Uitspraak ECLI:NL:RBNHO:2019:1890

Deze uitspraak heeft betrekking op het rechtsgebied Civiel recht en is gepubliceerd door de Raad voor de Rechtspraak op 07-03-2019. De uitspraak is gedaan door Rechtbank Noord-Holland op 13-03-2019, deze uitspraak is bekend onder de European Case Law Identifier (ECLI) ECLI:NL:RBNHO:2019:1890, het zaaknummer waarop deze uitspraak betrekking heeft is C/15/275940 / HA ZA 18-454


Bron: Rechtspraak

center
100
1a917ba4-afa8-43af-ada0-9f3eec1b0d2c
2
13
image/png

center
100
fc124631-d8e7-4746-96dc-03969c4b58e8
2
523
image/png


RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en InsolventieZittingsplaats Haarlem
zaaknummer / rolnummer: C/15/275940 / HA ZA 18-454

Vonnis van 13 maart 2019 bij vervroeging

in de zaak van

[eiser]

wonende te [woonplaats],eiser,advocaat mr. C.F.J.M. Nelemans te Amsterdam,
tegen

de publiekrechtelijke rechtspersoon
GEMEENTE ZANDVOORT

zetelend te Zandvoort,gedaagde,advocaat mr. M.F.A. Dankbaar te Haarlem.
Partijen zullen hierna [eiser] en de gemeente genoemd worden.

ECLI:NL:RBNHO:2019:1890:DOC
nl

center
100
1a917ba4-afa8-43af-ada0-9f3eec1b0d2c
2
13
image/png

center
100
fc124631-d8e7-4746-96dc-03969c4b58e8
2
523
image/png


RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en InsolventieZittingsplaats Haarlem
zaaknummer / rolnummer: C/15/275940 / HA ZA 18-454

Vonnis van 13 maart 2019 bij vervroeging

in de zaak van

[eiser]

wonende te [woonplaats],eiser,advocaat mr. C.F.J.M. Nelemans te Amsterdam,
tegen

de publiekrechtelijke rechtspersoon
GEMEENTE ZANDVOORT

zetelend te Zandvoort,gedaagde,advocaat mr. M.F.A. Dankbaar te Haarlem.
Partijen zullen hierna [eiser] en de gemeente genoemd worden.

1

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
-

het tussenvonnis van 29 augustus 2018

het proces-verbaal van comparitie van 30 januari 2019.

1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2

2.1.
In 2006 heeft de gemeente aan De Watertoren Zandvoort C.V. (WZCV) verkocht de watertoren met bij- en toebehoren te Zandvoort. De koopovereenkomst houdt, voor zover hier van belang, het volgende in:
(…)

1.3
Partijen zullen na overdracht van het verkochte rekening houden met de gerechtvaardigde belangen en wensen van de andere partij. Partijen zullen regelmatig en gestructureerd met elkaar overleggen en zullen elkaar op de hoogte stellen van omstandigheden, gebeurtenissen, besluiten en verwachtingen, die bij de ontwikkeling van het verkochte van belang zijn of kunnen zijn voor de andere partij.

2.2.
[eiser] is bij besluit van 12 januari 2017 van de gemeenteraad Zandvoort (hierna: de gemeenteraad) benoemd tot wethouder Ruimtelijke Ordening en Verkeer en Vervoer.
2.3.
Vanaf 2013 heeft een drietal architectenbureaus zich bezig gehouden met integrale plannen voor de herontwikkeling van het watertorenplein en de directe omgeving daarvan: De Biase Architecten (op eigen initiatief), Springtij Architecten (op verzoek van toenmalig wethouder [A.]) en AG. Architecten (op eigen initiatief).
2.4.
WZCV had een uitgesproken voorkeur voor de plannen van Springtij Architecten (hierna: Springtij) en onderhield regelmatige contacten met Springtij. De gemeente was daarvan op de hoogte.
2.5.
Op 20 oktober 2015 heeft de gemeenteraad een lijst beslispunten opgesteld.
2.6.
In april 2017 heeft de gemeenteraad de toetsingskaders van het project aangepast en de drie architectenbureaus verzocht hun ontwerp aan te passen. De aangepaste ontwerpen dienden uiterlijk 18 april 2017 te zijn ingediend bij de gemeente. De ontwerpen zijn vervolgens door een ambtelijke commissie beoordeeld. Deze ambtelijke beoordeling was medio mei 2017 gereed. Aan Springtij Architecten zijn 23 punten toegekend, aan AG Architecten 22 punten en aan De Biase Architecten 16 punten.
2.7.
Op 28 juni 2017 heeft de gemeenteraad gestemd over de ontwerpen en met 10 tegen 7 stemmen is voor het plan van Springtij gekozen.
2.8.
Op 28 juli 2017 heeft de Stichting Ons Watertorenplein bij de gemeente een WOB-verzoek ingediend om inzage te krijgen in stukken die betrekking hebben op de selectieprocedure die heeft geleid tot de keuze voor Springtij.
2.9.
Als gevolg van dit verzoek is er onder meer e-mailcorrespondentie tussen [eiser] en WZCV op tafel gekomen.
2.10.
Op 6 oktober 2017 heeft de burgemeester [eiser] verzocht om de e-mails die bekend waren geworden te komen bespreken. In dat gesprek is opheldering gevraagd over de e-mailcorrespondentie.
2.11.
Op 9 oktober 2017 heeft een ingelaste collegevergadering plaatsgevonden.
2.12.
Op 10 oktober 2017 heeft [eiser] schriftelijk zijn ontslag ingediend.
2.13.
Naar aanleiding van het ontslag van [eiser] heeft de gemeente een persverklaring opgesteld, die, zover hier van belang, als volgt luidt:
Door een binnengekomen WOB-verzoek kwam eind vorige week aan het licht dat de wethouder (rechtbank: [eiser]) ambtelijke correspondentie over het project Watertorenplein heeft doorgestuurd aan de eigenaar van de Watertoren en aan een van de architectenbureaus die in de race waren met plannen voor het Watertorenplein. Daarnaast blijkt uit correspondentie dat conceptbrieven en reacties die deze architect en de eigenaar van de Watertoren naar de raad c.q. college stuurden, vooraf ter beoordeling zijn voorgelegd aan de wethouder. Daardoor zou de indruk kunnen ontstaan dat het besluitvormingsproces is beïnvloed.

Juist bij dit grote politiek gevoelige, al jarenlang durende dossier, hebben college en raad afgesproken om een grote mate van terughoudendheid te betrachten in de communicatie met belanghebbende partijen die onderling met elkaar in competitie waren. De handelswijze van de wethouder staat hier haaks op. Het college was niet op de hoogte en is van mening dat de wethouder grenzen van de gedragscode voor de bestuurders van Zandvoort heeft overschreden. Deze handelswijze past niet bij de invulling van een integer bestuur.

2.14.
Van het ontslag van [eiser] is melding gemaakt in de Zandvoortse Courant en in het Haarlems Dagblad.
In De Zandvoortse Courant van 12 oktober 2017 is, zover hier van belang, het volgende bericht opgenomen:

Door het binnenkomen van het WOB-verzoek, kwam aan het licht dat de wethouder ambtelijke correspondentie over het Watertorenplein, voorafgaande aan het besluit van de raad, heeft doorgestuurd naar de eigenaar van de Watertoren, [B.] en naar architectenbureau Springtij. Hij heeft ook adviezen en suggesties die richting op gedaan. Het mailverkeer was nogal intensief.

Op 13 oktober 2017 is, zover hier van belang, het volgende bericht gepubliceerd in het Haarlems Dagblad:

[C.] ging ook in op de oproep van de VVD om de rol van het gehele college te onderzoeken: “Daaruit zou kunnen worden opgemaakt dat de VVD insinueert dat het college niet integer is. Daar nemen wij als bestuur collectief afstand van. Als de VVD wil analyseren welke stappen wij hebben genomen, dan is dat prima. Die verantwoording leggen wij af. Wij hebben gehandeld omdat wij dat nodig vonden. Zandvoort heeft recht op een integer bestuur.”

2.15.
Op 17 oktober 2017 heeft de burgemeester bureau Integis B.V. opdracht gegeven onderzoek te doen naar de chronologie van feiten en omstandigheden inzake het project Watertorenplein en naar de grondslagen van de besluitvorming inzake dat project, teneinde vast te stellen of correspondentie tussen [eiser] en externe personen en partijen al dan niet invloed heeft gehad op het advies van het college inzake het project Watertorenplein en de besluitvorming zijdens de gemeenteraad dienaangaande.
2.16.
Op 30 en 31 oktober 2017 heeft de gemeenteraad vergaderd, waarbij [eiser] aanwezig is geweest en is gehoord.
2.17.
Bij brief van 31 oktober 2017 heeft [eiser] zijn eerdere ontslagbrief schriftelijk ingetrokken en de gemeenteraad verzocht het vertrouwen in hem uit te spreken. Dit verzoek is in de op die zelfde datum gehouden raadsvergadering besproken. In de vergadering wordt evenwel niet het vertrouwen in [eiser] uitgesproken, maar wordt gesproken over een motie van wantrouwen tegen [eiser]. Vervolgens is [eiser] teruggekomen op zijn intrekkingsbrief. Het ontslag is geaccepteerd.
2.18.
Integis heeft op 29 november 2017 een rapport uitgebracht met de uitkomsten van haar onderzoek. Dit rapport houdt onder meer het volgende in:
(…)

109. Wij zijn van mening dat [eiser] met zijn advies aan WZCV om een (concept)brief betreffende ‘aanvulling wijziging bestemmingsplan’ te verzenden aan het college en Jordaan, invloed heeft gehad op (de door WZCV) aan het college en Jordaan verstrekte informatie.

110. Wij constateren verder dat de inhoud van de (concept)brief geen invloed heeft gehad op de ambtelijke beoordeling. Wij hebben verder geen aanwijzingen dat de (concept)brief invloed heeft gehad op het advies van het college, mede omdat het college de ambtelijke beoordeling heeft gevolgd.

6.4.1
Weging correspondentie na het collegebesluit en tot het raadsbesluit op 28 juni 2017

111. Wij zijn van mening dat [eiser] met zijn adviezen aan WZCV en door hem aan WZCV doorgezonden (ambtelijke) correspondentie, invloed heeft gehad op (de door WZCV) aan de gemeenteraad verstrekte informatie.

112. Of en in hoeverre de correspondentie de besluitvorming door de gemeenteraad heeft beïnvloed is ter beoordeling van de raadslieden na kennisneming van bijgevoegde correspondentie en de in dit rapport beschreven context; wij kunnen immers niet vaststellen welke overwegingen aan de besluitvorming van de raadslieden ten grondslag hebben gelegen.

2.19.
Op 23 januari 2018 heeft de gemeenteraad opdracht gegeven aan Stichting Decentraalbestuur.nl om onderzoek te doen naar de vraag of er voor de drie bureaus die een plan hebben gemaakt sprake was van een ‘gelijk speelveld’ en of de gemeenteraad zijn besluit van 28 juni 2017 op goede gronden heeft kunnen nemen.
2.20.
Stichting Decentraalbestuur.nl heeft hierover op 16 maart 2018 gerapporteerd. In het rapport zijn de volgende conclusies vermeld met onderbouwing:
1.5 Conclusie 1: er was sprake van een gelijk speelveld

Er was sprake van een gelijk speelveld voor de drie bureaus.(…)
1.6 Conclusie 2: de raad heeft op goede gronden kunnen besluiten

De raad heeft op goede gronden zijn besluit van 28 juni 2017 kunnen nemen.

2.21.
Bij brief van 11 juni 2018 heeft [eiser], na een eerder vruchteloos verzoek aan het college tot herstel van zijn reputatie en een passende compensatie, de gemeente aansprakelijk gesteld voor de door hem geleden en nog te lijden schade als gevolg van zijn beschadigde reputatie.
3

3.1.
[eiser] vordert samengevat – dat de rechtbank bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad (i) voor recht zal verklaren dat de gemeente onrechtmatig heeft gehandeld jegens [eiser], (ii) de gemeente zal veroordelen tot het plaatsen van een rectificatie op de voorpagina van de Zandvoortse Courant en van het Haarlems Dagblad, op straffe van een dwangsom (iii) de gemeente zal veroordelen tot betaling aan [eiser] van een bedrag van € 16.577 als schadevergoeding voor het zuiveren van zijn naam op internet, te vermeerderen met rente en (iv) de gemeente zal veroordelen tot betaling van overige schade, nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet en te vermeerderen met rente, een en ander met veroordeling van de gemeente in de kosten van de procedure.
3.2.
[eiser] legt aan zijn vorderingen ten grondslag dat de gemeente onrechtmatig gehandeld heeft jegens hem. Hij stelt dat ontoelaatbare druk op hem is uitgeoefend en ten onrechte is aangestuurd op zijn ontslag en dat in de pers ten onrechte de suggestie is gewekt dat hij niet integer is. De gemeente weigert zijn geschonden reputatie te herstellen. [eiser] stelt dat het hierdoor voor hem niet mogelijk is om opnieuw in een vergelijkbare functie aan het werk te gaan waardoor hij schade lijdt en heeft geleden, welke schade de gemeente aan hem dient te vergoeden.
3.3.
De gemeente voert verweer.
3.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.
overwegingen

4

4.1.
De vraag of de gemeente onrechtmatig heeft gehandeld jegens [eiser], moet naar het oordeel van de rechtbank ontkennend worden beantwoord. Daarbij wordt het volgende in overweging genomen.
4.2.
Door [eiser] is betoogd dat de gemeente niet zorgvuldig heeft gehandeld jegens hem door te snel op ontslag aan te sturen. Hij heeft gesteld dat zijn belangen daarbij niet, dan wel onvoldoende, zijn meegewogen. Hij heeft benadrukt dat hij op grond van het indertijd met WZCV gesloten koopcontract gehouden was om de contacten over de ontwikkeling van het watertorenplein te onderhouden met WZCV.
4.3.
Door de gemeente is betwist dat zij onzorgvuldig heeft gehandeld. Zij heeft benadrukt dat [eiser] zelf ontslag heeft genomen en dat er steeds hoor en wederhoor met [eiser] heeft plaatsgevonden. Verder heeft zij gemotiveerd gesteld dat en waarom door de inhoud van de correspondentie die [eiser] had gevoerd met WZCV, de schijn van vooringenomenheid was ontstaan. Daar komt bij dat [eiser] over die correspondentie niet de nodige transparantie heeft betracht door de gemeenteraad hierover niet te informeren. Zij heeft aangevoerd dat [eiser] hiermee in strijd gehandeld heeft met de gedragscode die inhoudt dat iedere bestuurder actief de schijn van belangenverstrengeling moet tegengaan.
4.4.
Dat [eiser] zelf ontslag heeft genomen staat tussen partijen niet ter discussie. Naar het oordeel van de rechtbank is niet komen vaststaan dat de gemeente [eiser] tot dit ontslag gedwongen heeft door ontoelaatbare druk op hem uit te oefenen. Uit de e-mailcorrespondentie die bekend is geworden na het WOB-verzoek van 28 juli 2017, komt een beeld naar voren van contacten tussen [eiser] en WZCV die verder gaan dan waartoe [eiser] (namens de gemeente) gehouden was op grond van de koopovereenkomst. Zo blijkt onder meer in de periode voorafgaand aan het raadsbesluit van 28 juni 2017, van een adviserende rol van [eiser] en van het doorsturen van (interne) gemeentecorrespondentie zonder de betrokken ambtenaren daaromtrent te informeren. Daarbij in aanmerking genomen (1) de uitgesproken voorkeur van WZCV voor Springtij als één van de architectenbureaus die in de race was voor de herontwikkeling van het Watertorenplein en (2) de gevoeligheid van het langlopende dossier, zoals daarvan blijkt uit onder meer het rapport van Integis, is niet onbegrijpelijk dat het gemeentecollege aan [eiser] een verwijt maakte dat met zijn handelen de schijn van een oneerlijk proces en vooringenomenheid van de gemeente was gewekt. Dat uiteindelijk niet is vastgesteld dat de besluitvorming door de gemeenteraad daadwerkelijk is beïnvloed door het handelen van [eiser], doet aan dat verwijt niet af.Dat het college vervolgens ontoelaatbare druk op [eiser] heeft uitgeoefend om op te stappen, volgt niet uit de stukken. [eiser] heeft voldoende gelegenheid gekregen om zijn handelen toe te lichten en/of uit te leggen tegenover het college en tegenover de raad. Ook heeft hij voldoende tijd gehad om, tot tweemaal toe, een afgewogen besluit te nemen. Dat over het feit dat [eiser] als wethouder was opgestapt ook in de pers is bericht, is het gevolg van de omstandigheid dat [eiser] als wethouder een publieke functie bekleedt, zodat (ook) hierover transparantie wordt betracht. In die berichtgeving, zoals deze hiervoor in r.o. 2.13. en 2.14. is weergegeven is echter, anders dan [eiser] heeft betoogd, niet verklaard of gesuggereerd dat [eiser] niet integer is. De zinsnede ‘Zandvoort heeft recht op een integer bestuur’ moet naar het oordeel van de rechtbank worden gelezen in de context van de bewuste alinea, die niet zozeer betrekking heeft op het handelen van [eiser] als wel op het handelen van het college zelf in de bewuste situatie. Voorzover als gevolg van deze berichtgeving al het idee zou zijn ontstaan dat [eiser] niet integer genoemd wordt door de gemeente, is dat naar het oordeel van de rechtbank niet het gevolg van een onrechtmatige (wijze van) berichtgeving door de gemeente.
4.5.
Dat de gemeente, ook na het verschijnen van het rapport van Integis, geen rectificaties heeft geplaatst, is evenmin onrechtmatig te noemen. Niet alleen is, zoals hiervoor is overwogen, (eerder) geen sprake geweest van onrechtmatige uitlatingen die de gemeente zou moeten rechtzetten. Ook biedt dit rapport geen grondslag voor een dergelijke rectificatie. Het rapport heeft immers geen betrekking op de vraag of het handelen van [eiser] integer is geweest of niet. In dit rapport is uitsluitend geoordeeld over de vraag of de besluitvorming door de raad in het proces rond de ontwikkeling van het watertorenplein is beïnvloed door de door [eiser] met WZCV onderhouden contacten. De omstandigheid dat in het rapport wordt geoordeeld dat de gang van zaken niet van invloed is geweest op de ambtelijke beoordeling behoefde, anders dan [eiser] heeft betoogd, dan ook voor de gemeente geen aanleiding te vormen om een rectificatie te plaatsen noch om de positie van [eiser] te heroverwegen, nog daargelaten dat [eiser] zelf was opgestapt.
4.6.
Nu op grond van het vorenstaande niet kan worden geoordeeld dat de gemeente onrechtmatig heeft gehandeld jegens [eiser], wordt de gevorderde verklaring voor recht dat de gemeente onrechtmatig heeft gehandeld afgewezen. Als gevolg daarvan ontvalt ook de grondslag aan de door [eiser] ingestelde vordering tot rectificatie en de ingestelde schadevorderingen, zodat die eveneens worden afgewezen.
4.7.
[eiser] zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van deze procedure, tot op heden aan de zijde van de gemeente begroot op:
vastrecht € 1.950,--
salaris advocaat € 1.086,-- (2 punten à € 543,-)

totaal € 3.036,--
4.8.
De wettelijke rente over de proceskosten kan worden toegewezen als gevorderd.
beslissing

5

De rechtbank
5.1.
wijst het gevorderde af;
5.2.
veroordeelt [eiser] tot betaling aan de gemeente van € 3.036,-- ter zake van proceskosten, te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf veertien dagen na de datum van dit vonnis tot aan de dag der algehele voldoening;
5.3.
verklaart deze proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. E.C.M. van Mierlo en in het openbaar uitgesproken op 13 maart 2019.

_60d09dc8-794e-41c2-972f-2c056f3a1fa4
1

type: 1155coll: