrekken op een daartoe geëigend tijdstip.
De rechtbank is – gelet op het feitelijke verloop zoals hiervoor onder het kopje ‘Het wederrechtelijk van de vrijheid beroofd houden’ weergegeven – van oordeel dat de handelingen die verdachte heeft verricht, gericht zijn geweest op een samenwerking met zijn medeverdachten bij het van de vrijheid beroofd houden van [slachtoffer] . Door met medeverdachten en getuigen telefoongesprekken te voeren over de aanwezigheid van [slachtoffer] in de garage, door aanvankelijk alleen met [medeverdachte 3] en [medeverdachte 2] en later ook met [medeverdachte 1] in de (kantine van de, respectievelijk elders in de) garage aanwezig te zijn en door het aldus vormen van een getalsmatige overmacht, heeft verdachte een wezenlijke bijdrage geleverd aan het wederrechtelijk van de vrijheid beroofd houden van [slachtoffer] . Alles overwegende en de bewijsmiddelen in onderling verband en samenhang beschouwend, concludeert de rechtbank dat tussen verdachte en zijn medeverdachten bij het wederrechtelijk van zijn vrijheid beroofd houden van [slachtoffer] een zodanig nauwe en bewuste samenwerking bestond dat sprake is van medeplegen.


4.4.
Bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het eerste alternatief/cumulatief (impliciet subsidiair) ten laste gelegde feit heeft begaan, met dien verstande dat
hij op 1 december 2016 te Wormerveer, gemeente Zaanstad, tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk [slachtoffer] wederrechtelijk van de vrijheid beroofd heeft gehouden, immers hebben hij, verdachte, en/of zijn mededaders

De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten zijn verbeterd. Blijkens het verhandelde op de terechtzitting is verdachte daardoor niet geschaad in zijn verdediging.

Hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hier als bewezen is aangenomen, is niet bewezen. Verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

- contact onderhouden met een of meer medeverdachte(n) en/of - die [slachtoffer] beticht van oplichting van een of meer klant(en) van garage [garage] en/of (een) ander(en) en/of - die [slachtoffer] geslagen en/of - die [slachtoffer] in een ruimte tegen diens wil vastgehouden en/of - contact onderhouden met [getuige 1] en/of [getuige 2] ten behoeve van het betalen en/of overhandigen van een geldbedrag en/of - die [slachtoffer] bedreigd en/of naar die [slachtoffer] geschreeuwd en/of - die [slachtoffer] naar een voertuig welke garage [garage] was binnengereden begeleid en/of vervolgens die [slachtoffer] in genoemd voertuig doen plaatsnemen.
5

Het bewezenverklaarde levert op:
het medeplegen van opzettelijk iemand wederrechtelijk van de vrijheid beroofd houden.

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden waardoor de wederrechtelijkheid aan het bewezenverklaarde zou ontbreken. Het bewezenverklaarde is derhalve strafbaar.

6

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is derhalve strafbaar.
overwegingen

7

7.1.
Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 16 (zestien) maanden met aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht.
7.2.
Standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft verzocht geen gevangenisstraf op te leggen, althans een gevangenisstraf van een niet langere duur dan gelijk aan de duur van het voorarrest van verdachte.
7.3.
Oordeel van de rechtbank

Bij de beslissing over de straf die aan verdachte moet worden opgelegd, heeft de rechtbank zich laten leiden door de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, en de persoon van verdachte, zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.
In het bijzonder heeft de rechtbank het volgende in aanmerking genomen.Op 1 december 2016 heeft verdachte met zijn medeverdachten in de kantine van de garage het slachtoffer [slachtoffer] van zijn vrijheid beroofd gehouden. Daarbij is hij geduwd en geslagen. Onder druk heeft [slachtoffer] getracht geld voor medeverdachte [medeverdachte 1] te regelen door verschillende personen te bellen, waarbij [slachtoffer] angstig klonk aldus de verklaringen van deze getuigen. In de namiddag is [slachtoffer] door medeverdachte [medeverdachte 3] in een auto gezet, waarin medeverdachten [medeverdachte 4] en [medeverdachte 6] en een derde persoon zaten, waarna zij zijn weggereden uit de garage. Verdachte heeft bij de vrijheidsberoving een actieve rol gehad. Verdachte heeft contact onderhouden met de getuigen [getuige 1] en [getuige 2] ten behoeve van het betalen van een geldbedrag en met de medeverdachten over de aanwezigheid van [slachtoffer] in de garage. Verdachte en zijn medeverdachten hebben [slachtoffer] meerdere uren van zijn vrijheid beroofd gehouden. Met zijn handelen heeft verdachte [slachtoffer] angst aangejaagd. De rechtbank rekent het verdachte en zijn medeverdachten aan dat zij geen respect hebben getoond voor de persoonlijke vrijheid en de lichamelijke integriteit van [slachtoffer] .Kennelijk hebben verdachte en zijn medeverdachten gemeend [slachtoffer] op die intimiderende wijze te kunnen bewegen geld aan medeverdachte [medeverdachte 1] af te dragen. Een dergelijke vorm van eigenrichting kan niet worden getolereerd.
De rechtbank is van oordeel dat de aard en de ernst van het bewezenverklaarde de oplegging van een vrijheidsbenemende straf rechtvaardigt.

Met betrekking tot de persoon van verdachte heeft de rechtbank gelet op het op naam van verdachte staand Uittreksel Justitiële Documentatie, gedateerd 5 juli 2019, waaruit blijkt dat verdachte reeds eerder is veroordeeld, maar niet voor een soortgelijk feit. In februari 2019 is verdachte veroordeeld wegens winkeldiefstal. Nu het in deze zaak bewezen verklaarde feit is gepleegd vóór deze veroordeling, zal de rechtbank bij het bepalen van de strafmaat rekening houden met het bepaalde in artikel 63 Sr.

De rechtbank houdt voorts rekening met het feit dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) in deze zaak is overschreden. Als uitgangspunt heeft te gelden dat de behandeling van een zaak ter terechtzitting moet zijn afgerond met een eindvonnis binnen twee jaren nadat de op zijn redelijkheid te beoordelen termijn is aangevangen, tenzij sprake is van bijzondere omstandigheden, zoals de ingewikkeldheid van de zaak, de invloed van de verdachte en zijn advocaat op het procesverloop en de wijze waarop de zaak door de bevoegde autoriteiten is behandeld (vgl. ECLI:NL:HR:2008:BD2578). Gelet op de tijd die is verstreken tussen de aanvang van de redelijke termijn op 13 december 2016 toen verdachte in verzekering werd gesteld en het eindvonnis van deze rechtbank op 12 september 2019 is bedoelde termijn met ongeveer negen maanden overschreden. De rechtbank is van oordeel dat deze overschrijding niet aan verdachte valt toe te rekenen of dat anderszins is gebleken van bijzondere omstandigheden. De rechtbank zal de geconstateerde overschrijding verdisconteren in de strafmaat in die zin, dat in plaats van een overwogen meer dan 10 % hogere straf, de hierna vermelde straf wordt opgelegd.

Daarbij heeft de rechtbank ook in matigende zin meegewogen dat verdachte reeds langere tijd in zijn vrijheid beperkt is geweest door het hem opgelegde elektronisch toezicht (bijna twee maanden) en het reclasseringstoezicht (meer dan twee jaren) tijdens de schorsing van de voorlopige hechtenis van verdachte. Tot slot weegt de rechtbank mee dat – ondanks verdachtes veroordeling in februari 2019 – het reclasseringstoezicht positief is afgerond.

Gelet op bovenstaande factoren en nu de rechtbank tot een andere bewezenverklaring komt dan de officier van justitie, is de rechtbank van oordeel dat een onvoorwaardelijke gevangenisstraf gelijk aan de duur van het voorarrest van verdachte, te weten 127 dagen, passend en geboden is. Daarnaast zal de rechtbank een voorwaardelijke gevangenisstraf van 90 dagen opleggen met een proeftijd van twee jaren, opdat verdachte ervan wordt weerhouden zich voor het einde van die proeftijd opnieuw schuldig te maken aan een strafbaar feit.

8

De volgende wetsartikelen zijn van toepassing:artikelen 14a, 14b, 14c, 47, 63 en 282 van het Wetboek van Strafrecht.
beslissing

9

De rechtbank:

- NN Vrouw: Ik wil mijn focking geld, jij gaat nergens.- [slachtoffer] : Ik ben eh.., ze laten me niet gaan, en eh…- NN vrouw: laat me je jas uittrekken, trek je jas uit. Kan iemand zijn jas uittrekken?- [slachtoffer] :
- NN vrouw: waar is mijn geld. Vieze oplichter. Waar is mijn geld. Waar is mijn geld.




Verklaart niet bewezen wat aan verdachte onder het eerste alternatief/cumulatief impliciet primair is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij.

Verklaart bewezen dat verdachte het eerste alternatief/cumulatief, impliciet subsidiair, ten laste gelegde feit heeft begaan zoals hiervoor onder 4.4. weergegeven.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt hem daarvan vrij.

Bepaalt dat het bewezen verklaarde feit het hierboven onder 5. vermelde strafbare feit oplevert.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een voor de duur van , met bevel dat van deze straf een gedeelte, groot , ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond dat verdachte voor het einde van de op 2 (twee) jaren bepaalde proeftijd zich aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Bepaalt dat de tijd die verdachte vóór de tenuitvoerlegging van dit vonnis in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Heft op het reeds geschorste bevel tot voorlopige hechtenis van verdachte.

Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum

Dit vonnis is gewezen doormr. P.H.B. Littooy, voorzitter,mr. N.O.P. Roché en mr. D.D.M. Hazeu, rechters,in tegenwoordigheid van de griffier mr. Z.T. Pronk,en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 12 september 2019.
Bijlage

De bewijsmiddelen

De hierna vermelde processen-verbaal zijn in de wettelijke vorm opgemaakt door personen die daartoe bevoegd zijn en voldoen ook overigens aan de daaraan bij wet gestelde eisen.

Verklaring van verdachte ter terechtzitting van 19 augustus 2019, zakelijk weergegeven inhoudende:

Op 1 december 2016 was ik aanwezig in de garage [garage] in Wormerveer. Ik werd gebeld. Tegen mij werd gezegd dat [slachtoffer] in de garage was.
Het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 1] d.d. 7 december 2016 (ZD1, p. 80-82), zakelijk weergegeven inhoudende:

Op 1 december 2016 heb ik [slachtoffer] in de ochtend gesproken. Hij zou naar [medeverdachte 3] gaan. [medeverdachte 3] heeft een garage op de [adres garage] in Wormerveer. Rond 13:30 uur die middag werd ik gebeld door [slachtoffer] . Toen hoorde ik hem zeggen: “ [getuige 1] , ze houden me vast”. Ik vroeg: “Hoezo houden ze je vast?” [slachtoffer] zei toen: “Ik zit in de problemen, ik heb wat gedaan en nu houden ze me vast en laten me niet gaan voordat ik betaal”.Ik vroeg: “Wie houdt je vast?” “ [verdachte] ”. Ik kreeg [verdachte] aan de lijn. Ik hoorde [verdachte] zeggen dat [slachtoffer] hem geld moest betalen; hij noemde € 4.500,-. Ik hoorde [verdachte] zeggen: “Ik hou hem hier vast zolang hij niet betaalt”. Ik zei toen tegen [verdachte] : “Ik kan je € 2.000,- geven”. [verdachte] is toen naar Kikkenstein gekomen, maar zonder [slachtoffer] . Toen [verdachte] bij me was, hoorde ik hem zeggen dat hij moet betalen. Hij zei dat hij hem daar had gelaten. Ik heb toen € 2.000,- gegeven.
Het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 1] d.d. 9 december 2016 (ZD1, p. 85-88), zakelijk weergegeven inhoudende:

Ik vond dat [slachtoffer] bang klonk over de telefoon. [verdachte] kwam naar mijn werk. Ik vroeg waar [slachtoffer] was. Hij zei dat die nog in de garage is in Wormerveer, bij ene [medeverdachte 3] . [verdachte] wilde namelijk eerst weten of ik het geld had.
Het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 1] d.d. 29 december 2016 (ZD1, p. 107-113), zakelijk weergegeven inhoudende:

Op 1 december 2016 werd ik door het telefoonnummer van [slachtoffer] gebeld. [verdachte] heeft ook met zijn eigen telefoonnummer naar mij gebeld. Ik heb op 1 december 2016 tussen de 7 à 9 keer telefonisch contact gehad met [verdachte] .
Het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 2] d.d. 9 december 2016 (ZD1, p. 124-127), zakelijk weergegeven inhoudende:

Ik ben meerdere malen gebeld op donderdag 1 december 2016 door [slachtoffer] .
Het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 2] d.d. 22 maart 2017 (ZD1, p. 128-131), zakelijk weergegeven inhoudende:

[slachtoffer] belde mij. Hij klonk angstig. Hij vroeg mij of ik hem kon helpen, zodat hij daar weg kon gaan. Het kwam erop neer dat ik hem kon helpen, zodat hij daar weg kon gaan. Als ik die mensen geld kon betalen, kon hij weg, dacht hij. Hij was op dat moment bij [medeverdachte 3] in de garage in Wormerveer. Toen ik hem belde was hij in de garage en toen kreeg ik [verdachte] aan de lijn. [verdachte] zei dat [slachtoffer] zijn vriendin had opgelicht. We hebben een paar keer heen en weer gebeld. [verdachte] wilde niet met [slachtoffer] naar mij komen, want dan wist hij dat [slachtoffer] vrij zou komen.
Het proces-verbaal van bevindingen betreffende filmpjes met slachtoffer [slachtoffer] , opgemaakt door [verbalisant 1] d.d. 10 december 2016 (ZD1, p. 93-97), zakelijk weergegeven inhoudende:

Op 9 december 2016 is [getuige 1] als getuige gehoord. Tijdens dit getuigenverhoor heeft hij verklaard een tweetal filmpjes op zijn mobiele telefoon te hebben staan.
Filmpje 1:

Filmpje 2:

Het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 5] d.d. 1 februari 2017 (ZD1, p. 151-158), zakelijk weergegeven inhoudende:

Toen ik op 1 december 2016 op mijn werk aankwam, was [medeverdachte 3] , mijn baas, er. Toen [slachtoffer] binnen was, zag ik dat hij een gesprek had met [medeverdachte 3] . Ik zag dat [slachtoffer] bang was. Ik was aan het schoonmaken en ik hoorde van links een beetje geschreeuw. Ik zag wat er met [slachtoffer] gebeurde. Ik zag dat hij werd geduwd. [medeverdachte 3] was heel boos op hem en die [slachtoffer] was een beetje bang. Hij had geweten dat hij mensen had opgelicht. Toen werd [slachtoffer] naar binnen gezet. In dat hokje, de kantine beneden. [medeverdachte 3] had hem naar binnen gestuurd en hij mocht niet weg. Hij probeerde ook weg te lopen en hij had ook pijn aan zijn arm, want hij viel op zijn arm en toen werd hij geduwd. Hij wilde opstaan en toen werd er geschreeuwd. Hij viel op de grond. Hij werd door [getuige 3] geholpen om op te staan en toen werd hij de kantine in gestuurd door [medeverdachte 3] . Hij werd aan zijn vest/jas vastgehouden en toen werd hij naar binnen gesleurd.U houdt mij voor dat [slachtoffer] uit de kantine kon lopen. Daar werd op gecontroleerd door [medeverdachte 3] . [medeverdachte 3] keek. Toen [slachtoffer] opeens opstond, hoorde ik [medeverdachte 3] naar hem schreeuwen. Hij moest blijven zitten. [medeverdachte 3] schreeuwde dat. Dat heb ik gehoord. (…)Ik was met [getuige 3] bij een auto aan het kijken, toen ik zag dat er een auto naar binnen reed. Het was een grijze Chrysler. Hij kwam achteruit binnen rijden. [slachtoffer] moest in de auto stappen. [medeverdachte 3] stond achter hem en die zette hem gewoon een beetje in de auto neer. Hij stapte rechtsachter in. [slachtoffer] was in shock. Toen de auto aan kwam rijden werd de deur open gedaan zodat hij naar binnen kon rijden. De deur is daarna meteen weer dicht gedaan met een knop aan de zijkant. De deur werd weer open gedaan en de auto is weg gereden met [slachtoffer] en de twee personen voorin.
Het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 5] door de rechter-commissaris d.d.

5 februari 2018 (los), zakelijk weergegeven inhoudende:

Het klopt dat [slachtoffer] de kantine in werd geduwd door [medeverdachte 3] . [medeverdachte 3] heeft aan de rechterkant zo’n bak met bouten en moeren, daar werd [slachtoffer] tegenaan geduwd. Hij had daar pijn van en liep, kreupel, de kantine in. Ik zag angst in zijn ogen.
Op aanvullende vragen van mr. Kleczweski:

Op een aanvullende vraag van de rechter-commissaris.

Ik heb gezien dat [slachtoffer] een beetje agressief in de Chrysler werd geduwd. Mr. de Vries vraagt wat ik daarmee bedoel. Dat hij geduwd werd, een beetje hardhandig.
Het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 6] d.d. 24 februari 2017 (ZD1, p. 175-179), zakelijk weergegeven inhoudende:

Op 1 december 2016 was ik aan het werk bij [garage] in Wormerveer. Plotseling sloeg de vlam in de pan en zag ik dat [medeverdachte 3] [slachtoffer] in een keer op de grond duwde en tegen [slachtoffer] met een krachtige stem riep: “Wie denk je wel dat je bent?”. Ik zag aan het gezicht van [slachtoffer] dat hij pijn had. Vervolgens moest [slachtoffer] in het keukentje plaatsnemen. [getuige 3] vertelde mij dat hij na de ruzie [slachtoffer] naar buiten wilde brengen, maar dat dat niet mocht van [medeverdachte 3] en dat [slachtoffer] naar de keuken moest. Vervolgens heeft [slachtoffer] daar de hele dag gezeten. Wij mochten van [medeverdachte 3] het keukentje niet in omdat [slachtoffer] daar zat.
Het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 4] d.d. 14 maart 2017 (ZD1, p. 324-328), zakelijk weergegeven inhoudende:

Op 1 december ging [medeverdachte 2] , mijn vriend, zijn auto doen bij [garage] , ik weet niet precies hoe het heet. Ik belde [medeverdachte 1] om te zeggen dat [slachtoffer] daar, bij [garage] , was. [medeverdachte 2] heeft het mij verteld. Ik weet verder dat een vriend van [medeverdachte 1] erbij was, [verdachte] .
Het proces-verbaal van bevindingen opgenomen gesprekken, opgemaakt door

[verbalisant 2] d.d. 27 februari 2017 (ZD1, p. 395-401), zakelijk weergegeven inhoudende:

Op 13 december 2016 werd [medeverdachte 1] aangehouden aan de [adres medeverdachte 1] . Bij haar aanhouding is de mobiele telefoon van [medeverdachte 1] inbeslaggenomen. Ik zag dat op de mobiele telefoon mogelijk door [medeverdachte 1] opgenomen telefoongesprekken stonden. Ik hoorde dat dit gesprekken tussen een vrouwelijk persoon en een mannelijk persoon betroffen. Tevens hoorde ik verbalisant, dat de mannelijke persoon de vrouwelijke persoon, [medeverdachte 1] noemde en dat de vrouwelijke persoon de mannelijke persoon, [slachtoffer] noemde. Gelet op de inhoud van de gesprekken tussen deze [medeverdachte 1] en [slachtoffer] is het mijn inziens zeer aannemelijk dat dit gesprekken betreffen tussen [medeverdachte 1] en het slachtoffer [slachtoffer] .
28-11-2016 / 01:26:46 uur - [bestandsnaam]

[slachtoffer] = [slachtoffer] , [medeverdachte 1] = [medeverdachte 1](..)
[medeverdachte 1] : Luister dan, jou mattie heeft mij gebeld he? Toch? Als jij, je moet je telefoon aanlaten voor mij vandaag, ik zweer het je ik ga jou laten horen dat ik jou mattie heb opgenomen. Hij zegt, ja maar ga naar ze huis, ga aanbellen dan. Mensen hebben tegen mij gezegd luister dan deze man heeft geen huis, weet je hoeveel mensen jou zoeken nu en omdat je dit met mij hebt gedaan zijn er inderdaad slapende honden wakker gemaakt. Want ik dacht jij wilt geld van mij pakken [slachtoffer] maar ik praat altijd heel lief...

[slachtoffer] : Maar ik ga helemaal geen geld van jou pakken.

[medeverdachte 1] : Ja maar luister dan luister dan, ikke toch kan dit nog voor jou omdraaien maar dan moet je of doen wat je zegt, ik kan dit voor je omdraaien...

[slachtoffer] : Maar luister... [medeverdachte 1] ... [medeverdachte 1] ...

[medeverdachte 1] : En luister dan, de kans is de kans is ook groot dat ik het voor anderen met je kan omdraaien, ik zweer het je. Ik heb nu gewoon contact... Jongens zoeken jou he?

Het proces-verbaal van verhoor verdachte [verdachte] d.d. 2 januari 2017 met bijlage “Transcriptie verhoor [verdachte] 13 december 2016” (PD-V02, p. 51, 52, 53, 55, 57, 58, 65 en 66), zakelijk weergegeven inhoudende:

Ik ging naar de garage. [medeverdachte 2] was daar. Die jongen zat in het kantoortje. Hij belde een jongen [getuige 2] op. Die woont in Almere. Toen zei hij: “Geef me [verdachte] ”. Ik zei: “ [getuige 2] , hij moet betalen man!”. Hij zei: “Ik kom over een uurtje, anderhalf uur”.Die jongen bleef in het kantoor zitten. Toen zei hij: “ [verdachte] , ik ga die jongen [getuige 1] bellen”. Toen zei [getuige 1] : “ [verdachte] , kom het geld halen, neem die jongen voor me mee”. Ik zei: “Nee, ik ga die jongen niet meenemen. Ik kan het geld komen halen, dan heb ik alvast € 2.000,-, maar ik ga niemand meenemen”.Onderweg belde ik [medeverdachte 1] . Toen zijn we naar de Bijlmer gegaan, Kikkenstein. [medeverdachte 2] reed. [getuige 1] liep met mij mee naar de auto met [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] erin. [getuige 1] heeft gewoon netjes € 2.000,- betaald aan [medeverdachte 1] . Dat heb ik gezien en [medeverdachte 2] was er ook bij.Op de terugweg zei [medeverdachte 1] : “Misschien zit hij daar nog”. Ik zeg: “Laten we gaan kijken”. [medeverdachte 1] is tekeer gegaan, [medeverdachte 1] was boos. Toen belde [getuige 1] : “Ik ga het regelen met je”. Ik zeg: “Is goed, maar [medeverdachte 1] wil het geld heel snel”. Toen belde ik [getuige 2] : “Luister, breng het geld… dan is het meisje van dat geld af”.Opeens zag ik een jongen die ik ken, [medeverdachte 4] , en twee jongens binnen komen in de garage. Ineens zag ik ze niet meer.Toen [medeverdachte 1] tekeer ging in het kantoortje, waren [medeverdachte 2] , [slachtoffer] en ik in het kantoortje. Ik ben in de auto van mijn vriendin naar de garage gegaan. Dat was een grijze Volkswagen Golf 7.(…)Toen die jongens binnenkwamen, gingen ze met die jongen praten. Die twee jongens en die [medeverdachte 4] gingen met die jongen praten. Ze zijn aan het discussiëren dat hij moet betalen.
Het proces-verbaal van verhoor verdachte [verdachte] d.d. 14 december 2016 (PD-V02, p. 111, 115-119), zakelijk weergegeven inhoudende:

Ik heb twee Nokia’s en een iPhone. In één Nokia zit het telefoonnummer [telefoonnummer 1 verdachte] . In de iPhone zit het telefoonnummer [telefoonnummer 2 verdachte] .Toen ik werd gebeld, ben ik meteen naar de garage gereden. Daar waren toen onder anderen [medeverdachte 3] en [medeverdachte 2] .
Het proces-verbaal van bevindingen opgemaakt door [verbalisant 3] d.d. 10 januari 2017 met bijlage “Transcriptie verhoor verdachte [verdachte] 14 december 2016” (PD V02 p. 154-155), zakelijk weergegeven inhoudende:

Toen [medeverdachte 4] en die jongens in Wormerveer verschenen, was er een beetje boosheid. Ze wilden hun geld. U vraagt mij hoe dat ging. Op die jongen in praten: “Waar is mijn geld!” Beetje schreeuwen. [medeverdachte 4] zei: “Ik wil mijn geld”. Dat heb ik gehoord. Ze stonden eigenlijk naast hem, voor hem, met hem te praten.
Het proces-verbaal van verhoor verdachte [verdachte] rechtmatigheid inverzekeringstelling en vordering tot inbewaringstelling door de rechter-commissaris 19 december 2016 (los stuk), zakelijk weergegeven inhoudende:

Het proces-verbaal van bevindingen opgemaakt door [verbalisant 3] d.d. 2 januari 2017 met bijlage “Transcriptie verhoor medeverdachte [medeverdachte 1] 13 december 2016” (PD V04, p. 37-41, 43-45, 47-49 en 55), zakelijk weergegeven inhoudende:

Op 1 december belde een vriendin mij. Haar vriend ging naar de garage om iets te doen en hij belde zijn vriendin en hij zei: “Die jongen die jouw vriendin heeft opgelicht, is hier”. Zo is het gegaan. Die vriendin is (de rechtbank begrijpt:) [getuige 4] . Haar vriend is [medeverdachte 2] . Ik heb toen [verdachte] gebeld. Ik zei: “Hij is in de garage”. Toen zijn ze, [medeverdachte 2] en [verdachte] , me komen halen. We reden naar Kikkenstein en toen heb ik € 2.000,- gekregen van zijn neef, van [slachtoffer] . We gingen naar de garage. [slachtoffer] zat in het kantoor. We liepen met z’n drieën het kantoor binnen. Ik vraag aan hem: “Waar is mijn geld? Wat heb je met mijn geld gedaan?”. Hij had nieuwe kleren aan. Toen kwamen de drie jongens eraan. Volgens mij gaf [medeverdachte 4] hem een klap. Ik heb hem ook drie klappen gegeven. Dat filmpje in de kantine is gemaakt door [medeverdachte 2] .
Het proces-verbaal uitwerking 2e verhoor medeverdachte [medeverdachte 4] d.d. 29 december 2016 (PD-V03, p. 29-30), zakelijk weergegeven inhoudende:

Ik ben in de garage in Wormerveer geweest bij [slachtoffer] . Ik heb (de rechtbank begrijpt:) [slachtoffer] gezien bij die garage. In de garage heb ik hem een klap gegeven. Ik was boos op hem. Hij moest mij ook schulden betalen en hij had me ook iets geflikt met een auto. Ik moest 7000 euro van hem hebben. Hij heeft mij opgelicht, een auto.
Het proces-verbaal van bevindingen onderzoek historische telecommunicatie opgemaakt door [verbalisant 4] d.d. 20 juni 2017 (ZD1, p. 526-620), zakelijk weergegeven inhoudende:

De navolgende in dit proces-verbaal besproken mobiele nummers werden afgegeven door de netwerkprovider KPN dan wel door telecommunicatieaanbieders die voor de afwikkeling van hun verbindingen gebruik maken van het radionetwerk van KPN, zijnde Lyca Mobile en Lebara Mobile.
[slachtoffer] :

Er werd een onderzoek ingesteld naar de telecommunicatiemiddelen in gebruik (geweest) bij [slachtoffer] . Hieruit bleek hij te kunnen beschikken over het mobiele prepaid nummer [telefoonnummer slachtoffer] .
[medeverdachte 4] :

Er werd een onderzoek ingesteld naar de telecommunicatiemiddelen in gebruik (geweest) bij [medeverdachte 4] . Hieruit bleek hij te kunnen beschikken over de twee mobiele prepaid nummers [telefoonnummer 1 medeverdachte 4] en [telefoonnummer 2 medeverdachte 4] .De mobiele nummers [telefoonnummer 1 medeverdachte 4] en [telefoonnummer 2 medeverdachte 4] werden op dat moment (de rechtbank begrijpt: 1 december 2016) respectievelijk gebruikt in een mobiele telefoon van het merk Nokia, type 105 DS en een mobiele telefoon van het merk Apple, iPhone 4. Op 12 december 2016 werd [medeverdachte 4] neergeschoten. Op de plaats delict werden beide bovengenoemde mobiele telefoons aangetroffen en inbeslaggenomen.
[medeverdachte 6] :

Er werd een onderzoek ingesteld naar de telecommunicatie-middelen in gebruik (geweest) bij [medeverdachte 6] . Hieruit bleek hij te kunnen beschikken over het mobiele Lyca Mobile prepaid nummer [telefoonnummer medeverdachte 6] .
[verdachte] :

Er werd een onderzoek ingesteld naar de telecommunicatie-middelen in gebruik (geweest) bij [verdachte] . Hieruit bleek hij onder andere te kunnen beschikken over en gebruik te maken van een mobiel Lyca Mobile prepaid nummer [telefoonnummer 3 verdachte] . Op 1 december werd dit mobiele nummer gebruikt in: Nokia 105, (Productnaam RM-908) imei-nummer [imei] . Op 13 december 2016 werd [verdachte] aangehouden in perceel [adres 1] . Tijdens de daaropvolgende doorzoeking in de woning en in de bij hem in gebruik zijnde personenauto werd de bovengenoemde mobiele telefoon aangetroffen en inbeslaggenomen.
[medeverdachte 2] :

Er werd een onderzoek ingesteld naar de telecommunicatie-middelen in gebruik (geweest) bij [medeverdachte 2] . Hieruit bleek hij te kunnen beschikken over en gebruik te maken van het Lebara prepaid nummer [telefoonnummer medeverdachte 2] . Op 1 december werd dit mobiele nummer gebruikt in combinatie met een Apple, iPhone 6. Op 19 december 2016 werd [medeverdachte 2] aangehouden nabij perceel [adres 2] . Bovengenoemde mobiele telefoon werd onder hem aangetroffen en inbeslaggenomen.
[medeverdachte 1] :

Er werd een onderzoek ingesteld naar de telecommunicatie-middelen in gebruik (geweest) bij [medeverdachte 1] , geboren op [geboortedatum 2] te [geboorteplaats 2] . Hieruit bleek zij te kunnen beschikken over en gebruik maakte van het T-Mobile nummer [telefoonnummer medeverdachte 1] .
1.

Op 1 december 2016, vanaf 11:41:24 uur is er een verplaatsing zichtbaar van de mobielenummers [telefoonnummer slachtoffer] en [telefoonnummer 1] vanuit Amsterdam Zuidoost naar Wormerveer.Uit het ingestelde onderzoek is gebleken dat [naam] deze dag de beschikking had over engebruik maakte van een donkerblauwe BMW, cabriolet 3 serie, voorzien van het kenteken [kenteken 1] . Op beschikbaar beeldmateriaal vanuit het horecapand, “Broodje Betty”, gevestigd in perceel [adres 3] te Wormerveer, is zichtbaar dat omstreeks 12:20:11 uur een donkere BMW, cabriolet 3 serie, door het beeld rijdt in de richting van het even verderop gelegen garagebedrijf “ [garage] ”. Omstreeks 12:21:19 uur werd dit kenteken voor de eerste keer door een verkeerscamera van de firma Ars Traffic & Transport Technology BV geregistreerd. Deze verkeerscamera is geplaatst op de locatie Provinciale-weg N246 te Wormerveer kort na de kruising met de Kerkstraat. Deze opstelling registreert het verkeer dat in Noordelijk richting de N246 volgt richting de kruising met de Ned Benedictweg te Wormerveer.
2.

Omstreeks 12:36:19 uur werd voor het mobiele nummer [telefoonnummer medeverdachte 2] , een inkomende verbinding geregistreerd afkomstig van het mobiele nummer [telefoonnummer 2] . Deze oproep werd doorgeschakeld naar de voicemail ( [voicemailnummer 1] ). Het mobiele nummer [telefoonnummer 2] betreft zoals reeds beschreven een abonnement op naam van [medeverdachte 3] , [adres garage] te Wormerveer. Voornoemde [medeverdachte 3] is eigenaar van het garagebedrijf “ [garage] ”.
Omstreeks 12:43:39 uur werd met het mobiele nummer [telefoonnummer medeverdachte 2] gebeld naar het mobiele nummer [telefoonnummer 2] . Deze verbinding had een duur van 43 seconden.

Omstreeks 12:47:03 uur werd voor [telefoonnummer medeverdachte 2] een uitgaande verbinding geregistreerd naar het mobiele nummer [telefoonnummer 3] met een gesprekduur van 23 seconden. Uit onderzoek is gebleken dat het mobiele nummer [telefoonnummer 3] in gebruik is bij de vriendin van [medeverdachte 2] , genaamd (de rechtbank begrijpt:) [getuige 4] . Deze verbinding werd voor het mobiele nummer [telefoonnummer medeverdachte 2] afgewikkeld door de KPN BTS-site op de locatie Vikingpad 43, 1034 VG Amsterdam.

Omstreeks 12:48:15 uur werd en voor [telefoonnummer medeverdachte 2] weer een uitgaande verbinding geregistreerd naar het mobiele nummer [telefoonnummer 2 verdachte] . Deze verbinding werd voor het mobiele nummer [telefoonnummer medeverdachte 2] afgewikkeld door de KPN BTS-site op de locatie Van Beekstraat 122, 1121NT Landsmeer.

Tijdens voorgaand gesprek werd omstreeks 12:48:18 uur door het mobiele nummer [telefoonnummer 3] in gebruik bij de vriendin van [medeverdachte 2] ingebeld er vond een doorschakeling naar de voicemail plaats. Vrijwel direct na beëindiging van de verbinding met het mobiele nummer [telefoonnummer 2 verdachte] is zichtbaar dat de vriendin van [medeverdachte 2] belt (de rechtbank begrijpt: dat er met mobiele nummer [telefoonnummer 3] in gebruik bij de vriendin van [medeverdachte 2] wordt gebeld). Ten tijde van dit gesprek omstreeks 12:59:10 uur, bevindt hij () (de rechtbank begrijpt: de telefoon met het mobiele nummer [telefoonnummer medeverdachte 2] ) zich binnen het bereik van de KPN BTS­site, geplaatst op de locatie Ned Benedictweg 3, 1521RA te Wormerveer.
Uit het ingestelde onderzoek is gebleken dat [medeverdachte 2] deze dag de beschikking had over en gebruik maakte van een Audi Q7, voorzien van het kenteken [kenteken 2] . Omstreeks 12:55:35 uur werd dit kenteken voor de eerste keer door een verkeerscamera van de Ars Traffic & Transport Technology BV geregistreerd. Deze verkeerscamera is geplaatst op de locatie Provincialeweg N246 vlak na de afrit met de rijksweg A8 en registreert het verkeer dat in Noordelijk richting de N246 volgt in de richting Wormerveer.

Op beschikbaar beeldmateriaal vanuit het horecapand, “Broodje Betty”, gevestigd in perceel [adres 3] te Wormerveer, is zichtbaar dat omstreeks 12:56:26 uur een Audi Q7, door het beeld rijdt in de richting van het even verderop gelegen garagebedrijf “ [garage] ”.

Omstreeks 12:57:16 uur werd dit kenteken voor de tweede keer door een verkeerscamera van de firma Ars Traffic & Transport Technology BV geregistreerd. Deze verkeerscamera is geplaatst op de locatie Provincialeweg N246 te Wormerveer kort na de kruising met de Kerkstraat. Deze opstelling registreert het verkeer dat in Noordelijk richting de N246 volgt richting de kruising met de Ned Benedictweg te Wormerveer.

Omstreeks 13:02:19 uur werd voor [telefoonnummer medeverdachte 2] een inkomende verbinding geregistreerd. Deze verbinding werd afgewikkeld door de KPN BTS-site, geplaatst op de locatie Ned Benedictweg 3, 1521RA te Wormerveer. De Cell-Id geeft onder andere dekking aan het perceel [adres garage] te Wormerveer, waarin is gevestigd het garagebedrijf “ [garage] ”.

3.

Omstreeks 12:47:41 uur werd er een inkomende verbinding geregistreerd voor het mobielenummer [telefoonnummer medeverdachte 1] afkomstig van het mobiele nummer [telefoonnummer 3] in gebruik is bij de vriendin van [medeverdachte 2] , genaamd [getuige 4] .
Omstreeks 12:50:33 uur werd voor het mobiele nummer [telefoonnummer 1 verdachte] eenuitgaande verbinding geregistreerd. Deze verbinding werd voor het mobiele nummer [telefoonnummer 1 verdachte] afgewikkeld door de KPN BTS-site geplaatst op de locatie Morgenstarstraat 40-76, 1544CN Zaandijk.
Omstreeks 13:01:01 uur werd een verbinding voor het mobiele nummer [telefoonnummer 3 verdachte] afgewikkeld door de KPN BTS-site, geplaatst op de locatie Ned Benedictweg 3, 1521 RA te Wormerveer. Enige minuten later en wel omstreeks 13:05:15 uur zal ook voor het mobiele nummer [telefoonnummer 1 verdachte] een verbinding worden afgewikkeld via dezelfde BTS-site en Cell-Id.

Op beschikbaar beeldmateriaal vanuit het horecapand, "Broodje Betty", gevestigd in perceel [adres 3] te Wormerveer, is zichtbaar dat omstreeks 12:56:08 uur een grijze Volkswagen Golf, door het beeld rijdt in de richting van het even verderop gelegen garagebedrijf “ [garage] ”.
Omstreeks 13:01:44 uur werd er een verbinding tot stand gebracht van 239 seconden tussen de mobiele nummer [telefoonnummer 3 verdachte] en [telefoonnummer medeverdachte 1] .

4.

Omstreeks 13:07:50 uur werd een uitgaande verbinding geregistreerd voor het mobiele nummer [telefoonnummer slachtoffer] naar het mobiele nummer [telefoonnummer getuige 2] , met een verbindingsduur van 792 seconden.
Omstreeks 13:26:38 uur werd een uitgaande verbinding geregistreerd voor het mobiele nummer [telefoonnummer slachtoffer] naar het mobiele nummer [telefoonnummer getuige 1] , met een verbindingsduur van 352 seconden. Deze verbinding werd beëindigd omstreeks 13:32:30 uur.

Omstreeks 13:33:04 uur werd een uitgaande verbinding geregistreerd voor het mobielenummer [telefoonnummer 1 verdachte] naar het mobiele nummer [telefoonnummer getuige 1] met een verbindingsduur van 14 seconden.
Omstreeks 13:48:10 werd een uitgaande verbinding geregistreerd voor hetmobiele nummer [telefoonnummer 1 verdachte] naar het mobiele nummer [telefoonnummer getuige 1] nu met een verbindingsduur van 203 seconden.
Omstreeks 13:48:28 uur werd een uitgaande verbinding voor het mobiele nummer [telefoonnummer medeverdachte 2] geregistreerd naar het mobiele nummer [telefoonnummer 2 medeverdachte 4] , met een verbindingsduur van 63 seconden.
5.

Op beschikbaar beeldmateriaal vanuit het horecapand, “Broodje Betty”, gevestigd in perceel [adres 3] te Wormerveer, is zichtbaar dat omstreeks 13:55:45 uur een grijze Volkswagen Golf, door het beeld rijdt komende uit de richting van het even verderop gelegen garagebedrijf “ [garage] ” en gaande in zuidelijke richting naar de Provincialeweg N203.
Omstreeks 14:22:08 uur werd voor het mobiele nummer [telefoonnummer medeverdachte 2] een inkomend Sms-bericht geregistreerd verzonden door het mobiele nummer [telefoonnummer 1 medeverdachte 4]

Omstreeks 14:25:28 uur, werd er voor het mobiele nummer [telefoonnummer medeverdachte 2] een inkomende verbinding geregistreerd vanaf het mobiele nummer [telefoonnummer 1 medeverdachte 4] met een verbindingsduur van 18 seconden.

Omstreeks 14:34:22 uur en 14:36:52 uur werden er twee inkomende verbindingengeregistreerd voor het mobiele nummer [telefoonnummer slachtoffer] ( [slachtoffer] ) vanaf het mobiele nummer [telefoonnummer getuige 1] ( [getuige 1] ). Beide inkomende verbindingen werden doorgeschakeld naar de voicemail ( [voicemailnummer 2] ).
Omstreeks 14:46:04 uur, werd er voor het mobiele nummer [telefoonnummer medeverdachte 2] een inkomende verbinding geregistreerd vanaf het mobiele nummer [telefoonnummer 1 medeverdachte 4] met een verbindingsduur van 2 seconden.

Omstreeks 14:47:28 uur, werd er voor het mobiele nummer [telefoonnummer medeverdachte 2] eeninkomende verbinding geregistreerd vanaf het mobiele nummer [telefoonnummer 1 medeverdachte 4] met een verbindingsduur van 13 seconden
Omstreeks 15:00:54 uur, werd er voor het mobiele nummer [telefoonnummer medeverdachte 2] een inkomende verbinding geregistreerd vanaf het mobiele nummer [telefoonnummer 1 medeverdachte 4] met een verbindingsduur van