Uitspraak ECLI:NL:RBMNE:2020:86

Deze uitspraak heeft betrekking op het rechtsgebied Strafrecht en is gepubliceerd door de Raad voor de Rechtspraak op 14-01-2020. De uitspraak is gedaan door Rechtbank Midden-Nederland op 14-01-2020, deze uitspraak is bekend onder de European Case Law Identifier (ECLI) ECLI:NL:RBMNE:2020:86, het zaaknummer waarop deze uitspraak betrekking heeft is 16/098702-19 (P)


Bron: Rechtspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

StrafrechtZittingsplaats Lelystad
Parketnummer: 16/098702-19 (P)

Vonnis van de meervoudige kamer van 14 januari 2020

in de strafzaak tegen

[verdachte] ,
geboren op [2002] te [geboorteplaats] (Suriname),wonende te [adres] , [woonplaats ] .

ECLI:NL:RBMNE:2020:86:DOC
nl

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

StrafrechtZittingsplaats Lelystad
Parketnummer: 16/098702-19 (P)

Vonnis van de meervoudige kamer van 14 januari 2020

in de strafzaak tegen

[verdachte] ,
geboren op [2002] te [geboorteplaats] (Suriname),wonende te [adres] , [woonplaats ] .
1

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen met gesloten deuren van 16 juli 2019, 11 oktober 2019, 17 december 2019 en 14 januari 2020.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering en standpunten van officier van justitie mr. H.J. Starrenburg en van hetgeen verdachte en zijn raadsvrouw mr. D.G. Nagel, alsmede mevrouw Rampadarad, namens de benadeelde partij [slachtoffer 1] en mevrouw M.J. Mostert , reclasseringswerker bij Samen Veilig Midden-Nederland en de heer H. Lindenhof van de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: RvdK) naar voren hebben gebracht.

2

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:
Op 28 januari 2019 in [woonplaats ] samen met anderen een gewapende overval heeft gepleegd op de [fastfoodrestaurant] ( [fastfoodrestaurant] ) waarbij € 2.700,- is weggenomen.

3

De dagvaarding is geldig, de rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het ten laste gelegde, de officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging van verdachte en er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4

4.1
Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht het ten laste gelegde wettig en overtuigend te bewijzen.
4.2
Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft vrijspraak bepleit van het ten laste gelegde en heeft daartoe aangevoerd dat het dossier onvoldoende overtuigend bewijs bevat.
4.3
Het oordeel van de rechtbank


Bewijsmiddelen
_2012873e-7db5-43cf-9911-68284fe47ddc

Op 28 januari 2019 omstreeks 23:50 uur heeft er bij de [fastfoodrestaurant] in [woonplaats ] een overval plaatsgevonden. Er kwamen zes jongens de [fastfoodrestaurant] binnen. Ze droegen bivakmutsen of hadden hun gezicht bedekt. De jongens sprongen over de toonbank en liepen langs de toonbank en riepen: “Wij willen geld!” en “Geef geld, geef alle geld.”. De jongens sloegen met hamers. Eén van de jongens had een vuurwapen in zijn hand en richtte het vuurwapen op [slachtoffer 1] . De jongen zei tegen [slachtoffer 1] : “Open de kassa-lade”. De jongens trokken [slachtoffer 2] aan haar arm mee naar de kassa’s en nadat ze de kassa’s hadden leeggehaald riepen ze: “Waar staat de kluis, loop naar de kluis”. Eén van de jongens had een mes in zijn handen, dat hij tegen de rug van [slachtoffer 2] aanzette. [slachtoffer 3] werd door een van de jongens bedreigd met een ijzeren staaf. De jongen zei: “Waar is het geld, waar is de kassa?”.

Bij de overval is ongeveer € 2.700,00 weggenomen uit de kluis en de kassalades. [aangever] heeft namens Collins Foods Ltd aangifte gedaan van de overval. Collins Foods Ltd is de eigenaar van de vestiging. Ook door [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] , [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] , die op het moment van de overval aan het werk waren in de [fastfoodrestaurant] , is aangifte gedaan.
Getuige [getuige 1] , die zich op het moment van de overval bij de Drive Thru van de [fastfoodrestaurant] bevond, zag twee brommers met daarop zes jongens aan komen rijden. Op allebei de brommers zaten drie personen. De brommers waren donkergroen en zwart van kleur en van het merk Piaggio Zipp 2000. Ook getuige [getuige 2] zag twee scooters met zes jongens. De jongens trokken iets over hun hoofd en reden richting de [fastfoodrestaurant] .

Op 29 januari 2019 zijn twee scooters aangetroffen. Op de [adres] in [woonplaats ] is een groene scooter van het merk Piaggio Zip aangetroffen en op het [adres] in [woonplaats ] is een zwarte scooter van het merk Piaggio zip aangetroffen.

Uit de historische gegevens en de locatie van de telefoon van medeverdachte [medeverdachte 1] bleek dat deze op 28 januari 2019 vanaf 23:54 uur tot en met 29 januari 2019 12:49 uur een zendmast [straat] in [woonplaats ] aanstraalde. Het [straat] in [woonplaats ] ligt hemelsbreed op 300 meter afstand van de [fastfoodrestaurant] op de [straat] in [woonplaats ] . De woning van verdachte bevindt zich op een afstand van hemelsbreed 750 meter tussen de zendmasten [straat] en [straat] in [woonplaats ] .

Uit onderzoek in de telefoon van medeverdachte [medeverdachte 1] is gebleken dat zijn telefoon, kort na de overval, gegevens had weergegeven van Thuisbezorgd.nl. Er werd een vordering gedaan bij Thuisbezorgd op het adres van verdachte namelijk [adres] en hieruit bleek dat op 29 januari 2019 omstreeks 00:20 uur twee bestellingen waren gedaan, voor zes maaltijden. Een deel van de bestelling was gedaan op naam van ‘ [naam] ’. De maaltijden zijn contant afgerekend en afgeleverd op het [adres] .

Uit de historische gegevens van de telefoon van medeverdachte [medeverdachte 1] bleek ook dat de telefoon van [medeverdachte 1] op 28 januari 2019 om 12.54.35 uur contact had met het telefoonnummer [telefoonnummer] . Het telefoonnummer [telefoonnummer] is in de politiesystemen gekoppeld aan verdachte. Verder was te zien dat het telefoonnummer van medeverdachte [medeverdachte 1] en verdachte meerdere malen op verschillende data contact hadden met elkaar. Zo ook meerdere malen op de dag van de overval en de dag na de overval.

Ook de telefoon van verdachte is onderzocht. Op de telefoon stond een foto met de datum 28 januari 2019 en tijdstip 23:32 uur (daadwerkelijke tijd 00:32 uur). Dit betreft ongeveer één uur na de overval. De foto was op 17 april 2019 verwijderd. Op 16 april 2019 werd medeverdachte [medeverdachte 1] aangehouden. Op de foto is een persoon te zien die op bed ligt met een vuurwapen in zijn hand. De persoon had een stapel geldbiljetten in zijn hand en er lagen 8 rolletjes met muntgeld. Aangever [aangever] had verklaard dat er bij de overval op 28 januari 2019 de nodige rollen met muntgeld zijn weggenomen.
Op 24 april 2019 is de woning van verdachte op het [adres] in [woonplaats ] doorzocht. In de woning worden onder meer een Parajumpers jas, Nike schoenen en een Nike handschoen aangetroffen. Van laatstgenoemde handschoen heeft verdachte ter terechtzitting verklaard dat deze hem toebehoort. De politie heeft vastgesteld dat de aangetroffen goederen gelijkenis vertonen met de op de camerabeelden zichtbare en bij de overval door de daders gebruikte (hand)schoen(en) en jas.

Op 8 april 2019 zijn in het televisieprogramma de videobeelden van de overval vertoond.

Het telefoonnummer van medeverdachte [medeverdachte 1] is getapt. Op de taplijn werden onder meer de volgende gesprekken gevoerd.

10 april 2019: [medeverdachte 1] belt met [C]
[medeverdachte 1] : broer weet je wat voor gevoel ik heb?

[C] : nou

[medeverdachte 1] : gister na die torie toch, ik heb live gekeken, en me ma weet er ook van en me zus ook en zo. Maar ze hebben me niet gelekt je weet toch, kanker strijders.

[medeverdachte 1] : Ik denk aii, opeens sluiten zij af met ons. Ze zeggen, we hebben al meer dan 20 tips binnen gekregen en zijn al meer dan 15 keer gebeld, ik dacht kanker zooi.
_b2c15541-a3fd-4a2b-afcb-149c54d67055

14 april 2019: [medeverdachte 1] belt met onbekende vrouw
NNV: nu ze zegt, eh je mattie's hebben OV gepleegd he. Ik zeg; huh welke mongool, gaan ze dat nadoen ntv [naam] , en ntv. Ik kijk zo, ik kijk gewoon. Ze zei ik weet niet, maar het zijn sowieso jongens die jij kent. Want het zijn boys uit [woonplaats ] . Ik kijk zo die video, ik zie jou, [medeverdachte 2] , [verdachte] .

[medeverdachte 1] : tweede keer ging ik niet mee. Ik was alleen die eerste keer, eerste keer was ik die jongen met die pistool die die vrouw vastgreep.

[medeverdachte 1] : je zou zeggen, die torie, iedereen, als je me goed kent weet je direct welke ik ben en zo dat is het.
_cb622f27-f539-4ad0-bc43-0908b196cc9c

14 april 2019: [medeverdachte 1] belt met onbekende vrouw
NNV: maar hoezo is [medeverdachte 2] nog steeds niet geveegd, en jij ook niet, en de rest ook niet?

[medeverdachte 1] : Broer, ik zeg jou ga kijken, die dinge, die dinge van mij is zeker al duizend keer bekeken 40K views of zo, meer zelfs.

NNV: Ja en nog steeds zijn, nog steeds zijn jullie niet gepakt en terwijl zelfs mensen die jullie gewoon normaal kennen, gewoon, gewoon, iedereen in A///weet gewoon dat jullie het zijn hè.

[medeverdachte 1] : oh ja maar in ieder geval. Volgens mij ga, ik ga het eerste gepakt worden denk ik man kanker veel tips. Die, je weet toch?

NVV: hebben mensen anonieme tips gegooid?

[medeverdachte 1] : kijk.je weet, ze sloten die ding af toch, toen kwamen zij weer terug bij ons. Over de overval op [fastfoodrestaurant] hebben wij al meer dan 25 tips en er is al meer dan 7 keer gebeld.

NNV: Lijp

[medeverdachte 1] : en zo en, je herkent mij niet maar, gewoon mijn gedrag en hoe ik loop. Je weet toch op het laatst zie je iemand met een pistool richten op die mensen toch?

NNV: Ja

[medeverdachte 1] : Dat iedereen, dat was ik.

[medeverdachte 1] : En die vrouw die ik had vastgepakt.

NNV: maar ook, ook gewoon op die video als hoe je net terug keek. Ze melden het ook gewoon echt. Diegene richt een pistool op d'r hoofd broer, dan, dan daarvoor ga

[medeverdachte 1] : Ja dat was ik.
_eb027b4a-bb39-4bd0-ba30-d45e7b0e8d31

Verbalisant [verbalisant 1] heeft de beelden van de overval bekeken en moest bij het bekijken van de beelden direct aan medeverdachte [medeverdachte 2] denken, gezien het uiterlijk van NN2, de vorm van zijn hoofd, neus, gezicht, wenkbrauwen en zijn lichaamslengte en de slanke/smalle bouw.

Verbalisant [verbalisant 2] heeft de beelden van de overval bekeken en zag dat de neus van medeverdachte [medeverdachte 2] en de stand van de ogen overeenkwamen met NN2. Tevens zag de verbalisant dat [medeverdachte 2] de lengte heeft van 1.57 cm en dat NN2 de kleinste was van de overvallers. Omdat verbalisant verdachte [medeverdachte 2] nog nooit in persoon heeft gezien, kan hij geen herkenning opmaken. Wel ziet hij grote gelijkenissen met persoon NN2 en [medeverdachte 2] .

Door een getuige onder nummer is ten overstaan van de rechter-commissaris op 27 november 2019 verklaard dat zij medeverdachte [medeverdachte 2] heeft herkend als één van de overvallers. Zij heeft [medeverdachte 2] ontelbare keren gezien en herkende hem aan zijn manier van bewegen tijdens het lopen. Hij was frontaal in beeld, wat het voor de getuige helder maakte dat hij degene was die te zien was.
Bewijsoverwegingen

De hiervoor weergegeven (belastende) feiten en omstandigheden vragen om een verklaring van verdachte (vgl 3 EHRM John Murray tegen het Verenigd Koninkrijk, NJ 1996, 725). Verdachte heeft zich echter bij de politie op zijn zwijgrecht beroepen. Ook ter terechtzitting heeft verdachte zich ten aanzien van belangrijke punten op zijn zwijgrecht beroepen. Verdachte heeft aldus naar het oordeel van de rechtbank ten aanzien van voornoemde redengevende feiten en omstandigheden geen aannemelijke, die redengevendheid ontzenuwende verklaring afgelegd.

De rechtbank is van oordeel dat op grond van de stukken in het dossier, in onderling verband en samenhang bezien, en gelet op het uitblijven van een verklaring van verdachte, wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard dat verdachte op 28 januari 2019 samen met zijn medeverdachten [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] en drie onbekend gebleven personen de overval op de [fastfoodrestaurant] heeft gepleegd. De rechtbank gaat er daarbij vanuit dat verdachte de persoon is op de beelden met de handschoen, verdachte [medeverdachte 1] de persoon is op de beelden met het pistool en verdachte [medeverdachte 2] de persoon is op de beelden met de sjaal voor zijn gezicht.

Naar het oordeel van de rechtbank volgt uit de bewijsmiddelen dat er een nauwe en bewuste samenwerking bestond tussen verdachte en zijn medeverdachten, zodat de rechtbank ook het tenlastegelegde medeplegen wettig en overtuigend te bewijzen acht.

De door de verdediging aangevoerde bewijsverweren geven geen aanleiding tot een afzonderlijke bespreking daarvan. Zij vinden hun weerlegging in de bewijsmiddelen.

5

- vervolgens over de toonbank te springen en langs de toonbank te lopen en te roepen: "wij willen geld" en "geef geld, geef alle geld” en met hamers, te slaan en- ( vervolgens) een (op een) vuurwapen (gelijkend voorwerp) op voornoemde [slachtoffer 1] te richten en te zeggen: "open de kassalade" en- een ijzeren staaf op voornoemde [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] te richten en te vragen "waar is het geld, waar is de kassa", en- vervolgens voornoemde [slachtoffer 2] aan haar arm mee te trekken naar de kassa's en
De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte:

op 28 januari 2019 te [woonplaats ] tezamen en in vereniging met anderen uit kassalades van de [fastfoodrestaurant] een geldbedrag van ongeveer 2700,- euro, dat aan een ander dan aan verdachte en zijn mededaders toebehoorde, te weten aan Collins Foods Ltd, heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en gevolgd van geweld en bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door voornoemde [fastfoodrestaurant] binnen te gaan, terwijl verdachte en zijn mededaders bivakmutsen, althans gezichtsbedekking droegen en

(nadat verdachte en zijn mededaders de kassa's hadden leeggehaald) tegen voornoemde [slachtoffer 2] te roepen: "waar staat de kluis, loop naar de kluis" en een mes te richten op de rug van voornoemde [slachtoffer 2] .
Voor zover in het bewezen verklaarde deel van de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. Verdachte wordt hiervan vrijgesproken.

6

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het bewezen verklaarde levert volgens de wet het volgende strafbare feit op:

diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen

7

Er is geen omstandigheid gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

8

8.1
De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd verdachte ter zake van het door de officier van justitie bewezen geachte te veroordelen tot een jeugddetentie van 365 dagen, met aftrek van het voorarrest, waarvan een gedeelte van 188 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren, met als bijzondere voorwaarde de maatregel toezicht en begeleiding van de jeugdreclassering.
Daarnaast heeft de officier van justitie gevorderd dat aan verdachte zal worden opgelegd de maatregel betreffende het gedrag van de jeugdige (hierna: GBM) voor de duur van één jaar met het geadviseerde programma. Hij heeft voorts verzocht om het programma behorende bij de GBM dadelijk uitvoerbaar te verklaren.
Daarnaast wil de officier van justitie dat aan verdachte wordt opgelegd de vrijheidsbeperkende maatregel van artikel 38v van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr) voor de duur van twee jaren, inhoudende:

waarbij bij iedere overtreding een jeugddetentie van vijf dagen dient te worden opgelegd, met een maximum van zes maanden. De officier van justitie heeft verzocht om ook deze maatregel dadelijk uitvoerbaar te verklaren.
-

een contactverbod met de medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] ;

een contactverbod met aangevers [aangever] , [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] , [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] ;

een locatieverbod voor de [fastfoodrestaurant] ( [fastfoodrestaurant] ) aan de [adres] in [woonplaats ] ;

8.2
Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft de rechtbank verzocht te volstaan met het opleggen van een jeugddetentie gelijk aan het voorarrest. Daarnaast heeft zij verzocht de module ITB Harde Kern op te leggen voor de duur van drie maanden in plaats van de gevorderde zes maanden. De voorwaarde meewerken aan zelfstandigheidstraining acht de raadsvrouw niet noodzakelijk en is volgens haar bovendien in strijd met het recht op zoals bedoeld in het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind. De raadsvrouw heeft verzocht de door de officier van justitie gevorderde contact- en locatieverboden niet op te leggen. Deze maatregel vormt een te grote beperking op de bewegingsvrijheid van verdachte en bovendien is de noodzaak van deze maatregel niet gebleken.
8.3
Het oordeel van de rechtbank

Bij het bepalen van de straf/maatregel heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van het bewezen verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals ter terechtzitting is gebleken.
De ernst van het feit

Verdachte heeft zich samen met vijf anderen schuldig gemaakt aan een gewapende overval op de [fastfoodrestaurant] ( [fastfoodrestaurant] ). Verdachte en zijn medeverdachten hebben daarbij op buitengewoon dreigende en gewelddadige wijze de medewerkers van de [fastfoodrestaurant] gedwongen tot afgifte van het geld uit de kassa’s en de kluis. Verdachten droegen daarbij bivakmutsen of andere gezichtsbedekkende kleding en hadden wapens bij zich. Er is een (op een) vuurwapen (gelijkend voorwerp) op een van de medewerkers gericht en er is ook gedreigd met een mes, een breekijzer en een hamer. Verdachte heeft bij het personeel en de omstanders in de [fastfoodrestaurant] hevige gevoelens van angst en onveiligheid veroorzaakt. Dit spreekt duidelijk uit de aangiften en de getuigenverklaringen die zijn afgelegd. Het is algemeen bekend dat dit soort gewelddadige overvallen voor de direct betrokkenen bijzonder traumatiserend zijn en tot langdurige psychische schade kunnen leiden. Dit blijkt in deze zaak ook uit de schriftelijke slachtofferverklaring van één van de slachtoffers. Daarnaast hebben overvallen zoals deze niet alleen grote impact op de slachtoffers, maar versterken ook gevoelens van angst en onveiligheid in de maatschappij. Verdachte heeft zich van dit alles niets aangetrokken en heeft alleen gedacht aan zijn eigen financiële gewin. Verdachte heeft over zijn betrokkenheid niets willen verklaren en laat door zijn proceshouding onduidelijkheid bestaan over waarom hij tot de overval is overgegaan. Verdachte heeft bovendien op geen enkele wijze verantwoordelijkheid genomen voor zijn handelen en zich geen moment rekenschap gegeven van de gevolgen van zijn handelen voor de slachtoffers. Dit weegt de rechtbank in strafverzwarende zin mee.
De persoon van verdachte

De rechtbank heeft rekening gehouden met een verdachte betreffend uittreksel justitiële documentatie van 17 oktober 2019, waaruit blijkt dat verdachte eerder is veroordeeld voor een vermogensdelict.
Uit de rapportage pro Justitia van 13 augustus 2019, uitgebracht door A.I. de Zwart, psycholoog blijkt dat bij verdachte sprake is van een gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens in de vorm van een matige normoverschrijdende gedragsstoornis. Deze stoornis was aanwezig tijdens het tenlastegelegde. Omdat verdachte niet wilde vertellen over het tenlastegelegde, is niet inzichtelijk geworden op welke wijze deze stoornis heeft doorgewerkt tijdens het delict. Er worden daarom geen gronden gezien om verdachte het tenlastegelegde feit in verminderde mate toe te rekenen. De rechtbank neemt deze conclusie over en is van oordeel dat geen aanleiding bestaat om verdachte verminderd toerekeningsvatbaar te achten.

Uit een advies van de hierna: RvdK van 10 december 2019, opgesteld door L. van der Kooi, volgt dat verdachte baat lijkt te hebben bij strikte voorwaarden. De RvdK is van mening dat een GBM voor de duur van één jaar passend is, gezien de ernst van het feit en omdat deze maatregel bij kan dragen aan (het in stand houden van) een positieve ontwikkeling. De RvdK verwacht dat verdachte baat heeft bij een zware externe motivatie en adviseert daarom om binnen de GBM de modulen ITB Harde Kern, elektronische controle, een dagbesteding/schoolgang en behandeling bij de Waag en een contactverbod met de medeverdachten en slachtoffers mee te nemen. Naast het advies GBM, adviseert de RvdK een deels voorwaardelijke jeugddetentie op te leggen, waarbij het onvoorwaardelijk deel gelijk is aan het voorarrest met als bijzondere voorwaarden Toezicht en Begeleiding, meewerken aan een zelfstandigheidstraining/ plaatsing in begeleide woonvorm indien de jeugdreclasseerder dit nodig acht en het meewerken aan een passende vorm van dagbesteding in de vorm van werk en/of school.

De adviesrapportage van Samen Veilig Midden-Nederland (SAVE) van 10 oktober 2019, opgemaakt door M. J. Mostert, die ook ter terechtzitting als deskundige is gehoord, vermeldt dat SAVE zich ernstig zorgen maakt over de ontwikkeling van verdachte, omdat hij wordt verdacht van een zeer ernstig feit. Save sluit zich aan bij het rapport van de RvdK en komt tot eenzelfde strafadvies.

De op te leggen straf / maatregel

Alles afwegende acht de rechtbank een jeugddetentie van 365 dagen, waarvan 188 dagen voorwaardelijk, met aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht, passend en geboden. De rechtbank legt daarbij als bijzondere voorwaarden op: zich houden aan de aanwijzingen van de jeugdreclassering in het kader van de maatregel Toezicht en Begeleiding, ook als dit inhoudt behandeling bij de Waag, zelfstandigheidstraining en begeleid wonen en meewerken aan zinvolle dagbesteding in de vorm van werk en/of school. De rechtbank heeft bij het bepalen van de straf gelet op de ernst van het feit, het strafblad van verdachte, de proceshouding van verdachte, zijn jeugdige leeftijd en straffen die in soortgelijke zaken aan minderjarige daders worden opgelegd.

Voorts is de rechtbank van oordeel dat verdachte een stevige stok achter de deur nodig heeftom er voor te zorgen dat hij zich op een positieve manier blijft ontwikkelen en niet opnieuw strafbare feiten zal plegen. De rechtbank zal daarom - gelet op de bevindingen en adviezen van de Raad voor de Kinderbescherming en Samen Veilig Midden-Nederland, zoals hiervoor weergegeven - een GBM aan verdachte opleggen. Gelet op de persoon van verdachte, zijn houding en problematiek zijn het teweegbrengen van gedragsverandering bij verdachte en het beperken van het recidiverisico naar het oordeel van de rechtbank binnen een andere modaliteit en duur niet haalbaar. Een voordeel van de GBM is dat dat er een time out van de maatregel kan plaatsvinden als verdachte zich niet aan de voorwaarden houdt. De rechtbank verwacht dat de GBM op langere termijn voor gedragsverandering bij verdachte zal zorgen.
Gelet op de ernst van het feit, het strafblad van verdachte en de bevindingen van de deskundigen, zal de rechtbank de GBM op de wijze zoals geadviseerd, voor de duur van één jaar opleggen.

De rechtbank zal bepalen dat vervangende jeugddetentie zal worden toegepast van één jaar indien verdachte niet naar behoren aan de tenuitvoerlegging van de GBM meewerkt. De vervangende jeugddetentie is daarmee in duur gelijk aan de GBM. De rechtbank overweegt daartoe dat zij van belang vindt dat de vervangende jeugddetentie, die onderdeel uitmaakt van de GBM, een zodanige stok achter de deur vormt dat verdachte niet op enig moment in de verleiding komt zich aan het programma van de GBM te onttrekken.

De GBM zal aldus worden ingericht dat verdachte de komende zes maanden zal (blijven) deelnemen aan ITB Harde Kern, de komende zes maanden zal meewerken aan elektronisch toezicht, zal deelnemen aan individuele/systeemgerichte gesprekken uitgevoerd door De Waag, zich zal inzetten voor een dagbesteding in de vorm van werk en/of school en zich zal houden aan een contactverbod met medeverdachten en met aangevers.
Omdat verdachte eerder is veroordeeld voor het plegen van een vermogensdelict en uit de inhoud van voornoemde rapportages blijkt dat sprake is van een hoog recidivegevaar, moet er ernstig rekening mee worden gehouden dat verdachte opnieuw een strafbaar feit zal plegen of zich belastend zal gedragen. Daarnaast is dadelijke uitvoerbaarheid gelet op het voornoemde in het belang van verdachte. De rechtbank beveelt daarom op grond van artikel 77w, zesde lid van het Wetboek van Strafrecht dat de opgelegde GBM en aldus het daarbij behorende programma dadelijk uitvoerbaar zijn. Anders dan de officier van justitie acht de rechtbank het niet noodzakelijk dat aan verdachte een contact- en locatieverbod in de vorm van een maatregel zoals bedoeld in artikel 38v, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht zal worden opgelegd. De rechtbank zal het contactverbod met medeverdachten en aangevers, zoals hiervoor is overwogen, opleggen als onderdeel van de GBM en de rechtbank is van oordeel dat dit afdoende is.

9

- naboots vuurwapen (goednummer: G2402739); - breekijzer (goednummer: G2402948);- keukenmes met lemmet en heft van elkaar gescheiden (goednummer: G2402918);- bivakmuts (goednummer: G2402915);
- lichtkleurige handschoenen links en recht (goednummer G2402905);- jas Parajumpers (goednummer: G2402873);- pet met sticker 9Forty (goednummer: G2402862);- Nike handschoen kleur zwart met grijs (goednummer: G2402695);- zwarte handschoen met skelet afdruk van hand (goednummer: G2402715);- twee sleutels van Citroën en losse sleutel (goednummer: G2402829).
- Mercedes sleutel (goednummer: G2402851);- Lenevo laptop (goednummer: G2402761);- fotocamera Canon (goednummer: G2402726);aan degenen die redelijkerwijs als rechthebbenden van deze voorwerpen kunnen worden aangemerkt.
Onttrekken aan het verkeer:

De rechtbank zal de in beslag genomen voorwerpen, te weten:
onttrekken aan het verkeer.Deze voorwerpen zijn vervaardigd of bestemd tot het begaan van het bewezen verklaarde misdrijf.
Teruggave aan verdachte

De rechtbank zal teruggave gelasten aan verdachte van de in beslag genomen voorwerpen, te weten:
Teruggave aan de rechthebbenden

De rechtbank zal teruggave gelasten van de in beslag genomen voorwerpen, te weten:
10

heeft zich als benadeelde partij in het geding gevoegd en vordert een bedrag van € 8.827,21. Dit bedrag bestaat uit € 3.827,21 materiële schade en € 5.000,00 immateriële schade, ten gevolge van het aan verdachte ten laste gelegde feit.
10.1
Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering volledig kan worden toegewezen, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Daarnaast heeft hij gevorderd de vordering hoofdelijk toe te wijzen en ten aanzien van de schadevergoedingsmaatregel geen vervangende jeugddetentie op te leggen.
10.2
Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft zich ten aanzien van materiële schade gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. Ten aanzien van de immateriële schade heeft zij zich op het standpunt gesteld dat deze moet worden gematigd tot een bedrag van € 1.000,00. Daarnaast heeft zij verzocht ten aanzien van de schadevergoedingsmaatregel geen vervangende jeugddetentie op te leggen.
10.3
Het oordeel van de rechtbank

Materiële schade

De schade voor zover die betrekking heeft op het eigen risico van de zorgverzekering ten aanzien van de kosten van de psycholoog is voldoende onderbouwd. De rechtbank zal daarom dit deel van de gevorderde materiële schade, te weten € 286,00, toewijzen.
De schade voor zover die betrekking heeft op het eigen risico van de zorgverzekering voor de apotheekkosten (€ 98,74) is naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende onderbouwd, nu niet is gebleken dat deze kosten zijn gemaakt voor medicatie ten gevolge van het tenlastegelegde. De rechtbank zal daarom de benadeelde partij voor dit deel van de vordering niet-ontvankelijk verklaren.

De schade voor zover die betrekking heeft op de reeds gemaakte kosten van de behandeling van psychiater, die inmiddels € 2683,04 bedragen en waarvan 30% niet door de zorgverzekering wordt vergoed, zijn voldoende onderbouwd. De rechtbank zal daarom dit deel van de gevorderde materiële schade, te weten € 804,91, toewijzen.

De schade voor zover die betrekking heeft op de toekomstige kosten van de behandeling van psychiater is naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende onderbouwd, omdat niet is gebleken dat deze kosten daadwerkelijk door de benadeelde partij gemaakt zijn. De rechtbank zal de benadeelde partij daarom voor dit deel van de vordering niet-ontvankelijk verklaren.

Immateriële schade

Van de in artikel 6:106 lid 1, onder b, BW bedoelde aantasting in zijn persoon op andere wijze is geval sprake indien de benadeelde geestelijk letsel heeft opgelopen. De rechtbank is van oordeel dat de benadeelde partij voldoende concrete gegevens heeft aangevoerd waaruit is gebleken dat psychische schade is ontstaan. De rechtbank zal daarom de gevorderde immateriële schade, te weten € 5.000,00 volledig toewijzen.
Totaalbedrag

De rechtbank zal de vordering tot een totaalbedrag van € 6.090,91 toewijzen, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente van 28 januari 2019 tot de dag van volledige betaling.
De benadeelde partij heeft meer gevorderd dan de rechtbank zal toewijzen. De behandeling van de vordering levert voor dat deel een onevenredige belasting van het strafgeding op. De rechtbank zal daarom de benadeelde partij in dat deel van de vordering niet-ontvankelijk verklaren en bepalen dat de vordering voor dat deel slechts bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht.

Verdachte is voor de schade, voor zover toegewezen, naar burgerlijk recht met zijn mededaders hoofdelijk aansprakelijk. Dit betekent dat verdachte tegenover de benadeelde partij voor dat hele bedrag aansprakelijk is.

Verdachte zal ook worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken. Deze kosten worden tot op dit moment begroot op nihil.

Als extra waarborg voor betaling zal de rechtbank ten behoeve van [slachtoffer 1] aan verdachte de verplichting opleggen tot betaling aan de Staat van het bedrag van € 6.090,91 te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente vanaf 28 januari 2019 tot de dag van volledige betaling. Als door verdachte niet wordt betaald, zal deze verplichting niet worden aangevuld met vervangende jeugddetentie.

De betaling die is gedaan aan de Staat wordt op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 1] in mindering gebracht. Dit geldt andersom ook indien betaling is gedaan aan de benadeelde partij.

11

heeft zich als benadeelde partij in het geding gevoegd en vordert een bedrag van € 1.000,00, bestaande uit immateriële schade, ten gevolge van het aan verdachte ten laste gelegde feit.

11.1
Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering volledig kan worden toegewezen, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Daarnaast heeft hij gevorderd de vordering hoofdelijk toe te wijzen en ten aanzien van de schadevergoedingsmaatregel geen vervangende jeugddetentie op te leggen.
11.2
Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft zich ten aanzien van de vordering van de benadeelde partij gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. Wel heeft de raadsvrouw verzocht ten aanzien van de schadevergoedingsmaatregel geen vervangende jeugddetentie op te leggen.
11.3
Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank is van oordeel dat de overval een ernstige inbreuk heeft gemaakt op de persoonlijke integriteit van de benadeelde en dat daarmee is voldaan aan de vereiste aantasting in de persoon op andere wijze, zoals bedoeld in artikel 6:106 lid 1, onder b, van het Burgerlijk Wetboek. De rechtbank zal daarom de gevorderde immateriële schade, te weten € 1.000,00 volledig toewijzen, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente vanaf 28 januari 2019 tot de dag van volledige betaling.
Verdachte is voor de schade naar burgerlijk recht met zijn mededaders hoofdelijk aansprakelijk. Dit betekent dat verdachte tegenover de benadeelde partij voor dat hele bedrag aansprakelijk is.

Verdachte zal ook worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken. Deze kosten worden tot op dit moment begroot op nihil.

Als extra waarborg voor betaling zal de rechtbank ten behoeve van [slachtoffer 4] aan verdachte de verplichting opleggen tot betaling aan de Staat van het bedrag van € 1.000,00, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente vanaf 28 januari 2019 tot de dag van volledige betaling. Als door verdachte niet wordt betaald, zal deze verplichting niet worden aangevuld met vervangende jeugddetentie. De betaling die is gedaan aan de Staat wordt op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 4] in mindering gebracht. Dit geldt andersom ook indien betaling is gedaan aan de benadeelde partij.
12

heeft zich als benadeelde partij in het geding gevoegd en vordert een bedrag van € 5.000,00, bestaande uit materiële schade ten gevolge van het aan verdachte ten laste gelegde feit.

12.1
Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de benadeelde partij in de vordering niet-ontvankelijk moet worden verklaard omdat de vordering niet voldoende onderbouwd is.
12.2
Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft zich op het standpunt gesteld dat de benadeelde partij in de vordering niet-ontvankelijk moet worden verklaard omdat de vordering niet voldoende onderbouwd is.
12.3
Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank is van oordeel dat de vordering van de benadeelde partij niet voldoende onderbouwd is en een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert. De rechtbank zal daarom de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren en bepalen dat de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht.

Nu de benadeelde partij niet-ontvankelijk wordt verklaard in haar vordering, zullen kosten worden gecompenseerd, in die zin dat ieder haar eigen kosten draagt.

13

De beslissing berust op de artikelen 36b, 36c, 36f, 77a, 77g, 77i, 77w, 77wa, 77wc, 77x, 77y, 77z, 77aa en 312 van het Wetboek van Strafrecht, zoals de artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

14

- verklaart het ten laste gelegde bewezen zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld;- verklaart het meer of anders ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij;
- verklaart het bewezen verklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in rubriek 6 is vermeld; - verklaart verdachte strafbaar;
- veroordeelt verdachte tot een van ;- bepaalt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de jeugddetentie in mindering zal worden gebracht;- bepaalt dat van jeugddetentie een gedeelte van niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders gelast op grond van het feit dat verdachte de hierna te melden algemene en bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd;- stelt daarbij een van vast;
- als voorwaarden gelden dat verdachte:
- stelt als dat verdachte gedurende de proeftijd:
- legt op aan verdachte de voor de duur van , bestaande uit het volgende programma:4. elektronisch toezicht;5. inzetten voor een dagbesteding in de vorm van werk en/of school;
- beveelt dat het programma waaruit de maatregel bestaat op grond van artikel 77w, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht, dadelijk uitvoerbaar is;
- verklaart de volgende voorwerpen verbeurd:
- gelast de teruggave aan verdachte van de volgende voorwerpen:
- gelast de teruggave aan de rechthebbende van de volgende voorwerpen:
€ 6.090,91 te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 28 januari 2019 tot de dag van de volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 0 dagen jeugddetentie;- bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij en/of (een van) zijn mededader(s) op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;
- heft op het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis.
- ( vervolgens) over de toonbank te springen en/of langs de toonbank te lopen en/of (daarbij) te roepen: "wij willen geld" en/of "geef geld, geef alle geld", althans woorden van aard en/of strekking en/of (daarbij) met hamers, althans (een) hard(e) en/of stevig(e) voorwerp(en) te slaan op de toonbank en/of- ( vervolgens) (van zeer nabij) een (op een) vuurwapen (gelijkend voorwerp) op voornoemde - een ijzeren staaf, althans een hard en/of stevig voorwerp, op voornoemde [slachtoffer 3] en/of - ( vervolgens) voornoemde [slachtoffer 2] aan haar arm (mee) te trekken naar de kassa's en/of
De rechtbank:

Bewezenverklaring

Strafbaarheid

Oplegging straf en maatregel

* zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;* ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;* medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14d, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;
* zich zal houden aan de aanwijzingen van de jeugdreclassering in het kader van de maatregel Toezicht en Begeleiding uit te voeren door Samen Veilig Midden-Nederland, ook als dit inhoudt dat verdachte: * meewerkt aan een zinvolle vorm van dagbesteding in de vorm van werk en/ofschool; * zich onder behandeling zal stellen van De Waag of een soortgelijke instelling, teneinde zich te laten behandelen, zolang de jeugdreclassering dit noodzakelijk acht; * zal toewerken naar een zelfstandigheidstraject / begeleide woonvorm, indien de jeugdreclassering dit noodzakelijk acht;
Waarbij aan de gecertificeerde instelling Samen Veilig Midden-Nederland opdracht wordt gegeven toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden,

Maatregel

[aangever] , [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] , [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] ;
Dadelijke uitvoerbaarheid

Beslag

Benadeelde partij [slachtoffer 1]

Benadeelde partij [slachtoffer 4]

Benadeelde partij [slachtoffer 2]

Voorlopige hechtenis

Dit vonnis is gewezen door mr. D.S. Terporten-Hop, voorzitter en tevens kinderrechter, mr. R.B. Eigeman, kinderrechter en mr. H. Bakker, rechter, in tegenwoordigheid van mr. G.J. van Klompenburg, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 14 januari 2020.
Bijlage: de tenlastelegging

Aan verdachte wordt ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 28 januari 2019 te [woonplaats ] , althans in het arrondissement Midden-Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, uit één of meerdere kassalade(s) van de [fastfoodrestaurant] een geldbedrag van ongeveer 2700,- euro, in elk geval enig geldbedrag, dat geheel of ten dele aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde, te weten aan Collins Foods Ltd en/of [aangever] ,heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen,terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door - voornoemde [fastfoodrestaurant] binnen te gaan, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) bivakmutsen, althans (gedeeltelijke) gezichts/hoofdbedekking, droeg(en) en/of
[slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] te richten en/of gericht te houden en/of (daarbij) te zeggen/roepen: "open de kassalade", althans woorden van gelijke aard en/of strekking en/of
[slachtoffer 4] te richten en/of gericht te houden en/of (daarbij) te vragen/roepen: "waar is het geld, waar is de kassa", althans woorden van gelijke aard en/of strekking en/of
(nadat verdachte en/of zijn mededader(s) de kassa's hadden leeggehaald)(vervolgens) tegen voornoemde [slachtoffer 2] te zeggen/roepen: "waar staat de kluis, loop naar de kluis", althans woorden van gelijke aard en/of strekking en/of (daarbij) een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp te richten en/of te prikken op/in de rug van voornoemde [slachtoffer 2] .
arabic

continuering van de ITB Harde Kern, voor de duur van zes maanden;

deelneming aan individuele/systeemgerichte gesprekken uitgevoerd door De Waag;

een contactverbod met [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] en met aangevers

-

draagt Samen Veilig Midden-Nederland op de tenuitvoerlegging van de maatregel te ondersteunen;

beveelt dat als verdachte niet naar behoren meewerkt aan de tenuitvoerlegging van de maatregel zal worden toegepast voor de duur van ;

-

naboots vuurwapen (goednummer: G2402739);

breekijzer (goednummer: G2402948);

keukenmes met lemmet en heft van elkaar gescheiden (goednummer: G2402918);

bivakmuts (goednummer: G2402915).

-

lichtkleurige handschoenen links en recht (goednummer G2402905);

jas Parajumpers (goednummer: G402873);

pet met sticker 9Forty (goednummer: G2402862);

Nike handschoen kleur zwart met grijs (goednummer: G2402695);

zwarte handschoen met skelet afdruk van hand (goednummer: G2402715);

twee sleutels van Citroën en losse sleutel (goednummer: G2402829).

-

Mercedes sleutel (goednummer: G2402851);

Lenevo laptop (goednummer: G2402761);

fotocamera Canon (goednummer: G2402726).

-

wijst de vordering van [slachtoffer 1] toe tot een bedrag van

veroordeelt verdachte hoofdelijk tot betaling aan [slachtoffer 1] van het toegewezen bedrag, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 28 januari 2019 tot de dag van de algehele voldoening, met dien verstande dat indien en voor zover reeds door een ander/anderen (gedeeltelijk) is betaald, verdachte (in zoverre) van deze verplichting zal zijn bevrijd;

verklaart [slachtoffer 1] voor wat betreft het meer gevorderde niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering voor dat deel kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;

veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;

legt verdachte de hoofdelijke verplichting op ten behoeve van [slachtoffer 1] aan de Staat

-

wijst de vordering van [slachtoffer 4] toe tot een bedrag van

veroordeelt verdachte hoofdelijk tot betaling aan [slachtoffer 4] van het toegewezen bedrag, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 28 januari 2019 tot de dag van de algehele voldoening, met dien verstande dat indien en voor zover reeds door een ander/anderen (gedeeltelijk) is betaald, verdachte (in zoverre) van deze verplichting zal zijn bevrijd;

veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;

legt verdachte de hoofdelijke verplichting op ten behoeve van [slachtoffer 4] aan de Staat € 1.000,00 te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 28 januari 2019 tot de dag van de volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 0 dagen jeugddetentie;

bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij en/of (een van) zijn mededader(s) op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;

-

verklaart [slachtoffer 2] niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;

compenseert de proceskosten van de benadeelde partij en verdachte, in die zin dat ieder haar eigen kosten draagt;

_2012873e-7db5-43cf-9911-68284fe47ddc
1

Wanneer hierna wordt verwezen naar paginanummers betreft dit pagina’s van op ambtseed of ambtsbelofte opgemaakte processen-verbaal. Deze processen-verbaal zijn als bijlagen opgenomen bij het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van 26 augustus 2019, genummerd 2019029132, opgemaakt door politie Midden-Nederland, doorgenummerd 1 tot en met 5019. Tenzij anders vermeld, zijn dit processen-verbaal in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.

_574036bc-b551-411f-a375-cf54c28f1fff
2

Pagina 1001.

_7c45c724-44a9-4a4e-bb40-ea5c7a9603bd
3

Pagina 1018.

_de7a793e-b9a2-498d-af93-8e112c1a4874
4

Pagina 2034.

_69dcd3a2-acd9-467d-85b8-f461c3134085
5

Pagina 1018.

_d5c73b4a-0fcf-4864-bceb-88c188fa90c1
6

Pagina 1023.

_568e037b-c03d-4c19-b0cf-0f0cc74ad29f
7

Pagina 1024.

_62ee4e80-fe89-4e84-b219-28e3d86b3935
8

Pagina 1018.

_654b38b2-9e40-4659-8c93-f2ca95820d43
9

Pagina 1024.

_5fbf12d9-ccad-44a1-86a3-4a275fbc8f2b
10

Pagina 1019.

_ca46f5ed-aaa0-4be0-a143-f8d9dd915c8d
11

Pagina 1026 en pagina 1029.

_5beb004b-91b1-41bd-8f92-45f52124354d
12

Pagina 1001.

_4a14c1fe-2443-44f6-9d08-3cb3e44514df
13

Pagina 1001.

_0624df63-d3c2-49d9-8cd3-5006fcf5a057
14

Pagina 1017, pagina 1023, pagina 1028 en pagina 1030.

_0bbe634f-c2ae-4fc6-971a-6d66e6d3f206
15

Pagina 1034 en pagina

_2e0e2eb7-7a6e-4eb3-b4a4-98e0054ddb26
16

Pagina 1043.

_272d1c3c-d0c9-4bc4-947f-ada298f4f312
17

Pagina 1248.

_ec01ed56-a0ed-44bc-94ae-3971f3967875
18

Pagina 1333.

_db42b45a-82e1-45c8-81d2-710d6aae8d1d
19

Pagina 1248 en 1249.

_fc73b700-d48a-4526-bc33-81938c5a53bf
20

Pagina 1232.

_d711302a-1818-4273-9f35-da2f793e33be
21

Pagina 1360.

_e409de07-398d-4d06-acd0-8e5f4488d5ec
22

Pagina 248.

_535d55b3-7050-406b-85eb-3112683978c9
23

De verklaring van verdachte ter terechtzitting van 17 december 2019.

_8c91d8dc-7ab9-4b13-ad70-d173c12b124c
24

Pagina’s 1308-1310 en 1496.

_45928707-5480-4ae5-a66c-49eb2c275928
25

Pagina 1277.

_b2c15541-a3fd-4a2b-afcb-149c54d67055
26

Pagina 1255.

_cb622f27-f539-4ad0-bc43-0908b196cc9c
27

Pagina 1259.

_eb027b4a-bb39-4bd0-ba30-d45e7b0e8d31
28

Pagina 1267.

_6b02090d-0bbd-4970-baf1-1b0d5f31d044
29

Pagina 1199.

_a013492b-580b-4c91-af6b-936646ef23d1
30

Pagina 1141.

_25f1a5a7-c997-4720-ac42-48dd2a6fdda3
31

Een proces-verbaal van verhoor getuige van de rechter-commissaris van 27 november 2019.