Uitspraak ECLI:NL:RBNHO:2019:3996

Deze uitspraak heeft betrekking op het rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht en is gepubliceerd door de Raad voor de Rechtspraak op 13-05-2019. De uitspraak is gedaan door Rechtbank Noord-Holland op 13-05-2019, deze uitspraak is bekend onder de European Case Law Identifier (ECLI) ECLI:NL:RBNHO:2019:3996, het zaaknummer waarop deze uitspraak betrekking heeft is C/15/287180 / JU RK 19-652


Bron: Rechtspraak

beschikking
in de zaak van
wonende [plaats] ,
wonende [plaats] .
RECHTBANK NOORD-HOLLANDbeschikking machtiging gesloten jeugdhulp [de moeder] , hierna te noemen de moeder, [de vader] , hierna te noemen de vader,

Familie en Jeugd

Zittingsplaats: Heerhugowaard

zaakgegevens : C/15/287180 / JU RK 19-652datum uitspraak: 23 april 2019
De gecertificeerde instelling De Jeugd- & Gezinsbeschermers,

gevestigd te Alkmaar.
betreffende

[de minderjarige]

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

ECLI:NL:RBNHO:2019:3996:DOC
nl

beschikking
in de zaak van
wonende [plaats] ,
wonende [plaats] .
RECHTBANK NOORD-HOLLANDbeschikking machtiging gesloten jeugdhulp [de moeder] , hierna te noemen de moeder, [de vader] , hierna te noemen de vader,
Familie en Jeugd

Zittingsplaats: Heerhugowaard

zaakgegevens : C/15/287180 / JU RK 19-652datum uitspraak: 23 april 2019
De gecertificeerde instelling De Jeugd- & Gezinsbeschermers,

gevestigd te Alkmaar.
betreffende

[de minderjarige]

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

procesverloop

Het procesverloop
Het procesverloop blijkt uit de volgende stukken:- het verzoek met bijlagen van de GI van 4 april 2019, ingekomen bij de griffie op 8 april 2019,- de verklaring d.d. 4 april 2019 dat een voorziening nodig is op het gebied van jeugdhulp en verblijf niet zijnde verblijf bij een pleegouder,- de instemmende verklaring d.d. 15 april 2019 van de gekwalificeerde gedragswetenschapper.
- de minderjarige [de minderjarige] , bijgestaan door mr. E.F.E. Hoekstra,- de moeder,- de vader,- [vertegenwoordigster GI] , vertegenwoordigster van de GI,- [gedragsdeskundige] , als gedragsdeskundige werkzaam bij Transferium Jeugdzorg,- [groepsleider] , groepsleider bij Transferium Jeugdzorg.
Op 23 april 2019 heeft de kinderrechter de zaak ter zitting met gesloten deuren behandeld. Gehoord zijn:
De feiten
Het ouderlijk gezag over [de minderjarige] wordt uitgeoefend door de ouders.
[de minderjarige] verblijft in Transferium Jeugdzorg te Heerhugowaard.

Bij beschikking van 27 maart 2018 is [de minderjarige] onder toezicht gesteld tot 27 maart 2019. Deze ondertoezichtstelling is verlengd tot 27 maart 2020. Bij beschikking van 27 maart 2018 is tevens een machtiging gesloten jeugdhulp verleend, die laatstelijk is verlengd tot 30 april 2019.
Het verzoek

De GI heeft een machtiging verzocht om [de minderjarige] in een gesloten accommodatie te doen opnemen en te doen verblijven tot 29 oktober 2019.

Ter onderbouwing van het verzoek heeft de GI gesteld dat een verblijf in een gesloten accommodatie nog steeds noodzakelijk is voor [de minderjarige] . De GI heeft aangegeven dat [de minderjarige] in september 2018 de overstap heeft gemaakt van Transferium Jeugdzorg naar de klinische behandelgroep De Westkust van Triversum. Nadien heeft de GI de kinderrechter door middel van een spoedmachtiging verzocht [de minderjarige] opnieuw op Transferium Jeugdzorg te plaatsen, gezien de zorgen over haar emotionele en lichamelijke veiligheid. Deze machtiging is vervolgens steeds verlengd.

Bij de start van de plaatsing in Transferium Jeugdzorg is ingezet op de eigen verantwoordelijkheid van [de minderjarige] en het aanspreken van haar gezonde kant. Op dit moment blijkt echter dat de trauma’s van [de minderjarige] voorliggend zijn. De hypothese is dat wanneer er geen (intensieve) traumabehandeling plaatsvindt, de behandeling zoals reeds is ingezet op Triversum, niet zal aanslaan. Vanuit Triversum is aangegeven dat [de minderjarige] niet terug kan voor een klinische opname op De Westkust, voordat er traumabehandeling heeft plaatsgevonden, omdat de behandeling dan niet (voldoende) werkt. [de minderjarige] heeft opnieuw meerdere suïcidepogingen gedaan. Gedurende de dag heeft zij veel last van herbelevingen, die toe lijken te nemen.Er is [de minderjarige] geschetst dat zij op een T-splitsing staat, waarbij ze zelf de keuze heeft gemaakt om de weg van de traumabehandeling in te slaan. Hierbij is door Transferium Jeugdzorg het advies gegeven de gesloten machtiging te verlengen, zodat de traumabehandeling in de huidige (gesloten, maar voor [de minderjarige] ook veilige) setting kan plaatsvinden. Pas wanneer de traumabehandeling (EMDR) is afgerond, kan de overige behandeling worden ingezet.
Ter zitting heeft de GI nog naar voren gebracht dat de insteek zal zijn dat [de minderjarige] in Transferium Jeugdzorg blijft gedurende de gehele periode dat de machtiging loopt, omdat haar belang vergt dat zij al haar behandelingen in Transferium Jeugdzorg kan (blijven) volgen. [de minderjarige] heeft een zeer goede behandelrelatie met de gedragsdeskundige en de overige behandelaars binnen Transferium Jeugdzorg en het is van groot belang dat de behandeling van [de minderjarige] niet wordt doorbroken door haar tussentijds elders te plaatsen. De GI zal zich inzetten om de plaatsing van [de minderjarige] binnen Transferium Jeugdzorg te waarborgen.

Het standpunt van belanghebbenden

Het standpunt van de ouders

Ter zitting hebben de ouders verklaard dat zij het eens zijn met het verzochte. De ouders benadrukken het belang dat [de minderjarige] in Transferium Jeugdzorg behandeld dient te worden, omdat zij een goede band heeft met de behandelaars in Transferium Jeugdzorg. De ouders hebben respect voor de manier waarop de behandelaars omgaan met de problematiek van [de minderjarige] en hoe adequaat zij reageren op het dissociëren van [de minderjarige] .

Het standpunt van [de minderjarige]

Ter zitting is door de raadsvrouw aangegeven dat [de minderjarige] stappen heeft gezet in haar EMDR- behandeling. Hoewel de stappen nog klein zijn, zet [de minderjarige] zich enorm in om zo goed mogelijk mee te werken aan de EMDR-therapie. Naast de behandelingen die [de minderjarige] volgt, gaat zij sinds kort ook twee uur per dag naar school. Het doel van [de minderjarige] is om een HBO- opleiding te volgen. Verder wil [de minderjarige] graag investeren in meer sociale contacten op Transferium Jeugdzorg en wil zij toewerken naar een passende vervolgplek. Hoewel [de minderjarige] de verzochte periode van zes maanden erg lang vindt, ziet zij dat deze termijn nodig is om aan haar behandeling in Transferium Jeugdzorg te werken.De raadsvrouw benadrukt verder dat het belang van [de minderjarige] vergt dat zij haar behandeling binnen Transferium Jeugdzorg kan afronden. In dat verband verzoekt de raadsvrouw nadrukkelijk in het dictum van de af te geven beschikking op te nemen dat de tenuitvoerlegging van de machtiging tot gesloten jeugdhulp binnen Transferium Jeugdzorg dient plaats te vinden. De kinderrechter heeft deze bevoegdheid op grond van de Memorie van Toelichting op de Jeugdwet en blijkens een uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland van 12 februari 2019 (ECLI:NLRBBNE:2019:498). Het voorgaande is nodig om te garanderen dat de behandeling van [de minderjarige] niet doorbroken zal worden. De raadsvrouw wijst erop dat het mogelijk is dat [de minderjarige] , ná de overbruggingsdatum van 4 oktober 2019, op Horizon wordt geplaatst. Er is immers door de gemeenten toegezegd dat jongeren tot voornoemde datum in Transferium Jeugdzorg kunnen blijven om hun behandeling af te ronden, maar voor de periode ná 4 oktober 2019 zijn er vooralsnog geen nadere afspraken gemaakt. Met het oog hierop is het van groot belang om in het dictum van de beschikking op te nemen dat de machtiging in Transferium Jeugdzorg ten uitvoer wordt gelegd, zodat de huidige behandeling van [de minderjarige] aldaar gewaarborgd kan worden.
De visie van de gekwalificeerde gedragsdeskundige/gedragsdeskundige Transferium Jeugdzorg

Uit de instemmingsverklaring van 15 april 2019 blijkt dat Transferium Jeugdzorg in haar advies beschrijft dat [de minderjarige] bekend is met persoonlijkheids- en traumaproblematiek. Voorts is er sprake van een verstoorde ouder-kind relatie. Hiernaast is [de minderjarige] bekend met automutilatie en suïcidaal gedrag. De behandeling van [de minderjarige] heeft zich in aanvang gericht op haar persoonlijkheidsproblematiek en de systeemproblematiek. De behandeling van deze twee aspecten sorteerde onvoldoende resultaat. [de minderjarige] weigerde in aanvang van haar plaatsing mee te werken aan traumabehandeling die ten grondslag ligt aan de problematiek die behandeld wordt. [de minderjarige] heeft door de dag heen veel herbelevingen waarbij zij dissocieert en zichzelf fysiek pijn doet. Tevens neemt het suïcidale gedrag van [de minderjarige] de laatste tijd toe, hetgeen zeer zorgwekkend is. [de minderjarige] kan meerdere suïcide pogingen op één dag doen. De gedragsdeskundige benadrukt dat verlenging van de gesloten machtiging noodzakelijk is om de EMDR-behandeling af te ronden in een veilige omgeving.Ter zitting heeft gedragsdeskundige [gedragsdeskundige] nog aangegeven dat een passende vervolgplek te zijner tijd gevonden moet worden binnen een woonvoorziening voor jongeren met psychiatrische problematiek. Deze plekken zijn echter schaars en hiervoor geldt doorgaans een wachtlijst.
overwegingen

De beoordeling

Gelet op het bepaalde in artikel 6.1.2, tweede lid, Jeugdwet kan een machtiging gesloten jeugdhulp slechts worden verleend indien naar het oordeel van de kinderrechter deze jeugdhulp noodzakelijk is in verband met ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen die de ontwikkeling van de jeugdige naar volwassenheid ernstig belemmeren. Bovendien dient de opneming en verblijf noodzakelijk te zijn om te voorkomen dat de jeugdige zich aan deze jeugdhulp onttrekt of daaraan door anderen wordt onttrokken.

De kinderrechter stelt op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting vast dat aan voornoemde voorwaarden is voldaan. Bij [de minderjarige] zijn er zorgen omtrent haar sociaal-emotionele en cognitieve ontwikkeling, een dissociatieve identiteitsstoornis in ontwikkeling en persoonlijkheidsproblematiek. Daar komt bij dat de relatie tussen [de minderjarige] en de ouders dusdanig gecompliceerd is dat [de minderjarige] niet meer thuis kan wonen. Met de GI en de gekwalificeerde gedragsdeskundige is de kinderrechter van oordeel dat een verlenging van de gesloten machtiging noodzakelijk is om [de minderjarige] in de gelegenheid te stellen om de reeds ingezette EMDR-therapie af te kunnen ronden. De kinderrechter heeft vastgesteld dat [de minderjarige] hard werkt aan haar problematiek en gemotiveerd is haar therapie succesvol af te ronden. De kinderrechter stelt echter tevens vast dat na een openbare aanbestedingsprocedure de uitvoering van gesloten jeugdhulpmaatregelen in Noord-Holland door een aantal gemeentes is gegund aan zorgaanbieder Horizon, en niet langer aan zorgaanbieder Parlan (Transferium Jeugdzorg)). Door de gemeentes is toegezegd dat lopende behandelingen binnen Transferium Jeugdzorg tot 4 oktober 2019 kunnen worden voortgezet. Voor de periode na 4 oktober 2019 zijn, voor zover de kinderrechter bekend, nog geen afspraken gemaakt. De kinderrechter overweegt dat het van groot belang is dat [de minderjarige] in de gelegenheid wordt gesteld om haar behandeling binnen Transferium Jeugdzorg af te ronden. Het eventueel doorplaatsen van [de minderjarige] naar een vervolgvoorziening na 4 oktober 2019 is onder de huidige omstandigheden zeer onwenselijk en naar verwachting zelfs schadelijk voor haar ontwikkeling. Om de veiligheid van [de minderjarige] en de voortgang in haar behandeling te waarborgen, zal de kinderrechter daarom bepalen dat de machtiging in Transferium Jeugdzorg ten uitvoer dient te worden gelegd. Hierbij heeft de kinderrechter acht geslagen op hetgeen in artikel 3 van het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind (IVRK) is bepaald. Uit deze bepaling volgt dat het belang van het kind de eerste overweging dient te vormen bij beslissingen als de onderhavige.
Gelet op het voorgaande zal de kinderrechter de machtiging gesloten jeugdhulp verlenen, en wel voor de verzochte periode.

beslissing

De beslissing

De kinderrechter:

verleent een machtiging gesloten jeugdhulp tot uiterlijk 29 oktober 2019 betreffende de minderjarige , geboren op [geboortedatum] te [plaats] , en bepaalt dat deze ten uitvoer dient te worden gelegd in Transferium Jeugdzorg te Heerhugowaard.

3

colA

colB

colC

colA
colC

Deze beschikking is gegeven door mr. M.M. van Weely, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. S. Nourozi Oranje als griffier en in het openbaar uitgesproken op 23 april 2019.


colA
colC

De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 7 mei 2019.
Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:- door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshofAmsterdam