Uitspraak ECLI:NL:RBNHO:2019:1618

Deze uitspraak heeft betrekking op het rechtsgebied Civiel recht; Arbeidsrecht en is gepubliceerd door de Raad voor de Rechtspraak op 27-02-2019. De uitspraak is gedaan door Rechtbank Noord-Holland op 11-03-2019, deze uitspraak is bekend onder de European Case Law Identifier (ECLI) ECLI:NL:RBNHO:2019:1618, het zaaknummer waarop deze uitspraak betrekking heeft is 7433028 \ AO VERZ 18-120


Bron: Rechtspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Bewindlocatie Alkmaar
Zaaknr./rolnr.: 7433028 \ AO VERZ 18-120 (H.K.)Uitspraakdatum: 11 maart 2019
Beschikking van de kantonrechter in de zaak van:

de heer wonende te [woonplaats]verzoekende partijverder te noemen: [verzoeker]gemachtigde: mr. D.H.J. Roeters van Lennep, jurist bij de FNV
tegen

de besloten vennootschap Code Beveiliging BV

gevestigd te Krimpen aan den IJssel en kantoorhoudende te Nootdorpverwerende partijverder te noemen: Code Beveiliginggemachtigde: mr. P. van Wegen, advocaat.

ECLI:NL:RBNHO:2019:1618:DOC
nl

RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Bewindlocatie Alkmaar
Zaaknr./rolnr.: 7433028 \ AO VERZ 18-120 (H.K.)Uitspraakdatum: 11 maart 2019
Beschikking van de kantonrechter in de zaak van:

de heer wonende te [woonplaats]verzoekende partijverder te noemen: [verzoeker]gemachtigde: mr. D.H.J. Roeters van Lennep, jurist bij de FNV
tegen

de besloten vennootschap Code Beveiliging BV

gevestigd te Krimpen aan den IJssel en kantoorhoudende te Nootdorpverwerende partijverder te noemen: Code Beveiliginggemachtigde: mr. P. van Wegen, advocaat.
procesverloop

1

1.1.
Na wijziging van eis heeft [verzoeker], bij verzoekschrift ingekomen op 21 december 2018, het verzoek gedaan om Code Beveiliging te veroordelen tot betaling van een billijke vergoeding, een transitievergoeding en een vergoeding wegens onregelmatige opzegging.
1.2.
Code Beveiliging heeft een verweerschrift ingediend.
1.3.
Op 28 januari 2019 heeft een zitting plaatsgevonden, waarbij alleen [verzoeker] en zijn gemachtigde zijn verschenen. De zaak is vervolgens aangehouden om [verzoeker] in de gelegenheid te stellen de wederpartij, die niet ter zitting was verschenen, bij deurwaardersexploot op te roepen.
1.4.
Op 25 februari 2019 heeft andermaal een zitting plaatsgevonden, waarbij [verzoeker] in persoon is verschenen en Code Beveiliging bij haar leidinggevende [naam 1]. Partijen werden bijgestaan door hun gemachtigden. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat partijen ter toelichting van hun standpunten naar voren hebben gebracht. Ter zitting heeft [verzoeker] het betekeningsexploot van de deurwaarder overgelegd.
2

2.1.
[verzoeker], geboren op [geboortedatum] 1965, is als beveiliger in dienst getreden bij Code Beveiliging voor bepaalde tijd, van 14 juni 2011 tot 14 september 2011.
2.2.
Vervolgens is de arbeidsovereenkomst verlengd tot 31 mei 2012.
2.3.
Hierna is de arbeidsovereenkomst wederom verlengd voor een periode van een jaar tot 31 mei 2013.
2.4.
Ten slotte is de arbeidsovereenkomst vanaf 1 juni 2013 nogmaals voor bepaalde tijd verlengd. In dit laatste contract staan onder meer de volgende bepalingen:
“Werknemer treedt met ingang van 1 juni 2013 bij werkgever in dienst voor bepaalde tijd. De arbeidsovereenkomst wordt aangegaan voor de duur van de looptijd van de overeenkomst dienstverlening tussen CODE Beveiliging B.V. en het RIBW zwwf locatie Paardenweide 228 te Zwaag en eindigt derhalve zodra de overeenkomst dienstverlening is beëindigd, zonder dat opzegging vereist is. De werkgever zal bij het bekend worden van het einde van de overeenkomst dienstverlening de werknemer hiervan zo spoedig mogelijk informeren.”

2.5.
Op 31 oktober 2018 stuurt Code Beveiliging een brief aan [verzoeker] met onder meer de volgende inhoud:
“Refererend aan het onderhoud tussen u en ondergetekende bevestigen wij u hierbij dat uw arbeidsovereenkomst voor de looptijd van de overeenkomst tussen CODE Beveiliging B.V. en het ([naam 2]) RIBW-zwwf locatie Paardenweide 228 te Zwaag is beëindigd. Met ingang van 1 november 2018 zien wij u contract dan ook als beëindigd.”

2.6.
Op 31 oktober 2018 werd [verzoeker] gebeld door Code Beveiliging en hem is verteld dat hij in november 2018 nog moest werken en dat hij pas 1 december 2018 uit dienst zou gaan.
2.7.
[verzoeker] ontving het volgende salaris bij Code Beveiliging:Salaris € 1.788,16 bruto per vier wekengemiddelde meeruren (11 periodes) € 665,16 per vier wekengemiddelde ORT-toeslag (11 periodes) € 476,09 per vier wekenVakantiegeld € 1.716,63 (per jaar)Eindejaarsuitkering € 494,18 (per jaar).
2.8.
Op de arbeidsovereenkomst is de CAO Particuliere Beveiliging van toepassing. De werkzaamheden van [verzoeker] werden gewoonlijk te Zwaag verricht.
2.9.
Met ingang van 1 februari 2019 heeft [verzoeker] een andere baan.
3

3.1.
Na wijziging van eis heeft [verzoeker], bij verzoekschrift ingekomen op 21 december 2018, het verzoek gedaan om Code Beveiliging te veroordelen tot betaling aan [verzoeker] van:a. a) een billijke vergoeding ad € 40.436,-- bruto ex art. 7:681 van het Burgerlijk Wetboek (BW), dan wel een door de kantonrechter te bepalen vergoeding;b) de wettelijke transitievergoeding ad € 7.862,58 bruto ex art. 7:673 jo 7:673a BW;c) een vergoeding wegens onregelmatige opzegging van de arbeidsovereenkomst ad € 3.369,68 bruto ex art. 7:672 lid 10 BW;subsidiair, voor het geval de arbeidsovereenkomst wel is geëindigd door het aan [verzoeker] verleende ontslag, verzoekt [verzoeker] om Code Beveiliging te veroordelen tot betaling van:d) de wettelijke transitievergoeding ad € 7.862,58 bruto ex art. 7:673 jo 7:673a BW;e) een vergoeding wegens onregelmatige opzegging ad € 3.369,68 bruto ex art. 7:672 lid 10 BW;primair en subsidiair: met veroordeling van Code Beveiliging in de proceskosten.
3.2.
Aan dit verzoek legt [verzoeker] – kort gezegd – het volgende ten grondslag.Code Beveiliging heeft op 31 oktober 2018 de arbeidsovereenkomst met [verzoeker] opgezegd per 1 december 2018 wegens beëindiging van de overeenkomst dienstverlening tussen Code Beveiliging en RIBW-zwwf betreffende de locatie Paardenweide 228 te Zwaag. Omdat [verzoeker] inmiddels een andere baan heeft, heeft hij de verzochte doorbetaling van het salaris en vernietiging van het ontslag ingetrokken. Hij berust in de opzegging.Code Beveiliging beroept zich voor de beëindiging van de arbeidsovereenkomst ten onrechte op een ontbindende voorwaarde. Hiermee omzeilt zij het gesloten stelsel van het ontslagrecht. Die voorwaarde is daarom nietig. De opzegging is onregelmatig, aldus [verzoeker].Op 14 mei 2013 zijn partijen een vierde arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd aangegaan met ingang van 1 juni 2013. Daarom is thans sprake van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd. [verzoeker] vordert naast de transitievergoeding en de billijke vergoeding een vergoeding wegens onregelmatige opzegging van de arbeidsovereenkomst. [verzoeker] betwist dat Code Beveiliging hem een concreet aanbod heeft gedaan om bij de concurrent [naam 3] aan het werk te gaan of bij Code Beveiliging op een ander project.
4

4.1.
Code Beveiliging verweert zich tegen het verzoek en stelt hiertoe – samengevat – het volgende. [verzoeker] heeft altijd op de locatie Paardenweide 228 te Zwaag gewerkt. In de vierde week van oktober 2018 krijgt Code Beveiliging van de directeur van [naam 2] – de opdrachtgever voor dit project – te horen dat de opdracht per 1 november 2018 wordt beëindigd. Aan [verzoeker] is nog de gelegenheid geboden om de overstap te maken naar de concurrent [naam 3], maar dit wilde [verzoeker] niet. Aan [verzoeker] is vervolgens het aanbod gedaan een aantal dagen in Utrecht te gaan werken, het enige en laatste object van Code Beveiliging, maar dat wilde [verzoeker] ook niet vanwege de afstand. Code Beveiliging heeft er vervolgens voor gekozen een beroep te doen op de ontbindende voorwaarde in de arbeidsovereenkomst. Code Beveiliging heeft geen invloed uitgeoefend of kunnen uitoefenen op de vervulling van de ontbindende voorwaarde. Het is de plotselinge beslissing van [naam 2] geweest om de opdracht aan Code Beveiliging te beëindigen. De vordering van [verzoeker] moet daarom worden afgewezen.Subsidiair is Code Beveiliging van mening, dat niet is opgezegd in strijd met art. 7:671 BW. Voor zover niet rechtsgeldig opgezegd zou zijn, dan is dat Code Beveiliging als werkgever niet ernstig te verwijten gelet op de beslissing van opdrachtgever [naam 2]. Het is onjuist om te veronderstellen dat [verzoeker] nog 1 jaar gewerkt zou hebben voor Code Beveiliging. De verzochte billijke vergoeding is daarom onredelijk.
overwegingen

5

5.1.
Code Beveiliging beroept zich primair op de ontbindende voorwaarde in de arbeidsovereenkomst. Volgens haar is de duur van de arbeidsovereenkomst met [verzoeker] afhankelijk van het project op de locatie Paardenweide 228 te Zwaag. Nu de opdrachtgever [naam 2] het project abrupt heeft beëindigd, kon Code Beveiliging niet anders dan de arbeidsovereenkomst met [verzoeker] beëindigen, stelt zij.
5.2.
De kantonrechter is van oordeel, dat het beding in de arbeidsovereenkomst inhoudende dat de looptijd van de arbeidsovereenkomst wordt gekoppeld aan de duur van de overeenkomst met de opdrachtgever van Code Beveiliging in strijd is met het gesloten ontslagstelsel. De voorwaarde is niet objectief bepaalbaar. Niet toegestaan in het algemeen is de voorwaarde dat de arbeidsovereenkomst eindigt als er onvoldoende werk is. Dit is afhankelijk van de zienswijze van de werkgever. Overigens is niet aannemelijk dat bij het eindigen van het project Paardenweide 228 te Zwaag de beëindiging van de arbeidsovereenkomst met [verzoeker] de enig denkbare optie voor Code Beveiliging was. Dit strookt ook niet met de opmerking van Code Beveiliging dat zij [verzoeker] heeft gewezen op andere mogelijkheden, wat overigens gemotiveerd is betwist. De conclusie is daarom dat de arbeidsovereenkomst niet op regelmatige wijze is geëindigd.
5.3.
Met ingang van 1 juni 2013 zijn partijen een vierde arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd aangegaan. Op grond van art. 7:668a lid 1 sub b BW wordt deze laatste overeenkomst geacht te zijn aangegaan voor onbepaalde tijd, zoals [verzoeker] terecht aanvoert.
Met betrekking tot de door [verzoeker] verzochte vergoeding wordt als volgt overwogen.

Transitievergoeding

5.4.
Uit artikel 7:673 lid 1 BW volgt dat de werkgever aan de werknemer een transitievergoeding verschuldigd is indien – kort gezegd – de arbeidsovereenkomst ten minste 24 maanden heeft geduurd en de arbeidsovereenkomst door de werkgever is opgezegd. Aan deze beide voorwaarden is voldaan. [verzoeker] heeft dus aanspraak op een transitievergoeding. Gelet op artikel 7:673 lid 2 BW bedraagt de transitievergoeding € 7.862,58 bruto, welk bedrag als zodanig niet is betwist door Code Beveiliging. Zij zal daarom worden veroordeeld tot betaling daarvan.
Billijke vergoeding

5.5.
Aan de orde is de vraag of aan [verzoeker] naast de transitievergoeding tevens een billijke vergoeding toekomt. Vooropgesteld wordt dat ingevolge artikel 7:681 lid 1 onder a BW de kantonrechter de werknemer een billijke vergoeding kan toekennen, indien de werkgever heeft opgezegd in strijd met art. 7:671 BW. Zoals hiervoor overwogen, is dat in deze zaak het geval.
5.6.
Over de hoogte van de toe te kennen billijke vergoeding overweegt de kantonrechter het volgende. Ofschoon voor de toekenning van een billijke vergoeding op grond van art. 7:681 lid 1 BW geen ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werkgever is vereist, is wel van belang dat het opzeggen van de arbeidsovereenkomst, in strijd met de daarvoor geldende regels, de werkgever ernstig valt aan te rekenen (), zodat in die zin toch sprake is van ernstige verwijtbaarheid.De billijke vergoeding moet – naar haar aard – in relatie staan tot het ernstig verwijtbare handelen of nalaten van de werkgever. Bij het bepalen van de omvang van de billijke vergoeding komt het verder aan op een beoordeling van alle omstandigheden van het geval (zie: HR 30 juni 2017, ECLI:NL:HR: 2017:1187 (). Het gaat er uiteindelijk om dat de werknemer wordt gecompenseerd voor het ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werkgever. De billijke vergoeding heeft echter geen specifiek punitief karakter en bij het begroten daarvan kan dus geen rol spelen welk bedrag voor de werkgever een punitief, dat wil zeggen ‘bestraffend’ effect heeft.
5.7.
Met inachtneming van het vorenoverwogene is de kantonrechter van oordeel, dat in de onderhavige zaak rekening gehouden moet worden met de volgende omstandigheden:
-

Code Beveiliging heeft ernstig verwijtbaar jegens [verzoeker] gehandeld, door de plotselinge, onregelmatige opzegging van de arbeidsovereenkomst;

[verzoeker] heeft twee maanden salaris moeten missen;

vanwege de leeftijd van [verzoeker] en de gunstige situatie op de arbeidsmarkt, moet het vinden van een nieuwe betrekking voor hem op korte termijn mogelijk zijn (hetgeen inmiddels ook is gebleken, nu hij per 1 februari 2019 een nieuwe baan heeft gevonden tegen een salaris van € 2.200,-- bruto per maand);

[verzoeker] ontvangt een transitievergoeding en een vergoeding voor onregelmatig opzegging;

niet gebleken is dat [verzoeker] overige schade heeft geleden.

Naar het oordeel van de kantonrechter lijden voornoemde omstandigheden tot een billijke vergoeding ten gunste van [verzoeker] van € 6.500,-- bruto. Deze vergoeding staat in voldoende mate in verhouding tot het ernstig verwijtbaar handelen/nalaten van Code Beveiliging en de compensatie hiervoor aan [verzoeker].
Vergoeding wegens onregelmatige opzegging

5.8.
De vergoeding wegens onregelmatige opzegging bedraagt op grond van het bepaalde in art. 7:672 lid 10 BW het geld in vastgesteld loon voor de periode dat de arbeidsovereenkomst bij regelmatige opzegging nog zou hebben voortgeduurd. Op 30 oktober 2018 heeft Code Beveiliging het dienstverband met [verzoeker] opgezegd. Hierbij is geen rekening gehouden met de (wettelijke) opzegtermijn van twee maanden. Het dienstverband had eerst per 1 januari 2019 kunnen worden beëindigd. Code Beveiliging heeft slecht 1 in plaats van 2 maanden opzegtermijn in acht genomen. De vergoeding wegens onrechtmatige opzegging bedraagt derhalve € 3.369,68 bruto, welk bedrag op zichzelf niet is betwist door Code Beveiliging.Dit bedrag zal daarom worden toegewezen.
5.9.
De proceskosten komen voor rekening van Code Beveiliging, omdat zij grotendeels ongelijk krijgt.
beslissing

6

De kantonrechter:

6.1.
veroordeelt Code Beveiliging om aan [verzoeker] te betalen:- een transitievergoeding van € 7.862,58 bruto,- een billijke vergoeding van € 6.500,-- bruto,- een vergoeding wegens onregelmatige opzegging van € 3.369,68 bruto;
6.2.
veroordeelt Code Beveiliging tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van [verzoeker] tot en met vandaag vaststelt op:- € 720,-- aan salaris gemachtigde, - € 226,-- aan griffierecht,- € 82,91 aan explootkosten;
6.3.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;
6.4.
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. S.B. Rip, kantonrechter en op 11 maart 2019 in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van J.A.J. Kreijger, griffier.

De griffier De kantonrechter